Het houden van de sabbat (Deel 3)

Door John W. Ritenbaugh
4 september 1999

Samenvatting: (toon)

In dit derde deel van de serie over het houden van de sabbat benadrukt John Ritenbaugh dat de bijbelse instructies (die zowel in het Oude als het Nieuwe Testament gevonden kunnen worden) betreffende het houden van de sabbat veel meer van toepassing zijn op het Israël van God (Galaten 6:16), de geestelijke afstammelingen van Abraham, de kerk, de bruid van Christus, dan op de fysieke afstammelingen van Israël, die niet de volheid van de raad der Schriften bezaten. Omdat de bijbel zowel een fysieke/nationale als een geestelijke/kerkelijke toepassing heeft, zullen bepaalde waarheden, die onder de overgang van het Oude naar het Nieuwe Verbond onveranderlijk blijven, in toenemende mate en in unieke zin van belang worden voor Gods verwekte kinderen. De sabbat, één van de belangrijke leerstellingen van de koninklijke wet, die trouw werd onderhouden door de profeten, apostelen en onze oudste Broer Jezus Christus, is een bevolen tijdsperiode waarin we een intieme relatie met God moeten ontwikkelen, om stapje voor stapje naar Zijn beeld te worden gevormd.


De eerste preek in deze serie over "de sabbat" begon ik met de sabbat in de juiste context te plaatsen. We lazen in Ezechiël, hoofdstuk 20, dat vanuit Gods gezichtspunt overtreding van het sabbatsgebod, samen met afgodendienst, één van de hoofdoorzaken was waarom God Israël in ballingschap zond. De zorg van Ezechiël in het hele hoofdstuk 20 was overtreding van het sabbatsgebod, omdat het de heiliging vernietigt en dat is nogal wat. Het overtreden van het sabbatsgebod is net zo immoreel als moord, overspel, stelen, liegen en begeren.

In de tweede preek kwam duidelijk naar voren, dat de basis voor het overtreden van het sabbatsgebod ligt in afgodendienst, in het volgen van eigen lusten in plaats van eenvoudig te doen wat God heeft opgedragen. We eindigden die preek met Jesaja 58:13-14, waar staat:

Jesaja 58:13-14 Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, 14 dan zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Heren heeft het gesproken.

Het gaat hier om het "afzien van eigen zaken doen op de sabbat". De Statenvertaling spreekt over "doen van uw lust". Dus "eigen lust" volgen in plaats van Gods wil doen. De NBG spreekt van: "uw zaken doen", met de nadruk op "uw"; zaken die ons bezig houden gedurende de overige zes dagen van de week.

"Zaken doen" betekent niet alleen activiteiten om geld te verdienen. "Eigen zaken doen" kan ook betekenen de huishouding doen — koken en schoonmaken. Het gaat om die dingen die ons de overige zes dagen bezig houden.

Deze twee verzen benadrukken heel sterk, dat de sabbat gebruikt dient te worden voor Gods zaken, voor Zijn lusten, niet voor die van onszelf. Met die simpele aanwijzing worden mogelijke vormen van afgodendienst in onze keuzes met betrekking tot het houden van de sabbat vastgesteld. Het past ons te weten wat Gods lust is zodat wij die kunnen doen. Toegevoegd hieraan is de term "verlustigen" en dat duidt op de houding die God van ons verwacht met betrekking tot de sabbat.

Kennelijk is de sabbat heilige grond. U begrijpt dat Mozes zijn schoenen moest uittrekken, omdat hij zich op heilige grond bevond. Net als Mozes moest ook Jozua zijn schoenen uittrekken, toen hij zich in tegenwoordigheid van Jezus Christus bevond vlak voor zij het land binnentrokken. Dit duidt erop dat we de sabbat niet moeten vertrappen door dingen te doen die ons de overige zes dagen van de week bezig houden. God verwacht van ons Hem te eren in het houden van de sabbat.

De term "eren" laat zien, dat het op de juiste manier houden van de sabbat een uiterlijke vorm van loyaliteit is aan de verbondsrelatie, ons opgelegd om Gods doel naderbij te brengen.

Van dit idee is nog een ander belangrijk begrip afgeleid, namelijk ware rust. Ware rust is een geestelijke zegening van God, die Hij ons verleent als gevolg van het Hem zoeken en het besteden van de sabbatdag zoals Hij dat bedoelt.

Ik besef dat ik u veel geef in de vorm van definities. In deze preek ga ik daar nog niet echt op verder bouwen. Ik geef ze echter wel, omdat ik wil dat ze reeds in uw denken zijn, wanneer we ze in de volgende preek verder uitwerken, omdat ze de basis vormen van hoe iemand de sabbat dient te houden.

Het vierde gebod zegt niet veel over hoe de sabbat te houden. Het spreekt alleen over stoppen met werken en om degenen die onder uw verantwoordelijkheid vallen ook in de gelegenheid te stellen hetzelfde te doen. In Jesaja 58:13-14 zien we de voorwaarden neergelegd op basis waarvan God verwacht dat we de sabbat houden. Hier wordt de basis die neergelegd is in het vierde gebod, verder uitgediept. De bedoeling van God is, dat wij de sabbatdag gebruiken om Hem beter te leren kennen, alsmede de relatie te ontwikkelen waartoe Hij ons geroepen heeft, opdat wij naar Zijn beeld gevormd zullen worden.

