Hoe lief heeft God u?

Door John W. Ritenbaugh
16 augustus 2003

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh, nadenkend over 1 Johannes 4:17, verwondert zich in hoge mate over de diepgang van de liefde die God de Vader voor ons heeft als unieke, speciale onderdelen van Zijn schepping. Hij heeft elk van ons even lief als Hij Christus liefhad. De Vader en de Zoon hebben tot in het allerlaatste en allerkleinste detail bereidwillig samengewerkt, waarbij Ze Zich in harmonie aan elkaar onderwierpen, in de planning en de schepping van dit onmetelijke, ontzagwekkende universum. Ons geloof zou veel verder moeten gaan dan de elementaire vraag of God bestaat, tot het veel volwassener, tegen alles bestand zijnde vertrouwen dat God ons liefheeft en ons door niets zal laten heengaan dat Hij niet als noodzakelijk voor onze geestelijke groei en ontwikkeling beschouwt. God gaf ons uit eigen vrije wil Zijn Zoon, Zijn roeping, Zijn Geest (aldus gaf Hij ons de blijvende liefde en de wil en het vermogen om Zijn wil te doen) en beproevingen om ons karakter te kneden en te vormen. Voor Gods geroepen kinderen bestaat er niet zoiets als tijd en toeval. De gebeurtenissen die op ons als toevallig overkomen, zijn volledig in overeenstemming met het doel van God; Hij heeft ze op een door ons niet na te gane manier ontworpen voor ons uiteindelijke goed.


Deze bijbelstudie bevat materiaal uit twee verschillende bronnen; ik heb dit materiaal uit die twee bronnen in deze bijbelstudie bijeengebracht. Deze studie is opgebouwd rondom 1 Johannes 4:17. Er is echter heel wat achtergrondinformatie nodig als basis, voordat we echt aan 1 Johannes 4:17 toekomen. Mijn deel van het materiaal voert in feite terug op een preek die gaf. Ik geloof, dat dat was voordat ik aan de serie over het Beest begon. Ik geloof, dat ik die preek zo rond het einde van januari of het begin van februari heb gegeven.

1 Johannes 4:17 Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld.

Toen ik die preek gaf, was mijn commentaar op dat vers, dat ik voelde dat er werkelijk iets verbazingwekkends, iets groots, iets ontzagwekkends, in dat vers verborgen lag; maar ik bevatte nog niet in zijn geheel wat dat dan wel was. Dus ik liet het daar maar bij.

Zo'n twee weken later ontving ik een e-mail die een bijbelstudie bevatte. Die bijbelstudie was opgesteld door Pat Higgins, die net buiten Orlando woont. Dat vers maakte onderdeel uit van een studie die hij maakte, en hij dacht dat hij me wat kon helpen om te begrijpen wat dat vers betekende.

Het was inderdaad een bijbelstudie die goed in elkaar zat. Hij probeerde me niet met een of andere nieuwe waarheid af te troeven. Het was echt op een uitnodigende manier geschreven. De bijbelstudie die ik nu geef, is dus het resultaat van het samenvoegen van zijn studie en de mijne.

Mijn studie kwam eigenlijk al aan de orde in de preek die ik gaf over de namen die God ons heeft gegeven. Ik behandelde slechts zo'n twaalf of dertien van die namen (zelfs al zijn er heel wat meer). Mijn gehele doel daarmee was ons te bemoedigen te begrijpen in wat voor ontzagwekkende positie we ons, in relatie met God, bevinden. Wat Hij ons allemaal ter beschikking heeft gesteld. En dit wordt zelfs nog verbazingwekkender als we gaan beseffen dat Hij zegt, dat Hij de zwakken van de wereld heeft geroepen. Toch heeft Hij ons al die gaven gegeven, weergegeven in de namen die Hij ons heeft gegeven. Elk van die namen is niet alleen een gave aan ons, maar ook een verantwoordelijkheid.

Mijn preek was opgebouwd rondom 1 Petrus 2:9-10, waar staat:

1 Petrus 2:9-10 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 10 u, eens niet zijn volk [Dat zijn wij — niemand.], nu echter [zijn we] Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.

Mijn preek draaide in feite om de woorden "ten eigendom". Sommige bijbels vertalen dat met bijzonder of speciaal. Wij zijn voor God iets bijzonders, daarom heeft Hij ons ten eigendom verworven. We zijn uniek, anders. Gods woord laat ons hier zien dat wij [door Zijn handelen, door de prijs die Hij betaalde] een bijzondere groep mensen zijn, we nemen een speciale plaats in bij Hem en staan daardoor apart van alle anderen die niet tot die groep behoren.

De namen die God, zoals ik u liet zien, ons gaf, kunnen we dus direct herkennen. We zijn de geroepenen. We zijn de uitverkorenen. We zijn de verlosten. We zijn heiligen, maagden, de bruid van Christus, zonen van God, burgers van het Koninkrijk van God, het Israël van God, erfgenamen der belofte, het lichaam van Jezus Christus. We zijn de ranken, de kerk, de eerstelingen. We zijn een kostbare schat voor God, we zijn de geliefden van God.

Jammer genoeg sneeuwt dat bijzonder-zijn (van ons) meestentijds onder, wordt het verwaarloosd. Onze aandacht richt zich op onze dagelijkse zorgen. Dat is heel natuurlijk. Het leven is niet al te gemakkelijk voor ons. Jezus zei dat we de rechte en smalle weg moeten volgen — met "recht" bedoelde Hij moeilijk. Het christen-zijn is dus niet bedoeld om gemakkelijk te zijn. Maar het christen-zijn op zich en de eisen die aan het christen-zijn worden gesteld, kunnen ons zo bezig houden, dat we te weinig aandacht schenken aan de dingen die heel, heel bemoedigend kunnen zijn.

Juist in het uitvoeren van onze verantwoordelijkheden laten deze namen ons zien dat we de neiging hebben ons "bijzonder-zijn" uit het oog te verliezen. Dat is jammer — omdat als we dat toestaan, als we dat willen geloven, dan kan dat heel, heel bemoedigend zijn en het kan een kracht zijn die ons motiveert om die verantwoordelijkheden uit te voeren, gewoon omdat het zo bemoedigend is.

Voor een deel waren het de problemen waar Pat Higgins doorging, die hem ertoe brachten om in de bijbel te gaan zoeken naar antwoorden. Wat hem aansprak, resulteerde in zijn bijbelstudie. Toen we dan zijn inzicht in waar hij doorheen ging, en waarom hij daar doorheen ging, en de manier waarop hij moest kijken naar datgene waar hij doorheen ging, samenvoegden met mijn preek over ons "bijzonder-zijn" voor God, was deze bijbelstudie het resultaat.

