De kracht van het evangelie van God

Door Richard T. Ritenbaugh
1 september 2001

Samenvatting: (toon)

In deze preek over de herkenning van het ware evangelie benadrukt Richard Ritenbaugh dat het evangelie veel meer omvat dan dat het Koninkrijk van God hier op aarde zal worden opgericht. Het omvat ook de volledige openbaring van God aan de mens van Zijn plan om Zichzelf door de mens voort te planten. Het evangelie bezit een explosieve kracht (dunamis, Romeinen 1:16) om zowel het kwade te vernietigen als rechtvaardig karakter op te bouwen en ons alles te geven wat we nodig hebben om als God te leven. Als een evangelie geen berouw en geloof voortbrengt is het niet het ware evangelie. Het doel van het evangelie is om altijd ons geloof te doen toenemen en ons in staat te stellen elke gedachte, elk woord en geheel ons gedrag door God te laten motiveren.


Ik weet niet waarom, maar in de laatste twee weken ben ik gaan beseffen hoeveel hekel ik heb aan argumenteren. U herinnert zich nog wel, dat ik enige tijd geleden een preek gaf over debatteren, maar sindsdien heb ik echt een hekel gekregen aan argumenteren en debatteren. Ik ben gaan inzien hoeveel van onze tijd wordt besteed aan argumenteren, omgaan met mensen die totaal anders denken, en dat alleen al in diverse conflictsituaties. Als u zich dit aantrekt, zoals ik, dan wordt u er echt moe van. Dan begint u er een hekel aan te krijgen, omdat iedere keer als je ergens komt er wel weer iemand is, die over iets argumenteert of debatteert, of u zijn zienswijze wil geven, ook al bent u er niet in geïnteresseerd.

Dit kan vreemd lijken voor iemand die zijn brood verdient met het presenteren van argumenten. Dat wil zeggen één kant van een argument, in preken en artikelen en wat ik al niet meer als dienaar heb te doen. Maar in de laatste tijd ben ik me er echt bewust van geworden hoeveel er in de wereld wordt geargumenteerd. Is het u ooit opgevallen dat God niet argumenteert, niet op de manier waarop wij dat doen? Mensen argumenteren en ze belanden in een gevecht, hebben geen positieve gevoelens, zijn beledigd, of wat al niet meer. Maar Zijn argumenten (als u ze zo wilt noemen) komen meestal in de vorm van verkondigingen uit de hemel. U weet wel, van Gods troon. Die laten dan niet veel speelruimte.

Hij argumenteert ook wel in de vorm van vuur, rampen, overstromingen, aardbevingen, epidemieën, verschillende vormen van noodweer, oorlogen, hongersnoden, dodelijke ziekten — en ik moet ook zeggen, aan de andere kant in de vorm van zegeningen. Hij argumenteert soms met zegeningen, zoals ondersteuning, aanzien of verhoging. Uiteindelijk zal Hij het meest overtuigend argumenteren (in het bijzonder in de tijd van het Millennium en daarna) in de vorm van onze verheerlijking. Dat zal een geweldig argument zijn voor het succes en de juistheid van het volgen van Gods weg.

Gods manier van argumenteren is dezelfde manier als waarop Hij het evangelie presenteert. Hij argumenteert niet. Hij debatteert niet. Hij stelt het alleen maar vast. Hij kondigt aan. Hij geeft de hoorder de gelegenheid wat Hij zegt te accepteren of te verwerpen. Bedenk wat Jezus Zijn discipelen zei te doen, als ze een plaats zouden binnengaan. Ze moesten daarheen gaan, iemand vinden die welwillend voor hen was en het evangelie verkondigen. Maar als ze het niet zouden accepteren, moesten ze het stof van hun kleren schudden en zeggen: "Ik houd er hier mee op", en weggaan. Er moest geen gekibbel zijn, geen: "Alstublieft, toch. Wilt u dit echt niet aannemen?" Er was alleen maar een "Oh, u hebt er geen interesse in? Dat is prima, dan ga ik wel ergens anders heen waar wel interesse is."

Natuurlijk zei Hij ook (aan de andere kant), dat als ze welwillend waren, ze daar moesten blijven en het evangelie verkondigen, totdat het tijd was weer verder te gaan. Dat is precies wat de apostelen deden. Paulus stond daar heel bekend om. Zijn reizen worden in het boek Handelingen beschreven. Hij ging naar een bepaalde plaats en bleef daar zo lang als er mensen waren die naar hem wilden luisteren, of totdat ze hem stenigden, eruit gooiden of op een andere manier dwongen te vertrekken.

Dat was de manier waarop Jezus zei, dat het evangelie verkondigd moest worden. Er moest niet worden geprobeerd de mensen over te halen, bij hen te zeuren of op een of andere manier te gaan onderhandelen. Het was een aankondiging en die werd verkondigd. Iemand die dit hoorde, had de gelegenheid het te accepteren of te verwerpen. Zo is het vandaag de dag nog steeds. Wij geven de mensen geen prijzen. We zeggen niet: "Als u het evangelie aanneemt, dan zenden we u een mooi boekje dat u verder alles zal leren. Daarnaast geven we u een koopsompolis (of iets dergelijks), zodat u gelukkig bent." Nee, zulke dingen doen we niet. We geven ze geen cadeaus buiten het evangelie om en de boodschap die God ons in de Bijbel heeft gegeven, om te verkondigen. Het is dus niet een of andere vorm van argumenteren, alhoewel als het daar soms toch op aankomt, dan hebben we heel wat te argumenteren.

Maar over het evangelie valt niet te onderhandelen. We kunnen daarover geen compromis sluiten. We kunnen niet bepaalde delen eruit weglaten. Ook kunnen we er niets aan toevoegen. Het komt als een geheel; het wordt ofwel als geheel aangenomen of niets ervan; het wordt dan dus in het geheel niet aangenomen. Compromissen zijn dus niet mogelijk en er zijn geen alternatieven. Mensen houden ervan te zeggen, dat er vele wegen naar de hemel leiden, of naar het Koninkrijk van God, of wat hun idee over een hiernamaals ook maar mag zijn. Maar God zegt: "Nee, er is maar één weg en die is erg recht en nauw. Slechts weinigen zijn er die die weg gaan." Dus er is geen alternatieve weg naar het Koninkrijk van God.

