Gods voorzienigheid (Deel 3)

Door John W. Ritenbaugh
9 januari 1999

Samenvatting: (toon)

In dit derde deel in de serie over Gods voorzienigheid herhaalt John Ritenbaugh dat er voor de geroepenen niets in een vacuüm gebeurt en dat "tijd en toeval" voor hen niet langer gelden. Als een vooruitkijkende, verantwoordelijke ouder beperkt God de vrije wil om Zijn kinderen voor pijn te behoeden. Door Zijn vooruitkijken en voorzienigheid voorziet God in de perfecte timing voor datgene dat Hij tot stand wil brengen. Wij moeten geloof toepassen in het besef dat de timing voor ons goed zal zijn, waardoor we in staat worden gesteld Zijn voorzienigheid en beslissingen jegens ons zonder vrees en angst te aanvaarden. We moeten op basis van het voorbeeld van onze voorvader Jakob beseffen dat we door manipulatie, bedrog en twisten niet de overhand op de almachtige God zullen verwerven. Als Israël correct wordt vertaald, betekent het "God heeft de overhand".


Dit is de derde preek in de serie over "Gods voorzienigheid". Om ons geheugen op te frissen met iets bekends beginnen we met het lezen van Romeinen 8, vers 28.

Romeinen 8:28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

Het sleutelwoord hier, in het kader van deze serie preken, is het woord "alle", omdat het leven niet alleen maar uit zegeningen bestaat. In feite zijn er waarschijnlijk meer minder goede tijden of zelfs slechte tijden dan goede tijden. Sommigen van ons zullen dat onderschrijven, maar we moeten gaan begrijpen dat God met ons is, zowel in het goede als in het slechte. Daarnaast moeten we ook begrijpen dat Hij inderdaad Degene kan zijn Die de situaties die we "slecht" noemen, tot stand heeft gebracht.

Als Hij ze tot stand heeft gebracht en als Hij bij ons betrokken is, kan ik niet inzien dat we ze "slecht" noemen. Het is alleen maar pijnlijk en moeilijk om doorheen te gaan. Omdat ons geloof zwak is, denken we dat het mogelijk een vloek is.

Ik wil nu opnieuw naar Genesis 28 gaan. De vorige preek in deze serie hebben we grotendeels aan dat hoofdstuk besteed. Dat bleek het vertrekpunt voor die preek te zijn, maar ik wil deze preek opnieuw beginnen met het doornemen van de verzen 13 tot 15.

Genesis 28:13-15 En zie, de HERE stond bovenaan [de ladder die Jakob in zijn droom zag] en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. 14 En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. 15 En zie, Ik ben met u [hier komt het belangrijke deel voor ons] en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.

In de vorige preek hebben we ons bijna volledig gericht op één gebeurtenis in het leven van Jakob en Jozef. God verscheen hier aan Jakob in Bethel toen hij op de vlucht was voor Esau en Hij beloofde hem duidelijk diverse dingen, dezelfde dingen die Hij vóór hem aan Abraham en Isaak had beloofd.

Voor Jakob voegde Hij daar aan toe: "Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land." Dit land wordt het fysieke type van het Koninkrijk van God. Daar begint voor ons de toepassing van deze belofte. Het woord "behoeden" duidt ook op bescherming, bewaring en voorzien in.

Jakob was, evenals wij, behept met de menselijke natuur en hij werd door de drukke bezigheden van het leven afgeleid. Van tijd tot tijd raakte hij zijn visie kwijt en werd zijn geloof zwakker. Eén beproeving in het bijzonder was buitengewoon moeilijk voor hem. Deze was bitter. Deze bestond uit een bittere omstandigheid die moeilijk te aanvaarden was zonder in zijn verdriet op te gaan; dat was natuurlijk de periode waarin Jozef in slavernij werd verkocht. Blijkbaar was, voor zover het Jakob betrof, Jozef dood.

Wij weten natuurlijk dat Jozef niet dood was. In Genesis 45 lezen we dat Jozef zich openbaarde aan zijn broers.

Genesis 45:5 Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden.

"God heeft mij voor u uit gezonden." Zien we het belang hiervan in? God bracht dit hele gebeuren tot stand. Hij heeft beslist niet ieder klein stapje in het doen en laten van de broers en hun beslissingen gestuurd, maar God bracht het hele gebeuren tot stand. Deze omstandigheid werd teweeggebracht door dezelfde Schepper Die onze Vader is.

Genesis 45:6-7 Want reeds twee jaren is er hongersnood geweest in dit land en er komen nog vijf jaren, waarin niet geploegd of geoogst zal worden. 7 Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden.

Bedenk dat Jozef het tegen zijn broers heeft, die evenals hij zonen van Jakob zijn, en dat Jakob hier heel nauw mee verbonden is, omdat al zijn zonen ermee verbonden zijn.

Genesis 45:8 Dus zijt gij het niet, die mij hierheen gezonden hebt, maar God; Hij heeft mij gesteld tot Farao's vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte.

Hier zien we dus een soort happy end. Hierin werd door God voorzien om Jakob en Jozef en Juda en alle broers een heel, heel waardevolle les te leren.

Vanuit elke kant bekeken, behalve de geestelijke, leek het op een boze vloek en toch draaide het in feite uit op een geweldige zegen. Het gevolg was, dat er velen van de hongerdood werden gered en dat er vergeving was. De familie verzoende zich met elkaar. De broers werden nu verzoend met hun vader en ook met hun broer Jozef. Daarnaast was het een geweldige stap in Gods grote plan, want zo kwam Israël in Egypte, een grote natie, waar het de volgende honderden jaren verbleef. Daarmee werd de basis gelegd voor de gebeurtenissen waarin Mozes zo'n grote rol speelde. Op zijn beurt voorziet dat ons weer van fysiek vergelijkingsmateriaal voor wat er gebeurt als we geestelijk worden bevrijd vanuit de slavernij aan Satan en de zonde. Een ander gevolg van dit gebeuren is, dat het ook de basis legde voor wat een ronduit verschrikkelijke vloek voor Egypte blijkt te zijn geweest. Egypte werd totaal vernietigd.

