Christus kennen (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
14 december 1996

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh verklaart de betekenis van "gemeenschap hebben aan Zijn lijden" en "aan Zijn dood gelijkvormig worden" (Filippenzen 3:10). Christus' dood bezat zowel een plaatsvervangend als een vertegenwoordigend aspect. Het eerste betaalt voor onze zonden, maar het laatste verschaft een voorbeeld (Hij is de archegos) dat we moeten navolgen of imiteren. Als we onszelf verplichten (iets dat God niet voor ons kan doen) de werkingen van het lichaam te doden (Romeinen 8:13), weigeren het hongerige beest van onze vleselijke natuur te voeden en de oude mens te doden, ondergaan we de verwoestende effecten van zonde. Lijden ervaren omwille van gerechtigheid versnelt onze geestelijke groei en stelt ons in staat Christus te kennen.


Vandaag begin ik met een nieuwe serie en ik wil beginnen met het lezen van 1 Johannes 2:3-5; daar staat:

1 Johannes 2:3 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.

Let erop hoe het bewaren van de geboden is verbonden aan het kennen van God.

1 Johannes 2:4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet.

Begint u de strekking van deze verzen al te zien? Het doet er niet toe hoeveel kennis iemand heeft, als hij die kennis niet toepast en Gods geboden niet bewaart dan kent hij God niet. Hij weet heel veel over Hem, maar hij kent Hem niet. Er is een groot verschil tussen die twee. We kunnen dingen in de krant lezen over anderen, of in biografieën en autobiografieën, of in encyclopedieën en geschiedenisboeken. We kunnen op die manier een indrukwekkende hoeveelheid kennis over iemand verzamelen, maar tenzij we samen met die persoon dingen ervaren, kunnen we niet met recht beweren dat we hem kennen. We weten alleen maar het een en ander over hem. Dat is het principe waar we het hier over hebben.

1 Johannes 2:5 Maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn.

Nu gaat deze preek pas echt beginnen en ik doe dat door uitgebreid The Interpreter's Bible aan te halen. The Interpreter's Bible is een Protestants commentaar. Ik denk dat deze aanhaling nogal interessant is, omdat hij uit een nogal liberaal (vrijzinnig) commentaar komt. Deze aanhaling slaat op de verzen die we zojuist gelezen hebben: 1 Johannes 2:3-5. Deze heeft van doen met hun kijk op het kennen van God. Ik moet eigenlijk zeggen dat het te maken heeft met hun kijk op het effect van mensen die beweren dat ze God kennen, maar die God toch niet echt kennen. Dat is een iets nauwkeuriger omschrijving van waarover de aanhaling gaat. Ik haal juist deze aan, omdat ik geloof dat zij de spijker recht op zijn kop slaan, tenminste als je het in een niet al te ruim kader bekijkt.

Aanhaling uit The Interpreter's Bible over 1 Johannes 2:3-5:

In termen van geschiedenis en cultuur spreken deze verzen een veroordeling uit over onze onchristelijke maatschappij. [Dit is een Amerikaans-Britse publicatie.] De westerse beschaving is in naam christelijk. We zeggen dat we Hem kennen, maar op praktisch elk gebied van het leven zijn we ongehoorzaam aan Zijn geboden. We doden in oorlogen. We verachten huwelijk en ouderschap. In onze hebzucht begeren we en stelen we. In onze manieren en moraal zweren we vals en lasteren we. We vereren de wetenschappelijke en materialistische god van onze eigen handen. We verwereldlijken de sabbat. We bewijzen lippendienst aan de liefde tot God en mens, maar in de praktijk passen we niets daarvan toe. We hebben een hekel aan geboden en we verwerpen de morele orde. Kan het zijn dat heidense en atheïstische bewegingen in onze wereld in feite het oordeel van God zijn, door de eeuwen heen door God uitgesproken over een cultuur die alleen maar voorwendt Hem te kennen, maar die in werkelijkheid een leugenaar is en de waarheid niet kent? In bredere zin is ons pathetisch geloof in kennis als het hoogste goed een huidige vorm van gnostische dwaling. De nieuwe machtigen zijn, zoals eerder gezegd, de machtigen van de geest. Kennis is macht. De kracht van deze natie ligt in het meer weten, iets als eerste weten en het het snelst te weten komen. Zo is geloof in opleiding en wetenschap onze grootste steun. 'Al het kwaad in de wereld kan worden opgelost als de mens maar gaat denken', heeft een vooraanstaand wetenschapper eens gezegd. Het antwoord op deze dwaling is het inzicht van het christendom dat liefde soeverein is over kennis, en kennis moet in moreel opzicht worden gecontroleerd. Tenzij het leven zich voegt naar een morele orde, zal de inherente leugen dat we God kennen, waarop onze cultuur is gebouwd, ons vernietigen.

Heel raak gezegd.

Ik heb in de laatste vier preken geprobeerd ons het belang duidelijk te maken van het leren kennen van God; dit vanuit het standpunt er zeker van te zijn dat we tijd vrijmaken in ons leven om Hem te leren kennen, omdat we in een erg hectische maatschappij leven, waarin de dingen zo snel plaatsvinden. Ik denk, dat die is ontworpen om de dingen zo snel te laten plaatsvinden dat we geen tijd hebben om even tot stilstand te komen en over de dingen na te denken en eens rustig plannen te gaan maken wat we nu wel met ons leven willen gaan doen, en onszelf de discipline op te leggen om het ook echt uit te voeren. We lijken echter veel meer op een van die metalen ballen in een flipperkast die van de ene kant naar de andere botsen, en zo staat ons leven eigenlijk niet onder onze controle. Wanneer gaan we het eindelijk eens echt onder controle krijgen? Het schijnt mij toe, op basis van wat God in de bijbel zegt, dat we in staat moeten zijn ons leven heel wat meer onder controle te hebben dan we doen. We laten ons echter van de ene kant naar de andere botsen, weerkaatsen, zonder het lef te hebben om te zeggen: "Nee, ik wil dat niet. Ik ga dit doen. Dat wil ik niet doen. De reden dat ik dit zeg is, dat ik God wil leren kennen, ik wil God behagen en ik wil in Gods Koninkrijk zijn."

Laten we nu Filippenzen 3 opslaan en daar een vers lezen dat ik diverse keren in de vorige serie heb gelezen. Op dit punt wil ik zeggen dat deze preek fungeert als een brug tussen de vorige serie en de serie die met deze preek begint. Hij is een inleiding op de nieuwe serie, maar bouwt nog heel sterk voort op het thema van de serie over Intimiteit met Christus.

Filippenzen 3:9 en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof.

