Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 5)

Door John W. Ritenbaugh
12 april 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh waarschuwt dat de meeste mensen die een religie belijden (inclusief veel leden van het grotere geheel van de kerk van God), het woord van God niet hebben gebruikt als hun standaard voor moreel besef en gedrag, maar in plaats daarvan toestaan dat de maatschappij en de cultuur vorm geven aan hun houdingen, waarbij ze de weerzinwekkende, toenemende verdorvenheid van morele normen tolereren. Jammer genoeg is de maatschappij bezig snel een kopie te maken van de gevaarlijke, neerwaartse spiraal die in de tijd van Noach bestond, een tijd waarin de bedoeling van elke gedachte erop gericht was kwaad te doen. De mensen (gemanipuleerd of versterkt door de massamedia) vertrouwen op hun bedrieglijk 'hart' of hun bedrieglijke 'gevoelens' in plaats van op de bijbel om morele normen vast te stellen. Het Huis van Jozef (vaak bewerend het laatste bastion van moreel besef te zijn) leidt de wereld nu in de export van vuiligheid naar de rest van de mensheid. Onze enige bescherming tegen morele vervuiling is elke dag van ons leven Gods woord (geestelijk manna of het ongezuurde brood van reinheid en waarheid) tot ons te nemen (in ons op te nemen)


Degenen onder ons die vanmorgen de preek van Richard hebben gehoord, zullen zien dat er op een bepaalde manier een overeenkomst is tussen zijn preek en de mijne. Ik denk dat ik iets andere dingen zal benadrukken dan hij. We gaan beginnen in Johannes 7:24. Dit vond feitelijk plaats tijdens het Loofhuttenfeest. Deze tekst heeft dus minstens de achtergrond van een heilige dag. Er ontstond een woordenwisseling over iets en in vers 24 zei Jezus:

Johannes 7:24 Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt met een rechtvaardig oordeel.

We gaan niet in op het twistpunt dat hier over een punt uit de wet oplaaide, maar het onderwerp rechtvaardig oordeel is belangrijk voor de serie preken die ik momenteel geef. Als iemand in de bijbelse zin rechtvaardig wil kunnen oordelen, dan moet hij het woord van God geloven en als zijn standaard gebruiken.

Ik heb in deze serie vaak dingen uit het rapport van Barna aangehaald. In deze preek zal ik niet zo diep ingaan op wat hij allemaal heeft gezegd, maar ik wil wel dat u in gedachten houdt dat ook in deze preek het rapport van Barna op de voorgrond staat. Dat rapport laat in algemene zin zien dat religieuze mensen hier niet consequent doen wat ik zojuist zei, namelijk het woord van God geloven en als hun standaard gebruiken. Er is echter veeleer een sterk individualistisch en grillig pakken en kiezen van die leerstellingen waarin mensen willen geloven, en dat gebeurt ook binnen de kerk van God. We zullen daar vandaag niet echt op ingaan. Dat laten we liggen voor een andere preek.

Een belangrijk deel van dit probleem ligt erin dat mensen toestaan dat hun oordeel over wat moreel en geestelijk waar is, op het verkeerde gebied wordt gevormd. In elke cultuur op aarde is er een subtiele druk die tegen een goddelijk geloof en gedrag ingaat. Op de korte termijn wordt dat zelden opgemerkt, maar er is een altijd werkend patroon van menselijk gedrag dat het menselijk handelen naar het kleinste gemene veelvoud van de cultuur omlaagtrekt.

Dit zal door de meesten nauwelijks worden opgemerkt, omdat het gedrag van de meerderheid gezamenlijk in dezelfde richting gaat. Iedereen doet het. Als iemand zich niet bewust is van de constante invloed van deze kracht en dus geen weerstand biedt aan het langzame maar zekere afglijden, dan zal de houding van zo iemand desondanks in toenemende mate cynisch en ruw worden, en zijn gedrag zal langzamerhand meer wedijverend, hebberig en vijandig worden.

Tenzij er iets wordt gedaan om de langzamerhand veranderende standaards in de omstandigheden van het individuele gezin te neutraliseren, zal ieder kind dat in zo'n maatschappij wordt geboren, deze veranderingen als normaal beschouwen. Dit subtiele proces is hetzelfde thema dat ten grondslag ligt aan het boek The Fourth Turning [Het vierde keerpunt], dat ik eerder noemde.

Er werken in feite twee processen tegen ons op het gebied waarover ik het heb. Het eerste is de onvermijdelijke, praktisch onzichtbare en bijna onweerstaanbare neerwaartse kracht zelf. De tweede is het langzamerhand tolereren ervan in iemands leven, omdat iemands persoonlijke standaards met die van de maatschappij mee omlaag gaan.

Als u misschien een beetje moeite hebt om dit proces te begrijpen, dan zullen degenen onder u die iets ouder zijn de volgende illustratie wel begrijpen. Denk er maar eens even aan hoe onbetamelijk de kleding van de vrouw is geworden, en hoe slordig jongemannen, in het bijzonder tienerjongens, in deze tijd zijn gekleed. Dat was vroeger niet het geval. Raad maar eens tegen wiens standaards de mensen die deze kleding dragen, zich beoordelen.

Ik werd me persoonlijk bewust van deze neerwaartse trend aan het eind van de vijftiger jaren en aan het begin van de zestiger jaren, toen we met de kerk in aanraking kwamen. Met het verstrijken van de jaren ben ik me langzamerhand in toenemende mate bewust geworden van de druk die deze kracht uitoefent, en heb ik de voortgang ervan in onze eigen cultuur hier in de Verenigde Staten met toenemende bezorgdheid gadegeslagen.

Het is mij onmogelijk aan u over te brengen hoe sterk de neerwaartse verandering in de kwaliteiten van het leven en het publieke morele besef sinds mijn jongensjaren in de dertiger en veertiger jaren hier in de Verenigde Staten van Amerika is geweest. Ik ga dat niet proberen, maar ik hoop dat u mij op mijn woord wilt geloven, dat er een reusachtige verandering heeft plaatsgevonden. Ik zal u echter in het kort laten zien dat de bijbel deze neerwaartse processen bevestigt, en wat onze verantwoordelijkheden daarin zijn.

Genesis 3:6-10 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten. 8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof. 9 En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? 10 En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.

Adam en Eva vertoefden in een omgeving die bijna volmaakt was, met geen andere menselijke wezens om hen te beїnvloeden, en toch kozen ze voor de minste van twee keuzes. Het onmiddellijke resultaat was dat hun zicht op zuiverheid veranderde en dat schaamte en angst deel van hun leven gingen uitmaken. U weet dat er iets met hun denken gebeurde. Dat gebeurde heel snel.

