Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 6)

Door John W. Ritenbaugh
17 april 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh beweert met klem dat als we duidelijke, niet voor tweeërlei uitleg vatbare schriftgedeelten gebruiken om onduidelijke schriftgedeelten te verduidelijken, en als we niet proberen een leerstelling vast te stellen op basis van de interpretatie van één woord, we de leerstellige blindheid veroorzaakt door een ijdel, vleselijk redeneren op basis van vermoedens kunnen vermijden. De moeilijkheden die sommigen hebben gehad met de juiste tijd van het Pascha, het garfoffer en de juiste tijd van Pinksteren, kwamen voort uit een omkering van het proces, waarbij veronderstellingen werden gemaakt die niet waar konden worden gemaakt door duidelijk schriftuurlijk bewijs. Als we de duidelijke instructies over offeranden uit Deuteronomium 12 (gegeven aan Jozua) volgen, wordt het overduidelijk dat Jozua in Jozua 5 absoluut geen garfoffer zou hebben gebracht. Er is ook geen schriftuurlijke basis om te veronderstellen dat het garfoffer binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet vallen. We moeten niet durven iets toe te voegen aan of weg te laten uit Gods duidelijke instructies.


In de vorige preek in deze serie, gegeven op de laatste dag Ongezuurde Broden, vermeldde ik in het kort een verslag over een onderzoek betreffende kwaliteiten die belangrijk zijn voor een succesvol huwelijk. Dit onderzoek werd gehouden tijdens het Loofhuttenfeest in Branson, Missouri. Het onderzoek liet zien dat bekering door de geїnterviewden slechts van secundair belang werd geacht.

Die reactie was in het bijzonder zo verontrustend, omdat die kwam van leden van de kerk van God, die blijkbaar niet begrijpen dat wat zij geestelijk geloven alles wat met relaties te maken heeft in sterke mate zal gaan beїnvloeden. Een gebrek aan bekering is de bron van veel huwelijksproblemen. Geloof in God en bekering naar Zijn manier van denken is de oplossing waar de gehele wereld — zonder het te weten — naar uitkijkt.

Wat denken de leden van Gods kerk dat Jezus Christus zal gaan doen als Hij wederkeert? Wat denken ze dat zijzelf zullen gaan doen indien en wanneer ze in die tijd deel zullen uitmaken van het Koninkrijk van God?

Gemeente, de allereerste taak in de wereld van morgen, nadat aan de initiёle problemen door oorlog een einde is gemaakt, is werken aan de bekering van de mensen tot Gods manier van leven, zodat wat er nog maar net is gebeurd niet opnieuw zal gebeuren. Deze taak zal eruit bestaan de mensen te helpen God te geloven, zodat ze met God en met elkaar zullen samenwerken in plaats van te wedijveren. Bekering zal hen bevrijden zodat ze een overvloedig leven kunnen leiden, bevrijd van de vele angsten, jaloezies en begeerten die deze huidige boze wereld overheersen. Gemeente, sommigen schijnen niet de praktische relatie en toepassingen te kunnen leggen tussen wat we in persoonlijke studie, sabbatpreken en bijbelstudies leren, in de zin van dat we dan zullen laten zien wat we werkelijk geloven door het ook echt te doen.

We moeten er allemaal voor vechten om werkelijk te geloven dat God bedoelt wat Hij zegt, en ook de dienaren vallen onder dat "allemaal". Ik weet dat ik mijn blinde vlekken heb gehad, en ik ben er zeker van dat omdat ik menselijk ben, ik ze nog steeds heb en ze van tijd tot tijd zal hebben zolang ik nog als fysiek mens leef. Maar tezelfdertijd is dat geen excuus voor mij of voor een ander om geen beroep op God te doen om me ervan te bevrijden en tezelfdertijd ernaar te streven me te onderwerpen aan wat Hij me laat zien en dat te overwinnen.

Ik heb een aantal ervaringen met leerstellige blindheid meegemaakt die ik met u zou willen delen. Deze ervaringen hebben betrekking op belangrijke leerstellingen waarbij zowel dienaren als gewone leden binnen de kerk van God om de een of andere reden niet konden zien wat er duidelijk in Gods woord geschreven staat.

We beginnen in 2 Corinthiërs 11:3.

2 Corinthiërs 11:3 Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige [en loutere] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.

De woorden in dit vers waar het voor het doel van deze preek om gaat zijn "de eenvoudige en loutere toewijding". In het Grieks is dit maar één woord dat "eenvoud", "zuiverheid" of "oprechtheid" betekent. Misschien kunnen we het beter begrijpen als ik de antoniemen ervoor geef. De antoniemen voor dit woord zijn "listig", "verdraaid", "bedrieglijk" of "verwonderd". Gods woord bedoelt wat het zegt en Hij zegt wat Hij bedoelt.

Zodhiates zegt dat dit woord in dit vers duidt op "openhartigheid". Dat is dan ontleend aan de betekenis oprechtheid. Het duidt op openhartigheid en we moeten dan tot de conclusie komen dat Gods woord niet vol staat met dubbelzinnigheden of uitspraken met allerlei bijbedoelingen. Hij probeert geen dingen voor Zijn kinderen te verbergen door de dingen opzettelijk moeilijk te maken. Inderdaad laat Hij ons naar informatie zoeken en graven, omdat het bewijs werkelijk overal in het boek kan staan, maar de verzen zelf zijn niet ingewikkeld. De dingen zijn voor de wereld verborgen, maar Gods doel met ons is om ons door Zijn Geest de dingen te openbaren.

Een groot deel van het probleem waardoor dit niet begrepen wordt, wordt in Romeinen 8:7 bevestigd, waar staat: "De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods, trouwens, het kan dat ook niet." Daar speelt de gezindheid van het vlees een rol in, gecombineerd met de menselijke ijdelheid, die het verlangen heeft zichzelf op te blazen als beter, slimmer, of wat dan ook, dan anderen te zijn.

Ik kom nu met enkele ervaringen die ik heb gehad aangaande de datum waarop het Pascha valt, en dan ook Pinksteren als het Pascha op een wekelijkse sabbat valt. We zullen dit kort onder de loep nemen, omdat de voorbeelden goed passen in deze serie over hoe mensen niet geloven wat de schriften duidelijk zeggen. Als ik zeg "kort", bedoel ik ook kort. U herinnert zich nog wel dat ik tien preken gaf over het Pascha, dit onderwerp kan dus echt worden uitgerekt door op elk klein detail diep in te gaan. Ik zal echter slechts enkele geselecteerde voorbeelden nemen, waarvan ik denk dat die duidelijk illustreren hoe de mens gewoon negeert wat er pal voor zijn neus staat.

Allereerst wil ik u twee principes van interpretatie geven. De heer Armstrong leerde ons dat we duidelijke schriftgedeelten moeten gebruiken om onduidelijke te interpreteren. Niet andersom. We gebruiken de duidelijke om de onduidelijke te interpreteren.