Nu vers 10, dit vers heb ik diverse keren gelezen, maar elke keer dat ik het las, deed ik dat uit de Amplified Bible.

Filippenzen 3:10-15 (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, 11 zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. 12 Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. 13 Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, 14 maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus. 15 Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren;

Toen ik dat vers 10 de vorige keren las, las ik dat, zoals ik al zei, uit de Amplified Bible. Nu lees ik nog een minder bloemrijke vertaling van vers 10. Het is minder bloemrijk en minder uitgebreid, maar het brengt wel duidelijk de bedoeling over.

Filippenzen 3:10a (Vertaald naar die minder bloemrijke, niet met name genoemde vertaling.) Opdat ik Hem persoonlijk mag kennen, ...

Niet een en ander over Hem weten, maar Hem persoonlijk kennen. Hoe leert u iemand kennen? Door een belangrijk deel van uw leven met die ander door te brengen.

Filippenzen 3:10 (Vertaald naar die minder bloemrijke, niet met name genoemde vertaling.) Opdat ik Hem persoonlijk mag kennen, dat ik de kracht van Zijn opstanding mag ervaren door ook in Zijn lijden te delen, en op die manier meer gelijkvormig te zijn aan Zijn dood.

Laten we nu enkele verzen uit de context in verband gaan brengen met vers 10. Paulus zegt in vers 9 dat hij de gerechtigheid van God wilde. De reden dat hij de gerechtigheid van God wilde, was dat hij op die manier een persoonlijke, dagelijkse ervaring zou hebben met Jezus Christus; waardoor hij een relatie met Hem zou verkrijgen. De gerechtigheid van God waarnaar Paulus verwijst, is iets dat God tot stand brengt. Hij kent ons deze toe bij onze bekering, onze aanvaarding van het bloed van Jezus Christus, en het ontvangen van Zijn Heilige Geest. Door zo te handelen geeft God ons toegang tot Hem en daardoor ontstaat het begin van een relatie. Niemand heeft toegang tot God, niemand heeft een relatie met Hem totdat door God eerst de gerechtigheid van God aan de mens wordt gegeven. Dan kunnen we voor de Vader verschijnen met de gerechtigheid van Christus, alsof we Jezus Christus zijn; anders zouden we nooit in Zijn nabijheid kunnen verschijnen. Dat is dus iets dat God doet.

Maar de kennis van Christus of de kennis van God in bijbelse zin komt tot ons door het dagelijks ervaren van problemen, in het dienen van anderen, in het voorzien in onze behoeften, enzovoort, door dezelfde kracht die Christus uit de doden deed opstaan. Die kracht is de kracht van Gods Heilige Geest die in ons leven werkzaam is. Nogmaals, Paulus wilde deze hebben, opdat hij de opstanding uit de doden mocht ontvangen. We beginnen hier dus te zien dat hij de zaken op een rijtje zette.

We zullen straks zien dat het eerste dat hij moest doen was zich van het oude leven te ontdoen, zich los te maken van zijn hele afkomst. Daarna toen dat was gedaan werd hij, om zo te zeggen, geschikt voor de gerechtigheid van God, en dat op zijn beurt maakte hem, om zo te zeggen, geschikt om toegang te hebben tot God. Dat op zijn beurt gaf hem een relatie met God, zodat hij God kon leren kennen, zodat hij de opstanding uit de doden kon verwerven.

We zien zich hier een proces ontvouwen. We moeten hier aandacht aan schenken omdat wij nu op dit moment bij dit proces betrokken zijn. We zijn betrokken bij een deel van dit proces dat vandoen heeft met het leren kennen van God, met het echt leren kennen van God. Het moet nu duidelijk zijn waarom Paulus zijn verlangen Christus te leren kennen zo sterk tot uitdrukking bracht. Dat is de volgende stap op weg naar de opstanding. Dus Christus kennen is eeuwig leven (Johannes 17.3). "Dit is eeuwig leven." Dus Christus kennen is eeuwig leven en dan is er ook geen enkele twijfel dat hij in de opstanding zou zijn, en dan zou hij begrijpen waarvoor hij was geroepen.

Het kan zijn dat het volgende deel ons enigszins uit balans zal brengen. Paulus zei ook dat hij wilde deelhebben aan Zijn lijden, opdat hij meer gelijkvormig zou worden aan Zijn dood. Wat bedoelde hij daarmee? Betekent dat dat Paulus ernaar verlangde gekruisigd te worden? Betekent dat dat ook wij allemaal martelaren moeten worden? Niet persé. Misschien wel, misschien niet. Dat weten we nog niet. Maar in de verzen 12 tot 14 maakt Paulus het heel duidelijk dat op het moment dat hij vanuit de gevangenis die brief aan de Filippenzen schreef, dat hij op dat moment in zijn leven het punt van Christus kennen nog niet had bereikt. Let er eens op dat hij in vers 12 zegt: "Niet dat ik ... reeds volmaakt zou zijn." Met andere woorden hij was nog niet volmaakt. Tenminste hij was nog niet zo volmaakt dat hij al tevreden was met zichzelf, en daarom zegt hij dus dat hij Christus volgt. We kunnen dat ook op een andere manier zeggen: dat hij Christus imiteerde, of dat hij Christus nabootste.

Toen ik jong was [u speelde waarschijnlijk hetzelfde spel dat ik hier ga noemen] speelden we volg de leider. Iedereen ging in een rij staan. Als de leider dan over een slootje sprong, moest je ook over dat slootje springen. Als de leider in een boom klom, moest je ook in die boom klimmen. Als de leider aan een tak zwaaide, moest je dat ook doen. Als hij over een muur klom, moest je dat ook doen. Wel, dat is in principe wat Paulus bedoelde. Het mag een heel kinderlijke illustratie zijn, maar het is er één die we kunnen begrijpen. Het is wat ik wil noemen het archigos-principe. Christus was een archigos. In Hebreeën 2:10 wordt het vertaald met leidsman. Christus was de archigos. Hij was iemand die vooruit ging, een kapitein die voor zijn troepen uitgaat zodat zijn troepen die hem volgen in staat zouden zijn hetzelfde te doen.