Op een bepaalde manier kunnen we dus zeggen dat er maar één evangelie is; dit is dan een echo van de allereerste verzen van Efeziërs 4. In zekere zin wordt het daar in Efeziërs 4 zelfs ook echt gezegd. Dat is één geloof, duidend op één verzameling van doctrines, één onderwijspakket. Verder is er één hoop. Daarnaast is er, alhoewel het daar niet wordt genoemd, maar toch zeker geïmpliceerd, één doel. Er is dus slechts één evangelie en slechts één doel. Wat er verder is, stelt — in termen van wat echt belangrijk is — niets voor.

Ik kan dus niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is, dat we het juiste evangelie volgen, leren en geloven. Het is erg belangrijk om dat direct van het begin af aan te begrijpen. Dat is een zaak van eeuwig leven of eeuwige dood. Zo ernstig is dat. Daarom zijn de eerste woorden die uit Jezus' mond zijn opgetekend, toen Hij het evangelie begon te prediken: "De tijd is vervuld. Het Koninkrijk van God is nabij gekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie." Dat staat in Marcus 1:15. Daar begon Hij mee. Daar ging Hij mee verder. Daar eindigde Hij mee. Dat verkondigt Hij nog steeds door Zijn dienaren. Hij houdt daar nooit mee op! Dat is Zijn enige boodschap.

Het evangelie dat Hij verkondigde (zoals het daar in Marcus 1:14 staat) is het evangelie van het Koninkrijk van God. Waarom wordt het "het evangelie van het Koninkrijk van God" genoemd? Het is interessant daar eens over na te denken, omdat we weten dat er veel meer in het evangelie te vinden is dan alleen maar het Koninkrijk van God.

Lucas 4:42-43 En toen het dag geworden was, vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. En de scharen zochten Hem en kwamen tot Hem en trachtten Hem tegen te houden, opdat Hij niet van hen zou heengaan. 43 Maar Hij sprak tot hen: Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden.

Ik wil nader ingaan op de woorden: "want daartoe ben Ik uitgezonden". Christus zegt hier heel duidelijk dat Hij gezonden was om het Koninkrijk van God te prediken. Maar dat is niet de enige keer dat Hij zegt, dat Hij voor een doel was gezonden. Laten we een aantal verzen in dat hoofdstuk teruggaan. Dit is het begin van Zijn optreden, zoals Lucas het heeft weergegeven.

Lucas 4:16-19, 21b En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen. 17 En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats, waar geschreven is: 18 De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden 19 om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. ? 21 ? En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld.

Met welk doel werd Hij volgens deze verzen gezonden? U hebt de doelen in dit gedeelte, dat Hij aanhaalde, maar voor het oprapen. Er staat dat de Vader Hem zond om de gebrokenen van hart te genezen, de gevangenen te bevrijden, de verdrukten te bevrijden, blindheid te verwijderen, behoud mogelijk te maken. Dat is het idee dat achter "het verkondigen van het aangename jaar des Heren" zit. Dat het nu een aangename tijd is. Dat het nu een dag van behoud is. Dat bedoelt Hij hier. Dat Hij een begin maakt met dit deel van het plan van behoud. Dat was waartoe Hij gezonden werd.

We hebben nu dus niet alleen het evangelie van het Koninkrijk van God als reden dat Hij werd gezonden, maar ook genezing, bevrijding, blindheid verwijderen en behoud mogelijk maken. Laten we nog een paar redenen toevoegen.

Johannes 3:17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

Hij kwam ook om de wereld te behouden. Dat kunnen we aan de lijst toevoegen. Er zijn andere plaatsen, waar Hij redenen geeft waarom Hij werd gezonden en ik sla sommige van hen over. Ik heb er zomaar vier genoemd om ons een redelijk beeld te geven van waartoe Christus werd gezonden.

Johannes 6:40 Want dit is de wil mijns Vaders, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.

Hier staan nog enkele redenen waarom Hij kwam. Hij werd gezonden om te getuigen van de waarheid. Hij werd gezonden om geloof voort te brengen. Hij werd gezonden om eeuwig leven te geven en de weg te openen voor de opstanding, zodat Hij op de laatste (jongste) dag mensen kon doen opstaan.

Deze vier passages (waar we zojuist doorheen zijn gegaan) zouden ons moeten laten zien dat het evangelie van het Koninkrijk van God, dat wat Jezus predikte, waarom Hij kwam, veel meer omvat dan alleen maar de aankondiging, dat in de toekomst het Koninkrijk van God op aarde zal worden hersteld. Er komt heel wat meer kijken bij het evangelie van het Koninkrijk van God dan alleen maar de bekendmaking of aankondiging dat er een koninkrijk op komst is.

Ik denk dat het "het evangelie van het Koninkrijk van God" wordt genoemd, omdat dat het doel is. God wil altijd dat we ons richten op het doel. Hij wil dat het snel tot ons doordringt dat we daar naar toe gaan. We moeten weten dat het komende is en dat we ons erop moeten voorbereiden. Daarom geeft Hij het een naam die slaat op waarmee het zal eindigen: het doel, het resultaat. Maar al het voorbereidende materiaal dat we nodig hebben om er te komen, hoort er ook bij, evenals andere zaken die hulp kunnen bieden bij of achtergrondinformatie voor het begrijpen van dat onderwijs. Het evangelie van het Koninkrijk van God is dus een heel grote paraplu, waaronder heel wat zaken komen te hangen. Maar ze hangen alle samen met ditzelfde idee, het doel, dat er behoud is voor ons en dat we eens Gods kinderen zullen zijn in Zijn Koninkrijk. Zo hangen ze dus alle samen met dit ene centrale idee: het Koninkrijk van God.

Dit valt heel duidelijk te zien in de evangeliën. Predikte Jezus tijdens Zijn 3½ jarig optreden alleen maar het komende Koninkrijk? Als u in de bergrede kijkt, zult u zien dat de woorden "Koninkrijk van God" daar maar één keer in voorkomen. Dat is toen Hij zei: "Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden." Maar waar sprak Hij dan over? De zaligsprekingen, de wet, het niet dienen van twee heren, het hebben van de ware eeuwige schat, bouwen op een rots, enzovoort. Die ideeën verwijzen allemaal naar het Koninkrijk van God. Ze bereiden ons voor op het Koninkrijk van God.

