Voorbereiding op groei: Intimiteit met Christus (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
12 oktober 1996

Samenvatting: (toon)

In deze inleidende preek op de serie over intimiteit met Christus waarschuwt John Ritenbaugh dat de bekrompen mentaliteit van "betaal en bid" [pay and pray] die door velen in onze vorige associatie werd ervaren, onze aandacht wegnam van het belangrijkere aspect van overwinnen en groeien ter voorbereiding op het Koninkrijk van God. We hebben het vreselijk hard nodig om betrokken te geraken bij een zaak, waarbij we ons, persoonlijk en individueel, overgeven aan Gods scheppende macht, waardoor we gereed worden gemaakt voor het Koninkrijk van God. We moeten onze tijd beschermen, niet toestaan dat we altijd maar druk bezig zijn en betrokken bij de activiteiten van de wereld die ons ervan weerhouden een diep intieme relatie met God te ontwikkelen. Het ontwikkelen van intimiteit vereist een leven uit geloof dat uitgaat boven het oppervlakkige academische weten, en dat uitmondt in een intense, door en door praktische toepassing van een actief zoeken naar, overgeven aan en gehoorzamen van God.


Ik weet zeker dat alle volwassenen onder ons een bepaalde mate van bezorgdheid voelen voor de nabije toekomst. Gelet op de condities van de huidige tijd vraag ik me af hoeveel erger het nog kan worden. Ik weet dat u zich dezelfde dingen afvraagt en ik geloof, dat we bang zijn dat het nog heel wat erger zal worden dan het al is, als het nog lang zal duren. Ik wil dat u weet, dat John Ritenbaugh gelooft — indien mijn begrip van diverse profetieën correct is — dat het nog heel wat erger zal worden, zelfs als het niet meer zo lang zal duren.

Ik heb mijn zorgen over deze verergerende omstandigheden, omdat ik er absoluut zeker van ben dat als de omstandigheden verergeren, ze een steeds toenemende druk op ons zullen uitoefenen om aan de daarmee gepaard gaande spanningen te ontkomen door het geloof op te geven, omdat de spanningen die op ons zullen worden uitgeoefend inderdaad in zekere mate weggenomen kunnen worden door wat we geloven los te laten. Ik weet dat vanuit de geschiedenis.

Het is nog niet zover dat het voor ons onmogelijk is te werken als we niet het merk van het beest willen aannemen. Ik denk dat dit u een aardig idee geeft waarom deze dingen druk zullen gaan uitoefenen op ons geloof. Dat kan het uiterste zijn, dat we of het teken van het beest aanvaarden of geen werk meer hebben. Als we geen werk meer hebben, hebben we niet te eten, omdat die profetie zegt dat niemand kan kopen of verkopen zonder dat teken. Dus tot op die tijd zullen er andere dingen zijn die druk op ons uitoefenen.

Deze preek is — evenals bijna alle preken die ik geef — erop gericht ons voor te bereiden op het Koninkrijk van God. Maar ik denk dat deze in het bijzonder kan worden beschouwd als een afsluiting van de serie die ik tijdens het Loofhuttenfeest gaf, omdat deze preek reeds was voorbereid voordat we naar het Feest gingen om als conclusie te dienen voor twee van de preken die ik daar gaf. Maar die twee preken groeiden, terwijl we daar waren, uit tot vier preken. Desalniettemin was deze preek voorbereid met die andere preken in gedachten. Deze preek bevat geen overvloed aan detail. Hij gaat over algemene punten, omdat het ieders verantwoordelijkheid is om zijn eigen behoud te bewerken; daarvan maakt ook deel uit dat ieders leven zijn eigen nuanceringen heeft. De details van de dingen die ik in deze preek aan de orde stel, dienen dus door ieder persoonlijk te worden geïdentificeerd en aangepakt.

Eén van de hoofdproblemen die we hebben met betrekking tot overwinnen, is dat we onszelf niet zien als diepgaand betrokken bij een groot doel. De nadruk ligt hier op "onszelf" en de term "groot doel" of "grote zaak". Overwinnen zie ik hier in samenhang met andere woorden die we meestal met elkaar in verband brengen. We brengen met elkaar in verband "groeien in de genade en kennis van Jezus Christus" en "overwinnen". Deze worden aan elkaar gekoppeld. In feite zouden ze beschouwd kunnen worden als aparte delen van één proces; ze kunnen zelfs als precies hetzelfde worden beschouwd, omdat volgens mijn denken groei niet kan zonder overwinning en als we overwinnen dan groeien we ook. Naar mijn mening zijn die twee dan ook onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Fysieke groei, in lengte en gewicht, is natuurlijk en gaat door zolang we de minimaal noodzakelijke dingen doen om het leven in stand te houden. Maar geestelijke groei en overwinnen vereist onnatuurlijke aandacht, discipline en motivatie, omdat er een bepaalde mate van geestelijk geloof voor nodig is; dat is voor de mens niet natuurlijk. Geestelijke groei is dus iets dat ontstaat als de mens tegen zijn natuurlijke drijfveren ingaat. Daarom is overwinnen zo moeilijk.