Ongeveer aan het einde van de tweede preek in deze serie las ik een gedeelte van Psalm 84. Deze psalm is speciaal van toepassing op iedereen die op pelgrimstocht is - en dat zijn wij. Hij laat zien hoe belangrijk het is deze dag op de juiste manier te houden. De sabbat is ons opgelegd om onze normale dagelijkse routine te doorbreken, zodat wij onbeperkt tijd vrij hebben voor eeuwige, geestelijke zaken, die ons werkelijk verfrissen en vrij maken. Dat zijn zaken waar we de overige zes dagen van de week niet zoveel tijd aan kunnen besteden, omdat we dan bezig zijn met onze normale activiteiten, zoals ons werk, huishoudelijke zaken, kinderopvoeding, enz.

God is onze Verlosser. De sabbatdag is een dag van vrijheid. God is onze Bevrijder Die ons bevrijdt van geestelijke afmatting. Hij bevrijdt ons van de hopeloosheid die de wereld ons oplegt, alleen al door in die wereld te leven. Hij geeft hoop. Hij bevrijdt onze geest door onze hoop op Zijn toekomst te vestigen, waarbij de sabbat is bedoeld om ons van week tot week weer helder bewust te worden van die toekomst. In de omgang met Hem komt ware rust en verfrissing tot stand.

Hiermee eindigt een ander gedeelte van het in de juiste context plaatsen van de sabbat. Op dit punt aanbeland ga ik een uitgebreid overzicht geven van een ander aspect om de sabbat in de juiste context te plaatsen. Dat doe ik, omdat wij, die zijn opgevoed in de katholieke/protestantse cultuur, vrij gemakkelijk de instructies die zijn neergelegd in het Oude Testament, afdoen als zijnde minder belangrijk dan het Nieuwe Testament. Bij ons bestaat een subtiele neiging te denken, dat het Oude Testament minder van toepassing is op de kerk, dat het Oude Testament alleen maar gaat over de geschiedenis van Israël of over de profetieën over wat in de toekomst met Israël zal gebeuren.

We zullen beginnen met het leggen van een fundament vanuit Mattheüs 4:4, waar Jezus Satan van repliek dient.

Mattheüs 4:4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat.

Dit vers is belangrijk voor ons binnen de context van deze preek over de sabbat, omdat zowel de Vader als de Zoon onze voornaamste voorbeelden zijn. "Er staat geschreven", zei Jezus. De bron van Jezus' instructies hoe Zijn leven te leiden, lag in het Oude Testament. Begrijpen we dan het belang hiervan?

God in het vlees keek naar het Oude Testament, niet naar het Nieuwe, omdat dat zelfs nog niet bestond. Het Oude Testament was voor Hem bepalend hoe Zijn leven te leiden. Hij begreep dat Hij een voorbeeld ging stellen voor al diegenen die Hem als leerling zouden volgen. Uit dit voorbeeld aan de gehele mensheid blijkt dat Zijn instructies uit het Oude Testament kwamen. Hij gaf geen enkele indicatie dat Hij het Oude Testament als vroom bedrog beschouwde, of dat het in een of andere vorm minder belangrijk was dan het Nieuwe Testament, of dat het qua belangrijkheid ten aanzien van andere geschriften op de tweede plaats kwam.

Ongelukkigerwijze zijn er onder ons die veel van het Oude Testament terzijde willen schuiven, omdat ze niet veel ophebben met rituelen, gebruiken en ceremonies. We denken niet graag aan priesters in ceremoniële gewaden, aan altaren met brandend vlees erop, aan een reukofferaltaar en aan wetten inzake rituele reiniging, aan hoe we ons dienen te kleden, om te gaan met ziekten of zelfs rein te zijn. Mensen wijzen deze zaken graag af als wettisch of uiterlijk vertoon.

Misschien hebben we hier niet zo diep over nagedacht, maar diegenen die uit Wereldwijd zijn gekomen en wat van de literatuur hebben gelezen ten aanzien van de nieuwe koers, dienen te begrijpen dat zij aan het einde (met einde bedoel ik 1994/1995, wat voor zeer velen het einde werd, omdat zij uittrokken toen United werd gevormd) zeiden, dat de sabbatdag een louter ceremonieel gebeuren was. Alles wat ik zonet heb genoemd: rituelen, gebruiken, ceremonies, priesters in ceremoniële gewaden, altaren met brandoffers en reukoffers, werd samen met de sabbat als puur wettisch en uiterlijk vertoon beschouwd.

Laten we daar nog eens verder op doorgaan. De Bijbel is het belangrijkste boek dat ooit is geschreven. De Schrift zegt dat het door God is ingegeven. God is de Auteur. Hij heeft ongetwijfeld mensen gebruikt, maar Hij is de Auteur. Hij is de Auteur van het belangrijkste boek dat ooit is geschreven. God heeft daarin voor ons de belangrijkste dingen voor een leven in relatie met Hem opgenomen. Dingen die God voor ons belangrijk acht om te begrijpen en uit te voeren als onderdeel van Zijn doel, als onderdeel van onze relatie met Hem.