Genesis 6:5 Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, ...

Genesis 6:11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.

Met het verstrijken van de tijd sinds de zonde van Adam en Eva verdwenen blijkbaar de vrees voor God en de schaamte, omdat God vermeldt dat de maatschappij vol geweldenarij was en dat de overleggingen van elk denken op het kwade was gericht. Elke schaamte voor hun gedrag, elk schuldig geweten dat hun zonden en misdaden had kunnen voorkomen, was verdwenen. Ze aanvaardden het denken om het kwade te doen als normaal, omdat God vermeldt dat de bedoeling van elke gedachte was om kwaad te doen.

Elk zelfonderzoek, elke beoordeling van hun gedrag tegen goddelijke standaards was verdwenen. Ze hadden het dieptepunt bereikt en hun eigen roofzuchtige houding en gewelddadig gedrag was de normale standaard. De persoonlijke standaard van iedereen werd getolereerd, behalve als zijzelf toevallig het slachtoffer bleken te zijn van die van iemand anders.

Behalve Noach, en misschien zijn gezin, deed iedereen nu wat goed in eigen ogen was. Noach beoordeelde de dingen anders, omdat hij genade vond in Gods oog en daarop reageerde ongeacht wat alle anderen deden.

Hoe staat dat met ons? Zijn wij een Noach die tegen de stroom van het publieke gedrag ingaan? Reageren wij zoals Noach op Gods genade die Hij ons gaf door ons te roepen, ons te vergeven en ons Zijn Geest te geven?

We maken weer een hele sprong in de tijd, deze keer voorwaarts. We gaan naar 2 Timotheüs, het derde hoofdstuk, naar enkele welbekende verzen over de eindtijd.

2 Timotheüs 3:1-5 Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: 2 want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3 liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, 4 verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, 5 die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand.

Zij geloven er niet echt in. Het mag zijn dat ze de schriften aanhalen en naar de kerk gaan, maar zoals we in dit rapport van Barna zien, zijn er veel gedeelten van Gods woord waarin ze gewoonweg niet geloven. Paulus zegt: "Vermijdt zulke mensen." We worden aan alle kanten door zulk soort mensen omgeven. Hoe sterk zijn wij bij hen betrokken?

2 Timotheüs 3:13-14 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid. 14 Blijf gij echter bij wat u geleerd en toevertrouwd is, wèl bewust van wie gij het hebt geleerd.

De woorden "maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen" betekenen niet dat de menselijke natuur in de eindtijd slechter zal zijn dan in de dagen van Noach, omdat de menselijke natuur altijd al zo slecht is geweest. Alleen de menselijke natuur is nooit in zo'n omvang tot uiting gekomen als dat in deze tijd het geval is, omdat er maatschappelijke dingen waren die de zaken in toom hielden, maar het lijkt erop alsof God ons waarschuwt dat als we in de eindtijd komen, we beter achter slot en grendel kunnen gaan wonen om nog enigszins veilig te zijn. God zal alle beletselen wegnemen, zodat de mensheid een getuigenis zal ontvangen hoe slecht de menselijke natuur in feite kan worden. Ze zullen het met hun eigen ogen kunnen zien, en het in hun eigen leven kunnen ervaren.

De apostel Paulus bevestigt hier dat hetzelfde proces dat tussen Adam en Eva en de zondvloed werkzaam was, ook in het laatst der dagen nog steeds volop in werking zal zijn. In het laatst der dagen zal de menselijke natuur van inhaligheid, van zelfzuchtig geweld vrijer tot uitdrukking komen dan in enige andere tijd van de menselijke geschiedenis, met uitzondering van wat we zojuist over de dagen van Noach lazen. Weet u waarom dit zo zal zijn? Omdat er weinig of niets zal zijn om het tegen te houden. We zullen dan zien hoe slecht de menselijke natuur werkelijk is, maar er zullen heel veel omstandigheden zijn die dat bevorderen. We zullen een herhaling meemaken van het menselijke gedrag van juist voor de zondvloed, precies zoals Jezus in Mattheüs 24 profeteerde. Het komt eraan.

De tijdsperiode van de zonde van Adam en Eva tot de volledig van geweld doortrokken wereld vlak voor de zondvloed was iets langer dan zestienhonderd jaar. Zolang duurde het voordat dat allemaal in die mate tot ontwikkeling was gekomen en waarschijnlijk duurde het zolang vanwege de dingen die God deed. De aarde was niet erg dicht bevolkt, zodat de hoeveelheid communicatie die kon plaatsvinden vrij beperkt was.

Vergelijk dat eens met de snelheid van de neerwaartse spiraal van onze cultuur. Het kostte heel wat tijd voor het werkelijk tot ontwikkeling kwam, en daar was een reden voor. Ik zeg u dat de menselijke natuur in de laatste honderd jaar de vrije hand is gelaten, en we glijden heel snel naar een absoluut dieptepunt omdat het morele besef overal ter wereld steeds verder vermindert. Het gebeurt niet alleen in de westelijke wereld. Het gebeurt overal.

Vindt u niet dat de manier waarop de Arabieren hun landen regeren immoreel is? Wat voor idiote religie is de islam wel niet! Het is een religie die het doden en geweld tegen iedereen die niet islamitisch is voorstaat. Zij vinden het veel gemakkelijker deze mensen gewoon te doden dan te proberen bij hen interesse voor de islam op te wekken. Vindt u dat niet immoreel? Die veranderingen vinden met zo'n kracht plaats dat tenzij men werkelijk echt oplettend is, we er heel gemakkelijk in meegezogen kunnen worden. Ik zeg niet dat we bewust naar buiten gaan om zo maar iemand te gaan doden. Daar heb ik het helemaal niet over, maar de houding is aanwezig, en het is in het geheel niet moeilijk om die houding over te nemen en er — waar dat uitkomt — naar eigen goeddunken gebruik van te maken.

Wat kan ons verval in diepe immoraliteit versnellen? Dennis Prager, een joodse columnist die tegelijkertijd in verschillende kranten publiceert, schrijft vaak vanuit bijbels perspectief. Ik geloof dat hij op een gedeeltelijk antwoord is gestuit. Zijn artikel It's the heart versus the Bible [Het hart tegenover de bijbel] verscheen op 16 maart 2004 op de website townhall.com. De aanleiding tot deze column was een interview met een jonge Zweedse vrouw, en hij schreef: "Ik vroeg haar of ze in God of een of andere religie geloofde." "Nee, dat is dwaas," antwoordde ze. "Hoe weet u dan het verschil tussen goed en kwaad," vroeg hij. Zij antwoordde: "Dat vertelt mijn hart me."

