Wat is in deze tijd het werk van de kerk? (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
28 september 1996

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh geeft de reden voor deze fase van Gods werk – wat en waarom de Church of the Great God doet wat ze doet. In deze tijd van uiteenvallen test God onze loyaliteit aan Hem, corrigeert Hij tekortkomingen die ons uit Zijn Koninkrijk zouden houden. Ondanks de niet bewezen protestantse veronderstelling dat "het werk" van God bestaat uit het verkondigen van het evangelie aan de wereld, komt de combinatie van woorden "het evangelie verkondigen aan de wereld is het werk van God" nergens in de bijbel voor. Al maakt het deel uit van het werk, toch is het slechts een klein deel ervan. Het moeilijkste deel van Gods werk is het voeden van de kudde – de volledige raad Gods – om de uitgeroepenen gereed te maken om (naar Zijn geestelijk beeld gevormd) de God-familie binnen te gaan – in het bijzonder als we acht geven op de beerput van ketterij en afvalligheid waaruit we zijn gered. God bracht de verstrooiing of het uiteenvallen voor ons eigen bestwil tot stand; Hij stelde ons in staat ervaringen mee te maken om ons geloof te herstellen en de maat van de wasdom der volheid van Christus te bereiken.


Vanmiddag begin ik deze preek met Psalm 11, de verzen 1 tot 5. Dit wordt een preek bestaande uit twee delen. Dat is tenminste mijn voornemen. (Mijn verontschuldigingen aan de mensen in Portland.) Oorspronkelijk was dit een bijbelstudie die ik voor Portland had voorbereid. Ik kwam tot de ontdekking (toen ik hem voorbereidde en bracht) dat hij vrij lang was — een stuk langer dan ik ooit had gedacht. Maar ik vond dat hij 'goed paste' bij de boodschap van gisteravond. Ik vond dat dit onderwerp 'goed past' bij dit feest. Ik vind dat we goed moeten begrijpen wat we zijn, waar we bij zijn betrokken, waarom we doen wat we doen — zodat we een helder begrip hebben van de Church of the Great God en waarom wij [als kerk] doen wat we doen. Hier in Psalm 11 zegt David:

Psalm 11:1-2 Bij de HERE schuil ik. Hoe durft gij dan tot mij zeggen: Vliedt naar uw gebergte als vogels! 2 Want zie, de goddelozen spannen de boog, zij leggen hun pijl op de pees, om oprechten van hart in het duister te treffen.

Denk hier eens aan in termen van wat er in de laatste tien jaar (in feite een langere periode dan tien jaar) in de kerk gebeurde. Denk hier eens aan in termen van (laten we zeggen) demonen, Satan, hen die kritisch staan ten opzichte van de kerk van God, hen die erbuiten staan, en dergelijke. Zodoende hebben we als kerk "het ene na het andere probleem" en we kunnen ze niet mijden (omdat we deel van de kerk uitmaken). Het lijkt erop alsof er mensen zijn die ons voortdurend 'onder vuur nemen' omdat wij trouw willen blijven aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien momenteel de kerk dus uit elkaar vallen.

Wat hier gebeurt is, dat David in de problemen zat en zijn vrienden raadden hem aan te vluchten — "Maak dat je hier wegkomt!" David reageert op een heel interessante manier. (Hij spreekt niet de woorden van vers 3 uit, maar vers 3 slaat wel in heel sterke mate op ons, omdat er staat ...)

Psalm 11:3-5 Wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan dan de rechtvaardige doen. [David antwoordt in vers 4.] 4 De HERE woont in zijn heilig paleis, de HERE heeft in de hemel zijn troon; zijn ogen slaan gade, zijn blikken doorvorsen de mensenkinderen. 5 De HERE toetst de rechtvaardige en de goddeloze; en wie geweld bemint, die haat Hij.

Wat kunnen wij doen als "de grondslagen" sidderen? Dat is wat er in de Worldwide Church of God gebeurde. Velen van ons waren heel wat jaren bij de kerk betrokken. We hebben er heel wat tijd in gestoken — in het houden van de sabbat, in het bijwonen van bijbelstudies, YOU-activiteiten, koorrepetities, het organiseren van kerkelijke activiteiten, persoonlijke bijbelstudie en gebed. Haar "onderwijs" bepaalde in sterke mate hoe we de wereld bekeken. Zij bepaalde in sterke mate ons 'wereldbeeld'. We kijken op een bepaalde manier naar de wereld, door "de ogen" die we (voor een groot deel) via Herbert W. Armstrong gekregen hebben. Ze beïnvloedde de manier waarop we auto rijden, de manier waarop we ons kleden, de manier waarop we ons binnen ons huwelijk gedragen, de manier waarop we onze kinderen opvoeden. Ze had grote invloed op ons leven. En we brachten veel veranderingen aan in ons leven als gevolg van "het onderwijs" dat we binnen de kerk ontvingen.

En nu opeens sidderen "de grondvesten". Waar is ons geloof in wat ons werd geleerd? Zijn we in 'verwarring' geraakt? Gaan we denken dat wat ons werd geleerd niet langer geldig is? En dat allemaal omdat de grondvesten sidderen ...? (In dit geval — dit toepassend op de kerk — hebben "de grondvesten" van doen met de doctrines die "de structuur" vormden van wat we geloofden en wat we onderwezen.) Ik ben er zeker van dat velen van ons zich voelden alsof de wereld in elkaar stortte. En we wensten dat "hetgeen we vreesden dat er gebeurde" niet gebeurde, omdat het ons in vertwijfelde verwarring bracht wat nu wel te doen. We hebben misschien verlangd dat we zoiets konden doen als waar David in vers 7 van Psalm 55 voor voelde. Hij zegt daar:

Psalm 55:7 zodat ik zeg: O, had ik vleugelen als een duif, ik zou wegvliegen en een woonplaats zoeken;

"Haal me hier uit! Kon ik de zaak toch maar mijn rug toekeren en er niet langer over nadenken. Misschien zou ik dan enige rust hebben en zou ik me niet langer zorgen maken over wat er gaande is." Misschien hadden we zulk soort gedachten en misschien heeft het ons wel zo diep beïnvloed dat we (nog) tegenover veel dingen heel wantrouwend staan. Veel mensen verlieten daarom de Worldwide Church of God — vanwege de angst en het wantrouwen dat ze nog eens aan bedrog ten prooi zouden vallen. Onze grondvesten bleken te worden vernietigd. (In de kerk berust onze omgang met elkaar op die "grondvesten".)

