De soevereiniteit van God (Deel 12)

Door John W. Ritenbaugh
13 juli 1996

Samenvatting: (toon)

In deze laatste preek van de serie over de soevereiniteit van God waarschuwt John Ritenbaugh dat zij die de ene karaktertrek van God ten koste van de andere (of de ene leerstelling ten koste van de andere) benadrukken, het risico lopen de waarheid te verminken waardoor een belachelijke karikatuur ontstaat. De almachtige God, die zowel een goed als een gestreng karakter heeft, sterk gelijkend op dat van een liefhebbende ouder, zal hemel en aarde bewegen, inclusief het gebruik van een tuchtroede, om erop toe te zien dat Zijn kroost zich voegt naar Zijn wil en doel. We moeten de nederige, pretentieloze karakteristieken van een klein kind aannemen om er zeker van te zijn dat we ons naar Zijn ontzagwekkende soevereiniteit voegen.


Vandaag gaan we weer verder met de serie over de soevereiniteit van God. Eigenlijk ben ik van plan deze vandaag af te sluiten. Daarmee wordt het dan een serie van twaalf preken. Ik wil deze preek graag beginnen in het boek Openbaring, hoofdstuk 19, vers 6.

Openbaring 19:6 - En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard.
Statenvertaling: "Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst." (Deze vertaling ligt dichter bij het Grieks!)

Als er enig vers is in de Bijbel dat de essentie van het thema van deze serie samenvat, dan denk ik wel dat het dit vers is. We begrijpen natuurlijk dat de volledigheid van Zijn regering nog niet is aangebroken. Alhoewel Hij, zelfs nu, over alles regeert, heeft Hij er niet voor gekozen dat aan iedereen duidelijk te maken, anders zouden ook zij er duidelijk voor gaan kiezen door Hem geregeerd te willen worden en de voordelen daarvan te ontvangen. Inderdaad, Hij regeert zelfs nu, maar niet iedereen ziet dat in. Ik hoop dat u het wel inziet en dat u het werkelijk deel van u leven laat uitmaken.

Wat ik u nu ga vertellen is naar mijn idee een eerlijke evaluatie. Ik geloof dat ik sinds het begin van deze serie, nog maar vier maanden geleden, veel meer dingen met een inspirerende en praktische waarde voor deze manier van leven ben gaan begrijpen dan in enig andere vergelijkbare tijdsperiode in mijn leven binnen de Kerk van God, wat toch als sinds de 50-er jaren is. Een van de dingen die ik uit deze studie heb geleerd is, dat ik me niet kan herinneren dat ik in al die jaren in de kerk ooit een preek heb gehoord of zelf heb gegeven die de soevereiniteit van God tot hoofdonderwerp had. Dat betekent niet dat er geen zijn gegeven. Ik zeg dat ik ze nooit heb gehoord en nooit zelf heb gegeven. Om het nog specifieker te maken, ik bedoel natuurlijk dat dit nooit direct werd genoemd en nooit als specifieke doelstelling van de boodschap werd vermeld. Ik weet dat ik preken heb gehoord die er een en ander over hebben gezegd, zonder echter te beweren dat het preken waren over dat onderwerp. Daarom ben ik tot de conclusie gekomen dat dit een onderwerp is, waar heel nodig eens over gesproken moest worden, een onderwerp dat naar mijn mening sterk is verwaarloosd. Aan de andere kant wil ik me er niet schuldig aan maken te veel tijd aan dit onderwerp te besteden. Want als ik al maar door zou gaan met dit onderwerp [laat ik zeggen het week na week stevig uit te diepen], zonder ons ook te herinneren aan onze verantwoordelijkheid, aan het feit dat wij rekenschap aan God dienen te geven, dan zou er een neiging tot fatalisme in ons denken kunnen gaan ontstaan, omdat we dan langzaam maar zeker zouden gaan denken dat letterlijk alles in ons leven is voorbestemd [gepredestineerd]. Toch is het een onderwerp dat heel nodig behandeld moest worden en dat we deel van ons leven moeten gaan laten uitmaken.

Beantwoord de volgende vraag eens voor uzelf. Kent u culturen in deze wereld waar het denken der volken doortrokken is van het concept van predestinatie? Geloof het of niet, maar er zijn er heel wat. In feite wordt iedere islamitische natie hierdoor gedomineerd; zij geloven dat echt iedere handeling, ieder woord, iedere gedachte, letterlijk alles binnen hun samenleving door God is gepredestineerd. Waar zou u liever wonen? In een land waarin dat concept bewust deel uitmaakt van de cultuur, waar ze op die manier denken? Bedenk eens wat voor soort denken dit heeft voortgebracht. Zou u liever in Irak of Iran, in Syrië, Pakistan, Saoedi-Arabië of Afghanistan wonen? Of zou u liever in een westers land wonen, waar tenminste nog iets van de concepten van het Christendom deel van de cultuur is gaan uitmaken? Nu, ik geloof dat bijna iedereen liever daar wil wonen waar de mensen het moeten geven van rekenschap aan God zien als tegenbalans voor het concept van predestinatie. We hebben in de westerse cultuur echter een probleem en wel dat we het zicht op de soevereiniteit van God praktisch verloren hebben. Als resultaat daarvan verheffen we de cultuur en de mens ten koste van de Schepper.

Bent u zich er van bewust dat veel doctrinaire fouten voortkomen uit verdraaide waarheid, uit waarheid die niet juist wordt toegepast, uit waarheid die niet in de juiste balans wordt gehouden in relatie met andere doctrines? In zulke gevallen wordt een bepaalde waarheid door iemand of een groep zo opgeblazen, dat hun hele [hoe zal ik het noemen?] beweging, of instelling, om die ene doctrine of dat ene concept gaat draaien. Het wordt hun lievelingsdoctrine. In sommige gevallen is dat zo sterk dat de beweging naar de doctrine wordt genoemd. Kunt u er enkele noemen? Wat denkt u van de doop [baptisme] en de Baptistenkerk? Van Pinksterbeweging? Van Methodisme? Van Zevende Dag Adventisten? Begrijpt u wat ik bedoel? Vandaag de dag zijn er ook binnen het grotere verband van de Kerk van God sommigen die een punt maken van de een of andere doctrine. Ze proberen u de indruk te geven, dat tenzij u die doctrine accepteert en deel laat uitmaken van uw leven, u geen lid van de kerk kunt zijn. In de laatste vierenhalf jaar heb ik sommigen van de ene naar de andere groep zien gaan. Zulk soort mensen zijn er nog steeds, met punten zoals de kalender, bestuur, liefde en zelfs genade. Wat is er eigenlijk gebeurd met het onderwijzen van de "gehele raad Gods", zodat we werkelijk naar het beeld van God kunnen worden gevormd? Als we niet die "gehele raad" hebben, wat gebeurt er dan? Hoe kunnen we dan naar het beeld van God worden gevormd?