Nu moeten we de vraag stellen: Wat heeft vorm aan haar hart gegeven? Wat is dat? Prager gaat dan verder: "Dat is in een notedop [de houding die hij in deze jonge vrouw zag en die in haar antwoord tot uiting kwam] één van de belangrijkste redenen voor de grote scheidslijn binnen Amerika en tussen Amerika en Europa. De meerderheid van de mensen gebruiken hun hart, in beweging gebracht door hun ogen, om te bepalen wat goed en kwaad is. Een minderheid gebruikt zijn verstand en/of de bijbel om dat verschil te bepalen."

In het verdere van zijn artikel zegt Prager dat bij praktisch ieder willekeurig cultureel onderwerp deze tegengestelde manieren (het hart en oog versus de bijbel) om te bepalen wat goed en kwaad is, duidelijk worden. Bijvoorbeeld wat te denken van een huwelijk tussen twee mensen van dezelfde sekse? Dat is op dit moment hier in de Verenigde Staten een 'hot item'. Het is duidelijk dat het hart er positief tegenover staat.

Het is een eenvoudig proces. Het verloopt als volgt. Deze mensen hebben geen werkelijk morele standaard als stevige ondergrond. Ze zien glimlachende mensen op de TV en in nieuwsbladen (duidelijk verliefde stellen van dezelfde sekse) die hun leven in een huwelijk aan elkaar willen wijden. Het oog ziet het glimlachende stel, niet wat de bijbel leert, en het hart dat niet door God is onderwezen wordt ertoe bewogen de door God gegeven parameters van een huwelijk tussen twee volwassenen van verschillende sekse te herdefiniёren tot wie men maar huwen wil, zolang er maar liefde is voor elkaar. Maar oordelen zij rechtvaardig? Dat is het punt waar het om draait. Oordelen zij rechtvaardig?

Laten we een ander onderwerp bij de kop pakken. Wat te zeggen van dierenrechten? We hebben de PETA organisatie die overal in de Verenigde Staten tekeergaat tegen de behandeling van dieren. Het oog ziet het 'knuffel'dier — werkelijk zo'n dier is een wonderbaarlijke schepping — maar het wordt bedreigd om ter dood te worden gebracht, en het hart is geneigd dierlijk leven gelijk te stellen aan menselijk leven. Maar welk leven is naar Gods beeld geschapen?

Ziet u, de huidige TV-kijker heeft weinig of geen basis om tot een juist oordeel te komen. Het wordt met het oog gezien en het hart wordt geroerd, maar wat het hart beslist of oordeelt kan geheel ingaan tegen wat God in Zijn woord zegt.

Wat te zeggen van abortus? Het oog ziet het aantrekkelijke achttienjarige meisje dat er diep ellendig en bedroefd uitziet, dat onbeschermde seks heeft gehad en van wie het leven nu zwaar zal worden belast, en het hart zegt: "Welk hardvochtig mens zal haar zeggen dat ze geen abortus mag laten uitvoeren om deze last te verwijderen? Per slot van rekening was het maar een kleine vergissing." Maar oordeelt het hart juist dat wat zich in de baarmoeder van dat meisje aan het ontwikkelen is een levende gave van God is, die de potentie heeft God te worden?

De ongelovige ogen en het hart vormen een buitengewoon sterke kracht, en de TV en de film zijn een sterke kracht geworden in het herscheppen van het moreel besef van de mens. Feitelijk is het moreel besef van een heel groot percentage van onze jeugd bijna geheel gevormd door de televisie en de film, en nu het internet, omdat hun ouders geen juiste omgeving creёren om een dam op te werpen tegen die heel effectieve, maar helaas zeer tekortschietende onderwijstechnieken, en die trekken de standaards omlaag.

Om de dingen nog gecompliceerder te maken versterken de leeftijdsgenoten van de kinderen de standaards van televisie en film, omdat ze allemaal moreel op hetzelfde gebied zijn gevormd. Dit leert ons dat soort, kwaliteit en omgeving van de communicatie een hoofdrol spelen in het vormen van moreel besef, zoals God duidelijk bevestigt door het voorbeeld van Babylon in Genesis 11. Wat deed God om de omgeving daar in Babylon, die zulk groot kwaad voortbracht, radicaal te veranderen? Hij verwarde de taal van een groot aantal van de mensen daar, waardoor communicatie bijna onmogelijk werd. Wie communiceert morele standaards naar u en uw gezin? Dat is een ernstige vraag.

De slinger is vanaf de tijd dat God de taal daar in Babylon verwarde verder gezwaaid en is nu weer terug bij wat er in Babylon werd voortgebracht toen Hij hun taal verwarde. Deze verwarring, deze immoraliteit, deze omgeving is niet langer beperkt tot het land tussen de Tigris en de Eufraat.

We leven in een wereld waarin communicatie op een wereldomvattende schaal uitzonderlijk toegankelijk is door radio, telefoon, film, televisie en het internet, en gemeente, grotendeels in één taal — Engels! De Verenigde Staten en Groot-Brittanniё zijn de bron van — naar mijn schatting — bijna 60% van alles wat er via internet wordt gepubliceerd en ook bijna 60% van de films en televisieprogramma's die worden geproduceerd. Jozef wordt een pest voor de wereld wegens onze laag bij de grondse standaards.

Hier lopen we pal tegen de kern van het probleem dat — volgens de opiniepeiling van Barna — de religieuze mensen hebben in dit land dat het meest religieus is van alle naties. Zij die in het onderzoek werden geїnterviewd komen in het openbaar vol zelfvertrouwen over dat ze voor wat betreft wat ze geloven op het juiste spoor zitten, zelfs al kan hun worden aangetoond dat ze het bij het verkeerde eind hebben. Maar zoals Prager in zijn opmerkzaam artikel schrijft: "Deze verheffing van het hart gaat verder dan zelfvertrouwen. Het is zelfvergoddelijking."

Het is zelfvergoddelijking, omdat ze hun eigen standaards van gerechtigheid vaststellen die tegenover die uit Gods woord staan. Deze oprechte, religieuze mensen worden vaak door hun hart geleid in plaats van door Gods woord.

Laten we Numeri 15:39 opslaan. Wat tijd betreft gaan we helemaal terug naar Numeri. Let op wat God daar zei. Dit vindt plaats niet al te lang nadat de twaalf het land hadden verspied. Ze kwamen terug, Israël voerde een oorlog en God sprak Zijn vonnis uit. Dit vers in het bijzonder vond plaats onmiddellijk nadat een man de sabbat had overtreden. Het komt voor binnen de instructies waarom de Israëlieten gedenkkwasten moesten dragen.

