De twee getuigen (Deel 7)

Door Richard T. Ritenbaugh
24 augustus 2002

Samenvatting: (toon)

Ter afsluiting van deze serie legt Richard Ritenbaugh uit dat voordat het Beest de twee getuigen doodt, zij hun werk voltooid zullen hebben. Openbaring 11:7-14 stelt het Beest (een volgeling van Satan) tegenover de twee getuigen van Christus, waarbij diametraal tegenover elkaar staande tegenstellingen tussen gerechtigheid en verontreiniging tot uiting komen. De "grote stad" waar ze sterven moet Jeruzalem zijn (in deze context ook wel "Sodom" en "Egypte" genoemd wegens haar zondigheid en goddeloosheid). De mensheid, volledig overgegeven aan zinnelijkheid, zal een kortstondige opluchting voelen bij de dood van de twee getuigen – die zij als hun kwelgeesten beschouwen – maar bij hun opstanding zullen ze dodelijk beangst worden als 7000 mensen worden uitgeroeid, waaronder misschien wel veel prominente aanhangers van het Beest. De verheerlijking van de twee getuigen zal het patroon van Jezus Christus volgen.


Toen ik ongeveer drie weken geleden de vorige preek gaf, hebben we het hoofdzakelijk over één vers gehad — Openbaring 11:6. Die hele preek concentreerde zich voornamelijk op de twee plagen die daar worden genoemd. Dat waren (1) het gebrek aan regen en (2) water dat in bloed werd veranderd. We hadden het ook over hun nauwe relatie met het werk van Elia en Mozes, daar in de bijbel alleen van die twee wordt vermeld dat zij die plagen of vloeken veroorzaakten.

We zagen dat God vaak droogte of een gebrek aan regen als straf voor afgodendienst oplegt. En dat was in het bijzonder de zonde waaraan Israël in de tijd van Elia schuldig was, wat nog eens wordt benadrukt door de vierhonderd profeten van Baäl en de Asjera. We zagen ook dat het veranderen van water in bloed de eerste plaag was, waarmee Egypte werd geslagen. Het schijnt een straf te zijn geweest voor hardnekkige rebellie tegen God. Het is een teken van dood en bezoedeling.

Iedereen van ons die bloed aan zijn handen heeft, voelt zich vies, voelt zich niet lekker. De uitdrukking zelf "bloed aan de handen hebben" heeft met moord van doen. Je bent schuldig aan zonde. Het past dus allemaal goed bij die plagen. Afgodendienst en rebellie zullen tijdens de prediking van de twee getuigen natuurlijk zeer zeker duidelijk bestaan. Deze twee specifieke plagen wijzen daar heel duidelijk op.

Daarna gingen we snel door de diverse paren profeten heen, die God door de geschiedenis heen heeft gebruikt, en die als typen van deze twee getuigen zouden kunnen worden beschouwd. Omdat het getuigenis van twee of drie getuigen nodig is om een zaak vast te stellen, heeft God vaak paren gebruikt om duidelijk te maken wat de waarheid is; om duidelijk te maken wat er zal gaan gebeuren en dat dat Gods volledige instemming heeft. Natuurlijk waren in Israël twee of drie getuigen nodig om het nodige bewijs te leveren voor een veroordeling en God handelt naar Zijn eigen wetten.

We zagen dus paren zoals Mozes en Aäron, en later Mozes en Jozua. We zagen dat Jozua en Eleazer samenwerkten ten tijde van de verovering van het land. We zagen dat in de tijd van Juda's val er in feite drie profeten waren; waarschijnlijk waren er nog wel één of twee andere in dezelfde tijd. Maar de belangrijkste waren Jeremia, Daniël en Ezechiël. Op drie verschillende plaatsen uiten zij heel sterk op elkaar gelijkende profetieën of doen ze heel sterk op elkaar gelijkende dingen — om zeker te stellen dat het plan van God voortging, en dat wij er een verslag van zouden hebben (een profetie ervan), zodat we zouden kunnen volgen hoe God werkt. En we zagen ook nog Zerubbabel en Jozua.

In het Nieuwe Testament hebben we Johannes de Doper en Jezus Christus. Al werkten ze niet samen, toch was ook Jezus Christus getuige van het getuigenis van Johannes de Doper. Ze hadden taken die veel op elkaar leken en ze waren in staat elkaars woorden te benadrukken. Jezus zond de discipelen twee aan twee uit. We zagen dat Johannes en Jacobus, de zonen van Zebedeüs, een paar zijn dat in de bijbel wordt genoemd. Petrus en Johannes trokken, in het eerste deel van het boek Handelingen, samen op als de leidende twee apostelen van die tijd. Barnabas en Saulus werden als een paar apostelen naar de heidenen uitgezonden. En er zijn waarschijnlijk nog andere paren die ik niet heb vermeld. Maar we zien daar het patroon "twee aan twee".