Laat me u een voorbeeld geven. Er zijn sommige mensen [man of vrouw] die speciaal zijn toegerust met een mooi [knap] gezicht of een mooi lichaam. Wat zou er met zo'n mooi gezicht gebeuren als een onderdeel ervan buiten proporties vergroot zou worden? Wat als het rechteroog plotseling tweemaal zo groot zou worden als het linkeroog? Wat zou er dan van de schoonheid overblijven? Wat als de neus opeens de hele voorkant van het gezicht in beslag zou nemen? Wat zou er dan van de schoonheid overblijven? Ziet u waar ik hier op uit ben? Wat ik duidelijk wil maken is, dat schoonheid grotendeels bestaat uit verhouding en dat als de dingen niet meer in de juiste verhouding zijn, dat is in de juiste balans tot elkaar, dan verdwijnt de schoonheid. Zo is het ook met de schoonheid van heiligheid. Ik denk dat u wel bekend bent met die term uit de Bijbel. Onze Vader en Zijn Zoon Jezus Christus, onze oudste Broer, zijn de Enigen Die een perfecte schoonheid bezitten, een schoonheid waarin alles in perfecte verhouding is, in termen van Hun karakter, in termen van de manier waarop Ze handelen en reageren. Alles wat Ze doen is schoonheid, zo ook de manier waarop Ze eruit zien. We hebben dat nog niet gezien, maar ik ben er zeker van dat wanneer we Ze eenmaal zien, Ze ook in Hun schoonheid ontzagwekkend zullen zijn.

Als dit principe onderdeel gaat uit maken van de verantwoordelijkheid van een dienaar, dan moet hij heel voorzichtig zijn dat hij een gebalanceerd menu aan onderwerpen geeft waarop de mensen kunnen teren, dat hij niet toelaat dat enige doctrine een "voorkeurs"doctrine gaat worden, de "bijl waar altijd mee wordt gekapt", want als hij dat doet dan voedt hij de groep waarvoor hij verantwoordelijk is, niet goed. Het is dus de verantwoordelijkheid van de dienaar om balans te brengen in het onderwijs dat wordt gegeven, daarmee heeft hij een groot aandeel in het mogelijk maken dat de mensen naar het beeld van God worden gevormd.

Er zijn zaken in de Bijbel, waarvan ik u er enkele zal laten zien, waarin aspecten van God aan de orde komen die tegengesteld zijn aan elkaar. Dit zijn ofwel zaken over Godzelf, of zaken over deze manier van leven. Soms zijn de tegenstellingen zeer duidelijk. Andere keren zijn de tegenstellingen maar klein, tenminste ze schijnen klein. Bijvoorbeeld in 1 Johannes 1, vers 5. [U hoeft dat niet op te slaan, maar ik introduceer dit deel van het onderwerp hier op deze manier.] Johannes zegt daar: "God is licht." Dat betekent natuurlijk dat er in Hem in het geheel geen zonde is. Volkomen zuiverheid. Alles aan Hem geeft de juiste richting aan hen die Hem observeren. Aan de andere kant zegt dezelfde Johannes in 1 Johannes 4, vers 8, drie hoofdstukken later: "God is liefde." Deze twee uitspraken gaan niet helemaal over hetzelfde punt, maar ze gaan zeer zeker over verschillende attributen of aspecten van hetzelfde Wezen. Over beide aspecten moet worden gepreekt, opdat er balans is. Ik wil u nog zo'n punt laten zien in de brief aan de Romeinen, hoofdstuk 11, vers 22. Dit punt is de aandacht waard, omdat het echt om een tegenstelling gaat.

Romeinen 11:22 - Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden.

Als we vanuit het perspectief van de mens naar God kijken, dan is God zowel goedertieren als gestreng. Er zijn tijden dat Hij zachtmoedig en goed is, er zijn tijden dat Hij vol van genade en respect is voor hen die Zijn onderdanen zijn. Maar er zijn andere tijden dat we Hem kunnen beschouwen als Iemand die heel wat kwaad heeft geschapen, zodat er pijn, heel wat pijn [gestrengheid] komt over hen die ook Zijn onderdanen zijn.

Wat gebeurt er met ons beeld van God, onze kijk op God, ons begrip van de natuur van God, ons concept van wat God is; wat gebeurt daarmee als één aspect, één attribuut van Hem, in preken zoveel aandacht krijgt, dat andere worden verwaarloosd? Wat gebeurt er als we altijd maar zouden spreken over de goedertierenheid van God en nooit over Zijn gestrengheid? Weet u wat er dan zou gebeuren? Dan zouden we God tot een karikatuur maken van wat Hij werkelijk is en krijgen we een totaal verkeerd beeld van God. Weet u wat een karikatuur is? Dat is een plaatje dat veel kenmerken heeft van een cartoon, daarin wordt één karakteristiek van het onderwerp benadrukt, daarop wordt de aandacht gevestigd, maar het geeft niet echt het onderwerp weer zoals het is. Het is slechts dat wat de cartoonist van dat onderwerp maakte. Sommige bekende figuren worden in politieke cartoons gebruikt, bijvoorbeeld met uitzonderlijk grote oren, of grote, uitpuilende ogen, of een bril, u weet wel, zo eentje waarachter het gehele gezicht schuil gaat, of een grote, opvallende neus, of een grote mond. Of de tanden van Jimmy Carter. U begrijpt het wel.

God is goed en Hij is ook streng. Daarvan moeten we ons bewust zijn, omdat Paulus ons waarschuwt, dat tenzij we bij die goedertierenheid blijven, we weggekapt kunnen worden. Weet u waarom? God heeft ons reeds gewaarschuwd dat Hij oordeelt zonder aanzien des persoons. Dat moeten we hierbij in overweging nemen. Hij geeft niemand een voorkeursbehandeling. We moeten dat accepteren. We moeten daarmee leven. Dat maakt deel uit van de natuur van onze God. We kunnen dat aspect dus niet vermijden.

Laten we er nog een opslaan, in Filippenzen 2, vers 7. Dit voorbeeld is echter lang niet zo belangrijk als het vorige.

Filippenzen 2:7 - Maar Zichzelf ontledigd heeft [Jezus deed dat], en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

In de vleeswording nam Jezus de gestalte van een dienstknecht aan. Maar gemeente, Hij was nog steeds God. Weet u wat er op andere plaatsen over Hem wordt gezegd? In Lucas 2, vers 11, staat een interessante uitspraak. Daar staat, dat zelfs toen Hij een baby was in de kribbe, dat Hij "Christus, de Heer" was. Wat een verschil tussen de nederige dienstknecht en Christus, de Heer. Nederige dienstknecht als een volwassen man. Christus, de Heer, als baby. Ziet u de tegenstelling? Zo zijn er tegenstellingen door het gehele Boek heen.

