Het houden van de sabbat (Deel 2)

Door John W. Ritenbaugh
14 augustus 1999

Samenvatting: (toon)

In dit tweede deel van de serie over het houden van de sabbat herinnert John Ritenbaugh ons eraan dat de sabbat is ingesteld als een steeds terugkerende afspraak met de Godheid, een speciale tijdsperiode voor het ontwikkelen en opbouwen van onze relatie met God. Aan het juiste gebruik van deze dag – in het met Hem omgaan en Hem beter leren kennen – ontlenen we ware geestelijke rust en verfrissing. Het op de juiste manier houden van de sabbat, als een speciale afspraak met God, zal onze energie herstellen, onze kracht vernieuwen en ons bevrijden van slavernij aan de zonde en wereldse verwikkelingen. We moeten ijverig ons denken bewaken tegen het opkomen van onwettige verlangens die afleiden van de sabbat en de plaats van God innemen. Zo'n afgod zal onze relatie met God vernietigen. We hebben dit van vitaal belang zijnde zevende deel van ons leven wanhopig hard nodig om te herhalen en te ervaren wat we zullen worden.


In de vorige preek over de sabbat poogde ik de sabbat voor ons in de juiste context te plaatsen, door vanuit Gods perspectief te laten zien hoe belangrijk deze is voor de relatie waartoe Hij ons heeft uitgenodigd.

Soms bespeur ik tot mijn grote schrik, hoe sterk in mij de neiging is om op dezelfde manier naar de dingen van God te kijken als de wereld dat doet. En als ik deze neiging heb, dan is het zeer aannemelijk dat ook u zulk soort neigingen hebt. Wij zijn opgegroeid in een Protestantse of Katholieke cultuur. De daaruit voortvloeiende overtuigingen en opvattingen maken deel uit van datgene wat wij dienen af te leren.

Het Protestantisme in zijn geheel doet de sabbat af als slechts een ceremonieel gebeuren. De Katholieke Kerk is wat eerlijker door te erkennen, dat wanneer we alleen op de Bijbel afgaan, de sabbat gehouden dient te worden. Maar dan gaan ze een stap verder door te zeggen dat zij de autoriteit bezitten om dingen te veranderen. Ze hebben de sabbat niet alleen maar veranderd, maar hebben daarnaast ook nog eens het tweede gebod uit Gods wet verwijderd en die wet weer aangevuld tot tien geboden door het tiende gebod in tweeën te splitsen. Zij verwerpen daarmee in feite dat de sabbat deel uitmaakt van de koninklijke wet (zoals Jacobus zegt). Jacobus geeft ook aan dat de sabbat deel uitmaakt van de wet der vrijheid — een wet die vrij maakt. Overtreding van de sabbat is derhalve een immorele handeling!

Dat is naar mijn gevoel een belangrijke sleutel om te begrijpen welk belang God eraan hecht. Immoraliteit is eenvoudigweg het falen om volgens een geaccepteerde norm te leven of zich daaraan te conformeren. Deze norm, gemeente, is Gods wet. Toen wij het verbond met Hem sloten, hebben wij ingestemd ons daaraan te houden. Denk aan dit eenvoudige principe: liefde bindt; immoraliteit verbreekt, scheidt, splitst, drijft uiteen en verdeelt.

Ezechiël 20 openbaart dat het overtreden van het sabbatsgebod een van de hoofdoorzaken is, waarom God Israël in ballingschap zond. Men kan heel gemakkelijk zien dat overspel, liegen en stelen immoreel is. Overtreding van het sabbatsgebod schijnt echter nooit te worden geassocieerd met immoraliteit, omdat vandaag aan de dag de nadruk ligt op seksuele zonden.

"Welke dag gehouden dient te worden" is, voorzover het de Bijbel betreft, nooit een geschilpunt geweest; veelmeer gaat het, net als met elk ander gebod, om waarom en hoe het te houden.

In die eerste preek werden we er aan herinnerd dat de sabbat om verschillende redenen het teken is tussen God en Zijn volk. Hij dient om ons er aan te herinneren wie wij zijn en dat onze God de Schepper is, omdat de sabbat een herdenking is van de schepping. Hij identificeert. Hij onderscheidt ons van andere mensen. Hij zondert ons af van andere mensen. Hij is ook gemakkelijker te herkennen door degenen die zich niet in onze gemeenschap bevinden. Het houden van de sabbat richt daarom de aandacht op ons.

Wordt de sabbat op een correcte manier gehouden, dan geeft hij aan hoe het staat met de relatie tussen ons en God. (Een zeer belangrijk deel!) Dat is zo, omdat de manier waarop de sabbat wordt gehouden (als dit met zorg gebeurt, op de manier zoals God verlangt) neerkomt op een eenvoudig concept, n.l.: een zich steeds herhalende afspraak met de Godheid. Elke sabbat is een afspraak met God. Hij omvat de gehele unieke verbondsrelatie met God. Geen enkele andere religie, behalve het Judaïsme (dat ook tot op zekere hoogte de sabbat houdt), heeft zoiets als dit.