Ten tweede, bouw nooit een leerstelling op rondom de interpretatie van een woord. Het gebruik van woorden verandert door de tijd. Iedereen van ons kent wel het voorbeeld van "gay" dat "gelukkig" betekende, maar nu "homoseksueel". Hoe in de wereld is dat mogelijk? Maar het woord is qua betekenis veranderd. Het gebruik ervan is veranderd en praktisch ieder woord kan zo'n soort ontwikkeling ondergaan.

Het verschil van mening over de datum van het Pascha heeft betrekking op wanneer het moet worden gehouden. Moet het worden gehouden als de dertiende dag van de eerste maand eindigt en de veertiende dag begint, of als de veertiende dag eindigt en de vijftiende dag begint? Er bestaat geen verschil van mening over wanneer Jezus het hield. Je zou toch denken dat Hij de standaard is voor iedereen die beweert christen te zijn. Jezus hield het aan het begin van de veertiende. Dat zou het einde van de twist moeten zijn, maar sommigen zien problemen om de manier waarop Jezus het hield in overeenstemming te brengen met de volgorde van de aanwijzingen die in Exodus 12 gegeven worden, en de manier waarop de joden het doen. De joden houden het aan het einde van de veertiende en doorlopend in de vijftiende.

Leviticus 23:4-6 Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd. 5 In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE. 6 En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.

Dat is echt heel duidelijk. Het Pascha is op de veertiende. Ongezuurde Broden begint op de vijftiende. We hebben dus — om in termen van onderwijs te spreken — twee aparte feesten: Pascha en Ongezuurde Broden, die in termen van het tijdstip waarop ze moeten worden gehouden, aaneensluiten. Sommigen betogen dat de Pascha-dienst moet worden gehouden als de veertiende eindigt, daarom beginnen zij met het houden van het Pascha aan het einde van de veertiende, zelfs al loopt dat dan over in de vijftiende. Zij zeggen dat aangezien ze er toen (aan het eind van de veertiende) mee begonnen, ze het in feite op de veertiende houden. Maar als men dit doet, kan ik u garanderen dat na verloop van tijd het aparte onderwijs over elk feest zal vervagen en zich met elkaar zal vermengen en de twee aparte feesten zullen één worden. De joden zijn een historisch voorbeeld. Zij kennen de dagen der Ongezuurde Broden bijna niet meer.

Om hun "houden aan het einde van de veertiende" te onderbouwen komen zij die geloven dat het Pascha aan het einde van de veertiende moet worden gehouden, aandragen met een samengeflanste, ingewikkelde verklaring om dit te rechtvaardigen. Deze is erg afhankelijk van de betekenis van duistere woorden waarvoor mysterieuze, technische handboeken nodig zijn. Wacht nu eens even! Dat heb ik allemaal al eens uitgelegd en dat hoeft niet opnieuw te worden gedaan.

Laat me u een vraag stellen. Hoeveel mensen hebben sinds God met de mens begon te communiceren een Strong's Concordance op zak? Wat te denken van een Theological Word Book of the New Testament [Theologische woordenboek van het Nieuwe Testament]? Of een Theological Word Book of the Old Testament [Theologische woordenboek van het Oude Testament]? Of Zodhiates? Of Vine's? Of The Englishman's Greek Concordance of the Bible, of de Hebrew Concordance of the Bible? En wat te denken van een hele bibliotheek aan commentaren?

Gemeente, de waarheid van God is niet zo gecompliceerd. Kunnen alleen mensen met een hele bibliotheek aan technische handboeken tot bekering komen? God heeft de vertaling van Zijn woord onder Zijn hoede gehouden. En al kunnen die referentie-werken bij tijden de nodige hulp bieden, toch zijn ze absoluut niet noodzakelijk om juiste leerstellingen te kennen. God heeft de bijbel geschreven opdat iemand die geroepen wordt, die zorgvuldig is en een normale opleiding heeft gehad, de waarheid ervan kan begrijpen.

Exodus 12:10-12 Gij zult daarvan niets overlaten tot de morgen; wat ervan overblijft tot de morgen, dat zult gij met vuur verbranden. 11 En aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten; het is een Pascha voor de HERE. 12 Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik, de HERE.

Exodus 12:21-23 Toen ontbood Mozes al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Trekt heen, haalt kleinvee voor uw geslachten en slacht het Pascha. 22 Daarna zult gij een bundel hysop nemen en in het bloed in een schaal dopen, en van het bloed in die schaal strijken aan de bovendorpel en aan de beide deurposten; niemand van u zal de deur van zijn huis uitgaan tot de morgen. 23 En de HERE zal Egypte doortrekken om het te slaan; wanneer Hij dan het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten ziet, dan zal de HERE die deur voorbijgaan en de verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.

Exodus 12:29-38 En te middernacht sloeg de HERE iedere eerstgeborene in het land Egypte, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, tot de eerstgeborene van de gevangene, die in de kerker was, benevens alle eerstgeborenen van het vee. 30 En Farao stond des nachts op, hij en al zijn dienaren en alle Egyptenaren; en er was een luid gejammer in Egypte; want er was geen huis, waarin geen dode was. 31 Toen ontbood hij des nachts Mozes en Aäron en zeide: Maakt u gereed, gaat weg uit het midden van mijn volk, zowel gij als de Israëlieten; gaat, dient de HERE, zoals gij gezegd hebt. 32 Neemt ook uw kleinvee en uw runderen mee, zoals gij gezegd hebt; maar gaat! En wilt ook mij zegenen. 33 De Egyptenaren drongen eveneens sterk bij het volk aan, om het snel uit het land te laten gaan, want, zeiden zij, wij sterven allen. 34 Toen nam het volk zijn deeg op, voordat het gezuurd was, met hun baktroggen in hun klederen gebonden op hun schouders. 35 Voorts deden de Israëlieten naar het woord van Mozes en vroegen van de Egyptenaren zilveren en gouden voorwerpen en klederen. 36 En de HERE bewerkte, dat de Egyptenaren het volk gunstig gezind waren, zodat zij hun verzoek inwilligden. Zo beroofden zij de Egyptenaren. 37 Daarna trokken de Israëlieten op van Raämses naar Sukkot, ongeveer zeshonderdduizend man te voet, ongerekend de kinderen. 38 Ook trok een menigte van allerlei slag met hen mee; en kleinvee en runderen een zeer talrijke veestapel.

Exodus 12:42 Een nacht van waken was dit voor de HERE, om hen uit het land Egypte te leiden. Dit is de nacht van waken ter ere van de HERE voor alle Israëlieten in hun geslachten.

We zouden kunnen zeggen dat het een basispatroon is, dat God in de eerste twintig verzen tot Mozes spreekt. Dan te beginnen in vers 21 spreekt Mozes tot de Israëlieten, en daarna volgt een verslag van wat er iets later in diezelfde nacht plaatsvond. Er zit geen verschil in de instructies die God aan Mozes gaf en wat Mozes aan de Israëlieten doorgaf.