Voor het grootste deel zal ik meer aan de bijbelstudie van Pat Higgins ontlenen (in het bijzonder één deel van zijn bijbelstudie) dan aan mijn eigen preek die ik in deze bijbelstudie inbracht; en wel omdat zijn studie voor mij de deur opende om 1 Johannes 4:17 veel beter te gaan begrijpen dan ooit te voren. Waar Pat mee aankwam is voor mij (ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen) ONTZAGWEKKEND. Ik bedoel, dat wat God zegt over Zijn liefde voor ons, ons verstand bijna te boven gaat.

Laten we Johannes 17 opslaan. Dat hoofdstuk bevat het gebed van Jezus, dat Hij vlak voor Zijn kruisiging uitsprak, vlak voordat Hij gevangen werd genomen. We beginnen in vers 20, waar Hij zegt:

Johannes 17:20-23 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, 21 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 22 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: 23 Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Jezus' gebed kwam hier op een punt waar Hij wat begon af te wijken van het beginpunt van het gebed, in de zin dat Hij nu bidt voor ONS. Hij heeft het in Zijn verzoek nog steeds over de apostelen, die voor Hem stonden, maar het is nu rechtstreeks gericht op ons, omdat wat er in vers 20 staat op ons slaat — "En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven."

Bedenk dat dit plaatsvond voordat het Nieuwe Testament was geschreven en dat de mannen die voor Hem stonden (met uitzondering van de apostel Paulus) degenen zouden zijn die het Nieuwe Testament zouden schrijven. We zijn dus meer over Jezus gaan geloven door wat deze mannen schreven dan wat er in het Oude Testament staat. Het Nieuwe Testament geeft betekenis aan wat er in het Oude Testament was opgetekend. Het geeft ons een rechtstreekse band met het leven van Jezus — waarom Hij leefde en waarom Hij stierf — en waar wij in het plaatje passen. Het Oude Testament bevat allerlei voorbeelden die ons in heel veel dingen meer gedetailleerde instructie zullen geven.

Voordat we verder ingaan op de verzoeken die Jezus deed (er waren er in feite minstens drie), wil ik teruggaan in de tijd en tenminste één aspect van de relatie tussen de Vader en de Zoon onderzoeken — omdat we binnen die relatie gaan zien hoe lief God ons heeft.

Ik weet niet hoeveel tijd het Hun kostte om het plan voor deze Schepping volledig uit te werken; maar ik weet wel dat er een geweldige hoeveelheid denkwerk in ging zitten, omdat toen Zij alles schiepen, alles in perfecte balans verkeerde (tot en met het moment waarop Adam en Eva werden geschapen). Wat Zij schiepen is ONTZAGWEKKEND in het vertoon van macht.

We hebben films gezien die ons een beetje inzicht geven in de ontzagwekkende omvang van het universum en al die hemellichamen, die er uiting aan geven hoe groot het denken van God is — hoe Hij denkt. Hij denkt in zulke immens grote begrippen dat het ons denken te boven gaat. Laten we maar eens naar ons zelf kijken. Evelyn zei me, dat ze had gelezen dat het menselijk lichaam zo'n 80.000 soorten enzymen bevat. 80.000 — Alleen al in het menselijke lichaam! En dat is nog maar een heel klein stukje van de Schepping van God.

Denk eens aan al de verscheidenheid die er is, en al het denkwerk dat moest worden verricht, om er zeker van te zijn dat alles in balans was en in de grootste harmonie met het voortbrengen van leven. En dat is nog maar een heel klein stukje van wat God schiep. Denk ook eens aan de geweldige verscheidenheid (aan dieren, vogels, vissen) en de complexiteit en toch ook weer de eenvoud van dingen als water (Hoe "levengevend" is dat. Zonder water kunnen we niet leven!) en lucht en zonneschijn. Waar we ook kijken, als we het onszelf toestaan, is het verbijsterend als we gaan beseffen hoe weinig we eigenlijk van het denken van God begrijpen.

Deze twee moesten dus in harmonie samenwerken om dit allemaal tot stand te kunnen brengen. Wat zou er gebeurd zijn als Ze op een gegeven moment met elkaar in conflict waren gekomen? "Mijn idee is beter dan het jouwe en ik doe niets meer totdat je op dit punt toegeeft." Geen van beiden probeerde de ander onder Zijn controle te krijgen.

Er zal ongetwijfeld discussie tussen Hen zijn geweest over wat Ze aan dit moesten doen en hoe Ze dit en dat met elkaar in harmonie moesten brengen. Die geweldige verscheidenheid kwam zeer zeker uit het denken van Hen allebei voort. Waarom doen We dit niet?" "Waarom doen We dat niet?" Er vlogen suggesties heen en weer terwijl Ze de plannen uitwerkten. Maar nooit — zelfs niet één keer — kwamen ze over iets in conflict. Altijd, ongeacht de omstandigheid, zou de Zoon (zoals Efeziërs 5 zegt) Zich aan de Vader onderwerpen. Of de Vader zou Zich aan de Zoon onderwerpen, omdat Hij inzag dat de liefdevolle wijsheid die besloten lag in de suggestie aan Hem, deel hoorde uit te maken van die Schepping waarin Ze alle stukjes samenvoegden, die er uiteindelijk op zouden neerkomen dat God Zich door Adam en Eva en hun gehele nageslacht zou voortplanten.

Ik heb deze illustratie gebruikt — Evelyn en ik zijn eenenvijftig jaar getrouwd. Dat is nog korter dan de tijd die nodig is voor het knipperen van een ooglid, in vergelijking met de tijd die God de Vader en God de Zoon hebben samengewerkt. Onze relatie is niet zo harmonieus geweest als de Hunne, maar we kunnen het heel goed met elkaar vinden. Ik geloof zo goed, dat er tijden zijn dat het erop lijkt dat we een Siamese tweeling zijn. We zijn volledig op elkaar afgestemd.

Ik kan u echter zeggen, dat (met haar achtergrond, haar ervaring, haar sexe, en dergelijke) ze de dingen niet op precies dezelfde manier ziet als ik. Ik zie de dingen anders dan zij. Zij is op bepaalde gebieden agressiever dan ik en ik ben weer agressiever op andere gebieden dan zij. Toch is ze op sommige gebieden behoudender dan ik en ben ik op sommige gebieden behoudender dan zij.