Zien we wat hier gebeurt? Het lijkt op een steen die men in een mooie, stille vijver laat vallen. "Ploep" en de rimpels waaieren van dat punt uit zover als ze maar kunnen gaan. Hier begint een principe gestalte te krijgen dat ons heel nederig maakt. Voor iedere ontvangen zegen heeft mogelijk iemand anders duur moeten betalen. Het schijnt ook alsof God op de een of andere manier de zaken weer in evenwicht weet te krijgen, zoals ook met het kwaad dat de broers Jozef aandeden.

Er is nog een les, die net zo belangrijk is voor ons allemaal, iets dat we moeten leren. De gebeurtenissen vinden niet in een vacuüm plaats. In een vacuüm komt niets van elke actie die er plaatsvindt naar buiten, omdat er geen lucht is die de frequentie kan doorgeven. Begrijpen we dat? Er is niets in deze wereld, dat in een vacuüm plaatsvindt: geen enkele gebeurtenis. Er zijn oorzaken en er zijn gevolgen voor onze acties. Ze stralen uit van ons, zoals de rimpelingen in een vijver als er een steen in wordt gegooid.

Voor ons is de belangrijkste overweging in dit opzicht: waar past God binnen de gebeurtenissen van ons leven? Kunnen wij dingen doen en denken in het verlengde waarvan God al niet lang geleden iets heeft gepland, iets in het verlengde van deze originele gebeurtenis die misschien zijn oorsprong wel bij ons heeft?

Denk daar eens over na. Denken we dat Ruth in gedachten had, toen ze aren las op de velden van Boaz, dat zij de moeder van de Messias zou worden? In geen enkel opzicht! Maar vele generaties later kwam uit het geslacht van David de Messias voort. Misschien gaan we in een volgende preek hier wel wat dieper op in.

Wat denken we van Amram en Jochebed? Weten we wie Jochebed was? Dat was de vrouw van Amram. Dat was de moeder van Mozes. Het moet vreselijk moeilijk voor hen zijn geweest om Mozes in de Nijl te zetten. Denk eens aan alle emoties die hiermee gepaard gingen. Zij zetten dat biezen kistje op het water, duwden het de stroom in en zetten daarmee een serie gebeurtenissen in gang die nu nog steeds nawerken. Dat jongetje werd degene door wie de Tien Geboden werden gegeven; misschien was hij wel, met uitzondering van Jezus, de grootste profeet die ooit heeft geleefd. Een kleine baby.

Ziet u wat ik bedoel? Vele generaties later. We weten niet wat de plannen van onze Schepper zijn voor de uitwerking van ons leven. We hebben de verantwoordelijkheid om deze dingen in overweging te nemen, belang te hechten aan wat we doen en te begrijpen dat onze taak om trouw te zijn aan die Schepper heel belangrijk kan zijn.

Gods wil zal desondanks worden volvoerd. In het overzichtsplaatje van de geschiedenis, zijn wij nog niet eens zo groot als een mug op de zijde van een olifant. Maar het feit dat Hij betrokken is in ons leven, maakt ons leven veel belangrijker dan we ons ooit kunnen voorstellen. We weten dat Hij geduldig zal werken om ons zover te krijgen dat we zullen doen wat Hij wil.

Laten we onszelf dan een vraag stellen, die ik in de vorige preek stelde. Van hoe dichtbij bestuurt Hij de gang van zaken in ons leven? Is er bewijs dat Hij op microniveau bestuurt en daarbij in feite onze vrije wil beperkt om datgene tot stand te brengen dat Hij in gedachten heeft? Ik beantwoordde die vraag al in die preek. Hij doet dat zeer zeker. Hij beperkt onze vrije wil evenals goede, wijze, voorzichtige, betrokken ouders dat doen. Zij beperken de vrije wil van hun kinderen om te voorkomen dat ze zich pijn zullen doen en ervoor te zorgen dat hun leven productief, gelukkig en gezegend zal zijn.

God is nog veel voorzichtiger dan wij. Hij zal zeker onze vrije wil beperken om Zijn doeleinden tot stand te brengen. Ik denk dat het dwaas is om iets anders te denken. Hij is zo actief en zo betrokken, dat ik in die preek zei, dat ik geloof dat er voor Zijn kinderen geen "tijd en toeval" bestaat. Voor de wereld: ja, maar voor Zijn kinderen: nee, omdat God te serieus is met betrekking tot Zijn verantwoordelijkheden en Zijn naam. Hij wil dat Zijn familienaam hoog wordt gehouden. Er is geen grotere naam in het gehele universum. Als ouder zal Hij ons niet in de steek laten. Wat Hij begonnen is, zal Hij tot een einde brengen. Hier in Filippenzen 1, vers 6, staat een zeer bemoedigende tekst.

Filippenzen 1:6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus.

Hij zal het voltooien, erop toezien dat Zijn wil zal geschieden.

De preek gaat hier enigszins van richting veranderen. Wij, mensen, hebben de neiging gevoelig te zijn voor rages. We willen de trend van de dag volgen, soms doen we dat ook op het gebied van religie. De moderne rage op het gebied van religie is New Age in zijn diverse variëteiten. Deze zijn toevallig niets meer dan vormen van het oude Griekse gnosticisme, verpakt in een modern jasje.

Vandaag de dag houdt men zich ook erg bezig met engelen. De belangstelling hiervoor is momenteel zo groot dat we daarover een serie TV-show hebben: Touched By An Angel (Aangeraakt door een engel). Er zijn ook films die over engelen gaan. Ik geloof dat er dit jaar al minstens drie films uit zijn gekomen waarin engelen betrokken zijn in de samenhang van de intrige. Tezelfdertijd is er een sterke toename van interesse in demonen en het occulte. Iedere belangrijke krant bevat wel een horoscoop. Zulk soort dingen komen en gaan met de jaren.