Als u de Bijbel vergelijkt met al de boeken in de bibliotheken van de gehele wereld, dan is het een vrij dun boek, maar toch bevat het de belangrijkste dingen voor het gehele leven van elke persoon die ooit geboren zal worden. De Bijbel bevat de dingen die door God het belangrijkst worden geacht.

Wij zijn Zijn oogappel. Zijn aandacht is op ons gericht en als er iemand op aarde is van wie Hij verlangt te begrijpen wat belangrijk is, dan zijn wij het wel, de kerk.

Luister eens naar het volgende. (Ik heb dit niet zelf uitgezocht, het is afkomstig van een Protestantse onderzoeker). In de Bijbel (het belangrijkste boek dat ooit geschreven is) is bijna evenveel geschreven over ceremonies als over Jezus Christus. Wat deze man bedoelde was: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Wanneer je het totaal van alle woorden in deze vier boeken die betrekking hebben op Jezus Christus, vaststelt en het totaal van alle woorden in het Oude Testament betrekking hebbend op ceremonies, dan is dat nagenoeg gelijk.

Denk eens na over het belang dat God toekent aan Oud Testamentische ceremonies. Zeer belangrijk. Maar toch doen mensen ze af als puur formalisme. Alsof wij het op de een of andere manier op basis van evolutie zijn ontgroeid. Voor Jezus bezat het Oude Testament de autoriteit die Hem aangaf hoe Zijn leven te leiden.

Sla nu op Lucas 24:25-26 en 44. Wat hier staat vond plaats na de opstanding van Jezus, toen Hij op weg was naar Emmaüs. Emmaüs lag een kleine twaalf kilometer van Jeruzalem. Gelet op deze afstand was Jezus blijkbaar nogal geruime tijd met deze twee mannen onderweg en konden ze tijdens die wandeling heel wat bespreken. Het was een zeer verhelderend gesprek.

Lucas 24:25-26 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! 26 Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?

Lucas 24:44 Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.

"Tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben." Dit was een krachtige berisping direct gericht op Zijn leerlingen. Ik denk niet dat ik graag zou hebben gehad, dat de opgestane Christus tegen mij zou zeggen dat ik niet alles geloofd wat in het Oude Testament is geschreven. Voor een leerling dient het Oude Testament de onbetwiste uitdrukking van Gods geest en wil te zijn.

Ziet u wat Jezus hier tot uitdrukking brengt? Dat was dat Zijn leerlingen het Oude Testament eenvoudig niet serieus namen.

Net zo zeker als alles vervuld werd met betrekking tot Zijn eerste komst, zullen ook alle andere zaken vervuld worden. God zegt niet zo maar wat. In Lucas 24 gaf Hij zeker geen enkele indicatie dat iets als van minder belang was afgeschaft. Let op het feit dat Jezus alle drie secties van de Bijbel noemde: de wet, de profeten en de psalmen.

Als we in gedachten teruggaan naar Mattheüs 4 zien we, dat Satan geen enkel nieuwtestamentisch schriftgedeelte betwistte in zijn poging Jezus te laten struikelen. Jezus gaf als antwoord: "Er staat geschreven." Deze gedachte zet zich voort in Mattheüs 5:17-18.

Mattheüs 5:17-18 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet [waar heel veel geschreven staat over ceremonies] of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18 Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.

Integendeel, Jezus geeft in het vervolg van dit hoofdstuk duidelijk weer, dat het Oude Testament (indien iets als dit mogelijk is) nog zwaarder telt dan ooit daarvoor.

In Johannes 5:39 spreekt Jezus tot een groep Joden en zegt:

Johannes 5:39 Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen.

Hij zei tegen de Joden: "U onderzoekt de Schriften." Daar waren ze mee bezig. Verplaats uzelf eens daarin. Onderzoekt u de oudtestamentische geschriften omdat u gelooft daarin eeuwig leven te hebben? De Joden deden dat wel en dat was juist.

Ik wil dit in verband brengen met het concept "daarin meent gij eeuwig leven te hebben". Dat is een juist concept. Begrijpt u dat er voldoende instructie van God in het Oude Testament staat dat zelfs het Nieuwe Testament niet direct noodzakelijk is? Er staat eeuwig leven in de passages, in de woorden, van het Oude Testament.

Laten we niet afdwalen van waar we mee bezig zijn. We zijn bezig met "de sabbat". Het houden van de sabbat maakt deel uit van die manier van eeuwig leven. Jezus hield de sabbat. Het Oude Testament bevat de waarheid ten aanzien van welke dag God wil dat wij houden. Het gebod staat in het Oude Testament. De basis van hoe God wil dat wij die houden staat in het Oude Testament, in het boek Jesaja. Jezus Christus, onze Verlosser, Die God was in het vlees, hield deze dag. Het staat allemaal in het Oude Testament.

Kijk maar in Johannes 10:35.

Johannes 10:35 Als Hij hén goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods [het Oude Testament] gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden.

Het Oude Testament is de fundamentele toetssteen van waarheid. Het staat op hetzelfde niveau als het Nieuwe Testament.

We gaan nu naar 2 Timotheüs 3:16. We halen deze punten aan omdat ze belangrijk zijn voor de juiste context van de sabbat.