De evangelieboodschap bevat dus onderwerpen als de zaligsprekingen, wet en genade, loyaliteit en toewijding aan God, het fundament waarop we ons begrip baseren. Dat zijn de dingen die Paulus later "de wet en de profeten" noemt, en "Jezus Christus is de hoeksteen". Al deze onderwerpen horen erbij, ook de geschiedenis van Israël, de schepping; ja, alles wat in het Boek staat beschreven. Dat is het goede nieuws!

Dat verruimt de zaak aanzienlijk. We willen echter aan het idee vasthouden dat het "het evangelie van het Koninkrijk van God" wordt genoemd. Iedere keer dat we zo'n ondersteunend onderwerp uit Gods woord gaan behandelen, dienen we het te koppelen met "hoe kan het ons helpen op onze reis naar het Koninkrijk?" Daar moet onze aandacht op zijn gericht, voortdurend. We moeten iedere keer onze aandacht opnieuw richten op het Koninkrijk van God dat komende is, en eraan werken gereed te zijn als het komt. Het wordt dus "het evangelie van het Koninkrijk van God" genoemd, maar het gaat over heel wat meer onderwerpen dan alleen maar het Koninkrijk.

Het evangelie bevat alles dat nodig is om iemand te roepen, te onderwijzen, te corrigeren en te motiveren, zodat hij behouden kan worden en het Koninkrijk binnengaan. Het is de volledige openbaring van God aan de mens. God besloot, toen Hij dit Boek schreef, wat de mens moest weten om zijn deel in het plan te kunnen uitvoeren. Ook moest Hij Zijn Zoon zenden om deze openbaring voor ons te openen, aan ons te openbaren, daar Hij degene is die openbaart. Daarna moesten we natuurlijk ook worden gedoopt en moesten we Gods Geest ontvangen om de hulp te hebben die nodig is, om het te begrijpen. Echter het woord van God is alles wat we over Hem weten. Dat is alles wat Hij verkoos aan ons over Zichzelf te openbaren. Dat is het evangelie, elk deel van het evangelie. En alles wat daarmee samenhangt, dat ene idee van God om Zichzelf in de mens te reproduceren (dat is ook het Koninkrijk van God), wordt in dat Boek gevonden. Het maakt allemaal deel uit van het evangelie. Het is de volledige openbaring van God aan de mens. "De hele raad Gods", zoals Paulus in Handelingen 20:27 zegt.

Ik wil nu vrij gedetailleerd door de verzen 16 en 17 van Romeinen 1 gaan, omdat ik wil laten zien hoe krachtig het evangelie is. We hebben de neiging eraan te denken als alleen maar woorden. En als we niet oppassen, hebben we de neiging het daarbij te laten: dat het alleen maar woorden zijn. Paulus zegt ergens dat het evangelie geen woorden zijn, maar dat het kracht is. Ik wil Romeinen 1:16-17 gebruiken, omdat ik denk dat dit in de gehele Bijbel de meest nauwkeurige definitie is van het evangelie.

Romeinen 1:16a Want ik schaam mij het evangelie niet; ?

Dit is interessant, omdat Paulus hier in feite negatieve bewoordingen kiest om bijna het idee van trots uit te drukken. "Ik ben trots op het evangelie van Christus!", daarmee bedoelend verheugd, voldaan. Hij gebruikt negatieve bewoordingen, zodat het klinkt alsof hij iets ingehouden uitdrukt en niet zijn echte gevoelens laat zien. Hij zegt in feite: "Ik ben trots op het evangelie van Christus." We kunnen hier zeker van zijn door de manier waarop hij zijn opdracht uitvoerde. Hij legde er alles in wat hij had. Als hij er niet trots op was, als hij er niet in alle opzichten achter zou staan, zou hij niet hebben gedaan wat hij deed. Hij zou niet hebben verdragen wat hij heeft verdragen. Hij gaf zijn hele leven ervoor en hij was gelukkig, hij was blij, één van Gods boodschappers te zijn. Maar laten we doorgaan, want nu komt de definitie.

Romeinen 1:16b want het [het evangelie] is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek.

Hij zegt hier dat het evangelie de kracht is van God tot behoud voor hem die gelooft. Omdat het praktisch een woord voor woord vertaling is, geeft het ons in zekere zin niet het volledige begrip van wat er in feite wordt bedoeld — in het bijzonder het woord kracht. Het woord "kracht" in het Nederlands is in zijn eentje niet in staat weer te geven wat het Griekse woord (dat Paulus hier gebruikt) betekent. Ik zou het als volgt willen parafraseren: Het evangelie is het middel dat God gebruikt om te onderwijzen, te motiveren en behoud te bewerken in degene die gelooft. Dat geeft een iets andere betekenis aan het woord kracht; het krijgt daardoor de betekenis van middel of methode. En dat is het in principe ook.

Maar zelfs deze parafrase bevat niet het idee van kracht, dat er wel in behoort te liggen. Als u dus wilt, zou u er het woord "krachtig" aan toe kunnen voegen. Het evangelie is het krachtige middel dat God gebruikt om te onderwijzen, te motiveren en behoud te bewerken in degene die gelooft. Want dat idee van kracht moet erin zitten. Het evangelie heeft grote kracht! Vaak onderschatten we de kracht die erin zit. Zoals ik al zei, we denken er vaak aan als alleen maar woorden; het bestaat niet alleen maar uit woorden, die woorden hebben ook kracht.

Kracht is hier een zeer algemene term. Het betekent hier niet alleen maar "energie" om behoud voort te brengen. Als we zeggen "zet het apparaat aan" (in het Engels "turn the power on"; power is kracht of energie), dan verwachten we dat er energie (electriciteit) gaat stromen en b.v. het licht gaat branden, of onze stereoapparatuur gaat spelen, of onze PC opstart, of wat voor apparaat dan maar ook. Maar hier is kracht niet alleen maar de energie om behoud voort te brengen, maar — zoals ik reeds eerder zei — ook de methode met de inhoud van die methode, evenals de positieve en negatieve stimuli die God gebruikt om kinderen naar Zijn beeld voort te brengen. Met dit woord wordt een veel groter iets bedoeld dan waar we [normaal] aan denken bij het woord "kracht".