Numeri 15:39 Dat zal u dan tot een gedenkkwast zijn; als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden des HEREN gedenken en die volbrengen zonder uw hart of uw ogen te volgen, dat gij u daardoor tot overspel zoudt laten verleiden.

Het oordeel van de mens heeft weinig met gerechtigheid van doen zolang hij zich door zijn hart en zijn ogen laat leiden. We kunnen werkelijk alleen maar tot een rechtvaardig oordeel komen als de basis van ons denken en onze besluitvorming in Gods woord ligt, omdat onze ogen ons bedriegen. Ons hart wekt dan een gevoel in ons op dat we ons moeten laten leiden door wat onze ogen zagen. Veeleer dan zeggen: "Nee, dat is in Gods oog niet toegestaan. In Zijn woord staat dat we dat niet moeten doen. Geloof het niet. Doe het niet. Neem geen besluiten op basis daarvan, tenzij Gods woord daar achter staat."

Jeremia 17:9-10 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het [de Leidse vertaling zegt "ongeneeslijk krank".]; wie kan het kennen? 10 Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden.

Ik zei dat Dennis Prager op een deel van het probleem was gestuit. Het schijnt dat hij vrij goed thuis is in het Oude Testament, en hij is zich goed bewust van dat vers, daar ben ik zeker van, afgaande op wat hij heeft geschreven. Het hart is geen goede beoordelaar van de moraal. Een denken dat is onderwezen door God, dat gebruik maakt van het woord van God, dat gelooft in het woord van God, dat is een goede beoordelaar van wat rechtvaardig is. Ondertussen gaat de mensheid onwetend en onbezorgd af op iets dat een leugenachtig advies geeft en dat niet kan worden genezen behalve door Gods eigen wonderlijke methoden.

Prager sluit zijn artikel af met een korte uitspraak van twee alinea's gebaseerd op zijn eigen 25-jarige ervaring, waarin hij laat zien hoe ver jonge mensen er vandaag de dag naast zitten en bijna volledig afhankelijk zijn van wat ze met hun ogen zien en met hun hart oordelen.

Al vijfentwintig jaar heb ik leerlingen uit de hoogste klas van de middelbare school over heel Amerika gevraagd of ze eerst hun hond of een vreemde zouden redden als beide dreigden te verdrinken. De meerderheid heeft bijna altijd tegen de mens gestemd. Waarom? Omdat ze zonder enige twijfel zeggen dat ze van hun hond houden en niet van de vreemde. Een gehele generatie is opgegroeid zonder enige verwijzing naar een morele code die belangrijker is dan wat hun hart voelt. Zij weten niet — en het zou hun een zorg zijn als ze het zouden weten — dat de bijbel leert dat menselijke wezens, niet dieren, naar Gods beeld geschapen zijn.

Recent daagde de Methodistische Kerk een lesbische predikant voor de kerkelijke rechter omdat zij en een andere vrouw in het huwelijk traden. Het doel van de rechtszaak was vast te stellen of zoiets toegestaan was, zelfs al verklaart het Methodist Book of Discipline ondubbelzinnig dat homoseksuele praktijken "onverenigbaar zijn met het christelijk onderwijs".

De groep die haar situatie onderzocht, bestaande uit methodistische predikanten en misschien ook wel enige gewone leden, maar allen vooraanstaande mensen binnen de kerk, oordeelde na tien uur overleg ten gunste van haar. Daarmee stelden ze de Methodistische Kerk bloot aan een soortgelijke scheuring als die de Episcopaalse Kerk het hoofd moet bieden, omdat de conservatieve vleugel van de Methodistische Kerk heel sterk afwijzend reageerde op het besluit van de kerk.

Op 29 maart 2004 verscheen er een artikel van columnist Cal Thomas op de website townhall.com. Hij schreef over dit besluit het volgende:

In zijn slotbetoog tijdens de kerkelijke rechtszaak bracht de raadsman van Dammann, de eerwaarde Robert C. Ward, een leerstelling onder woorden die beter past bij "de kerk voor wat betreft er nu gaande is" dan de historische en eens doctrinair zeer strikte Methodistische Kerk: [Ward zei] "we moeten voorzichtig zijn om regels te creёren die mensen buitensluiten." [Het commentaar van Thomas was:] Ik denk dat hij nog nooit heeft gehoord van het scheiden van de schapen en de bokken, van de tarwe en het onkruid, de mensen die behouden worden en die niet behouden worden en de scheiding in het hiernamaals tussen de bewoners van de hemel en die van de hel. Zou Ward in zijn leerstelling van 'niet buitensluiten' ook bedrijvers van overspel (die tezamen met alle andere niet berouwvolle zondaars opgesomd staan als mensen die geen hoop kunnen hebben om in de hemel te komen) willen opnemen? Wat te denken van moordenaars, dieven en leugenaars? Die staan ook op Gods lijst van degenen die zijn buitengesloten.

Wat denken deze mensen die zitting hebben in deze raad van de Methodistische Kerk wel?

1 Corinthiërs 6:8-10 Maar zelf doet gij onrecht en doet gij te kort, en dat aan broeders. 9 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beёrven zullen? 10 Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beёrven.

Hebt u opgemerkt dat het oordeel van de eerwaarde Ward niet op Gods woord was gebaseerd, maar veelmeer op de gevoelens van zijn hart, dat men niet mocht buitensluiten? Hij vindt dat homoseksualiteit geen zonde is die even erg is als andere. Waar kwam dat idee vandaan? Dat kwam rechtstreeks vanuit de cultuur en niet vanuit Gods woord. Invloedrijke mensen die machtsposities bekleden stellen oordelen vast en nemen beslissingen aangaande het openbare leven die hun invloed op ons leven hebben, en dat zijn in het geheel geen rechtvaardige oordelen en die voorspellen kwade tijden.

Hoe rechtvaardig was het oordeel dat het openbaar ministerie uitsprak over de Branch Davidians? De Branch Davidians waren slechts gewone mensen — burgers zoals u en ik. We zouden hun leerstellige standpunten als onjuist kunnen beschouwen, maar ze waren niet moordzuchtig. David Koresh had elk moment gearresteerd kunnen worden. Hij ging vrijelijk en openlijk heel vaak in Waco joggen terwijl ze een onderzoek naar de Branch Davidians deden. Met "ze" bedoel ik de FBI en diverse andere regeringsinstanties. Zij brachten zo'n 80 mensen ter dood. Door brandstichting werden ze ter dood gebracht. Amerikanen doodden Amerikanen in vredestijd.

Wie stelde dat oordeel vast? Bij wie kwam de waarschuwing vandaan waarmee de president het land waarschuwde: "Laat dit een les voor u allen zijn." Dat zijn angstaanjagende woorden.