Exodus 16:28 Daarom zeide de Here tot Mozes: Hoelang weigert gij mijn geboden en wetten te onderhouden?

Het onderwerp van dit hoofdstuk is de sabbat. God openbaarde hier aan hen welke dag de sabbat was, door een dubbele portie manna te geven op de dag vóór de sabbat en op de sabbatdag zelf niets. Natuurlijk trokken sommige mensen eropuit om te proberen ook op de sabbatdag manna te verzamelen. Daarom reageerde God op de manier zoals vers 28 aangeeft. "Hoelang?" Wat hier duidelijk wordt (naast datgene wat voor de hand ligt), is dat de sabbat op dat moment reeds bestond. De sabbat begon bij de schepping. Niet bij de berg Sinaï, maar bij de schepping!

Israël, als natie, overtrad het sabbatsgebod meteen vanaf het allereerste begin. Zelfs nog vóór zij bij de berg Sinaï waren aanbeland, overtraden zij reeds het sabbatsgebod. Dat is de reden waarom God vele dingen zei, die Hij in het boek Ezechiël liet optekenen. We gaan dat vers in Ezechiël 20 opnieuw bekijken.

Ezechiël 20:16a ..., omdat zij mijn verordeningen verwierpen, niet naar mijn inzettingen wandelden en mijn sabbatten ontheiligden, ...

Waarom ontheiligden zij Zijn sabbat? Ik wil graag dat we dat opmerken.

Ezechiël 20:16b ..., want [hier volgt de oorzaak] hun hart ging uit naar hun afgoden.

Hun hart, hun binnenste, hun denken, was gericht op hun afgoden. Dit is een zeer belangrijk principe om te begrijpen. We gaan naar 1 Johannes 5, vers 18.

1 Johannes 5:18-21 Wij weten, ["Wij" zijn de leden van de kerk.] dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem [is op zijn hoede], en de boze heeft geen vat op hem. 19 Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt. 20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven. 21 Kinderkens, [Zo eindigt het boek.] wacht u voor de afgoden.

Ik ga dit ook lezen vanuit Het Boek. Daar staat het wat duidelijker weergegeven.

1 Johannes 5:18-21 (Het Boek) Wij weten dat ieder die een kind van God is, niet zondigt; want de Zoon van God beschermt hem en de duivel kan hem niets doen. 19 Wij weten dat wij kinderen van God zijn en dat de hele wereld in de macht van de duivel is. 20 Wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons heeft laten zien hoe wij de enige en echte God kunnen leren kennen. Wij zijn één met de ware God door Zijn Zoon Jezus Christus. Hij is de ware God; Hem te kennen, is het eeuwige leven. 21 Vrienden, houd u ver van alles wat Gods plaats in uw hart zou kunnen innemen.

"Houd u ver van alles wat Gods plaats in uw hart zou kunnen innemen." Dat is afgodendienst! De oorzaak van het overtreden van het sabbatsgebod door de kinderen Israëls in de woestijn, was afgodendienst. Datzelfde feit ligt ten grondslag aan ons overtreden van het sabbatsgebod. Er komt dan iets tussen God en ons te staan.

Als u voor deze verzen een vrij gedetailleerd commentaar opslaat, zal u duidelijk worden, dat de commentatoren in die gehele eerste brief van Johannes een structuur herkennen, die eindigt met wat zij ongetwijfeld beschouwen als een terugblik op de gebeurtenissen in de Hof van Eden, waar de afgodendienst begon. En gemeente, afgodendienst is het begin van zonde!

Waar begon die zonde? We zien hier de koers die de zonde vaart. Zonde begon met een verkeerd, ongeoorloofd, ongecontroleerd verlangen. Vervolgens werd Satan de afgod, toen zij zich aan hem onderwierpen, zodoende kreeg hij controle over de mensheid. Een afgod is alles dat iemand zijn wil oplegt, iemand tot iets overhaalt, iemand tot iets aanzet, iemand dwingt tot onderwerping aan hem (in plaats van aan God). Gemeente, een afgod hoeft niet een levend iets te zijn. Het kan een levenloos iets zijn, omdat zonde van binnenuit ontstaat. Weet u wat Jezus zegt waar zonde ontstaat? "Uit het hart ..."

Mattheüs 15:19 ... uit het hart komen boze overleggingen.

Ziet u waar ik naar toe wil? Het overtreden van het sabbatsgebod begint in het hart door het achternalopen van een afgod (iets dat tussen God en ons komt te staan). God gebruikt in het Oude Testament de afschuwwekkende beelden van Baäl, Dagon en Moloch, en nog een hele rij andere, om Zijn punt te verduidelijken. Paulus haakte daar op in en op iets wat Jezus zei. Hij zegt:

Colossenzen 3:5 Doodt [dit is een oproep] dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij.