Er zijn diverse woorden die ik hier wil benadrukken: het woord morgen in vers 10; het woord overhaast in vers 11. Het woord huis wordt vaak gebruikt; en in heel wat verzen zelfs uw huis. Het woord middernacht in vers 29. De woorden zeshonderdduizend man in vers 37; menigte van allerlei slag in vers 38; een zeer talrijke veestapel in vers 38; en tenslotte nacht in vers 42.

Ik zal u een korte uitleg geven, maar ik zal beginnen met een algemene instructie. Elk van deze woorden die ik eruit pikte betekent precies wat het zegt. Daar zit niets mysterieus of verborgens bij. Met elkaar geven ze een duidelijk beeld van de logistiek van deze gebeurtenis. Ik zal het woord "logistiek" uitleggen, omdat we de betekenis ervan in het algemeen niet in ons denken voor de hand hebben, zelfs al kennen we het woord.

Logistiek heeft betrekking op de organisatie, het verloop en de verwezenlijking van een plan, gewoonlijk een plan waar grote aantallen mensen bij betrokken zijn. Het woord wordt meestal in verband gebracht met militaire zaken. Het heeft betrekking op de organisatie, het verloop en de verwezenlijking van een plan, gewoonlijk een plan waar grote aantallen mensen bij betrokken zijn.

Ze moesten tot de morgen in hun huizen blijven. Wanneer is het voor u morgen? Wanneer is dat? Morgen betekende voor de Israëlieten in de oudheid hetzelfde als het voor ons in deze tijd betekent. Het betekent de dageraad — het aanbreken van de dag. Het is precies hetzelfde woord dat vele malen in Genesis 1 voorkomt: avond en morgen. Wat betekent morgen daar? Betekent het niet het daglicht deel van een 24-urige dag — de helft van 24 uur? Dat is precies wat het hier betekent — het daglicht deel van de dag.

Ik wil één vers in Marcus opslaan, in hoofdstuk 13 waar Jezus definieert wat een dag is. In feite definieert Hij het nachtelijke deel van de dag, maar we moeten wel wat Jezus zei, vergelijken met wat Mozes in Exodus schreef. Ze spreken om zo te zeggen dezelfde taal.

Marcus 13:35 Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, laat in de avond [het Grieks duidt op omstreeks het ondergaan van de zon] of te middernacht [ruwweg om 12 uur 's nachts], bij het hanegekraai [ruwweg omstreeks 3 uur 's morgens] of des morgens vroeg [bij de dageraad].

Is dat niet eenvoudig? We laten Jezus definiёren wat morgen is en Hij doet het. Het is het daglicht deel van de dag. Ze moesten in hun huizen blijven tot het aanbreken van de dag — de dageraad.

Ze moesten overhaast eten. Ook hier betekent het Hebreeuwse woord hetzelfde als het Nederlandse woord. Straks zullen we zien waarom ze overhaast moesten eten. Aan dit woord is een interessant aspect verbonden. Het heeft zijn oorsprong in "schrikken" — een snelle, schokkende beweging maken. Met andere woorden "overhaast" kan worden vertaald met "opwinding" — als u kippenvel krijgt en u een zekere mate van vrees krijgt. Deze vrees wordt heel goed tot uitdrukking gebracht in Cecil B. DeMille's film "The Ten Commandments" met Charlton Heston in de hoofdrol. De Israëlieten hielden het Pascha terwijl ze het geweeklaag hoorden vanuit de Egyptische huizen waar de dood had toegeslagen, en ook zij vreesden voor hun leven. De acteurs beeldden dit vrij goed uit.

Exodus 12:22 Daarna zult gij een bundel hysop nemen en in het bloed in een schaal dopen, en van het bloed in die schaal strijken aan de bovendorpel en aan de beide deurposten; niemand van u zal de deur van zijn huis uitgaan tot de morgen.

Dit is een instructie specifiek voor die mensen in Egypte. Mozes gaf hun die instructie ter plaatse in Egypte. Ze mochten hun huizen tot aan de morgen — tot het aanbreken van de dag — niet verlaten. Toen de doodsengel doortrok, waren zij in hun huizen. Ze waren niet in Raämses. Ik zal u straks vertellen waarom. Nogmaals die film brengt dat vrij goed tot uitdrukking. Ze waren in hun huizen toen de doodsengel doortrok.

Het grootste deel van de Israëlieten was over Gosen verspreid. Gosen is niet de naam van één stad, het is een groot gebied, de naam van een streek. Dit is een belangrijke reden dat ze overhaast moesten eten en zich reisvaardig maken, omdat ze als de nacht voorbij was op reis moesten, ze moesten van hun huis naar de vergaderplaats lopen, vanwaar ze het land zouden uittrekken. Pal op het moment dat de zon opkwam, gingen zij op weg omdat ze een behoorlijke afstand moesten afleggen.

Het woord "middernacht" geeft ons een algemeen handvat betreffende het moment waarop één van de belangrijke gebeurtenissen van dit logistieke probleem plaatsvond. Het betekent niet precies 12 uur 's nachts, maar gewoon de middelste periode van de duistere periode van de 24-urige dag. Zo rond 12 of 1 uur 's nachts, of iets in die geest.

De volgende woorden waarover we gaan nadenken zijn "zeshonderdduizend man". Dit was het aantal strijdbare mannen. Het is een heel interessant getal, omdat het duidt op een bevolking van ergens tussen de twee en drie miljoen mensen als we vrouwen en kinderen, oude mannen en oude vrouwen, bij die zeshonderdduizend optellen. Dit is een voorzichtige schatting, omdat niemand het zeker weet. Maar deskundigen op het gebied van de samenstelling van de bevolking schrijven dat als alles meewerkte, gelet op moderne geboorte- en overlijdenscijfers, de Israëlieten wel uit zes miljoen mensen hebben kunnen bestaan. Als we dat getal terugbrengen tot twee of drie miljoen schijnt dat dus een redelijk conservatief getal.

Maar ik wil dat u beseft — ook al waren het maar twee of drie miljoen mensen — dat het een groot aantal mensen is! Die bevolking is groter dan het aantal inwoners van de stad Charlotte en Mecklenburg County bij elkaar. Dat is 25% van het aantal inwoners van het gebied van Los Angeles. Het is gelijk aan het aantal inwoners van Chicago, groter dan het aantal inwoners van Philadelphia en groter dan minstens 15 afzonderlijke staten van de Verenigde Staten.

Naast deze Israëlieten was er ook nog een menigte van allerlei slag van niet-Israëlitische mensen, die niet meegeteld waren in die groep. Let op dat woord menigte. Dat betekent het precies. Het betekent voornaamste, groot, veel, overvloedig. Naast dit alles was er een zeer talrijke veestapel, schapen, geiten, kippen, eenden en wat al niet meer. Het ging om een werkelijk omvangrijke operatie.