Hetzelfde proces werkt in het woordgebruik. Met woorden gebeurt dit meestal wat sneller. Ook zij komen in de mode en raken weer buiten gebruik.

Toen ik een tiener was — dat lijkt wel heel lang geleden — was één van de woorden die we vaak gebruikten "swell", om aan te duiden dat iets voortreffelijk, prima was. "Wasn't that swell?" Je hoeft alleen maar naar een oude Van Johnson film te gaan en ik garandeer u dat Van Johnson tegen June Allison zal zeggen: "Wasn't that swell?" Maar "swell" werd vervangen door "groovy" (aangenaam, uitstekend), dat op zijn beurt weer werd vervangen door "cool". Dingen zijn "cool". Het is mogelijk dat er momenteel weer een ander woord als opvolger in opkomst is. Die drie woorden: swell, groovy en cool, pasten we alle toe op iets waarvan we dachten dat het heel goed, mooi of aangenaam was.

Maar de betekenis van woorden verandert ook. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar het woord "gay". De betekenis daarvan is drastisch veranderd. Wat dan te denken van "voorzienigheid"? Zo'n honderd jaar geleden werd dat woord algemeen gebruikt. Het maakte deel uit van het alledaagse taalgebruik, omdat de mens in die tijd over 't algemeen religieuzer was dan vandaag. Het woord voorzienigheid is echter praktisch verdwenen uit het normale taalgebruik.

In feite komt het Engelse woord "providence" (voorzienigheid) slechts één keer voor in het Nieuwe Testament. Dat is in Handelingen 24:2. [In het Nederlands is dat Handelingen 24:3; daar wordt het woord "beleid" (NBG) gebruikt. (Noot van de vertaler: Mijn Online Bijbel editie kent het hele woord "voorzienigheid" niet.)] Het woord wordt daar niet op God toegepast, maar het staat er wel. Het is een woord dat theologisch te rijk aan betekenis is, om het zomaar uit de taal te laten verdwijnen. Dat is een van de redenen dat ik deze serie preken geef. De mens denkt niet langer meer aan Gods betrokkenheid in het leven zoals voorheen het geval was. Maar we kunnen dat niet zomaar laten verdwijnen. Het woord dat zij gebruikten om Gods betrokkenheid in hun leven aan te duiden was "voorzienigheid". Echter zelfs toen het algemeen in zwang was, werd het bijna alleen gebruikt voor die dingen die de mens als goed, als een zegen, beschouwde. Maar wat ik u laat zien is, dat de Bijbel zowel de goede als de slechte gebeurtenissen in ons leven toeschrijft aan God, aan Zijn voorzienigheid. Godzelf werd in die tijd aangeduid als de "goddelijke voorzienigheid" om het nog specifieker te maken, zodat anderen het zouden begrijpen.

Het woord "beleid" dat in Handelingen 24:3 wordt gebruikt, is Strongs nummer 4307. Het is pronoia en het betekent "voorzien". Het is afgeleid van nummer 4306, pronoeo. Dat woord betekent "van te voren in overweging nemen." Het betekent dus "van te voren vooruit kijken".

Voor dit "van te voren vooruit kijken", of dit "van te voren in overweging nemen", bestaan twee parallele toepassingen. De ene is in het onderhoud van anderen voorzien. Met andere woorden een ouder kijkt vooruit, of neemt een en ander van te voren in overweging, voor zijn of haar kinderen. De tweede toepassing is behoedzaam zijn voor jezelf. Met andere woorden in plaats van bezig te zijn met het welzijn van iemand anders, is iemand bezig met zijn eigen welzijn. Daar is niets mis mee. God doet dat ook. God doet beide. Zijn betrokkenheid is voor Zijn eigen welzijn, het welzijn van Zijn doel.

Het woord providentie (voorzienigheid) komt uit het Latijn. Het voorvoegsel pro kan twee dingen betekenen. Ten eerste "voor", in de betekenis van "aan de kant van", zoals we kunnen zeggen: "Ik ben voor abortus" of tegengesteld "Ik ben voor het leven." Dus "Ik sta aan de kant van de dood," of "Ik sta aan de kant van het leven." De tweede betekenis is ook "voor", maar dan in de betekenis van "voorafgaand". Het basiswoord [van providentie] is videre, hetgeen zien betekent. Zo beschouwt betekent providentie "vooraf gaan zien", of "van te voren zien". Videre is ook de oorsprong van het woord visie. In tele-visie betekent het voorvoegsel tele "ver", dus televisie betekent van ver zien. Videre is ook de oorsprong van video, iets wat je ziet.

We kunnen in de verleiding komen om te concluderen dat voorzienigheid alleen maar van doen heeft met vooruitzien of van te voren weten. Maar ik wil u waarschuwen dat voorzienigheid niet slechts een synoniem is van vooruitzien of van te voren weten. Het heeft veel van doen met waarin God voorziet en met het tijdstip waarop Hij dat doet. Voorzien is afgeleid van hetzelfde basiswoord als voorzienigheid. Het voorzien van God voor Zijn volk omvat in zijn brede betekenis ook het punt van vooruitzien. Het heeft dus zowel te doen met het voorzien in ons onderhoud als het behoedzaam handelen in samenhang met Zijn totale doel.

Als u op de spoorrails staat en er komt een trein op u af snellen met een snelheid van meer dan 150 km per uur, wat doet u dan? U gebruikt uw vermogen tot vooruitzien en neemt voorzorgsmaatregelen. U ziet het van te voren, voordat de trein u verpletterd, u neemt voorzorgsmaatregelen, u bent behoedzaam voor uzelf, u gaat van de rails af. U ziet dus, dat u iets doet. U ziet, voorziet, voordat iets werkelijk gebeurt. In dit voorbeeld zijn de tijd en de handeling onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De mens voorziet ook van te voren in de verdeling van zijn rijkdom. Het tijdstip? Voor zijn dood. Hij weet van te voren dat hij zal sterven, dus kiest hij de juiste tijd, zodat hij na zijn dood in staat is te zorgen dat het geld, het bezit of wat het ook maar moge wezen, terecht komt bij degene die hij wil. Wat doet hij dus? Hij stelt een testament op waarin dat geregeld wordt.

