Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
7 februari 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh belicht een gevaarlijke, tragische tekortkoming in onze evaluatie van religieuze waarheid. Als de God van de bijbel (die niet liegen kan en geen God van verwarring is) betrokken zou zijn bij de religies van de wereld – de hoofdstromingen van het christendom en de islam – zou er geen onderlinge strijd tussen hen zijn. De bittere vruchten ervan geven aan dat de god van beide (of alle) religies niet de God van de bijbel is, maar in plaats daarvan inspireert de god van deze wereld, Satan de duivel (die de gehele wereld heeft misleid), oorlog en vijandige relaties. Het valse onderwijs (grotendeels 'goedkope genade' waarbij de wet heeft afgedaan) van de geloofssystemen van deze wereld kunnen het geloof in de leden van het grotere geheel van de kerk van God op ongunstige wijze eroderen en vernietigen. "De Weg" staat duidelijk los van de geloofssystemen van de wereld die besmet zijn met de tolerante en alles accepterende houding van vrijdenkend uiterst links – een houding die helaas door een groot deel van de evangelische, wedergeboren christenen wordt omhelsd.


Deze preek is het begin van vermoedelijk een serie van twee preken met als doel onszelf op een beperkt gebied te evalueren tegen hen die zichzelf in deze wereld christenen noemen. Deze serie wordt niet gegeven met het doel onze eigengerechtigheid op te blazen, maar als basis voor een eerlijk onderzoek naar waar wij op dat gebied staan. Ik weet niet hoever ik in deze eerste preek zal komen, maar het is mijn bedoeling dat ik een groot aantal statistieken zal vermelden vanuit één gebied op het Amerikaanse religieuze toneel. Ik wil dat u in staat zult zijn uzelf met hen te vergelijken om u te helpen in te zien of er ook bij u enkele elementen van deze tragische tekortkoming aanwezig zijn.

Dit is geen vrolijke boodschap. In feite vind ik hem diep bedroevend. Hij is gebaseerd op een eenvoudig uitgangspunt. De effecten van het onderwerp zijn individueel echter van geweldig belang, omdat we gemakkelijk in dezelfde fout kunnen vervallen en daarbij kunnen denken dat Christus het goed vindt dat we zo zijn. Het gaat over het belang van de waarheid in termen van religieuze leerstellingen.

Sinds de aanval door islamitische terroristen op New York City en Washington, D.C., heeft de Amerikaanse president voortdurend zijn best gedaan die dingen met de groep van Amerikanen die aangesloten zijn bij die religie, glad te strijken en tegelijkertijd politieke vrienden in islamitische naties niet tegen zich in het harnas te jagen. Zijn inspanningen zijn door een vrij groot aantal Amerikanen die bij evangelische groeperingen zijn aangesloten, verworpen, omdat hij herhaaldelijk heeft gezegd dat de God van de christenen en van de islamieten één en dezelfde god is. Hij zei specifiek; "We aanbidden allemaal dezelfde god." Maar dit is slechts op één hoofdgebied waar en dat is dat beide religies beweren dat hun god schepper is, verder zijn alle belangrijke leerstellingen verschillend. Waarom is dit eigenlijk van belang?

In een opiniepeiling door Gallop, waarvan de resultaten op vrijdag, 12 december 2003, werden vrijgegeven, kwam tot uiting dat 61% van de geїnterviewde Amerikanen zei dat religie heel belangrijk is voor hun leven. In tegenstelling daarmee reageerden slechts 28% van de in dezelfde opiniepeiling geїnterviewde Canadezen dat religie heel belangrijk voor hen was. In Engeland zei slechts 17% dat religie belangrijk was.

Er bestaat geen twijfel aan dat de Amerikanen misleid zijn en verward aangaande veel van waar het christen-zijn uit bestaat, maar Amerika is desondanks van de westerse beschaving de natie die het meest oprecht met religie bezig is. Amerika is dit van het begin af aan geweest.

De meeste koloniёn ontstaan op basis van zakelijke belangen, maar de eerste permanente kolonisten in Amerika kwamen niet voornamelijk vanwege zakelijke belangen aan land. Ze kwamen niet hier omdat het een strafkolonie was zoals Australiё. Ze kwamen omdat ze op de vlucht waren voor religieuze vervolging. Ze wilden religieuze vrijheid en ze wilden dat op een heel oprechte manier. Ze waren bereid hard te werken en zich opofferingen te getroosten om dat te bereiken. Ze hadden een theologische visie. Volgens hun geschriften kwamen ze om het nieuwe Jeruzalem te bouwen. Ze zouden het nieuwe Israël gaan bouwen — de stralende stad op een heuvel.

Deze kolonisten waren grotendeels het protestantse calvinisme toegedaan en hadden de Engelse nationaliteit. Tegen de tijd dat de onafhankelijkheidsoorlog was gewonnen, was de federale constitutie stevig verankerd op het Engelse gewoonterecht en protestants calvinistische interpretaties van de bijbel en de bijbelse wetten.

Deze mensen zagen de God van de bijbel als soeverein; Hij stuurde de bestemming van mens en naties en greep in waar Hij dat nodig vond. Ze begrepen dat Hij een specifiek doel had, waar Hij naar toe werkte, en dat zij, door Zijn genade, deel uitmaakten van dat doel. Ze zagen zichzelf als zijnde in de wereld, maar in principe er toch los van staand, en dat hun persoonlijke vrijheden en welvaart onderworpen en ontleend waren aan God, niet aan de natie. Hun persoonlijke keuzes werden dus veel sterker beїnvloed door Zijn woord dan dat bij de naties om hen heen het geval was.