Tenslotte het woord nacht in Exodus 12:42. "Een nacht van waken was dit voor de HERE, om hen uit het land Egypte te leiden." Dat woord "nacht" betekent precies wat het zegt: het donkere deel van een 24-urige dag. De Israëlieten verlieten Egypte in het donkere deel van een 24-urige dag. Ze trokken Egypte uit bij nacht aan het begin van de vijftiende — 24 uur nadat de gebeurtenissen op de veertiende begonnen.

De Israëlieten waren goed geїnstrueerd en georganiseerd om deze volgorde van gebeurtenissen als volgt tot stand te brengen: Op de tiende kozen ze het lam uit. Ze bewaarden het tot aan de avondschemering, tussen de twee avonden, aan het einde van de dertiende en het begin van de veertiende. Ze doodden de geit of het lam, wat het maar was, vingen het bloed op in een schaal, vilden het dier en roosterden het daarna, wat toch minstens enkele uren moet hebben gekost. Daarna begonnen ze het te eten terwijl ze nog steeds in hun huizen waren, gekleed om te vertrekken zodra de morgen zou aanbreken.

Bij het aanbreken van de dag verlieten ze hun huizen en begonnen aan hun tocht naar de verzamelplaats vanwaar ze het grondgebied van Egypte zouden verlaten. Die plaats heet in de NBG Raämses. Maar moderne geleerden denken dat het een stad met de naam Qantir was. Dat doet er niet echt toe, omdat beide in ongeveer dezelfde streek van Egypte lagen.

Deze stad lag net buiten Gosen, maar gemiddeld moesten de Israëlieten zo'n 15 tot 20 kilometer lopen en dat voor zo'n 2½ miljoen mannen, vrouwen, kinderen, oude mannen, oude vrouwen, zwangere vrouwen, kinderen van alle leeftijden, met al hun bezittingen die ze konden dragen, ezels, vee, schapen, geiten, kippen, eenden en karren om dingen op te vervoeren. Toen ze eenmaal in Raämses waren, moesten ze daar nog op de juiste plaats worden opgesteld. Dat kostte vele uren.

Ik heb dienaren van de kerk van God horen zeggen dat ze reeds in Raämses waren toen dit proces begon. Maar als ze reeds in Raämses waren, waar waren dan hun huizen? Op welke deurposten streken zij het bloed?

Hebt u er enig idee van wat de gevolgen zijn als er zo'n 2½ miljoen mensen een stad binnentrekken? Gemeente, ik heb het met eigen ogen gezien en het zelf ervaren bij de Rose Bowl, toen er honderdduizend mensen waren. Ik heb honderdduizend mensen tegelijk van een plein zien vertrekken, zo'n groep lopende mensen veroorzaakt een geweldige verkeersopstopping.

Ik heb de Rose Parade in Pasadena gezien, toen er zo'n miljoen mensen kwamen kijken. Op zo'n moment kun je je in een plaats als Pasadena nauwelijks bewegen, omdat er zoveel voetgangers zijn. Je kunt nauwelijks iets doen. We hebben het hier over twintig keer zoveel als bij de Rose Bowl en 2½ keer zoveel als het aantal mensen dat de Rose Parade kwam bekijken.

Raämses is zo klein dat ze het amper kunnen vinden. Nee gemeente, ze waren in hun eigen huizen, net zoals God hen bevolen had. Waarom liet God hen dat doen? Hij liet hen blijven als een laatste getuigenis voor de Israëlieten, waarbij Hij hun bewees dat ze inderdaad geheiligd waren — apart gezet — door het bloed van Jezus Christus, en daardoor beschermd werden ongeacht waar ze waren. Wat een ontzagwekkend wonder! Ik hoop dat dit u helpt in uw denken om uw geloof betreffende dit punt te verstevigen. Dit is slechts een heel klein stukje ervan. De hele rest van de leerstelling zit op dezelfde manier in elkaar. Het is net zo helder als klaarlichte dag. Het Pascha begint als de dertiende eindigt en de veertiende begint. Vierentwintig uur later vieren we de uittocht op de eerste dag Ongezuurde Broden.

Laten we nu snel omschakelen naar het garfoffer dat het begin is voor het tellen naar Pinksteren. Dit jaar was dat de zondag juist voor de laatste dag Ongezuurde Broden. Ook hier is niets moeilijks aan als men gelooft wat God zegt of niet zegt. We willen niet aan Zijn woord toevoegen of ervan afdoen.

Ik moet toegeven dat dit punt echter iets complexer is, maar het is niet moeilijk.

Leviticus 23:10-13 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij komt in het land dat Ik u geef, en de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst naar de priester brengen, 11 en hij zal de garve voor het aangezicht des HEREN bewegen, opdat gij welgevallig zijt; daags na de sabbat zal de priester die bewegen. 12 Gij zult op de dag waarop gij de garve beweegt, een gaaf eenjarig schaap de HERE ten brandoffer bereiden, 13 met als bijbehorend spijsoffer twee tienden fijn meel, met olie aangemaakt, ten vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HERE, en als bijbehorend plengoffer een vierde hin wijn.

Alles wat ik u in deze vier verzen wil laten zien is dat het garfoffer niet slechts het bewegen van een graanschoof voor God was. De ceremonie bestond naast het offer van de eersteling van het graan ook uit een brandoffer, een spijsoffer en een drankoffer.

Jozua 5 is de sleutel tot een alternatieve uitleg van wanneer Pinksteren moet worden gehouden in de jaren dat het Pascha op een wekelijkse sabbat valt, omdat de alternatieve uitleg vereist dat er in Jozua 5 een garfoffer werd gebracht, en als dat niet het geval was dan valt de gehele alternatieve uitleg in duigen. Ik zal u laten zien dat daar geen garfoffer werd gebracht.

Jozua 5:7 Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld; dezen heeft Jozua besneden, want zij waren onbesneden, omdat men hen onderweg [tijdens de tocht door de woestijn] niet besneden had.

Jozua 5:10-12 Terwijl de Israëlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho; 11 en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren, op dezelfde dag. 12 En het manna hield op, daags nadat zij van de opbrengst van het land hadden gegeten. Dus hadden de Israëlieten geen manna meer, maar zij aten dat jaar van wat het land Kanaän opleverde.

Let u hier op drie dingen.

Punt nummer 1: Er wordt over besnijdenis gesproken. Het feit dat ze moesten worden besneden laat zien dat het tijdens de jaren — 40 jaar — in de woestijn niet was gebeurd. Met andere woorden het was niet al te ongebruikelijk dat de ceremoniёle aspecten van de wet, zelfs onder Mozes, gedurende vrij lange perioden niet werden uitgevoerd. Zelfs Mozes deed het niet.