Ons geloof werd dus geschokt toen God ons deze test liet ondergaan. Velen van ons waren daardoor niet langer zeker van wat we geloofden. Onze overtuiging werd zwakker (en in velen van ons verdween die zelfs bijna). Vrienden gingen uit elkaar en gingen naar verschillende 'kerkgroeperingen". Sommige van die mensen hebben we tot op vandaag niet meer 'teruggezien'. Anderen (met wie we misschien van tijd tot tijd contact hadden) gingen op een heel boze manier weg, omdat ze ons niet konden overtuigen van de manier waarop zij de dingen zagen (en wij konden hen niet overtuigen van de manier waarop wij de dingen zagen). Dat was een traumatische tijd! Het is zeer zeker begrijpelijk dat er zulke dingen door ons heengingen. Psalm 11 verzekert ons ervan dat God nog steeds op Zijn troon zit en dat Hij Zich bewust is van wat er zich afspeelt. Die psalm impliceert (heel sterk) dat Hij de touwtjes in handen heeft. Hem is de macht niet ontnomen. Zijn ogen gaan onderzoekend rond. Zij dringen in ons hart door om te zien waar wij (en anderen) door geloof staan in relatie met Hem. Die psalm zegt dat Zijn blikken de mensenkinderen "doorvorsen" (beproeven, testen). Gemeente, Hij test de waarachtigheid van onze "godsvrucht". Hij slaat ons geduldig gade terwijl wij door deze test van ons geloof gaan. Waar staan we? Wat zouden we moeten doen? We moeten altijd begrijpen dat, als God "test", Hij niet de bedoeling heeft ons te vernietigen. Zijn doel is altijd onze aanhankelijkheid aan Hem te testen. Hij test onze loyaliteit. Hij zal deze periode gebruiken om 'tekortkomingen' te corrigeren die ons (als ze zouden blijven bestaan) uit Zijn Koninkrijk zouden houden.

Zoals ik reeds eerder zei, dit wordt een serie van twee delen die, naar ik hoop, ons heel duidelijk zal maken wat er volgens mij binnen het geheel van de kerk van God heeft plaatsgevonden. En ook wat naar mijn mening (ten gevolge van wat er is gebeurd) in deze tijd het werk van de kerk is. En ook natuurlijk waarom de Church of the Great God (daarom) doet wat ze doet. Ik vind dat daar behoefte aan is. Ik weet dat er heel veel mensen zijn die van ons afweten, maar zij 'wijzen ons zonder meer af', omdat zij het idee hebben dat wij "het evangelie niet aan de wereld prediken" — daarom zijn we 'niet in tel'. Vlak voor dit Loofhuttenfeest vernam ik dat wij "geheimzinnig", "achterbaks", "moeilijk om iets van te weten te komen" waren; en dat wij mensen aan een uitputtend vragenvuur onderwierpen voordat we ze toestonden de diensten bij ons bij te wonen. [De gemeente lacht spontaan.] U lacht omdat u weet dat dat niet waar is. Als 'u' [wie dan ook] informeert, dan nemen we voetstoots aan dat 'u' van de kerk van God bent. Dat 'u' dezelfde geest hebt als wij en dat 'u' zoekt naar een plaats om broederlijke omgang te hebben. Dat kunnen wij begrijpen. We hebben (in onze korte, bijna vijfjarige, geschiedenis) gemerkt dat als mensen zich bij ons niet op hun gemak voelen, ze in het algemeen weer snel weggaan. We jagen hen niet weg. We verkondigen gewoon de dingen die we in het verleden hebben geleerd. En als ze niet echt dezelfde geest hebben, voelen ze zich zo slecht op hun gemak, dat ze vertrekken.

Dit onderwerp is er één dat we in het verleden als 'vanzelfsprekend' hebben aangenomen. We "veronderstellen" bijna allemaal — omdat we zoveel jaren tot de Worldwide Church of God hebben behoord en de heer Armstrong en bijna iedere dienaar (inclusief mezelf) altijd vol overtuiging hebben horen beweren dat "het werk van God het verkondigen is van het evangelie aan de gehele wereld". We nemen dat dus als vanzelfsprekend aan. (En ik kan begrijpen waarom de mensen ons 'zonder meer afwijzen'.) Maar vanwege wat er zich in de laatste jaren in de kerk heeft afgespeeld, denk ik ook dat er velen van ons worden gedwongen om opnieuw in overweging te nemen of sommige aspecten van die veronderstelling verkeerd zijn. Het is mijn sterke overtuiging dat "het verkondigen van het evangelie aan de wereld" niet is wat er momenteel nodig is.

Het is niet zo dat we geen aandacht schenken aan "het verkondigen van het evangelie aan de wereld". Het kan zijn dat het op sommigen zo overkomt. Maar we bereiden ons voor. Toen Earl Henn bij ons was, was dat zijn taak. Hij was bezig met de voorbereidingen voor basisboekjes. Hij heeft er al heel wat voorbereid: "Bestaat God?", "Het bewijs van de bijbel", "Waarom bent u geboren?", "Wat bedoelt u met wedergeboren?", "Wat is het ware evangelie?", "Wat bedoelt u met het Koninkrijk van God?" We zijn dus druk bezig met de voorbereiding — voor het geval de gelegenheid zich aandient. Deze boekjes zijn nog niet gereed om te worden uitgegeven; maar in vele gevallen bestaat er reeds iets meer dan een eerste ontwerptekst.

Voordat we verdergaan, wil ik 'duidelijk stellen' dat de benadering die we nu in de kerk van God zien — niet alleen de Worldwide Church of God, maar de kerk van God in het algemeen — met betrekking tot het "verkondigen aan de wereld" iets is dat aan het Protestantisme is ontleend. Ondanks het grote aantal keren dat het woord "werk" in de bijbel voorkomt, komt er nergens in de bijbel de volgende combinatie van woorden voor: "het verkondigen van het evangelie aan de wereld is het werk van God". Dat staat nergens in de bijbel. Het zou veel juister zijn om te zeggen dat "het verkondigen van het evangelie aan de wereld" een werk van de kerk is, waarin God ons laat deelnemen. Gemeente, het werk van God is iets dat God doet. Wat doet God dan wel? (We moeten het eenvoudige antwoord hierop weten.) Waar is God mee bezig? Hij schept. En om zeker te stellen dat we dat begrijpen, begint Hij de bijbel met een verslag waarin Hij daarmee bezig is. God schept. Dat is Zijn "werk"!