Tot zover klinkt dat heel goed, omdat deze manier van denken de juridische en morele basis van Amerika vormt. Maar die basis is praktisch geheel verdwenen, zelfs bij de grote, vooraanstaande protestantse kerken, zoals de methodisten, de presbyterianen, de episcopaalse kerk, de Dutch Reformed en de lutherse kerken. Zover ik weet heeft dat denken nooit echt bestaan binnen de rooms-katholieke of grieks-orthodoxe kerken en ook niet in de joodse groeperingen.

In deze tijd geloven al deze groepen nog steeds dat God aan Zijn doel werkt, maar voor hen is de individuele persoon buitengewoon veel belangrijker geworden voor het werken aan dat doel. Nu zien ze God veel meer op de manier waarop een deїst dat doet; dat is dat God inderdaad alles schiep, dat Hij het daarna als een klok opwond zodat het kon lopen en vervolgens nam Hij afstand om te zien wat er gebeurde. Met andere woorden zij geloven er zeker in dat God bestaat; maar ze zien Hem echter niet als heel sterk bij alles betrokken.

Petrus profeteerde dat dit in de eindtijd zou gebeuren.

2 Petrus 3:1-9 Dit is reeds de tweede brief, geliefden, die ik u schrijf; in beide tracht ik uw zuiver besef door herinnering wakker te houden, 2 om aan de woorden te denken, die door de heilige profeten tevoren gesproken zijn, en aan het gebod uwer apostelen van de Here en Heiland. 3 Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, 4 en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? [Bedenk dat hij het heeft over de eindtijd, en zij zeggen:] Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is. [Met andere woorden God komt niet tussenbeide. Het gaat gewoon alsmaar door.] 5 Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, [Met andere woorden wat er in Genesis over de zondvloed staat wordt moedwillig verworpen.] 6 waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. 7 Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. 8 Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.

De conclusie van dit alles is dat het heel duidelijk wordt gezegd dat de mens in de eindtijd niet zal inzien dat God in de zaken van de mens tussenbeide komt. Als we nadenken over wat er hier gebeurt, dan zien we dat het woord van God moedwillig wordt verworpen om eigen conclusies te kunnen trekken die tot uiting zullen komen in de manier waarop iemand zijn leven leidt. Het kan zijn dat sommige leden van deze kerken menen dat God betrokken is bij de ontwikkeling van grote gebeurtenissen, maar ze menen ook zeker dat Hij beslist niet betrokken kan zijn bij "een onbelangrijk iemand zoals ik".

Hoe denkt u hierover? Hoe denkt u over het dagelijks handelen van God? Dat is belangrijk, omdat de praktische consequenties — als we het bewijs van hun leven in ogenschouw nemen — ertoe hebben geleid dat ze zichzelf in elk opzicht onbeduidend en onbelangrijk vinden. Ze zijn losgekomen van Hem en loyaliteit aan een geestelijke zaak is praktisch geheel uit hun leven verdwenen. Ze voelen zich dus vrij om hun eigen gang te gaan in geloof en handelen, omdat ze Hem niet langer zien als hun gids, de bron van alles en degene die in al wat goed is voorziet. Hij kan beslist geen van deze dingen zijn, als Hij afstand heeft genomen en alleen maar toekijkt.

Dit heeft ertoe bijgedragen dat ze zich veel minder druk maken om hun relatie met Christus. Er is echter tot op de huidige dag, binnen wat de wereld "evangelische" kerken noemt, een sterkere stroming van de benadering die de kolonisten vroeger hadden tot het leven en religie. Tot deze groep behoren zeker de baptisten (in het bijzonder die van de Southern Baptists Convention), de Assembly of God kerken, de pinkstergemeenten, de zevendedagadventisten, de Christian Missionary Alliance en de Church of God (waarmee ik dan de Church of God Seventh Day bedoel en de kerken die vanuit de Worldwide Church of God zijn voortgekomen).

Er zijn andere groepen die op deze lijn zitten, maar deze groep is toevallig ook de meest verdeelde groep onder hen die in het algemeen door de media van de wereld en de wetenschappers met "protestanten" worden aangeduid. Ze hebben veel woordvoerders, maar vijf van de meer bekende zijn Billy Graham, Jerry Falwell, Pat Robertson, Tim Lahaye, en Hal Lindsey.

De verklaring van de president dat de god van het christendom en van de islam één en dezelfde is, is bij de leden van die organisaties niet goed gevallen. Maar tezelfdertijd zijn hun leiders gaarne bereid om wat hij heeft gezegd naast zich neer te leggen uit respect voor de nationale eenheid. Wat de evangelische leiders in het openbaar zeggen om hun steun te blijven betuigen en hem bij hun leden te verontschuldigen is: "We moeten bedenken dat president Bush opperbevelhebber is. Hij is geen oppertheoloog."

Ik weet niet wat de president in dit opzicht persoonlijk gelooft, maar zijn uitspraak kan op geen enkele manier theologisch juist zijn. Als hij dit zegt brengt hij een god naar voren die huichelachtig is en voor verwarring zorgt, en de God van de bijbel is noch een leugenaar, noch de bron van verwarring.

