De vreze des Heren (Deel 2)

Door John W. Ritenbaugh
7 oktober 1998

Samenvatting: (toon)

In dit tweede deel van de serie over "De vreze des Heren" herhaalt John Ritenbaugh dat zelfs voor we de noodzakelijke, ons aansporende bouwblokken van geloof, hoop en liefde verwerven, we de vreze des Heren (die de emoties omvatten van enerzijds absolute terreur tot anderzijds eerbiedig ontzag) moeten verwerven. Deze voorziet in een sleutel waardoor we de schatten van God kunnen ontsluiten. Het proces om deze vrees te verwerven bestaat uit het eeuwige sequentiële patroon van chaos of wanorde, gevolgd door goddelijke orde waarin Gods heerlijkheid wordt geopenbaard, gevolgd door de een of andere vorm van oordeel. De cyclus vindt even zeker plaats in ons leven als zich die voordeed in de bijbelse voorbeelden. Het oordeel rust nu op de kerk van God. Uitgaande van bijbelse voorbeelden durven we het niet eens in onze gedachten te laten opkomen om wat heilig is als iets gewoons te behandelen, maar moeten we (met de geëgaliseerde metaforische bergen en dalen van ons karakter) een constante, eerbiedige vreze des Heren in stand houden.


De vorige preek in deze serie heeft het fundament gelegd. De vreze des Heren is zo belangrijk binnen Gods doel met ons leven, dat het een van de vier pijlers is waarop ons functioneren als Christen is gebaseerd. Het vormt met ons geloof, onze hoop en liefde het fundament van elementen die ons aanzetten tot ons doen en handelen. Ik bracht dit als volgt onder woorden: vertrouwen, visie of verlangen, toewijding en onderwerping, en een vrees die het hele spectrum van een angstaanjagende vrees tot een respectvolle en liefhebbende verering bestrijkt.

Salomo zei dat de vreze des Heren het begin is der wijsheid. Jesaja zei dat de vreze des Heren de sleutel is tot de schatten van God.

Hieruit leid ik af dat de vreze des Heren in feite het fundament is dat onder geloof, hoop en liefde ligt. Deze vrees leidt tot die belangrijkere eigenschappen.

We ontdekten ook dat het moet worden geleerd. We bezitten die vrees niet van nature. Het feitelijke begin ervan ligt in onze roeping, omdat ons begrip van God tot die tijd was gebaseerd op de tradities van de mens. Die vrees moet ons worden onderwezen en de meest voor de hand liggende leraar is God Zelf, voornamelijk door Zijn schepping in den beginne, met andere woorden Zijn werken.

Met schepping bedoel ik niet alleen de fysieke schepping, maar ook Zijn geestelijke schepping. Met andere woorden onze ervaringen met Hem in ons leven.

Daarna ging ik dieper in op de immense grootheid van de schepping van het universum omdat ik wilde dat we een klein beetje zouden gaan begrijpen van de immense mogelijkheden van Zijn denken. We ontdekten ook dat de aarde vol is van Zijn heerlijkheid. Zijn immense mogelijkheden openbaren zich op ieder gebied waarop Hij werkt.

Op een knullige manier zouden we kunnen zeggen dat Hem geen kunstje onbekend is. Alles is schitterend ontworpen, geïntegreerd en goed samenwerkend met al het andere. Alles is in orde. Alles is tot in het kleinste detail uitgewerkt. Het is een perfect functionerend systeem, behalve waar de mens heeft ingegrepen en de relaties tussen plant, mens en dier heeft verstoord.

De reden dat God naar Zijn werken verwijst is ons ten voordeel, omdat hoe dieper ons begrip is van de grootheid van Zijn denken en van Zijn macht, hoe groter ons vermogen zal zijn om Hem te eren. Dit wordt van groot belang als we voortgaan te groeien en God te verheerlijken door ons leven.

Toestaan dat de vreze des Heren zich niet verder ontwikkelt door er niet bewust aan te werken, werkt ongunstig uit op de groei van alle andere facetten van ons Christen-zijn, want het is echt de sleutel tot de schatten van God als het werkelijk het fundament is voor geloof, hoop en liefde. Persoonlijk geloof ik dat beslist. Pas nadat we Hem beginnen te vrezen, te respecteren, te eren en te eerbiedigen, kunnen we een zinvol gebruik voor geloof in ons leven gaan vinden.

In Psalm 8:4-5 zien we dat er een subtiel gevaar om de hoek komt kijken als we toestaan dat de vrees voor God ongebalanceerd raakt. Ik wil niet dat iemand van ons daarin verstrikt raakt, als ons denken in dit opzicht niet juist is.

Psalm 8:4-5 Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?

We zijn zo nietig vergeleken met de onmetelijkheid van het heelal. Ik begreep hier onlangs meer van tijdens het joggen. Ik zag een gestalte op de weg in mijn richting komen. Gewoonlijk jog of wandel ik vrij vroeg in de ochtend. Toen ik van zo'n kleine 100 m in de richting van die persoon keek, kon ik niet zeggen of het een man of vrouw was, of van welk ras die persoon was. Misschien zijn uw ogen beter dan de mijne. Maar wat indruk op me maakte was, hoe op zo'n korte afstand reeds alle onderscheidende kenmerken verdwenen zijn. Ze waren onbelangrijk geworden.

Ik vlieg vaak. Van zo'n 10 km hoogte kun je geen mensen zien. Je kunt nauwelijks een vrachtwagen zien rijden op de snelweg.

Als u hier in dit hotel naar de bovenste (9e) verdieping zou gaan en naar beneden zou kijken naar de mensen die op de binnenplaats zitten te eten, let er dan eens op hoe klein de mens lijkt van nog geen 30 m hoogte. We worden nietig.