Hier nog een die op u en mij van toepassing is. In Galaten 6, vers 2, zegt Paulus tot de mensen aan wie hij schrijft:

Galaten 6:2a (Statenvertaling) - Draagt elkanders lasten.

Dat is een Christelijke verantwoordelijkheid. Maar drie verzen later, in vers 5, zegt hij:

Galaten 6:5 - Want ieder zal zijn eigen last dragen.

Dat is een interessante tegenstelling. Wat bedoelde hij daarmee? Dat maakt deel uit van onze verantwoordelijkheid. Als ik zeg "onze", bedoel ik niet alleen de dienaren. Ik bedoel dat ieder deel van het lichaam van Jezus Christus moet weten hoe deze twee uitspraken met elkaar te verzoenen, omdat dat deel uitmaakt van deze manier van leven. Aan de ene kant moeten we elkaars lasten dragen, maar aan de andere kant zijn we er zelf verantwoordelijk voor. Ze zijn echter in volmaakte balans, als je het eenmaal begrijpt.

Hier is nog zo'n tegenstelling, in Mattheüs 6, vers 34. Deze staat midden in de bergrede. Jezus sprak deze woorden. Eigenlijk staat het in twee verzen.

Mattheüs 6:31, 34 - Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? ... 34 Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Met andere woorden, maak je niet bezorgd. Maak je nergens druk over. Leef maar gewoon door. Het betekent dat je zelfs geen baan hoeft te hebben. God zal wel voor je zorgen. Maak je geen zorgen voor morgen. God zorgt op de een of andere manier wel voor voedsel.

U weet wel dat het dat niet betekent. Maar als we die woorden letterlijk nemen, precies wat ze zeggen, zonder het tegenwicht van ander schriftgedeelten [1 Timotheüs 5:8], dat als iemand niet voor zijn eigen huisgenoten zorgt, hij erger is dan een ongelovige, dan zouden we die conclusie kunnen trekken. Als u voor de uwen gaat zorgen, gaat u voor de uwen zorgen en niet God. U gaat dat doen. Ziet u, de last wordt gewoon bij u op de schouders gelegd. Aan de ene kant zegt God, maak je niet bezorgd, maar aan de andere kant zegt Hij, maak je bezorgd. We kunnen zelfs nog verder gaan, omdat Hij in het boek Spreuken zegt dat iemand niet alleen voor de zijnen moet zorgen, maar ook moet sparen voor zijn kleinkinderen. Van ons wordt verwacht dat we zover vooruitzien dat we geld opzij leggen, zelfs voor onze kleinkinderen. Voor de meesten van ons is dat nogal heel ver vooruitkijken. Begint u te begrijpen wat ik bedoel, als ik zeg dat de Bijbel vol tegenstellingen staat? God is niet één-dimensionaal. Als we een goed beeld van Hem willen krijgen, dan moeten we van tijd tot tijd aandacht schenken aan al deze verschillende aspecten van Zijn karaktertrekken, van Zijn natuur, van wat Hij is.

We bekijken er nog minstens één. Deze is aan de ene kant uitzonderlijk bemoedigend. Aan de andere kant moet ik wel even slikken. Laten we eerst kijken naar het uitzonderlijk bemoedigende aspect.

Johannes 10:27-29 - Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, 28 en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

Staat daar niet dat ons behoud absoluut zeker is? Dus ontspan maar, relax, maak je niet druk, je hoeft er niet over in zorg te zitten, het komt allemaal wel goed. Maar wat staat er in 2 Petrus 1, het tweede deel van vers 10? Daar krijgen we heel sterk de indruk dat het allemaal van onszelf afhangt, omdat Petrus zegt:

2 Petrus 1:10b - ... want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.

"Als", "indien".

Laten we er nog een bij de kop nemen die we allemaal wel kennen. Wat denken we van Filippenzen 2, vers 12, waar staat: "Bewerk uw behoudenis met vreze en beven"? Ziet u de tegenstelling tussen deze twee schriftgedeelten? Aan de ene kant schijnt ons behoud absoluut zeker en toch lijkt het aan de andere kant of het helemaal afhangt van wat wij doen.

Dit was een nogal lang aspect [zo zou je het kunnen noemen] van deze preek. Maar het is voor een dienaar ontstellend gemakkelijk één bepaalde doctrine — ten koste van het geheel — te sterk te benadrukken. Ik zeg u eerlijk dat ik graag met dit onderwerp door zou gaan, omdat ik het nu overal zie, waar ik ook maar kijk. Het is een onderwerp dat me erg bemoedigt en waarover ik dan ook wil spreken. Ik zeg u, dat het echt moeilijk voor me is bij twaalf te stoppen. Maar twaalf preken is genoeg. Het is genoeg, omdat ik er zeker van wil zijn dat ik een gebalanceerd dieet geef aan iedereen die dit hoort.

Aan de ene kant hebben we hier dus de soevereiniteit van God, in tegenstelling tot de verantwoordelijkheid van de mens, de mens is verschuldigd rekenschap te geven. Het is Gods bedoeling dat die twee aspecten in balans zijn. Een kind van God dient begrip van elk van hen te hebben om op zijn pelgrimstocht voort te kunnen gaan. Laten we daarom met dit onderwerp verder gaan. Ik laat het aspect van een juiste balans nu schieten en ga terug naar het hoofdpunt van de boodschap, maar ik denk dat dat belangrijk is.

Laten we 2 Kronieken opslaan, hoofdstuk 20, de verzen 3 tot 6. Wat we gaan lezen gebeurde tijdens het leven van Josafat. Over het geheel was hij een goede koning, maar hij werd aangevallen door de kinderen van Moab en de kinderen van Ammon, te zamen met anderen die zich met hen hadden verbonden. Josafat was bang voor de veiligheid van de natie. In vers 3 staat dan ook:

2 Kronieken 20:3-6 - Toen werd Josafat bevreesd en besloot de HERE te raadplegen; hij riep voor geheel Juda een vasten uit, 4 en Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de HERE; ja, men kwam uit al de steden van Juda om de HERE te zoeken. 5 Josafat ging te midden van de gemeente van Juda en Jeruzalem staan, in het huis des HEREN voor de nieuwe voorhof, 6 en zeide: HERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? In uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U.

Bestuurt God Zijn schepping echt? Dat is het punt hier. Ik moet dit vragen, omdat Gods soevereiniteit over Zijn schepping iets is dat we maar al te gemakkelijk als vanzelfsprekend aannemen. Tegelijkertijd zie ik dat velen van ons in dit opzicht zwak zijn, we laten na over Zijn soevereiniteit grondig na te denken in termen van een praktische toepassing in onze eigen persoonlijke situatie. Door dit niet te doen, laten we het volgende in sterke mate buiten beschouwing: Zijn persoonlijke betrokkenheid bij ons leven en Zijn bereidheid tussenbeide te komen voor hen die in geloof leven. Gemeente, daar is een reden voor, omdat we in heel sterke mate leven bij wat we zien. Ik hoop dat ik u hiermee niet beledig.