Hebzucht komt van binnenuit. Hebzucht is het volgen van een verkeerd verlangen. Paulus verheerlijkt in dit vers de wet, het tiende gebod, op dezelfde wijze als Jezus deze zelfde wet verheerlijkte in Mattheüs 5. Hij diepte het tiende gebod hier net zo uit als Jezus in Mattheüs 5 de geboden op moord en overspel. We gaan naar 1 Petrus 4:3 om aan te tonen dat Paulus niet de enige was, die op deze manier dacht.

1 Petrus 4:1, 3 Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte. ... 3 Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen [uitwerken] van de wil der heidenen, toen gij wandeldet in allerlei losbandigheid, begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.

"Wandelen" in vers 3 duidt op actie. Hij heeft het hier over een leven, gedreven door verkeerde verlangens. "Afgodendienst" is een van de bijbelse codewoorden voor alles wat onze relatie met God en Zijn doel met ons kan benadelen, schenden, bezoedelen, tussen God en ons kan komen te staan. Onwettig verlangen — afgodendienst — ligt ten grondslag aan zonde.

Denk nog eens aan de simpele illustratie die Genesis 3 ons biedt, met betrekking tot Adam en Eva in de Hof van Eden (die prachtige omgeving die God voor hen had gemaakt). Voor zover we kunnen zien was er een goede relatie tussen hen en God. Maar het verlangen naar de verboden vrucht zette het proces in werking dat een vernietigend effect had op deze relatie. En dat dreef hen uit de hof en scheidde hen van God.

Het proces dat hierbij betrokken is, is zo eenvoudig te begrijpen. God gaf hun een eenvoudige opdracht. Wat is er nu zo moeilijk te begrijpen aan het vierde gebod? God gaf hun een simpele opdracht: Eet niet van de vrucht van die ene boom. Maar hun verlangen stelde hen open voor Satans overredingskracht. En vervolgens werd hij (de demon bij uitstek) de god aan wie zij zich onderwierpen, die zij vereerden in plaats van God. Afgodendienst was het gevolg van een verkeerd, onwettig verlangen.

Richard gaf mij ongeveer een jaar geleden een citaat. Tot op heden heb ik dit bewaard, benieuwd of ik het ergens in een preek kon gebruiken. Het citaat kwam van Ralph Waldo Emerson. Vanmorgen schoot mij ineens te binnen, dat dit citaat misschien hier in deze preek op zijn plaats was. Ik heb het hier niet voorhanden, maar ik weet zeker dat ik het juist kan citeren. Ralph Waldo Emerson zei: "Het is belangrijk dat wij voorzichtig zijn in wat we vereren, omdat wij worden wat wij vereren." Zien we de positieve kant van deze uitspraak? INDIEN wij waarlijk God vereren, zullen wij God worden! Daar leidt God ons naar toe.

Daarom haat Hij afgodendienst zo. Hij haat verkeerde verlangens zo, omdat ze afgodendienst zijn. Ze plaatsen iets tussen ons en Hem, waardoor wij dat (het verlangde) vereren in plaats van dat wat Hij zei.

Dit is een van de redenen waarom Paulus in 1 Corinthiërs 10 laat zien, dat zich achter de afgod een demon verschuilt. Daarom zei God dat Israël het sabbatsgebod overtrad, omdat hun hart zich richtte op hun afgoden (net als Adam en Eva).

Jacobus 1:13-16 Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 14 Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. 15 Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. 16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders.

We lezen deze verzen opnieuw, weer uit Het Boek.

Jacobus 1:13-16 (Het Boek) Maar als u moeite hebt om de zonde het hoofd te bieden, moet u niet zeggen dat God u in de verleiding brengt. God heeft nooit de neiging iets slechts te doen en Hij brengt niemand in verleiding. 14 Het zijn uw eigen slechte verlangens die u in verleiding brengen. 15 Die slechte verlangens brengen u tot slechte daden; en de straf die u daar tenslotte voor krijgt, is de dood. 16 Broeders, verlaat dus nooit de weg van God.

Er ontstaat een verlangen de sabbat op een manier te gebruiken die niet overeenkomt met de eenvoudige richtlijnen van God. De verleiding, misschien gedeeltelijk gemotiveerd door een demon, ontstaat en ons hart zal zich daardoor laten leiden in plaats van door de eenvoudige richtlijnen van God. (Net zoals bij Adam en Eva.) Het is niet zo gecompliceerd. We gaan naar 1 Corinthiërs, hoofdstuk 10. We lezen dit door zonder al te veel uitleg.

1 Corinthiërs 10:6-10 Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden. 7 Wordt ook geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zette zich neder om te eten en te drinken, en zij stonden op om te dansen. 8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend. 9 En laten wij de Here niet verzoeken, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de slangen. 10 En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel.

1 Corinthiërs 10:13-14 Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt. 14 Daarom dan, mijn geliefden, ontvlucht de afgoderij!

1 Corinthiërs 10:20-21 Integendeel, dat hun offeren een offeren is aan boze geesten en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt met de boze geesten. 21 Gij kunt niet de beker des Heren drinken èn de beker der boze geesten, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben èn aan de tafel der boze geesten.