Punt nummer twee: Er wordt over het Pascha gesproken, maar het garfoffer wordt in het geheel niet genoemd. Het garfoffer maakt evenzeer deel uit van de ceremoniёle wet als alle andere delen en het is nauw verbonden met de dagen der Ongezuurde Broden, evenals het Pascha dat is. Er wordt over het Pascha gesproken. Het garfoffer wordt niet genoemd. Daarnaast worden er ook absoluut geen andere offeranden genoemd. Totaal niet. Er was niet alleen geen garfoffer, maar ook geen brandoffer, geen spijsoffer, geen drankoffer. Niets van dat alles. Er wordt zelfs geen dankoffer gebracht voor het feit dat ze nu in het land waren aangekomen. Alles wat er wordt gezegd is dat het Pascha werd gehouden.

Er is een duidelijke reden dat er niet over offeranden wordt gesproken; we zullen daar straks verder op ingaan. Gemeente, het is volledig een veronderstelling dat er een garfoffer werd gebracht. Een veronderstelling. Niemand weet precies in welk jaar Israël in het land aankwam; we kunnen dus geen kalender raadplegen om te zien op welke dag het Pascha viel en daarom ligt de zondag waarop het garfoffer werd gebracht ook in het duister.

Punt nummer drie: Vers 12 laat zien dat Israël geen eigen oogst had van hun akkers. Ze aten wat de Kanaänieten hadden gezaaid.

Dit zijn drie punten die we niet zomaar kunnen verbloemen. Het zijn heel belangrijke punten. Ik heb de heer Armstrong diverse keren horen zeggen dat valse leer altijd begint met een verkeerde veronderstelling die wordt geloofd, en waarop dan met zorg wordt verder gebouwd.

We kijken nu even naar Israëls leider, Jozua.

Jozua 1:1 Het geschiedde na de dood van Mozes, de knecht des HEREN, dat de HERE tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, zeide:

Hier volgt dan wat God tot Jozua zei, evenals God tot Mozes sprak.

Jozua 1:5-9 Niemand zal voor u standhouden al de dagen van uw leven; zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn; Ik zal u niet begeven en u niet verlaten. 6 Wees sterk en moedig, want gij zult dit volk het land doen beёrven, dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te zullen geven. 7 Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat. 8 Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn. 9 Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de HERE, uw God, is met u, overal waar gij gaat.

Daar hebben we Jozua's marsorders die hem door God Zelf werden overhandigd! "Wijk niet af naar rechts noch naar links. Volg Mijn wet heel precies." Dat is heel duidelijk.

Schenk daarna ook aandacht aan het respect dat het volk voor Jozua had. Het eerste voorbeeld daarvan is een reactie van Ruben, Gad en de halve stam van Manasse in hoofdstuk 1, vers 12.

Jozua 1:12-18 Tot de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse zeide Jozua: 13 Gedenkt het woord dat Mozes, de knecht des HEREN, u geboden heeft: de HERE, uw God, schenkt u rust en geeft u dit land; 14 uw vrouwen, uw kleine kinderen en uw vee mogen blijven in het land, dat Mozes u gegeven heeft aan de overzijde van de Jordaan, maar gij zult, ten strijde toegerust, aan de spits uwer broeders optrekken, alle dappere helden, en gij zult hen helpen, 15 totdat de HERE uw broeders rust geschonken heeft evenals u, en ook zij bezit genomen hebben van het land dat de HERE, uw God, hun geven zal. Dan moogt gij terugkeren naar uw eigen land en dat in bezit nemen, hetwelk Mozes, de knecht des HERE, u gegeven heeft aan de overzijde van de Jordaan in het oosten. 16 Daarop antwoordden zij Jozua: Al wat gij ons bevolen hebt, zullen wij doen en overal, waarheen gij ons zenden zult, zullen wij gaan; 17 evenzeer als wij naar Mozes gehoord hebben, zullen wij naar u horen; moge maar de HERE, uw God, met u zijn, zoals Hij met Mozes geweest is. 18 Ieder die uw bevel weerstreeft en niet hoort naar uw woorden, wat gij hem ook bevelen zult, zal ter dood gebracht worden. Alleen, wees sterk en moedig!

Stonden ze achter hem of niet? Ze stonden zeker achter hem.

Jozua 3:7 En de HERE zeide tot Jozua: Op deze dag zal Ik beginnen u groot te maken in de ogen van geheel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zal zijn, zoals Ik met Mozes geweest ben.

In hoofdstuk 4, vers 8, zien we dat Israël zijn marsorders ontvangt.

Jozua 4:8 De Israëlieten nu deden, zoals Jozua bevolen had. Zij lichtten twaalf stenen midden uit de Jordaan, zoals de HERE tot Jozua gesproken had, naar het getal van de stammen der Israëlieten, en brachten ze met zich naar het nachtkwartier, waar zij ze neerlegden.

Jozua 4:14 Te dien dage heeft de HERE Jozua groot gemaakt in de ogen van geheel Israël, zodat zij hem vreesden, zoals zij Mozes gevreesd hadden al de dagen van zijn leven.

Het woord "vreesden" had beter vertaald kunnen worden met "groot respect". Het ging bijna zover dat Jozua werd vereerd.

Jozua 23:1-3 Lange tijd, nadat de HERE Israël rust gegeven had van al zijn vijanden aan alle zijden, en toen Jozua oud en hoogbejaard was, 2 riep Jozua geheel Israël, zijn oudsten, zijn hoofden, zijn rechters en zijn opzieners samen en zeide tot hen: Ik ben oud en hoogbejaard geworden, 3 en zelf hebt gij gezien al wat de HERE, uw God, al deze volken gedaan heeft om uwentwil. Want de HERE, uw God, heeft zelf voor u gestreden.

Deze verzen en de volgende hebben betrekking op het einde van Jozua's leven en hij geeft hun advies.

Jozua 24:14-16 Welnu, vreest dan de HERE en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de HERE. 15 Maar indien het kwaad is in uw ogen, de HERE te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult: òf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, òf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen! 16 Toen antwoordde het volk en zeide: Het zij verre van ons, de HERE te verlaten en andere goden te dienen.

Vanuit het boek Jozua kunnen we heel duidelijk zien dat deze man alle dagen van zijn leven God met zijn gehele hart diende. Er is slechts één kleine smet op zijn blazoen, en dat was toen hij naliet God te raadplegen en in plaats daarvan de raad van de oudsten van Israël aannam. Hij nam hun raad aan en die was niet goed. Hij had ook in die situatie God moeten zoeken. Dat was het voorval met de Gibeonieten.

Ik verzeker u dat Jozua een godvrezend mens was. Denkt u dat hij van Gods weg zou afwijken? Ik denk van niet. Dit wordt heel belangrijk.

Uit Deuteronomium 12 kunnen we opmaken waarom er geen offer werd gebracht, behalve het Pascha dat daar in Jozua 5 werd gehouden. Het boek Deuteronomium werd geschreven voordat zij het land binnentrokken. In feite werd het in de laatste maand van Mozes' leven geschreven.