Ik stel haar inzicht in geestelijke dingen echt op prijs. En praktisch alles dat ik voorbereid (korte preek, preek, bijbelstudie), bespreek ik met haar. Dat bespreken is altijd informeel. Ik geef haar geen papieren met de woorden: "Hier denk ik over." Het gaat meer pratenderwijs. We praten met elkaar. Ik zeg: "Momenteel denk ik hier over. Wat denk jij daarvan?" En zo gaat dat met alles, totdat praktisch alles dat ik u in de vorm van preek of korte preek geef door haar gedachten is gefilterd. Dan gebruik ik in een preek, wat ik wil gebruiken. Voor mij is dit een goede illustratie, die me helpt om te begrijpen op welke manier de Vader en de Zoon met elkaar samenwerken.

Evelyn zal u zeggen, dat ik het niet altijd precies met haar eens ben, en zij is het niet altijd precies met mij eens. We onderwerpen ons dus aan elkaar (als we nederig genoeg zijn om te erkennen dat de gedachten van de ander op dit moment en over dit onderwerp beter zijn). Maar het geeft ons een idee van waar de Vader en de Zoon doorheen gingen.

We gaan weer terug naar vers 23. Hoe diep en intiem Hun relatie was, kunnen we alleen maar gissen. We kunnen alleen maar veronderstellen en erover nadenken. We zullen er geen sluitend antwoord op krijgen. Maar we weten dat Zij deden wat er in Efeziërs 5 staat; Zij onderwierpen Zich uit respect voor de ander aan elkaar. Er ontstond tussen Hen nooit enige strijd. Er was geen verstoring van Hun harmonie, omdat Ze ALTIJD op die manier hebben geleefd.

Johannes 17:23a Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, ...

In deze woorden ligt een verzoek besloten. "Volmaakt" betekent niet zonder enig gebrek, maar dat ze volmaakt tot één zullen worden. En uiteindelijk wordt die "één" het ene Gezin — het Gezin van God.

Johannes 17:23b ..., opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, ...

Dit is een verzoek dat vraagt om vrucht in ons leven, opdat wij een getuige mogen zijn voor de wereld, dat Jezus inderdaad de Christus is, dat Hij onze Verlosser is, en dat Jezus door God werd gezonden omwille van onze verlossing en om ons te vervolmaken. Als onze Hogepriester is dat Zijn taak — ons te vervolmaken.

Johannes 17:23c ..., en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Aan dit derde verzoek gaan we meer tijd besteden. Christus vraagt ten behoeve van ons of God het mogelijk wil maken, dat wij begrijpen — weten, en weten dat we weten — dat God ons precies op dezelfde manier liefheeft als Hij Christus liefheeft. Laat dat eens goed bezinken.

Hij heeft ons op precies dezelfde manier lief als Hij Degene liefheeft met Wie Hij de eeuwigheid heeft doorgebracht! Dat is moeilijk te doorgronden, maar we zullen hiervoor bewijs aanvoeren door het aanhalen van andere schriftgedeelten.

Het woord gelijk bevat de sleutel tot dit begrip. [De heer Ritenbaugh leest vanuit een Engelse vertaling die het woordje "as" (zoals) gebruikt.] Mijn American Heritage College Dictionary omschrijft dit woord als "in dezelfde mate", "in dezelfde hoeveelheid", "met dezelfde kwaliteit", "op dezelfde manier". Om kort te gaan het betekent: niet meer, maar ook niet minder, dus gelijk. Niet meer, niet minder, gelijk.

Als we dat begrip terugvoeren in dat vers, dan is het waar als we zeggen dat er niet één discipel is (iemand in wien Gods Geest is, waardoor hij een zoon is geworden, net als Jezus een Zoon was), die God meer of minder liefheeft dan Jezus. Dat is niet de interpretatie van Ritenbaugh. Dat zei Jezus.

Ik twijfel er niet aan, dat er heel wat momenten zijn in ons leven, afhankelijk van waar we doorheen gaan, dat we er zelfs niet aan denken dat dat waar is. Als we pijn hebben — ofwel vanwege wat we zelf deden, of wat iemand anders deed, of dat we vonden dat anderen ons hadden aangedaan (een vriend, een buurman of Godzelf). "Hoe kan God me liefhebben als Hij me dit aandoet, of toestaat dat dit me overkomt?"

Maar we komen in conflict met de schriften als we niet geloven wat Jezus zei. We weten heel goed dat elk gebed van Jezus werd verhoord. De reden dat God dat deed, was omdat ieder verzoek dat Jezus deed, in overeenstemming was met de wil van de Vader. Zulke gebeden zullen ALTIJD worden verhoord! Elk verzoek dat we ooit tot de Vader zullen richten en dat in overeenstemming is met Zijn wil, zal Hij verhoren. Daar kunnen we zeker van zijn.

Dus ik lieg niet, als ik u — gebaseerd op de autoriteit van Jezus Christus — zeg, dat de Vader u net zo liefheeft als Hij ooit Jezus Christus liefhad. U maakt deel uit van Zijn schepping. Hij heeft datgene dat Hij heeft gemaakt en nu aan het maken is, lief. Hij kijkt uit naar de tijd dat WIJ het leven met Hem op hetzelfde niveau zullen delen. Hij heeft ons beloofd, dat Hij ons in Zijn Koninkrijk zal brengen.

Ik waarschuw u, dat het om ons zover te krijgen, wel pijnlijk kan zijn. Het kan angstaanjagend zijn. Maar het moet dat wel zijn. Hij zou ons daar niet doorheen laten gaan, als Hij ons niet liefhad. Als Hij ons niet liefhad, zou Hij doen wat veel ouders doen, die gewoon geen aandacht schenken aan hun kinderen. Maar God zal dat niet doen. En om ons te maken tot datgene wat Hij met ons voorheeft, zal— als we koppig zijn en tegenwerken — de correctie (om ons zover te krijgen dat we doen wat Hij wil) pijnlijk zijn.

Johannes 5:19 Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet [dat is wat de Vader doet], dat doet ook de Zoon evenzo.

Praktisch betekent dit voor u en mij dat Christus ons in dezelfde ongelooflijke mate liefheeft als de Vader — omdat Hij kopieert, Hij bootst na. Hij heeft dezelfde vermogens. Minder autoriteit, maar dezelfde vermogens, dezelfde natuur, hetzelfde denken, dezelfde doelen in denken — alles net als de Vader. Hij heeft ons in dezelfde ongelooflijke mate lief als de Vader.