Als wij de context waarin dit staat begrijpen, dan is afgodendienst verbonden aan elk van de volgende zonden: begeerte, valse religie, hoererij, ontucht, het verzoeken van Christus en morren. Het is heel wel mogelijk dat wij niet meteen denken dat afgoderij direct verbonden is met het overtreden van het sabbatsgebod.

We gaan een paar verzen lezen uit Ezechiël.

Ezechiël 2:3, 6 Hij zeide tot mij: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, de opstandige volken die tegen Mij in opstand gekomen zijn; zij en hun vaderen zijn van Mij afgevallen tot op deze eigen dag. ... 6 En gij, mensenkind, wees niet bevreesd voor hen noch voor hun woorden, al groeien er netels en doornen bij u en al woont gij bij schorpioenen; wees niet bevreesd voor hun woorden noch beangst voor hun blik, want zij zijn een weerspannig geslacht.

Ezechiël 3:1, 7 Hij zeide tot mij: Mensenkind, eet wat gij hier voor u ziet; eet deze rol en ga heen, spreek tot het huis Israëls. ... 7 Maar het huis Israëls zal naar u niet willen luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren, want het gehele huis Israëls heeft een hard voorhoofd en een stug hart.

Ik denk dat de meesten van ons enigszins bekend zijn met de achtergrond van Ezechiël, maar ik wil er toch nog kort op terugblikken. Het boek Ezechiël is gericht tot het huis Israëls. Dat is hoofdzakelijk de reden waarom ik deze verzen juist hier lees. Het is duidelijk gericht tot het huis Israëls. Juda is inbegrepen in het geheel van Israël. Maar de context van het boek in zijn geheel is hoofdzakelijk gericht tot Israël dat zich reeds in ballingschap bevond. Israël en Juda gingen op verschillende tijdstippen in ballingschap. Juda ging honderdtwintig jaar later dan Israël in ballingschap. Maar de boodschap hier in Ezechiël werd geschreven terwijl DE OORZAAK van de ballingschap nog steeds aanwezig was. We zagen (in Ezechiël 20) WAT DE OORZAAK was van deze ballingschap. Dat was afgodendienst en overtreding van het sabbatsgebod. DE OORZAAK van de ballingschap van Israël en Juda op de verschillende tijdstippen was nog steeds actueel!

Aangezien Juda honderdtwintig jaar later in ballingschap ging dan Israël (en Ezechiël een Jood in ballingschap was, samen met de Joden), heeft de boodschap van Ezechiël het huis Israëls nooit bereikt! Daarom is waar wij naar kijken in het boek Ezechiël, een opsomming — door God, via Ezechiël — op drie niveaus: (1) van wat reeds geschiedenis was, zelfs in de tijd van Ezechiël; (2) van wat er gebeurde op het moment dat Ezechiël deze boodschap schreef; (3) van wat geprofeteerd is en nog moet plaatsvinden, zelfs nu nog op dit moment.

Ik wil nog even doorgaan op het aspect van de afgodendienst in Ezechiël, omdat dat de oorzaak was van hun ballingschap. Ten tijde dat Ezechiël schreef was dat aan de orde. Dat is ook wat geprofeteerd staat te gebeuren in onze tijd. Dus ga ik verder in op het aspect van de afgodendienst, want ik wil dat wij inzien hoe groot het aandeel was, dat afgodendienst speelde in hetgeen God Israël voorhield in de hoofdstukken voorafgaande aan Ezechiël 20 — wat natuurlijk te maken heeft met de sabbat.

Kijken wij in Strongs concordantie, dan zien we, dat het woord "afgod" (of "afgoden") nog vóór hoofdstuk 20, vers 16, negentien keer in Ezechiël voorkomt. Daaraan toegevoegd duidt de context ook diverse andere keren op "afgoden" of "afgodendienst". Sommige Bijbelvertalingen voegen het woord "afgod" of "afgodendienst" toe, terwijl het woord niet letterlijk in het Hebreeuws staat voorkomt, omdat het heel duidelijk is wat God bedoelt. We zullen een paar verzen uit Het Boek lezen , omdat het daar zo duidelijk en helder is beschreven.

Ezechiël 5:1-2 (Het Boek) Mensenzoon, neem een scherp zwaard en gebruik het als scheermes om het haar van uw hoofd en uw baard af te scheren. Verdeel daarna het haar met behulp van een weegschaal in drie gelijke delen. 2 Wanneer de belegering van de stad bijna ten einde is, moet u een derde van het haar midden op uw plattegrond van Jeruzalem verbranden. Verspreid het tweede deel over uw plattegrond en sla vervolgens met uw zwaard de kleitafel in stukken. Het laatste deel moet u door de wind laten wegblazen, want Ik zal mijn volk met het zwaard achtervolgen.

Hebt u gezien wat God in het laatste vers zei? "Ik zal achtervolgen." Dat is nog toekomst! Het gebeurt nu met de kerk, omdat wij HET ISRAËL GODS zijn en Ezechiël voor ons is geschreven. Laat dat goed doordringen. Doen we dat niet, dan maakt het niet die indruk op ons die nodig is om ons te bekeren en berouw te doen hebben. "Ik ZAL Mijn volk met het zwaard achtervolgen." Tot op heden zijn we nog niet met het zwaard achtervolgd, maar we zijn al wel verstrooid. Dit is interessant, omdat — zelfs in de context van het boek Ezechiël — Israël en Juda reeds verstrooid waren. Het is dus nog toekomst.