Deuteronomium 12:1-4 Dit zijn de inzettingen en de verordeningen, die gij naarstig zult onderhouden in het land dat de HERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft om het te bezitten, zolang gij op de aardbodem leeft. 2 Gij zult alle plaatsen volkomen vernietigen, waar de volken, wier gebied gij in bezit neemt, hun goden gediend hebben, op hoge bergen en op heuvels en onder elke groene boom. 3 Gij zult hun altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen en hun naam van die plaats doen verdwijnen. 4 Niet alzo zult gij de HERE, uw God, dienen.

Ik lees dat niet allemaal, maar u kunt zelf de details wel invullen. Hier staan de opdrachten voor Israël voor als ze eenmaal in het land zouden zijn. Waren ze toen onder Jozua in het land? Dat waren ze zeer zeker! Deze instructies moesten worden nageleefd als ze eenmaal in het land zouden zijn.

Deuteronomium 12:4-5 Niet alzo zult gij de HERE, uw God, dienen. 5 Maar de plaats, die de HERE, uw God, uit het gebied van al uw stammen verkiezen zal om daar zijn naam te vestigen, om daar te wonen, die zult gij zoeken en daarheen zult gij gaan.

Waar heeft Hij het hier over? God heeft het over een centrale plaats van eredienst voor geheel Israël. Ze mochten geen offeranden brengen op elke willekeurige plaats waar zij dat wilden, ongeacht de omstandigheden, ongeacht hoe belangrijk ze die zouden kunnen vinden. Het stond hun niet vrij offeranden te brengen.

Deuteronomium 12:6-8 Daarheen zult gij brengen uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en uw wijgeschenken, uw gelofteoffers en uw vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. 7 Daar zult gij eten voor het aangezicht van de HERE, uw God, en u verheugen, gij en uw huisgezinnen, over alles wat gij ondernomen hebt, waarin de HERE, uw God, u gezegend heeft. 8 Gij zult geenszins doen wat wij hier thans doen: ieder geheel naar eigen goeddunken.

Ziet u wat God deed? Hij zette een nationale religie op dat één hoofdkwartier had, en daar moesten de offeranden worden gebracht.

Deuteronomium 12:9-11a Want gij zijt nog niet gekomen tot de rustplaats [dat is het beloofde land] en het erfdeel, dat de HERE, uw God, u geven zal. 10 Maar wanneer gij de Jordaan zult zijn overgetrokken en woont in het land dat de HERE, uw God, u zal doen beёrven, en Hij u rust geeft van al uw vijanden aan alle kanten, en gij veilig woont — 11 dan zult gij naar de plaats, die de HERE, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen, alles brengen, ...

God heeft het over het bouwen van Zijn huis — de tabernakel — waarin Hij woont. Als de tabernakel zou worden opgericht, dan zou God daar wonen, en dan zouden zij Hem daar hun offeranden brengen, niet ergens zo maar op het veld binnen de landsgrenzen. Ze moesten wachten tot God door de leider (waarschijnlijk Jozua) een plaats zou aanduiden waar dat zou moeten gebeuren.

Deuteronomium 12:12-14 gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, gij, uw zonen, uw dochters, uw dienstknechten en uw dienstmaagden, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, want hij heeft bezit noch erfdeel met u. 13 Neem u ervoor in acht, dat gij uw brandoffers niet brengt op elke willekeurige plaats [Gemeente, dat is toch zo duidelijk.]; 14 maar op de plaats die de HERE in het gebied van één uwer stammen verkiezen zal, daar zult gij uw brandoffers brengen, en daar zult gij doen alles wat ik u gebied.

Als ze eenmaal in het land waren mochten ze toch nog niet de normale ceremoniёle offeranden brengen die in Numeri 28 en Numeri 29 werden opgesomd totdat het gehele land rust had. Zelfs de normale offeranden werden beperkt tot de plaats waar de tabernakel permanent zou worden gevestigd, en dat zou niet gebeuren voordat het gehele land rust zou hebben. De tijd die dat kostte schijnt — vanaf Jozua 5 — zo'n jaar of zeven te zijn geweest.

De plaats werd uiteindelijk het plaatsje Silo in het gebied van de stam Efraїm. De tabernakel werd niet permanent opgesteld tot in Jozua, hoofdstuk 18. We zullen dat lezen.

Jozua 18:1 En de gehele gemeente der Israëlieten werd samengeroepen te Silo, waar zij de tent der samenkomst oprichtten, aangezien de streek onderworpen was en te hunner beschikking stond.

Laat de woorden "aangezien de streek onderworpen was en te hunner beschikking stond" ons niet op het verkeerde been zetten, omdat nog niet alle stammen "hun rust" hadden gevonden.

Jozua 18:2-3 Toen waren er onder de Israëlieten zeven stammen over, die hun erfdeel nog niet gekregen hadden. 3 Daarom zeide Jozua tot de Israëlieten: Hoelang zult gij traag blijven, om het land in bezit te nemen, dat de HERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft?

Zeven stammen hadden nog geen bezit. Zeven jaar nadat ze in het land waren aangekomen, hadden deze stammen hun erfdeel nog niet in bezit genomen.

Jozua 21:43-45 Zo heeft de HERE aan Israël het gehele land gegeven, dat Hij gezworen had hun vaderen te zullen geven; zij namen het in bezit en gingen er wonen. 44 En de HERE gaf hun aan alle zijden rust, geheel zoals Hij hun vaderen gezworen had; niet één van al hun vijanden heeft voor hen kunnen standhouden; al hun vijanden gaf de HERE in hun macht. 45 Niet één van alle goede beloften, die de HERE aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen.

Pas in Jozua 21, de verzen 43 tot 45, zien we dat ze rust hadden van al hun vijanden rondom.

Denkt u nu echt dat iemand met de reputatie van Jozua zulke belangrijke waarschuwingen, die God Zelf hem gegeven had om niet één jota van Zijn wet te laten vallen, naast zich neer zou leggen? "Wend u niet af naar rechts, noch naar links. U volgt precies de weg die Mozes u geboden heeft." Ik geloof van niet. Hij zou hun in Jozua 5 niet toestaan offeranden te brengen.

Volgens Deuteronomium 12 golden voor Israël niet de juiste omstandigheden om in Jozua 5 een garfoffer te brengen, omdat er in de tijd van Jozua 5 geen officieel geheiligd altaar bestond waar het offer kon worden gebracht. Waarom konden ze dan wel voldoen aan de vereisten om het Pascha te houden? De reden daarvoor is dat daarbij geen altaar nodig was.

Het Pascha was een nationale offerande net als de overige, maar het was iets dat thuis binnen het gezin werd gehouden, precies zoals God het had bevolen. Dat werd thuis gehouden om de persoonlijke, individuele verantwoordelijkheid te versterken in het houden van het verbond met God die hen voorbijging, daarbij hen niet alleen in leven latend, maar als bonus hun ook de politieke vrijheid gaf.