Juist om deze reden kan het enorm helpen de grootst mogelijke groei te bewerkstelligen als we onszelf betrokken zien bij een groot doel. Voor een groep met als doel het verkondigen van het evangelie aan de wereld ... Ik gebruik dit voorbeeld om voor de hand liggende redenen, want de groep waar we ons van afscheidden had dat als doel. Haar reden van bestaan was het verkondigen van het evangelie aan de wereld. Ik ben daar niet tegen! Begrijp dat alstublieft. Ik roep daarvoor niemand ter verantwoording, maar ik wil iets duidelijk maken dat ik in de afgelopen jaren heb geleerd. Dat is dat in het verkondigen van het evangelie van het Koninkrijk van God aan de wereld een bepaalde mate van motivatie is ingebouwd, omdat deze groepen bijna voortdurend gericht zijn op aantallen, en aantallen hebben een fascinerende uitwerking op ons. Aantallen versterken de reden dat wij bij zo'n groep willen behoren en daarom ligt de nadruk op:

  • het aantal stations waarop we nu uitzenden is met x toegenomen,
  • x mensen hebben voor het eerst contact met ons gezocht,
  • x mensen hebben ingeschreven op de bijbelcursus,
  • x mensen zijn gedoopt,
  • er zijn x brieven of telefoontjes ontvangen

Er zit echter een groot gevaar in dat systeem, want het verleidt de onoplettende ertoe te geloven dat hijzelf op juiste voet staat met God, eenvoudigweg omdat hij deel uitmaakt van die groep die de verkondiging uitvoert. Dit veroorzaakt op subtiele wijze het geloof in "groepsbehoud". Ik zal nu drie schriftgedeelten aanhalen om ons te laten zien dat dit concept van "groepsbehoud" verkeerd is, alhoewel de gehele kerk behouden zal worden en op één en dezelfde tijd veranderd zal worden. Laten we Romeinen 14:12 opslaan.

Romeinen 14:12 Zo zal [dan] een ieder onzer voor zichzelf rekenschap geven [aan God].

Ziet u dat? Houdt die gedachte vast. Nu naar 2 Corinthiërs 5:10.

2 Corinthiërs 5:10a Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, ...

Gemeente, dat vindt nu plaats. Het oordeel is nu op het huis van God.

2 Corinthiërs 5:10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

We zien hier dus dat zelfs alhoewel de gehele kerk behouden zal worden, tegelijkertijd veranderd zal worden, op één tijdstip in het Koninkrijk van God geboren zal worden, ieders oordeel individueel is. We worden niet als groep gezien en gered omdat we deel uitmaken van die groep.

We gaan nu helemaal naar het einde van het Boek, naar Openbaring 22. Ik geloof dat ik met drie getuigen vrij sterk sta.

Openbaring 22:12 Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is.

Niet dat van iemand anders! We maakten dus deel uit van de groep die met groot succes het Koninkrijk van God aan de wereld verkondigde, maar het oordeel van elk van ons is een individuele zaak. Zo'n programma heeft de neiging een situatie te doen ontstaan waarin het leeuwendeel van het feitelijke werk om het evangelie te verkondigen door een betrekkelijk klein aantal mensen wordt gedaan. En voordat u het weet kan zo'n programma verzanden in het "pay and pray syndrome" — een term die we allemaal wel kennen. Dat veroorzaakt hoogstwaarschijnlijk totaal geen persoonlijke groei, of heel weinig. Wat het wel doet is iemand anders helpen het werk te doen.

Denkt u nu alstublieft niet dat ik daar in het geheel op tegen ben. In zekere mate is dat nodig en in zekere mate is zo'n systeem goed. Het is niet geheel waardeloos. Maar ik geloof ook dat het een hoofdrol speelde in waarom zovelen niet voorbereid waren op wat er gebeurde toen de doctrines werden veranderd, waarom zovelen van ons hun eerste liefde verloren, Laodiceeïsch werden en in slaap vielen. Het werk werd toch gedaan? Ja, dat deel van het werk werd gedaan, maar zoals ik hier probeer duidelijk te maken, is er meer betrokken bij het werk van God dan het evangelie verkondigen.

In zeker opzicht (ik heb dit eerder gezegd) is dat het gemakkelijke deel. Voor elk van ons persoonlijk is het moeilijke deel overwinnen. En in zo'n situatie is het erg gemakkelijk om onze persoonlijke verantwoordelijkheid jegens God om te groeien en te overwinnen over het hoofd te zien, omdat we ons altijd kunnen rechtvaardigen in wat we doen door te zeggen dat het werk wordt gedaan en dat het daarom met ons ook in orde is. Zien we dat in?

Het evangelie wordt toch verkondigd, waarom zouden we ons dan zorgen maken? Maar hier is de klap op de vuurpijl. Elk bewijs dat het wordt gedaan is zichtbaar en dat is dus "leven bij wat we zien". Het is zichtbaar en wordt uitgedrukt in getallen. We moeten in geloof leven, niet in getallen. Als we leven bij wat we zien, zouden we dan ooit zeggen dat Gideons 300 man een groot leger van vele tienduizenden zou verslaan? Natuurlijk niet. Alleen zij die leven in geloof kunnen de werkelijkheid van die mogelijkheid zien. Als we leven bij wat we zien, dan had David geen schijn van kans. Als we leven in geloof, dan had David geen enkele twijfel dat God achter hem zou staan om die geweldige reus te verslaan. Hier wil ik het over hebben. Groeien, overwinnen dwingt iemand ertoe te leven in geloof. We kunnen niet leven in getallen.

Gods doel is Zichzelf te reproduceren. Hij wil Zijn beeld in ons scheppen. Dat vereist persoonlijk overwinnen en persoonlijke trouw in de ervaringen van het leven. Dat is niet iets wat een ander voor ons kan doen. De heer Armstrong kon dat niet doen. Dat is iets dat we allemaal zelf moeten doen en het hangt af van de kwaliteit van onze persoonlijke relatie met God. Juist op dit gebied helpt het enorm als we onszelf betrokken zien bij een groot doel. Laat me dit als volgt illustreren. Een marathonloper is iemand die ruim 42 kilometer in een wedstrijd wil lopen voor roem en geld. Dat is zijn doel. Het resultaat van het hebben van dat doel is dat hij zich voorbereidt om dat doel te bereiken door alle training die hij zichzelf oplegt; hij ondergaat en doorstaat die om dat te bereiken. Maar ziet u, hij heeft een doel en dat verschaft hem de motivatie om zijn fysieke zwakheden te overwinnen om zich voor te bereiden de wedstrijd te voltooien.