Paulus gebruikt het Griekse woord dunamis met een speciale reden. Het beeld dat dit woord opwekt, is iets van explosiviteit. Daarom zei ik, dat we het begrip van kracht niet kunnen weglaten, zelfs al begrijpen we dat het gaat over een methode, een positieve of negatieve stimulus, motivatie en al die andere zaken die met het evangelie samenhangen. Deze "explosiviteit" is als een staaf dynamiet. Tussen twee haakjes, het woord "dynamiet" is ook afgeleid van het Griekse dunamis.

U weet vast wel dat dynamiet zowel constructief als destructief kan worden gebruikt. Vaak werkt het in zijn constructieve gebruik ook vernietigend. Als men een weg langs een bergwand wil aanleggen, worden er vaak gaten geboord, waarin men dynamiet stopt, waarna een deel van de bergwand wordt opgeblazen om ruimte te maken voor de weg. In dat geval wordt er een behoorlijk stuk rots vernield. Maar het vormt ook de zijkant en de basis voor de nieuw aan te leggen weg. Op deze manier wordt die kracht zowel constructief als destructief gebruikt.

Een ander aspect van het woord dunamis is, dat sommigen het hebben gedefinieerd als kracht in actie. Dat is dus geen latente kracht. Een man van 120 kilo die zijn gehele leven met gewichten heeft gewerkt, maar op dit moment zit, heeft een latente kracht in zich. Hij gebruikt die niet. Maar als hij opstaat en u een dreun op de neus geeft, is dat actieve kracht. Er gebeurt wat! Die man zou ook kunnen opstaan en in plaats van iemand destructief op zijn neus te slaan, zou hij een stapel stenen kunnen verplaatsen of iets anders waarbij hij zijn kracht op een constructieve manier gebruikt. Dat is dunamis. Dat is de kracht die aanwezig is, actief werkend, niet inactief of alleen maar aanwezig.

Voer dit terug in het begrip evangelie dat de kracht van God is om behoud voort te brengen. Het evangelie zit niet te wachten totdat het eindelijk zijn kracht eens kan gebruiken. Het evangelie werkt voortdurend. Zodra we het horen, begint het te werken. Dit brengt explosiviteit in beeld. Het verwoest! En het bouwt op. Wat wordt er verwoest? Zonde en alles wat niet op God gelijkt. Wat bouwt het op? De nieuwe mens, gerechtigheid, heiligheid: al de goede dingen die God in ons tot stand wil brengen, opdat we naar Zijn beeld worden geschapen. Dat doet het evangelie — het vernietigt en tegelijkertijd bouwt het op.

We zien dit in de dagen van ongezuurde broden. Waar denken we dan aan? Het wegdoen van zonde en het daarvoor in de plaats stellen van heiligheid. Dat is hetzelfde proces dat daar plaats vindt. Het woord van God werkt in ons; het brengt het vat (zie Romeinen 9:21-22 uit de Statenvertaling) voort dat Hij wil voortbrengen om Zijn Koninkrijk te verfraaien. Maar het is de kracht die er in besloten ligt, die dit allemaal veroorzaakt.

Er is dynamiek! (Dat is een ander woord afgeleid van dunamis.) Dynamiek duidt op activiteit, er wordt gewerkt. Als u een dynamische persoonlijkheid hebt, dan straalt u dat uit. Iedereen ziet dat, want u straalt volop energie uit. Een dynamo is een apparaat dat energie produceert. Soms zijn mensen levende "dynamo's"; je kunt ze niet stoppen. De kracht van God in het evangelie wordt niet opgeslagen. Hij is niet statisch. Hij werkt! Hij werkt zelfs als je niet weet dat hij werkt, omdat God altijd werkt. God is Zich altijd bewust van wat er gebeurt. Hij slaapt niet. Hij wordt niet moe. Hij werkt! En Zijn kracht werkt voor Hem in het evangelie. Door die kracht gebeurt er iets.

Hebreeën 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig [Hier staat het opnieuw.] en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten.

Let er op hoe Paulus hier het woord van God uitbeeldt. Het "woord van God" is in zekere zin synoniem met het evangelie. Als we zeggen, dat het evangelie alles bevat dat we nodig hebben om in het Koninkrijk van God te komen, dan is dat hetzelfde als het woord van God. Dus in plaats van te zeggen "het woord van God" leeft, kunnen we ook zeggen "het evangelie leeft". Het evangelie is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten.

Dit beeld zegt hetzelfde als wat dunamis tot uitdrukking brengt. Het gaat over die explosieve energie. Als we zeggen dat iemand ons met een zwaard doorboort en onze gewrichten ontwricht, tot in het merg doordringt, dan is dat nogal vernietigend, vindt u niet? Dat komt erop neer dat iemand wordt opengereten en dat geheel zijn binnenste zichtbaar wordt. Dat is zo ongeveer de manier waarop het evangelie werkt. Het doorboort ons. Het dringt door tot in het kleinste hoekje of gaatje. Het begint dan te ontwortelen, te ontdekken, weg te branden, in te hakken op alles dat er niet behoort te zijn.

De andere kant hiervan is, dat als alles eenmaal is weggesneden, er ruimte is ontstaan om iets anders in te plaatsen. Dit beeld geeft dat idee echter niet. Dit beeld heeft het meer over de vernietigende aspecten die erbij betrokken zijn, maar het is hetzelfde idee — levend, krachtig, in staat om tot in onze diepste, donkerste plaatsen door te dringen, daar waar we het kwaad hebben weggestopt. Het is in staat die dingen te bereiken en weg te snijden. Het evangelie is dus altijd doordringend. Het maakt een scherp onderscheid. Het snuffelt overal rond. Het snijdt in en het snijdt weg. Het snijdt erin en het snijdt weg wat er niet thuishoort. Het doet dit met beide zijden, zodat niets of niemand veilig is voor zijn werk. ALS we het evangelie horen en het begint in ons te werken, DAN graaft het zich diep in ons in en begint daar in ons God voort te brengen.