Een ander voorbeeld van dit type oordeel dat in de huidige wereld wordt vastgesteld, zagen we in een kop van een artikel getiteld Viacom plans to start a gay channel [Viacom is van plan met een televisiekanaal gericht op homoseksuelen van start te gaan] dat op 29 maart 2004 op CNNmoney.com werd gepubliceerd.

Sumner Redstone, voorzitter en president van Viacom, geeft niet graag vergissingen toe, maar hij bekende deze maand deze vergissing. De Wall Street Journal vermeldde: "Het media-bedrijf had de plannen niet moeten opgeven die zij zo'n twee jaar geleden in studie hadden voor een kabelnetwerk dat zich op homoseksuelen zou richten." Zo'n kanaal zou nu "een miljard dollar" waard zijn geweest, zo zei Mr. Redstone tegen analysten en investeerders, "en het zou slechts 30 miljoen dollar hebben gekost om het van start te doen gaan."

Voor zover ik weet beweert Mr. Redstone niet een christen te zijn, maar ik wilde u de overeenkomst laten zien tussen die basis van oordelen en die van christenen. De basis van Mr. Redstone's plan is niet of een kanaal voor homoseksuelen immoreel zou zijn, omdat het niet voldoet aan Gods standaards, maar de gevoelens in zijn hart betreffende geld. "Uit de overvloed van het hart, spreekt de mond." Het hart zei: "Ik houd van geld en als dat op immorele wijze moet worden verworven, doet dat er niet toe." Hij zei deze woorden niet letterlijk, maar dat was de strekking van wat hij zei.

Ik geef u nog een ander voorbeeld. Dit is ontleend aan de website van Cutting Edge Ministry, waarop ze een deel van het boek Glorious Appearings [Heerlijke verschijningen] van Tim LaHaye analyseren. Glorious Appearings is het laatste boek van de succesvolle serie over de eindtijd vanuit het gezichtspunt van een evangelische kerk. In zijn laatste boek suggereert Mr. LaHaye — een zeer gerespecteerd en invloedrijk schrijver in evangelische kringen — heel sterk dat het aanvaarden van het teken van het beest niet iets is waar we bezorgd over moeten zijn, omdat we ons altijd kunnen bekeren en God altijd zal vergeven. Gaat hij de mensen dus zover brengen dat ze die benadering gaan aanhangen? Let er echter eens op wat God in Openbaring 14 zegt.

Openbaring 14:9-11 En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, 10 die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. 11 En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt.

Dat komt op mij vrij ernstig over.

Wie moeten we nu geloven? Moeten we God geloven of Tim LaHaye? Gemeente, dit soort denken over iets beoordelen is aan alle kanten om ons heen te vinden. Het verslag van Barna was gewoon een interview met een scherp inzicht in het denken van de wedergeboren christenen, en Gods woord wordt gedenigreerd met het doel de basis voor een juist oordeel te vernietigen. Dit hele zootje begon toen Adam en Eva Gods woord denigreerden en wat zij dachten als juist beschouwden en tot standaard verhieven.

Denk nu niet dat de kerk van God ontkomen is aan het minder waarde hechten aan het woord van God voor het beoordelen van de dingen. Ik heb hier het resultaat van een onderzoek dat op het feest van de United Church of God in Branson werd gedaan. Het is niet mijn bedoeling hen hiervoor in het zoeklicht te plaatsen, omdat ik geloof dat het mogelijk is dat we hetzelfde resultaat zouden krijgen op feestplaatsen van iedere willekeurige andere kerk van God.

Dit onderzoek beperkte zich tot mensen die minstens twintig jaar waren getrouwd. Het bleek achteraf dat zij die aan het onderzoek hadden deelgenomen gemiddeld zevenentwintig jaar getrouwd waren. Hun werd gevraagd een lijst op te stellen van de kwaliteiten die zij als het belangrijkste beschouwden voor een succesvol huwelijk. De lijst bestond uit twee rijen, waarbij de kwaliteiten in de eerste rij als het belangrijkst werden beschouwd. In de eerste rij staan vergevensgezindheid, geduld en vriendelijkheid. Dit zijn zeker goede kwaliteiten, maar gemeente, bekering kwam niet eens in de eerste rij voor! Dat kwam pas in de tweede rij aan bod tussen een gevoel voor humor, een goede baan, een mooie auto, gezondheid en seks.

Na dit gelezen te hebben kon ik niet anders denken dan dat het geen wonder is dat er zoveel ernstige huwelijksproblemen in de kerk zijn. De mensen schijnen de problemen van het leven, in het bijzonder die binnen het huwelijk, niet te verbinden met hun eigen gebrek aan bekering. Ook kijken er veel jonge mensen buiten de kerk en vertrouwen ze er niet op dat God in een partner zal voorzien.

1 Corinthiërs 5:8 Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.

Met die gedachte in het hoofd gaan we nu Johannes 6:31-35 lezen. Jezus is de Spreker. De eerste zin in dit gedeelte is van de mensen en Jezus reageert hierop.

Johannes 6:31 Onze vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten.

Let erop dat 1 Corinthiërs 5:8 het over brood (voedsel) heeft — gezuurd en ongezuurd. Hier in Johannes is het onderwerp ook brood (voedsel).

Johannes 6:32-35 Jezus zeide dan tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel; 33 want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft. 34 Zij zeiden dan tot Hem: Here, geef ons altijd dit brood. 35 Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

Johannes 6:47-48 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood des levens.

Het ongezuurde brood dat wij tijdens de dagen der Ongezuurde Broden eten vertegenwoordigt het zondeloze lichaam van Jezus Christus — het echte, zuivere, getrouwe woord van God. Daarom wordt ons bevolen het elk van deze zeven dagen te eten. Zeven is Gods getal van volmaaktheid en tijdens de dagen der Ongezuurde Broden vertegenwoordigt het de gehele periode van bekering van de christen, waarbij het ons onderwijst dat we elke dag van ons leven van Gods woord — het ware brood — moeten eten, om onze bekering verder te laten gaan en opdat we de juiste basis hebben voor een gezond oordeel en het nemen van beslissingen. Daarin ligt geestelijke gezondheid. We zijn wat we eten, zowel fysiek als geestelijk, en derhalve moet Gods woord iedere dag van ons bekeerde leven opnieuw worden opgenomen.

2 Petrus 1:20-21 Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; 21 want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

Dat is heel duidelijk. We gaan nu lezen uit 2 Timotheüs, hoofdstuk 3, om dit gedeelte te versterken.

2 Timotheüs 3:16-17 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, 17 opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.

De christelijke standaard van goed en kwaad is het woord van God — de geschriften van beide testamenten. Voor zijn eigen bestwil moet de mens zichzelf vernederen en buigen voor het woord van God, of zijn ongoddelijk gedrag zal hem vernietigen. En voor de christen is het absoluut noodzakelijk om dit te doen.