Als u hoort dat er een zware storm aan komt, neemt u de nodige voorzorgsmaatregelen en u voorziet in wat extra voedselvoorraad. Daar zijn zowel het vooruitzien als de handeling bij betrokken. Er is het zien en er is ook waarin u voorziet. Voor God geldt hetzelfde. Hij ziet van te voren en dan voorziet Hij in wat nodig is. Beide aspecten zijn erbij betrokken. Het voorzien komt op de tijd die Hij het beste acht in het kader van het doel waar Hij naar toe werkt. Dat kan totaal niets van doen hebben met de manier waarop wij er tegen aan kijken.

Is er een beter voorbeeld dan wat Jozefs broers hem aandeden? Ze dachten niet na over wat ze deden toen ze hem in de put gooiden en verkochten. God had echter al uitgemaakt wat Hij zou gaan doen; dus Hij voorzag, keek vooruit. Het tijdstip waarop het gebeurde, lag echter lang voordat duidelijk werd wat eruit zou voortvloeien. In relatie tot God heeft voorzienigheid altijd de betekenis van vooruitzien, maar er ligt ook altijd evenveel nadruk op de betekenis van voorzien, datgene waarin wordt voorzien.

Laten we nu Mattheüs 6:25 gaan lezen. Het woord "daarom", waar het vers mee begint, laat in feite zien dat er een conclusie volgt. De conclusie is in relatie met de gedachte in vers 24: "U kunt niet God dienen en Mammon." Dat moeten we begrijpen. Dat moet functioneren in ons leven. We moeten tussen beide kiezen. Maar als we ervoor kiezen God te dienen, dan kan daar de zorg uit voortvloeien dat we onvoldoende geld zullen hebben om voor onszelf te zorgen.

Mattheüs 6:25 Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten [of drinken], of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?

Zien we hoe Jezus ons denken in een bepaalde richting stuurt? Hij zegt: "Denk niet aan jezelf. Begin toch te begrijpen, dat God in de hemel is, dat Hij kan vooruitkijken en dat Hij zal voorzien, omdat je een kind van God bent." De timing daarvan zal volmaakt zijn afgestemd op wat Hij tot stand wil brengen. Ziet u, wij moeten geloof hebben dat de timing juist zal zijn, dat we kunnen accepteren waarin Hij ook maar zal voorzien en dat zonder ons bezorgd te maken.

Dit gedeelte hier in Mattheüs 6:24-34 is, zoals ik al eerder zei, een les voor onze voorzienigheid, Gods voorzienigheid en onze verantwoordelijkheid Hem te vertrouwen dat Hij inderdaad zal voorzien.

Voor we verder gaan, moeten we begrijpen dat Gods voorzienigheid ons in geen enkel opzicht ontheft van onze eigen verantwoordelijkheid om voor ons dagelijks brood te werken, om vooruit te kijken en ons voor te bereiden om ongemakken, pijn, rampen, onheil en zelfs de dood te voorkomen. Dit helpt ons te begrijpen waarom David bad, toen de baby op sterven lag. Hij bleef niet lijdzaam toekijken. Hij vastte en bad zeven dagen lang, liggend op zijn buik, een beroep doend op God, smekend om een ingrijpen. Toen God uiteindelijk duidelijk "nee" zei door de baby te laten sterven, stond David op, er volledig van overtuigd dat hij had gedaan wat hij kon, en accepteerde hij waarin God voorzag. In dit geval voorzag God in de dood.

Het was misschien niet gemakkelijk te aanvaarden, maar David had een hart dat Gods wil accepteerde. Daardoor stond hij zo hoog aangeschreven bij God. God handelde en toen David Gods wil begreep, aanvaardde hij die.

Zolang de baby op sterven lag, bad David. God laat hier zien, dat in de tijd die ligt tussen Zijn vooruitkijken en het feitelijke voorzien, we niet in alle rust op ons achterste moeten blijven zitten. We doen iets, maar zonder bezorgdheid. Daar ligt het probleem, want bezorgdheid vernietigt geloof. Bezorgdheid maakt iemand onbruikbaar. Zo iemand zal niets doen. Gods doel wordt daardoor helemaal geblokkeerd. Dit principe wordt in Spreuken 22:3 onder woorden gebracht.

Spreuken 22:3a De schrandere ziet het onheil en bergt zich, ...

Hij ziet het onheil. Hier wordt vooruitgekeken. Hij verbergt zich. Dat is waarin hij voorziet. Dat is behoedzaamheid. Wat David deed was behoedzaamheid. Hij zag de kwade mogelijkheid van de dood, maar hij deed wat behoedzaam was. Hij bad met geheel zijn hart.

Spreuken 22:3b ..., maar de onverstandigen gaan hun gang en moeten boeten.

De onverstandigen gaan hun gang. [Ze doen niets.] Zij moeten boeten. [Ze ontvangen pijn.] Dit brengt het principe duidelijk onder woorden.

Binnen dit gehele proces kunnen we ook de vrije wil zien werken, omdat we niet altijd het juiste zullen doen. David deed wat juist was. Wij doen niet altijd wat juist is. Maar terwijl dat gebeurt, staat God niet aan de kant duimen te draaien. Hij werkt eraan ons zover te krijgen dat we op Zijn manier gaan denken, op Zijn manier gaan handelen, in overeenstemming met Zijn wil. De vrije wil werkt, maar God handelt ook om ons zover te krijgen dat we niet onwetend zijn van wat er gebeurde, als de beproeving eenmaal achter de rug is.

Dit leidt tot de waarheid als een koe, dat iemand zo intensief moet bidden alsof alles van God afhangt en tegelijkertijd zo hard moet werken alsof alles van hemzelf afhangt. Er is een gezegde: "God helpt hen die zichzelf helpen." Dat is ook een waarheid als een koe, zolang we onszelf niet helpen via dingen die onwettig zijn of buiten de wil van God liggen.