Ezechiël 5:11a (Het Boek) Want dit verzeker Ik u: Omdat u mijn tempel hebt verontreinigd met afgodsbeelden ..."

Gelooft iemand van ons dat "de tempel" niet een symbool is van de kerk, van Gods heiligdom, "het heilige der heiligen" in wie Hij werkelijk woont?

Ezechiël 5:11b (Het Boek) Omdat u mijn tempel hebt verontreinigd met afgodsbeelden en goddeloze praktijken, zal Ik u niet sparen noch medelijden met u hebben.

Vervolgens is er sprake van verschrikkelijke straffen die er aan zitten te komen. En natuurlijk zijn de straffen die de natie zullen treffen veel zwaarder dan degene die op de kerk zullen neerkomen.

Ezechiël 6:1-3 (Het Boek) Opnieuw kwam er een boodschap van de Here: 2 "Mensenzoon, kijk naar de bergen van Israël en profeteer tegen hen. 3 Zeg tegen hen: O bergen van Israël, luister naar de boodschap van de Oppermachtige Here voor u en voor de rivieren en de dalen: Ik, de Here, zal oorlog over u brengen en uw afgoden vernietigen.

Ezechiël 6:4-7, 9, 13 (Het Boek) Uw heidense altaren zullen worden verwoest en uw wierookbranders verbrijzeld. Uw mensen zal Ik voor uw afgodsbeelden afslachten en hun lijken daar laten liggen. Hun beenderen zullen rond uw altaren worden gestrooid. 6 Overal waar u woont, zullen de steden worden verwoest en de offerplaatsen worden vernietigd, zodat uw altaren verlaten zullen zijn, uw afgodsbeelden in stukken en uw reukwerkbranders kapot zullen zijn. 7 Doden zullen er onder u vallen, zodat u zult erkennen dat Ik de Here ben. ... 9 En zij, die onder de volken zijn verbannen, zullen aan Mij terugdenken en zich herinneren hoe zij met hun overspelige harten en hun liefde voor afgoden Mij hebben bedroefd. Dan zullen zij zich schamen over het kwaad dat zij hebben bedreven en over hun weerzinwekkende gedrag. ... 13 Als hun doden verspreid liggen tussen de altaren en afgodsbeelden op de heuvels en bergen en onder alle groene bomen waar zij reukwerk aan hun afgoden offerden, dan zullen zij beseffen dat alleen Ik de Here ben.

Ezechiël 8:3 (Het Boek) De gestalte stak iets uit dat op een hand leek en pakte mij bij mijn haren. En de Geest tilde mij op in de lucht en bracht mij naar Jeruzalem, naar de ingang van de noordelijke poort waar het grote afgodsbeeld stond dat zoveel ergernis opwekt.

"Jeruzalem" is ook een symbool, een codenaam, voor de kerk. Daarom gebruikt God "Jeruzalem", "tempel" en "Mijn huis" om er zeker van te zijn dat wij begrijpen waar het om gaat.

Ezechiël 8:10 (Het Boek) Ik ging naar binnen. De muren waren versierd met afbeeldingen van allerlei slangen, hagedissen en andere weerzinwekkende dieren. Ook waren er afbeeldingen van alle afgoden die de Israëlieten vereerden.

We zien allerlei afgodendienst. We gaan naar vers 15. God zegt: "Ik zal u zelfs nog iets ergers laten zien."

Ezechiël 8:15-16 (Het Boek) "Hebt u dit gezien?" vroeg Hij. "Maar Ik zal u nog grotere gruwelen laten zien!" 16 Toen bracht Hij mij in de binnenste tempelhof en daar bij de deur, tussen de voorhal en het koperen altaar, stonden ongeveer 25 mannen met hun rug naar de tempel van de Here en met hun gezicht naar het oosten gekeerd de zon te aanbidden!

Impliceert dat zondagsviering? Mogelijk. Ik ben er zeker van dat God duidt op afgodendienst die in de tempel, in de kerk, plaatsvindt. Zij hebben de kerk — de woonplaats van God — hun rug toegekeerd en aanbidden de zon.

Ezechiël 9:4-5a (Het Boek) En de Here zei tegen de man met de schrijverskoker: "Ga door de straten van Jeruzalem en zet een teken op de voorhoofden van de mensen die huilen en zuchten om alle zonden die zij om zich heen zien." 5 Tegen de andere mannen hoorde ik de Here zeggen: "Loop achter hem aan door de stad en dood ieder die geen teken op het voorhoofd heeft.

Neem goede notitie van wat hier staat. Dit zou ons moeten doen huiveren als dit inderdaad van toepassing is op de kerk.

Ezechiël 9:6a (Het Boek) Dood hen allemaal: Oud en jong, meisjes, vrouwen en kleine kinderen."