Het idee dat er momenteel binnen het geheel van de kerk van God heerst, ontstond uit een combinatie van factoren — waarvan niet de minst belangrijke "een doctrine" is die heel belangrijk is voor het Protestantisme. Dat is de doctrine die wij aanduiden met de 'eens behouden, altijd behouden' doctrine — het idee daarachter is (heel eenvoudig) dat het enige wat men moet doen is, Jezus Christus aanvaarden en dan is men (zomaar opeens) behouden. Dat principe ligt aan de basis van het Protestantse idee van "het verkondigen van het evangelie aan de wereld", omdat (voor hen) rechtvaardiging hetzelfde is als behoud. (Dat als iemands zonden eenmaal door het bloed van Jezus Christus zijn bedekt, het vanaf dat moment een "uitgemaakte zaak" is.) In de praktische toepassing wordt "het verkondigen van het evangelie" door hen als het meest belangrijke beschouwd — zodat mensen de magische woorden "Ik geloof in Jezus Christus" kunnen uitspreken.

Vergelijk dat eens met de manier waarop God Zichzelf in de bijbel openbaart. Hij is de Schepper. Is Zijn schepping van de mens naar Zijn beeld klaar [voltooid, afgerond] op het moment van rechtvaardiging? Of moet er nog meer gebeuren? "Rechtvaardiging" en "behoud" zijn geen synoniemen van elkaar. Als iemand "gerechtvaardigd" wordt, is dat slechts het begin van een proces (een scheppingsproces). Daarna moet er nog heel veel meer gebeuren, zodat God 'Zijn act kan uitvoeren' — Zichzelf in ons scheppen! Het "verkondigen van het evangelie aan de wereld" (als we dat in dit licht bezien, gemeente) is slechts een heel klein onderdeel van Zijn werken. In feite is het het kleinste onderdeel. Het is het gemakkelijkste deel. Het moeilijke deel is ons in Hem te veranderen. Dat kost tijd! Zo af en toe moet Hij eens flink optreden en ons een tik voor het hoofd geven. Het kost (van Zijn kant) een overweldigende hoeveelheid "geduld". Hij moet omstandigheden creëren waarin Hij ons kan brengen om "ons te testen", zodat Hij het resultaat kan scheppen dat Hij wil (hebben als deel van ons karakter).

We verkeren nu in een situatie waar we samen door iets heengaan. In veel gevallen is het een pijnlijke situatie geweest.

Nu we toch in het boek Psalmen zijn, laten we Psalm 74 opslaan. Ik zal twaalf verzen vanuit deze psalm lezen, zodat we een goed 'gevoel' over de context krijgen. Let op hoe Psalm 74 in vers 1 begint:

Psalm 74:1a Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos, ...?

"Ja, God, waar bent U?" De kerk valt uit elkaar. De "grondvesten" sidderen. De mensen worden in alle richtingen verstrooid. De mensen komen aan met doctrines die hen naar allerlei 'technische bijzaken' voeren, die misschien nauwelijks iets van doen hebben met waar God ons naar toe aan het trekken is.

Psalm 74:1b-11 Waarom ... brandt uw toorn tegen de schapen die Gij weidt? 2 Gedenk uw gemeente, die Gij van ouds hebt verworven, die Gij verlost hebt als de stam van uw erfdeel, de berg Sion, waarop Gij uw woning hebt gevestigd. 3 Richt uw schreden naar wat voorgoed in puin ligt; alles heeft de vijand in het heiligdom vernield. [Is dat niet 'passend', gemeente? Juist voor deze tijd?] 4 Uw tegenstanders brulden in uw vergaderplaats en hebben er hun tekenen als tekenen opgesteld; 5 het had het aanzien, alsof iemand de bijl van omhoog op het kreupelhout deed neerkomen; 6 toen sloegen zij het snijwerk daaraan altegader stuk met bijl en houweel; 7 uw heiligdom staken zij in brand, zij ontwijdden tot de grond toe de woning van uw naam; 8 zij zeiden bij zichzelf: Laten wij hen altegader verdrukken. Zij verbrandden alle godshuizen in den lande. 9 Onze tekenen zien wij niet, geen profeet is er meer, niemand onder ons, die weet tot hoelang. 10 Ja, hoelang nog zal de tegenstander honen, o God; zal de vijand uw naam voor altijd versmaden? 11 Waarom houdt Gij uw hand, ja uw rechterhand, terug? Trek ze uit uw boezem, verdelg!

Nu neemt de psalm een veelzeggende wending; er begint een toon van positieve zekerheid in zijn denken merkbaar te worden, omdat hij zich herinnert ...

Psalm 74:12a Toch is God mijn Koning ...

Hij is de soeverein over alles. Hij kan niet terzijde worden geschoven. Niemand zal Hem ervan kunnen overtuigen iets te doen dat Hij al niet van plan was te doen en waarover Hij niet reeds heeft nagedacht.

Psalm 74:12 Toch is God mijn Koning van oudsher, die in het midden der aarde verlossing bewerkt.

Dat is Gods werk. Hij bewerkt verlossing. "Verlossing bewerken" omvat veel meer dan "het evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen".

U hebt waarschijnlijk reeds ontdekt dat deze psalm (tenminste bij de eerste aanblik) een nationale klacht is over de verwoesting van de tempel. De psalm is geschreven alsof de tempel spreekt (misschien kunnen we dat wat verbreden en zeggen dat de natie zelf spreekt). Maar ik geloof dat we volgens het dualiteitsprincipe kunnen zien, dat deze psalm in deze tijd onmiskenbaar op de kerk van God van toepassing is. De auteur beschrijft dus onze moeilijke positie, nu we de "externe ondersteuning" van ons geestelijk leven in elkaar zien zakken. Terwijl dit gaande is klaagt de psalmist dus: "God, kijk toch eens wat er gebeurt. God, kijkt U de andere kant uit? Waar bent U toch, o God?" Wanneer zal Hij weer medelijden hebben met Zijn kerk waarop de toorn van Zijn boosheid zich heeft uitgestort? Hoe lang zal Hij zwijgend blijven toezien, terwijl de kerk wordt verwoest?

Als we verder lezen, zien we dat Gods soevereiniteit "het punt" wordt, omdat de psalmist (in het diepst van zijn hart) weet dat alle dingen ten goede werken voor hen die God liefhebben en die in overeenstemming met Zijn doel de geroepenen zijn. Daarom zal God behoud brengen. Maar 'wanneer' en 'hoe' wordt nog niet gezien. Wij zullen, door geloof, moeten bepalen welke richting we zullen uitgaan (terwijl Hij, schijnbaar, zwijgend blijft toezien).