Datzelfde principe werkt als we gaan denken aan de grote en ontzagwekkende macht van God, de onmetelijke grootheid van de werken die Hij onder beheer heeft. Hij heeft dat alles geschapen en Hij houdt het in stand, zoals Hij zegt door het Woord van Zijn kracht. Hij houdt alles in stand. Hoe is het mogelijk dat wij geloven dat Hij met Zijn belangrijkheid, briljantheid en intelligentie Zich ook maar enigszins bewust kan zijn van ons? ("Wat is de mens dat Gij hem gedenkt?")

Maar dat is een verkeerde gedachte [houding], omdat dat Zijn woord in twijfel trekt. Het is in zekere zin een subtiele beschuldiging, omdat Hij zegt dat Hij in staat is dat te doen. Hij zegt ons dat wij "Zijn oogappel" zijn, het middelpunt van Zijn belangstelling. Anders te denken is twijfelen aan wat Hij in staat is te doen.

Daarnaast vertelt de Bijbel ons dat Hij blijkbaar over grote aantallen engelen beschikt, aan wie Hij een toeziende verantwoordelijkheid heeft toebedeeld.

Het boek Handelingen spreekt met betrekking tot Petrus over "zijn engel", alsof hij een persoonlijke engel had. De persoon die werd aangehaald was de jonge vrouw die naar de deur was gegaan. Zij dacht blijkbaar dat onze engel eruit ziet als wijzelf. Hoe zou ze anders hebben kunnen zeggen dat hij eruit zag als Petrus? Ze zei "zijn engel". Was dit een algemeen Joodse gedachte die God in de Bijbel heeft neergelegd? Of is het een bijbelse waarheid dat inderdaad iedereen van ons een engel heeft toegewezen gekregen? Ik weet het niet zeker. Ik weet echter, dat God één van Zijn aartsengelen, Michaël, heeft aangesteld te waken over Israël. Dat wordt heel duidelijk gesteld.

Hij heeft hun ongetwijfeld verantwoordelijkheden toevertrouwd en alhoewel ze een grote speelruimte in autoriteit kunnen hebben in hun handelen met ons, ben ik er zeker van dat hun communicatie met elkaar en Hem veel beter is dan onze communicatie met elkaar. Zij spreken een zuivere taal. Misschien denken ze alleen maar en behoeven ze het niet uit te spreken. Maar ze zijn in staat voor ons te zorgen. We moeten er niet aan twijfelen dat Hij in staat is te doen wat Hij zegt.

Laten we dit nog eens onderstrepen door Psalm 139. We gaan een groot deel hiervan lezen omdat het zo inspirerend is te begrijpen. Dankzij de ontzagwekkende macht van God en het feit dat Zijn intelligentie alles te boven gaat dat wij ook maar kunnen bedenken, is Hij niet als iemand waarmee wij Hem zouden kunnen vergelijken. Hij is in staat ons in de gaten te houden.

David zei in Psalm 139:

Psalm 139:1-2 HERE, Gij doorgrondt en kent mij; 2 Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten;

Wat denkt u van zo'n aandacht? Oooooooh! Hebt u geen spijt van bepaalde dingen die u Hem in uw gedachten hebt geopenbaard?

Psalm 139:3-4 Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. [Wordt hier nog iets uitgezonderd?] 4 Want er is geen woord op mijn tong, of, zie, HERE, Gij kent het volkomen.

Tsjonge, er zijn heel wat dingen die ik heb gezegd, waarvan ik nu wens dat ik ze niet had gezegd. Laten we ons eens voorstellen dat we iets over iemand zeggen en we er ons niet van bewust zijn dat die persoon achter ons staat en alles heeft gehoord wat we zeiden. Hoe zouden we ons voelen als we ons realiseren dat hij alles heeft gehoord?

Wel, vrees God dan maar! Hij hoort ieder woord!

Psalm 139:5-24 Gij omgeeft mij van achteren en van voren en Gij legt uw hand op mij. 6 Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij. 7 Waarheen zou ik gaan voor uw Geest, waarheen vlieden voor uw aangezicht? 8 Steeg ik ten hemel; Gij zijt daar. Of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde; Gij zijt er; 9 nam ik vleugelen van de dageraad, ging ik wonen aan het uiterste der zee, 10 ook daar zou uw hand mij geleiden, uw rechterhand mij vastgrijpen. 11 Zeide ik: Duisternis moge mij overvallen, dan is de nacht een licht om mij heen; 12 zelfs de duisternis verbergt niet voor U, maar de nacht licht als de dag, de duisternis is als het licht. 13 Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. 14 Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. 15 Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; 16 uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond. 17 Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, o God, hoe overweldigend is haar getal. 18 Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijker dan het zand; als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U. 19 O God, dat Gij toch de goddelozen ombracht, (gij, mannen des bloeds, wijkt van mij) 20 die arglistig tegen U spreken en uw naam tot leugen gebruiken, uw tegenstanders. 21 Zou ik niet haten, HERE, wie U haten, niet verafschuwen wie tegen U opstaan? 22 Ik haat hen met een volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij. 23 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; 24 zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg.

Nu heb ik de dingen doorlopen die betrekking hebben op Zijn macht, Zijn heerlijkheid als Schepper en Zijn voortdurende waakzaamheid over ons — het toppunt van Zijn scheppingsdaden, Zijn geestelijke schepping — want het is het fundament voor de juiste vorm van de vreze des Heren. Het is een menging van heilige verschrikking aan de ene kant, omdat we die macht erkennen en niet willen dat die tegen ons gebruikt gaat worden. Aan de andere kant is het een diepe, blijvende, respectvolle, liefdevolle verering die niets minder is dan ontzag. Het is ontzagwekkend dat we het voorrecht hebben in de nabijheid van Karakter te mogen komen — van zo'n zuivere liefde dat het alle beschrijving te boven gaat. Maar dat voorrecht is ons gegeven! Wij moeten daar klaar mee komen en we moeten leren ermee om te gaan. Het is een erg belangrijk element. Het zal bepalen of we wel of niet groeien.