Laten we even drie eenvoudige gedachten in overweging nemen die laten zien dat de God van de bijbel onmogelijk de god van deze twee religies kan zijn als de bijbel de bron is van religieuze waarheid. Laten we eerst Hebreeën 6:18 opslaan. Ik ga er niet uitgebreid op in, maar dit vers stelt één fundamentele, algemene waarheid vast, en die is:

Hebreeën 6:18 opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt.

De zeer algemene waarheid hier is dat het voor God onmogelijk is te liegen. We gaan daar een schriftgedeelte aan toevoegen dat misschien zelfs beter bekend is; en het is er één die we waarschijnlijk kennen zonder precies te weten waar die staat.

Numeri 23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou.

God liegt niet.

Hebben het christendom en de islam dezelfde leerstellingen? U weet heel goed wat het antwoord is op die vraag. Geeft God de ene verzameling leerstellingen aan de ene groep en veel andere leerstellingen aan een andere groep? Als Hij dit zou doen, dan zou Hij met een gespleten tong spreken en de ene verzameling leerstellingen zou een leugen zijn. Maar stel dat Hij de waarheid zou zeggen, wat zou dan het resultaat van zo'n situatie zijn? We kunnen dan heel duidelijk verwarring zien, en God is geen God van verwarring, zoals er in 1 Corinthiërs 14:33 staat:

1 Corinthiërs 14:33 (Statenvertaling) Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.

Is er vrede tussen islam en christendom? Deze twee groepen hebben elkaar al meer dan duizend jaar bestreden.

Het is voor God onmogelijk te liegen en Hij is geen God van verwarring. We hebben hier met vrij stevig bewijs te maken. We kijken nog naar een ander schriftgedeelte. Zoals ik al zei: drie eenvoudige waarheden.

Mattheüs 12:25-26 Maar Hij kende hun gedachten en zeide tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en geen stad of huis, tegen zichzelf verdeeld, zal standhouden. 26 En indien de Satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk kunnen standhouden?

God voert geen oorlog tegen Zichzelf. God liegt niet. God is geen God van verwarring. God voert geen oorlog tegen Zichzelf, maar de islam en het christendom voeren wel oorlog tegen elkaar. Dat is bewijs dat de God van de bijbel niet de bron is van beide religies.

Als zij met elkaar vechten en deel uitmaken van hetzelfde koninkrijk, dan zal dat geen stand houden. Maar dezelfde bijbel, ditzelfde boek, dat de basis is van waarheid en tevens de verankering en de bron van waarheid, zegt dat Gods Koninkrijk voor altijd zal bestaan. We zien dus heel duidelijk dat de God van de bijbel niet de god van beide religies is.

Dit principe heeft heel ernstige geestelijke consequenties voor de kerk. Laten we snel even naar Jacobus 4:1-4 gaan, omdat Jacobus hier iets bespreekt dat zich bij diverse gelegenheden in de kerk van God heeft voorgedaan. Dit heeft zich niet eenmaal, maar vele keren voorgedaan.

Jacobus 4:1a Waaruit komt bij u strijden [Statenvertaling: "krijgen", dat is oorlogen] en vechten voort?

Dit is gericht tot leden van de kerk: strijden en vechten. Dat klinkt vrij ernstig, speciaal het woord "strijden" [oorlogen].

Jacobus 4:1-2a Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit: uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten? 2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig ...

Dat is vrij moeilijk voor te stellen dat zich zoiets binnen de kerk van God voordoet, maar het heeft zich blijkbaar voorgedaan; binnen de kerk is er gemoord. Voorzover ik weet heeft zich dat niet in dit tijdperk van de kerk voorgedaan, maar er hebben heel wat geestelijke gevechten plaatsgevonden. Misschien gingen sommige mensen wel met elkaar op de vuist.

Ik weet van geen enkele moord, maar Gods woord zegt dat er moorden hebben plaatsgevonden. Daarom zeg ik dat dit principe van oorlogvoeren en het ontbreken van vrede binnen de kerk heel ernstige geestelijke consequenties heeft, omdat we hier de bron in beschouwing moeten nemen — de geestelijke bron — die deze dingen voortbrengt. Dit is belangrijk, in ieder geval voor deze preek, omdat deze twee religies — islam en christendom — zeker oorlog tegen elkaar voeren. Ze gebruiken hier een geestelijk principe dat laat zien dat als ze de geest van dezelfde god zouden ontvangen, dan is het niet de geest van de God van de bijbel, omdat God geen oorlog tegen Zichzelf voert.

Jacobus 4:2-4 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. 3 (Of,) gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen. 4 Overspeligen [alweer een sterk woord], weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.

Kort samengevat kunnen we dus zeggen dat verdeeldheid en oorlogvoering in de kerk bewijs is dat de relatie met God ergens in de loop der tijd verbroken is. Oorlog is bewijs dat de houding en het gedrag die dit voortbrengen, voortkomen uit de god van deze wereld. Daarom zei Jacobus "vriendschap met de wereld is vijandschap tegen God".

We slaan nog één schriftgedeelte op voor dit onderwerp en wel 1 Johannes 4:19-20.

1 Johannes 4:19-20a Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. 20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; ...

Er moet haat zijn, anders kan er binnen een gemeente tussen de kinderen van God geen oorlog worden gevoerd. Als iemand dus zegt: "Ik heb God lief," maar zijn broeder haat, dan trekt Johannes de conclusie dat die persoon een leugenaar is. Dat is vrij hard. Die persoon heeft zichzelf misleid dat hij God liefheeft, omdat hij het in feite niet doet.