Jezus zei iets dergelijks in het laatste deel van Johannes 6:63.

Johannes 6:63b ? de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.

Dat is wat woorden zijn. We zien woorden op een pagina, maar in werkelijkheid zijn het symbolen. Ze vertegenwoordigen ideeën. En deze ideeën worden door God gebruikt om wat Hij is naar ons over te brengen. Als ze dus in ons denken komen, beginnen ze hun werk te doen. Zoals Paulus in Hebreeën 4 zei, ze zijn levend. Dat betekent dat ze werken. Ze zitten vol energie. Het bewijs dat ze vol energie zitten, is wat ze voortbrengen. Ze brengen leven voort.

Dit is de positievere kant van dat dynamische, explosieve aspect van het evangelie. Hebreeën 4 liet de negatieve kant zien, maar hier zien we de positievere kant. Deze woorden slepen ons, al tegenspartelend en schreeuwend, naar het geestelijke, naar eeuwig leven. Ze komen voort uit Gods denken en zijn alleen te onderscheiden door de Geest in ons. In onze relatie met Hem brengen ze ons, als we ons in geloof en liefde aan God overgeven, langzaam maar zeker dichter tot Hem en gaan we langzaam maar zeker meer op Hem gelijken. Dat is de positieve kant. Dit evangelie is zo krachtig dat het de autoriteit, de mogelijkheid heeft om ons behoud te brengen. Er zijn geen andere woorden die dat kunnen. Er is geen andere boodschap die dat kan. Zo krachtig is het evangelie. Het kan de kloof overbruggen tussen dood en leven — dat getuigt van een geweldige kracht!

Romeinen 1:17 Want gerechtigheid Gods wordt daarin [het evangelie] geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.

Wat zit er in het evangelie? Dat is erg duidelijk. Paulus brengt het hier op eenvoudige wijze onder woorden. God openbaart in het evangelie Zijn gerechtigheid. En wat is gerechtigheid? In principe betekent het "doen wat recht of juist is". In juridische zin had het Hebreeuwse idee van gerechtigheid te doen met in je recht staan. Als het hof een uitspraak deed in uw voordeel, dan stond u in uw recht. Maar als het hof u schuldig verklaarde, dan was u onrechtvaardig. U werd buitengesloten. Als u daarentegen rechtvaardig was, hoorde u erbij. Het principe is recht doen.

Wij denken er waarschijnlijk het meest als volgt aan, gebruiken meestal de volgende woorden: Gods manier van leven. Is dat niet gerechtigheid? Alles wat God doet is gerechtigheid. Zijn manier van leven, de manier waarop Hij de dingen doet, dat is gerechtigheid. Is dat zinnig? Het is zo eenvoudig. Laten we dat terugvoeren in het vers. "Want in het evangelie wordt Gods manier van leven geopenbaard." Is dat niet eenvoudig? Alles wat met Gods manier van leven samenhangt, wordt geopenbaard in het evangelie. Natuurlijk vereenvoudig ik de zaken nogal en schuif ik bepaalde ingewikkelde punten terzijde. Maar dit is het basisbegrip, dat ik met deze preek graag op iedereen wil overbrengen. De evangelieboodschap bevat alles wat we nodig hebben om Gods manier van leven te leven — te leven zoals God leeft.

Daarom is dit zo belangrijk, want dat is natuurlijk ons doel. Het Koninkrijk van God is niets meer dan (vergeef me de vereenvoudiging) dat iedereen leeft op de manier van God. Gods manier van leven wordt aan de vleselijke mens geopenbaard middels het evangelie. En dat is maar vreemd voor de mens. Bedenk wat er in Romeinen 8:7 staat: "De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God." God moet het ons dus op diverse manieren geven, opdat het voet aan de grond gaat krijgen. Sommigen van ons worden door het ene aspect geraakt, terwijl anderen weer door een ander aspect worden geraakt. Maar uiteindelijk — als we eenmaal meer en meer beginnen te accepteren en in praktijk te brengen — brengt het ons naar het Koninkrijk van God. Het zorgt ervoor dat we gaan leven op de manier van God.

Wat God heeft gedaan, is Zijn evangelie op een manier "verpakken" die wij kunnen begrijpen. En een proces, een methode ... Denk nog eens aan dat idee in vers 16, dat de kracht van God ook een methode, een middel is. God verpakt het dus ook als methode, proces, waardoor we kunnen groeien. Het evangelie is dus niet alleen de aankondiging van het Koninkrijk van God, maar het is ook het proces waardoor we het Koninkrijk van God kunnen bereiken. En omdat dit niet ineens gerealiseerd wordt, is dit proces een levenslang opvoedkundig proces. Sommigen van ons kost het heel wat tijd. Het hangt ervan af hoe lang God denkt dat we nodig hebben om ons te ontwikkelen en het punt te bereiken waar Hij ons kan vertrouwen in elke situatie te doen wat God ook zou doen.

Het andere deel — "van geloof tot geloof" — heb ik enige tijd geleden in een preek op het Feest uitgelegd. Er staat hier dat het wordt geopenbaard van geloof tot geloof. Er zijn heel wat manieren om dat "van geloof tot geloof" te interpreteren. Sommigen denken dat het duidt op een steeds toenemend geloof. Dat is zeer zeker waar. We worden niet geacht bij hetzelfde geloof te blijven als waar we mee beginnen. We worden geacht het voortdurend te verdiepen en te versterken.

Het kan er ook op duiden dat we voortgaan van een geloof dat we aan het allereerste begin hebben (dat was misschien de "haak" waarmee we gevangen zijn) naar het geloof waarbij we wandelen in geloof. Ons doel is om in geloof te wandelen en niet bij wat we zien. Het doel van het evangelie is dus altijd om ons geloof te doen toenemen, voort te bouwen op het werk dat God reeds heeft gedaan. God is nooit tevreden met ons in de zin van dat er geen ruimte meer is om te groeien. Er is altijd ruimte om te groeien! Het evangelie probeert altijd iets toe te voegen aan ons geloof. We kunnen hieraan ook nog dat idee van "een dynamisch iets" toevoegen. Het is in actie. Het is nooit tevreden. Het probeert voortdurend het geloof te doen toenemen.