Dat werken van ons zal ons beslist niet behouden. God is de Redder. Hij is de Bevrijder. Maar ons werken helpt in het opbouwen van karakter, zoals we met het verstrijken van de tijd zullen inzien, zolang we werken binnen datgene waarin God voorziet.

Mattheüs 6:25 Weest niet bezorgd over uw leven.

Mattheüs 6:28 En wat zijt gij bezorgd over kleding?

Mattheüs 6:31 Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten?

Mattheüs 6:34 Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Bezorgdheid verlamt. Bezorgdheid weerhoudt iemand ervan zijn verantwoordelijkheden uit te voeren. Het onderwerp van Jezus is hier dat Gods voorzienigheid jegens Zijn kinderen zo groot is, omdat Hij onze ontwikkeling, onze schepping naar Zijn beeld, nauwkeurig in de gaten houdt. Hierin ligt niet direct uitgesproken de betekenis dat wij, net als kinderen, niet veel begrijpen van wat er zich afspeelt, en dat Hij ver boven onze capaciteiten uit veel meer en beter zal voorzien wat juist is voor het bereiken van Zijn doel. Ons leven kan niet in betere handen zijn.

Onthoudt dit uit dit alles. God neemt niet alleen waar wat er zich afspeelt; Hij bemoeit Zich ook met onze zaken. Daartussen ligt een groot verschil. Een ouder kan toezien dat zijn kinderen in moeilijkheden komen en absoluut niets doen. Het lijkt erop dat er vandaag de dag heel wat zulke ouders zijn. Er staat in Spreuken dat een kind dat aan zichzelf wordt overgelaten, zijn moeder te schande maakt.

Geloof me, God volgt Zijn eigen bevelen op. Hij kijkt niet alleen maar toe; Hij observeert wat er zich afspeelt, met de gedachte er het beste van te maken wat Hem maar mogelijk is. Hij kijkt niet alleen maar toe, maar Hij waakt ook over ons. Hij is een erg pro-actief betrokken ouder. Dat is in feite de kern van Zijn voorzienigheid.

God voorziet altijd precies in wat nodig is. Als Hij niet werkelijk over ons waakte, dan zouden we niet kunnen zeggen waarin Hij zou voorzien. Hij is liefde. Hij maakt geen vergissingen. Er is niemand wijzer dan Hij. Er is niemand die beter oplet en waarin Hij voorziet is precies wat nodig is. Maar bedenk altijd dit — het is in de eerste plaats precies wat nodig is voor Zijn doel.

Beseffen we wel dat dit één van de redenen is dat we "de nacht van waken" houden? [Populair gezegd ook wel "de meest gedenkwaardige avond".] Begrijpen we wat er wordt gezegd met "de nacht van waken"? Begrijpen we dat Degene Die waakte, God was? Hij waakte zo zorgvuldig over Israël, dat er zelfs geen hond blafte tijdens hun uittocht uit Egypte. Dat is in de Bijbel opgenomen, opdat wij zullen begrijpen hoe nauwgezet Hij waakt over wat er in ons leven gaande is en daarbij voorziet in wat dan ook maar nodig mag zijn. Hij sloot de mond van de honden, zodat ze zonder enige angst voor vergelding konden uittrekken.

Het doel van al deze illustraties is uit te beelden dat God niet alleen maar het universum schiep. Hij schiep het niet alleen maar om het daarna als een wekker op te winden en vervolgens weg te lopen. Hij is vanaf het begin betrokken geweest.

Niet alleen dat. Hij is bewogen. Hij heeft emoties. Onze emoties lijken op die van Hem. Nog belangrijker is misschien wel dat, ofschoon wij mensen en Satan door de vrije wil enige invloed op de gebeurtenissen kunnen uitoefenen, God de drijvende kracht is achter alles wat er gebeurt. Nu komen we tot de kern van alles. Wie heeft het voor het zeggen in het universum? Wiens doel wordt er uitgewerkt? Soms, zonder dat we het beseffen, krijgen we het idee dat het allemaal om ons draait. Ik bedoel niet binnen de kerk, maar binnen het doel van God — het gaat tussen ons doel en dat van God. Zoals ik al eerder zei: Zijn doel staat altijd vast. Niemand kan God overwinnen en als Hij iets wil voortbrengen, zal Hij dat doen. Wij kunnen de gebeurtenissen die wij meemaken, op het moment dat ze plaatsvinden, beschouwen als een vloek of als een zegen. Het maakt niet uit, Hij heeft ze alle onder controle.

We gaan nog eens kijken naar Jakob, naar een andere gebeurtenis uit zijn leven, omdat ik daar iets uit leerde. Eigenlijk vond Evelyn dit in een commentaar van E.W. Bullinger op Hebreeën 11. Sommigen van ons hebben de Bijbel van Bullinger en enkele van de andere boeken die hij schreef. Hij heeft ook een commentaar op Hebreeën 11 geschreven, getiteld "Great Cloud of Witnesses" (De grote wolk van getuigen). Dat boek is een dikke pil, zo'n 2,5 cm dik, en dat alleen maar over Hebreeën 11. Deze gebeurtenis in het leven van Jakob wordt door Bullinger op een manier uitgelegd die ik nooit eerder heb gezien. Ik moet bekennen, dat ik geloof dat hij het bij het rechte eind heeft.

Laten we naar Genesis 32 gaan. We gaan kijken naar de naamsverandering van Jakob. We beginnen aan het begin van het hoofdstuk om wat achtergrond te krijgen over Jakobs persoonlijkheid, over de manier waarop hij de dingen deed.

Genesis 32:1 Ook Jakob ging zijns weegs, en engelen Gods ontmoetten hem.