Deze serie preken neemt nu een iets andere wending om een ander deel van dit grote onderwerp te bestrijken. Dit is om te laten zien waarom we onszelf moeten inzetten in het ontwikkelen van ons respect voor God. Dit zal raken aan zaken die meer liggen op het terrein van het alledaagse leven. Onze voorbeelden zullen grotendeels uit het Oude Testament komen. Ze zijn op ons van toepassing onder het Nieuwe Testament, omdat het Oude Testament ook voor ons is geschreven en we ervan moeten leren.

Ik ga u dit laten zien aan een patroon van opeenvolgende gebeurtenissen, een patroon dat vrij vaak in de Bijbel voorkomt. We zien het voor het eerst in Genesis, in de eerste drie hoofdstukken. We zullen dit niet opslaan daar het overduidelijk is als ik het onder woorden breng.

Hier is de opeenvolging:

Eerst is er wanorde. Dan brengt God goddelijke orde. Daarna openbaart God Zijn heerlijkheid (glorie), die gevolgd wordt door een of andere vorm van oordeel.

Deze keer gebruik ik het woord "wanorde", maar verderop gebruik ik ook synoniemen. Ik zal bijvoorbeeld chaos gebruiken, maar ook verwarring en onwetendheid. Al deze termen betekenen ongeveer hetzelfde.

Waar gaan Genesis 1 tot 3 eigenlijk over? De Bijbel begint met de chaos ontstaan door de verwoesting die Satan veroorzaakte. God brengt daar weer goddelijke orde in door Zijn herschepping, waarbij ook Adam en Eva werden geschapen. Daarna openbaart Hij Zijn heerlijkheid aan hen, en het oordeel begint in de test die ze in de hof moeten ondergaan. Wegens hun zonde worden ze de hof van Eden uitgezet en veroordeelt om te sterven. Dat is het algemene patroon. Nu snel verder naar de uittocht uit Egypte.

Israël verkeert in verwarring en chaos in Egypte. God begint goddelijke orde in te stellen door de prediking van Mozes en Zijn handelen om hen te bevrijden, uitlopend in een climax van Zijn werk in de Rode Zee. Daarna begint Hij aan een verdere, meer geestelijke openbaring door het geven van de wet, het maken van een verbond, het oprichten van een tabernakel die Hij in heerlijkheid binnengaat. Daarna ontvouwt zich het oordeel in de woestijn.

In ons leven naderen we een periode van grote chaos, die zijn climax zal vinden in de verdrukking en de dag des Heren. Dan zal God beginnen goddelijke orde in te stellen door Jezus Christus te zenden. Hij zal Zichzelf dan openbaren op een manier die wel wat weg heeft van de manier als toen aan Israël. Daarna zal de oordeelsperiode van het Millennium beginnen en het behoud van Israël zal zich pas dan in volle ernst gaan voltrekken.

Wat is hierin belangrijk voor u en mij? Dat zijn de oordelen (de beoordelingen), omdat in die tijdsperioden de vreze des Heren echt werkzaam wordt en uitzonderlijk waardevol.

Laten we teruggaan naar Exodus 25:

Exodus 25:8-9, 40 En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. 9 Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei. ... 40 Zie nu toe, dat gij alles maakt naar het model dat u daarvan op de berg getoond is.

Klinkt dat laatste vers niet erg bedreigend? Houd uw vinger hier en sla Hebreeën 8 op. De achtergrond van dit hoofdstuk is interessant wegens hetgeen de apostel Paulus schreef na hoofdstuk 7, in feite na alles wat Paulus tot zover in dit boek had geschreven.

Hebreeën 8:1a De hoofdzaak van ons onderwerp is ...

Hij gaat stapje voor stapje naar zijn hoofdpunt in dit prachtige boek. En nu vers 5:

Hebreeën 8:5 Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg.

Heeft dit iets met ons leven te maken?

Dit is onder het nieuwe verbond geschreven! Mozes werd vermaand alles te maken in preciese overeenstemming met wat God hem had laten zien — er was zelfs geen kleine afwijking toegestaan. U begrijpt zeker wel dat die tabernakel een type was van de nieuwtestamentische Kerk.

Werkt God aan het volmaken van de nieuwtestamentische Kerk die Hij heeft ontworpen en waaraan Hij werkt? Wij hebben een gebouw niet met handen gemaakt. Zal het onvolmaakt zijn of wordt het precies zo gemaakt als Hij het wil hebben? Geloof me maar, Hij heeft genoeg macht om er zeker van te zijn dat het precies wordt zoals Hij wil! We zullen ons aanpassen aan wat Hij van ons wil, of we zullen terzijde worden geworpen. Ik wil u hiermee niet bedreigen, omdat God in staat is te volbrengen waaraan Hij begint. Hij zegt dat in Filippenzen 1:6. Hij heeft methoden, middelen, processen en hulpbronnen om ons te doen buigen naar Zijn wil. Wij bepalen hoe hoog Hij de druk moet opvoeren! Het werkt zoveel beter, zoveel gemakkelijker, als we genoeg respect voor Hem hebben om te doen wat Hij zegt en wel precies zoals Hij het zegt! Dat is de sleutel! Dat laat zien of we de juiste vrees voor God hebben en of deze werkelijk werkzaam is in ons leven!

Het vierde gebod zegt "de sabbat". Het zegt niet "zondag". God bedoelt precies wat Hij zegt. Hij verandert niet van gedachten. En zoals Herbert Armstrong altijd zei, dit is het testgebod.

De reden dat God erop stond precies volgens de blauwdruk te bouwen, is omdat de tabernakel een ander deel van de goddelijke orde zou laten zien, die nodig is voordat de heerlijkheid van de Koning zich erin kon tentoonstellen. Denk eens aan alle oudtestamentische typen die er in het Nieuwe Testament zijn. "Ik zal in u wonen." Wij zijn nu de tempel van de Heilige Geest. En dus woont Hij in vlees en niet in een door mensenhanden gemaakt gebouw.