Alle andere normale ceremoniёle offeranden werden op nationale basis gedaan; dat betekent dat ze op één plaats, één moment, ten behoeve van de gehele natie werden gebracht. Die offeranden werden naar Gods symbolische woonplaats gebracht (in dit geval de tabernakel en later de tempel), daar werden ze voor Hem gesteld en op Zijn persoonlijke altaar verbrand. Daarna werden ze door het vuur verteerd, waarbij het wel leek of Hij ze opat, en ze verdwenen.

Beweren dat in Jozua 5 het garfoffer werd gebracht is iets toevoegen aan wat er in de schrift staat. Jozua 5 kan niet als bewijs worden aangehaald voor hun manier van tellen voor Pinksteren. Als het niet kan worden gebruikt, valt hun hele uitleg in duigen en is hun hele conclusie betreffende het brengen van het garfoffer binnen de dagen der Ongezuurde Broden ongeldig.

Maar gemeente, er is nog meer bewijs.

Exodus 23:14-16a Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden. 15 Het feest der ongezuurde broden zult gij onderhouden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de bepaalde tijd van de maand Abib, want daarin zijt gij uit Egypte getrokken; maar men zal niet met ledige handen voor mijn aangezicht verschijnen. 16 Ook het feest van de oogst [Pinksteren], der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; ...

Ik wil niet verder lezen, want ik wil u opmerkzaam maken op wat hier staat. Vers 16 is specifiek van toepassing op de offerande van de eerstelingen van de vruchten. Is het niet waar dat het garfoffer het eerste offer is van de offeranden der eerstelingen, zodat deze instructie hier in vers 16 rechtstreeks op ons van toepassing is? We kunnen niets tegenkomen dat duidelijker is.

Wat staat hier? Er staat hier dat de offerande moet worden gebracht van de eerstelingen van hun arbeid waarmee de Israëlieten hun akker hadden bezaaid. Ziet u: "die gij op de akker zaaien zult". Die woorden zijn toch echt niet moeilijk te begrijpen? Het garfoffer moest worden gebracht van de oogst van het zaad dat zij op hun akker hadden gezaaid.

Konden de Israëlieten ook maar op enigerlei wijze voldoen aan die eis voor het garfoffer, toen ze in Jozua 5 nog maar net enkele dagen in het land hadden doorgebracht voordat ze besneden werden en het Pascha hielden? Als ze dat konden, gemeente, dan was het een record in snelheid van zaaien, opgroeien van het gewas en de oogst binnenhalen in de menselijke geschiedenis op aarde. Denken we dat Jozua zo suf was en zo ongeїnspireerd dat hij die eis gewoon over het hoofd zou zien en zou zeggen: "Och, het doet er deze keer niet toe." Israël at dat jaar van de opbrengst van het land Kanaän.

Eén dienaar uit de kerk van God zei dat toen de Israëlieten het land binnentrokken, de opbrengst van het land dat God hun gaf van hen was; daarom stond het hun vrij het aan God te offeren. Die reactie is slechts gedeeltelijk juist. Het stond hun inderdaad vrij om het te eten, maar het was hun nog niet toegestaan die opbrengst als offerande aan God aan te bieden, omdat zij het niet hadden gezaaid. Besteden we gewoon geen aandacht aan wat God zegt of geloven we niet wat God in die eis vastlegt? Geloven wij datgene wat God hier zegt?

Die offerande moest worden gebracht van het zaad dat de Israëlieten op hun akker hadden gezaaid. Jozua had in het geheel niets ter beschikking dat hieraan voldeed. Naarmate het land werd bevrijd en rust kreeg door de verovering door het leger van Israël, begonnen de Israëlitische boeren achter het leger aan hun land te bezaaien; daarmee begonnen zij de voorbereidingen voor het volgende jaar.

Wie wordt symbolisch door de eerste van de eerstelingen voorgesteld? Dat is zeer zeker Jezus Christus — 1 Corinthiërs 15, de verzen 20 en 23.

1 Corinthiërs 15:20, 23 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. ... 23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst;

Jezus is de eerste van de eerstelingen, en gemeente, ook wij zijn eerstelingen, maar Hij is de eerste van de eerstelingen, evenals het garfoffer de eerste van de eerstelingen is. De rest van de oogst der eerstelingen zal — naar ons begrip van profetie — plaatsvinden zo'n 2000 jaar nadat de eerste van de eerstelingen van de aarde is losgesneden en voor God heen en weer bewogen. Het symbool — het graanoffer — moet overeenkomen met de geestelijke werkelijkheid..

Kwam Jezus uit de heidenen voort? Jezus was een Israëliet van de stam Juda. Hij werd dus geboren uit de akker van Israël, groeide op tot een offerande zonder zonde en werd daarna van de aarde geoogst door middel van een opstanding tot geestelijk leven. Dit is de geestelijke reden dat de offerande moest worden gebracht van het zaad dat de Israëlieten hadden gezaaid. Jozua stond geen door Israël gezaaide opbrengst ter beschikking om te offeren, omdat Israël in de woestijn niet had gezaaid, en trouwens dat was ook hun land niet. De woestijn stond niet als voorbeeld voor hun land en daarnaast waren ze nog maar enkele dagen tevoren in het beloofde land aangekomen.

Er is zelfs nog meer bewijs dat Israël geen garfoffer bracht.

Maleachi 1:6-14 Een zoon eert zijn vader en een knecht zijn heer. Indien Ik nu een vader ben, waar is de eerbied voor Mij? en indien Ik een heer ben, waar is de vrees voor Mij? zegt de HERE der heerscharen tot u, o priesters, die mijn naam veracht. En dan zegt gij: Waarmee verachten wij uw naam? 7 Gij brengt minderwaardige offerspijze op mijn altaar. En dan zegt gij: Waarmee hebben wij U minderwaardig behandeld? Doordat gij zegt: Des HEREN tafel, zij is verachtelijk. 8 Want, wanneer gij een blind dier ten offer brengt, is dat niet erg? Wanneer gij een kreupel of ziek dier brengt, is dat niet erg? Bied dat eens uw landvoogd aan; zal hij welgevallen aan u hebben of u goedgunstig gezind zijn? zegt de HERE der heerscharen. 9 Welnu, tracht maar God te vermurwen, dat Hij ons genadig zij! Uwerzijds is zo gehandeld; zal Hij dan iemand van u goedgunstig gezind zijn? zegt de HERE der heerscharen. 10 Was er maar iemand onder u, die de deuren sloot, opdat gij niet tevergeefs mijn altaar zoudt ontsteken! Ik heb geen welgevallen aan u, zegt de HERE der heerscharen, en in een offer van uw hand schep Ik geen behagen. 11 Want van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, is mijn naam groot onder de volken, allerwege wordt mijn naam reukwerk gebracht en een rein spijsoffer, want groot is mijn naam onder de volken, zegt de HERE der heerscharen. 12 Maar gij ontheiligt hem door te zeggen: De tafel des HEREN, zij is minderwaardig, en wat zij oplevert, haar spijs, is verachtelijk. 13 En dan zegt gij: Zie, wat is het een moeite! Gij haalt er de neus voor op, zegt de HERE der heerscharen; gij brengt het geroofde, het kreupele en het zieke. Als gij dat offer brengt, zou Ik het uit uw hand met welgevallen aannemen? zegt de HERE. 14 Vervloekt is ook de bedrieger, die in zijn kudde een mannelijk dier heeft en die dat wel belooft, maar de HERE toch een ondeugdelijk dier ten offer brengt! Want een groot Koning ben Ik, zegt de HERE der heerscharen, en mijn naam is geducht onder de volken.