Jeremia onderging een aantal heel interessante ervaringen als profeet van God ten tijde van Juda's verval. In Jeremia 16, vers 17, zegt God tot Jeremia:

Jeremia 16:17a - Want mijn ogen zijn op al hun wegen, ...

Sta me toe de nadruk anders te leggen.

Jeremia 16:17a - Want mijn ogen zijn op al hun wegen, ...

Dit betekent de wegen van Juda. Als we een beetje doordenken, zien we dat het er zeer zeker op duidt dat de natie aan het uiteenvallen was en dat God vanuit de hoge dit allemaal waarnam. Het is geen grote stap in denken om te begrijpen dat als God in dit geval "al" zegt, Hij het niet alleen heeft over elk aspect van de cultuur van Juda, maar dat Hij het ook heeft over ieder individu. God is almachtig en alwetend, Hij is alom tegenwoordig in Zijn schepping. Deze grote God weet zelfs wanneer een musje valt en als we goed begrijpen wat Jezus zei, dan valt het niet tenzij Hij het toestemming geeft te vallen. Als Hij dus mussen toestemming geeft te sterven, besluit of ze doodgaan of blijven leven, wat zal dan Zijn verschijning wel niet zijn in termen van ons leven? Zijn we niet meer waard dan een mus? Waakt Hij over ons leven of niet? Reikt Zijn alwetendheid ook tot ons, of beperken we Hem door in ons denken te zeggen dat Hij toch niet geïnteresseerd kan zijn in wat wij doen? Leven we in geloof of bij wat we zien? Zijn we wel goed gebalanceerd, gemeente? Zien we de soevereiniteit van God ook in ons persoonlijk leven? Is Hij op de hoogte van wat er in ons leven gebeurt of niet?

Jeremia 16:17 - Want mijn ogen zijn op al hun wegen, deze zijn voor Mij niet verborgen, en hun ongerechtigheid is voor mijn ogen niet bedekt.

Hij is alwetend en Hij is alom tegenwoordig. Er is een gehele Psalm, Psalm 139, die ons ervan verzekert dat er geen plaats is in Gods grote schepping waar iemand kan gaan zodat God niet op de hoogte is van wat er zich afspeelt; niet alleen aan de buitenkant, maar zelfs in het diepst van ons hart. Hebben we niet met een echt grote God van doen? Zijn soevereiniteit is in de hele Bijbel het punt waar het om draait. De heer Armstrong placht te zeggen dat niemand in Gods koninkrijk zal zijn tenzij hij door God wordt geregeerd. Dat is het punt. We kunnen God niet in ons leven laten regeren, tenzij we Hem kennen. Johannes 17 zegt dat eeuwig leven is, God kennen. We hebben geen enkel idee van wat Zijn beeld is, tenzij we Hem kennen en het kunnen kopiëren, ons er vrijwillig aan kunnen overgeven. De Schepper en Regeerder van dit universum is direct en persoonlijk betrokken bij het leven van Zijn volk. Hij geeft niet alleen maar gehoor aan hen die op Hem vertrouwen, Hij schept omstandigheden en gebeurtenissen om dingen te laten gebeuren. Ongelukkigerwijs, gemeente, [misschien zou ik dat woord eigenlijk niet moeten gebruiken] leven we toevallig in een tijdsperiode waarin materialistische wetenschap en atheïstische filosofie schijnbaar God buiten Zijn schepping hebben gezet, door ons te onderwijzen dat alles verloopt volgens "onpersoonlijke wetten". Gemeente, er zijn onpersoonlijke wetten, maar alles wat onpersoonlijke wetten kunnen doen is reageren. God schept. Dat is of waar, of we kunnen wat Josafat zei wel uit de Bijbel schrappen. Als we dat moeten doen, welk deel van de Bijbel kunnen we dan wel aanvaarden en gebruiken? De Bijbel kan niet worden vertrouwd als er delen zijn die onjuist zijn. Dan is ook de rest niet waard ter harte te worden genomen, omdat die rest ook onjuist kan zijn.

Wetenschap en filosofie hebben God gedegradeerd tot niets meer dan een afstandelijke toeschouwer van wat er gebeurt. Hij wordt gezien als iemand die ogenschijnlijk de mens niet eens tegen kan houden om in verschrikkelijke oorlogen betrokken te geraken, omdat Hij de mens met een vrije wil heeft toegerust. Daarom is Hij verplicht de mens zijn eigen keuzes te laten maken en dit te laten gebeuren zonder enig ingrijpen. Als Hij op een of andere manier zou ingrijpen, zou de verantwoordelijkheid van de mens vernietigd worden. Dat is het idee. Dat is NIET waar! God komt tussenbeide en grijpt in en doet dingen gebeuren, Hij doet dit voortdurend! Ik zal u enkele schriftgedeelten laten zien, ook één waar u erg vertrouwd mee bent, waar deze eigenschap van God in het gezin tot uiting komt. Deze komt tot uiting in de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden, ik moet eigenlijk zeggen, laten opgroeien. Want in plaats van hun kinderen op te voeden, hun kinderen onder controle te hebben, hun kinderen te leiden en te sturen, in het leven van hun kinderen in te grijpen, laten ze hun kinderen hun vrije wil zo vrijelijk gebruiken, dat de kinderen het in het gezin voor het zeggen hebben. Dat is iets afschuwelijks! Dat is ook gebeurd in de relatie van de mens met God. Wij denken dat God unfair zou zijn als Hij in ons leven ingreep en dingen deed gebeuren. Ik moet u zeggen, God is diep betrokken en Hij doet dingen gebeuren. Ja, Hij reageert. Ouders zouden plannen moeten maken voor de toekomst van hun kinderen en hun kinderen met een bepaalde mate van dwang daarheen moeten leiden en sturen, omdat zij hun kinderen hebben bestudeerd en hun zwakheden hebben gezien, alsmede hun talenten, zodat ze hun kinderen in de richting van die talenten zouden leiden en sturen. Als we een knaap zijn eigen gang laten gaan [de Bijbel zegt dat er dwaasheid in het hart van een kind zit] dan zal die dwaasheid een dwaas voortbrengen. Ouders dienen hun kinderen op krachtige wijze te leiden en te sturen. Ik zal u aan het einde van de preek een voorbeeld geven, dat u waarschijnlijk heel interessant zult vinden.

Laten we naar Jozua 23:10 gaan. We gaan zomaar wat teksten aan elkaar knopen, waarbij ik niet veel uitleg zal geven, omdat ze vrij duidelijk zijn. Ik zei zojuist dat God dingen doet gebeuren. Kijk hier nu eens wat God zegt.

Jozua 23:10 - Eén van u vervolgde duizend, want de HERE, uw God, zelf streed voor u, zoals Hij u beloofd heeft.