Laten we nu teruggaan naar Exodus 39:

Exodus 39:42-43 Overeenkomstig alles, wat de HERE Mozes geboden had, zó hadden de Israëlieten al de arbeid verricht. [Let er eens op wat Mozes hier zegt.] 43 En Mozes zag al het werk, en zie, zij hadden het gemaakt zoals de HERE geboden had; zó hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.

Weet u welke conclusie ik hier uit trek? Als Bezaleël en Aholiab en de ploeg die voor hen werkte, gereed was met een bepaald deel voor de tabernakel, dan inspecteerden Aholiab en Bezaleël het. Daarna brachten zij het naar Mozes om het door hem te laten inspecteren. Dan pas werd de uiteindelijke goedkeuring gegeven zodat het een deel van de tabernakel mocht worden. Dat is de taak van de middelaar. Dat was zijn verantwoordelijkheid voor God. Mozes overtuigde zich ervan dat elk deel was vervaardigd zoals God het had gezegd.

We brengen dit over naar het Nieuwe Testament. Ik ben er zeker van dat het de verantwoordelijkheid is van Jezus Christus, het Hoofd van de Kerk, ten opzichte van de Vader, betreffende ons erop toe te zien dat we er aan het andere eind uitkomen zoals de Vader wil dat we eruit komen.

De Vader plaatst ons in de Kerk naar het Hem behaagt. Maar Jezus Christus is net als Mozes verantwoordelijk erop toe te zien dat het werk wordt uitgevoerd zoals de Vader wil dat het wordt uitgevoerd.

Exodus 40:1-2 De HERE sprak tot Mozes: 2 Op de eerste dag van de eerste maand zult gij de tabernakel, de tent der samenkomst, oprichten.

De tabernakel moest op exact de dag die God had gezegd worden opgebouwd! Zelfs dit werd niet aan het toeval overgelaten! Laten we nu de verzen 33 en 34 lezen:

Exodus 40:33-34 Hij richtte de voorhof op rondom de tabernakel en het altaar, en hij hing het gordijn voor de poort van de voorhof op. Zo voleindigde Mozes het werk. 34 En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel,

Hun werk werd geaccepteerd.

Laat me hier iets uitleggen. De wolk was niet Gods heerlijkheid! De wolk verborg Gods heerlijkheid! Deze schermde het volk van Hem af! En natuurlijk, daar ben ik zeker van, scheen de wolk een stralend licht uit, maar dat was omdat het er op leek dat in het midden van de wolk een helderwitte lamp brandde! De wolk was niet Gods heerlijkheid. Deze verborg Zijn heerlijkheid. De wolk was symbolisch, meer niet. De wolk beschermde het volk, zodat het niet werd gedood door de uitstraling van Gods ontzagwekkende macht.

Houd weer uw vinger hier en we gaan naar:

Hebreeën 12:29 Want onze God is een verterend vuur.

En nu naar:

1 Timotheus 6:16 Die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen.

Dus God woont in een onbenaderbaar licht. Hij is een verterend vuur. Nadat Mozes veertig dagen en veertig nachten in Gods nabijheid had vertoefd en van de berg afdaalde, weerspiegelde de heerlijkheid Gods zich in zijn aangezicht. Deze was zo helder en verschrikte de Israëlieten zo, dat hij een sluier voor zijn gelaat diende te doen. Op dezelfde manier als de sluier de Israëlieten beschermde tegen de weerkaatsing van de heerlijkheid des Heren van Mozes' gelaat, zo hulde God zich als bescherming in een wolk.

Nu zal ons hierover nog meer worden duidelijk gemaakt. Weer terug naar Exodus, deze keer naar hoofdstuk 33.

Dit gebeurde na het voorval met het gouden kalf. Ik ben ervan overtuigd dat Mozes verbijsterd was over wat er allemaal gebeurde. En hij wilde overtuigd worden van Gods bereidheid door te gaan met wat Hij begonnen was: Het leiden van de Israëlieten naar het beloofde land. En zo lezen we dan in vers 18:

Exodus 33:18-20 Maar hij zeide: Doe mij toch uw heerlijkheid zien. {Let op Gods antwoord.] 19 Hij nu zeide: Ik zal mijn LUISTER aan u doen voorbijgaan en de naam des HEREN voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen, over wie Ik Mij ontferm. 20 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.

"Ja God, toon mij Uw gehele heerlijkheid." Dat is nogal vrijmoedig! Ik denk dat hij zich erg verwant aan God voelde om zo iets te durven vragen. Toen God zei: "Ik zal u al Mijn luister laten zien", droeg het de betekenis in zich van: "Ik zal niets achterhouden." Onthoud dat. Toen Hij zei: "Ik zal de naam uitroepen" was dat hetzelfde als: "Ik kondig Mijn tegenwoordigheid aan."

Herinnert u zich een film waarin de koning zat recht te spreken en de mensen met cadeau's tot hem kwamen, of waar de koning een audiëntie hield en de mensen een uitspraak van hem ontvingen? Zoals in de film "De Tien Geboden", waarin Charlton Heston voor Yul Brenner verschijnt. Er stond een wachter bij de deur, die een aankondiging deed in de geest van: "Leve de koning ... die en die verzoekt de koning dat en dat."

Laten we nu eens zien wat God deed.

Exodus 34:5-7 En de HERE daalde neder in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de naam des HEREN uit. 6 De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7 die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Waar duidt Hij op door Mozes op die manier te behandelen en te antwoorden? De les voor u en mij is dat Zijn heerlijkheid is in wat Hij is! Het is niet Zijn uiterlijk, maar Zijn karakter! Het is Zijn heiligheid! Het is Zijn gerechtigheid! Het is Zijn liefde! Het is Zijn genade! Het is Zijn goedertierenheid! Dat is het waarin Zijn heerlijkheid aanwezig is.