In vers 14 van Filippenzen 3 zegt hij "vergetende hetgeen achter mij ligt". Dat zijn de aanbevelingen die hij in de verzen 5 tot 7 noemde, en daarna noemde hij "hetgeen vóór mij ligt" en hetgeen vóór hem ligt zijn de dingen die hij in vers 10 noemde met betrekking tot het leren kennen van Christus en het deelhebben aan Zijn lijden en gelijkvormig worden aan Zijn dood. Dan vertegenwoordigt tenslotte in vers 14 het doel ook weer de doelstellingen die hij in vers 10 noemde, en de prijs, gemeente, is het eerbewijs van God, zijn [Paulus'] beloning. Ik denk dat we kunnen zeggen de persoonlijke voldoening te weten dat hij het goed had gedaan. Zou u niet graag horen dat God tegen u zei; "Goed gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht. Treed binnen in Mijn rust"? Dat zou geweldig zijn. Dat is de prijs — Gods eerbewijs te horen en de persoonlijke voldoening te smaken dat je het goed hebt gedaan en de beloning te krijgen voor al de inspanningen die je je hebt getroost.

Nu hebben we in deze preek nog niet het laatste gat met betrekking tot deze verzen gedicht. Er is nog een gat en wel, wat bedoelde Paulus praktisch met gemeenschap te hebben met Christus' lijden en aan Zijn dood gelijkvormig te worden? Dat maakt ook deel uit van dat proces. Het eindigt niet tot de opstanding uit de doden plaatsvindt.

Let er eens op in vers 10, dat de gemeenschap met Zijn lijden, en gelijkvormig aan Zijn dood te worden twee zinsdelen zijn die niet door samenvoeging aan elkaar zijn verbonden. Er is geen en aanwezig dat erop duidt dat het twee aparte dingen zijn. De vertalers kozen er echter voor, en ik denk dat dat juist is, deze twee zinsdelen door een komma van elkaar te scheiden. Door dit te doen laten ze zien dat het tweede zinsdeel de uitlegging of het resultaat is van het eerste. Dat is als hij zijn doel gemeenschap te hebben met Christus' lijden bereikte, dat hij dan gelijkvormig zou worden gemaakt aan Zijn dood.

De rest van deze preek, met uitzondering van het slot, zal gaan over Wat betekent het gelijkvormig te worden aan de dood van Christus? Het heeft veel te maken met het leren kennen van Christus.

Gelijkvormig worden aan Christus' dood heeft twee toepassingen. De ene is, dat als we een leiderspositie zouden hebben binnen Gods doel zoals Christus, en we net als Hij zouden leven, we net als Christus hoogstwaarschijnlijk een martelaarsdood zouden sterven. Dit overkwam Paulus en ook Petrus. Van de oorspronkelijke twaalf is voor zover we weten Johannes de enige die zijn leven volledig leefde en als oude man een vredige dood stierf, tenminste relatief vredig. Maar het is de tweede toepassing waarover deze preek zal gaan. Deze is op zijn beurt ook weer in twee delen te verdelen. Deze toepassing wordt erg vaak genoemd, in het bijzonder door de apostel Paulus.

Laten we 2 Corinthiërs 5:14 opslaan.

2 Corinthiërs 5:14-15a Want de liefde van Christus dringt ons [deze dwingt ons, zet ons aan, motiveert ons, vormt ons], 15 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven.

Het is letterlijk waar dat Christus geheel alleen was in het doorstaan van de kruisiging en het begraven worden en het uit de doden opgewekt worden. Maar wat Hij deed om ons te verlossen wordt in de bijbel niet alleen maar gezien als puur plaatsvervangend, maar ook als vertegenwoordigend. Hier zien we dat archigos-principe weer terug — de leider. Wij zijn de volgelingen. Wat Hij doet, moeten wij ook doen. Daarom zei ik iets eerder in de preek "Betekent dit dat wij een martelaarsdood moeten ondergaan?" Daarom zei ik "misschien". Het is mogelijk. Dit vers laat ons zien, nog niet op een echt duidelijke manier, dat Christus' verlossend werk niet alleen maar als plaatsvervangend wordt gezien. Met andere woorden dat Hij onze plaats innam. Dat is waar. Maar het was ook vertegenwoordigend. Met andere woorden alle christenen worden door de bijbel geïdentificeerd met Zijn kruisiging, met Zijn dood, met Zijn begrafenis en met Zijn opstanding.

Laten we nu Romeinen 7 opslaan. Ik geloof dat we allemaal wel vertrouwd zijn met deze twee toepassingen waar we nu doorheen zullen gaan. Maar we moeten hier nu doorheengaan om een duidelijk plaatje te vormen. Paulus legde uit wat er in zijn eigen leven plaatsvond. Hij zei:

Romeinen 7:9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven,

Hier komen we één vorm tegen van de dood waar hij het over heeft. Het is er één die in het leven van sommige mensen op dramatische wijze plaatsvindt — gewoonlijk op het moment van bekering. Dit zegt met zoveel woorden dat Paulus zijn leven in grote lijnen doorbracht in zalige onwetendheid van de vergaande morele eisen van de wet. Dit betekent niet dat hij zich niet bewust was van wat de wet was en wat de wet deed, want daarvan was hij zich wel bewust. Het kan zijn dat hij zelfs een soort priester was, wegens wat we in de bijbel kunnen zien dat hij deed. Hij ging synagogen binnen en als hij die synagogen binnenging, scheen het dat hij onmiddellijk werd herkend als iemand die het waard was voor anderen te spreken. Misschien droeg hij een stukje kleding dat hem duidelijk van anderen onderscheidde.

Paulus was niet in complete onwetendheid van de wet. Hij had er enige kennis van, maar net als wij allemaal, was hij zorgeloos en door zichzelf bedrogen voor wat betreft zijn eigen gerechtigheid. Toen God echter zijn geest opende, voelde hij het volgende: De zonde begon te leven en ik begon te sterven. Hij voelde in zichzelf het doodvonnis vanwege zijn zelfingenomenheid, en zijn zekerheid verdween en hij werd overstelpt door zelfverwijt, hopeloosheid en wanhoop. "Wat moet ik doen? Ik ben ten dode opgeschreven!" Paulus begreep nu dat het loon van de zonde de dood is, en hij voelde die boven zijn hoofd hangen. Tenzij er iemand was die hem zou verlossen, zijn plaats zou innemen, zou hij sterven en zijn zalige onwetendheid van de wet verdween. Hij was niet langer ingenomen met zichzelf en zijn eigen gerechtigheid. Nu wist hij dat hij bij lange na niet zo goed was al hij vroeger dacht. Hij was dus ten dode opgeschreven.

Laten we nog een ander vers opslaan, geschreven door dezelfde apostel.