2 Timotheüs 3:16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid.

Het Oude Testament staat op hetzelfde niveau als het Nieuwe Testament. Nogmaals, toen het Oude Testament werd geschreven, bestond er geen Nieuw Testament. Het Nieuwe Testament ontstond daaruit. Zonder het Oude Testament zullen we niet grondig toegerust zijn voor het doen van goede werken. Het is niet minder geïnspireerd dan het Nieuwe Testament en het is voor de Christen ook niet van minder belang dan het Nieuwe Testament. Het Oude Testament geeft wijsheid aan een mens op weg naar behoud.

We gaan naar Lucas 4:16, waar we opnieuw in aanraking komen met een voorbeeld van Jezus.

Lucas 4:16 En hij kwam te Nazaret, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.

In de wereld der religie bestaat geen onenigheid over welke dag Israël volgens het Oude Testament moest houden. Jezus hield die dag. Is het dan logisch te veronderstellen, dat God alle moeite doet om al die informatie in het Oude Testament met betrekking tot de sabbat vast te leggen en vervolgens na vierduizend jaar op andere gedachten komt en dan een van Zijn koninklijke wetten verandert? Geen van de andere wetten in die categorie is door Hem veranderd. Waarom deze dan wel? Dat vraagt om een antwoord, in het bijzonder omdat God in het vlees de sabbat wél hield.

Als er ook maar iemand was die wist hoe te leven volgens Gods wil, dan was het Zijn Zoon Jezus Christus wel, Die nooit zondigde. Hij hield de sabbat. Het was niet alleen Zijn gewoonte die te houden, maar het was ook Zijn gewoonte met Zijn mede-Israëlieten bijeen te komen, de Schrift te lezen en hun die uiteen te zetten en te verklaren.

Hebben we dan te maken met een God Die niet weet wat Hij wil? Hoe kunnen we geloof hebben als we bang zijn dat God mogelijkerwijs iets veranderd heeft en we het niet weten?

Gemeente, de waarheid met betrekking tot deze ceremonies, rituelen, enzovoort, is niet afgeschaft. Jezus Zelf getuigt hiervan in Mattheüs 5:17-18, waar Hij zegt: "niet één jota of tittel van de wet zal vergaan." Die ceremonies zijn nog steeds van kracht. Zij zijn naar een hogere, geestelijke toepassing verheven. Dus gemeente, het Hoofd van de kerk (Degene Wiens voorbeeld in alles door Zijn leerlingen dient te worden gevolgd) hield de sabbat naar Zijn gewoonte. Hij hield de sabbat niet omdat Hij een Jood was. Hij hield de sabbat omdat het woord van God — het Oude Testament — Hem daartoe instrueerde, waarmee Hij Zijn volgelingen een voorbeeld gaf.

We gaan hierin nog een stap verder. Sla Romeinen 15:4 op. Denk hierbij aan het moment waarop Paulus dit schreef. Er bestond nog geen Nieuw Testament.

Romeinen 15:4 Al wat namelijk tevoren geschreven is [het Oude Testament], werd tot ons [Christenen] onderricht geschreven, opdat wij [Christenen] in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften [Oude Testament] de hoop zouden vasthouden.

Ook onze hoop ligt dus ook in het Oude Testament opgesloten.

Herbert Armstrong had de gewoonte om van tijd tot tijd aan te geven dat de Bijbel geschreven was voor de kerk. Ik denk dat velen niet volledig begrepen wat hij zei. Met enig nadenken zou je kunnen zeggen dat hij zei, dat de Bijbel niet geschreven is voor die andere groeperingen die zichzelf "Christenen" noemen. Dat lag zeer zeker besloten in wat hij bedoelde, maar wat velen niet begrepen was, dat het grootste gedeelte van de mensen die beschreven staan in de Bijbel, zelf nooit de Bijbel hebben gezien.

Abel zag de Bijbel nooit. Henoch ook niet. Hoe stond het met Noach? Zag hij de Bijbel ooit? En Abraham? Ik denk van niet. En Mozes? Nu komen we op het punt in de geschiedenis waar men begon met het schrijven van de Bijbel. We kunnen dus eerlijk zeggen dat Mozes een gedeelte van de Bijbel zag, omdat hij dit schreef en aan het volk presenteerde als "het woord van God".

Hoe stond het met Samuël die een paar honderd jaar na Mozes op het toneel verscheen? Hij zag maar een klein gedeelte. En David? Hij zag waarschijnlijk net een beetje meer dan Samuël. Ik denk dat u wel weet waar ik naar toe wil. Het is zeer wel mogelijk dat geen van de apostelen, behalve de apostel Johannes, ooit de volledige Bijbel heeft gezien, omdat Openbaring pas tientallen jaren nadat de andere apostelen waren gestorven, werd geschreven.

Geen enkele Israëliet — en er is veel in de Bijbel over de Israëlieten geschreven — zag ooit de Bijbel in zijn geheel. Dit is de voornaamste reden waarom God rechtstreeks tot sommige mensen sprak, zoals Hij deed tot Abel, Henoch, Noach en Abraham. Er was geen Bijbel. Er was voor hen geen woord van God om te lezen. Daarom sprak God rechtstreeks tot hen. Zij ontvingen het woord van God rechtstreeks uit Zijn mond. Voor zover wij weten bestond er geen Bijbel waarin zij konden lezen.