Hij is niet jaloers op ons, dat ook wij aan het Gezin worden toegevoegd. Hij is niet in competitie met ons. Hij volgt de Vader in alles. En de Vader heeft, als volmaakte Ouder, het ene kind niet lief boven het andere. God oordeelt zonder aanzien des persoons. God heeft geen favorieten (zoals het geval was bij Jakob, wiens favoriet Jozef was).

De American Standard Version vertaalt die laatste zinsnede uit vers 23 als "just as" [precies zoals]. (Denk nog eens aan de definities van het woordje "as", die ik noemde.) Zij vertalen het met: "precies zoals U Mij hebt liefgehad." De Common English Version vertaalt het met: "net zoveel als U Mij hebt liefgehad." En de Weymouth Version combineert deze twee en zegt: "precies net zoveel als U Mij hebt liefgehad."

U kunt misschien — op basis van mijn enthousiasme voor het onderwerp — begrijpen waarom Pat Higgins' bijbelstudie me mentaal volkomen onderste boven gooide. Wat een geweldige openbaring is dit. Hoe lang lees ik de bijbel al niet en heb ik daar overheen gekeken — dat kleine twee-letter woordje "as" (zoals; in de NBG: gelijk). Het lijkt zo onbelangrijk, maar wat heeft het een verstrekkende betekenis. Aan de ene kant maakt het ons nederig (Waarom heeft Hij ons zo lief?) en aan de andere kant bemoedigt het ons dat zo'n ongelooflijk iets waar kan zijn. Hij zal ons nooit ofte nimmer onthouden wat nodig is, zodat Hij ons kan maken tot wat Hij is.

Lucas 18 bevat een gelijkenis die we nogal vaak aanhalen. We halen het nogal vaak aan wegens vers 8. Vers 8 trekt onze aandacht naar wat Jezus hier zei, omdat het op de eindtijd slaat. Het slaat op de tijd van de wederkomst van Christus. Christus zegt dus:

Lucas 18:8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

We kennen die uitspraak heel goed, maar ik geloof dat we daarin iets heel gemakkelijk over het hoofd kunnen zien. Omdat die gelijkenis ons zo bekend is, is het één van de dingen die we zo heel gemakkelijk over het hoofd kunnen zien, namelijk: Een vraag die we zouden moeten stellen.

We weten allemaal dat de rechtvaardige uit geloof zal leven. Behoud is uit genade, door het geloof. Dus is geloof belangrijk om te overwinnen, te groeien. Het is belangrijk om te volharden. Het is belangrijk voor het behoud zelf. En het is belangrijk om aan elkaar liefde te betonen als bewijs dat we het soort geloof hebben, waarover Jezus het hier heeft.

Dit is iets dat rechtstreeks tot u en mij, in de eindtijd, is gericht. We moeten onszelf dus de vraag stellen (ik geloof, dat we dat vaak doen): "Leven we vanuit geloof?" Maar met het stellen van die vraag, kunnen we toch heel wat over het hoofd zien, van wat Jezus met die vraag bedoelde. En dat is omdat ons denken de neiging heeft zich te richten op geloof in termen van geloven dat God bestaat.

Geloven we dat God bestaat? We kunnen het belang van die vraag iets opkrikken door hem als volgt te verwoorden: "Hebben we zo'n geloof dat we God vertrouwen?" Maar ik geloof niet dat het precies dat is, waar we onze aandacht op moeten richten. Er is iets waarin we geloof moeten hebben, iets dat veel belangrijker is dan geloven dat God bestaat.

Om een voorbeeld te geven, Jacobus zei dat de demonen geloven dat God bestaat, en zij sidderen. Maar heeft geloven dat God bestaat en voor Hem sidderen iets van doen met hun behoud? Het zet hen er niet toe aan God te gehoorzamen. Hetzelfde geldt voor hun heerser — Satan. Hij is misschien wel het belangrijkste voorbeeld van iemand die weet dat God bestaat.

Er staat dat hij temidden van de vlammende stenen wandelde. We hebben het hier over de troon van God. Hij was één van de drie (voor zo ver wij weten) grootste scheppingen van geestelijke wezens die God ooit heeft geschapen; hij was waarschijnlijk de grootste in termen van al de capaciteiten waarmee God hem toerustte, zijn geweldig denkvermogen en zijn geweldige wijsheid. Maar er gebeurde iets in hem. Al zijn zekerheden dat God bestaat, konden hem niet beschermen tegen wat er in hem gebeurde.

We weten dat het zijn oorsprong had in trots die er in hem was. Maar ik geloof, dat ik genoeg van deze wereld heb geleerd om de weerspiegelingen van het denken van de duivel, Satan, te zien, om specifieker te kunnen aanduiden wat er in Satan gebeurde — want hij gaat almaar door om het menselijk denken hiermee te doordringen. Hij weet dat het een sluipend proces is en dat de mens hierdoor uiteindelijk (als hij het niet overwint) God zal gaan haten — net zoals hij God haat.

Hij voelde zich tekort gedaan door God! Hij vond dat God hem niet op dezelfde manier liefhad als anderen. Dit bracht hem ertoe te gaan denken dat hij meer en beter verdiende dan anderen. Hierdoor ontstond er een geweldig gevoel van ontevredenheid in hem, wat hij rechtvaardigde door tot zichzelf te zeggen dat God hem toch niet liefhad.

Als u ziet, dat u denkt dat u tekort bent gedaan, en als u ziet, dat u heel wat klaagt over uw lot in het leven, over wat er gaande is — dan weet ik niet of u het beseft of niet, maar dat u in feite een beschuldiging uitbrengt tegen de God die u vanuit het diepst van Zijn hart liefheeft. Daaraan werkt Satan. Hij wil dat we denken dat God ons niet LIEFHEEFT!

We reageren op iemand die ons liefheeft. En als Satan ons zover kan krijgen, dat we gaan denken (al is het alvast maar een klein beetje) dat God ons niet liefheeft, dan zullen we ons tegen God keren. Vertrouwen hangt samen met liefde! We vertrouwen mensen die ons liefhebben en we wantrouwen hen, van wie we denken dat ze ons niet liefhebben, en we maken hen in ons denken tot vijanden.

Jezus heeft het hier in Lucas 18:8 over geloof dat God ons liefheeft. Daar moeten we geloof in hebben. We komen in een tijd in deze wereld dat de dingen zo angstaanjagend worden, dat dingen zo schaars worden (ik bedoel zo beperkt voorradig), dat we ons niet meer veilig voelen. We gaan misschien wel denken dat de dood heel dichtbij is. Alsof we er van alle kanten door worden omgeven. Of we voelen ons alsof het zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt. We lijden pijn door een ziekte en leven in angst omdat de regering ons vervolgt (of iemand vervolgt ons). Het kan zelfs zijn dat we voor ons leven moeten vluchten.