Jakob ging weg bij zijn schoonvader Laban op een moment dat hun relatie danig was verstoord en hij probeerde dat op een stiekeme manier te doen, zodat Laban niet zou merken dat hij ervan door was. Jakob verzamelde dus zijn gehele bezit, dat een aanzienlijke rijkdom vertegenwoordigde, en daarna ging hij er stiekem tussenuit, zonder dat Laban ervan af wist. Daar vallen we in het verhaal.

Waar gaat Jakob heen? Op weg naar huis, waar zijn broer Esau is, waar hij als een berg tegen op ziet om die te ontmoeten, want Jakob heeft via bedrog hem het eerstgeboorterecht en de daarbij behorende zegeningen ontnomen.

Gen 32:2-4 Toen hij hen [de engelen] zag, zeide Jakob: Dit is een leger Gods. Daarom noemde hij die plaats Machanaïm. 3 En Jakob zond boden voor zich uit tot zijn broeder Esau, naar het land Seïr het gebied van Edom. 4 En hij gebood hun: Zo zult gij tot mijn heer, tot Esau, zeggen: Zo zegt uw knecht Jakob: ik heb als vreemdeling bij Laban vertoefd en ben daar tot nu toe gebleven.

Die boden kwamen met slecht nieuws terug van hun ontmoeting met Esau. Esau is met vierhonderd man bij zich onderweg om u te ontmoeten!

Waarin voorzag God hier? Hoe zal Jakob zich hier uitredden, uit wat hij in het verleden had gedaan? Hij besloot dat het beste wat hij kon doen was, Esau met een groot cadeau tevreden te stellen. Esau was toch maar iemand die leefde bij het moment van de dag. Daarom was hij destijds op het moment zelf tevreden met de linzenmoes. Jakob keek veel verder vooruit, Jakob had veel meer visie. Hij had de ambitie en de energie om toe te werken naar wat hij wilde bereiken. Esau zat niet zo in elkaar; hij was geheel anders. Ik zeg niet dat de een echt beter was dan de ander, alleen maar verschillend.

Maar Esau kwam eraan met vierhonderd man. Jakob kon alleen maar bedenken dat Esau uit was op wraak. Wat was de beste manier om zich met hem te verzoenen? Hem een groot cadeau geven. Ik ga hem iets geven dat hij niet kan weigeren. Daarom gaf Jakob hem ongeveer 550 dieren, een geweldig groot cadeau. Esau was tevredengesteld en de twee broers verzoenden zich met elkaar. Maar waar was God hier in beeld? Hij was nog niet klaar met Jakob, dat gaan we zien in vers 24 en volgende.

Genesis 32:24-32 Zo bleef Jakob alleen achter. En een man worstelde met hem, totdat de dag aanbrak. 25 Toen deze zag, dat hij hem niet overmocht, sloeg hij hem op zijn heupgewricht, zodat Jakobs heupgewricht ontwricht werd, terwijl hij met hem worstelde. 26 Toen zeide hij: Laat mij gaan, want de dageraad is gekomen. Maar hij zeide: Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent. 27 Daarop zeide hij tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. 28 Toen zeide hij: Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht. 29 Daarop vroeg Jakob: Zeg mij toch uw naam. Maar hij antwoordde: Waarom vraagt gij toch naar mijn naam? En hij zegende hem daar. 30 En Jakob noemde de plaats Pniël, want (zeide hij) ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven. 31 En de zon ging over hem op, toen hij door Penuël getrokken was; en hij ging mank aan zijn heup. 32 Daarom eten de Israëlieten tot op heden de heupspier niet, die op het heupgewricht ligt, omdat Hij Jakob op het heupgewricht, aan de heupspier, geslagen had.

We moeten hier beginnen om het juiste begin te krijgen vanwege de manier waarop de vertalers ervoor hebben gekozen de naamsverandering van Jakob weer te geven. Die manier is nogal misleidend, omdat het veel verbergt van Jakobs karakter en Gods doel met het voorzien in deze worstelwedstrijd. Door die manier wordt veel van wat er te leren valt verborgen gehouden.

Eén van de dingen die verborgen wordt gehouden, is een probleem dat we allemaal hebben. Het is een probleem dat overwonnen moet worden in onze relatie met God, een probleem dat heeft bestaan sinds de hof van Eden.

Het hoofdstuk begint met Jakobs voorbereidingen Esau te ontmoeten. Hij verdeelde het reisgezelschap in twee groepen en hij gaf Esau zo'n 550 dieren. Maar voordat die ontmoeting werkelijk plaatsvond, kwam God tussenbeide door Jakob tot die worstelwedstrijd te dwingen. We weten dat hij met God worstelde. Er staat wel een engel, maar Jakob wist beter. Hij zei: "Ik heb God van aangezicht tot aangezicht gezien," en hij zei ook: "En ik heb mijn leven behouden." Dit wordt op een andere plaats bevestigd.

Waar ik de aandacht op wil vestigen is de manier waarop God Jakob vanaf het begin van zijn leven aan ons voorstelt. We kunnen dat kort en bondig samenvatten.

Jakobs leven bestond uit de ene twist na de andere; dit begon al voor hij en Esau geboren waren. Ze vochten al in de baarmoeder. Dat is wat Rebekka zei. Toen ze uiteindelijk werden geboren, zagen ze dat Jakob, de tweede van de tweeling, zijn hand op Esau's hiel had, alsof hij probeerde hem terug te trekken om zelf als eerste geboren te worden! Dat lukte hem niet. Het is interessant om te weten dat God heel duidelijk zegt, dat Hij Jakob reeds koos voordat hij geboren werd. Hij wist hoe die man in elkaar zou zitten. In één opzicht lijkt het erop dat Hij de mindere koos in termen van wat wij noemen "aangeboren" eigenschappen. Jakobs leven bestond uit de ene twist na de andere. God laat hem dus na zijn geboorte zien als wedijverend met Esau om het eerstgeboorterecht, zijn voordeel doend met Esau's gezinsomstandigheden en daarna wist hij er met Esau's zegen vandoor te gaan door Isaak met leugens te bedriegen. Daarna ging hij er vandoor omdat Esau echt van streek was. Hij vluchtte naar het land waar Rebekka vandaan kwam, waar ook Abraham vandaan was gekomen, hopende dat hij daar een vrouw zou kunnen vinden.