Deze verzen spellen duidelijk uit dat God er in het geheel niet mee ingenomen is als Zijn volk de zeer bijzondere relatie die Hij met hen heeft opgebouwd, verontreinigt door nonchalante, verknoeide, verontreinigde offeranden te brengen met dieren met gebreken, die daarom niet aanvaardbaar zijn omdat ze niet aan Zijn vereisten voldoen. Ik vraag u nogmaals. Denkt u echt dat Jozua geen aandacht aan die instructies zou schenken?

Leviticus 22:18-25 Spreek tot Aäron en zijn zonen en tot al de Israëlieten en zeg tot hen: Ieder van het huis Israëls en van de vreemdelingen in Israël, die zijn offergave brengt, overeenkomstig al de geloften en vrijwillige offers, die zij de HERE als brandoffer willen offeren: 19 het moet, zo gij welgevallig wilt zijn, gaaf wezen, van het mannelijke geslacht van het rundvee, van de schapen en van de geiten. 20 Niets dat enig gebrek heeft, zult gij offeren; want het zou u geen welgevallen doen vinden. 21 Ook wanneer iemand de HERE een vredeoffer brengt, om een gelofte te vervullen of als een vrijwillig offer van runderen of van kleinvee, dan zal het gaaf wezen, opdat het welgevallig zij: geen enkel gebrek zal het hebben. 22 Wat blind is of gebroken of een wond, buil, uitslag of huidziekte heeft, dat zult gij de HERE niet offeren en daarvan zult gij de HERE geen vuuroffer op het altaar geven. 23 Maar een rund of schaap met te lange of te korte leden, dat moogt gij als vrijwillig offer toebereiden, maar als gelofte zal het niet welgevallig zijn. 24 Wat echter door kneuzen, stoten, uitrukken of snijden verminkt is, zult gij de HERE niet offeren; dat zult gij in uw land niet doen. 25 Ook uit de hand van een vreemdeling zult gij niets van dat alles uw God als spijze offeren, want zij zijn geschonden, er is een gebrek aan; het zal u niet welgevallig doen zijn.

Ongeacht de toestand van het offer zelf, als het van een heiden — een vreemdeling — kwam, was het niet aanvaardbaar vanwege de bron van de offerande. Is dat niet heel duidelijk?

We zouden wat moeite kunnen hebben met vers 18, waar het over vreemdelingen gaat, en vers 25, waar het alweer over vreemdelingen gaat. Er is echter een verschil tussen die verzen. De vreemdelingen in vers 18 zijn degenen die met Israël meereisden, binnen Israël woonden, en die — zoals we in deze tijd zouden zeggen — zich hadden bekeerd en laten besnijden, waarmee ze een verbond met God hadden gesloten. Dan gold er één wet. Dan deed het er niet toe of iemand een heiden of een Israëliet was. Maar als zo iemand niet bekeerd was, als hij een vreemdeling was die het verbond niet had gesloten, dan was zijn offerande niet aanvaardbaar. Dat laatste slaat op vers 25.

Er werden in Jozua 5 dus geen offeranden gebracht. Het enige graan dat Jozua ter beschikking stond was verontreinigd door de hand van de vreemdeling. Het was voor God niet acceptabel. Dit laat alweer zien dat Jozua geen keus had. Hij kon het offer dat hij volgens de conclusie van de Worldwide Church of God heeft gebracht, niet brengen. Zonder die offerande heeft hun uitleg van Jozua 5 geen enkele betekenis. Er kan dan geen enkele autoriteit aan worden ontleend.

Nog een laatste punt. Ik heb mensen horen zeggen dat het garfoffer altijd binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet vallen, anders is het niet aanvaardbaar. Ik heb een vraag. Waar staat dat in de schrift? Dat staat nergens en daar gaat het juist om. Dat is iets aan de schrift toevoegen.

Ze zeggen dan: "Dat is een conclusie die we kunnen trekken uit het feit dat Jezus op de zondag na Zijn opstanding tijdens de dagen der Ongezuurde Broden werd 'bewogen', daarom moet ieder garfoffer op een zondag tijdens de dagen der Ongezuurde Broden worden gebracht."

Deze uitleg is slechts gedeeltelijk juist. Hij is in het geheel niet goed doordacht. Hij werd inderdaad toen "bewogen", maar daaruit volgt niet dat ieder garfoffer binnen de dagen der Ongezuurde Broden moet worden bewogen. Waarom is dat zo?

Om de volgende reden. Moet ieder Pascha op woensdag vallen omdat dat de dag is waarop Jezus werd gekruisigd? Moet iedere eerste dag Ongezuurde Broden op donderdag vallen en iedere laatste dag Ongezuurde Broden op woensdag, omdat dat de dagen waren waarop ze vielen in het jaar dat Jezus werd gekruisigd? Absoluut niet! Niemand verlangt dat. Daarnaast is er geen enkel gebod dat ons daarvoor toestemming geeft.

Gemeente, we hebben hier van doen met een werking van de kalender die het garfoffer gemiddeld eens in de negen of tien jaar buiten de dagen der Ongezuurde Broden doet belanden. Er is in de bijbel geen enkele aanwijzing te vinden dat dat niet mag. Gemeente, in Jozua 5 hebben we geen enkele aanwijzing dat daar een garfoffer werd gebracht, en daarom kan het niet worden gebruikt als een beslissende factor om te bepalen wanneer het garfoffer moet worden gebracht. Het toch op die manier doen verbreekt de duidelijk gegeven procedure om voor Pinksteren altijd volgens dezelfde procedure te tellen.

Het tellen begint op de dag die volgt op de wekelijkse sabbat die in de dagen der Ongezuurde Broden valt. In die jaren dat het Pascha op een wekelijkse sabbat valt, zal die wekelijkse sabbat tevens altijd de laatste dag Ongezuurde Broden zijn. Dan wordt het garfoffer op de dag die daarop volgt gebracht.

Ik wil u herinneren aan het onderwerp van dit hoofdstuk in Deuteronomium: strikte regels over offeranden aan God, over het waar en wanneer.

Deuteronomium 12:32 Al wat ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen.

Dat is de preek voor vandaag. Ik hoop dat u voor het verdere van de dag nog een goede dag zult hebben.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)