1 Johannes 4:20b-21 ...; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben. 21 En dit gebod hebben wij van Hem: Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.

Gods liefde die in onze harten is uitgestort stelt ons in staat om onze medemens op de juiste manier lief te hebben. Het is daarom de liefde van God die de bijbelse vrede voortbrengt die alle verstand te boven gaat. Daarom zegt Johannes hier dat zo iemand in de gemeente werelds is, onwetend over Gods liefde, of een leugenaar. Als we onze broeder niet kunnen liefhebben, dan is de relatie met God niet zo sterk als die moet zijn. Als het christendom en de islam dezelfde god hebben, kan het niet de God van de bijbel zijn, omdat de God van de bijbel niet tegen Zichzelf vecht door een ander lid van het lichaam tot tegenstander te maken. Denk daar eens even over na.

De elementen die het juiste resultaat voortbrengen, en het proces waarbinnen ze worden gebruikt, moeten in de juiste volgorde liggen. De bron en de aanleiding zijn iemands relatie met God. Als deze twee waar we het over hebben — islam en christendom — beide inspiratie ontleenden aan de Geest van God — de God van de bijbel — dan zouden we andere resultaten zien. Waarom? Omdat ze één van zin zouden zijn. Dezelfde geest, hetzelfde onderwijs zou hun beide motiveren. In plaats daarvan zien we een vijandschap die zo groot is dat er een heel onstabiele en verwarrende oorlog uit voortvloeit.

Ik heb een lange omweg gevolgd om een eenvoudig, duidelijk en in zijn consequenties toch diepgaand punt duidelijk te maken. En dat is dat de christelijke westerse wereld en de islamitische wereld elkaar vanuit een bijna volledig andere houding en gedrag tegemoet treden inzake wat voor hen en hun leven belangrijk is. Wat bracht deze twee tegenstanders ertoe de dingen van het leven zo geheel anders te zien? Was dat niet wat hun werd onderwezen?

Wat ons duidelijk is, is dat wij kunnen inzien dat de God van de bijbel, behalve dan dat Hij soeverein is over alles en al wat er gaande is onder controle heeft en stuurt in overeenstemming met Zijn plan, op een andere manier zelfs niet betrokken is bij het denken, de houding en het gedrag van de mensen aan beide kanten die belangrijk zijn voor dit conflict. Begrijpt u dat?

Verder bewijs dat God er niet bij betrokken is, is dat beide groepen ernstig verdeeld zijn en binnen hun eigen religies onderlinge strijd voeren; daarom laat het bewijs zien dat de uitspraak van president Bush op een verkeerde manier juist is. Ze hebben beide dezelfde god. Dat is de god van deze wereld, niet de God van de bijbel.

Ongeveer een minuut geleden zei ik dat de elementen die het juiste resultaat voortbrengen en het proces waarbinnen ze worden gebruikt in de juiste volgorde moeten liggen. De bron en de aanleiding zijn iemands relatie met God.

Wat bepaalt wat iemand denkt en hoe hij handelt? Dat is zijn wereldbeeld — dat wat hij als belangrijk beschouwt voor zijn leven. Wat bepaalt zijn houding en gedrag en wat bepaalt hoe hij deze dingen zal gaan bereiken? Voornamelijk twee dingen: (1) Dat wat iemand is onderwezen, of dat nu formeel op school is geweest of misschien in kerkdiensten, of informeel door de ervaringen van het leven. (2) Dan is het datgene wat men kiest te geloven en waarop men dus gaat handelen. Deze beide factoren worden stapje voor stapje in iemands leven gevormd. Geen van hen komt ogenblikkelijk tot stand.

We gaan naar Genesis 3 en we zullen daar in een kort verslag dat principe werkzaam zien, en het zal zo duidelijk zijn.

Genesis 3:1-7 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, 5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. 6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.

Genesis 3:15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

Deze op eenvoudige wijze vertelde gebeurtenis is van groot belang om te begrijpen hoe belangrijk datgene is wat ons wordt onderwezen en hoe belangrijk datgene is wat wij verkiezen te geloven voor de manier waarop we ons leven leiden en daarom voor het eindresultaat van ons leven. Dit leert ons dat we heel voorzichtig moeten zijn met wat we verkiezen te geloven en naar te leven.

Kijk eens naar de eerste drie verzen hier. Deze zeggen ons heel duidelijk dat God hen onderwees. Zij werden onderwezen. Zij wisten wat Hij zei en tot die tijd geloofden ze blijkbaar wat God zei en handelden ze ernaar. Dan in vers 4 komt er nieuw onderwijs van een andere bron op het toneel en in vers 6 zien we dat ze ervoor kozen het nieuwe onderwijs te geloven, en ze zondigden. Dat is heel duidelijk, niet waar?

Ik las vers 15 om te laten zien dat de vrucht ervan zijn invloed op hen begon uit te oefenen. Ik koos dat ene vers, maar dat is niet meer dan het begin van alles. In feite had ik net zo goed vers 7 kunnen gebruiken, dat zegt dat hun de ogen werden geopend, wat niet meer wil zeggen dan dat ze nu vanuit een ander perspectief naar de dingen keken. Hun wereldbeeld was veranderd. Het was veranderd van wat God hun oorspronkelijk had onderwezen in een mengeling van wat God hun had onderwezen en wat Satan hun had onderwezen. Ze keken nu anders naar de dingen en ze voelden zich vrij om wat van de één of de ander te kiezen, afhankelijk van wat ze op een bepaald moment goed vonden om naar te handelen.