Is dat alleen maar een mooie manier van zeggen, of is het letterlijk waar? Is God persoonlijk betrokken bij de strijd van Zijn kinderen? Ik kies ervoor te geloven wat hier staat.

Een andere tekst.

1 Kronieken 5:22a - Want er waren vele doden gevallen, omdat het een strijd was van Godswege.

Hij begon die oorlog. De goedertierenheid en de gestrengheid van God. Hij begon die oorlog. Die oorlog vond niet plaats omdat Hij op Zijn troon duimen zat te draaien. Hij begon hem. Hij veroorzaakte die oorlog. Beseffen we dat er niets in het universum plaatsvindt zonder Gods instemming? Laten we dat nu eens heel praktisch bekijken. Als God het toelaat, dan moet het Zijn wil zijn. Hij liet het doorgaan. "Ik wil dat ze oorlog voeren." Nog een andere tekst.

2 Kronieken 24:24 - Hoewel het leger van Aram met een gering aantal mannen kwam, gaf de HERE toch een zeer talrijk leger in hun macht, omdat (de Judeeërs) de HERE, de God hunner vaderen, hadden verlaten. En zij voltrokken aan Joas strafgerichten.

God zorgde ervoor dat Juda niet won.

2 Kronieken 11:1-4a - Toen Rechabeam te Jeruzalem was gekomen, riep hij het huis van Juda en Benjamin bijeen, honderdtachtigduizend strijdbare jonge mannen, om tegen Israel te strijden en het koningschap aan Rechabeam terug te brengen. 2 Maar het woord des HEREN kwam tot Semaja, de man Gods: 3 Zeg tot Rechabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tot geheel Israel, in Juda en Benjamin: 4 zó zegt de HERE: gij zult optrekken noch strijden tegen uw broeders. Keert terug, ieder naar zijn huis, want door Mij is deze zaak geschied.

God dreef Israël en Juda uit elkaar. Hij zat niet passief toe te kijken. Hij dreef ze uit elkaar. We kunnen nog heel wat meer zulke teksten in de Bijbel vinden. Nogmaals, hiermee wil ik niet zeggen, dat God persoonlijk betrokken is bij elke oorlog die wordt gevoerd, behalve dan dat Hij het door laat gaan, toelaat dat het gebeurt; daarom is het Zijn wil. Maar het kan zijn dat Hij persoonlijk er niet meer interesse voor heeft dan dat het gebeurt. Deze dingen staan in het Boek om ons te helpen begrijpen dat God persoonlijk is betrokken bij wat er gebeurt. Hij is geen afstandelijke toeschouwer. Wat wij daaruit moeten leren voor ons leven is, dat Hij letterlijk persoonlijk is geïnteresseerd, bezorgd, betrokken bij ons leven. Het gaat niet alleen maar om de groten zaken van de volkeren, maar om ons leven. We moeten dat goed snappen, want anders zal God niet werkelijk deel gaan uitmaken van ons leven, omdat we Hem erbuiten houden door te leven bij wat we zien. Ongelukkigerwijs heeft dit een grote invloed op ons gekregen. We leven zo vaak alsof God alleen maar een toeschouwer is en alsof Hij niet echt deel uitmaakt van wat er gebeurt. Weet u aan welke zonde we ons dan schuldig maken? Gebrek aan eerbied, gebrek aan de vreze des Heren. We geven Hem dan niet de eer en heerlijkheid die Zijn grote majesteit, wijsheid, liefhebbende bezorgdheid en Zijn macht toekomen. Laten we enkele verzen lezen uit Psalm 78, want Israël deed hetzelfde. Al deze dingen staan in de Bijbel als waarschuwing voor ons.

Psalm 78:40-41 - Hoe vaak waren zij weerspannig tegen Hem in de woestijn, griefden Hem in de wildernis, 41 en verzochten God wederom, en krenkten de Heilige Israels.

Het woord "weerspannig" betekent "rebelleren tegen". "Hoe vaak rebelleerden ze tegen Hem in de woestijn?" Het resultaat daarvan was dat ze God krenkten. [Statenvertaling: "stelden een perk", met andere woorden "beperkten" Hem.] Het woord "beperken" duidt op "grenzen stellen aan". Gaan we een beetje inzien wat de doorsnee Israëliet deed? Omdat zij leefden bij wat ze zagen, omdat ze niet dicht bij God leefden [ze hadden geen goede relatie met God], terwijl ze door de ervaringen van het leven gingen, beperkten ze God. Ze plaatsten grenzen om God heen en zeiden feitelijk: "Tot hier toe en niet verder." Ze hadden Hem niet zodanig vastgezet, dat Hij niet in staat was iets te doen, maar toch was dat het praktische resultaat van hun relatie met Hem. Dat betekent, dat door hun gebrek aan geloof, hun gebrek aan de vreze des Heren, ze in de praktijk van het leven er niet in slaagden gebruik te maken van Gods soevereiniteit over Zijn schepping en Zijn bereidheid Zijn volk te helpen. Mentaal trokken ze lijnen en concludeerden dat God niet voor hen zou voorzien, of niet kon voorzien, in hun omstandigheden. Ze kozen er dus voor om zelf hun conclusies te trekken en dat resulteerde in hun dood. "We verdedigen onszelf wel." "Kan God een welvoorziene dis aanrichten in de woestijn?" We kunnen in Hebreeën 4, de verzen 1 en 2, zien dat hun gebrek aan geloof hen doodde [als ik het zo mag zeggen]. Zij beperkten God. Jezus deed een uitspraak in Lucas 6:46, die heel veel voor ons zou moeten betekenen. Hij zegt:

Lucas 6:46 - Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg ?

Als er ook maar een les valt te leren uit het gehele leven, dan is dat wel dat God God is, dat Hij bedoelt wat Hij zegt en dat praktisch alles in het leven hier op aarde: 1) onder invloed van Satan staat, 2) werkt door vleselijk gerichte mensen die vijandig staan jegens God, 3) is ontworpen om ons te doen denken dat de mens boven alles staat. En ondertussen wordt er lippendienst bewezen aan God. Ziet u, als we werkelijk zouden denken dat God soeverein is, dat God boven alles staat, dan zouden we niet alleen maar lippendienst bewijzen, we zouden ons dan ook aan Hem onderwerpen.

Wat gebeurt er eigenlijk als de wil van de mens tegenover de wil van God komt te staan? Wat gebeurt er als de wil van de mens God beperkingen oplegt? Wat gebeurt er als die wil in conflict komt met de wil van God? Heeft de mens dan geen kennis? Heeft de mens geen wil? Heeft de mens geen macht? Nogmaals, God geeft ons eenvoudige voorbeelden zodat we het idee daarachter in ons leven kunnen toepassen. Als er een conflict is tussen de wil van de mens en de wil van God, wat gebeurt er dan? Toen de mens besloot dat ze de toren van Babel gingen bouwen, was dat hun wil die tot uitdrukking kwam. God zei: "O, nee!" Hij had een simpele manier om hun wil tot niets te brengen. Hij verwarde hun taal. Ze moesten dus ophouden met bouwen, omdat ze niet meer met elkaar tot overeenstemming konden komen. Ze konden elkaar niet langer verstaan. Zo eenvoudig ging dat. Wat gebeurde er met Farao, toen hij besloot: "O, nee! Jullie zullen niet vertrekken. Jullie zullen niet weggaan om jullie God te dienen en Hem daar in de woestijn offeranden te brengen." Wie won er? Om Farao's wil te breken, moest God de hele natie vernietigen. Onthoud dat concept, want het heeft veel met ons van doen.