De vorige preken in deze serie gingen grotendeels over de toestand van wat er zich in deze tijd in de Verenigde Staten binnen de christelijke religieuze wereld afspeelt. Die is zwak en we zouden haast kunnen zeggen in grote wanorde. We zien dat zij die beweren wedergeboren christenen te zijn, van wie men zou verwachten dat ze de sterkste en meest vurige leden zouden zijn, een verscheidenheid van delen van het boek dat verondersteld wordt de bron en het fundament van hun religie te zijn, niet belangrijk genoeg achten om er trouw aan te zijn.

Het is duidelijk dat grote percentages van deze mensen zich vrij voelen om zelf te kiezen wat ze geloven en wat ze verwerpen, zelfs zulke belangrijke leerstellingen als de opstanding uit de doden waarbij de concepten in het geheel niet moeilijk zijn. Evenals Adam en Eva voelen zij zich vrij om geen geloof te hechten aan datgene wat HIJ van Wie zij beweren dat Hij hun God en Zaligmaker is, zegt van kracht te zijn.

Dus in plaats van het geloof van Jezus Christus te bezitten en daarnaar te leven, hebben zij hun individueel samengesteld geloof. Het eindresultaat daarvan is dat zij zich in werkelijkheid tot God verheffen en hun eigen religie vaststellen en zo wordt vervuld wat de slang tegen Adam en Eva zei: "Gij zult zijn als God, kennende goed en kwaad." Ziet u, ze waren vanaf dat moment vrij om hun niveau, hun standaard van goed en kwaad vast te stellen, maar het was niet Gods niveau of Gods standaard.

De praktijk van een seksuele moraal (in de vorm van duidelijk zichtbaar gedrag) wordt grotendeels door geloof bepaald. Aan de oppervlakte is er geen georganiseerd patroon voor al dit algemene ongeloof in de bijbel. Met andere woorden er is geen georganiseerde door de staat erkende religieuze groep die mensen tot ongeloof trekt door middel van een rechtstreeks aanvallen van de bijbel, maar het lijkt er veeleer op dat iedereen op zichzelf handelt in reactie op een grote verscheidenheid aan invloeden die er in de wereld aanwezig zijn.

Er is een les die we kunnen leren als we gebruik maken van het voorbeeld van Israël, door te begrijpen dat Israël op praktisch dezelfde manier reageerde toen ze uit Egypte kwamen. Ze verlieten Egypte fysiek, maar Egypte bleef in hun hart en het beheerste hun houding en gedrag door de gehele woestijn heen.

Exodus 6:1-7 Voorts sprak God tot Mozes en zeide tot hem: Ik ben de HERE. 2 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam HERE [de Eeuwige] ben Ik hun niet bekend geweest. 3 Niet alleen heb Ik mijn verbond met hen opgericht om hun het land Kanaän te geven, het land hunner vreemdelingschap, waar zij als vreemdelingen vertoefd hebben; 4 maar ook heb Ik de klacht der Israëlieten gehoord, die door de Egyptenaren tot slaven gemaakt zijn, en Ik heb gedacht aan mijn verbond. 5 Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de HERE, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten. 6 Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid. 7 En Ik zal u brengen naar het land, waarvan Ik gezworen heb het aan Abraham, Isaak en Jakob te zullen geven, en Ik zal het u geven tot een bezitting, Ik de HERE.

Wat doet God hier? Hij stelt Zich voor als de Redder van Israël, allereerst aan Mozes, door hun te vertellen wat Hij allemaal voor hen zou gaan doen om hen van de last van hun slavernij te bevrijden. Hij deed alles wat Hij zei en Hij wèrd dus de Redder van Israël door de macht van Egypte te breken om hen in slavernij te houden.

Hier is het belangrijk om te onthouden dat Hij ook deed wat Hij had gezegd. We zouden denken als dat voor hen allemaal vaststond, dat ze dan ook bereid zouden zijn Hem te volgen, omdat Hij hen uit een heel afschuwelijk leven had verlost.

Exodus 13:21-22 De HERE ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan. [Op dit moment volgden ze Hem.] 22 Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts aan de spits van het volk.

Wat ik hier in het kort duidelijk wil maken is, dat Iemand bewijst de voorvechter van het volk te zijn en dat Hij wil dat zij Hem volgen. Dus toen ze eenmaal uit hun slavernij waren verlost, nog voor de doortocht door de Rode Zee, werd er een duidelijk precedent geschapen dat het pad — de weg, de richting — vaststelde waarop zij door de woestijn naar het beloofde land zouden trekken. God gaf hun duidelijk zichtbaar bewijs van Zijn aanwezigheid, van Zijn leiding en besturing.

Exodus 14:19-20 Toen verliet de Engel Gods, die vóór het leger van Israël uitging, zijn plaats en ging achter hen aan; ook verliet de wolkkolom haar plaats aan hun spits en ging achter hen staan. 20 Zo kwam zij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten in, — en de wolk was duisternis, maar tegelijk verlichtte zij de nacht — zodat de een [de Egyptenaren] de ander [de Israëlieten] niet kon naderen, de gehele nacht.

De logische conclusie is dus onvermijdelijk. De Engel des Heren was in de wolk. De wolk vertegenwoordigt echter meer dan alleen maar leiding. Zoals in dit voorbeeld kan worden gezien, werd het een verdedigingsmiddel door tussen Israël en de Egyptenaren te gaan staan. In Numeri zien we dat het ook een bescherming voor hen is tegen het ergste van de hitte in de woestijn. Deze vurige wolk die hen leidt is de Shekina die zich later in de tabernakel vestigde, nadat deze was gebouwd en opgericht. Het was een zichtbaar teken van Gods aanwezigheid en daarmee een verscheidenheid aan dienstbetoon waarin Hij voor hen voorzag.

Die vurige gloed werd ontleend aan Gods eigen heerlijkheid en de wolk beschermde de Israëlieten tegen de volle kracht daarvan, maar de gloed was nog helder genoeg zodat ze konden begrijpen dat Hij daar aanwezig was.

Exodus 23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

God voltooide het ene deel van wat Hij had beloofd te doen en tijdens het andere deel om hen naar het land te brengen zal Hij in leiding voorzien, zodat zij de wolk door de woestijn kunnen volgen waardoor Hij hen daar kan brengen.