Het Book of Common Prayer van de anglicaanse kerk zegt over vers 12 [Dat is gewoon de manier waarop ze gekozen hebben het te vertalen.] "Want God is mijn koning. De hulp die op aarde wordt gegeven, komt van Hem." [Dat is een interessante invalshoek.] Dit geeft de psalmist een toon van vertrouwen, dat God Zelf persoonlijk tussenbeide zal komen om de dingen te veranderen. Hij brengt dus tot uitdrukking dat het Gods werk is om "te bevrijden". Hij bewerkt verlossing in het midden der aarde. Vergeet dit niet. De alternatieve vertaling (die de King James besloot te geven) is heel belangrijk; die zegt dat God in het midden staat van alles wat er zich afspeelt. Hij staat niet aan de kant 'toe te kijken' hoe de kerk uit elkaar valt. Hij zorgt ervoor dat het gebeurt! Dat is voor ons moeilijk om voor te stellen. We houden er niet van om op zo'n manier aan God te denken. Dat Hij feitelijk actie zou nemen om (schijnbaar) datgene te vernietigen, dat Hij zo liefhad dat Hij Zijn Zoon ervoor gaf. Maar als we gaan begrijpen dat Hij alles onder controle heeft, kunnen we volkomen zekerheid hebben (dat Hij alles onder controle heeft) dat — ondanks hoe het er voor ons menselijk ook uitziet — de zaken er niet beter voor hadden kunnen staan. Dit is "precies de medicijn" die Zijn kerk nodig had om ons door deze ziekteperiode die we nu ervaren, heen te helpen. Het kan moeilijk te verteren zijn. Het kan angstaanjagend zijn. We zouden in verwarring kunnen geraken. We zouden vol wantrouwen kunnen komen te zitten. Maar wacht op God en blijf trouw. Hij zal "ons er doorheen helpen", als we Hem dat maar toelaten te doen.

De tijd van rechtvaardiging (de tijd dat we eerst reageerden) is slechts het begin van Gods scheppende werk. Als we dit begrijpen, dan moeten we, in een tijd dat de kerk uiteen valt, ook begrijpen (of er minstens over nadenken), dat het de vraag is of "het verkondigen van het evangelie van het Koninkrijk van God" nu werkelijk het belangrijkste is in deze tijd. (Terwijl we verdergaan zullen we daar over nadenken.) Gods werk van behoud omvat "het verkondigen van het evangelie aan de wereld", maar het is er zeer zeker niet toe beperkt. Er is veel meer bij betrokken. Gaat Hij Zijn kerk verlossen doordat zij "het evangelie verkondigt"? Zeg me dan eens ... (U hoeft het me niet te zeggen. Beantwoord het maar voor uzelf.) Hoe zal dat onze zieke geestelijke conditie genezen? De kerk was daarmee bezig (het verkondigen van het evangelie aan de wereld) terwijl ze uit elkaar aan het vallen was.

In Genesis 1, vers 26, vinden we (wat ik beschouw als) de specifieke doelstelling van de bijbel; en dat is wat God Zelf aan het doen is.

Genesis 1:26a En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, ...

Dat is een eenvoudige uitspraak. (Heel beknopt.) Er wordt daar niet zoveel gezegd. Er wordt daar niet veel geopenbaard. Alleen dat Hij de mens naar Zijn beeld schept. De eerste stap was om ons fysiek "naar Zijn beeld" te maken, ons leven te geven en 'op het juiste pad' te zetten. God is de Meesterpottenbakker. Hij schept. Hij vormt. Hij modelleert ons "naar Zijn beeld". Maar nog veel tijdrovender (en veel belangrijker) is het ons scheppen naar Zijn "geestelijke" beeld.

Wat kost de meeste tijd? "Het verkondigen van het evangelie" of "het voeden van de kudde"? Ik geloof dat het voeden van de kudde de meeste tijd kost en tevens een oneindige hoeveelheid zorg en aandacht (om de dingen te scheppen waar we doorheen moeten gaan). Ik geloof dat we zelfs nog specifieker kunnen worden met betrekking tot wat God doet. In ieder geval specifieker voor wat betreft u en mij. In het Nieuwe Testament, in Johannes 6, vers 28 en 29, vroeg men aan Jezus: "Wat moeten we doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?"

Johannes 6:28-29 Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? 29 Jezus antwoordde en zeide tot hen [Hier komt Jezus' antwoord, wat de werken Gods zijn of is.]: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

Ik ga wat dieper in op dat laatste zinsdeel: "dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft"; daarvoor neem ik twee modernere vertalingen en ik ga die samenvoegen. Eerst neem ik dat zinsdeel uit The Knox Translation en daarna neem ik hetzelfde zinsdeel uit The Amplified Translation. Maar deze twee samen vangen de essentie van dit vers zo duidelijk als ik het nooit tevoren heb gezien.

Johannes 6:29b (Vertaald naar The Knox Translation) Dit is de dienst die God van u vraagt, ...

Johannes 6:29b (Vertaald naar The Amplified Translation) ..., dat u Zijn boodschapper vertrouwt.

Johannes 6:29b (Samengevat uit die beide vertalingen) Dit is de dienst die God van u vraagt, dat u Zijn boodschapper vertrouwt.

Dus, wat doet God in u en mij? Hij is een Schepper. Gods werk is het scheppen van vertrouwen in u en mij in Zijn Zoon, omdat Zijn Zoon zowel "Verlosser" als "Heer" is. Onze zonden worden niet alleen vergeven door de striemen en het bloed van Jezus Christus, maar het is ons vertrouwen in Hem als onze Baas dat het mogelijk maakt dat Gods beeld in ons wordt geschapen. Als we Hem niet vertrouwen, zullen we ons niet onderwerpen. Als we ons niet onderwerpen, dan wordt "Zijn beeld" nooit in ons hart geschreven. God werkt er dus aan om geloof in u en mij tot stand te brengen, zodat we de juiste keuzes zullen maken. God schept 'omstandigheden' die "een beslissing" zullen "forceren", als we niet reageren op de manier waarop dat zou moeten. (En meestal, zo schat ik in, doen we dat niet.) Vragen we ons af wat God doet? Dat doet God.

Als we aannemen wat ik zojuist zei, kunnen we gaan begrijpen 'waarom' de kerk van God uit elkaar viel — 'waarom' ze uit elkaar spatte. Wat gebeurde er? We verloren ons geloof. We kunnen nu begrijpen waarom Judas schreef dat we terug moeten gaan naar "het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd". Verlossing is uit genade door geloof. Geloof is het geestelijke sleutelelement in ons leven! Als geloof verzwakt en afneemt, verdwijnt ons vertrouwen in God. We gaan dan zondigen! (In het begin af en toe, maar de frequentie neemt toe totdat het zover is dat we met overgave zondigen — omdat we "in verwarring" geraken.)