Volgens Webster's New Dictionary betekent het woord "doel" "alles wat een resultaat voortbrengt". Laten we dat iets uitbreiden en erop voortborduren. Het betekent ook "een doelstelling of beweging waarin iemand of een groep is geïnteresseerd en die dan ook ondersteunt, in het bijzonder één die sociale verandering teweegbrengt". Dat is een erg interessante omschrijving, want dat is precies waar wij bij betrokken zijn.

Webster's Lexicon of The English Language zegt het volgende: "De positie die wordt ingenomen in een wedstrijd tussen personen of politieke of religieuze bewegingen."

Nog een paar synoniemen. Er zijn er vele, maar ik wil er een paar gebruiken die van toepassing zijn binnen de context van deze preek. Synoniemen voor het woord "doel": voornaamste beweegreden, aanstichter, voortbrenger, generator, in beweging brenger, rechtvaardiging, reden, initiatiefnemer.

Ziet u wat een doel doet? Het motiveert iemand en geeft iemand vastberadenheid, net als de marathonloper. Het geeft iemand vastberadenheid tot verandering, zoals sociale verandering. Iemand sluit zich dus aan bij een beweging. Hij wordt lid van een politieke partij, omdat de filosofie van die partij de sociale verandering zal voortbrengen die in overeenstemming is met zijn idealen. Wij moeten iets in dezelfde betekenis hebben en we moeten ook inzien dat zo'n doel groter moet zijn dan wijzelf. Als dat doel groter is dan wijzelf dan zullen we zelfs zover gaan ons leven ervoor op te offeren. Dat doen patriotten in oorlogstijd. Zij zien die oorlog als een doel om hun leven te geven voor hun vaderland. Zij gaan zover en het motiveert hen dus tot heldhaftige daden die de overwinning zullen voortbrengen, waarvan zij vinden dat die voor hun land nodig is om te slagen.

Ons vaderland is het Koninkrijk van God, God is erbij betrokken en heeft ons betrokken bij een doel. Dat doel is Zichzelf in ons te reproduceren en daarnaast nog veel meer. Ik geloof ook dat het juist op dit gebied is — of we ons betrokken voelen bij een doel — dat we gaan ontdekken of onze bekering alleen maar gericht is op woorden en gevoelens of op de werkelijkheid die die woorden vertegenwoordigen. Dit is één van de hoofdfactoren die God in deze beproeving die de kerk treft, ontdekt: waar staat iemands geloof nu werkelijk! Ongelukkigerwijze, vanuit mijn standpunt, geloof ik dat Hij tot de conclusie komt dat veel mensen alleen maar bekeerd zijn tot wat ik noem "tot woorden". Het is niets dan intellectuele instemming of bekering tot technische zaken. Maar ze zijn niet bekeerd tot gelijkvormigheid aan de Persoon van Jezus Christus, die we zullen gaan huwen; niet bekeerd tot een manier van leven die karakter inhoudt, gedrag en voorbereiding op de werkelijkheid van Christus' wederkomst, het oprichten van het Koninkrijk van God, deelnemen in een regering, Gods doel vervullen om de gehele mensheid naar het beeld van God te doen veranderen. Dat is Gods doel. Daarom heeft Hij ons in dienst genomen, ons geroepen met Hem bij dit doel betrokken te zijn, zodat als die tijd komt Hij een groep heeft voorbereidt om dat doel uit te dragen naar de rest van de mensheid.

Ik weet dat mij — toen ik Les Misérables voor de eerste keer zag — dat lied bij de pauze de tranen in de ogen deed springen: "Wilt u zich niet bij ons voegen in deze kruistocht?" Ik dacht eraan waarbij ik betrokken was. We zijn nu betrokken bij een doel dat de grootste culturele omwenteling zal teweegbrengen die ooit op aarde heeft plaatsgevonden. We moeten getraind worden om op de tijd dat dit werkelijk zal gaan gebeuren, te zijn voorbereid. We maken deel uit van een voorhoede die daarop wordt voorbereid, zodat wanneer die tijd aanbreekt we gereed zullen zijn. Ons doel, individueel en persoonlijk, is dus ons over te geven aan Gods scheppende macht, individueel en persoonlijk te groeien en te overwinnen, zodat wanneer die tijd aanbreekt we gereed zullen zijn.

Nu we weer beginnen aan een nieuw seizoen volgend op het Loofhuttenfeest, wil ik hieraan enkele eenvoudige suggesties toevoegen om ons te helpen beseffen dat we deel uitmaken van de meest waardevolle zaak, het meest waardevolle doel, dat ooit op aarde heeft bestaan. Deze suggesties zullen helpen onszelf te meten om te bepalen of we onze eerste liefde hebben verloren en tegelijkertijd hopelijk de ernst en diepte van een mogelijk verborgen Laodiceanisme in onszelf te openbaren. De suggesties die ik ga geven zijn eenvoudig, maar ze uitvoeren is waarschijnlijk de moeilijkste taak die we ooit in ons leven hebben moeten uitvoeren, omdat ze uitzonderlijk moeilijk zijn. Maar als we niet enige inspanning leveren, lopen we het risico een en ander te veronachtzamen. Ik weet in feite, dat we in zekere mate het grote behoud dat ons is geboden zullen veronachtzamen. Ik weet niet hoe vertrouwd u bent met de brief aan de Hebreeën, maar dit is één van de stellingen waarop deze brief is gebaseerd, omdat de mensen aan wie de apostel Paulus deze brief schreef, waarschijnlijk hun behoud veronachtzaamden en daarom is het een van de eerste punten die in deze brief wordt genoemd.

Hebreeën 2:1-3 Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. 2 Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, 3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd.