Hoe denkt u, dat de mensen in het Colosseum te Rome zich voelden in hun relatie met God toen de leeuwen en tijgers op hen afkwamen, of moesten toezien hoe hun broeders en zusters in het geloof in levende fakkels werden veranderd (doordat men pek of olie of wat dan ook over hen uitgoot)? Ze werden in brand gestoken en ze werden fakkels. "Waar is God?"

Als Christus komt, zal Hij dan mensen vinden die geloven dat God hen liefheeft. Iedereen die in dat opzicht wordt beproefd — dat kunnen ook u en ik zijn — zal geloven dat God bestaat. Dat is niet het punt waar het om gaat, net zo min als het het punt was bij Satan, toen hij zijn loyaliteit aan God liet vallen en erop uitging om zijn eigen verheven positie te verwerven, daarbij alles wat hij tot die tijd van God had ontvangen, compromitterend.

Als de zaken er "slecht" uitzien, hebben we de neiging ons af te keren — net zoals de Israëlieten dat deden bij de Rode Zee. Denk hier aan. Ze hadden dag na dag, nacht na nacht een getuigenis, omdat God bij nacht in de vuurkolom was en bij dag in de wolkkolom. Hij was dus "de God die er is." Maar toen ze de vijand met al zijn strijdwagens zagen naderen, vergaten ze plotseling alles over de liefde van God, die hen uit hun gevangenis in Egypte had bevrijd en hun de vrijheid had gegeven en een kans op leven.

Zelfs Mozes was onthutst, zodat God moest zeggen: "Kom op, Mozes. Doe iets!" Daarna vermande hij zich en sloeg met zijn staf op het water en het spleet uiteen. Daarmee hadden ze een weg waarlangs ze konden ontsnappen.

We behoeven alleen maar de Israëlieten te volgen in hun tocht door de woestijn om hetzelfde patroon almaar herhaald te zien. Als de zaken er "slecht" uitzagen, vergaten ze alles over DE GOD DIE HEN LIEFHAD en die hen — elke dag — van manna voorzag om te eten en van water uit de rots. Hij voorzag in hun behoeften, maar ze geloofden niet dat God hen liefhad. Ze geloofden dat Hij bestond. Ze geloofden niet dat Hij hen liefhad.

Ze redeneerden: "Als Hij ons liefhad, zou Hij ons niet op deze manier behandelen." Maar mijn bijbel laat me in Deuteronomium 8 zien, waar God u en mij inlicht (zodat wij niet in dezelfde fout zullen vervallen): "Ik [God] liet hen met opzet honger lijden." Hij was er de oorzaak van dat hun die dingen overkwamen — zodat zij de gelegenheid hadden zich van Hem af te keren. Op die manier kwam Hij er achter of ze werkelijk loyaal zouden zijn.

Hetzelfde patroon zal worden herhaald. Daarom was Jezus zo bezorgd. "Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?" Zal Hij mensen vinden die geloven dat God hen liefheeft?

Lucas 18:1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop [dit was het doel], dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.

"Niet opgeven." Onthoud dat! God zal ons testen en het zal er slecht uitzien. Hebben we dan geloof, dat God er werkelijk is, dat Hij weet wat er zich afspeelt, en vertrouwen we dan in Zijn liefde voor ons? Jezus waarschuwt ons dus, dat als deze omstandigheden zich voordoen, we altijd moeten bidden en niet opgeven. God zal druk op ons uitoefenen om in ons de eigenschappen, de karakteristieken en het denken voort te brengen dat net als het Zijne is, dat HEM altijd en onder elke omstandigheid zal VERTROUWEN.

Israël beantwoordde daar niet aan, omdat ze Hem niet vertrouwden. En ze vertrouwden Hem niet, omdat ze niet echt geloofden dat Hij hen liefhad. Hun eigen opvattingen over God ontleenden ze aan Egypte en de opvattingen, die ze met zich meedroegen, waren niet de waarheid over de ware God. In hun denken gingen ze voortdurend terug naar wat ze in de wereld over God hadden geleerd. Maar God is niet zoals de goden van deze wereld. Hij is ÉÉN. (Misschien ga ik op het Feest wat meer in op Zijn "één-zijn". Ik weet het nog niet zeker. Maar ik speel wat met dat idee.)

Dit wordt uitzonderlijk belangrijk voor ons terwijl we dichter en dichter bij het einde komen. In Mattheüs 24 (We weten allemaal dat dit Jezus' profetie is over de eindtijd en de condities die in die tijd van kracht zullen zijn.) zegt Hij, als Hij het over de kerk heeft en de cultuur en omstandigheden waarin de de kerk leeft:

Mattheüs 24:12 En omdat de wetsverachting [wetteloosheid] toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.

Deze uitspraak doet ons begrijpen dat Hij het over de kerk heeft. Ten eerste is het gehele hoofdstuk gericht tot de discipelen. Hun vraag was aanleiding tot deze reactie van Jezus. Tegen de tijd dat we in vers 12 aankomen, komt liefde in beeld, omdat de liefde waar Jezus het over heeft, de liefde is die alleen maar van God kan komen. Het is de liefde van God die in onze harten is uitgestort.

In dit vers zien we dat liefde koud kan worden! En één van de dingen die het doet verkillen, is wetsverachting. Ik weet dat — hoe meer we ons bewust worden van wat er zich in de wereld afspeelt — we daar allemaal de invloed van ondervinden. Overal waar we kijken is ongerechtigheid, wetsverachting, zonde. Het is zichtbaar in de zakenwereld. Het is zichtbaar in het vermaak. Het is zichtbaar op straat, in de supermarkt. Het is overal! En het oefent druk uit. Het tast onze gevoelens over het leven zelf aan.

Ik hoor het en zeg het ook zelf: "We kunnen niet wachten tot dit voorbij is." Waarom kunnen we niet wachten? Omdat het ons zo aantast, we worden vermoeid — om er tegen te vechten. Dat is hier Jezus' zorg. Het lijkt erop dat er geen einde komt aan de druk die op ons wordt uitgeoefend, om wat te doen? Mee te doen met wat iedereen doet — ons gewoon aan hen aan te passen. Omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde verkillen. We vechten niet langer tegen de ongerechtigheid in ons leven; we sluiten een compromis en passen ons meer en meer aan. Op die manier is het leven veel gemakkelijker.