Wat is het werk van de kerk, nu in deze tijd? Volgens mijn denken moeten we alles doen wat mogelijk is om het geloof dat we eens hadden te herstellen. Misschien krijgt wat de heer Armstrong zei (en wat ik gisteravond aanhaalde) nu iets meer betekenis. Eén van de dingen die hij zei was, dat er een tijd was dat we wisten Wie de Leider was. Dat was Jezus Christus. De heer Armstrong zei toen (lang geleden in 1978), dat hij ons waarschuwde dat we ons geloof aan het verliezen waren en gingen steunen op "intellectualisme". ('We zijn zo slim' — is 't niet?) Hij zag het aankomen. Misschien verblindde God de heer Armstrong wel in zekere zin, zodat hij het niet precies onder woorden kon brengen (of God antwoordde niet, of zoiets), omdat God het "die kant uit wilde laten gaan", omdat Hij iets in de zin had. Geloof me, het is geen aangename medicijn. Maar het doel dat voor ons ligt is zo groot dat we het nodig hebben en we kunnen beter maar bereid zijn het te nemen.

Ik ben op deze manier begonnen, omdat ik 'ons denken een beetje wil openen' door ons eraan te herinneren dat Gods werk veel groter is dan alleen maar "het verkondigen van het evangelie" aan het grote publiek. Gods eigen woord getuigt dat Zijn werk behoud met zich meebrengt — niet alleen maar het "aanvaarden van Jezus Christus". Behoud is uit genade door geloof. Maar dit geloof is (tussen twee haakjes) niet slechts 'geloven in' — het is vertrouwen. Daarom las ik dat vers vanuit de Amplified Bible. God werkt opdat wij op Zijn Zoon zouden vertrouwen. Niet alleen 'geloven' dat Hij onze Zaligmaker is, maar op Hem vertrouwen. "Vertrouwen" is een specifieker woord dan 'geloof', omdat vertrouwen de voortdurende werking ervan is.

Laten we Jacobus 2:19 opslaan. Jacobus vergelijkt daar twee verschillende vormen van 'geloven' (of twee verschillende soorten 'geloof').

Jacobus 2:19 Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wèl, (maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen.

Als we geloven dat Jezus de Christus is, dan staan we daarmee op hetzelfde niveau als de boze geesten. Het is genade, gecombineerd met vertrouwen. Of het is genade en geloof (in de vorm van vertrouwen) die ons behouden.

Jacobus 2:17 Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood.

Als we deze twee verzen met elkaar vergelijken, kunnen we zien dat geloof "passief en dood" kan zijn (het brengt dan niets voort voor wat betreft behoud).

Jacobus 2:21 Is onze vader Abraham niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde?

Geloof (in de vorm van vertrouwen) is dus "actief en productief". Dit is het geloof waar God aan werkt om in ons voort te brengen. Dit is het soort geloof waar Johannes 6:29 naar verwijst. En, gemeente, dit soort geloof heeft tijd nodig om te groeien, te ontwikkelen en volwassen te worden. Dit soort geloof zijn we (voor een groot deel) in de laatste vijftien tot twintig jaar kwijtgeraakt.

"Het horen van de boodschap van het evangelie" speelt een grote rol (een hoofdrol) om het beginnersgeloof voort te brengen. Maar daarna verschijnt "het soort geloof dat behoud voortbrengt" niet ogenblikkelijk op het toneel. (Zelfs de wereld gelooft dat. Dat kunnen we zien in de commentaren.) Maar als iemand vertrouwt, dan zal dat soort geloof (of dat vertrouwen) zijn bestaan openbaren door de verandering van de persoon die het heeft. En dit geeft een getuigenis dat God in zo iemand aan het werk is! Die persoon begint te veranderen naar "het beeld van God".

Laten we nu 1 Corinthiërs 3 opslaan.

1 Corinthiërs 3:6-9 Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom. 7 Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft. 8 Wie plant en wie begiet, staan gelijk; alleen zal elk zijn eigen loon krijgen naar zijn eigen werk. 9 Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.

Ik las deze verzen omdat ik wil dat we zien dat "het verkondigen van het evangelie" en "het voeden van de kudde" beide werken van de kerk zijn — werken waar God ons toestaat (met Hem) aan mee te werken. Paulus "verkondigde het evangelie" en God werkte met en door hem. Maar Hij werkte ook met Apollos. God werkte in hem en door hem. Als God niet met Apollos had gewerkt, dan is het heel waarschijnlijk dat het werk dat God oorspronkelijk door Paulus deed ("het verkondigen van het evangelie") geen nut zou hebben gehad. In Johannes 21:15-17 staat het volgende:

Johannes 21:15-17 Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid mijn lammeren. 16 Hij zeide ten tweeden male weder tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief? En hij zeide tot Hem: Ja Here, Gij weet het, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed mijn schapen. 17 Hij zeide ten derden male tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, dat Hij voor de derde maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? En hij zeide tot Hem: Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid mijn schapen.

Het lijkt erop dat Hij [Christus] wilde dat Petrus goed zou beseffen om welk punt het draaide. Daar Hij iets — om het te benadrukken — driemaal herhaalde (Pats! Pats! Pats!), wilde Hij iets overbrengen. Maar ik wilde dat we zien dat het "voeden van de kudde" evenzeer een verantwoordelijkheid is van de kerk als "het verkondigen aan het grote publiek". Misschien gemeente, als de dienaren veel meer en beter Gods manier van leven hadden geleid en betere preken hadden voorbereid, dan zouden we misschien het geloof hebben gehad. We zouden dan "gevoed" zijn met het soort materiaal (het soort voedsel) dat ons kracht zou hebben gegeven.

Ik wil niet de preek van gisteravond onderuit halen, want het was niet alleen de schuld van de dienaren. Misschien lag een groot deel van het probleem bij de dienaren, maar we waren het niet alleen. We hadden allemaal ons aandeel in wat er gebeurde. Laten we nu Romeinen 1:7 opslaan.

Romeinen 1:7 aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.

Ik wilde dat vers alleen maar lezen, omdat ik wil dat we het plaatje gaan zien. Paulus schreef aan een groep mensen ... (terwijl ze niet, laten we zeggen "goed georganiseerd" waren zoals we met de Worldwide Church of God "goed georganiseerd" waren — met op allerlei plaatsen gemeenten) ... hij schreef aan een groep mensen die reeds bekeerd waren. Zij hadden Gods Geest reeds. Iemand had hun reeds "het evangelie verkondigd" en hen gedoopt.

Romeinen 1:11 Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking. [Dat betekent: "meer vervuld te worden", dat zou een goede manier zijn om het te omschrijven.]

Romeinen 1:15 Vandaar mijn bereidheid om ook u te Rome het evangelie te brengen.

Zien we het plaatje? Paulus wilde "het evangelie verkondigen" aan mensen die reeds bekeerd waren. Dit was niet hun oorspronkelijke bekering. Zij hadden 'het evangelie reeds gehoord'; daarom waren zij bekeerd.