Galaten 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Hier hebben we alweer hetzelfde concept van een vertegenwoordigende dood van Christus die wordt toegepast op de individuele christen. Als deze van toepassing was op Paulus, dan is hij dat ook op u en mij. Wij zijn ook met Christus gekruisigd, als we ons hebben bekeerd, als we het bloed van Jezus Christus hebben geaccepteerd. De dood is de straf op de zonde, en als iemand is gestorven is er voor zijn zonden betaald. We gaan dus zien dat de vertegenwoordigende dood van Christus van toepassing was op u en mij, daarin gaat God ons zien als dood. Christus' dood vertegenwoordigt dus onze dood en de bijbel zegt dan dat wij met Hem zijn gekruisigd; de wet is zodoende voor wat betreft de straf tevreden gesteld. Dit aspect van de dood is ontnuchterend en sommige mensen ervaren dit op een zeer intense manier, zij voelen zich alsof ze volledig binnenste buiten worden gekeerd. Dit is één aspect. We zijn er nog niet geheel klaar mee, maar dit is één aspect van de dood waar Paulus het in Filippenzen 3 over heeft.

Laten we teruggaan naar de brief aan de Romeinen, deze keer hoofdstuk 6. U zult deze verzen direct herkennen.

Romeinen 6:1-6 Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? 2 Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? 3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? 4 Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. 5 Want indien wij samengegroeid [Ik hou van dit woord.] zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; 6 dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn;

We beginnen te zien dat deze dood hier iets anders ten tonele wordt gevoerd. Er is een reden waarom we door deze dood heen moeten en dat gaan we nu inzien. Dit gedeelte verduidelijkt het concept waarover we het reeds hadden. God laat ons dus — om te benadrukken wat er juridisch is gebeurd — door een watergraf heengaan om het concept van het einde van ons leven duidelijk te maken; een leven dat werd overheerst door zonde wordt vervangen door een leven dat nog steeds te maken heeft met de invloed van de zonde, maar waarin de overheersende positie van de zonde is gebroken door de kracht van een nieuwe natuur en de relatie met God die ontstaat door de toegang die we nu tot Hem hebben.

Begrijp alstublieft dat de doop dit niet bewerkstelligt. Die is alleen maar een ritueel waar God ons doorheen laat gaan om ons duidelijk te maken wat Hij juridisch heeft gedaan. We zijn niet letterlijk gestorven, maar God beschouwt ons als dood, omdat door het offer van Jezus Christus voor onze zonden, die ons zouden doden, is betaald; daarom zijn we dood. Hoe slaagt God erin weer uit die hoek te komen, waarin Hij Zich heeft gemanoeuvreerd doordat Hij ons als dood beschouwt? Dat doet Hij door ons weer uit dat watergraf te laten opstaan. Het doel daarvan is ons te onderwijzen dat net als Jezus Christus werd opgewekt tot een nieuwheid van leven — van vlees en bloed tot een geestelijk leven — ook wij juridisch zijn opgewekt uit het graf tot een nieuwheid van leven, om te wandelen in de geest.

Het doel hiervan is, gemeente [ik wil niet dat dit te ver in uw denken wegzakt], het gehele doel hiervan is, dat wij God zullen kennen, omdat God kennen eeuwig leven is. Dit is geen onbelangrijk concept. Binnen dit concept worden we tot echte heiligheid gebracht — wandelen met God, Hem leren kennen. De heiligheid die we hebben als gevolg van het ontvangen van Zijn Geest is alleen maar [als ik het zo mag zeggen] een klein beetje apart zetten om aan te geven dat we nu deel uitmaken van Zijn gezin en dat we deel uitmaken van de schepping die Hij in ons aan het uitvoeren is. Maar het proces moet verdergaan, anders zal Gods doel niet worden bereikt. We hebben het beeld van God nog niet als we ons bekeren en worden gedoopt. Dat is nog maar het begin. De verwekking heeft plaatsgevonden, dat is alles. Er moet nog veel meer gebeuren en God is bloedserieus om dit te bewerkstelligen, omdat Hij bezig is te doen waarin Hij het beste is, en dat is iemand scheppen naar Zijn beeld — de grootste schepping waarmee onze God Zich kan bezighouden. Dit concept van dood is dus van uitermate groot belang, maar het is slechts één deel ervan.

Laten we nu weer 2 Corinthiërs 5 opslaan. Daar gaan we de verzen 14 en 15 lezen om ons geheugen op te frissen.

2 Corinthiërs 5:14-15 Want de liefde van Christus dringt ons, 15 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen [alle christenen] gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven [middels Christus' vertegenwoordigende dood, een juridische dood]. En voor allen is Hij gestorven, opdat [hier komt het doel] zij, die leven [u en ik], niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.

Vergelijk dat eens met Romeinen 6:6, dan zien we nog wat duidelijker dat dit een vertegenwoordigende handeling is. We worden tot nieuwheid van leven opgewekt en in dit nieuwe leven is Jezus Christus de dynamiek waarom ons leven draait. Maar om zover te komen, moeten we eerst sterven. Daarom zei Paulus dus dat hij gelijkvormig wilde worden aan de dood van Christus en vanzelfsprekend ook deel te hebben aan, gemeenschap te hebben met, deelachtig te zijn aan Zijn lijden.

Weer terug naar Romeinen 6, deze keer vers 9.

Romeinen 6:9 daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.

Alweer het vertegenwoordigende element. Als de zaken goed met ons gaan, heeft de dood geen macht meer over ons.

Romeinen 6:10 Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.

Dat komt exact overeen met 2 Corinthiërs 5:15 en met ons.

Romeinen 6:11 Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.

Wat hier gebeurt in, naar wat ik wel mag noemen, het meest doctrinaire boek uit het gehele Nieuwe Testament, als Paulus de doctrines één voor één uitlegt in de brief aan de Romeinen, is dat hij hier stapje voor stapje de aandacht verschuift van onze eenheid met Christus' dood naar de gevolgen daarvan op het probleem der zonde in het leven van iemand die is opgestaan (in de doop), omdat zonde nog steeds een realiteit is. We maken nog geen deel uit van het Koninkrijk van God zoals Jezus dat doet. Hij heeft in Zijn leven niet meer persoonlijk met zonde te maken, maar wij zijn opgestaan uit dat watergraf en we hebben nog steeds met zonde te maken.

Het is dus duidelijk dat we nog steeds met zonde te maken hebben. Maar wegens onze nieuwe natuur en de eenheid met Christus is de overheersing der zonde niet langer een feit. We hebben nu de kracht om ervoor te kiezen niet te zondigen en de zonde te verslaan. Maar we weten allemaal uit persoonlijke ervaring dat dat niet gemakkelijk is. Daarvoor is onze intense en bereidwillige samenwerking nodig.