Gemeente, we kunnen er zelfs niet zeker van zijn dat elke synagoge ten tijde van Jezus de beschikking had over het complete Oude Testament. Zelfs al was de periode tussen Maleachi en Jezus ongeveer vierhonderd jaar lang, toch kunnen wij er niet zeker van zijn dat elke synagoge de beschikking had over een complete set rollen van de Bijbel, omdat het maken van zo'n set een omslachtig en tijdrovend werk was.

Ik denk dat we kunnen stellen dat niet elk huisgezin een Bijbel bezat, een complete set rollen van het Oude Testament. De mogelijkheid om over een complete Bijbel te beschikken bestond niet eerder dan in de vijftiende eeuw toen Johannes Gutenberg de drukpers uitvond. Maar zelfs toen duurde het tot de 20e eeuw, tot de komst van het machinetijdperk en de mogelijkheid tot wereldwijde massadistributie, dat iedere Christen thuis een complete Bijbel kon hebben (misschien zelfs wel meer dan één en in verschillende vertalingen) en dat de Bijbel uiteindelijk algemeen beschikbaar werd voor de mensheid. Dat is de reden waarom Herbert Armstrong zei, dat de Bijbel geschreven was voor de kerk in de eindtijd, omdat er toen uiteindelijk een generatie verscheen, waarin het voor elke man, vrouw en kind mogelijk werd een eigen exemplaar in bezit te hebben.

Dit heeft verregaande consequenties voor de kerk in de eindtijd voor wat betreft haar verantwoordelijkheid, omdat wij het woord van God hebben en dus verantwoordelijk zijn voor de toepassing ervan, zoals bijvoorbeeld het houden van de sabbat. God stelde ons de Bijbel ter beschikking, opdat wij tot alle goede werken volkomen toegerust zouden zijn.

Dat de Bijbel hoofdzakelijk is geschreven voor de kerk in de eindtijd, wordt zelfs nog duidelijker wanneer het gecombineerd wordt met nog een andere factor en die is, dat het Nieuwe Testament ons duidelijk maakt dat de kerk Israël is — "het Israël van God", zoals Paulus dat uitdrukt.

We gaan naar Efeziërs 2:11. Denk eraan dat Paulus schrijft aan een kerk die problemen had met haar eenheid. Waarschijnlijk, omdat de kerk in een heidense stad was gevestigd, bestond zij overwegend uit mensen van heidense afkomst, maar er waren voldoende Joden in deze kerk om problemen te hebben vanwege trots. Paulus, zich tot de heidenen wendend, zegt:

Efeziërs 2:11-13 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis [de Joden], die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

We zullen het vervolg hiervan niet verder onder de loep nemen. Maar samenvattend kan ik zeggen dat Paulus deze Christenen uit de heidenen mededeelt, dat al deze wonderbaarlijke dingen die in vers 12 worden genoemd — de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld zijn — uitsluitend betrekking hadden op Israël en dat zij deel moeten worden van Israël — ingeënt in Israël en zodoende zaad van Abraham om deel te krijgen aan de voordelen die God aan Abraham had beloofd.

Begrijp dit alstublieft. Richt uw aandacht hierop. Alle beloften werden aan Abraham en zijn kinderen gegeven. Oppervlakkig bezien zijn zij Israëlieten — de natie Israël. Zo meteen zult u begrijpen waarom ik zei: "oppervlakkig bezien."

Galaten 6:15-16 Want besneden zijn [een Jood] of niet besneden zijn [een heiden] betekent niets [Geen van beide betekent veel. Beide zijn neutraal], maar of men een nieuwe schepping is. 16 En allen, die zich naar die regel zullen richten, vrede en barmhartigheid kome over hen, en ook over het Israël Gods.

Als u ooit ten aanzien van deze verzen wat research wilt doen aan de hand van commentaren op de Bijbel, dan zult u ontdekken dat sommigen zeggen dat "het Israël van God" verwijst naar Christenen uit de Joden. Ik garandeer u echter dat de meeste commentaren hier niets over zeggen. En zij die wel aangeven dat het op Christenen uit de Joden slaat, hebben gedeeltelijk gelijk. Gedeeltelijk hebben ze het ook bij het verkeerde eind; grotendeels hebben ze het bij het verkeerde en niet bij het rechte eind.

Romeinen 2:28-29 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is [naar het vlees], en niet dát is besnijdenis wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, 29 maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter. Dan komt zijn lof niet van mensen, maar van God.

De meeste commentaren zullen deze verzen correct interpreteren, omdat Paulus heel duidelijk uitlegt wat hij bedoelt. Veel van de Bijbel is geschreven op, wat ik op dit punt zal noemen, "verschillende niveaus". Er is een fysiek en een geestelijk niveau met betrekking tot ceremonies. Denk er aan dat ik zonet gezegd heb dat de ceremonies niet hebben afgedaan, maar vanuit de fysieke toepassing gestegen, verhoogd zijn naar hun geestelijke toepassing. Er is een fysiek en een geestelijk niveau met betrekking tot ceremonies. Ten aanzien van het onderwerp waar we het nu over hebben, "het Israël van God", zien we ook een fysiek en geestelijk niveau.