Vanaf dat punt gaat hij dan verder met te zeggen dat wij — met Jezus Christus, de Leidsman van ons behoud — de erfgenamen der aarde zijn, erfgenamen van het gehele universum. Weet u dat het woord "zonde" maar drie keer in deze brief aan de Hebreeën voorkomt? Zonde was niet echt het punt waarom het draaide. Het punt was veronachtzaming. Er zijn slechts vage aanwijzingen voor vervolging. Dat was het punt ook niet. Het punt was veronachtzaming. Er zijn vele verwijzingen naar geloof, omdat het gebruik van hun geloof leidde tot die veronachtzaming. Deze mensen leefden hoofdzakelijk bij wat ze zagen, en daar was een reden voor. Mijn zorg is dus dat deze wereld — gewoon omdat ze er is, gewoon omdat we erin moeten leven, gewoon omdat we er onze kost in moeten verdienen, gewoon omdat we er familie in hebben, gewoon omdat we onze kinderen erin moeten opvoeden — zo'n druk op ons uitoefent, dat als we niet voorzichtig zijn, als we de wereld niet weerstaan, het de oorzaak wordt dat we ons grote behoud gaan veronachtzamen, tenzij we werkelijk in geloof leven. Dat geloof zal ons de kracht geven het te weerstaan door ons ervan bewust te zijn.

Laten we nu nog een erg bekend schriftgedeelte opslaan in Mattheüs 6:33. We zullen er maar even bij blijven stilstaan en bezien waarom deze tekst zo belangrijk is.

Mattheüs 6:33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

Wat is "dit alles"? De dingen voor het dagelijkse leven — voedsel en kleding. Hij heeft het over de noodzakelijkheden van het leven en daarom zegt Hij ons eerst het Koninkrijk van God te zoeken en het aan God over te laten de dingen toe te voegen waarvan wij vinden dat we ze zo hard nodig hebben voor het leven. Dit is een opdracht. Normaal houden we er niet van hierover in termen van een wet te denken, maar dit is een bevel en daarom is het een wet: We moeten eerst het Koninkrijk van God zoeken. Om er nog meer de nadruk op te leggen komt het voor in de bergrede, de toespraak waarin Jezus het fundament legde voor al Zijn onderwijs dat daarna zou volgen. Hier in de bergrede hebben we dus in zeer beknopte vorm de belangrijkste principes van Gods manier van leven voor ons hier en nu, dingen die we moeten leren. Het bevat niet alles, maar zeker toch de dingen die de hoogste prioriteit hebben, en de allereerste prioriteit is dat we het Koninkrijk van God zoeken.

Dit is belangrijk, ik bedoel dat het belang erin ligt dat het ons helpt prioriteiten te stellen en keuzes te maken in het gebruik van onze tijd. Ik denk voornamelijk in het gebruik van tijd, omdat leven tijd is, en zonder deze vorm van hulp van onze Verlosser en Heer en Meester, is het erg gemakkelijk om behoud te veronachtzamen, omdat het een zaak is van geloof. De wereld is een zaak van zien. De wereld is een zaak van geluid. De wereld is een zaak van voelen en proeven. Om deze redenen zijn de dingen van geloof niet vaak zaken van onmiddellijk belang die ons aanzetten tot actie, omdat de menselijke natuur, waarmee we voortdurend te maken hebben, wordt gestuurd door wat we zien.

Eén van mijn zorgen is — juist omdat ik zie dat het invloed op mij heeft, omdat we leven in een wereld geschapen door Satan — dat het gemakkelijk voor ons is helemaal overstelpt te worden door bezig zijn. Hij heeft ervoor gezorgd dat we een gevoel van urgentie hebben om verkeerde dingen te doen, zodat we in feite worden getiranniseerd om allerlei dingen te doen die weinig of niets van doen hebben met het Koninkrijk van God. Dit is niet iets theoretisch. We worden voortdurend aangespoord door onze bank, onze werkgever, de radio, de TV, kranten, tijdschriften, de telefoon, om onszelf bezig te houden met onszelf te vermaken, te werken in de tuin, te oriënteren voor een nieuwe auto, te winkelen voor kleding, meubels, te haasten naar het fitnesscentrum — het gaat almaar door — en geen van deze dingen is in zichzelf zondig. Het kunnen zelfs heel goede bezigheden zijn, maar ze moeten nauwkeurig onder de loep worden genomen door iemand die in geloof leeft om ze op hun echte waarde te beoordelen. Dat kan soms erg pijnlijk zijn omdat er bepaalde offers zullen moeten worden gebracht op gebieden die ons na aan het hart liggen.

Hoevelen van ons worden door de TV opgeslorpt om dag in dag uit die ene soapserie te volgen, omdat de producenten en regisseurs daarvan zo bekwaam zijn om interesse op te wekken en het verhaal altijd weer af te kappen op het moment dat het ontzettend spannend begint te worden? Zo pakken ze onze interesse voor de volgende dag, en dan weer de daarop volgende dag, enzovoort, enzovoort. Het hoeft geen soap te zijn. Het kan ook een favoriete komische serie, een avonturenserie, een sportgebeurtenis zijn, of wat dan maar ook. We zien dat we tijd kunnen uittrekken voor zulke zaken en dan klagen we [ik ben daar heel goed in], of we voelen ons schuldig omdat we iets met een hogere prioriteit hebben laten voorbijgaan.

Ik las van iemand die pastor bleek te zijn in een andere organisatie, die zei: "Niemand weet dit, maar ik sta onder druk. Ik ben alleen, leeg, oppervlakkig en verslaafd aan mijn agenda." Dit gedeelte van verslaving aan een agenda, dat is iets waarin ik ook heel gemakkelijk kan vervallen, ik kan dus meevoelen. Maar denk er eens aan wat hij in algemenere zin zei. Dat is dat onophoudelijke bezigheden dit voortbrengen. Het draagt vrucht en een deel daarvan is dat het de mens uitwringt. Het maakt ons ongeduldig, in het bijzonder als we verslaafd zijn aan een agenda. We zijn dan altijd ongeduldig om iets gedaan te krijgen zodat we aan het volgende punt kunnen beginnen. Dit is een situatie die boosheid op anderen met zich meebrengt, anderen die ons belemmeren in het uitvoeren van wat we zo nodig vinden te doen; nog erger het brengt een gevoel van leegheid voort. Dit is de valkuil, namelijk dat iemand die zo betrokken is bij onophoudelijk bezig zijn zich productief kan voelen, hij kan zelfs echt productief zijn, maar wat is de eeuwige waarde van wat er wordt voortgebracht?