Wat gebeurde er met Bileam toen hij Israël wilde vervloeken? Hij was er niet toe in staat. Hij moest zelfs toegeven dat God het hem niet toestond. Hij kon Israël dus niet vervloeken.

Wat gebeurde er met de Kanaänieten, toen ze probeerden Israël buiten de landsgrenzen te houden? Ze konden het niet.

Nog een klein, simpel voorval. Wat gebeurde er toen Saul zijn speer naar David wierp, met de bedoeling hem met die speer aan de wand te spietsen en hem te doden? Denken we dat het een ongeluk was dat hij miste? Iemand bestuurde die speer, zodat hij in de muur terecht kwam in plaats van in David. Het was belangrijk genoeg voor God, het was zelfs belangrijk genoeg voor God het in Zijn woord te laten opschrijven. Het was Sauls wil David te doden. God zei: "O, nee! Ik heb plannen met David die Ik niet met jou heb." Saul miste dus.

Wat gebeurde er met Jona toen hij weigerde naar Nineve te gaan? Hij ging.

Wat gebeurde er toen Nebukadnessar besloot zijn wil uit te voeren en Sadrak, Mesak en Abednego ter dood te brengen? Hij slaagde er niet in. God kwam tussenbeide.

Wat gebeurde er met Jezus toen Herodus Hem wilde doden? Het ging niet door.

Wat gebeurde er met Paulus toen de Joden tegen hem samenzweerden en hem in Damascus wilden doden? God vond een manier om hem weg te krijgen, hem uit de stad te krijgen.

Laten we dit uit dit alles leren. Hiervoor lezen we Spreuken, hoofdstuk 19, vers 21.

Spreuken 19:21 - Vele zijn de overleggingen in het hart des mensen, maar de raad des HEREN, die zal bestaan.

Als het Gods wil niet is, gebeurt het niet. Het interesseert me niet wat het is. Het interesseert me niet hoeveel mensen zich tegenover God stellen. Het interesseert me niet hoeveel mensen zich tegenover u stellen. Als God heeft besloten dat u niet sterft totdat er bepaalde dingen in uw leven zijn bereikt, dan zult u niet sterven. Niemand kan u het leven ontnemen, omdat God nog niet klaar is met Zijn plannen met u. Zo eenvoudig ligt dat. Ik zeg niet dat het niet angstaanjagend zal zijn. Maar ziet u, dat doet de soevereiniteit van God tot uiting komen in persoonlijke, privé omstandigheden, dingen waarvan anderen misschien niet eens op de hoogte zijn. Gemeente, dit is de essentie van geloof. Als we ooit in geloof willen gaan leven, dan moeten we dit begrijpen, dit geloven en dit in praktijk brengen. Er is de soevereiniteit van God en er is de menselijke verantwoordelijkheid. Beide moeten samenwerken. Wat als we niet reageren op Gods soevereiniteit? Heeft God dan alternatieven? Zeer zeker heeft Hij die. Geloof me, gemeente, het kan dan zijn dat we God uitnodigen Zijn gestrengheid in ons leven tot uiting te laten komen, omdat Hij onze knieën zal doen buigen, ook al is het het laatste dat Hij met ons doet, want het is Zijn wil ons te redden. Waarom zouden we het onszelf moeilijk maken? Dat is het punt. Dat is toch niet moeilijk om te bedenken? Er zijn heel wat overleggingen in het hart van de mens. Desalniettemin, de raad des Heren, die zal bestaan.

Soms bidden we, of denken we erover, dat God ons iedere ademtocht geeft die we inademen. Dat is inderdaad waar. Ook al is het maar een kleinigheid. Het gehele universum wordt door het woord Zijner macht in stand gehouden. Hij meent het en wij maken deel uit van dit universum, voor Hem een heel belangrijk deel van dit universum. Wij zijn Zijn oogappel.

Laten we nu eens over het volgende nadenken. Hoe persoonlijk is God betrokken bij de dingen die Hij heeft gepland voor de eindtijd? Ik ben al zo'n 36 of 37 jaar in de kerk. Toch gaan deze dingen om de een of andere reden pas nu hun invloed op mijn denken uitoefenen. Ik vraag me af: "Waar ben ik al deze jaren eigenlijk geweest met mijn denken?" Maar kijk met mij naar wat hier in Openbaring 17 staat. Daarom zeg ik dat ik in de laatste vier maanden meer gegroeid ben — tenminste op dit gebied — dan in al die 36 jaar bij elkaar.

Openbaring 17:16 - En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten [we weten wie de hoer is], en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden.

Dit is sterk beeldende taal over wat het beest met de valse profeet zal gaan doen. Kijk nu naar vers 17.

Openbaring 17:17a - Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen.

Hij liet dit niet over aan Satan. Hij doet dit Zelf. God werkt aan de tot-stand-koming van het beest. Hij kiest wie de valse profeet zal zijn. Hij kiest wie het beest zal zijn. Hij geeft deze mensen het verlangen, de gedachten, om samen te werken om wat wij als "het beest" kennen tot stand te brengen. Dit zou nooit gebeuren, tenzij het Gods wil was dat het zou gebeuren. Natuurlijk gebruikt Hij Satan hierbij. Satan is alleen maar een slachtoffer (pion) in Zijn handen. Maar God is bezig een groot en ontzagwekkend plan uit te voeren. De gestrengheid van God. Zeker, God heeft alles al uitgedacht en wij spelen onze rol in dat plaatje. Het moeilijke deel hieraan is niet het begrijpen van de ideeën die hier achter zitten. Het moeilijke deel is die praktisch bruikbaar te maken in ons leven, dat is bereid te zijn te leven in geloof. God doet dit allemaal om Zijn profetieën tot stand te brengen. Als God al iets beloofde, kan Hij beter ook maar de macht hebben om het tot stand te brengen, anders zou Hij God niet zijn. Als iemand Hem ervan kan weerhouden deze gedachten in het denken van die mensen te laten opkomen, dan is die persoon God en is God geen God. Hoe werkt God hieraan om het tot stand te brengen? Hij zegt ons in Zijn woord hoe Hij deze dingen doet. Laten we Ezra opslaan, hoofdstuk 1, vers 1.

Ezra 1:1 - In het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de HERE, opdat het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken, de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan.