Nu moeten we onszelf een vraag stellen. Vindt die opeenvolging (waarover we het eerder hadden) plaats in ons leven? Openbaart God (ons) Zijn heerlijkheid — die bestaat uit wat Hij is en niet in hoe Hij eruit ziet? En worden wij beoordeeld vanwege die openbaring?

We weten allemaal dat het antwoord "ja" is, omdat het oordeel nu op het huis van God is. En Gods oordeel in termen van eeuwig leven begint niet voordat Hij orde op zaken stelt en Zichzelf openbaart, zodat we iets hebben om mee te werken. Daarna kunnen we dus onze verantwoordelijkheid dragen binnen deze scheppende activiteit en deze is ons aan Hem te onderwerpen en de Pottenbakker Zijn werk te laten doen.

Nu enkele antwoorden uit het Nieuwe Testament.

Laten we 2 Corinthiërs 4:6 lezen (en let op de bewoordingen!):

2 Corinthiërs 4:6a Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, ...

Wat is duisternis? Onwetendheid! Was de gehele aarde bedekt met duisternis toen er chaos heerste na de rebellie van Satan? Ja! God deed het licht in ons komen. Het scheen vanuit de duisternis van onwetendheid, vanuit de verwarring en chaos in ons leven.

2 Corinthiërs 4:6b ... heeft het doen schijnen in onze harten, ...

Dit duidt erop dat Hij de dingen op orde stelt en Zichzelf aan ons begint te openbaren.

2 Corinthiërs 4:6c ... om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.

Het oordeel is nu op de Kerk van God, omdat die opeenvolging in gang is gezet in het individuele leven van iedere bekeerde.

Johannes 1:10, 14 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend. ... 14 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.

Wat was de heerlijkheid van Jezus Christus? Het was Zijn karakter! Het was de manier waarop Hij leefde! Het was de manier waarop Hij predikte! Het was de manier waarop Hij Zichzelf gaf voor de gehele mensheid — de dood aan het kruis — en opstond uit de doden als Redder van die mensheid!

Denk nu hier eens over na op een erg aardse, vleselijke manier. Behoort heerlijkheid niet toe aan hen die grote dingen uitvoeren? Hier in de omgeving van St. Louis gaat alle glorie naar Mark McGuire.

Hij deed inderdaad iets belangwekkends in de baseball wereld. Het was een erg, erg moeilijke prestatie. Ik weet niet hoevelen van u ooit hebben geprobeerd een "balletje" van 7 cm groot te raken dat door de lucht vliegt met een snelheid van 150 km/uur — en het draait daarbij waarschijnlijk ook nog — te raken met een stok van 7 cm dik. Dat is vrij moeilijk. Om dan in één jaar ook nog 70 home runs te maken is nogal een prestatie. En hij verwerft die eer, die glorie, als gevolg van het doen van iets dat niemand anders tot nu toe in de geschiedenis van het baseball heeft gedaan.

Hetzelfde geldt voor hen die prestaties leveren op andere gebieden. De eer gaat naar degenen die grote dingen hebben gedaan.

Maar niemand heeft ooit gedaan wat Jezus Christus heeft gedaan!

Ik weet niet hoeveel mensen er op aarde hebben geleefd. Soms lees ik dat demografen beweren dat het er zo'n 60 tot 70 miljard zijn geweest. Maar nooit is er iemand geweest die een leven leidde zonder zonde, op Eén na. En Hem komt de eer toe. De Vader niet meegerekend, komt Christus de grootste eer en heerlijkheid toe.

En zo zien we [straks] dat een deel van die heerlijkheid is weerspiegeld in Zijn uiterlijk, maar we moeten wel op de volgorde letten. Dat wat het belangrijkste is in Gods ogen, is wat iemand is en niet hoe hij eruit ziet. We kunnen waarschijnlijk wel zeggen dat, tenzij iemand Gods karakter weerspiegelt, hij nooit veel heerlijkheid zal tonen.

Als we deze gedachte volledig doordenken, dan kunnen we uit 1 Corinthiërs 15 afleiden dat er in de opstanding mensen zullen zijn die meer heerlijkheid zullen uitstralen dan anderen, want dat is de implicatie van die verzen.

In Openbaring 1:12-17 schrijft Johannes:

Openbaring 1:12-17 En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, 13 en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; 14 en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en zijn ogen als een vuurvlam; 15 en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren. 16 En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht. 17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste.

Zij hadden die vorm van heerlijkheid niet gezien toen Hij mens was, toch liet God opschrijven dat zij Zijn heerlijkheid zagen. Dat wat werkelijk van belang was, dat wat leidt tot de stralende heerlijkheid van een Goddelijk Wezen.

Openbaring 4:9-11 En wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dankzegging zullen brengen aan Hem, die op de troon gezeten is en tot in alle eeuwigheden leeft, 10 zullen de vierentwintig oudsten zich nederwerpen voor Hem, die op de troon gezeten is en Hem aanbidden, die tot in alle eeuwigheden leeft, en zij zullen hun kronen voor de troon werpen, zeggende: 11 Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.

We moeten bedenken dat wij Hem dienen Die de Schepper is en de Zaligmaker; Hij verdient meer eerbied, eer en heerlijkheid dan wij Hem ooit kunnen geven. Maar we kunnen niet verwachten in Zijn nabijheid te worden toegelaten met een houding die niet getuigt van respect, wederkerigheid.

Nu bekijken we nog enkele voorbeelden — bekende voorbeelden — van mensen die geen respect hadden voor Gods instructies en die onmiddellijk werden geoordeeld.

Laten we terug gaan naar een voorbeeld dat we in de vorige preek gebruikten.