"IJdelheid der ijdelheden", zei Salomo. "Alles is ijdelheid." Daar gaat het boek Prediker over. Het gaat over het gebruik van tijd. Het gaat over het belang van activiteiten. En wat is zijn conclusie aan het einde van het boek? "Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen." Kijk, daar is wijsheid. Salomo vulde niet alle details in, maar hij gaf ons veel om over na te denken: over wat prioriteit in ons leven behoort te hebben. Hij vulde niet alle details in en wel om dezelfde reden dat ik niet alle details kan invullen, want God heeft iedereen de verantwoordelijkheid gegeven hierover na te denken, en ieder van ons heeft besluiten te nemen om zijn eigen behoud te bewerken, omdat ieders leven zijn eigen nuances heeft en er niet genoeg kan worden geschreven om elke mogelijke situatie te beschrijven. God laat dat dus aan ons over, maar Hij geeft wel de algemene regels.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat iemand die misschien wel voortdurend dingen produceert doordat hij betrokken is bij onophoudelijke bezigheden, dat zo iemand tot de ontdekking kan komen, afhankelijk van waarbij hij betrokken is, dat het niet echt veel overwinnen voortbrengt. Ik bedoel dingen die echt belangrijk zijn, met andere woorden dingen die van doen hebben met het Koninkrijk van God en de relatie met God. Ik ben tot de conclusie gekomen dat door zulke bezigheden iemand volop betrokken is bij andere mensen, maar dat hij daarna weinig energie meer over heeft om God te leren kennen, in het bijzonder God echt diepgaand te leren kennen. Weet u waarom dat is? Omdat er weinig tijd is voor intieme omgang met God. Enorm veel tijd met mensen, maar wellicht gaat het niet echt om de mensen. Zulke mensen hebben inderdaad heel veel van doen met andere mensen.

Heeft u ooit iets heel diepgaand bestudeerd? Laat me het woord wijzigen. Hebt u ooit iets diepgaands bestudeerd? Laten we daarmee beginnen. Ik heb in mijn kantoor twee foto's hangen. Eén is van een kalender, een National Geographic kalender van een diep dal tussen twee bergen in Schotland. De andere is een foto van de Grand Canyon genomen door John Reid. Ik kan naar die twee foto's kijken om erover te mediteren; eerlijk gezegd kan ik er heel lang van genieten. De ene heeft oneindig interessante rotsformaties. Heel in de verte zie je nog een stukje van de Colorado rivier stromen, ruim 1,5 kilometer in de diepte. Ik kan bomen zien die wel zo'n 20-30 m hoog moeten zijn en toch tegen de canyonwand zien ze eruit als miniatuurboompjes. Die foto ademt een sfeer van grote stilte uit zodat je denkt, tenminste dat doe ik, dat je in een kathedraal bent. Er is een gevoel van ontzag over Gods scheppend vermogen en de schoonheid die ermee samengaat.

De andere foto, die uit Schotland, is een samenstel van weelderig groen in allerlei verschillende tinten. Op de bodem van het dal is het huis van een schaapherder of misschien wel van een boer — ik weet het niet precies. Het is zo klein tegen de bergen dat het slechts een klein stipje lijkt in vergelijking met de bergen die er hoog bovenuit torenen. Beide foto's geven me een overweldigend gevoel van nietigheid, een gevoel van aan tijd gebonden te zijn, er de slaaf van te zijn, omdat ik daar tijdloosheid zie en tijd is zo belangrijk voor mij. Ik kan in dromen verzinken als ik erover ga nadenken wat daar eeuwen geleden moet hebben plaatsgevonden en wie daar hebben gelopen. Wat voor mensen waren dat? Wat voor persoonlijkheid hadden ze? Wat voor karakter, wat voor type geest, waar dachten ze over toen zij ervoeren waar ik nu naar kijk.

Die foto's geven me het gevoel dat ik niet meer ben dan één oogwenk, of één ademtocht of één zuchtje wind in het woeden van een orkaan. Toch weet ik dat de God die deze dingen schiep, van mij persoonlijk en individueel op de hoogte is. Ik zie in die foto's dingen die me doen verlangen Hem te leren kennen en te worden als Hij, om zulke dingen te kunnen doen, het verstand te hebben dat overeenkomt met wat ik op die foto's zie. Als ik een poosje naar ze kijk, brengt het me iedere keer weer terug naar de reden waarom ik hier ben, waarom ik besta. Wat denkt u van de God die maakte wat op deze foto's is te zien — is Hij diepgaand? Wat voor geest was er nodig om een dergelijke schoonheid te ontwerpen? Wat voor geest was er nodig om het vermogen te hebben zulke dingen tot stand te brengen? Wij kunnen er een foto van nemen — maar Hij maakte het! Hij bedacht het en toen Hij het maakte, dacht Hij er vast en zeker aan dat wij op het toneel zouden verschijnen en dat als getuigenis van Hem zouden zien, iets dat ons zou doen denken: "Wie maakte dit? Waarom deed Hij dat? Waarom ben ik hier?"

Laten we 1 Corinthiërs 2:10 opslaan. Paulus zegt daar:

1 Corinthiërs 2:10 Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.

Is God diepgaand? God is diepgaand en daar doen die foto's op de wand van mijn kantoor mij aan denken — aan hoe diepgaand Hij is. Ik kan bijna nergens heen in mijn kleine kantoor zonder die foto's te zien.

Laten we nogmaals naar de brief aan de Romeinen gaan.