Hij vond er een vrouw, maar hij vond er ook mensen die heel wat van hem weg hadden. Je vraagt je bijna af of het iets was dat in de genen zat! Laban verwisselde zijn bruid en er was de ene twist na de andere tussen Jakob en Laban. Twintig jaar later was daar nog steeds geen einde aan gekomen; Jakob ging er dus stiekem vandoor om bij Laban weg te komen.

Wat zien we dus? We zien een twistziek mens.Waar hij ook gaat, overal ontstaan twisten in de familie. Hij was een bedrieger. We zien nog iets anders ook. Daarvoor gaan we lezen in Genesis 29, want ook dat is deel van zijn karakter.

Genesis 29:1-2, 7-10 En Jakob begaf zich op weg en ging naar het land der stammen van het Oosten. 2 Toen hij rondkeek, zag hij een put in het veld, en zie, drie kudden kleinvee waren daarbij gelegerd, want men placht de kudden uit die put te drenken. De steen op de opening van de put was groot; ... 7 Toen zeide hij [tot één van de herders]: Zie, het is nog volop dag, het is nog geen tijd, dat de kudde bijeengedreven wordt; drenkt het vee en gaat het weer weiden. 8 Maar zij zeiden: Dat kunnen wij niet, voordat al de kudden bijeengedreven zijn; dan wentelt men de steen van de opening van de put, en drenken wij het vee. 9 Terwijl hij nog met hen sprak, kwam Rachel er aan met het kleinvee van haar vader, want zij was een herderin. 10 Zodra Jakob Rachel, de dochter van Laban, de broeder van zijn moeder, zag, en het kleinvee van Laban, de broeder van zijn moeder, trad Jakob toe, wentelde de steen van de opening van de put en drenkte het vee van Laban, de broeder van zijn moeder.

Het punt waar het hier om draait is: Die steen was zo groot dat je een paar man nodig had om hem van zijn plaats te krijgen. Dat was één van de redenen dat ze alle schapen op één tijdstip bij elkaar verzamelden. Dan zouden ze gezamenlijk die steen verwijderen en de schapen te drinken geven. Dan konden ze ook weer gezamenlijk de steen terugplaatsen op de bron. Jakob deed dat helemaal alleen! Hij was niet alleen een twistziek mens, maar ook een man met uitzonderlijke fysieke kracht. De mensen waren bang van hem. Wat Jakob wilde dat kreeg hij op de een of andere manier, via een worsteling, een twist, bedrog of manipulatie. Hij was bereid hard en lang te werken voor wat hij ook maar wilde hebben.

Kijk maar eens hoe hij worstelde met de engel. Hij worstelde heldhaftig, met grote moed. Maar we begrijpen wel dat God juist genoeg kracht uitoefende om de zaken onder controle te houden en duidelijk te maken wat Hij duidelijk wilde maken. God maakte een einde aan de wedstrijd, omdat Jakob om een zegen vroeg. De zegen die werd gegeven, was een naamsverandering die paste bij Jakobs persoonlijkheid, die duidde op een les die hij had te leren, en het op pijnlijke manier ontzetten van zijn heup als een voortdurende herinnering aan die les. Hij liep voor de rest van zijn leven mank, blijkbaar met een bepaalde mate van ongemak, want we zien later dat hij een staf nodig had om te lopen.

Hoe kan zoiets nu een zegen zijn? Het was inderdaad een zegen, want God had er de bedoeling mee Jakob nederig te houden. Wat was dan de les die erin zat?

Genesis 32:30 En Jakob noemde de plaats Pniël, want (zeide hij) ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.

Jakob wist dat hij niet gewonnen had. "Mijn leven is behouden gebleven." Hij wist in het diepste van zijn hart dat als Degene Die met hem worstelde, wilde, Hij Jakob ter plekke in een vetvlek kon veranderen; dat zou het einde van alles zijn geweest. Jakob won niet, maar de vertaling geeft de indruk dat hij won. Niemand kan het van God winnen. Gods wil wordt in ieder geval gedaan. We hebben niet genoeg wijsheid, genoeg ervaring, genoeg kennis om te weten wat goed voor ons is, op dezelfde manier als God dat heeft.

Laten we nog eens terugdenken aan dat vers in Genesis 28:15, waar God zegt: "Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten..."

Genesis 28:15 En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.

God was nog steeds bezig om die belofte te vervullen, want wat hier gebeurde vindt zijn weerslag tot op de dag van vandaag, tot in het millennium en tot aan het oordeel van de grote witte troon. Zijn nageslacht zal worden als het stof der aarde, enz.

Ik weet niet hoeveel Jakob begreep, maar ik denk dat hij ongetwijfeld beter begreep dat God meer betrokken was geweest in zijn leven (werkend, scheppend, om hem te doen begrijpen dat God de zaken van het leven regelt) dan hij op dat moment bereid was toe te geven.

Het interesseert me niet hoe sterk u fysiek wel bent, of hoe intelligent, of hoe u kunt manipuleren of overtuigen, Gods wil zal toch geschieden. Door ons manipuleren, door ons bedrog en door ons niet aan Zijn weg te onderwerpen, maken we het onszelf alleen maar moeilijk. Wat zijn we dan in feite aan het doen? We worstelen, we worstelen met God. Dat had ook Jakob zijn gehele leven gedaan in zijn bedriegelijk manipuleren en in zijn liegen, om uit het leven te krijgen wat hij eruit wilde halen. Maar nu had hij zijn partij gevonden. God raakte hem dus aan op de heup. Ik weet niet of God dit zei, maar dit was wel de boodschap die overkwam: "Als Ik het wil, dan maak Ik je tot een vetvlek. Je zult doen wat Ik zeg. Je kunt Mij niet manipuleren. Je kunt Mij niet bedriegen. Mijn wil zal in jouw leven geschieden en Ik zal je maken tot datgene wat Ik voor ogen heb."