Wat betreft dit woord versterking — ik gaf u niet precies de juiste betekenis van dat woord in het Grieks. Het betekent resoluut in een bepaalde richting plaatsen, sterken. Daarom is dit het boek in de bijbel (tenminste in heel het Nieuwe Testament) dat het meest met doctrine is gevuld. Al waren ze bekeerd, er waren veel 'technische puntjes' (die belangrijk waren voor hun bekering) die ze niet geheel begrepen. Dit boek zet hen dus in de juiste richting, zodat ze het grootste voordeel (als ik het zo mag zeggen) uit hun bekering kunnen halen. Zijn doel was toen naar hen toe te gaan en hen in het geloof te bevestigen — hun het praktische begrip van het evangelie te geven om in de genade en kennis van Jezus Christus te kunnen groeien. Hij bracht dat onder woorden als "het evangelie verkondigen". Waarom? Het zou ons moeten gaan dagen dat "het verkondigen van het evangelie" niet allen aan de 'niet-bekeerden' plaatsvindt. "Het verkondigen van het evangelie" dient veel meer te gebeuren aan hen die reeds bekeerd zijn, dan aan hen die nog niet bekeerd zijn.

Laten we weer naar Handelingen gaan, Handelingen 20:27. Kent u dat Protestantse gezang: "Tell Me The Old, Old Story"? Vinden we dat onze herinnering moet worden opgefrist? Zijn we van mening dat we de details moeten begrijpen? Denken we dat "onze visie" op wat er komen gaat ruimer moet worden? Is dat niet precies wat we hier op het Loofhuttenfeest doen? Onze visie verruimen, meer hoop verwerven, bemoediging ontvangen. Waar komt dat vandaan? Dat komt uit "het evangelie". In Handelingen 20:27 sprak Paulus tot de oudsten van de gemeente in Efeze, toen hij op zijn reis daar vlak langs kwam, en hij zei:

Handelingen 20:27 want ik heb niet nagelaten u al de raad Gods te verkondigen.

Krijgt de wereld als ze het evangelie te horen krijgen "al de raad Gods" te horen? Nee, ze krijgen er slechts een heel klein gedeelte van te horen. Genoeg om hun interesse te wekken. Genoeg om ze in actie te laten komen. Genoeg om 'een beetje hoop' voort te brengen. Genoeg om een beetje visie te geven, zodat ze de positie die Jezus Christus in hun leven inneemt, gaan begrijpen en gaan beseffen dat ze zondaren zijn. Genoeg om hen tot het punt van rechtvaardiging te brengen, zodat God eraan kan beginnen hun "al de raad Gods" (middels de dienaren) te geven. Zodat ze tot volwassenheid kunnen komen. Die volwassenheid wordt opgebouwd door het voortdurende "verkondigen van het evangelie" — (alleen) tot in oneindig klein detail. Denkt u, gemeente, dat u "in de genade en kennis van Jezus Christus" zou groeien, als u alleen maar melk zou krijgen? We hebben stevig voedsel nodig. Maar waar komt dat stevige voedsel vandaan? Dat komt voort uit datzelfde "evangelie", maar het wordt in een 'veel grotere dosis' gegeven (in veel groter detail, en gewoonlijk ook met een grotere intensiteit).

Het volgende is bijna een "vereenvoudiging die te ver gaat", maar ik geloof dat het waard is te vermelden. Zou u willen beweren dat een kind onmiddellijk nadat het verwekt is, gereed is om geboren te worden? Dat is toch onlogisch, nietwaar? Dat valt niet met elkaar te rijmen. Bij de rechtvaardiging (als ons onze zonden worden vergeven en we worden gedoopt en ons de handen worden opgelegd) worden we verwekt. We zijn dan nog niet gereed om geboren te worden. Er is nog een heel, heel lange weg te gaan voordat we zover zijn dat we "de maat van de wasdom der volheid van Christus" hebben bereikt. En daar speelt het "verkondigen van het evangelie van het Koninkrijk van God" een rol bij. "Al de raad Gods" is nodig om "het geloof dat behoudt" voort te brengen en "heiligheid" zonder dewelke niemand de Heer zal zien.

Laten we nu Efeziërs 4:11 opslaan. Mark haalde dit [in zijn korte preek] ook aan, maar ik wil iets anders benadrukken.

Efeziërs 4:11-12a En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, [Om welke reden? We weten wat er staat.] 12 om de heiligen toe te rusten ...

De dienaren zijn een gave (van Jezus Christus aan de kerk). Degenen (die bekeerd zijn door de eerste "verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk van God") kunnen dan al de raad Gods ontvangen (door "het voedsel" dat hun binnen de kerk wordt gegeven) om hen in staat te stellen "toegerust" te worden, om bepaalde dingen te gaan doen, zoals er verder in vers 12 staat.

Efeziërs 4:12b-14a ... tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. 14 Dan zijn wij niet meer onmondig, ...

Zijn wij gereed om bij onze bekering "in het Koninkrijk van God geboren te worden"? Nee. We worden geacht nog maar 'kinderen' te zijn, omdat God alleen volwassen zonen in Zijn Koninkrijk zal plaatsen.

Efeziërs 4:14-16 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, 15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. [Zijn we opgegroeid tot "de maat van wasdom der volheid van Christus"?] 16 En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.

Al de raad ("het evangelie" in zijn volle heerlijkheid en schoonheid) is uitzonderlijk diep en ingewikkeld. Deze is door God bedoeld om iemand tot "de volledige voorbereiding" te brengen voor het werk van dienstbetoon aan God. We kunnen niet voor (of met) God werken totdat we zover komen dat we Hem vertrouwen. En ons vertrouwen moet verder gaan dan Hem te vertrouwen voor onze eerste vergeving. Het moet zover komen dat het Hem vertrouwen een tweede natuur is geworden — in gehoorzaamheid aan Zijn woord. Dit is nodig, want anders zullen we nooit "naar zijn beeld" zijn. Op deze manier wordt Zijn wet (Zijn onderricht) in onze harten geschreven. Het is geen 'boekenwijsheid' op zichzelf. Het is 'boekenwijsheid'. Het is omgaan (met God en met elkaar). Het is ervaring krijgen in de toepassing ervan. Iemand kan u vertellen hoe u piano moet spelen, maar hoe goed zou u worden als u er "geen praktijk" in kreeg? Toch willen mensen ons op de een of andere manier doen geloven dat we "de maat van de wasdom der volheid van Christus" kunnen verwerven zonder volledig onderricht te krijgen en zonder de ervaringen van het toepassen van dat onderricht op te doen.