Veel namen, veel woorden hebben zowel een letterlijke als symbolische betekenis. Dit duidt erop dat God ook een geestelijke toepassing in gedachten heeft. Op deze manier gebruikte Jezus op effectieve manier veel gelijkenissen. Veel profetieën hebben zowel een letterlijke eerste vervulling, als ook een latere uiteindelijke vervulling.

De beloften die God aan Abraham deed, hadden zowel het aspect van ras als van genade in zich. Daarom zien we dat de fysieke afstammelingen van Abraham — Israël — ruim gezegend zijn met materiële welvaart. Maar de gehele mensheid wordt geestelijk gezegend door die ene afstammeling van Abraham, Jezus Christus. En zo zien we het aspect van genade geleidelijk aan vervuld worden als het oordeel zich ontvouwt.

In Romeinen 2:28-29 gebruikt Paulus "Joden" in geestelijke zin. In deze betekenis houdt "Jood" elke bekeerde persoon in, zelfs iemand uit de heidenen. Als dit in verband wordt gebracht met Hebreeën 7:14 — "Want het is openbaar dat onze Heere uit Juda stamt" (Hij was dus een Jood) — zien we dat Paulus hier in Romeinen 2:28-29 duidelijk maakt dat "Jood" elke bekeerde persoon inhoudt, zelfs iemand uit de heidenen. Daarom, aangezien Jezus een Jood was (uit de stam Juda) en wij in de Bijbelse beeldspraak deel uitmaken van het lichaam van Jezus Christus, maakt ieder van ons deel uit van dat lichaam en daarom zijn we Joden. En omdat we Joden zijn, zijn wij Israëlieten. Het maakt niet uit of u rood, geel, zwart of wit bent. Bent u bekeerd, dan bent u in de ogen van God een Jood, omdat u deel uitmaakt van het lichaam van Christus. Dat is de geestelijke toepassing. Als u een Jood bent, bent u een Israëliet. En omdat de beloften aan Israël, de afstammelingen van Abraham werden gegeven, hebben de beloften betrekking op u.

Begrijpt u waar we het hier over hebben? De Bijbel laat ons zien, dat deze vorm van interpretatie niet alleen rechtsgeldig is, maar inderdaad absoluut noodzakelijk voor een juist begrip, speciaal ten aanzien van het Oude Testament. Paulus gebruikte dezelfde soort toepassing in Galaten 6:16, een geestelijke toepassing van de term "Israël". Ik ga Galaten 6:16 lezen vanuit een modernere vertaling. [John Ritenbaugh leest vanuit de Revised English Bible. Wij gaan deze verzen lezen vanuit de Prof. Brouwer vertaling.]

Galaten 6:15-16 (Prof. Brouwer vertaling) Want noch het besneden-zijn heeft enige waarde, noch het onbesneden-zijn, maar een nieuwe schepping. 16 En moge op allen die zich door dezen regel laten leiden, vrede rusten en barmhartigheid; zij toch zijn het Israël Gods.

Laten we nu met name deze laatste uitdrukking eens analyseren. De uitdrukking "het Israël Gods" is simpelweg een definitie van het zinsdeel dat daaraan voorafgaat: "allen die zich door dezen regel laten leiden". Dit verwijst naar diegenen die het begrip accepteren dat het belangrijkste in het leven is, deel uit te maken van de nieuwe schepping. Dát is volgens Paulus wat ons gedrag in alles zou moeten bepalen. "Wat ons gedrag zou moeten bepalen" maakt gebruik van de tijd die wij hebben, in het begrip en het absoluut zeker weten dat wij deel uitmaken van "het Israël Gods". Wij maken deel uit van het lichaam van Jezus Christus. Wij zijn Israëlieten en dienen gereed gemaakt te worden voor het Koninkrijk van God, zodat wij de beloften die aan Abraham zijn gedaan, kunnen ontvangen.

Overweeg eens het volgende: De oude schepping — de fysieke herschikking van de aarde door God om geschikt te zijn voor de mens — eindigde op de zesde dag van de schepping bij zonsondergang. Terwijl God rustte en verkwikt werd, werd de sabbat geschapen en de nieuwe schepping van de mens in God. Het geestelijke beeld van God nam toen een aanvang. "Laat ons mensen maken naar ons beeld."

Prof. Brouwer heeft Galaten 6:15-16 zo goed mogelijk vertaald. Deze twee verzen betekenen, dat al diegenen die deel uitmaken van de nieuwe schepping die in Christus Jezus plaatsvindt — Christus die in hen wordt gevormd, het lichaam van Christus, de kerk — het Israël Gods is. Voor hen is de Bijbel geschreven.

Er is dus een fysiek Israël en een geestelijk Israël. De uitdrukking "het Israël van God" duidt op bezit. Er is een Israël dat Gods bezit is. Dit is een zeer duidelijk gegeven, een vrij sterke uitdrukking, dat er een Israël is dat aan God toebehoort en een Israël dat God niet toebehoort. Denk aan Jeremia 3, dat zegt dat God van Israël scheidde. Zij behoort Hem niet langer toe.

Als wij het hebben over onze partner, onze man, onze vrouw, onze kinderen, dan zeggen we mijn. We zeggen dan mijn vrouw, mijn kinderen, mijn man. We drukken hiermee bezit uit. Toen God zich van Israël scheidde, behoorde ze Hem niet langer toe. Hij sneed haar af. En nu is het Israël dat God toebehoort, "het Israël Gods".