Het idee "van geloof tot geloof" in zijn algemeenheid is, dat het probeert ons zover te brengen dat iedere gedachte, ieder woord en iedere daad is gebaseerd op ons geloof in God. Wat de verschillende betekenissen van "van geloof tot geloof" ook mogen zijn, het duidt er in ieder geval op, dat we op weg zijn naar een geloof dat we waarschijnlijk niet kunnen bereiken, maar waar we voortdurend naar blijven streven. We gaan dus VAN het geloof dat we hebben NAAR het geloof dat we alleen maar door de genade van God ooit kunnen verkrijgen.

Daarna zegt hij: "De rechtvaardigen zullen uit het geloof leven." Dit haalt hij aan uit Habakuk 2. Zo werkt het. Het begint bij rechtvaardiging bij de doop. Het gaat verder met heiliging die doorgaat tot het behoud volledig is bij de verheerlijking in het Koninkrijk. Het evangelie blijft almaar door in ons werken. Het houdt nooit op met opbouwen. Het houdt nooit op om in ons datgene wat God in ons wil voortbrengen, te vervullen en te volmaken. Het evangelie is als de golven van de oceaan. Die blijven almaar komen. Ze gaan almaar door, ze houden nooit op. Het strand wordt voortdurend gebeukt, de golven zijn altijd actief.

Laten we Handelingen 20 opslaan en geloof het of geloof het niet, ik ga deze zogenaamde serie afronden. Dit hoofdstuk over Paulus' aansporing aan de oudsten van Efeze, vat in zekere zin samen wat ik in enkele van de preken die ik de laatste maanden heb gegeven, wilde overbrengen. Het is een soort van synopsis van deze preken, allemaal samen genomen.

Wat Paulus hier doet is, hij kijkt terug op de periode dat hij bij hen is geweest en hij neemt die hardop met hen door. (Niet in enig specifiek detail, maar in algemene bewoordingen.) In zekere zin evalueert hij zelf hoe hij zich heeft gedragen. Hij voegt er ook enkele waarschuwingen en aansporingen aan toe. Al met al hebben we hier een heel goede samenvatting van het leven en werken van een godvruchtig dienaar. Ik geloof niet dat Paulus het op die manier bedoelde. Hij bedoelde het waarschijnlijk meer als een inspirerende toespraak om hen te motiveren hun eigen werk op soortgelijke manier uit te voeren. Maar het komt nu op ons over als een erg beknopt overzicht van het leven van een godvruchtig dienaar.

Handelingen 20:17 Maar hij zond iemand van Milete naar Efeze en ontbood de oudsten der gemeente.

Voor alle duidelijkheid zij gezegd, dat hij niet in Efeze wilde stoppen. Er zullen beslist redenen voor zijn geweest. Hij voer daarom op zijn reis naar Jeruzalem Efeze voorbij, maar hij stopte te Milete, dat niet ver van Efeze verwijderd was. Daar verbleef hij enige tijd. Hij zond iemand naar Efeze om de oudsten die daar waren te vragen naar Milete te reizen, zodat hij hen kon spreken. Waarschijnlijk zou zijn komst in Efeze voor ongeregeldheden hebben gezorgd. Hij wilde daar niet in betrokken geraken, omdat hij echt haast had om (zoals er in vers 16 staat) met Pinksteren in Jeruzalem te zijn. Zodoende ontbood hij vanuit Milete de oudsten uit Efeze.

Handelingen 20:18-21 En toen zij bij hem gekomen waren, zeide hij tot hen: Gij weet, hoe ik van de eerste dag aan, dat ik in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder u verkeerd heb, 19 dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij overkwamen door de aanslagen der Joden; 20 hoe ik niets nagelaten heb van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, 21 Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus.

Paulus begint met hen te herinneren aan zijn manier van prediken en dienen; voornamelijk in Efeze, alhoewel hij geheel Azië erbij betrekt. "Azië" is het huidige Klein-Azië; daar lag Efeze, daar lagen de zeven kerken van Openbaring 2 en 3. In al die gebieden werd door Paulus als eerste het evangelie verkondigd. We kunnen daarover en alles wat hij moest ondergaan, lezen in eerdere hoofdstukken van Handelingen.

Als hij het heeft over tranen en beproevingen, dan bagatelliseert hij wat er gebeurde nogal, hij werd gestenigd en voor dood achtergelaten, werd verworpen en getreiterd. U kent dat gedeelte toch wel waarin hij het heeft over de keren dat hij werd geslagen, schipbreuk leed, honger en dorst leed, en nog vele dingen meer? Paulus gaf zichzelf hierin helemaal. Hij liet nooit na hun te geven wat hen zou helpen. Hij diende hen op elke mogelijke manier.

Zijn manier van leven — we zouden kunnen zeggen de vrucht van zijn leven — liet dus zien (bewees!) dat zijn apostelschap echt was. Dat werd niet alleen gezien in het lijden dat hij onderging, maar ook in de mensen die God door hem riep. Dat zijn dus de mensen die tot bekering werden gebracht en nog steeds trouw bleven aan hun geloof. Maar ook de oudsten die hij opleidde en de kerken die hij stichtte.

Al die dingen, hoewel hij ze hier niet noemt, waren bewijs (de vrucht) van zijn werk — dat God door hem werkte. Dan behoeven we nog niet eens de wonderen en de andere dingen die gebeurden, te noemen. In één geval werd hij waarschijnlijk zelfs uit de dood opgewekt. Hij werd uit de dood opgewekt omdat God nog werk voor hem had te doen. Al die dingen toonden wat voor soort dienaar hij was. Een echte dienaar, een trouwe dienaar! De oudsten uit Efeze hadden hier dus sterk bewijs, gebaseerd op hun eigen waarnemingen van hem, dat zijn boodschap waar was. Dat bewijs lag in de manier waarop hij zich gedroeg, waarop hij predikte en het resultaat daarvan.

In vers 21 staat er dat de kern van de boodschap die Paulus predikte, bekering en geloof was. Zei Jezus dat ook niet in Marcus 1:15? Hij zei: "Bekeert u en gelooft het evangelie." Was dat niet Zijn boodschap? Wat was de boodschap van Johannes de Doper? Was dat ook niet bekering? Hij kwam met de prediking van een evangelie van bekering. Dat is overduidelijk. Toen Jezus daarna kwam, zei Hij exact hetzelfde. Bekering en geloof in het evangelie, in Gods woord, in de boodschap die Hij bracht.