Leviticus 10:1 En de zonen van Aäron, Nadab en Abihu, namen ieder zijn vuurpan, deden daar vuur in en legden daar reukwerk op; zo brachten zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEREN, hetgeen Hij hun niet geboden had.

Zij streefden niet naar perfectie zoals Bezaleël, Aholiab en Mozes en de anderen die werkten aan de tabernakel — die de dingen precies deden zoals God had gezegd. Hier hebben we dus een voorbeeld van mensen die niet precies deden zoals Hij had gezegd.

"Vreemd" betekent hier "gewoon". Het duidt op het niet tonen van respect voor heilige dingen, of het verachten van deze dingen. Het betekent ook oneerbiedig. Het is interessant dat het Griekse woord — we hebben hier te maken met een Hebreeuws woord dat vertaald is in vreemd — maar in het Nieuwe Testament betekent het Griekse woord dat voor "vreemd" word gebruikt, "ver van de tempel", wat inderdaad heel interessant is.

Als u vreemd bent, bent u ver van de tempel. En de tempel was het huis van God. Dat betekende dus dat u ver van God was als u vreemd was.

Leviticus 10:2-3 Toen ging er vuur uit van de HERE en dit verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEREN. 3 En Mozes zeide tot Aäron: Dit is het, wat de HERE gesproken heeft: aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik Mij de Heilige betonen en ten aanschouwen van het gehele volk zal Ik Mij verheerlijken. En Aäron zweeg.

Zij gingen met het heilige om alsof het heel gewoon was. Heilig betekent heel eenvoudig "iets dat apart is gesteld voor godsdienstig gebruik". Zij hadden iets dat apart was gezet als iets heel gewoons behandeld. Het resultaat hiervan was dat er voor alle tijden een voorbeeld werd gesteld.

Ik gaf deze keer niet de preek op de openingsavond, anders had ik weer dat voorbeeld aangehaald uit Daniëls tijd, toen Belsassar praktisch hetzelfde deed. Nebukadnessar was door God gebruikt om het Joodse volk te onderwerpen; hij had de tempel verwoest en hij had alle heilige vaten met zich meegenomen naar Babylon. Blijkbaar had hij ze ergens opgeslagen als onderdeel van de schatten van het Babylonische volk. Maar Belsassar haalde ze te voorschijn op een feest waarop hij duizenden van de Babylonische gezagsdragers onthaalde. Hij liet alle vaten ophalen en gebruikte ze voor gewone, ordinaire doeleinden! Toen verscheen er het "handschrift op de muur". Belsassar stierf in die nacht omdat hij het heilige als iets heel gewoons had behandeld; daarnaast speelden zeer zeker andere factoren een rol.

God stelde hem verantwoordelijk, zoals blijkt uit Daniëls antwoord aan Belsassar. Hij zei, omdat wat Nebukadnessar is overkomen "had u moeten weten". Het was een moedwillige handeling van ontheiliging, dus het breken van het derde gebod, een onheilig gebruik maken [van het heilige].

We kunnen echt niet zeggen dat Belsassar bekeerd was. Maar God hield hem verantwoordelijk en Belsassar werd zo bang dat zijn knieën letterlijk trillend tegen elkaar sloegen!

Laten we nu naar Leviticus 10 gaan, de verzen 6 en 7.

Leviticus 10:6-7 En Mozes zeide tot Aäron en zijn zonen Eleazar en Itamar: Uw hoofdhaar zult gij niet los laten hangen en uw klederen zult gij niet scheuren, opdat gij niet sterft, en Hij niet toorne over de gehele vergadering; maar uw broeders, het gehele huis Israëls, zullen de brand bewenen, die de HERE heeft doen ontbranden. 7 Van de ingang van de tent der samenkomst zult gij niet weggaan, opdat gij niet sterft, want de zalfolie des HEREN is op u. En zij deden naar het woord van Mozes.

Weet u wat Mozes hier deed? Hij waarschuwde Aäron en zijn twee zonen zelfs niet te rouwen. Weet u waarom? Opdat ze niet de indruk zouden geven God niet te respecteren, door zich af te vragen of Gods oordeel wel juist was geweest en medelijden op te wekken bij het volk. Bent u altijd gelukkig met de manier waarop God met u handelt? Stelt u Zijn aandacht voor u ter discussie? Denkt u dat Hij niet fair is? Accepteert u zijn beslissingen, Zijn oordelen, met een gehoorzaamheid zonder vragen te stellen? Beseffen we wel dat we dan het grootste verstand dat er is ter verantwoording roepen? Iemand die echt onfeilbaar is? Ik weet wel dat het niet onze bedoeling is, maar dat is wel het proces dat hier werkt.

Ik zeg u dat Mozes deze dingen heel goed begreep!

"Waag het niet zelfs ook maar te huilen, want als u huilt zal God dat opvatten als teken dat u het niet met Hem eens bent."

Dat is me nogal wat! Hoe zou u zich voelen als twee van uw zonen als toast werden verbrand? Dat is een kant van onze God waar we niet zo graag mee te maken hebben! Hij toont ons deze kant zodat wij zullen begrijpen dat deze vreze des Heren het hele spectrum doorloopt van pure verschrikking tot een liefhebbend, wonderlijk, vererend ontzag voor Hem! Het bestrijkt het hele spectrum omdat we dat hele spectrum nodig hebben omdat we zo vleselijk zijn! We begrijpen zelfs onszelf niet erg goed.