Soms, gemeente, kunnen we zo zelfgenoegzaam zijn, dat wij absoluut zeker zijn van onze opname in de plaats van veiligheid. God heeft ons lief. En omdat Hij ons liefheeft, dient Hij ons ook op een faire, gelijke, rechtvaardige manier te behandelen. Zijn liefde is een "harde liefde." Zou Hij ons niet liefhebben, dan zou Hij ons niet straffen. Maar juist omdat Hij ons liefheeft, moet Hij ons wel straffen om Zichzelf als God niet te verloochenen. Hij geniet daar niet van. Hij heeft er een doel mee: ons tot bekering te brengen; er verzekerd van te zijn dat wij in Zijn koninkrijk zullen zijn; er verzekerd van te zijn, dat wij de geweldige roeping die Hij ons gegeven heeft, serieus nemen.

Ezechiël 9:6b (Het Boek) "Begin hier maar, bij mij heiligdom!" En zo begonnen zij met de leiders te doden.

Dat zijn de dienaren. Wij dragen de grootste verantwoordelijkheid. Doe ik mijn taak als wachter — in liefde waarschuwen — niet, dan kleeft uw bloed aan mijn handen. Wij moeten dat wat in de Bijbel geschreven is, toepassen. Past de schoen, dan dienen we hem aan te trekken. Ik durf te beweren dat wat we nu zien — het feit dat we verstrooid zijn — een zeer goede indicatie is dat Hij iets tegen ons heeft. Dat "iets" is: WIJ NEMEN HEM NIET SERIEUS GENOEG.

Soms denken wij dat God een spelletje met ons speelt en dat wij dat ook kunnen doen. Toch leren we, denk ik, dat Hij serieus is, dat Hij het absoluut niet accepteert dat wij een spelletje spelen met de roeping die Hij ons gegeven heeft. KAN ER IETS GROTERS GEGEVEN WORDEN aan een mens, dan te weten wat wij weten en Zijn Heilige Geest te bezitten? Ik denk van niet, gemeente.

Ezechiël 14:1-7a (Het Boek) Enkele leiders van Israël kwamen mij bezoeken en zij gingen zitten. 2 Toen kreeg ik een boodschap van de Here, die ik aan hen moest doorgeven: 3 "Mensenzoon, in hun hart aanbidden deze mensen afgoden die hen voortdurend voor ogen staan; moet Ik toestaan dat zij Mij iets vragen? 4 Vertel hun dat de Oppermachtige Here zegt: Ik, de Here, zal een persoonlijk antwoord geven dat past bij deze grote zonde van de afgoderij. 5 Want Ik zal hen die zich van Mij naar de afgoden keren, in hun hart treffen. 6 Waarschuw hen daarom, dat de Oppermachtige Here zegt: Bekeer u van de verering van afgoden. Zondig niet meer door hen in uw hart te aanbidden. 7 Ik, de Here, zal persoonlijk iedereen straffen —iedere Israëliet en buitenlander die bij u woont- die afgoden kiest boven Mij en vervolgens naar een profeet gaat ...

Weet u wat een profeet is? Niets anders dan een prediker. Dat is alles. (Iemand die onder inspiratie spreekt.)

Ezechiël 14:7b-8 (Het Boek) ... en vervolgens naar een profeet gaat om mijn hulp en raad te vragen. 8 Ik zal Mij tegen hem keren en hem tot een afschrikwekkend voorbeeld maken door hem uit het midden van het volk weg te vagen. Dan zult u weten dat Ik de Here ben.

Ontnuchterend, niet? Deze hoofdstukken zijn een inleiding tot Ezechiël 20, waar hij van afgodendienst overgaat naar overtreding van het sabbatsgebod, als de oorzaak van het in ballingschap gaan van Israël en Juda. Is de sabbat vanuit Gods gezichtspunt belangrijk? Hij schijnt er wel zo over te denken! De basis van de zonde van het overtreden van het sabbatsgebod is afgodendienst. Dat is niet zo uitzonderlijk want in het algemeen ligt afgodendienst aan de basis van alle zonde.

We gaan naar Richteren, hoofdstuk 21, vers 25. Dit is de tijd die de meest wetteloze en tot verdeeldheid leidende periode in de geschiedenis van Israël heet te zijn. Vers 25 is een korte samenvatting van waarom het op die manier ging.

Richteren 21:25 In die dagen was er geen koning in Israël [In de betekenis van geen stem die met autoriteit sprak — één stem, één leider met autoriteit]; ieder deed wat goed was in zijn ogen.

Niet in Gods ogen, maar wat goed was in eigen ogen.

Spreuken 14:12 is een vers dat ik al zo vaak gehoord heb van Herbert Armstrong, dat ik zeker weet dat ik het nooit zal vergeten. Dit vers vat op een zeer bondige manier de kern van veel van de menselijke problemen samen.

Spreuken 14:12 Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.