Al het gemanipuleer van Jakob was slechts nutteloze ijdelheid. Als hij niet had gemanipuleerd om het geboorterecht te krijgen, zou God het hem hebben gegeven, omdat Hij Jakob reeds verkozen had. Hij behoefde niet te manipuleren om de zegen te krijgen. God zou hem die hebben gegeven. Jakob nam zijn gehele leven de dingen in eigen hand. Weten we waarom? Jakob was een regelaar bij uitstek, hij wilde alles zelf tot in de kleinste details regelen en onder controle hebben. Hij wilde alles dat binnen zijn bereik lag onder controle hebben, zodat hij er altijd als eerste uit te voorschijn zou komen. En dat lukte hem.

Jakob deed het goed in die worstelwedstrijd. Hij overwon alleen maar in de zin dat hij niet opgaf en dat was te bewonderen. Hij gaf niet op, maar hij won niet. Denk hier eens aan. Satan, een onsterfelijk geestelijk wezen met veel grotere krachten dan waar Jakob ooit van had gedroomd, kon God niet verslaan. Hoe kan iemand die slechts mens is, God verslaan? Dat wilde ik u zeggen, toen ik zei dat de vertaling misleidend is. Hij overwon alleen in de zin dat hij niet opgaf en dat is hem positief toe te rekenen. Jakob kon slechts zover gaan als God hem toeliet te gaan.

Laten we nu eens kijken naar de naam Israël. Deze naam wordt in de Bijbel op verschillende manieren vertaald, zoals: vorst van God. Dat is niet eens zo'n slechte vertaling. Of het wordt vertaald als "hij die strijdt met God". Die vertaling is helemaal niet goed. Of het wordt vertaald met "hij die de overhand heeft op God". Dat is een ronduit slechte vertaling en toch is het degene die het meest in de Bijbel voorkomt. Soms wordt het vertaald met "God heeft de overhand". Dat is de beste vertaling tot nu toe! Deze laatste, een vertaling van Bullinger, is degene die het dichtst bij de werkelijke betekenis van het woord komt.

De oorsprong van de naam Israël ligt in twee woorden. Iedereen weet dat het woord El God betekent. Het andere woord is een woord dat bij letter voor letter omzetting resulteert in sar. Weet u wat sar betekent? Het duidt op iemand die regelt, die ordent, die bevelen geeft. Het wordt ook als vorst of prins vertaald. Een vorst is iemand die ordent, die regelt, die bevelen geeft. De naam van Abrahams vrouw Sara is ook daarvan afgeleid en betekent vorstin. Zij was iemand met autoriteit en macht.

Hetzelfde woord sar wordt in moderne Bijbels vertaald met vorst. Lees bijvoorbeeld Genesis 12:15. "En toen de vorsten van Farao haar zagen, roemden zij haar bij Farao, zodat de vrouw naar het huis van Farao gehaald werd."

We zijn allemaal bekend met de naam Potifar. Potifar was een overste der lijfwacht. Het woord sar is hier met overste vertaald. De koning had opzichters over het vee. Het woord sar is met opzichter vertaald. En hetzelfde woord sar zit in Israël: iemand die de overhand heeft op God. Hoe kregen ze ooit die betekenis uit dat woord? Weet u waarom? Omdat ze denken dat hij de worstelwedstrijd won.

De woorden vorst, overste en opzichter komen allemaal van het woord sar. Het zijn allemaal mensen die orders geven, die bevelen, die zaken onder hun beheer hebben, die regelen, die leiden; hun woord heeft de overhand. Als het woord sar wordt gecombineerd met het zelfstandig naamwoord El, dan is El Degene Die de actie uitvoert. God beveelt, God geeft de orders. God regelt. De naam van Israël werd veranderd van "bedrieger" in "God geeft de orders", "God beveelt", niet Jakob. Jakob is een dienaar, een slaaf. Gods wil zal in Jakobs leven worden uitgevoerd. God zal Jakob gaan gebruiken op de manier die Hij wil.

Nu de naam Daniёl. Iedereen mag Daniёl. Deze naam betekent "God oordeelt." Het zelfstandig naamwoord aan het einde van de naam voert de actie uit: God oordeelt.

De naam Natanaël. Natanaël was een van Jezus' discipelen. De naam Natanaël betekent "God geeft." Hij is Degene Die de actie uitvoert. Er zijn meer dan veertig namen in de Bijbel waarin een werkwoord is gecombineerd met El, duidend op God Die de actie uitvoert.

Waarom zetten de vertalers die regel aan de kant in het geval van Jakob? Hun vertaling is erg misleidend. Israël betekent: God beveelt, God regelt, God heeft de overhand. Om zo te zeggen had Jakob zijn gehele leven geworsteld met mensen om voordeel op hen te behalen, om de dingen op zijn manier onder controle te hebben en hij had inderdaad de overhand op mensen. De les die hij moest leren was dat hij niet de overhand op God kon hebben en op Zijn wil, wat God met Jakobs leven voorhad. Hoe erg hij ook zijn best deed, hij kon niet winnen. Gods wil zal ondanks alles geschieden. Zijn gehele leven had hij, zonder het te beseffen, zelfs ofschoon hij iemand was die wel enig geloof bezat, geworsteld tegen de wil van God door zijn eigen wil te zoeken in vele zaken van het leven.

We gaan hier stoppen. De volgende keer dat ik spreek, zo God wil, zullen we verdergaan met Hosea 12:1-9. Als u dit van tevoren wilt bekijken, zult u zien dat dat schriftgedeelte Genesis 32:24-32 een stuk duidelijker maakt. We zullen dan ook enkele hedendaagse toepassingen zien van wat er in Hosea 12 gaande is, omdat dat juist nu, in deze tijd van verstrooiïng van de kerk, heel belangrijk is. Is het mogelijk dat we zijn verstrooid omdat wij met God worstelden? Denk daar eens over na.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)