In deze tijd moeten we twee vragen beantwoorden. Die komen voort uit 1 Corinthiërs 3. Minstens een deel van de antwoorden kan aan deze context en enkele andere gedeelten worden ontleend. Die twee vragen zijn: Vervult iedereen in Gods kerk altijd dezelfde functie? (En de tweede vraag is ...) Werkt de gehele kerk altijd op dezelfde manier, steeds maar weer, met dezelfde intensiteit? (Deze vraag luidt dus iets anders.) We kunnen het antwoord op de eerste vraag hier in 1 Corinthiërs 3 gaan zien, waar Paulus specifiek zei: "Ik heb geplant, Apollos heeft begoten." Dit zijn twee verschillende functies. Paulus (de apostel) plantte door "het verkondigen van het evangelie". Apollos (de pastor) nam de veel uitgebreidere en meer tijd vergende taak van begieten op zich. Zij beiden "verkondigden het evangelie", maar het gebied waarop zij werkten was verschillend.

Laten we (uitgaande van dat principe) dit uitbreiden tot de gehele kerk en laten we 1 Corinthiërs 12 opslaan, waar Paulus de analogie van "het lichaam" gebruikt, waarbij hij de kerk met een menselijk lichaam vergelijkt. Hij zegt dus in vers 12:

1 Corinthiërs 12:12, 14, 17-18 Want gelijk het lichaam één is [Met andere woorden het is 'een eenheid'.] en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; ... 14 Want het lichaam bestaat toch ook niet uit één lid, maar uit vele leden. ... 17 Als het lichaam geheel en al oog was, waar bleef het gehoor? Als het geheel en al gehoor was, waar bleef de reuk? 18 Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild.

We kunnen zien waar dit op uitloopt. Paulus onderwijst ons dat iedereen in het lichaam — al zijn er overeenkomsten (omdat we allemaal deel uitmaken van hetzelfde lichaam) — niet dezelfde functie heeft.

1 Corinthiërs 12:21, 28 En het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb u niet nodig, of ook het hoofd tot de voeten: ik heb u niet nodig. ... 28 En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.

Is iedereen 'een apostel'? Is iedereen 'een profeet'? Is iedereen 'een leraar'? Is iedereen 'iemand die krachten doet'? Heeft iedereen 'de gave van genezing'? Spreekt iedereen 'in tongen'? 'Legt' iedereen 'tongen uit'? Tegen de tijd dat we daar aankomen is het antwoord duidelijk. Hij behoeft niet eens dogmatisch een antwoord te geven. Zo voor de hand liggend is dat. Hij zegt dat (net als in het menselijk lichaam) ieder deel (lid) van de kerk niet precies dezelfde functie vervult. Er zijn overeenkomsten en er zijn verschillen. Iedereen is nodig, maar iedereen doet niet precies hetzelfde. Waarom zou God anders zeggen dat er verschillende 'functies' zijn? Hij zou dat niet hoeven te zeggen als iedereen dezelfde functie uitoefende.

Ik wil een illustratie geven die dit duidelijker maakt. Ik geloof dat u zult erkennen dat dit waar is. Ik ga u laten zien dat de plaats en functie van een lid in het lichaam niet altijd statisch is. Dat deze niet altijd dezelfde blijven. Ik ga mezelf als voorbeeld gebruiken.

In september 1959 werd ik gedoopt en zo werd ik dus 'een gewoon lid' van de gemeente. Maar mijn "functie" binnen de gemeente veranderde stapje voor stapje, omdat ik in april 1965 tot 'diaken' werd aangesteld. Mijn "functie" veranderde dus een beetje. Daarmee waren de veranderingen nog niet voorbij, want in april 1966 werd ik tot 'local church elder' aangesteld. Hiermee veranderde mijn "functie" aanzienlijk ten opzichte van wat deze was geweest. De veranderingen gingen door, omdat ik in 1968 full-time aan het Ambassador College ging studeren. Ik was nu een 'elder', maar tezelfdertijd ook een 'student'. In 1969 werd ik een 'full-time local church elder'; ik stond nu op de loonlijst van de kerk, maar ik was niet langer student aan het Ambassador College. Wat later in 1969 werd ik tot 'preaching elder' aangesteld en werd ik 'pastor' van de twee gemeenten waarin ik destijds werkte en assisteerde. Ziet u hoe de veranderingen plaatsvonden? Niet alleen in die tijd (in 1969), maar omstreeks 1975 werden Evelyn en ik overgeplaatst en dat hield daarna niet meer op. We gingen van de ene plaats naar de andere — van Columbia naar Chicago. (We verhuisden binnen Chicago al drie keer.) Daarna werd ik in 1982 aangesteld als dienaar met de rang van 'pastor'. Onze functie verandert dus en ook onze positie binnen de gemeente is aan verandering onderhevig. De meesten van u zullen niet zulke ingrijpende veranderingen ondergaan als ik, maar ik wilde dat u zag dat God de mensen plaatst en verplaatst zoals Hem het beste uitkomt.

Het antwoord op de tweede vraag: "Werkt de gehele kerk altijd op dezelfde manier, steeds maar weer, met dezelfde intensiteit?" Het antwoord hierop is (op dezelfde manier) dat de manier van werken van de kerk ook niet statisch is. Ik wil een extreem voorbeeld geven. Daarna zullen we enkele schriftgedeelten lezen, waarbij ik u in de bijbel de ene plaats na de andere zal laten zien, die dit duidelijk maakt. Veronderstel dat er een alomvattende vervolging van de kerk aan de gang was. De mensen werden alle kanten uit verstrooid — niet omdat we van binnenuit "uit elkaar vielen", maar veeleer omdat er een intense vervolging van buiten over de kerk kwam — waarmee 'een verdrukking' tot stand kwam. Denkt u dat de kerk (het gehele lichaam) nog steeds op de radio (of op de televisie) zou zijn om "het evangelie van het Koninkrijk van God te verkondigen"? Ik zeg u heel stellig dat het antwoord daarop is (waarschijnlijk voor minstens 95 tot 99%) dat de kerk dat niet zou doen. Er is in het boek Handelingen reeds een patroon tot stand gekomen. Toen dat eerder gebeurde, gingen mensen de straat op en "verkondigden het evangelie". Er staat dat "het evangelie" zich verspreidde met het vluchten van de vervolgde mensen van de ene naar de andere plaats. De manier van werken verschoof dus van de publieke radio en televisie naar een directere persoonlijke benadering.

Wat zou er gebeuren als de vervolging zo erg werd dat we naar de heuvels en de bergen (of naar de grotten) moesten vluchten om ons leven te redden? Zijn er geen 'verslagen' dat de kerk in de catacomben van Rome verbleef en daar in het geheim bijeenkwam? Daar zijn zeer zeker 'verslagen' van. In die tijd gingen ze waarschijnlijk ook niet de straat op om het te doen [het evangelie te verkondigen]. Ziet u, de omstandigheden veranderen de manier van werken van de kerk.