Zonde overwinnen is niet alleen maar een zaak van alles doen wat gedaan moet worden om in naam een christen te zijn. We moeten met God samenwerken door te weigeren samen te werken met de verleidingen van de zonde, en dat in de werkelijkheid van alledag. Dat is op ons werk. Dat is thuis. Dat is in onze auto. Dat is in de manier waarop we ons kleden. Dat is in de manier waarop we onze tong gebruiken. Het heeft betrekking op alles in ieder aspect van ons leven. Het moet worden geëvalueerd, nauwlettend onder de loep genomen, worden overdacht; en als het een probleem blijkt te zijn, dan moet er een manier worden vastgesteld waarop dat punt zal worden aangepakt. Tenzij we die manier ook gaan uitvoeren en echt gaan aanpakken, daarbij een beroep doend op alle krachten van God die ons ter beschikking staan, is het heel waarschijnlijk dat de overheersing van de zonde zal voortduren, in het bijzonder op sommige gebieden van ons leven waarop we echt zwak zijn. Dit vereist in het bijzonder voordeel putten uit de toegang tot Gods genade die we hebben. Het betekent ijverige studie, volhardende trouw in gebed en een intens verlangen vrij te blijven van zonde door deze moedig te weerstaan en te volharden totdat God tussenbeide komt.

Hieruit komt het tweede aspect van dood voort. Laten we verdergaan met de verzen 12 en 13.

Romeinen 6:12-13 Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, 13 en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.

Zien we dat woordje gehoorzamen in vers 12? Dat is hier een interessant woordje. Het is afgeleid van een woord waaraan u waarschijnlijk nooit zult denken. Het is afgeleid van hetzelfde woord als het woord luisteren. Wat Paulus zegt is, dat een belangrijke manier om niet te zondigen is om niet te luisteren naar de verleidingen van de zonde die op onze geest inwerken, en een beroep doen op het tevreden stellen van ons eigen ik. Denk daar eens over na.

Krijgen we nooit ideeën om iets te doen waarvan we weten dat het verkeerd is? Zolang we ons met die gedachte bezighouden, houden we de mogelijkheid dat we gaan zondigen in leven. We luisteren ernaar. Paulus zegt hier dat er een direct verband is tussen ernaar luisteren en zondigen. Hij zegt dus: Luister er niet naar. Dat is een van de belangrijkste manieren om zonde te overwinnen.

Een simpel voorbeeld: Iemand heeft een probleem met een verslaving, laten we zeggen alcohol. Het verlangen naar alcohol begint te zeggen: "Ga toch naar die en die bar waar al mijn vrienden zijn". Als we daar naar luisteren, luisteren naar de aantrekkingskracht die daarin zit, in de auto springen en op weg gaan, dan worden we hoe dichter we bij die bar komen des te sterker daarheen getrokken. Paulus zegt dat de manier om zonde te vermijden in de allereerste plaats is: luister er niet naar. Stap zelfs niet in de auto. Het is een eenvoudig principe, maar het werkt. Wat deed Jozef toen Potifars vrouw hem probeerde te verleiden? Hij ging de andere kant uit. Hij luisterde niet. Zo'n eenvoudig principe, maar zo krachtig in het overwinnen van zonde. Op die manier val je zonde aan voordat die te sterk wordt en je overmeestert. Dit is één manier om de werkingen van het lichaam te doden. Ik voeg dit woord "doden" nu toe omdat dat het woord is waarover we het straks zullen gaan hebben; nog niet direct, maar straks.

In vers 13 zijn de woorden ten dienste stellen van ook interessant. Paulus zegt hier dus dat we de leden van ons lichaam niet moeten overgeven aan hun oude meester, maar ze daarentegen moeten overgeven aan God. We komen nu heel dichtbij een woord dat voor deze nieuwe serie heel wat zal gaan betekenen. Het is het woord aanbieden, offeren, waarmee samenhangt het woord offer, dat wordt gebruikt in zondoffer, reukoffer, brandoffer, enzovoort. God heeft het hier over het begrip overgeven. Ten dienste stellen van God, overgeven aan God. Laat de vroegere overheersing door zonde niet weer de overhand krijgen, maar geef u over aan God.

Een kritisch punt om de essentie van deze preek te vatten en het meeste eruit te halen is het begrijpen van dit nieuwtestamentische concept van dood, eenheid met Christus, deelhebben aan Zijn lijden en het kennen van de kracht van Zijn opstanding.

Laten we nu Romeinen 8:12-13 opslaan.

Romeinen 8:12-13 Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven. 13 Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.

Ik vind dat vers 12 [in de NBG] voor moderne oren nogal zwak vertaald is. Het is beter het als volgt te lezen: "Daarom, broeders, hebben we de verplichting niet langer te leven naar de standaards van het vlees."

In feite is er maar één belangrijk woord gewijzigd — het woord schuldenaars in het woord verplichting. Dat ligt veel dichter bij het huidige Nederlands taalgebruik. Paulus zegt hier dat het een plicht is, een vereiste, dat we moeten reageren op iets wat door een ander is gedaan. Dat is een verplichting. Een verplichting is iets dat ons wordt opgelegd doordat iemand anders iets heeft gedaan. We zouden kunnen zeggen het beveelt ons. Het kan zijn dat iemand ons een gunst heeft bewezen — we zijn dus verplicht "Dank u wel" te zeggen. Het is onze plicht dat te doen. We behoren dat te doen. Het is juist in het oog van God dat we zoiets doen. Hij zegt dus dat we verplicht zijn in actie te komen omdat iemand anders iets heeft gedaan. U weet vast wel wie die iemand anders was. God deed iets. Hij verklaarde ons rechtvaardig. Als gevolg daarvan zijn we verplicht te reageren, ons aan Hem over te geven, ons ten dienste van Hem te stellen. Maar het gaat nog veel verder dan dat. We zijn er verantwoordelijk voor onszelf te doden! Dat bedoelt vers 13 als het zegt "de werkingen des lichaams doodt". Dat is het tweede aspect van doodgaan.

Romeinen 8:13 Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.

Het woord doden is heel interessant, zowel voor u als mij. Laten we naar Romeinen 7:4 gaan.

Romeinen 7:4a Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet ...

Dat woord dood daar heeft dezelfde oorsprong als het woord doden in Romeinen 8:13. Er is slechts één belangrijk verschil tussen die twee woorden en dat is de naamval waarin het wordt gebruikt. In Romeinen 7:4 is het de derde naamval. Dit betekent grammaticaal dat het in Romeinen 7:4 iets is dat God ons aandeed of voor ons deed. Tussen twee haakjes, het Griekse woord is thanatoo. In Romeinen 8:13 is de naamval anders, zodat het daar betekent dat het doden iets is dat wijzelf moeten doen.