In Genesis 6 vinden we een opeenhoping van de resultaten.

Genesis 6:5 Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was,

Genesis 6:13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.

We kwamen in Genesis 3 het woord "slang" tegen. Slang wordt daar gebruikt als een symbool dat Satan vertegenwoordigt. Satan betekent tegenstander, zoals we in Richards preek hoorden. Satans gehele bestaan wordt besteed aan het bevorderen en scheppen van conflicterende relaties en hij is daar geweldig goed in. Hij moedigde de scheiding tussen Adam en Eva en God aan door iets anders dan God te onderwijzen. De scheiding werd werkelijkheid toen ze ervoor kozen dat onderwijs te geloven en ernaar te handelen. Dit is een eenvoudig proces: onderwijs, geloven, handeling, resultaat.

Gemeente, nu God ons geroepen heeft, hebben we macht over elk van die stappen. God heeft ons bevrijd van het geheel onderworpen zijn aan onwetendheid, en nu we de waarheid weten, zijn we vrij die te geloven en te kiezen ernaar te handelen.

Het resultaat van wat Adam en Eva deden heeft doorgewerkt in de gehele uiterst verdrietige geschiedenis van de mensheid. Adam en Eva leefden zelf lang genoeg om te zien dat hun kinderen hetzelfde soort onderwijs aanvaardden, waar ook zij verkozen hadden in te geloven, in praktijk te brengen en dus een strijdende en zich verdelende wereld voort te brengen, ... en daarna, zoals God had gezegd, stierven ze.

De heel eenvoudige les hieruit is die van "oorzaak en gevolg". Er is een rechtstreekse relatie tussen wat ons wordt onderwezen, wat we verkiezen te geloven en de gevolgen die we ervaren in ons leven en het leven van andere mensen. Spreuken 26:2 (Statenvertaling) zegt: "Alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen." Er is een oorzaak voor het goede en kwade. Het hangt af van wat we onderwezen zijn en wat we verkiezen te geloven.

We gaan hier nog een stap aan toe voegen met een ander bekend schriftgedeelte.

Openbaring 12:9 En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.

Ik las dit vers omdat ik wil dat u zich bewust bent dat we allemaal aan principieel hetzelfde leugenachtige onderwijs zijn blootgesteld geweest als Adam en Eva en hun rechtstreekse kinderen. Niemand van ons is daar aan ontkomen, zelfs al zijn we misschien in de kerk opgegroeid. We zijn er niet aan ontkomen omdat we ons leven leiden in deze culturen die geheel doortrokken zijn van verdraaiingen over God en Zijn doel.

Om de waarheid van die laatste uitspraak te bewijzen, behoeven we niet meer te doen dan na te denken over de enorme gevarieerdheid in religies en manieren waarop over de gehele aarde God wordt vereerd. Het is geen wonder dat onbekeerde mensen, die intelligent zijn en nadenken, verward zijn door het religieuze toneel, omdat al deze religieuze mogelijkheden die op het wereldtoneel voor hen openstaan het niet allemaal bij het juiste einde kunnen hebben. Ze weten dat, maar waar wenden ze zich heen als ze onderscheid gaan maken? Ze weten (of ze dat zelf nu wel of niet op dezelfde manier onder woorden zouden brengen) dat geloof, keus en handelen resultaten voortbrengen, en daarom houden ze zich en masse ver van religie, omdat ze verward worden door wat ze zien, waardoor ze niet kunnen geloven. Al deze religies kunnen dus niet het product zijn van het briljante, liefhebbende, voorzienige en ordelijke denken dat deze schepping tot stand bracht en daarna door de kracht van Zijn woord in stand houdt. Als al deze wereldomvattende verwarring en oorlog het product van Zijn denken is, dan zijn we allemaal ten dode opgeschreven! Dan is er geen hoop.

Wat in het bijzonder gevaarlijk voor ons is — en ik bedóel gevaarlijk — is al de verdeeldheid en verwarring in geloof onder de westerse naties die zich christelijk noemen. Al deze westerse naties zijn door hetzelfde satanische bedrog over God beїnvloed, en we zijn daarin opgegroeid. Ik kom nu min of meer aan bij dat vers in Openbaring 18 waar God zegt dat we daaruit moeten komen.

Mattheüs 16:6 Jezus zeide tot hen: Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeёn en Sadduceeёn.

Mattheüs 16:11-12 Hoe begrijpt gij niet, dat Ik u niet van broden sprak? Maar wacht u voor de zuurdesem der Farizeeёn en Sadduceeёn. 12 Toen zagen zij in, dat Hij hun niet gezegd had zich te wachten voor de zuurdesem [der broden], maar voor de leer der Farizeeёn en Sadduceeёn.

De Sadduceeёn en de Farizeeёn waren de leidende groepen die in Jezus' dagen valse leer onderwezen. Allebei hadden ze enige waarheid, maar hun algemene begrip, evenals specifiek onderwijs, was vernietigend voor Gods doel met Zijn schepping. Niets aangaande de principiёle redenen voor Jezus' waarschuwing is door de eeuwen heen veranderd. Alleen de namen van de betrokken groepen zijn veranderd.