Er bestaat maar één einde, maar er zijn vele wegen die naar de dood leiden. Maar het begint met wat de mens in eigen ogen, volgens eigen gedachten, goeddunkt. Maar is wat in de ogen van mensen goed is, ook goed volgens God? Daar gaat het om. Daar gaat het ook om ten aanzien van de sabbat. Ik denk dat ik heel sterk sta, als ik beweer dat het sabbatsgebod (het vierde gebod) het gebod van "de koninklijke wet" is, dat door het merendeel van de mensheid beschouwd wordt als het minst belangrijke. Het wordt door bijna iedereen verworpen.

De mens heeft "vele wegen", maar zij eindigen allemaal in de dood. Aan de basis van die "vele wegen" ligt afgodendienst, omdat het de mens zelf is die bepaalt wat goed is, maar niet goed volgens God.

Jesaja 58:13-14 INDIEN gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, 14 DAN zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Heren heeft het gesproken.

[Noot van de vertaler: John leest deze verzen omdat er in het Engels qua woordkeuze een duidelijke aansluiting ligt met Spreuken 14:12. Deze ontbreekt in het Nederlands. De eerste drie vetgedrukte woordgroepen zijn in het Engels als volgt:
- uw gewone bezigheden: uw eigen wegen
- uw zaken: uw eigen genoegens
- ijdele taal: uw eigen woorden
Daar wordt dus driemaal "uw eigen" herhaalt, een duidelijke aansluiting met de "eigen weg" uit Spreuken 14:12.]

De sabbat dient gebruikt te worden voor het zoeken en uitvoeren van Gods wil.

Gemeente, ik heb nooit een gemeente gediend zoals DE KERK VAN DE GROTE GOD. Hiervoor ben ik altijd pastor geweest van plaatselijke gemeenten. In één opzicht zijn we met elkaar (door telefooncommunicatie) verbonden tot één enkele gemeente. Met dit verschil dat DE KERK VAN DE GROTE GOD mensen vanuit het hele land en ook internationaal heeft getrokken.

Eén van de dingen waarover ik verbaasd ben is, dat heel wat mensen mij hebben verteld dat hun pastor (in WERELDWIJD) zelden of nooit preekte over de sabbat. Gebeurde dat wel, dan was het slechts een enkele preek, die niet erg diep ging.

Oppervlakkig bezien schijnt de sabbat uitsluitend bestemd te zijn voor rust, als een onderbreking van fysieke arbeid. Natuurlijk speelt rusten een rol bij het houden van de sabbat, maar het centrale doel is het ontwikkelen van en bouwen aan onze relatie met God; daar dienen onze intenties op gericht te zijn in de besteding van deze dag. Dat is vele malen belangrijker dan ophouden met werken! Het ophouden met werken maakt slechts de tijd vrij om te doen wat belangrijker is en dat is de ontwikkeling van de relatie met God. Het centrale doel in het onderbreken van onze normale routine is het leren kennen van God. Hem kennen (zei Jezus) is eeuwig leven. Wilt u eeuwig leven? Leer dan God kennen. Daar is de sabbat voor.

De sabbat is een wekelijks en soms jaarlijks vastgestelde tijd die aan God gewijd dient te zijn, opdat de relatie met Hem niet in de drukte van het leven verloren gaat. Wordt die dag op een juiste manier ingevuld, dan heeft niemand een excuus voor het niet "kennen" van God. Nadat een persoon geroepen is, dient een zevende deel — niet een tiende deel (zoals in het tiendensysteem) — een zevende deel van de tijd van iemands leven, plus daarbij de heilige dagen, te worden gewijd aan het zoeken van God. Hebben we het over een zevende deel, dan is dat een minimum, want in principe dient er iedere dag tijd voor te worden uitgetrokken. Dan zijn er nog Gods heilige dagen, zoals het Loofhuttenfeest, dat (inclusief de Laatste Grote Dag) acht dagen duurt. Als we dit allemaal bij elkaar optellen, dan komen we erop uit dat ongeveer een zesde tot een vijfde deel van onze tijd besteed moet worden aan het leren "kennen" van God. Hoe dan ook is één dag per week een minimum!

Het centrale doel voor het onderbreken van onze normale routine is dus het leren kennen van God. Het zijn de wekelijks (en soms jaarlijks) vastgestelde tijden die aan Hem gewijd dienen te worden, opdat de relatie met Hem niet in de drukte van het leven verloren gaat. Het juiste gebruik van deze dag - in onze omgang met Hem - brengt werkelijke, geestelijke rust en verfrissing tot stand.

We gaan naar Jesaja, hoofdstuk 40. Dit kunnen we direct verbinden met Jesaja 58, vers 14. Als wij de sabbatdag op de juiste manier invullen, DAN (zegt Hij) "zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde". Verbind dit aan wat staat in:

Jesaja 40:28-29 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden. 29 Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert hij sterkte.

Bent u moe als de sabbat zich aandient? Als onze relatie met God goed is, dan is het een dag die nieuwe energie geeft! Niet de fysieke rust geeft het grootste krachtenherstel, maar de relatie met God, het zoeken van Hem. Van Hem gaat kracht uit, omdat wij dan in Zijn nabijheid zijn!