Het is dan ook geen wonder dat Hij in Lucas 18:8 zei: "Als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?" Dat is het geloof in Gods liefde. We zouden die liefde in ons behoren te hebben, maar we kunnen deze uit ons doen verdwijnen; het is zoveel gemakkelijker om een Laodiceeër te zijn — achterover te leunen en met de stroom mee te gaan. Maar DOE DIT NIET! Het eerstvolgende vers zegt:

Mattheüs 24:13 Maar wie volhardt [wie niet opgeeft] tot het einde, die zal behouden worden.

Dat zijn degenen die behouden zullen worden — zij die niet "verslappen" en niet opgeven. Daarom is dit zo belangrijk. Laat u niet bedriegen dat God u niet liefheeft, alleen maar omdat we vanuit onze menselijke natuur geneigd zijn te zeggen dat Hij niet in de buurt is. Hij is zeer zeker wel in de buurt! Hij is "de God die er is." God is niet alleen soeverein — wat betekent dat Hij niet alleen regeert over alles wat er is — maar Hij is ook alwetend, wat betekent dat Hij alles ziet wat er gaande is.

Wat een geweldig attentievermogen. Vraag me niet hoe Hij dat doet. Ik weet het niet. Op hetzelfde moment dat Hij zich bewust is van wat er in Canada gaande is, is Hij Zich ook bewust van wat er zich in Australië afspeelt. Dat geeft ons zo'n beetje een idee van het verschil tussen Zijn vermogens en onze vermogens. We weten niet eens wat er zich allemaal in deze zaal, deze ene ruimte, afspeelt. Als ons kind in de ene kamer van het huis is en wij in een andere kamer, raken we bezorgd. Wat doet het kind nu? Het is al meer dan een half uur rustig."

Als wij God zouden zijn, zouden we dat wel weten. Daarom zei mijn schoonvader waarschijnlijk altijd: "Geef je kind iedere keer dat je het ziet, een paar klappen." Als het niet zojuist problemen heeft veroorzaakt, dan zal het dat straks wel gaan doen; met andere woorden de klappen zijn altijd gerechtvaardigd.

Wat in dit plaatje belangrijk is, is LIEFDE. Daarom noemde Jezus het in vers 12. Hij gaat daarna verder met wat Hij in vers 13 zegt. Zij wier liefde volhardt, zullen behouden worden. Dat is het korte relaas dat er tussen Mattheüs 24:12 en 13 ligt. We moeten begrijpen, dat dit punt Johannes 17:23 zo belangrijk maakt. Hier volgt waarom dat zo is.

Romeinen 5:1-4a Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, 2 door wie wij ook de toegang hebben verkregen [in het geloof] tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods. 3 En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen [beproevingen, tests], daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt [voortbrengt], 4 en de volharding beproefdheid, ...

In moderne vertalingen wordt dat woord "beproefdheid" weergegeven met karakter.

Romeinen 5:4-5a en de volharding karakter, en het karakter hoop; 5 en de hoop maakt [ons] niet beschaamd, ...

Misschien lukt het ons niet altijd te doen wat we moeten doen. Als het ons niet lukt, voelen we ons beschaamd. Maar hoop maakt ons niet beschaamd — omdat het ons motiveert door en door en door te gaan.

Romeinen 5:5 en de hoop maakt [ons] niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.

De liefde waar Jezus in Mattheüs 24:12 over spreekt, is deze liefde. Dat was Zijn zorg. De liefde die van God komt, is in staat de problemen, de beproevingen en de verdrukkingen van de gehele eindtijd te doorstaan INDIEN we die liefde gebruiken. En om het te gebruiken (daar we het reeds hebben ontvangen) moeten we geloven dat God ons liefheeft. ALS we dat doen, DAN zullen we de liefde die Hij ons geeft (1) in onderwerping en gehoorzaamheid aan de eerste vier geboden weer aan Hem teruggeven en (2) in het houden van de laatste zes geboden doen uitgaan naar onze broeders en zusters.

Dit stukje gaat verder omdat, nadat Paulus vers 5 schreef, hij zich gedrongen gevoeld moet hebben om bewijs te geven dat God Zijn liefde voor ons reeds heeft gedemonstreerd. Hoe deed hij dat?

Romeinen 5:6 (Statenvertaling) Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.

Ziet u dat woordje "want"? Dat duidt op een uitleg van wat hij in vers 5 zei. Vers 5 is het vers, waarin hij zegt dat de liefde van God in onze harten is uitgestort. In vers 6 begint hij aan een uitleg, hoe wij kunnen weten dat God ons liefheeft. Hij begint dus met "toen wij nog krachteloos waren" — dit duidt op de periode vóór onze bekering, vóór we de kracht, de heerlijkheid, van Gods liefde ontvangen hadden. Dus: "Toen wij nog krachteloos waren, is Christus te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Want nauwelijks ..." Nu gaat hij het nog een keer uitleggen.

Romeinen 5:7 Want [het begin van de uitleg] niet licht [Statenvertaling: nauwelijks] zal iemand voor een rechtvaardige sterven; maar ...

Het woordje "maar" wijst op een tegenstelling. Hij gaat een tegenstelling schetsen tussen de liefde van God en Zijn demonstratie daarvan met wat een mens onder heel, heel bijzondere omstandigheden zal doen.

Romeinen 5:8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

God bewijst Zijn liefde. Het zou ook vertaald kunnen worden met demonstreert. God demonstreert Zijn liefde. Het kan ook betekenen manifesteert. God manifesteert Zijn liefde. Het kan ook betekenen getuigt van. God getuigt van Zijn liefde voor ons. Hoe? Doordat Hij Christus als slachtoffer gaf voor onze zonden.

Hij demonstreerde Zijn liefde ten eerste in het geven van Christus. Daarna demonstreerde Hij Zijn liefde en maakte die heel persoonlijk, door ons te roepen. Elk van ons werd specifiek door de Vader Zelf uitgekozen. Deze verkiezing was NIET algemeen, deze was specifiek. Ik wil u dit laten zien, zodat u dit gaat begrijpen. Jezus zei:

Johannes 6:44a Niemand [geen mens] kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, ...

Christus werd het slachtoffer voor onze zonden. Daarna maakte God dat offer heel persoonlijk. Hij manifesteert nog steeds Zijn liefde, maar nu wordt Hij heel specifiek doordat Hij persoonlijk u en mij uit al die miljarden mensen op aarde verkoos en ons Zijn kerk binnensleurde.