Romeinen 11:33 O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

Ja, God is erg diepgaand en we behoeven niet verder te kijken dan Zijn schepping om de diepte van Zijn geest te illustreren. David zei dat we "op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk zijn gemaakt" (Psalm 139:14, Statenvertaling). Gods geest is op dit gebied zo diepgaand en uitgebreid dat na 6000 jaar studie van het menselijk lichaam de mens nog maar amper een besef heeft van hoe verschillend we allemaal wel zijn, zelfs al lijken we allemaal op elkaar. En waar de mens ook maar kijkt, daar zijn weer nieuwe wegen in te slaan en te bestuderen. Ik las 1 Corinthiërs 2:10 omdat God ons een middel heeft gegeven dat we nodig hebben en de uitnodiging door Zijn roeping om in het diepe van Hem te springen. Maar Zijn voornaamste zorg in dit Boek is dat we Zijn geest onderzoeken met betrekking tot morele, ethische en geestelijke gebieden die van toepassing zijn op ons gedrag in het leven in relatie met in de eerste plaats HEM en in de tweede plaats de mens. De nadruk ligt hier op het woord relatie.

Vlak voor het Trompettenfeest gaf Darryl een preek waarin hij vroeg "Geloven we werkelijk wat God zegt?" Dat was de preek waarin hij vroeg: "Is Christus een christen?" Daarna ging hij verder met uitspraken en handelingen van Jezus Christus die tegen de gewone ideeën van de mens schijnen in te gaan: dat Hij ook maar zoiets zou doen of denken als bijvoorbeeld wijn maken. Als we dat principe uitbreiden, zijn we het dan echt eens met God? Geloven we wat Hij zegt, of hebben we daar zo onze eigen gedachten over? Helaas is het antwoord daarop, dat we allemaal daar zo onze eigen gedachten over hebben. We trekken ergens een lijn: zover gaan we en geen stap verder. Daar komt overwinnen om de hoek kijken — die grenzen overwinnen die ons ervan weerhouden ons geloof op de manier te gebruiken waarop dat zou moeten.

Het is mij dus duidelijk, gewoon door mezelf te beoordelen, dat we niet zo erg veel van wat God zegt echt diepgaand geloven, omdat we nogal onwillig schijnen om ons geloof in actie te brengen, en op basis van wat ik in het grotere geheel van de kerk van God heb gezien, ben ik bang dat er nogal wat mensen zich alleen maar tot woorden hebben bekeerd, en dat ze niet echt de levende waarheid achter die woorden geloven. De woorden zijn inderdaad belangrijk, maar bedenk dat woorden maar één stap zijn op de weg om God te leren kennen. Ze maken deel uit van de bouwstelling die naar Hem leidt. Geloof komt door het horen en het horen komt door het woord van God. Maar niet voordat we God echt gaan kennen, wordt geloof op een positieve manier echt actief in ons leven, omdat ons geloof dan niet langer alleen maar is in wat er in een boek staat. Ons geloof is dan in de Persoon. Ons geloof zal dan zijn in de levende God! Die woorden zijn slechts symbolen van die God. Ik bedoel dat wat we in druk zien verschijnen. Daarom is de relatie zo belangrijk, omdat behoud in de Persoon zit. Behoud zit niet alleen maar in woorden die in een boek staan opgetekend. Jezus Christus is onze Verlosser (Behouder), niet de woorden die met inkt in het boek staan. We moeten ons dan ook bekeren tot de Persoon. Hij is degene met wie we in het huwelijk zullen treden. Dus is het van uitermate groot belang dat we Hem leren kennen. We doen dat door in geloof te leven. Leven in geloof. Dat betekent te wandelen zoals Hij wandelde, ervaren wat Hij ervoer.

Psalm 36:7 (Statenvertaling) Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.

Gods oordelen zijn als een geweldige diepte [een grote afgrond, voor de mens niet te doorgronden]. Ik wil hier een vraag stellen. De Bijbel maakt deel uit van de bouwstelling die naar God leidt en Zijn oordelen worden in dit Boek beschreven. Niet al zijn oordelen staan daar beschreven. Sommige van Zijn oordelen zijn in de schepping te zien. Eén daarvan was het maken van de Grand Canyon. Een ander, die hoge bergen in Schotland die er zo indrukwekkend uitzien. Hij besloot dat te doen als onderdeel van Zijn scheppende inspanning om de aarde te verfraaien en de mens een aangename plaats te geven om te leven; iets dat in de mens het verlangen zou kunnen oproepen om Hem te zoeken teneinde Hem die dit alles maakte beter te leren kennen.

Maar de oordelen met betrekking tot relaties zijn in dat Boek beschreven. Zij maken deel uit van de bouwstelling. Hier hebben we dus een getuigenis rechtstreeks uit het Boek dat zegt dat Gods oordelen diepgaand zijn. Met andere woorden we kunnen ze niet begrijpen door zomaar luchtig over hetgeen Hij zegt heen te lezen. Dat is een begin. Ga dit alstublieft koppelen aan mijn zorg dat we zo druk zijn in deze wereld, mijn zorg over de besteding van onze tijd. Gaan we Gods oordelen diepgaand begrijpen als we geen tijd hebben om ons daarin te verdiepen? Ik weet dat u dit intellectueel gaat begrijpen, en zoals ik zei, de suggesties die ik ga maken zijn eenvoudig, maar ze zullen tot de moeilijkste uitdagingen behoren die u en ik in ons leven ooit het hoofd hebben moeten bieden. Ik bedoel werkelijk tijd vrij maken om de diepten Gods te onderzoeken en Hem werkelijk te leren kennen — studie en gebed te combineren met leven in geloof.

Laten we Job 12:22 opslaan.

Job 12:22 Hij legt de diepten uit de donkerheid bloot en brengt de diepe duisternis aan het licht.