Het evangelie bevat dus altijd deze twee factoren. Ten eerste bekering. Denk nog eens terug aan het wegsnijden van, het loskomen van het kwaad. Daarna het toevoegen van geloof. Dat betekent het toevoegen van de dingen die nodig zijn om godvruchtig en heilig te worden. Deze factoren werken dus samen: bekering aan de negatieve kant, om zo te zeggen, en opbouwen van geloof aan de positieve kant. Deze twee maken altijd deel uit van het evangelie. ALS het evangelie niet samengaat met bekering en geloof, DAN is het geen echt evangelie, omdat het niet "de nieuwe mens" in Christus zal voortbrengen. En zoals ik enkele minuten geleden zei, dit evangelie, de kracht van God, breekt af en bouwt op. Het werkt positief en negatief, op een explosieve manier, om kinderen naar Gods beeld voort te brengen.

Handelingen 20:22-25 En zie, nu reis ik, gebonden door de Geest, naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, 23 behalve dat de Heilige Geest mij van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan. 24 Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen. 25 En nu, zie, ik weet, dat gij allen, onder wie ik rondgereisd heb met de prediking van het Koninkrijk, mijn aangezicht niet meer zien zult.

Hier in dit gedeelte (specifiek in vers 24) brengt hij opnieuw positief onder woorden, wat we in de vorige preek hebben doorgenomen, wat hij in 1 Corinthiërs 9:16 zegt: "Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig!" Hij zegt nu: "Het doet er niet toe wat er voor me ligt ? Of ik de martelaarsdood zal sterven of niet, het doet er niet toe. Dat raakt me niet. Dat motiveert me niet. De beproevingen die eraan komen ontmoedigen me niet." Hij zegt: "Ik wil alleen maar mijn taak uitvoeren en mijn wedloop ten einde lopen." Dat motiveerde Paulus.

Paulus werd niet gemotiveerd door de dingen die hem zouden kunnen overkomen. Dat wil zeggen zijn persoonlijke beproevingen en verdrukkingen. Wat hem motiveerde was het verlangen zijn Meester te behagen, God blij te stemmen, zijn opdracht uit te voeren. Dat is wat iedere echte dienaar zou moeten willen doen. We behoren onze aandacht niet te vestigen op aantallen, prestige, goederen, beroemdheid, rijkdom of wat het dan ook maar mag zijn; we behoren onze aandacht te richten op het doen van het werk. De boodschap uitbrengen, onze roeping en ons dienaar-zijn vervullen. Paulus' innerlijke aandrang, zoals we dat noemden (ik geloof in de vorige preek), komt tot uiting. Hij werd van binnenuit aangespoord om zijn werk te doen, het evangelie te verkondigen. Hij wist dat hij daarmee nooit zou ophouden, ongeacht wat een profeet of iemand anders vertelde dat hem zou overkomen. Het deed er niet toe. Dat zette hem niet aan tot actie.

Handelingen 20:26-27 Daarom verklaar ik u op de dag van heden, dat ik rein ben van aller bloed; 27 want ik heb niet nagelaten u al de raad Gods te verkondigen.

Hij had gedaan waartoe hij gezonden was. Hij zinspeelt hier op Ezechiël 33, het hoofdstuk over de wachter. Zo konden ze hem, als wachter, niet de schuld geven van wat er zou gebeuren nadat hij weg zou zijn. Er kleefde geen bloed aan zijn handen, hij had geen boter op het hoofd. Hij had gedaan wat God hem had gezegd te doen. Hij had gewaarschuwd. Hij had raad gegeven. Hij had hun alles gegeven wat ze nodig hadden. Zijn taak ten opzichte van hen was vervuld. Hij maakte zich dus in het geheel geen zorgen, in ieder geval niet voor zichzelf, dat God zou zeggen dat hij zijn taak jegens hen niet goed had uitgevoerd. Ik bedoel dat God de schuld bij hem zou leggen, dat hij hen niet zou hebben voorbereid op dat wat komen zou. Hij was ervan verzekerd dat hij had gedaan wat nodig was.

Hij zegt hun dus dat hij hun de gehele openbaring van God had toevertrouwd. Dat is, alles wat God wilde dat ze zouden weten, alles wat verband houdt met Zijn doel en hun eeuwig behoud. Hij had hun de waarheid verkondigd. Hij had drie jaren lang bij hen gepredikt, zoals hij even later zegt. Hij is van mening dat dat voldoende tijd was om hun "de gehele raad Gods" toe te vertrouwen. Hij moet heel wat preken hebben gegeven. En dat was zo! Hoogstwaarschijnlijk elke dag. Hij zei dat hij van huis tot huis ging, dat betekent van huis tot huis binnen de kerk (hen die geroepen waren). En ze kregen heel wat te horen van Paulus. Wetende dat hij zich gedrongen voelde te prediken, deed hij dat dus voortdurend. Hij was ervan overtuigd dat ze de waarheid kenden, de volledige waarheid en niets dan de waarheid. De bal lag nu bij hen. (Misschien is de beeldspraak niet zo geslaagd.)

Handelingen 20:28 Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.

Bedenk dat hij hier spreekt tot dienaren. Mensen als hij, die dezelfde dingen moesten doen als hij onder hen had gedaan. Hij adviseert hun dus zijn voorbeeld te volgen en heel zorgvuldig te zijn in de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De reden hiertoe is, dat Gods kerk, Gods kudde, heel kostbaar en waardevol is. Ze zijn niet kostbaar en waardevol omdat ze dat van zichzelf zijn. Maar ze zijn kostbaar en waardevol wegens de manier waarop ze zijn vrijgekocht.