Exodus 23:21-24 Neem u voor hem in acht en luister naar hem, wees tegen hem niet wederspannig, want hij zal uw overtredingen niet vergeven, want mijn naam is in hem. 22 Maar indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden vijandig bejegenen, en benauwen die u benauwen. 23 Want mijn engel [in de Statenvertaling Engel (met een hoofdletter)] zal voor uw aangezicht gaan en u brengen naar de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Kanaäniet, de Chiwwiet en de Jebusiet, en Ik zal hen vernietigen. 24 Gij zult u niet nederbuigen voor hun goden noch hen dienen en gij zult niet doen naar hun werken, maar gij zult ze volkomen vernielen en hun gewijde stenen zult gij geheel verbrijzelen.

In de context die onmiddellijk volgt op het sluiten van het verbond (dat is waar we nu hier in Exodus 23 zijn) wordt de wolk niet met enige autoriteit genoemd, maar de Engel wel. Het is al vastgesteld dat de Engel in de wolk is, dus de wolk hier in deze context eraan toevoegen was niet nodig. Als u in bijvoorbeeld de Statenvertaling kijkt zult u zien dat de vertalers het woord "Engel" met een hoofdletter laten beginnen. De reden daartoe is dat ze duidelijk inzagen dat deze Engel in de wolk goddelijk is, en in feite Jezus Christus is, zoals ons in het Nieuwe Testament wordt bevestigd.

Nu wordt er iets heel belangrijks toegevoegd. Israël wordt gezegd dat ze niet slechts de wolk moeten volgen, maar dat ze de stem — de woorden van de Engel — in de wolk moeten gehoorzamen. Hun wordt gezegd dat als ze Zijn stem zullen gehoorzamen, dat ze dan gezegend zullen worden. In het bijzonder wordt hun bevolen geen afgodendienst te begaan — dat is gedrag dat in het bijzonder een overtreding van de eerste vier geboden zou betreffen.

In het Nieuwe Testament richt de apostel Paulus zich op de wolk om een heel waardevolle les duidelijk te maken. We zullen nu 1 Corinthiërs 10 opslaan. Het is interessant dat 1 Corinthiërs vlak voor de dagen der Ongezuurde Broden werd geschreven. Dit is een "dagen der Ongezuurde Broden brief".

1 Corinthiërs 10:1-5 Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, 2 allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, 3 allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, 4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus. 5 En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn.

In zijn openingsillustratie hier in 1 Corinthiërs 10 legt Paulus de basis voor een waarschuwing die iets later in zijn brief aan de orde komt. Hij gebruikt deze ervaring van de Israëlieten in de woestijn door de betekenis van de wolk te vergeestelijken en dit toe te passen op de christelijke verantwoordelijkheid Hem die in de wolk was te gehoorzamen: het Woord van God.

De wolk symboliseert dus Gods aanwezigheid en voorzienigheid voor Zijn volk door Zijn leiding, door Zijn volk beschutting te bieden, en hen tegen vijanden te verdedigen door een muur rondom hen en ons te zijn. Wij hebben geen zichtbare wolk, maar we hebben nog steeds het privilege van Gods geestelijke leiding, bescherming en verdediging, en daarom de verantwoordelijkheid de stem van dezelfde Persoon te gehoorzamen als die vanuit de wolk leiding en bescherming gaf en tegen vijanden verdedigde.

De term "dopen" die voorkomt in de woorden "allen lieten zich in Mozes dopen in de wolk en in de zee" wordt door Paulus gebruikt in de betekenis van toegewijd, geheiligd of geїnitieerd. Hij maakt ons erop opmerkzaam dat de Israëlieten aan God werden gewijd, maar niet noodzakelijkerwijs gewijd in de zin van gehechtheid of trouw; maar meer gewijd in de zin van verplichtingen hebbend ten opzichte van Hem en van Mozes, en dat God hen wil gebruiken om Hem te verheerlijken en Zijn wetten te gehoorzamen.

Als dit iets voor ons wil gaan betekenen, dan moeten we ons pal middenin datgene waar Paulus over schrijft gaan plaatsen, omdat op de manier waarop hij schrijft, hij bedoelt dat alle christenen die gedoopt zijn, zelfs al zijn ze niet in de wolk of in Mozes gedoopt, in Christus zijn gedoopt. Dat zet ons apart als toegewijd, opgedragen aan God en aan de Stem — het Woord van God — vanaf dat moment voor het verdere van ons leven om Hem te dienen door Hem door ons gedrag in ons leven te verheerlijken.

Het kan helpen te bedenken dat dit geen natuurlijke wolk was. (Ik denk nu weer aan de Israëlieten.) Deze was bovennatuurlijk. Hij liet geen regen vallen; bewoog tegen de wind in; ging voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts. Hij spreidde zich uit als dat nodig was of trok zich weer samen, zoals in de vorm van de vuurkolom. Hij kon snel van kleur veranderen en verschijnen als een witte pilaar (overdag) of vlammen van vuur ('s nachts). Hij was een wonderlijk symbool van Gods aanwezigheid en voorzienigheid. Deze zelfde bovennatuurlijke betekenis ligt besloten in wat Paulus hier schrijft en dat wordt heel duidelijk in vers 4 als hij het woord "geestelijk" gebruikt.

In de manier waarop Paulus dit woord gebruikt betekent het niet geestelijk van nature, maar geestelijk voor wat betreft zijn bron. Het manna en het water in de woestijn met de Israëlieten van de oudheid was helemaal fysiek, het werd door fysieke wezens genuttigd, maar de bron was bovennatuurlijk. Het kwam van de geestelijke God die daar op bovennatuurlijke wijze in voorzag.

Hetzelfde gold voor iedere gebeurtenis waarbij de wolk door God werd gebruikt om te leiden, een vuurkolom te worden, een kolom te worden die vooruit ging, die zich over hen uitspreidde en hun beschutting gaf. Wat er ook maar nodig was, de wolk was er altijd. Daarom is het belangrijk dat we de betekenis zien van "bovennatuurlijk" en "geestelijk".

Paulus spoort u en mij aan de privileges die we hebben grondig te onderzoeken en te vergelijken; evenals bij het Israël uit de oudheid zijn deze ook ons ongevraagd ten deel gevallen.

In vers 5 komt een waarschuwing. Paulus spreekt in vers 5 op eufemistische wijze en hij was uiterst vriendelijk in wat hij zei. Eén commentator zei dat het op zijn minst vertaald had moeten worden met: "God was met de meesten van hen niet ingenomen." De schokkende waarheid is dat God slechts ingenomen was met twee van hen en de gehele rest stierf in de woestijn. Wat zegt dat over de manier waarop de Israëlieten reageerden op die bovennatuurlijke wolk die boven hen stond en de stem die via Mozes tot hen sprak? Volgden zij het Woord van God — de Engel met een hoofdletter? Het staat vast dat ze dat niet deden!