We kunnen nu de verzen 12 en 13 samenvoegen. We zijn verplicht te doen wat er in vers 13 staat omwille van wat God volgens Romeinen 7:4 deed — Hij verklaarde ons dood voor de wet. Er is voor de zonde betaald en wij zijn dood. Daarom hebben wij een verplichting, een plicht, een verantwoordelijkheid als reactie op wat God heeft gedaan. Wat Hij deed is dat Hij ons vergaf. Hij verklaarde ons rechtvaardig. Hij gaf ons toegang tot Hem en Hij gaf ons Zijn Geest zodat we een relatie met Hem konden hebben.

Wat Hij ons daar in vers 13 zegt te doen, is niet iets dat Hij in dit opzicht voor ons kan doen. Het is iets dat wij moeten doen, omdat als God dit zou doen, Hij onze vrije wil zou wegnemen en daarmee de mogelijkheid tot opbouw van karakter. Hij zou dan Zijn wet niet in onze harten, in ons verstand, kunnen schrijven en er zou dan geen beeld van God worden gevormd. Dit is iets dat wij moeten doen. We zijn verplicht het te doen. Het betekent dat het nu onze beurt is. De bal ligt bij ons. Ieder van ons moet zijn geloof in praktijk brengen en zichzelf verloochenen als hij wordt geconfronteerd met een keuze om het eigen ik tevreden te stellen, een keuze die verkeerd is, en het volgen van Gods gerechtigheid. Stukje bij beetje, gemeente, moeten we verkeerd gedrag ter dood brengen en zoals we allemaal ervaren is dat een erg pijnlijk proces.

Lijden komt weer terug in beeld. Zelfs God kan de keuzes niet voor ons maken, anders zal Zijn doel niet worden bereikt. Het lijden (psychisch) vanwege angsten, zorgen over het verloochenen van het eigen ik, het denken aan het ongemak dat ermee gepaard zal gaan als diverse delen van ons lichaam ons onder druk zullen stellen om aandacht zodat ze kunnen zondigen. Dat is heel wat druk op gebieden waar we zwak zijn. Ik wil hier snel aan toevoegen dat Paulus het hier niet heeft over ascetisme. Hij heeft het ook niet over masochisme. Hij zegt eenvoudig dat we onszelf moeten verloochenen binnen het kader van Gods standaards zoals we worden geleid door Gods Geest. Het bewijs hiervan vinden we ook in Romeinen 8:13 — "maar indien gij door de Geest ..." Er staat nergens in Gods woord (en Zijn woord is geest) ... Er staat nergens in Gods woord dat God ascetisme of masochisme leert of verlangt; maar in het normale overwinnen in het leven is het nodig dat we onszelf verloochenen om zonde de pas af te snijden voordat we er door worden vernietigd.

Er is een groot verschil tussen deze twee benaderingen. Ascetisme vereist lijden alleen omwille van het lijden, om anderen te laten zien dat we lijden kunnen doorstaan. Het is niets anders dan een show van trots, meer niet. Maar aan Gods benadering is een goed doel verbonden. In vers 14 maakt hij het alweer heel duidelijk: "Want allen, die door de Geest Gods geleid worden ..." Alleen maar om ons goed te laten begrijpen waarover hij het heeft. Zoals ik nog maar net heb gezegd, in overwinnen en het door deze dood gaan waar we het over hebben, is het vereist dat we onszelf van elk hulpmiddel dat God ons biedt, voorzien. Het belangrijkste hieronder is Hem in gebed aan te roepen, voortdurend, dag en nacht; zo onderhouden we contact met Hem, vragen we Hem om leiding, verlossing, meer van Zijn Geest, en wat we nog maar meer nodig mogen hebben.

Laten we nu naar de tweede plaats gaan waar dit woord doden voorkomt. Dat is in de brief aan de Colossenzen.

Colossenzen 3:1-3 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.

Dat brengt alweer die verplichting onder woorden. Dit is de reden dat we moeten doen wat hij zojuist heeft gezegd.

Colossenzen 3:4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid [als we hebben gedaan wat er staat in de verzen 1 en 2].

Hier komt dan de consequentie.

Colossenzen 3:5-6 Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, 6 om welke dingen de toorn Gods komt [Statenvertaling voegt toe: over de kinderen der ongehoorzaamheid].

In deze verzen kunnen we dus heel duidelijk de twee typen dood onderscheiden. Colossenzen 3:3 — "Want gij zijt gestorven". Dat is de dood waarover we het het meest hebben — Christus' plaatsvervangende, vertegenwoordigende dood, waar we al doorheen zijn gegaan toen we tot bekering kwamen en ons lieten dopen. Daar zijn we al doorheengegaan. Dan Colossenzen 3:5 — "Doodt dan de leden die op de aarde zijn".

Er is een verschil tussen Romeinen 8:13 en Colossenzen 3:5. Romeinen 8:13 benadrukt verplichting en plicht wegens Gods genadig handelen, dat is Zijn vergeving. Hier (in Colossenzen 3) heeft doden de betekenis van een beslissende urgentie om ter dood te brengen, niet alleen maar het uitvoeren, maar het snel te doen — nu direct, het niet uit te stellen.

We weten allemaal wel dat we graag een beetje met zonde spelen. We overtuigen onszelf ervan dat het niet zo erg is, andere mensen doen het ook, morgen ga ik het echt aanpakken. Dat is onze benadering. We doen dat allemaal. Iedereen van ons. Hier (in Colossenzen 3) is het woord zelfs verschillend. Het is een ander woord. Het is niet thanatoo zoals in Romeinen 8. Hier wordt het woord nekro gebruikt. Het staat in de aorist gebiedende wijs en het suggereert een gewelddadige, pijnlijke handeling voortkomend uit een persoonlijke vastberadenheid. Het betekent ook iets zijn kracht ontnemen. Er is een manier om zonde zijn kracht te ontnemen, of zijn kracht te vernietigen. We zouden tegenwoordig zeggen: "Laat het beest niet toe om er met de mens vandoor te gaan", waarin het beest de menselijke natuur is. Laat onze natuur niet de baas worden. Laat onze natuur ons niet overheersen. Hoe kunnen we dat doen? De manier waarop we ons verlangen vervullen, waardoor zonde wordt voortgebracht, is het voeden van het beest. Dus door te zondigen. Met andere woorden als het zijn aantrekkingskracht voor bevrediging begint uit te oefenen, geven we toe en staan toe dat het verlangen vervuld wordt. Dit veroorzaakt dat de zonde in leven blijft.