Ze waren kostbaar en waardevol omdat het bloed van Jezus Christus voor hen was uitgestort. Hierdoor waren deze mensen heel bijzonder voor God. Ze waren, zoals de heer Armstrong vaak zei, als Zijn zonen en dochters verwekt. De eerste serie voor het Koninkrijk zou uit hen bestaan. Christus was gekomen en had Zijn bloed voor deze mensen uitgestort, om hen zover te krijgen dat ze konden worden vrijgekocht, gerechtvaardigd en geheiligd. De dienaren moeten dus heel zorgvuldig zijn in hun behandeling van de mensen, omdat ze voor God kostbare "lading" zijn, een kostbare kudde. Dit helpt echt om de verantwoordelijkheid van een dienaar in het juiste perspectief te gaan bezien. Een dienaar wil op geen enkele manier het bloed van Christus met voeten treden, zeker niet in de manier waarop hij Gods kinderen behandelt.

Handelingen 20:29-31 Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; 30 en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken. 31 Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen.

Ik vraag me af of Paulus een profetisch begrip had van wat er in Efeze zou gaan gebeuren. Ik weet het niet, maar hij maakte zich zeer zeker zorgen over wat er in Efeze zou gaan gebeuren, nadat hij weg zou zijn. Drie jaren lang had hij hen dag en nacht gewaarschuwd, dat er misleiders en valse dienaren onder hen zouden opstaan. Hij stelt hier twee belangrijke karakteristieken aan de orde. (1) Ze zouden het evangelie verdraaien. "Verkeerde dingen spreken." En (2): ze zouden proberen een eigen aanhang te verkrijgen. Hij noemt dat hier "om de discipelen achter zich aan te trekken."

Dit laat een scherpe tegenstelling zien met zijn eigen motieven. Bedenk dat Paulus' motivatie was zijn taak te vervullen en zo God te behagen. De motivatie van deze valse dienaren zou in tegenstelling daartoe heel duidelijk zijn. Zij zouden het evangelie verdraaien. Hij had altijd de waarheid verkondigd. Hij had hun de gehele raad Gods toevertrouwd. Maar zij zouden een eigen aanhang kweken. Paulus maakte zich in het geheel niet druk om een eigen aanhang. Paulus trok er op uit en predikte de waarheid en als God ervoor koos mensen te roepen, dan was dat goed. Hij maakte zich niet druk over aantallen.

Er staat hier dus dat hij drie jaar lang op hetzelfde aambeeld bleef hameren. Hij moet als een versleten grammofoonplaat hebben geklonken. Waar hebben we dat meer gehoord? Het schijnt dat apostelen de gewoonte hebben de dingen vaak te herhalen, totdat we er beroerd van worden. Maar het is waar: herhaling is de beste leermeester. Als we het de eerste keer niet snappen, dan snappen we het misschien de tweede keer, of de derde keer, of de vierde keer, of de twintigste keer, of de honderdste keer, of de duizendste keer.

De traditie zegt dat de apostel Johannes, aan het einde van zijn leven, naar de gemeenten ging en in principe niet meer zei dan (hoe lang hij ook preekte): "God is liefde. God is liefde. God is liefde. God is liefde." De traditie zegt ook dat de mensen er doodmoe van werden, net als de mensen moe werden van het spreken van de heer Armstrong over de twee bomen. Blijkbaar is dit dus een karakteristiek die naar voren komt. Tenminste als ze oud worden, misschien. Ik weet het niet.

Paulus zegt heel duidelijk, dat hij het hun had gezegd, het hun had gezegd, het hun had gezegd. Hij kreeg er tranen van in zijn ogen. Misschien schreeuwde hij dit hun wel toe, misschien was dit wel een zeer heftige toespraak. Waarschijnlijk fluisterde hij af en toe heel zacht en liet hij hun vele bewijzen uit de Bijbel zien. Hij deed het op iedere manier die hij kon bedenken. Maar hij waarschuwde hen altijd dat er slechte tijden zouden komen, in het bijzonder voor die kerk.

Gelukkig kunnen we in het tweede hoofdstuk van Openbaring lezen dat ze het er niet zo slecht afbrachten in het staande blijven ten opzichte van valse apostelen. Misschien kwam dat wel doordat deze man [Paulus] hen drie jaar lang had doorgezaagd over de komende misleiding. Bedenk dat dit tijdperk het "Efeze tijdperk" is. Paulus deed zijn werk en voor het grootste deel had hij daarin succes. Als hij daarop, na de opstanding, terugkijkt, denk ik dat hij blij zal zijn met wat er gebeurde en de vrucht van zijn werk. Natuurlijk zal hij niet door en door blij zijn, omdat hij het verlies zal voelen van hen die afdwaalden. Maar ik geloof dat hij zal voelen, zoals hij hier zegt, dat God hem in het geheel geen mislukking toeschreef. Er kleeft geen bloed aan zijn handen.

Handelingen 20:32 En nu, ik draag u op aan de Here en het woord zijner genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden.

In zijn laatste woorden gaat Paulus nog iets verder. Maar wat hij zegt is in principe alleen maar het opnieuw zeggen van wat hij in het eerste gedeelte zei. Hij vat dus alles min of meer samen. Hier in deze woorden vertrouwt hij hen aan God toe. Kon hij iets anders doen? Hij ging weg. Hij had hun dit alles gegeven. En dus zegt hij: "Ik draag u op aan de Here." Hij kon hen niet in betere handen geven! Hij zegt ook: "Ik draag u op aan Zijn woord." Dat was Gods openbaring aan hen. Daar vinden we het evangelie — in Zijn woord.

Paulus vertrouwde deze mensen (deze oudsten) toe aan wat hij hun in het woord van God had gegeven, wat hij hun had geleerd, wat zij hadden geleerd en het voortgaande werk van God in hun leven. Door deze dingen — het werk van God met ons, tezamen met het in u geplante woord (zoals Jacobus het noemt), dat dynamisch in ons werkt (afbrekend en opbouwend) — komt behoud en eeuwig leven tot stand en tenslotte toegang tot het Koninkrijk van God en een eeuwigdurende erfenis als Gods kinderen. Daar komen de dingen samen. Als we het eenmaal hebben, ermee vertrouwd zijn, wat doen we er dan mee? Hij zegt: "Ga met God."

Dit zijn de krachten, God en Zijn woord, die ons in staat stellen behouden te worden. Zoveel als in ons vermogen ligt, als dienaren van deze Kerk van God, zullen wij ernaar streven de apostel Paulus na te volgen in het werk dat hij deed: het onder u prediken van het ware en volledige evangelie van het Koninkrijk van God.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)