Hij spreekt hier weer over God en enkele van de dingen die Hij doet, en indien we net als Hij zullen worden, moeten we ook over de dingen gaan denken zoals Hij doet. Als we Hem gaan leren kennen, dan zullen we in staat zijn de diepten te doorgronden — dingen die verborgen zijn, omdat we als God zullen gaan denken.

In Daniël 2:22 vinden we een getuigenis van Daniël.

Daniël 2:22 Hij openbaart ondoorgrondelijke en verborgen dingen, Hij weet wat in het duister is, en het licht woont bij Hem.

Hier zegt Daniël ons dat God bereid is diep verborgen dingen te openbaren. Hij wil dat wij Hem kennen, en Hij is bereid Zichzelf aan ons te openbaren. Net als God aan Daniël de diep verborgen dingen die verborgen waren in de geest van Nebukadnessar openbaarde, dingen waar Daniël geen weet van kon hebben, omdat Nebukadnessar zich zelfs de droom niet herinnerde — alleen maar dat het hem schrik aanjoeg. Toch bracht God deze dingen te voorschijn uit Nebukadnessars geest, gaf ze in Daniëls geest zodat hij daarna Nebukadnessar niet alleen de droom, maar ook de uitleg kon vertellen. God is dus bereid diep verborgen dingen te openbaren. Maar openbaart Hij zulke dingen aan hen die geen relatie met Hem hebben en Hem niet echt zoeken? We zullen dat zien als we verder gaan.

Terug naar Job. Deze keer Job 11:7-8. Deze verzen kijken ernaar terug hoe moeilijk het is God te vinden.

Job 11:7-8 Kunt gij de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe? 8 Zij zijn hoog als de hemel; wat kunt gij doen? dieper dan het dodenrijk; wat kunt gij weten?

Dat kan nogal ontmoedigend zijn als we geen andere delen van het Boek zouden kennen en niet zouden weten dat God ons het gereedschap heeft gegeven dat we nodig hebben om een relatie met Hem op te bouwen — het gereedschap dat we ook nodig hebben om de verborgen dingen van God te onderzoeken — en Zijn belofte dat Hij die dingen wil openbaren. We kunnen weten dat God Zichzelf helemaal niet voor ons wil verbergen. Hij wil dat Zijn kinderen Hem kennen. Maar wij moeten ons deel doen.

In Psalm 111 staat één van die dingen die we moeten doen. We blijven daar niet lang bij stil staan, maar het is belangrijk.

Psalm 111:10 De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht [dat is kennen] hebben allen die ze betrachten.

Dit is dus een belangrijke sleutel. Dit betekent dat Hij die dingen niet alleen maar openbaart omdat iemand zich inspant zich erin te verdiepen, omdat gemeente, er mensen zijn die het grootste deel van hun leven hebben besteed om de Bijbel te bestuderen, maar ze gehoorzaamden niet wat er stond geschreven, òf omdat God hun nooit het hulpmiddel gaf dat ze nodig hadden, òf hen niet riep en hun geest niet opende voor Zijn doel. De combinatie dus van het ontbreken van roeping en het niet gehoorzamen aan Zijn woord maakte dat ze Hem niet echt konden vinden. We zien hier dus dat God die dingen niet alleen maar openbaart omdat iemand zich inspant, maar omdat de inspanning gepaard gaande met gehoorzaamheid "God kennen" tot gevolg zal hebben. Het bestaat uit twee delen. We noemen die het academische deel en het deel van de praktische toepassing. We moeten beide doen en we kunnen hieruit in principe begrijpen dat God intellectuele ijdelheid niet beloont. God is een Beloner van hen die Hem ijverig zoeken om daarna wat zij leren in hun leven in praktijk te brengen. We kunnen hier Handelingen 5:32 aan toevoegen, waar staat dat Hij Zijn Geest geeft aan hen die Hem gehoorzamen. En deze dingen worden door Zijn Geest geopenbaard. Zijn Geest leidt ons in alle waarheid. Wij moeten zoeken om Hem te kennen zodat ons geloof toeneemt. We kunnen hier een soortement afsluitende uitspraak doen. Deze is niet het einde van de gehele preek, maar het is een conclusie van dit deel. De reden dat wij God willen zoeken is om Hem te leren kennen.

Ik las eens een aanhaling van iemand die Richard Foster heette. Hij was de schrijver van een boek met de titel The Celebration of Discipline, en u kunt uit die titel afleiden wat het hoofddoel van dat boek was — dat is dat mensen een beter gebruik van hun tijd kunnen maken. In zijn boek schrijft hij, dat het op de beste manier gebruik maken van de tijd het meeste van doen had met het niet versnipperen van de tijd over allerlei dingen. Deze man had geen interesse om God te zoeken. Het was zomaar een algemeen principe dat hij probeerde te onderwijzen, dat is dat we meer specifiek moeten zijn in het besteden van onze tijd, om dingen grondig te bestuderen. Het was zijn stelling dat we beter af waren om een expert te zijn op één gebied dan "van alles een beetje te weten en niets echt te beheersen". Hij vond dat het 't best was expert op één gebied te worden en niet alleen maar oppervlakkige kennis te hebben van van alles en nog wat. Vandaar de titel The Celebration of Discipline, omdat het discipline vereist om zoiets te doen. In ieder geval vind ik deze aanhaling interessant omdat hij daarin het volgende zegt over onze huidige tijd:

"Oppervlakkigheid is de vloek van onze tijd. De doctrine van een onmiddellijke bevrediging is voornamelijk een geestelijk probleem. De wanhopige behoefte vandaag is niet een groter aantal intelligente mensen of begaafde mensen, maar mensen met diepgang."