Ik zei u een aantal schriftgedeelten te kunnen aanhalen (en dat kan ik), maar we zullen dat vanwege de tijd beperken. Laten we 2 Petrus 2:5 opslaan.

2 Petrus 2:5 en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht;

Iedereen weet wat Noachs werk was. Dat was minstens het bouwen van een ark. Maar hij wordt hier een prediker der gerechtigheid genoemd. We kunnen dit op twee manieren uitleggen. De ene is dat hij 'predikte' door het werk dat hij deed (het bouwen van de ark). De tweede is dat hij letterlijk tot de mensen sprak. We zullen aannemen dat de referentie op de tweede mogelijkheid slaat — dat hij tot de mensen 'sprak' en hen waarschuwde aangaande hun zonden. Daarna kwam de zondvloed en het was gedaan met Noachs werk. Een jaar later was de zondvloed voorbij. Wat was Noachs werk toen? Was het veranderd? Hij was nog steeds "Gods dienaar", maar Noachs werk was veranderd. Hij waarschuwde de mensen niet langer over Gods wraak die er in de vorm van een zondvloed zat aan te komen.

Wat te denken van Mozes? Was zijn werk anders dan dat van Jozua? Dat was zeer zeker het geval. Het werk dat God Mozes liet doen was het volk naar het beloofde land brengen. Het werk dat God Jozua liet doen was het volk het beloofde land doen binnentrekken (en er zich vestigen). Beginnen we in te zien waar het om gaat? Het werk dat God Zijn dienaren laat doen, verandert. Was Isaaks werk hetzelfde als dat van Abraham? Was Jakobs werk hetzelfde als dat van Isaak? Was Davids werk hetzelfde als dat van Jakob? Nee, dat was allemaal niet het geval. Amos ging naar Israël. Andere profeten gingen naar Juda. Begint het plaatje duidelijk te worden? Het werk dat God mensen laat doen "past zich aan" aan wat God gedaan wil hebben — niet wat wij denken dat "het werk" zou moeten zijn.

Wat zou het werk van de kerk moeten zijn als de schapen verstrooid zijn? Dat zou iedereen moeten kunnen zeggen. Allereerst zouden we eropuit moeten gaan om de schapen weer bijeen te krijgen. Als de schapen eenmaal weer bij elkaar komen, moeten we iets doen aan de oorzaak waardoor de schapen verstrooid werden. Als we niets doen aan de oorzaak waardoor de schapen verstrooid werden, dan zullen de schapen opnieuw verstrooid worden! (Dan zal er niets zijn bereikt.)

Laten we het boek Numeri opslaan; daarmee zullen we voor vandaag afsluiten. Numeri, hoofdstuk 9. Voor mij is dit echt veelzeggend, omdat het illustreert hoe Gods verbondsvolk door Hem wordt geleid in wat Hij wil dat ze bereiken.

Numeri 9:15-17 Op de dag nu der oprichting van de tabernakel bedekte de wolk de tabernakel, de tent der getuigenis, en des avonds was zij op de tabernakel als een vuurverschijnsel tot aan de morgen. 16 Zo was het voortdurend: de wolk bedekte hem, en het vuurverschijnsel des nachts. 17 En zo vaak als de wolk van boven de tent optrok, braken daarna de Israëlieten op, en op de plek waar de wolk bleef rusten, daar legerden zich de Israëlieten.

Zien we wat God hier doet? Hij beschrijft hoe Hij "Zijn werk" (Zijn verbondsvolk) aanstuurde om Zijn wil uit te voeren. Hij deed dat door de vuurkolom. Hij deed dat door de wolkkolom. Dat waren "de tekenen" waar zij naar keken om te weten wat ze moesten doen.

Numeri 9:18-23 Op het bevel des HEREN braken de Israëlieten op, en op het bevel des HEREN legerden zij zich; zolang de wolk op de tabernakel rustte, bleven zij gelegerd. 19 Bleef de wolk lange tijd op de tabernakel, dan onderhielden de Israëlieten de dienst des HEREN, en braken niet op. 20 Soms bleef de wolk enkele dagen op de tabernakel; dan legerden zij zich op het bevel des HEREN en op het bevel des HEREN braken zij op. 21 Soms was de wolk er van de avond tot de morgen; trok de wolk dan in de morgen op, dan braken zij op; hetzij des daags of des nachts, als de wolk optrok, dan braken zij op. 23 Wanneer de wolk langere tijd op de tabernakel rustte, hetzij twee dagen, een maand of nog langer, dan bleven de Israëlieten gelegerd en braken niet op; eerst, als zij optrok, braken zij op. 23 Op het bevel des HEREN legerden zij zich en op het bevel des HEREN braken zij op; zij onderhielden de dienst des HEREN, volgens het bevel des HEREN door de dienst van Mozes.

Leidde God de Israëlieten — nadat zij eenmaal uit Egypte getrokken waren — altijd in dezelfde richting? Bleven zij altijd hetzelfde aantal dagen op dezelfde 'kampplaats'? Is er iets wat wij hieruit kunnen leren? Ja. Namelijk, dat God soeverein is. Hij bepaalt wanneer (en in welke richting) Zijn kerk zich begeeft, of een kamp opslaat of wat ze ook mogen doen.

Eén van de meest verbazingwekkende dingen hierbij is dat Hij (op de een of andere manier) in staat is dit te doen zonder onze "vrije wil" uit te schakelen. Dit maakt allemaal deel uit van Zijn manier van werken als Schepper. Hij schept 'omstandigheden' teneinde "Zijn beeld" in ons te scheppen. Momenteel gaan we door een moeilijke omstandigheid, maar Hij heeft alles in de hand. Als we al iets van de laatste helft van deze preek kunnen leren, dan is het wel dat alles onder controle is. Houdt dus goede moed. Dit is een tijd waarin God ons test. Hij test onze vastberadenheid, ons geloof, ons overtuigd zijn van Zijn trouw (dat Hij ons zal leiden en voorgaan). Dat Hij de problemen 'voor ons' zal oplossen, indien we ons geloof in Hem en onze vrije wil zullen gebruiken om de keuzes te maken in overeenstemming met "het geloof dat eens aan de heiligen overgeleverd werd". (Dat geloof waren we in snel tempo aan het verliezen en dat is het geloof dat Hij in Zijn kerk wil herstellen.)

De volgende keer dat ik spreek, zal ik de draad hier weer oppakken en we zullen dan dieper ingaan op wat ik geloof dat "het werk" van de kerk in deze tijd zou moeten zijn.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)