Het gevaar daarvan is zo groot dat toen Jezus Zijn waarschuwingen over de eindtijd gaf, de waarschuwing tegen vals onderwijs het eerste punt was waar Hij aan dacht. Dat stond vooraan in Zijn denken. In feite vermelden alle drie de versies van het gesprek op de Olijfberg het als eerste.

Mattheüs 24:4-5 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! 5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.

Weet u wat dit mij zegt? Het zegt mij dat bedrieglijk onderwijs veel gevaarlijker is dan oorlogen, dan epidemieёn, dan verdrukking, dan aardbevingen, dan al het andere dat zal gaan gebeuren — al die rampen die in de eindtijd zullen plaatsvinden — het ergste waar wij ons het meest zorgen over moeten maken is bedrieglijk onderwijs.

Het is heel duidelijk dat we voor sommige dingen bang moeten zijn, maar andere dingen kunnen subtiel en stapje voor stapje alles waarin iemand gelooft uithollen en wegslijten. Als wat we geloven verandert, dan zullen onze keuzes veranderen. Ik maak beslist geen grapje!

Onze gevaarlijkste vijand onder de mensen is nu, in deze tijd, valse religie. Ik zeg dat op basis van wat Jezus Christus, onze Zaligmaker, als eerste onder de dingen waarvoor we ons moeten hoeden, vermeldde.

Jezus waarschuwde niet tegen een reeks leraren die geloven dat zij zelf de Christus zijn, maar veelmeer een schijnbaar eindeloze reeks leraren die beweren dat Jezus van Nazaret dè Christus is, en dat zij Zijn vertegenwoordigers zijn. Ze gaan dan verder met het op een dwaalspoor brengen van de mensen door valse dingen over de ware Christus en Zijn weg te onderwijzen.

De geschiedenis laat overtuigend zien dat de algemene strekking van hun bedrieglijke onderwijs is dat al wat God probeert te doen is ervoor te zorgen dat de mensen worden gered, en dat zij die gered worden weinig of geen verantwoordelijkheid hebben iets als tegenprestatie te doen. Met andere woorden ze geloven dat er geen doel is behalve gered worden. Ze geloven dat er geen sprake is van wederkerigheid in het Nieuwe Verbond dat iemand met God maakt. Praktisch de gehele last wordt op God gelegd en alles wat de geredde persoon moet doen is het aanvaarden van de Christus als zijn Verlosser.

Denk hier eens over na, omdat de moderne mens nog steeds het patroon volgt dat door Adam en Eva werd ingesteld. Ze geloven nog steeds, net als Adam en Eva, dat God bestaat. Misschien hadden Adam en Eva meer redenen om te geloven dat God bestaat, maar al die religies geloven dat God bestaat, maar zijn hun leerstellingen hetzelfde? Geloven ze op dezelfde manier? U weet dat dat niet het geval is. Iemand heeft zich daar binnengedrongen en heeft hun onderwijs verstoord. Dus net als bij Adam en Eva is er een zekere basis van onderwijs, maar er komt iemand langs en onderwijst hun iets dat niet geheel juist is.

Het net als Adam en Eva zijn kan nog een stap verder worden gevoerd, omdat evenals als Adam en Eva zich heel duidelijk vrij voelden om wat God had onderwezen te veranderen, de mensen dat in deze tijd ook doen. Deden Adam en Eva dat niet? Verwierpen ze niet wat God hun onderwees? Voelden ze zich niet vrij om dat te doen? Voelden ze zich in hun relatie met God zo dichtbij God dat de loyaliteit en de liefde voor Hem zo groot was dat ze zich genoodzaakt voelden te doen wat Hij zei, ongeacht wat Hij zei? Het verslag laat zien dat ze met een zekere mate van opzettelijkheid deden wat ze deden. "Och ja, God zei dat, maar ..."

Wat zagen we bijna aan het begin van deze preek? Petrus zei dat de mensen opzettelijk onwetend zijn. Petrus stelt hier een principe vast dat wordt verworpen, namelijk dat de mensen in de eindtijd in zekere mate met de bijbel bekend zullen zijn, maar dat ze hem zullen verwerpen.

Niet iedereen zal dezelfde dingen verwerpen. Niet iedereen zal dezelfde dingen aanvaarden. Daarom zijn er zoveel religies, maar elk van hen vindt dat ze, evenals Adam en Eva, kunnen aanvaarden of verwerpen wat zij denken dat zij in deze specifieke tijd moeten geloven, omdat ze geen verantwoordelijkheid jegens God voelen. Al geloven ze dat Hij bestaat, toch is Hij in termen van belangrijkheid op de achtergrond geraakt.

Hoever zijn we toch afgevallen van wat onze voorouders oorspronkelijk naar dit land deed trekken, toen ze geloofden dat de God van de bijbel met hen was en hun hun vrijheden gaf.

We gaan even kijken (en ik moet zeggen dat dit een eenvoudig overzicht zal zijn met een beperkte toelichting) naar een tegenstelling tussen wat de bijbel op bepaalde gebieden zegt en wat het hedendaagse christendom gelooft. Zij hebben dingen waarin ze zich vrij voelen die te veranderen van wat God, onze Zaligmaker, heel duidelijk zei. Ik weet zeker dat u elk van deze schriftgedeelten kent. Laten we beginnen in Mattheüs 5, de verzen 17 tot 19. Jezus zei:

Mattheüs 5:17-19 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. 19 Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.