Ik maak geen grapje, want dat kan Johannes 6:44 betekenen. Het kan worden vertaald met dat God ons naar Jezus Christus sleurt, omdat wij niet gemakkelijk meegaan. We slaan en trappen en bieden weerstand. Maar Hij is zo volhardend in Zijn doel en Hij voert de dingen zo gladjes uit, dat Hij ons kan doen denken dat we het geheel vrijwillig deden, maar dat was niet zo.

En dan staat er in Romeinen 2 dat Hij ons tot bekering leidde. Hij persoonlijk manifesteerde Zijn liefde door ons in staat te stellen tot bekering te komen. Daarom heeft genade zo'n belangrijke plaats in de bijbel en daarom komt behoud door genade. Wij zouden nooit naar God toegaan, als Hij zou zeggen: "Hé, kom hier, naar Mij toe." Het is nuttig te beseffen hoe weerbarstig de menselijke natuur tegen God is.

Romeinen 8:7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet:

Als God niet verder ging met onze roeping en ons in feite de kerk binnensleurde, zouden we niet komen. Romeinen 8:7 bewijst dat. De menselijke geest is in oorlog met God! Als er dus staat dat Christus voor ons stierf toen we nog zondaren waren, bleef het daar niet bij. Gods uitdrukking van Zijn liefde zorgt ervoor dat Hij het mogelijk maakt dat we voor Hem verschijnen en dat leidt ons dan — stelt ons in staat, geeft ons de kracht — om de juiste relaties in ons denken te leggen, zodat we ons schuldig gaan voelen en tot bekering komen.

Dan geeft Hij ons Zijn Geest. Hij doet dit niet omdat Hij ons dat verschuldigd is. Hij geeft ons deze omdat Hij ons liefheeft. Niemand dwingt Hem. Het is een vrijwillige gave aan ons. En met die Geest komt Zijn liefde, die in onze harten wordt uitgestort. Deze liefde stelt ons in staat Zijn geboden te onderhouden — wat we vanuit onszelf nooit zouden doen. Als we aan onszelf zouden worden overgelaten, zouden we dat nooit doen.

Hij werkt in ons denken, zodat we van de noodzaak overtuigd raken, dat we ons aan Hem moeten onderwerpen. Behoud is een vrijwillige gave, omdat God ons liefheeft. En op deze manier demonstreert Hij dat — door ons in staat te stellen de dingen te doen die Hij ons gebiedt. Het is werkelijk ontzagwekkend!

Ik wil nu naar Romeinen 8 gaan. Daar gaan we een tekst lezen die ik ook aanhaalde in een preek, die net vooraf ging aan die over al de namen die God ons geeft. Deze tekst maakte werkelijk indruk op me, op een manier die het nooit eerder deed, toen ik begon te beseffen wat hij daar zei.

Ik ga dit koppelen aan Romeinen 5:6-8, waar staat dat toen we nog zondaren waren, Christus voor de goddelozen stierf. Daarom vragen we ons dus af: "Zal God ons ooit in de steek laten? Zal God ooit Zijn belofte niet waarmaken in het ons geven van wat we nodig hebben in de beproevingen waar we doorheen gaan? Zal Hij Zich terugtrekken, zodat we aan ons lot worden overgelaten?" In feite geeft vers 32 van Romeinen 8 het antwoord. En als we dat begrijpen, in gemakkelijk te begrijpen modern Nederlands, dan voegt het werkelijk iets toe aan Romeinen 5:6-8.

Romeinen 8:31a Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? ...

Welke dingen? Natuurlijk al die dingen die medewerken ten goede voor hen die de geroepenen zijn en die God liefhebben (vers 28). Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen?

Romeinen 8:31b ... Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

We hebben geen vijand die tegen God kan standhouden. Geen vijand, geen omstandigheid — NIETS — kan standhouden tegen God. Hebben we dat vertrouwen dat God ons zo liefheeft dat Hij ons nooit zal onthouden wat we in de gegeven omstandigheden ook nodig zullen hebben? Ik geloof dat we om dit op waarde te kunnen schatten, Zijn soevereiniteit en Zijn alwetendheid moeten begrijpen. Hij regeert over alles. Niemand kan tegen Hem standhouden. En Hij weet alles wat er gaande is. Tijd en toeval treffen Zijn kinderen NOOIT. Nooit! Ik meen dat serieus. Er zijn geen toevallige gebeurtenissen die de kinderen van God overkomen.

John Reid leerde me dit en daar was ik ook hoogst verbaasd over — omdat we dat vers in Prediker allemaal wel kennen dat tijd en toeval iedereen treft. Het betekent niet wat we denken dat het betekent. Dat woord "toeval" in het Hebreeuws betekent gewoon omstandigheden waar wij nooit aan gedacht hebben. Zo eenvoudig is dat.

Als we plannen maken om dit of dat te gaan doen, hebben we niet het denkvermogen van God, dat aan iedere mogelijkheid kan denken die kan voorkomen. En als er dus iets gebeurt, waaraan we niet hebben gedacht, zeggen we: "Och, het was gewoon een gelukkig toeval." (Of: een ongelukkig toeval.) Dat was het niet. Salomo zegt alleen maar: "U dacht er niet aan. Het was helemaal geen toeval."

Als u dat wilt bewijzen, kunt u dat opzoeken in The Expositor's Commentary. Zij zeiden dat dit woord niet duidde op enige toevalligheid. Het is gewoon iets waaraan we niet dachten dat het zou kunnen voorkomen. We namen het niet mee in onze planning, maar de mogelijkheid dat het zou gebeuren, was altijd al aanwezig. Op ons komt het dan als iets toevalligs over, maar het is het niet.

Zodra John Reid me dat had gezegd, dacht ik: "Tjonge!" Als God in ons leven werkt, dan drukt Hij op de knoppen om er zeker van te zijn dat u en ik worden behouden, en dat we nooit in omstandigheden terechtkomen die we niet aankunnen. Er is geen toeval voor Zijn kinderen. Hij is er altijd — Hij zorgt er voor dat we kunnen omgaan met de omstandigheden die ons overkomen.

Dit betekent niet, dat we alles perfect zullen doen. We zullen niet alles op de juiste manier doen. Maar ze liggen binnen ons vermogen en God heeft de dingen reeds beoordeeld die zich aan ons voordoen. Als u er zeker van wilt zijn dat God er altijd zal zijn, onder alle omstandigheden, dan is het volgende vers iets waar we volgens Paulus over kunnen nadenken.