Stel nu dat wij op de sabbat met onze gedachten ergens anders zijn, waar is dan ons contact met God, waardoor er kracht van Hem naar ons kan stromen? Daarop dient u voor uzelf te antwoorden. Stel, jongens en meisjes, mannen en vrouwen, dat u met iemand uitgaat en deze persoon aan van alles en nog wat aandacht schenkt behalve aan u, is dat aangenaam? Zou u het fijn vinden met zo'n persoon samen te zijn? Zou u die persoon graag iets geven, dat u in staat bent om te geven? Het principe is zeer eenvoudig, nietwaar?

Iedere sabbatdag heeft God een afspraak met ons en, gemeente, Hij bezit al het "goede" waarop wij ooit zouden kunnen hopen. "Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob." God geneest. Hij geeft energie en vitaliteit. Hij is de bron van alles.

Jesaja 40:30-31 Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, 31 maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Wilt u het geheim van een vitaal leven weten? Dat wordt in deze verzen duidelijk gemaakt! Het komt voort uit de relatie met Hem! Dat is geweldig. We gaan naar Psalm 84:6-12. Eerst lezen we deze verzen uit de NBG en vervolgens uit Het Boek.

Psalm 84:6-13 (NBG) Welzalig de mensen wier sterkte in U is, in wier hart de gebaande wegen zijn [duidend op Gods wegen]. 7 Als zij trekken door een dal van balsemstruiken [dit zal zo meteen duidelijk worden], maken zij het tot een oord van bronnen; ook hult de vroege regen het in zegeningen. 8 Zij [degenen die de Here verwachten] gaan voort van kracht tot kracht en verschijnen voor God in Sion [de kerk]. 9 Here, God der heerscharen, hoor mijn gebed, neem het ter ore, o God van Jakob! sela 10 O God, ons schild, zie en aanschouw het aangezicht van uw gezalfde [tussen twee haakjes, u bent één van de "gezalfden"]. 11 Want één dag [een sabbatdag] in uw voorhoven is beter dan duizend (elders); ik wil liever staan aan de drempel van het huis mijns Gods dan verblijven in de tenten der goddeloosheid. 12 Want de Here God is een zon en schild, de Here geeft genade en ere; het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen. 13 Here der heerscharen, welzalig de mens die op U vertrouwt.

Dit staat in wat andere bewoording, maar in feite zegt het precies hetzelfde als hetgeen we in Jesaja 40, vanaf vers 28, hebben gelezen.

Psalm 84:6-13 (Het Boek) Gelukkig zijn de mensen die Uw kracht kennen en ervaren; zij weten hoe zij op Uw weg moeten blijven. 7 Wanneer zij in hun leven door een donker dal gaan [moeilijke tijden, droefheid], ontspringen daar opeens allemaal bronnen. Problemen veranderen in zegeningen. 8 Zij leven door Uw kracht en worden altijd door U beschermd. Zij ontmoeten God in Sion, waar Hij woont. 9 Och Here, God van de hemelse legers, luister toch naar mijn gebed. Luister goed naar mij, God van Jakob. 10 God, U beschermt ons. Kijk naar de man, die U hebt uitgekozen. 11 Ik ben liever maar heel kort bij U, dan jarenlang in een omgeving waar men U niet kent. Ik heb liever de minste plaats in Uw huis dan een ereplaats in een huis waar men met U spot. 12 God de Here is het licht in mijn leven. Hij beschermt mij altijd. Hij schenkt vergeving en herstelt ons in ere [dat zijn "gaven"]. Mensen die volkomen naar Zijn wil leven, worden rijk door Hem gezegend. 13 Here van de hemelse legers, gelukkig is hij die zijn vertrouwen op U stelt.

In Psalm 127, vers 2, staat: "Hij geeft het Zijn beminden in de slaap." Hij geeft rust. Hij stuurt onze gedachtengang als wij op Hem vertrouwen, daarbij wetend dat wij beproevingen hebben te verduren, dat we met verleidingen te maken hebben, maar daarbij ook beseffend, dat wij de overwinning zullen behalen ALS wij Hem verwachten en Hem getrouw dienen. Hoe verfrissend is dat toch! Hij neemt onze lasten weg (waar andere mensen niet vrij van kunnen komen) — door ons vertrouwen in Hem te versterken.

Ik vrees dat wij de verkeerde nadruk op de sabbat leggen. Wij hebben de neiging er naar te kijken als een dag waarop we bepaalde dingen niet kunnen doen, in plaats van als de dag waarop we dingen kunnen doen die bevrijdend werken! Werkelijk verfrissende dingen, waar we op andere dagen niet zoveel tijd aan kunnen besteden. God is onze Verlosser. Hij is onze Bevrijder. Ware rust en verfrissing ontstaat door omgang met Hem.

Ik zie dat mijn tijd voor vandaag op is. We hebben in ieder geval weer een deel afgesloten van het in de juiste context plaatsen van de sabbat. De volgende keer [zo God wil] zullen we met dit onderwerp verdergaan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)