Numeri 20:7-12a Toen sprak de HERE tot Mozes : 8 Neem de staf en laat de vergadering samenkomen, gij en uw broeder Aäron; spreek dan in hun tegenwoordigheid tot de rots, dan zal zij haar water geven; gij zult voor hen water uit de rots te voorschijn doen komen en de vergadering en hun vee drenken. 9 Toen nam Mozes de staf van vóór het aangezicht des HEREN, zoals Hij hem geboden had. 10 Toen Mozes en Aäron de gemeente vóór de rots hadden doen samenkomen, zeide hij tot hen: Hoort toch, wederspannigen, zullen wij uit deze rots voor u water te voorschijn doen komen? 11 Daarop hief Mozes zijn hand op en sloeg de rots met zijn staf tweemaal, en er kwam veel water uit, zodat de vergadering kon drinken en ook het vee. 12 Maar de HERE zeide tot Mozes en Aäron:

Het oordeel kwam onmiddellijk!

Numeri 20:12b Aangezien gij op Mij niet vertrouwd hebt en Mij ten aanschouwen van de Israëlieten niet geheiligd hebt, daarom zult gij deze gemeente niet brengen in het land, dat Ik hun geef.

Mozes deed dit in een vlaag van woede. Hoevelen van ons hebben last van woede-aanvallen? Er is geen twijfel dat Mozes door wat er allemaal gebeurde, gefrusteerd was en aan het einde van zijn latijn. Ja, Mozes' geloof liet hem in de steek en daarmee — dat is het gevaar — verdween zijn respect voor God. Toen zijn respect voor God verdween, gehoorzaamde hij niet! In plaats van te spreken tegen de rots, sloeg hij de rots. Niet eenmaal, maar tweemaal! Dit was hetzelfde alsof hij Jezus Christus met die staf sloeg! Hij is de Rots. Aan wie veel is gegeven, van hen zal veel worden geëist. Mozes was in geestelijke opzicht een reus en hij zal in Gods Koninkrijk zijn. Maar God ontnam hem een zegen waarnaar Mozes — daar ben ik van overtuigd — hartstochtelijk verlangde.

Is onze God nu genadig of niet in Zijn handelen met ons? Gemeente, het spijt me het te moeten zeggen, maar wij moeten echt heel zwak zijn. Anders zou God ons wel meer behandelen op de manier waarop Hij met Mozes omging.

Laten we nu eens kijken naar de plotselinge dood van Uzza, toen hij zijn hand uitstrekte om de ark tegen te houden. Het is misschien wel een spontane reactie geweest. Hij zag die ark kantelen en hij strekte zijn hand uit. Misschien ook wel gedeeltelijk om zichzelf te beschermen. God doodde hem onmiddellijk omdat hij niet geloofde dat God Zelf volledig in staat was Zijn eigen ark te beschermen, alsof God niet kon voorkomen dat hij viel en Uzza's hulp nodig had.

Nu nog een voorbeeld van snelrecht, waarbij Gods instructies niet in acht werden genomen. Dit voorbeeld is gekoppeld aan het vorige omdat het in betrekking staat tot de tempel, gebouwd om die ark een woonplaats te bieden en tot de taak van de priesters om in die tempel te dienen.

Laten we nu gaan naar 2 Kronieken 5, vers 1 en de verzen 11 tot 14.

2 Kronieken 5:1, 11-14 Toen al het werk, dat Salomo aan het huis des HEREN deed, voltooid was, bracht Salomo de geheiligde voorwerpen van zijn vader David erin; het zilver, het goud en al die voorwerpen legde hij in de schatkamers van het huis Gods. ... 11 Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden (want al de priesters, die zich daar bevonden, hadden zich geheiligd zonder zich aan de afdelingen te houden ) 12 stonden al de levitische zangers, Asaf, Heman, Jedutun, hun zonen en hun broeders, met fijn linnen bekleed, ten oosten van het altaar, met cimbalen, harpen en citers; bij hen waren honderd twintig priesters, die op de trompetten bliezen. 13 Toen zij tezamen trompetten en eenstemmig een lied lieten horen, om de HERE te loven en te prijzen, en de stem verhieven bij trompetten, cimbalen en andere muziekinstrumenten, en de HERE aldus prezen: Want Hij is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, toen werd het huis, het huis des HEREN, vervuld met een wolk, 14 zodat de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des HEREN had het huis Gods vervuld.

Dit lijkt erg op de tabernakel. Maar laten we naar 2 Kronieken 36 gaan, wat later in de tijd, en daar de verzen 14 tot 17 en vers 20 lezen.

2 Kronieken 36:14-17, 20 Eveneens maakten al de oversten van de priesters en het volk zich voortdurend aan ontrouw schuldig, naar al de gruwelen der volken; zij maakten het huis des HEREN onrein, dat Hij in Jeruzalem geheiligd had. 15 De HERE, de God hunner vaderen, zond wel zijn boden tot hen, vroeg en laat, want Hij ontfermde Zich over zijn volk en zijn woning, 16 maar zij bespotten de boden Gods, verachtten zijn woorden en hoonden zijn profeten, totdat de gramschap des HEREN zich zozeer tegen zijn volk verhief, dat geen herstel meer mogelijk was. 17 Hij deed de koning der Chaldeeën tegen hen optrekken, deze doodde hun jongelingen met het zwaard in hun heiligdom, en hij spaarde jongeling noch maagd, oude noch grijsaard; alles gaf Hij in zijn macht. ... 20 Ook voerde hij hen die aan het zwaard ontkomen waren, naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, totdat het koninkrijk van Perzië de heerschappij verkreeg;

De tijd is ondertussen doorgegaan. We begonnen bij Salomo en zijn nu bij Josia en zijn drie zonen. Dit gebeurde toen Juda in ballingschap ging. Tegen die tijd was er niet zoveel respect meer voor God. Men eerde Hem weinig of niet door onderwerping. Wat deze instructie ons nog meer tot nadenken doet stemmen, is dat deze mensen toch een zekere mate van openbaring hadden ontvangen.

Ik ga dit dichter bij huis brengen. We gaan kijken naar iets in het Nieuwe Testament en wel Johannes de Doper.