Een verdere uitleg hiervan staat in Romeinen 9:1-8, waar Paulus zegt:

Romeinen 9:1-3 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2 Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3 Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; ...

Het is interessant dat hij niet zegt dat hij geestelijk met hen verwant is, maar slechts naar het vlees.

Romeinen 9:4-6 ... immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen [we hebben hier een echo van Efeziërs 2:11-12] en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften; 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen. 6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. [Hier begint een veelzeggend onderdeel.] Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, ...

Wat zegt Paulus hier in feite? Hij verklaart het nader.

Romeinen 9:7-8 ... en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. 8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte gelden voor nageslacht.

Dus kunnen de beloften die God aan Abraham deed niet beperkt worden tot diegenen, die fysiek van Abraham afstammen. Ismaël was een kind van Abraham door natuurlijke afstamming. Isaak was een kind van Abraham door een wonder — een gift, een belofte. Van Gods kant was het een handeling van genade. Het was Gods keuze dat Abraham Isaak ontving en in die zin Ismaël opzij schoof ten gunste van Isaak. Dat was Gods keuze en daar heeft Paulus het over. Paulus bevestigt dit in vers 8 door te zeggen: "Niet de kinderen van het vlees [de fysieke afstammelingen van Abraham] zijn kinderen Gods."

Romeinen 9:12-13 ... werd tot haar [Rebekka] gezegd: De oudste zal de jongste dienstbaar zijn, 13 gelijk geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat.

Opnieuw illustreert Paulus hoe Gods keuze uitviel. God koos. "Esau heb ik gehaat" betekent niet dat God Esau totaal niet mocht. God stortte op velerlei manieren veel zegeningen op Esau uit. Vanuit de context dienen we dit te begrijpen net zoals wij onze familie niet dienen te haten, zoals Jezus opmerkt in Lucas 14:26.

Lucas 14:26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.

Wat Paulus hier zegt in Romeinen 9:12-13 en wat Lucas vastlegde in Lucas 14:26 is eenvoudig een andere manier van uitdrukken dat Esau niet Gods keuze was. Dat was Jakob. Paulus zegt hier in dit gedeelte dat God soeverein is. Het is Zijn schepping, Zijn doel en God verkoos Zijn doel via Jakob en Isaak te bereiken en niet via Ismaël en Esau. De soevereine God verkoos de kinderen der belofte als het ware zaad van Abraham aan te merken en dat zijn wij!

Romeinen 11:7 Wat dan? Hetgeen Israël [de fysieke natie] najaagt, heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen, en de overigen zijn verhard.

Het "uitverkoren deel" heeft het zoonschap verkregen, terwijl Israël, dat niet meer aan God toebehoort, werd verblind. En aldus wordt "het Israël Gods" aangemerkt als "het zaad". "De uitverkorenen" zijn "het Israël Gods". De "kerk van God" is "het Israël Gods". Dat zijn de uitverkorenen. Dat is de tempel. Dat zijn de huisgenoten van God. Dat is het lichaam van Christus. Dat is Jeruzalem. Dat is Sion. Dat is de bruid van Christus. Dat is de dochter Sions. Dat is de wijngaard. Dat zijn de takken van een wijnstok. Dat is een kudde. Dat is Gods akker.

Er staan waarschijnlijk nog wel een dozijn andere codenamen verspreid door de Schrift. Maar er zijn punten van overeenkomst en dat is, dat zij op de een of andere manier een relatie aantonen tussen God en ons, of een omstandigheid binnen een bepaalde context.

Begrijpt u dat dit de manier is waarop de Bijbel dient te worden bestudeerd om het meeste en beste uit de Bijbel te halen met betrekking tot wat de kerk is en daarom ook wie haar individuele leden zijn en wat de kerk en haar leden op elk willekeurig tijdstip ervaren?

Gemeente, de sabbat is meer op ons van toepassing dan deze ooit op de fysieke afstammelingen van Israël van toepassing is geweest, omdat de Bijbel voor ons, de kinderen van God, geschreven is. Door Gods inspiratie werd de Bijbel op een zodanige manier geschreven, dat deze twee toepassingsniveaus heeft: een fysiek en nationaal niveau en een geestelijk en kerkelijk niveau. De Bijbel zal altijd waar zijn, ongeacht op welk tijdstip in de geschiedenis men deze leest, omdat er sommige dingen in het leven zijn, ja, in de hele geschiedenis van de mens, die nooit veranderen.

God zorgde ervoor dat in het Oude Testament de patronen, die Hij in Zijn relatie met Israël ondervond, vastgelegd werden, zodat later, toen Hij op een veel intiemere manier aan de geestelijke ontwikkeling van de leden van de kerk ging werken, dezen in staat zouden zijn die patronen te zien en te gebruiken als een bron van instructie voor wat er zich in hun leven afspeelde.

In een houding van zelfrechtvaardiging zouden we kunnen denken: "Ik zou nooit doen zoals Israël deed, zoals het overtreden van het sabbatsgebod." O nee? Als het overtreden van het sabbatsgebod door Gods geestelijke kinderen nooit zou gebeuren, terwijl God de Bijbel hoofdzakelijk schreef voor de kerk in de eindtijd, waarom liet Hij dat dan optekenen? Zo meteen gaan we een zeer interessant vers lezen.