Wat ik hier interessant aan vind is, dat hij zegt dat je niet intelligent hoeft te zijn om diepgang te hebben. Met andere woorden je hoeft geen superhoog IQ te hebben om diepgang te hebben, maar je moet wel toegewijd zijn om jezelf niet toe te staan je tijd en inspanningen te versnipperen over van alles en nog wat, een beetje op te steken over van alles en niet echt goed te zijn in iets. Hij vond dus dat je om diepgang te hebben je moet toespitsen op één specifiek gebied. Het moeilijke hieraan is dat dit tijd kost en in deze gejaagde maatschappij, vol met conflicten, die Satan tot stand heeft gebracht, gaan we meer als een op hol geslagen kudde olifanten door het leven dan als een tevreden grazende kudde schapen op een weide die God voor ons heeft toebereid.

Eén van de hoofdproblemen op dit gebied is de TV. Voor mij is de TV het belangrijkste instrument geweest dat in onze tijd het intellectuele en volwassenheidsniveau enorm heeft afgevlakt. Shows op de Amerikaanse TV zijn bijna allemaal afgestemd op het niveau van de hoogste groep van de basisschool of lager. Ik bedoel hiermee dat mikken op dit niveau betekent dat daar de ontwikkeling van denken van de meeste mensen is gestopt. Dat is een schande! Hoogste groep basisschool! Ze doen dat omdat ze weten dat alles wat op een hoger niveau is gericht, hun kijkerspubliek zo beperkt dat het niet winstgevend is om zo'n show uit te zenden. Daarom is praktisch elk programma dat op een hoger niveau mikt, te zien op een publiek station dat uit publieke gelden wordt gefinancierd, en als je dus iets wil zien dat op een hoger niveau mikt, moet je hoogstwaarschijnlijk op zulke stations zijn. Hoogste groep basisschool is noch volwassen noch diepgaand. Dat is elementair, maar het toont het niveau van het Amerikaanse onderwijs, het niveau van het Amerikaanse intellect, of tenminste het niveau waartoe het Amerikaanse intellect is ontwikkeld.

Er is niets op TV, praktisch niets, dat meer doet dan het stimuleren van gevoelens. Het is geen uitdaging tot intellectueel denken. Thuis hebben we een boek in onze bibliotheek getiteld Four Reasons for the Elimination of Television, en dit is — blijkens diverse illustraties — één van de redenen, dat deze man die de marketing kant was uitgegaan (een marketing deskundige, erg interessant), schreef waarom TV moest worden uitgebannen. Eén van de redenen die hij aanvoerde, was dat het praktisch onmogelijk is voor TV om liefde uit te beelden. Denk daar eens even over na. Wat is er op TV? Bijna alles op TV is actie-gericht, van de tekenfilms tot de sport. Zelfs de shows zijn actie-gericht. Ze beelden een of andere vorm van geweld uit. De reden dat liefde niet op TV kan worden uitgebeeld is, omdat liefde uit zoveel nuances bestaat dat het onmogelijk is, omdat liefde bestaat uit het vloeien van de geest van de een naar de ander, iets dat niet visueel kan worden uitgebeeld. Ze kunnen sex laten zien, maar dat is geen liefde. Ze kunnen passie laten zien, maar dat is geen liefde.

De man wist waarover hij het had. Hij zei op basis daarvan dat we er vanaf moesten, omdat het alleen maar de laagste niveaus van menselijke ervaringen kan uitbeelden. Sommige van die dingen zijn opwindend — maar dat is gevoel. De vorm van denken die iemand tot diepgaand denken brengt is hard werken, en TV ontmoedigt zowel denken als hard werken. Het verandert de mens in een passieve kijker. Het bant praktisch elk gesprek uit, omdat mensen die TV kijken in principe alleen kijken, alhoewel vaak in groepsverband. Ik ben niet absoluut tegen TV. Ik wil niet dat u dat denkt, maar ik wil wel dat u begrijpt dat dit een gebied is waar de meesten van ons heel wat tijd kunnen vinden die aan wat anders besteed kan worden.

Spreuken 2:1-4 Mijn zoon, indien gij mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij u bewaart, 2 zodat uw oor de wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de verstandigheid, 3 ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de verstandigheid uw stem verheft; 4 indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten.

Iets later identificeert God Zich door wijsheid ten tonele te laten verschijnen, oftewel wijsheid te personificeren. Maar Hij is het echt Zelf. Als wij ons oor neigen naar wijsheid, als wij ons oor neigen naar God [gewoon een andere manier om hetzelfde te zeggen], dan zegt Hij dat we haar moeten zoeken als zilver. Zilver ligt gewoonlijk niet voor het oprapen. We moeten ervoor graven en dat is hard werken. Dat zegt Hij ons hier. We moeten ernaar zoeken als naar verborgen schatten. Hij bedoelt schatten die onder de grond verborgen zijn.

Spreuken 2:5-9 Dan zult gij de vreze des HEREN verstaan en de kennis Gods vinden. 6 Want de HERE geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid; 7 Hij bewaart hulp voor de oprechten, Hij is een schild voor wie onberispelijk wandelen, 8 terwijl Hij waakt over de paden van het recht en de weg zijner gunstgenoten beschermt. 9 Dan zult gij gerechtigheid en recht verstaan, ook rechtschapenheid, elke goede weg.

Ziet u, het is hard werken. De dingen van God vereisen dat er gegraven wordt, net als bij het zoeken naar kostbare metalen uit de aarde. En als we op die manier gaan graven, zullen we iets van grote waarde vinden. Dat zal een vaste basis worden voor een relatie met God, omdat wat we vinden de waarheid is over de waarheid.

Hier ga ik maar stoppen. Bijna wil ik er niet mee stoppen, omdat ik niet weet of ik genoeg heb voor een volledige preek volgende week. Als we dan verder gaan, zullen we in 2 Corinthiërs 11 en in 2 Corinthiërs 6 beginnen en daarna verdergaan in Filippenzen 3, met een voorbeeld van de apostel Paulus en wat het grote doel in zijn leven was. Ik denk dat u dit net als ik heel erg interessant vindt. Voor mij is het heel inspirerend. Dat was het voor vandaag.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)