Dat is de waarschuwing hier in 1 Corinthiërs 10:1-5, omdat Paulus zag dat het gedrag van die mensen in Corinthe geestelijk parallel liep aan wat de Israëlieten in de woestijn deden. Zij volgden het Woord van God niet. Die wolk vertegenwoordigde de thuisbasis van de Engel die daar vertoefde. Waar was die in relatie met de Israëlieten die op aarde liepen? Hij was daarboven in de hemel, de eerste hemel, maar in de beeldspraak van Paulus past dat perfect.

Over wie heeft hij het eigenlijk hier in 1 Corinthiërs 10? Hij heeft het over dezelfde Persoon die nu in de hemel der hemelen woont. Hij is nu daarboven in de derde hemel, maar Hij is onze geestelijke vertegenwoordiger daarboven, en Paulus zegt deze mensen: "Reageert u op Hem door het nemen van de juiste beslissingen op basis van Zijn woord, of gelooft u niet, evenals de Israëlieten, en dwaalt u alle kanten uit?"

Heel specifiek gezegd, de Israëlieten slaagden er niet in de stem te volgen van Degene die in de wolk was, en die stem was het Woord van God. Het Woord van God leidde hen. Het Woord van God verdedigde hen. Het Woord van God voorzag hen van voedsel. Het Woord van God voorzag hen van water.

De les is dat dezelfde Persoon die in de wolk was, precies dezelfde dingen voor ons doet. Handelen we naar Zijn Woord, of verwerpen we het, evenals de Israëlieten deden?

Laten we even kijken wat 1 Corinthiërs 8 zegt in de verzen 8 en 9.

1 Corinthiërs 8:8-9 Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wèl, wij zijn er niet meer om. 9 Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid van u niet tot aanstoot voor de zwakken worde.

Als we aan het begin van het hoofdstuk zouden gaan lezen, dan zouden we zien dat het tamelijk onschuldig begint, het schijnt over voedsel te gaan. Maar feitelijk voorzag een letterlijke gebeurtenis alleen maar de illustratie voor iets waar het Paulus werkelijk om ging. Let op het woord "bevoegdheid" in vers 9. "Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid ..." Waar heeft hij het nu precies over? Wat bedoelt hij met dat woord bevoegdheid? Dit is het begin van het onderwerp dat aan hoofdstuk 10 ten grondslag ligt. Het begint al helemaal hier. Het echte onderwerp heeft met bevoegdheid [vrijheid] van doen. De bevoegdheid om wat te doen? De bevoegdheid om keuzes te maken. Kijk maar in vers 4 van hoofdstuk 9. Daar gaan we het heel duidelijk zien.

1 Corinthiërs 9:4-5a Hebben wij geen bevoegdheid [vrijheid] om te eten en te drinken? 5 Hebben wij geen bevoegdheid [vrijheid] om een zuster als vrouw mede te nemen ...?

1 Corinthiërs 9:7a Wie doet ooit dienst in het leger en betaalt zijn eigen soldij [dient op eigen kosten]?

Hij gaat daarna verder met de verklaring dat hij de bevoegdheid heeft geld van de kerk te ontvangen. Dat is zijn recht, maar wat deed Paulus? Hij koos ervoor, om hun bestwil, het niet te doen. Hij heeft het over het maken van keuzes; het was zijn recht het te doen of het niet te doen.

Het onderwerp wordt nog verder uitgewerkt tot we bij vers 24 komen, dat één van de krachtigste aansporingen van de bijbel bevat. Daar staat:

1 Corinthiërs 9:24-27 Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! 25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. 26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde en ik ben geen vuistvechter, die zo maar in de lucht slaat. 27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.

Paulus heeft het over het maken van keuzes en hoe hij zijn lichaam sloeg en zich opofferingen getroostte om er zeker van te zijn dat hij de juiste keuze maakte, zelfs al moest hij daarvoor het nodige opgeven.

1 Corinthiërs 10 begint met het woord "want". Het heeft dan ook een rechtstreekse relatie met het onderwerp van de hoofdstukken 8 en 9. En waar heeft hij het over? Hij heeft het over Degene die in de wolk was en de bevelen gaf die wij verondersteld worden te gehoorzamen. We hebben de keus te gehoorzamen, of we hebben de keus niet te gehoorzamen zoals Israël deed. Natuurlijk weten we dat Paulus hen ertoe aanspoorde naar de stem die in de wolk is te luisteren. Zoals hij heel duidelijk maakt, is dat Jezus Christus. Daarna geeft hij nog vier of vijf voorbeelden van de manier waarop Israël in de woestijn afdwaalde. Dan in vers 12 komt de waarschuwing voor u en mij.

1 Corinthiërs 10:12 Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

Wat zegt hij? Kort gezegd komt het erop neer dat hij zegt dat de Israëlieten behept waren met een aanmatiging en zij namen, natuurlijk ten onrechte, aan dat God alles wel zou accepteren en hen zou vergeven. "Wie meent te staan, zie toe, dat hij de juiste keuzes maakt.".

1 Corinthiërs 10:13-14 Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt. 14 Daarom dan, mijn geliefden, ontvlucht de afgoderij!

We komen nu weer helemaal terug bij het kernpunt van dit onderwerp dat mensen zich onbewust vergoddelijken door het woord van God terzijde te schuiven en de dingen te geloven die zij kiezen in plaats van wat God zei. Dit is ongetwijfeld een kernpunt in ons behoud en het voleindigen van de weg die voor ons ligt. Het staat ons niet vrij zelf onze leerstellingen vast te stellen.

De bijbel is de geschreven stem van Degene die in de wolk was, en Paulus heeft op deze manier dus voorzien in een serie voorbeelden uit de tijd dat zij van het juiste pad afdwaalden door de stem van de Engel niet te geloven. Zijn waarschuwing aan u en mij is "Vlucht weg van afgoderij" en "Wees niet aanmatigend".

De wolk is niet zichtbaar, maar is nog steeds aanwezig. De stem van Degene die in de wolk was, is nog steeds aanwezig daarboven in de hemelen. Hij verblijft nu op een veel hoger niveau dan voorheen, maar Hij is dezelfde Persoon. Dat is het punt waar het Paulus om gaat. Het ligt dus aan ons om onze tijd te gebruiken om van Gods ongezuurde woord van oprechtheid en waarheid te eten, zodat we volledig toegerust zullen zijn om de juiste beslissingen te kunnen nemen, de keuzes waartoe we bevoegd zijn, vrij zijn om te beslissen wat we zullen doen, zodat we in het koninkrijk zullen zijn, of erbuiten zullen staan. De keus is aan ons. Laten we ervoor zorgen dat we ervoor kiezen dat het ongezuurde brood van oprechtheid en waarheid onze keuzes bepaalt.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)