Zij voelen zich vrij te zeggen dat de wet heeft afgedaan. Jezus zegt: "Nee, dat is niet het geval." Bovendien laat Hij verder zien dat we de verantwoordelijkheid hebben de wet te gehoorzamen. Hij heeft niet alleen niet afgedaan, wij moeten hem gehoorzamen.

Mattheüs 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.

Weet u wat christelijke mensen zeggen? Ze zeggen dat hun religie een privé-zaak is en dat ze vrij zijn te geloven wat ze willen. Jezus zegt: "O, nee! Gods weg heeft te maken met loyaliteit en vertrouwen. U kunt geen twee heren dienen. Dat betekent dat u uzelf niet kunt dienen als u uw eigen religieuze leerstellingen hebt opgesteld en daarnaast Mijn leerstellingen dienen, ofwel de leerstellingen van Mijn Vader. Het moet of het ene of het andere zijn." Dat is vrij duidelijk.

Mattheüs 7:13-14 Gaat in door de enge poort, want wijd is [de poort] en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

De zogenaamde christenen van deze wereld laten door hun leven zien dat ze zich in grote mate vrij voelen te leven zoals het hun behaagt. Maar aan de andere kant waarschuwt Jezus hier dat Zijn weg smal is en moeilijk, dat deze vrij beperkend is in geloof en gedrag in vergelijking met wat de menselijke natuur verlangt te doen. We kunnen niet beide kanten hebben.

Lucas 14:25-27 Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.

Dit zijn strikte voorwaarden voor het sluiten van het verbond met Jezus Christus. Soms is het nodig de banden op te offeren met hen voor wie we het meest voelen, met wie we het meest contact hebben en met wie we de nauwste relatie hebben. Het kan zijn dat we ons van hen moeten afscheiden. Hoeveel mensen zijn bereid dat te doen, omdat dat werkelijk iets kan zijn dat je hele leven op zijn kop zet.

Handelingen 4:11-12 Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. 12 En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.

Hoe kan Jezus de Verlosser van moslims zijn als ze Hem niet in geloof beschouwen als hun Verlosser? Ik doe het niet nu direct, maar later zal ik voor wat betreft dit punt ingaan op christenen.

Handelingen 9:2 en vroeg van hem brieven naar Damascus voor de synagogen, om, als hij mannen en vrouwen, die van die weg waren, zou vinden, hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen.

Handelingen 16:17 Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende: Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de weg tot behoudenis boodschappen.

Handelingen 19:9 Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven en ten aanhoren van de menigte kwaad bleven spreken van de weg, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn discipelen af, terwijl hij dagelijks besprekingen hield in de gehoorzaal van Tyrannus.

Handelingen 19:23 En omstreeks dat tijdstip ontstond er geen geringe opschudding inzake de weg.

Op negen plaatsen laat Lucas in het boek Handelingen door middel van de of die zien dat het christen-zijn een aparte manier van leven is door punten van geloof, leerstellingen en handelingen die heel anders zijn dan die van andere religies, inclusief het Judaїsme.

Onze president schijnt niet te begrijpen dat hij door zijn uitspraak dat het christendom en de islam dezelfde god hebben, Hem ontkent die hij in zijn bewering zijn Verlosser noemt. Hij schijnt dat niet te begrijpen. Gemeente, het staat ons zeer zeker niet vrij van alles en nog wat te geloven en christen te blijven, omdat dat ons van de weg zal wegvoeren — weg van het pad van de Verlosser.

De vrucht van zulk denken wordt in de bijbel duidelijk aan de orde gesteld en deze zal hetzelfde zijn als wat Adam en Eva en hun kinderen voortbrachten. Als iemand zegt dat de god van het christendom en de islam dezelfde is, is hij of totaal onwetend of uit hij pure huichelachtige, politieke taal. Zelfs al is het onwetendheid, dan moeten we ons toch afvragen wat de bekering door "wedergeboorte" die president Bush zo'n jaar of tien geleden ervoer, te betekenen heeft, omdat zijn begrip hopeloos is.

Wat mij betreft komen we nu aan bij het interessante deel van deze preek en ik heb daar nog net de tijd voor. De president heeft heel wat gezelschap onder hen die beweren "wedergeboren" te zijn, in termen van de hoeveelheid leugens die ze beweren te geloven betreffende wat Christus Zijn volgelingen zal toestaan en hen toch nog als christenen zal aanvaarden.

Wat ik ga zeggen is nogal schokkend. Ik denk dat het iets is waarover u zult moeten nadenken. Denk er eens aan met wie we hier van doen hebben — de zogenaamde "wedergeboren" christenen. Zij worden verondersteld "het beste van het beste" te zijn onder hen die zich tot het christendom hebben bekeerd. Een recente opiniepeiling gepubliceerd door een christelijke onderzoeker George Barna laat zien dat "wedergeboren" christenen grotendeels het onderwijs van tolerantie en aanvaarding van de liberale linkerzijde, de wetenschappelijke wereld, de media, de democratische partij, de liberale partij, de beschermers van het milieu, de homoseksuelen, feministen, lesbische en polygame groepen hebben omarmd.