Johannes' opdracht is in zekere zin een mysterie voor ons, omdat de Bijbel er niet echt veel over zegt. Maar Jezus was diep onder indruk, want Jezus Zelf getuigde dat niemand geboren uit vrouwen groter was dan hij.

Johannes' opdracht werd uitgevoerd na een lange periode van geestelijke chaos waarin de partijen der Sadduceeën en Farizeeën ontstonden. Te beginnen met Johannes de Doper werd er weer een goddelijke orde hersteld.

Het is onjuist te concluderen dat Johannes de Doper de laatste van de oudtestamentische profeten was. Hij was een nieuwtestamentische profeet. Controleer het zelf!

Marcus 1:1 Begin van het Evangelie van Jezus Christus.

En dan komt als eerste de opdracht van Johannes de Doper aan de orde. Dat was het begin. Lucas 16:16 is een verdere bevestiging. Jezus is opnieuw de spreker. Hij zegt daar:

Lucas 16:16 De wet en de profeten gaan tot Johannes; sinds die tijd wordt het evangelie gepredikt van het Koninkrijk Gods en ieder dringt zich erin.

Let erop dat Jezus niet zegt dat de Wet en de Profeten tot Mij waren. Nee, ze waren tot Johannes. Nu naar Lucas 1, de verzen 13 tot 17.

Lucas 1:13-17 Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. 14 En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. 15 Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, 16 en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God. 17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, TEN EINDE VOOR DE HERE EEN WELTOEGERUST VOLK TE BEREIDEN.

Hoeveel mensen kent u die de Heilige Geest vanaf de geboorte hebben gehad? Ik vraag me af hoeveel dat er zijn geweest?

Ik nam dit even door omdat het ons een aanduiding geeft dat de taak van deze man van uitzonderlijk belang zou zijn, zelfs alhoewel God ons er niet heel veel informatie over geeft. Hij bereidde de weg voor Jezus Christus. Hij had de Heilige Geest vanaf de geboorte.

Nu terug naar Jesaja 40. De reden hiervan is dat ik u wil laten zien hoe God begint om orde op zaken te stellen.

Jesaja 40:3 Hoor, iemand roept: {Nu komt de verantwoordelijkheid van Johannes.] Bereidt in de woestijn de weg des HEREN, effent in de wildernis een baan voor onze God.

Het zal een heerbaan zijn zonder kronkels en bochten. Hij zal recht zijn en direct.

Jesaja 40:4-5 Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. 5 En de heerlijkheid des HEREN zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des HEREN heeft het gesproken.

De opdracht voor Johannes de Doper zat al heel lang in de planning. Het is een belangrijke opeenvolging van gebeurtenissen die nodig is voor de openbaring van Gods heerlijkheid in Jezus Christus.

Hier staat dat Johannes de Doper ieder dal zou verhogen en iedere heuvel vlak zou maken, enz. Maar Johannes ging echt niet met een bulldozer naar de heuvels van Judea om ze af te graven en de dalen van Judea ermee op te vullen! Wel zien we dat de heerlijkheid des Heren wordt genoemd, wat erop duidt dat goddelijke orde wordt hersteld ter voorbereiding op openbaring en oordeel. Deze woorden, evenals heuvels en dalen, verwijzen naar mensen, hun houding en gedrag. Zaken zoals onder andere trots, gebrek aan respect, neerslachtigheid, hopeloosheid, koppigheid en bedrog, zullen verpletterd worden en veranderd in nederigheid, vrees voor God, hoop en onderwerping.

Waarom? Er is een geestelijke reden waarom!

Opdat het fundament kan worden gelegd!

Eerst moet de zaak worden vlak gemaakt voordat er een nieuw fundament kan worden gelegd. Alleen wordt het nu een geestelijk fundament. Hij gebruikt heuvels en dalen en dergelijke termen om te illustreren dat ons karakter en onze houding en ons gedrag vlak gemaakt zullen moeten worden zodat er in ons leven orde op zaken kan worden gesteld.

2 Corinthiërs 6:16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Johannes voerde zijn opdracht erg goed uit. De grond werd voorbereid voor de volgende stap.

Hebreeën 3 voert ons in de eerste zes verzen door een bijbelse analogie:

Hebreeën 3:1 Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus.

Dat is het onderwerp.

Hebreeën 3:2-3a Die getrouw is jegens Hem, die Hem heeft aangesteld, evenals ook Mozes getrouw was in geheel zijn huis. [Dat is een vergelijking.] 3 Want Hij is zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig gekeurd.

Wat deed Mozes? Hij bouwde een tabernakel. Wat gaat Christus doen? Hij gaat een Huis bouwen, een Tabernakel, een Tempel. De grond is voorbereid door Johannes de Doper.

Hebreeën 3:3b-6 Als de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis. 4 Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de bouwmeester van alles is God. 5 Nu was Mozes wel getrouw in geheel zijn huis als dienaar om te getuigen van hetgeen gesproken zou worden, 6 maar Christus als Zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthouden.

Nu noemde Paulus zichzelf een wijs bouwmeester. Maar Jezus Christus is DE WIJZE OPPERBOUWMEESTER. Hij bouwt door Zijn geest, Zijn woord, Zijn ingrijpen en Zijn gaven.

Jezus voerde Zijn taak veel beter uit dan Johannes de zijne, maar er gebeurde iets opvallends tijdens de uitvoering van die taak. Jezus predikte tijdens Zijn leven tot duizenden mensen. Nu zal ik een vraag stellen die ik aan het begin van de volgende preek zal beantwoorden.

Wat overkwam deze Mens voor bijzonders? De grootste Mens, de grootste Bouwer, Die ooit heeft geleefd, wat overkwam Hem? Welke verbazingwekkende verandering in gebeurtenissen overkwam Hem — een verandering die niemand zou verwachten, in het bijzonder niet voor Hem Die meer heerlijkheid had, meer eer verdiende dan enig ander mens die ooit heeft geleefd?

Dat is alles voor vandaag.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)