Romeinen 8:32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, [hier komt het] ons met Hem [dat is met Christus] ook niet alle dingen schenken?

Denk nog eens terug aan de relatie tussen deze Twee, toen Ze bezig waren met de planning voor de schepping van de goddelijke natuur in ons — de voortplanting van God. Er brak tijdens die planning een moment aan, dat Ze wisten dat de mens zou gaan zondigen, en dat de straf voor de zonde op een of andere manier zou moeten worden betaald, en dat de enige manier waarop dit kon gebeuren de DOOD was. Het loon van de zonde is de dood. Er moest met iets betaald worden dat zo'n grote waarde had, dat het zou betalen voor de zonden van ieder menselijk wezen dat ooit zou leven.

Er was slecht één leven dat daaraan voldeed. Dat kon geen menselijk leven zijn. Dat moest God — de Schepper — Zelf zijn. De Vader moest degene die Hij het meest liefhad, opgeven, opofferen; en de Zoon stemde daarin toe. Dat is het enige offer, de enige prijs, die toereikend zou zijn.

Hoe lief heeft Hij ons? Dusdanig veel dat Hij het Wezen, de Persoon, die Hij het meest liefhad, opgaf. Hij heeft ONS dus net zo lief als Hij Hem liefhad. Zoveel betekenen WIJ voor Hem.

In vers 32 zegt Paulus, dat tegen de tijd dat we bekeerd zijn, tegen de tijd dat we berouw hebben gehad en Zijn Geest hebben ontvangen en we op weg zijn naar Zijn Koninkrijk, dat dan in feite het moeilijke deel voor de Vader en de Zoon voorbij is. Alles wat de Vader nog meer moet geven, zal gemakkelijk zijn. Dat stelt niets meer voor. Hij heeft het moeilijkste al gedaan. En Paulus redeneerde dus als volgt: Hoe zal Hij ons met Hem ook niet alles schenken (duidend op een vrijwillig, een van harte geven) wat we nodig hebben?

Geloven we dat? Het is Gods woord. We kunnen het maar beter geloven, omdat ons behoud ervan afhangt of we geloven dat God ons liefheeft. Ik heb u het bewijs gegeven — rechtstreeks vanuit Gods woord. Hoeveel hield Hij van ons? Dusdanig veel dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf. God had de wereld zo lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf. Hij kan niet meer doen, dat daar bovenuit gaat. Dat is ontzagwekkend!

Daarom kon Jezus tot de conclusie komen, dat God de Vader ieder van ons evenzeer liefheeft als Hij de Zoon liefheeft. Zoveel betekent ons leven. Als u de enige zou zijn geweest die zou hebben gezondigd, dan zou Hij het ook hebben gedaan.

Ik wil nog een voorbeeld geven, een voorbeeld uit het leven van Abraham en Isaak. Het is de periode waarin God Abraham zei zijn zoon te gaan offeren. Het is interessant dat Hij hem zei naar een andere plaats te gaan, waardoor Abraham drie dagen de tijd had om na te denken, voordat hij daar aankwam.

Ik weet niet op welk moment Abraham zijn beslissing had genomen dat hij ermee door zou gaan. Maar God liet Abraham en Isaak toch doorreizen tot de top van die berg en liet hen alles in orde brengen. Isaak werd bovenop de stapel hout gebonden en blijkbaar was de beweging met het mes reeds ingezet. Op het allerlaatste moment kwam God tussenbeide en zei: "Stop."

Toen dat achter de rug was, bedacht Abraham een naam voor God. "De God die er is." Het zag er niet naar uit dat God er was, maar toch was Hij er. Hij liet Zich niet zien. Maar het was de uiterste test in het leven van Abraham en een tegenhanger van waar God Zelf doorheen zou moeten gaan. Abraham moest datgene opgeven wat hij het meest liefhad.

Begrijpen we dat? Dit is de standaard (1) voor wat liefde is en (2) hoever God ons, onder bepaalde omstandigheden, zal laten doorgaan om te zien of we Hem met ons gehele wezen liefhebben. Dat moeten we aan Hem bewijzen. Dit is de basis van loyaliteit — liefde. Zij die liefhebben, zijn loyaal.

Nu naar Psalm 84, vers 12. We zullen met dat vers afsluiten. Ik wil dit verbinden aan de dingen waar wij doorheen gaan — net zoals Abraham er doorheen ging.

Psalm 84:12a Want de HERE God is een zon en schild, ...

Dat kwam op Abraham niet zo over, alsof God een zon en schild was — maar toch was Hij dat. Hij hield Abraham op het allerlaatste moment tegen in het offeren van Isaak. Op die manier fungeerde God voor hem als schild.

Psalm 84:12b ..., de HERE geeft genade en ere; ...

Hij gaf genade aan Abraham, Hij gaf genade aan Isaak, door zijn leven te sparen. Ze zullen ook eer verkrijgen. Maar let op de rest van dit vers; dat is echt op u en mij van toepassing.

Psalm 84:12c ...; het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen.

Dat is Zijn belofte. Hij zal ons nooit of te nimmer iets onthouden dat nodig is voor ons behoud. Dat kan alle kanten uitgaan! Wij denken hier mogelijk alleen maar aan in termen van goede dingen. God zal ons nooit het goede onthouden. Weet u, dat is juist. Maar wij moeten ons denken over wat goed is aanpassen. En dit is de conclusie waar Pat Higgins op uitkwam — die hem werkelijk hielp, en ook mij heel veel helpt.

Paulus zag duidelijk bewijs in de bijbel dat waar hij doorheen ging — een zware beproeving — eigenlijk een gave van God was. Het was goed. Denk daar over na. Denkt u dat Job door een moeilijke tijd heenging? Hij verloor alles waar hij in het leven aan hing — zijn gezondheid, zijn gezin en zijn rijkdom. Hij was totaal van de kaart geslagen.

Denkt u dat Job aan het eind van het boek een beter mens was dan aan het begin? Absoluut! Dat was hij. Waar Job doorheen ging, was goed voor Job. God is soeverein. God is alwetend. Hij weet waar we doorheen gaan. En het is heel waarschijnlijk dat Hij (net zoals bij Job) er achter zit, dat Hij het heeft uitgedacht. Het is een gave van Hem om door deze beproevingen te moeten gaan, omdat deze beproevingen (INDIEN we blijven geloven dat Hij ons liefheeft) iets in ons zullen voortbrengen dat veel beter is dan wanneer we niet door die beproeving waren heengegaan met God aan onze kant. Hij is "de God die er is."


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)