Er zijn diverse plaatsen in de bijbel waar God zonde met een verdovende middel vergelijkt. "De wijn van de gramschap harer hoererij." Verdovende middelen hebben een verslavende werking. Zonde heeft een verslavende werking. De enige manier om zonde kapot te maken is het niet te voeden. Als het geen voedsel krijgt, gaat het dood, omdat het zijn kracht wordt ontnomen. Het leeft op gewoonte en de gewoonte moet worden doorbroken. Daar komt de pijn weer om de hoek kijken. Zonde neemt alleen maar toe als het wordt begaan. Als zonde een halt wordt toegeroepen begint het te verschrompelen. In sommige gevallen, als de drang tot zonde erg sterk is, dan zal het heel moeilijk zijn om die drang kwijt te raken. Het zal geen gemakkelijke dood sterven. Meestal zal dat een langdurige en pijnlijke dood zijn.

Ik weet niet of u ooit van Alexander McClarin hebt gehoord. Hij was zo'n 100 jaar geleden een befaamd baptistenprediker. Hij gaf een kleurrijke beschrijving van het woord nekro in de aorist gebiedende wijs. Hij vergeleek het met een man die ergens in een fabriek werkte; zijn vingers raken langzaam maar zeker tussen de wals en de aandrijfriemen bekneld. De man ziet dus precies wat er zal gaan gebeuren, binnen enkelen minuten zal zijn gehele lichaam onder de wals worden getrokken en hij zal platgewalst worden tot een bloederige, levenloze massa. Hij strekt zijn vrije hand dus uit naar een bijl die vlakbij staat en hij kapt zijn hand er bij de pols af. Dat is nogal een gruwelijke illustratie, maar die sluit precies aan bij de instructie van Christus: "Als uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit, of als uw hand u tot zonde verleidt, houw hem af." Het is beter het eeuwige leven verminkt binnen te gaan dan het geheel niet binnen te gaan.

Ik wil opnieuw duidelijk maken dat noch Christus noch Paulus ons zegt ons lichaam te verminken. Paulus gebruikt hier een beeldspraak, opdat we zullen begrijpen hoe belangrijk het is dat we ons met hand en tand tegen de zonde verzetten — dat zonde echt dodelijk is en dat het God ernst is dat we het moeten overwinnen. Paulus gebruikt hier het woord lid — "Doodt daarom uw leden ..." Dat is weer een beeldspraak waarin hij het woord lid gebruikt in plaats van de zonde die wordt begaan door dat lid. Met andere woorden de zonde probeert tot uiting te komen via de diverse leden van ons lichaam. Hij spoort ons dus in feite ertoe aan de zonden ter dood te brengen en we kunnen die zin dus ook als volgt lezen: "Breng daarom alles wat tot uw aardse natuur behoort ter dood."

Laten we nu verdergaan met vers 10. Het is heel goed om dit vers in zijn context te zien, direct na die uitspraak over doden.

Colossenzen 3:10 en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper,

Ik wil dit ook lezen uit de West Translation, waarom Paulus ons zo dringend aanspoorde dat we die taak wegens een verplichting op ons nemen.

Colossenzen 3:10 (Vertaald naar de West Translation) Uzelf bekleed hebbend met de nieuwe mens die constant wordt vernieuwd door een daaruit voortkomende volledige en volmaakte kennis in overeenstemming met het beeld van Degene die hem schiep.

Ziet u wat hij zegt? Door het ter dood brengen van de zonde zullen we Christus gaan leren kennen. Beginnen we nu te zien waarom Paulus zei, dat hij wilde deelhebben aan Zijn lijden en gelijkvormig wilde worden aan Zijn dood?

U zult zich nog wel herinneren dat Paulus in Filippenzen 3:10 lijden en dood in dezelfde uitspraak vermeldde als zijn levensdoel. Zowel lijden als dood worden in de bijbel op diverse manieren opgevat en we hebben nu het begrip dood wat nader bekeken. Ik wil nu nog wat tijd besteden, eigenlijk maar een korte uitleg, aan de manier waarop de bijbel lijden opvat. Eigenlijk heel eenvoudig, de bijbel ziet lijden als de vrucht van kwaad en kwaad bestaat vanwege de zonde. Dat is een heel globale kijk.

Lijden op zich, het ondergaan van pijn, wordt in de bijbel niet gezien als iets gunstigs noch als iets schadelijks. Het is min of meer neutraal, maar het wordt altijd gezien als een heel grote uitdaging voor iemands geloof. Waarom is dat zo? Omdat we niet graag pijn ondergaan! Toch wordt van ons verlangd dat we in geloof leven! Als we in geloof leven, dan zullen we met heel wat pijn worden geconfronteerd! Voorzover de bijbel zich dus met lijden bezig houdt, is dat vanuit de vraag hoe dat invloed heeft op iemands geloof.

In het Oude Testament wordt lijden algemeen gezien als straf voor zonde, maar niet noodzakelijkerwijs iemands eigen zonde. Met andere woorden we lijden omdat andere mensen zondigen. De schrijvers van het Oude Testament vroegen zich af waarom de rechtvaardige lijden moet, maar ze kwamen altijd tot de conclusie dat lijden deel uitmaakte van Gods onderwijs voor Zijn kinderen.

De apostelen [dit wordt heel interessant] zagen het als het gerechtvaardigde lot van de mensheid. Met andere woorden we verdienen het. Jezus laat duidelijk zien, zoals ik straks zal gaan bewijzen, dat lijden noodzakelijk is. We moeten daar doorheengaan. De apostelen zeiden ook, ze onderwezen dat, dat ze geen lijden wilden ondergaan alleen maar omwille van dat lijden. In het Nieuwe Testament is de bijbel niet geïnteresseerd in iemands vermogen tot het verdragen van lijden. Er is meer aan verbonden. Paulus en de andere apostelen zijn geïnteresseerd in de gevolgen van lijden — de geestelijke gevolgen die geloof en lijden aan elkaar gaan koppelen. Lijden wordt altijd gezien als een test van het geloof, en ze waren geïnteresseerd in het resultaat van dat lijden, en als ze zouden lijden dan wilden ze deelhebben aan het lijden van Christus, dat maakten ze heel duidelijk. Waarom? Het antwoord daarop is dat ze wisten, dat ze begrepen dat 1) Christus' lijden een uitzonderlijk goed doel voor hen had en dat 2) dat lijden niet werd veroorzaakt door Zijn zonden, maar juist door Zijn rechtvaardigheid en de haat van de wereld voor die rechtvaardigheid.

Nu nog even snel naar Johannes 15:20.

Johannes 15:20a Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb: Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; ...

Een goddelijke noodzakelijkheid.

Johannes 16:33 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Alweer een goddelijke noodzakelijkheid. Nu Handelingen 14:22, Paulus zegt daar:

Handelingen 14:22 om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan.