De gegevens van de opiniepeiling door Barna heb ik ontleend aan twee artikelen die ik hier heb, die ik hier aan de groep in Charlotte laat zien. Het ene artikel is afkomstig van WorldNetDaily en het andere van een website met de naam Worldontheweb. Ze verschenen allebei op 6 december 2003. De meeste dingen waarmee ik begin, zijn ontleend aan een artikel door Gene Edward Veith, met als titel: "Unbelieving Born Agains" [Niet gelovende wedergeboren christenen]. Dat is ongelooflijk!

Dringt die titel tot u door? Zij zijn "wedergeboren" maar ze geloven de leerstellingen van de kerk niet! Zij zijn "wedergeboren" maar ze geloven de leerstellingen van hun Verlosser niet! Dit wat ik u ga zeggen, is ongelooflijk. Die titel alleen al zou ons moeten zeggen dat moderne christenen — de "wedergeboren" christenen — of onwetend zijn van hun geloof in het traditionele bijbelse onderwijs, of het laten vallen.

Wat wij moeten doen is onszelf afmeten tegen de geloofsopvattingen van deze "wedergeboren" mensen. Die opvattingen zijn een valkuil waar wij niet in willen vallen. De resultaten van deze opiniepeiling zijn schrikbarend voor wat betreft hun conclusies voor echte christenen die misschien ook wat van dezelfde vrijheid van geloofsopvattingen en handelen hebben als deze mensen — deze "wedergeboren" mensen.

Zesentwintig procent van de "wedergeboren" christenen gelooft dat alle religies in essentie hetzelfde zijn, niet lettend op wat er in Handelingen staat: de weg, die weg. Er is maar één weg! Maar alle religies — hindoeїsme, taoїsme, boeddhisme — noem ze maar op, zijn in essentie allemaal hetzelfde.

Wat ik u ga zeggen komt gewoon uit het artikel van Veith. Dat laat zien dat deze 26% gelooft dat ze naar de hemel gaan ongeacht wat ze geloven, dat de leerstellingen van de bijbel er niet toe doen. Als dat waar is, wie heeft er dan een Verlosser nodig?

Deze statistieken laten zien dat deze "wedergeboren" christenen hun eigen religie maken. Dat is de valkuil. God zegt: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben", en deze mensen scheppen hun eigen god en die god zijn ze zelf. Maar ze zijn te onwetend om zelfs dat te begrijpen. Hetzelfde kan ons overkomen, dat we ons evenals Adam en Eva vrij voelen ons eigen geloof te scheppen.

Bedenk wat ik u eerder liet zien. Dat geloof zal dan de keus voor ons handelen worden en als we die stappen eenmaal gaan nemen, zullen die stappen ons van het pad dat Jezus ging, afvoeren en we zullen niet op dezelfde plaats als Hij uitkomen. We zullen uiteindelijk niet hetzelfde geloof hebben als Jezus Christus. We zullen, terwijl we hier doorheen gaan, gaan zien hoe dit stap voor stap door elkaar wordt gemengd.

De volgende statistiek is een forse versterking van het bewijs dat de "wedergeboren" christenen niet geloven dat leerstellingen ertoe doen, omdat de opiniepeiling van Barna liet zien dat 50% van de "wedergeboren" christenen gelooft dat een leven van goede werken voldoende is om naar de hemel te gaan. De praktische, theologische consequentie hiervan is dat de Verlosser helemaal uit het verlossingsplan wordt gehaald. We worden door genade behouden, door geloof. Dat is door vertrouwen en niet door werken. Vertrouwen en werken worden van ons als tegenprestatie verwacht, maar ze behouden ons niet. Dit concept gaat hand in hand met het vorige geloof dat alle religies even goed zijn, wat de essentie was van wat president Bush zegt.

Het volgende is onthutsend! Vijfendertig procent van de "wedergeboren" christenen gelooft niet dat Jezus uit de doden opstond.

1 Corinthiërs 15:6 Vervolgens [na Zijn opstanding uit de doden] is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen.

Ziet u hoe ze nauwkeurig uitzoeken wat ze wel en wat ze niet geloven? Ze gooien die tekst er gewoon uit, net als ze de zondvloed eruit gooien, en net als ze nog veel andere dingen eruit gooien, zoals "behoud is door genade en niet door werken". Deze mensen scheppen hun eigen religies. Hoe kan iemand een christen zijn en het woord van God stukje bij beetje uit zijn leven gooien?

Laten we Romeinen 10 opslaan, en daarmee zullen we eindigen.

Romeinen 10:6-9 Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? namelijk om Christus te doen afdalen; 7 of: Wie zal in de afgrond nederdalen? namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen. 8 Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken. 9 Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden.

Ziet u wat daar staat? God zegt in essentie dat als we niet geloven dat Jezus uit de doden is opgestaan, WE NIET BEHOUDEN WORDEN! Ons geloof is op die hoop gebaseerd en daarbuiten is er geen hoop; iemand zonder die hoop zal er niet komen, omdat er niets positiefs is dat hem zal aanzetten om iets te doen. De consequenties van wat we verkiezen te geloven zijn zo geweldig belangrijk, omdat we zullen handelen naar wat we geloven. Als we niet geloven wat God ons onderwijst, dan zullen we niet handelen als een zoon van God. Zo eenvoudig ligt de vergelijking. Iedereen kan dat begrijpen, maar mensen beroemen zich erop dat ze op hetzelfde niveau staan als God. En zoals we vorige week hoorden is dat precies wat Satan deed en op deze manier aan ons geopenbaard zet hij mensen ertoe aan hun eigen religies te scheppen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)