Is het niet eenvoudig? Zo doet Hij ook met de mensen die het beest zullen worden. En natuurlijk, die mensen spannen samen. Aan de oppervlakte lijkt het voor hen: "Hé, dat is ons idee," en "Dat is een goed idee," terwijl ze niet beseffen dat God die gedachten om deze dingen te doen bij hen doet opkomen. God ruimt alle obstakels op zodat deze soevereine naties hun soevereiniteit voor een korte tijd zullen afstaan aan één man, het beest. Er zijn nog meer teksten in de Bijbel die deze manier van werken van God laten zien. Schrijf maar op Jesaja 45:13. Er is er ook nog een in dit hoofdstuk van Ezra, waar we nu zijn.

Ezra 1:5-6 - Toen maakten de familiehoofden van Juda en Benjamin, ook de priesters en de Levieten, zich gereed, allen wier geest God had gewekt om op te trekken teneinde het huis van de HERE, die in Jeruzalem woont, te bouwen. 6 En allen die rondom hen woonden, hielpen hen met zilveren voorwerpen, met goud, have en vee, en met kostbaarheden, behalve alles wat men vrijwillig gaf.

Ziet u dat? God wekte hun geest om aan dit project te geven. Laten we dit nu eens heel praktisch maken. Gemeente, op de een of andere manier moet het idee tot ons gaan doordringen, dat als God, alleen maar geleid door Zijn eigen denken, heeft besloten dat Hij ons in Zijn Koninkrijk wil hebben, dat Hij dan ook hemel en aarde zal bewegen om dat te laten gebeuren. In de vorige zin noemde ik, wat de basis van genade is: God, alleen maar geleid door Zijn eigen denken. Niet onze werken. Niets wat wij hebben gedaan. God heeft gezegd: "Jou wil ik hebben." De reden dat Hij ons wil hebben, ligt geheel binnen Hem besloten. Daarop gaat Hij handelen. Dat is genade. Hij breidt Zijn aanbod tot ons uit. Zeg eens, wie kan Zijn wil weerstaan? Hij heeft plannen met ons. Ik wil de nadruk in dat vers dat we allemaal wel kennen, verleggen; Jezus zei in Johannes 14: "Ik ga heen om u plaats te bereiden." Hij zei dit niet in algemene zin. Hij bedoelde voor ieder van ons persoonlijk. Hij bereidt een plaats voor ons in Zijn Koninkrijk, een plaats waar wij passen in Zijn regering, in Zijn Gezin — nadat Hij ons heeft voorbereid om daar te passen. Als Hij Zijn oog op iets zet, gaat Hij eraan werken het tot stand te brengen. Als we in het plaatje terugkomen bij het deel van onze verantwoordelijkheid (we laten dat vaak weg wegens onze angst voor zelfopoffering, onze angst voor wat het wel zou kunnen kosten), dan bedenken we elk mogelijk excuus om maar te voorkomen dat we ons aan Hem onderwerpen. We zeggen: "Nee, Hij bedoelt mij niet echt." Of: "Deze keer is het niet zo belangrijk." Of: "Wie ben ik?" Of: "Dat geldt alleen maar voor de dienaren." Of: "Ik ben te zwak." Is God werkelijk soeverein in ons leven, als Hij ons heeft beloofd dat Hij ons nooit een verzoeking, een beproeving, zal laten ondergaan die te zwaar is? Ziet u, Hij heeft manieren om door onze zelfrechtvaardiging heen te breken. Hij zal ons op de bestemde plaats krijgen, ook al moet Hij ons door de Verdrukking laten gaan en ons tot het uiterste pijnigen om ons maar zover te krijgen. Denkt u dat God Zijn eigen advies niet opvolgt, als Hij ziet dat "dwaasheid is vastgehecht in het hart van het kind", Zijn eigen kinderen? "De tuchtroede [de roede die pijn voortbrengt] zal haar vandaar verdrijven." Hij meent wat Hij zegt!

Dit leidt tot twee vragen, die ik wegens de tijd snel zal beantwoorden. Laten we opslaan Efeziërs 2, de verzen 8 tot 10.

Efeziërs 2:8-10 - Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Hier is dan één vraag. Als God van tevoren bepaald heeft dat wij in Zijn koninkrijk zullen zijn, en niet wil dat iemand verloren gaat, en ons daarom heeft geroepen, en ons tot berouw heeft geleid, en ons Zijn Geest heeft gegeven, wat heeft dat voor nut? Waarom zouden wij ons druk maken goede werken te blijven doen, zoals Paulus in Titus 3, vers 8, schrijft, of ons oefenen in de godsvrucht, zoals Paulus zegt in 1 Timotheüs 4, vers 7? Met andere woorden, als het Gods wil is dat we daar komen, waarom zouden we ons dan druk maken om na te volgen wat Hij zegt? Waarom zouden we zo ons best doen om gehoorzaam te zijn? Ik zeg u dat het antwoord daarop aan de ene kant zo heel eenvoudig is, maar tegelijkertijd aan de andere kant zulke verstrekkende consequenties heeft. Weet u wat het antwoord is? Waarom we ons druk moeten maken? Omdat dat Gods wil is! Zo eenvoudig ligt dat. Als God heeft gezegd dat Hij wil dat we dat doen, dan moet dat genoeg zijn voor hen die God boven alles stellen in hun leven. Dat is niet alles, maar dat is wel het antwoord. Er is geen plaats te vinden in de Bijbel waar de Bijbel ons aanmoedigt tot fatalistische ongeïnteresseerdheid voor de omstandigheden in ons leven. Waar we ook kijken in het Boek, we worden voortdurend aangespoord om niet tevreden te zijn met onze huidige geestelijke, morele en ethische toestand. Hij spoort ons voortdurend aan door te gaan tot volkomenheid. Het is Zijn wil dat we dat doen en daardoor wordt heel goede vrucht voortgebracht; daarom worden we voortdurend aangespoord energiek voort te gaan om onze problemen op Gods manier op te lossen.

Nu nog de tweede vraag. Alweer, als God van tevoren heeft bepaald dat we deze dingen doen, waarom is het dan zo moeilijk? Waarom is het zo moeilijk onze zonden te overwinnen, als het toch Gods wil is? Waarom geeft Hij ons niet meer "energie" om eraan te werken; Hij is toch Degene Die de kracht daarvoor geeft? Ook hier is een heel eenvoudig antwoord op. Als we dit eenmaal begrijpen, als ik het eenmaal heb gezegd, zullen we dit herkennen. Als we het eenmaal herkennen, dan rust op ons de verantwoordelijkheid ermee door te gaan. Sommigen van ons zijn er reeds mee bezig. Laten we 2 Corinthiërs 12, de verzen 9 tot 10 opslaan en daarna hoofdstuk 13, vers 4. Dit gaat over de drie keer dat Paulus tot God riep om genezen te worden van de "doorn" in zijn vlees en God zei: "Nee."