Ziet u, gemeente, sommige dingen veranderen nooit. God verandert nooit. "Ik ben God. Ik verander niet." "Jezus Christus is dezelfde: gisteren, vandaag en altijd." Satan verandert nooit. De menselijke natuur verandert nooit en wij hebben nog steeds die menselijke natuur. Gods doel verandert nooit. Gods trouw verandert nooit. Zijn beloften veranderen nooit. Zijn wetten veranderen nooit. Dat zijn zes aspecten die ik zo uit mijn hoofd opnoem, die nooit veranderen. Namen, data en plaatsen veranderen, maar deze zes dingen veranderen nooit.

Het fysieke gaat in termen van tijd vooraf aan het geestelijke en dat moeten we gemakkelijk kunnen begrijpen, eenvoudigweg omdat eerst de natie Israël door God werd geschapen en tot ontwikkeling gebracht. Uit deze relatie tussen God en de natie onder het Oude Verbond kwam het materiaal voort, waaruit het Oude Testament bestaat. Maar het geestelijke gaat het fysieke te boven in termen van belangrijkheid binnen Gods doel, omdat dit een permanente en onuitwisbare afdruk van Zijn karakter achter laat. Zijn beeld wordt daardoor gevormd in diegenen die geroepen, uitverkoren en gekozen zijn om deel te nemen en in deze tijd te worden geoordeeld.

Als het Oude Testament de term "Sion" gebruikt, dienen we aan de "kerk" te denken. We dienen allereerst aan de geestelijke toepassing te denken. Wordt de term "tempel" gebruikt, dan dienen we ook allereerst aan de "kerk" en aan de geestelijke toepassing te denken. Ook als de term "Israël" wordt gebruikt, dienen we allereerst aan de "kerk" en aan de geestelijke toepassing te denken. Dat betekent niet dat deze schriftgedeelten niet in relatie staan tot de fysieke natie, maar voor het oordeel in deze tijd [het oordeel heeft nu betrekking op de kerk van God], geldt dat de Bijbel hoofdzakelijk voor de kerk werd geschreven.

We zijn nu toegekomen aan dat interessante schriftgedeelte dat we zouden gaan lezen. Ik lees 1 Corinthiërs 10:11-14 vanuit de Living Bible waarin ze het oorspronkelijke Grieks hebben geparafraseerd en enigszins uitgebreid.

1 Corinthiërs 10:11-14 (vertaald naar de Living Bible) Al deze dingen overkwamen hun [Israël] als voorbeelden, als lessen, om ons te waarschuwen niet dezelfde dingen te doen. Maar wacht eens even, zo iets zou ik toch nooit doen! Nee? Zij werden opgeschreven, opdat wij — die in deze dagen, de eindtijd, leven — ze zouden kunnen lezen om ervan te leren. 12 Wees dus voorzichtig, als u denkt: "Ik zou me nooit zo gedragen." Laat dit een waarschuwing voor u zijn, want ook u zou kunnen zondigen. 13 Maar bedenk dit, de verkeerde verlangens waarmee u in uw leven wordt geconfronteerd, zijn niet nieuw of anders. Vele anderen voor u hebben precies dezelfde problemen gehad. Geen enkele verzoeking is onweerstaanbaar. U kunt op God vertrouwen, dat Hij ervoor zorgt dat de verzoeking niet zo sterk wordt, dat u er niet langer tegenop gewassen bent, want dat heeft Hij beloofd en Hij zal doen wat Hij zegt. Hij zal laten zien hoe u aan de macht der verleiding kunt ontkomen, zodat u deze geduldig kunt doorstaan. 14 Dus beste vrienden, weest zeer zorgvuldig in het vermijden van iedere vorm van afgodendienst.

Overtreden van het sabbatsgebod is afgodendienst.

Gemeente, begrijpen wij, dat toen God deze dingen in het Oude Testament liet opnemen door Israël als natie, als achtergrond, te gebruiken, Hij in werkelijkheid schreef over ons en over onze relatie met Hem onder het Nieuwe Testament? Wij vertonen, vanwege de menselijke natuur, individueel en als kerk dezelfde soort gedragspatronen als de fysieke natie Israël. Dat houdt in: afgodendienst in verschillende vormen en overtreding van het sabbatsgebod.

Ook al hebben wij Gods Geest, daarom zijn we niet immuun ten aanzien van dezelfde zwakheden. Dat maakt ons echter meer verantwoordelijk en neemt veel weg van de zelfrechtvaardiging die we onszelf zouden kunnen toestaan, zoals onwetendheid, een gebrek aan hulp of te zwak te zijn.

Het belangrijke punt van deze preek, bezien binnen deze serie preken, is dat wanneer we de Bijbel bestuderen, hetzij het Oude of het Nieuwe Testament, en we lezen over de geschiedenis van het oudtestamentische Israël, dat we dan in even sterke mate lezen en studeren over de patronen inzake de relatie van de kerk met God. De namen, de data en de plaatsen zijn veranderd, maar het gedrag is zeer vergelijkbaar.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)