Nu weer terug naar Christus' vertegenwoordigend handelen. Stapje voor stapje bij het lezen van de geschiedenis van Zijn lijden in het Nieuwe Testament zoals door de apostel beschreven, wordt het heel duidelijk dat het lijden dat Christus en Zijn discipelen ten deel valt, voortkomt uit hun rechtvaardigheid en de zonden van de wereld.

Laten we weer naar de brief aan de Hebreeën gaan. We kunnen dan gaan begrijpen waarom Paulus deel wilde hebben aan Christus' lijden. Hij wilde niet lijden omdat hij zondigde. Als hij moest lijden, dan wilde hij lijden omdat hij leefde zoals Christus leefde. Hij wist dat als hij de dingen deed zoals Christus, hij zou moeten lijden. Dat is onvermijdelijk. Je kunt niet leven zoals Christus zonder deel te hebben aan Zijn lijden, omdat de wereld zal gaan reageren en over zal gaan tot vervolging.

Laat me een voorbeeld geven. Als u — naar het schijnt volkomen onverwacht — besluit de sabbat te gaan houden, zal de familie gewoonlijk gaan reageren. De kans is groot dat u uw baan kwijt raakt, omdat uw werkgever daar geen prijs op stelt. Hij wil dat u op sabbat werkt. Dan komt u ook nog eens met de Heilige Dagen op de proppen, dan wordt het nog moeilijker. U werkt voor een werkgever die wil dat u liegt ..., dan zit u echt in de problemen. Dat is deelhebben aan Christus' lijden. Als de zaken echt gaan spannen, is het mogelijk dat de wereld u ter dood brengt als reactie op uw rechtvaardigheid. Paulus zegt als dat gebeurt — Hoera! Dat is een goede reden om te lijden. We zijn geroepen om daarvoor te lijden.

Hebreeën 12:3a Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, ...

Inderdaad, Hij zondigde nooit. Het lijkt nogal een tegenstelling. Hij doet alles juist en goed, en wat gebeurt er? Hij lijdt.

Hebreeën 12:3b ..., opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.

Luister! Als u juist handelt, zullen de zaken verkeerd gaan lopen. Klinkt dat niet als een geweldige tegenspraak?

Hebreeën 12:4 Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde.

Als de oude mens begint te kermen van pijn, omdat u hem ontzegt wat hij graag wil hebben — bevrediging, dan gaat u deelhebben aan het lijden van Christus, omdat u de zonde in uw eigen lichaam gaat weerstaan. Het kan deels psychisch zijn, deels fysiek — in uw maag, in uw seksorganen, of wat dan maar ook. Ik durf hier te stellen dat we nog weinig hebben meegemaakt voor wat betreft publieke vervolging, omdat we in zo'n vrij land leven dat bijna alles wordt geaccepteerd. Jullie mensen hier in Californië hoeven misschien wel nooit te lijden! Hier mag alles! [Gelach in het gehoor. John was in Anaheim, Californië, toen hij deze preek gaf.] U kunt echt bizar zijn en uw omgeving vindt dat heel normaal, maar voor ons, de rest van het land, bijvoorbeeld als we wonen in de 'Bible belt', is het heel andere koek. Allerlei soort gedrag dat hier tot uiting komt, wordt daar beslist niet geaccepteerd, en ze zullen u dat laten weten ook. Maar als we de dingen op de juiste manier doen, dan trekken we overal aandacht, zowel daar als hier, en het kan zijn dat dat geen gunstige aandacht is.

2 Timotheüs 1:5-8 en dan komt mij voor de geest uw ongeveinsd geloof, zoals het eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike, en ook — daarvan ben ik overtuigd — (woont) in u. 6 Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. 7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid. 8 Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here of voor mij, zijn gevangene, maar wees mede bereid voor het evangelie te lijden in de kracht van God.

Het hoort bij het pakket. Toen we vergeving ontvingen, toen werden we verplicht deel te hebben aan de verdrukkingen van het evangelie, en dat betekent lijden, pijn; pijn in het weerstaan van verzoeking, pijn in het overwinnen van zonden, pijn over de buren die u niet langer mogen, u bent niet langer vrienden, ze accepteren u niet meer. U kunt niet langer uit de voeten met wat anderen doen en er begint een scheiding te ontstaan.

2 Timotheüs 1:12-13 Om die reden draag ik ook dit lijden en ik schaam mij daarvoor niet, want ik weet, op wie ik mijn vertrouwen heb gevestigd, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is, hetgeen Hij mij toevertrouwd heeft, te bewaren tot die dag [het onderpand op eeuwig leven]. 13 Neem tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus is.

Hebreeën 2:9-10, 17-18 maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond. 10 Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken [volledig maken, geschikt maken voor gebruik]. ... 17 Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. 18 Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.

Lijden speelde een hoofdrol om Christus geschikt te maken voor Zijn verantwoordelijkheid als onze Zaligmaker en als onze Hogepriester. Tezelfdertijd stelde het Hem in staat om Zich volledig te identificeren met degenen die Hij ging redden. Dat is dus met ons — wij zijn alleen de andere kant van de medaille. Op een verkeerde manier lijden kan iemand vernietigen, maar met God die over ons waakt, zal lijden een hoofdrol spelen in onze voorbereiding op onze taak als koning en priester onder Christus.

Ik sloeg in diverse commentaren de betekenis op van het woord verzoekingen uit vers 18. Ze zijn praktisch eensluidend in hun uitleg dat deze verzoekingen te maken hebben met het weerstaan van de zonde, niet met Zijn kruisiging. Zijn kruisiging komt ook in beeld bij het lijden, in die zin dat de kruisiging Hem de meest verleidelijke gelegenheid bood om verlossing voor Zichzelf te accepteren en dus te zondigen om de pijn van de kruisiging te vermijden en de pijn die daarmee gepaard ging. We hebben dagelijks met deze dingen te maken bij het overwinnen van zonde, maar ziet u, ook daarin volgen we onze archigos.

Dus we kunnen nu inzien waarom Paulus wilde deelhebben aan het lijden van Christus en gelijkvormig wilde worden aan Zijn dood. Als hij er daarbij intensief naar streefde te leven in geloof, zou hij deel gaan hebben aan hetzelfde lijden dat Christus moest ondergaan, en dat lijden zou hetzelfde resultaat in hem voortbrengen als in Christus. Hij zou Christus kennen. Hij zou voorbereid zijn op het Koninkrijk van God. Hij zou naar het beeld van Christus zijn gevormd. Hij zou dus volledig, geschikt, zijn gemaakt.

Dat is het einde van de preek voor vandaag en, indien God het wil, zullen we de volgende keer dat ik spreek met dit onderwerp verder gaan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)