2 Corinthiërs 12:9-10 - En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. 10 Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.

2 Corinthiërs 13:4 - Welnu, Hij is gekruisigd uit zwakheid, maar Hij leeft uit de kracht Gods. Welnu, wij zijn zwak in Hem, maar wij zullen met Hem leven voor u uit de kracht Gods.

Wat is nu het antwoord op die vraag "Waarom is het zo moeilijk?" De reden hiervoor is dat God in Zijn plan iets met ons voor heeft, met elk van ons, indien we maar gaan groeien en overwinnen. Het begrip hiervan begint te komen als we terugkijken naar wat we geestelijk, moreel en ethisch waren, toen God Zichzelf aan ons begon te openbaren. Er staat in Romeinen 2, vers 4: "De goedertierenheid van God leidt ons tot boetvaardigheid." God leidt ons tot berouw. Wat gebeurde er aan het begin van onze bekering? Waarom kregen we berouw? We (zowel u als ik) kregen berouw omdat God ons zover bracht, dat we gingen inzien dat we geen keus hadden. We waren geheel machteloos om zonde en dood te overwinnen, met name de dood. Toen ons dan ook de enige mogelijkheid werd geboden, grepen we die aan, omdat we niet in staat waren een andere kant uit te gaan. We kunnen onszelf geen leven geven, we kunnen onszelf niet vergeven. Het enige wat erop zit is aan God te erkennen, uit het diepste van ons hart, dat Hij de Enige is Die door het bloed van Jezus Christus de macht heeft ons te vergeven, Die de macht heeft ons Zijn Geest te geven, Die de macht heeft de dood te overwinnen, Die de macht heeft ons eeuwig leven te geven.

Datzelfde principe werkt ook bij overwinnen. We kunnen niet overwinnen, totdat we alleen voor Hem onze machteloosheid erkennen om ook maar iets te overwinnen. Gemeente, God kan in ons hart kijken. Hij weet wat er in ons denken omgaat. Hij weet wat we Hem werkelijk in alle oprechtheid vanuit het diepst van ons hart willen zeggen, dat we berouw hebben en dat we geen slagen meer om de arm houden. Als we op die manier tot Hem komen, dan vergeeft Hij en geeft Hij ons de macht om die zonde te overwinnen; als dan die zonde overwonnen is, weten we dat we het niet zelf deden. Zolang we denken dat wij zelf iets van doen hebben met de kracht die nodig is om die zonde te overwinnen, hebben we nog niet het punt bereikt, waar Hij ons die kracht zal gaan geven om het te doen, want wij zelf weerhouden Hem daarvan. Dat is een diepgaand, verbijsterend concept, maar het is erg belangrijk en het heeft zijn wortel in de soevereiniteit van God.

Alles in dit universum komt bij Hem vandaan en Hij wil dat wij ons door Hem laten regeren. Daarom hebben we de beschikking over een vrije wil, om daarvoor te kiezen. Hij is geduldig, heel geduldig. Maar Hij werkt er ook aan om ons zover te krijgen dat we dit ook echt gaan doen. Hebben die woorden van de heer Armstrong in dit verband enige betekenis? "Niet totdat God ervan overtuigd is dat Hij ons regeert ..." Denk daar eens over na, gemeente. Dit is het punt waar het om gaat, al sinds Satan dit punt aan de orde stelde in de hof van Eden, met de boom des levens en de boom der kennis van goed en kwaad. "Maak je keuze, Adam en Eva. Vooruit, maak je keus. Sta me toe jullie te regeren, of ..." Zij maakten de verkeerde keus en de mensheid heeft dat sindsdien ook gedaan. Dit punt is nog steeds het punt waarom het draait. Misschien heeft ook Johannes 15:5 hier iets te zeggen. Jezus zei: "Zonder Mij kunt gij niets doen." Hij bedoelde dat ook zo. Net zo zeker als een tak niet aan een boom kan groeien, tenzij deze verbonden is aan de stam en daardoor met de wortels, ... evenmin kunnen wij op Gods manier groeien totdat we volledig in staat zijn ons aan God te onderwerpen. God zal ons accepteren terwijl we daarheen op weg zijn en voortgaan om daaraan te werken, omdat groei niet iets is dat van de ene op de andere dag plaatsvindt. Daarom geeft Hij ons zo lang de tijd om dit te leren.

Samenvattend kunnen we dus zeggen dat er aan de ene kant de soevereiniteit van God is [u kunt in uw notities opschrijven Efeziërs 1, de verzen 5 en 11, waar staat dat Hij ons van tevoren heeft bestemd om in Zijn koninkrijk te zijn], maar aan de andere kant is er de menselijke verantwoordelijkheid. Ik wil afsluiten met een schriftgedeelte uit Mattheüs 18, de verzen 1 tot 4.

Mattheüs 18:1-4 - Op dat ogenblik kwamen de discipelen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen? 2 En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, 3 en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. 4 Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.

We zien onze verantwoordelijkheid hier dus heel eenvoudig onder woorden gebracht. We moeten worden als een kind: vertrouwend, onschuldig, open, met grote ogen, onderwijsbaar en kneedbaar. We moeten niet wedijveren voor een goede positie, of denken en handelen alsof we het summum van kennis zijn over een bepaald onderwerp; dit laatste zijn dingen waartoe we door de menselijke natuur sterk zijn geneigd.

Van John Reid hoorde ik een verhaal over een Duits meisje dat een aantal jaren geleden op de radio werd geïnterviewd. Ik denk dat Duitsland, ongelukkigerwijs niet langer dezelfde waarden als die in dit verhaal aan de orde komen, weerspiegelt. Deze jonge vrouw had heel wat talent en veel bereikt. Ze speelde heel goed viool, ze sprak vier talen. Daarnaast had ze nog een aantal andere dingen bereikt. De interviewer vroeg waarom ze zich zo erg had ingespannen om dat allemaal te bereiken en nog steeds meer wilde bereiken. Haar antwoord was heel eenvoudig en recht op de man af. "Omdat mijn vader me zei dat te doen." "Ja, maar", zei de interviewer, "je bent nu toch 21." Hierin zat de toespeling: "Maak jezelf toch vrij, meisje, en ga wat van het leven genieten. Neem het heft in eigen handen." Ze antwoordde: "In Amerika hebben jullie iets dat wij in Duitsland niet hebben." "Wat dan wel?" zei de interviewer. "Teenagers" was haar antwoord. "In Duitsland blijven we kinderen totdat we het ouderlijk huis verlaten."

Ik denk dat dit heel goed de essentie samenvat van de soevereiniteit van God en de menselijke verantwoordelijkheid. God is onze Vader. Hij is soeverein. Hij heeft het nooit bij het verkeerde eind voor wat Hij in ons leven wil. We maken deel uit van Zijn gezin en het is onze verantwoordelijkheid een kind te zijn en ons aan Hem te onderwerpen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)