We zagen echter op basis van het eeuwige bewijs — uit Openbaring 11 — dat het meest geschikte paar typen nooit samenwerkte. Ze leefden in feite zo'n vijfhonderd jaar na elkaar. Dat zijn Mozes en Elia. In Openbaring 11:5-6 wordt naar hun leven, of naar hun werken, verwezen voor wat betreft het voortkomen van vuur uit hun mond en het verslinden van hun vijanden; alsmede de droogte en het veranderen van water in bloed. Het lijkt er dus op, dat het voornaamste type voor de twee getuigen uit deze twee mannen bestaat — Mozes en Elia — aangevuld met stukjes en beetjes van de andere typen om tot een goed geheel te komen.

Uiteindelijk kwamen we erop uit dat de twee getuigen veel van de profetische typen vervullen. We zouden hen de allerbeste profeten ooit kunnen noemen. Alles dat God in een profeet wil zien, zal in deze twee getuigen worden vervuld. Natuurlijk zijn ze niet "de Profeet". De Profeet van Deuteronomium is duidelijk Jezus Christus. Hijzelf was een model van Mozes — zoals er staat: "Een profeet zoals ik." Mozes was dus zeer zeker het prototype van een profeet. En de twee getuigen zullen veel op hem en Elia lijken. Ze zullen zijn wat de wereld nodig heeft, precies wanneer ze dat nodig hebben; en ze zullen het werk doen.

Hier wil ik het voor dit overzicht bij laten. We zullen nu in hoog tempo door de laatste paar verzen van Openbaring 11 gaan, de verzen 7 tot 14. Hopelijk heb ik aan het einde de tijd om samen te vatten wat we van deze veel te lange serie van zeven preken hebben geleerd. Laten we er dus vers voor vers doorheen gaan.

Openbaring 11:7 En wanneer zij [de twee getuigen] hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.

De vorige vier verzen — de verzen 3 tot 6 — bestreken de volledige 3½ jaar dat zij hun taak uitvoerden. Ze gaven ons niet veel detail, behalve dan dat ze de vrije hand hadden om zichzelf gedurende deze 3½ jaar tegen schade te beschermen. Ook zullen ze heel wat macht hebben om te bepalen wat voor soort vloek, wonder, of hoe we het ook noemen, over deze mensen te laten komen om hun woorden kracht bij te zetten.

Dit vers zegt ons dat zij hun getuigenis voleindigen. Herbert Armstrong zei vaak dat God altijd zal toelaten dat Zijn dienaren hun werk voltooien. Ze doen altijd wat God wil dat ze doen. Ze krijgen het — zonder uitzondering — voor elkaar. God laat iets niet zomaar half achter. Hij is een erg grondige God, die de dingen ook afmaakt. Als Hij iemand zendt om een werk te doen, dan geeft Hij hem de bekwaamheid, de gaven en de middelen om er zeker van te zijn dat alle omstandigheden juist zijn, zodat hij het voleindigt voordat hij sterft. Ik geloof dat we dat in veel gevallen in de bijbel kunnen zien en ook in de geschiedenis van de kerk.

Het woord voleindigen betekent: afmaken of vervullen. Elk van die woorden voldoet. Ik geloof dat misschien het beste woord het woord volbrengen is. Ze zullen hun getuigenis volbrengen. Dat geeft het idee van gevuld en volledig worden. Ze zullen doen wat God hun vraagt en ze zullen daar precies 1260 dagen voor nodig hebben. God eindigt altijd op tijd als het aankomt op het bereiken van Zijn doel. Hij is heel precies in zulk soort dingen. Als Hij zegt dat er 1260 dagen voor nodig zijn, dan zijn er 1260 dagen voor nodig. En dat is precies wat er nodig is — niet meer en niet minder.

Hier wordt, geloof het of geloof het niet, het beest voor de eerste keer in het boek Openbaring genoemd. Wat hier zo vreemd aan is, is dat we al in hoofdstuk 11 van het boek zijn en dat het beest nog in het geheel niet is genoemd. In feite wordt het pas twee hoofdstukken later, in Openbaring 13, beschreven. Maar we moeten bedenken dat dit [Openbaring 11] GEEN deel uitmaakt van de chronologische volgorde van het boek. Dit is een ingelast hoofdstuk. En in werkelijkheid is het beest gedurende de gehele tijd dat de twee getuigen hun taak uitvoerden, actief geweest, op het toneel geweest. Hij komt niet plotseling aan het eind opdagen om hen te doden — alsof de wereld eindelijk een verdediger heeft gevonden die tegen de twee getuigen is opgewassen. Hij is feitelijk gedurende de gehele periode hun tegenstander geweest, terwijl hij zijn eigen werk deed.

Het woord beest is heel interessant. Het is het Griekse woord theerion. Dat is niet het normale woord voor "beest" of "dier". Als we teruggaan naar hoofdstuk 4, wordt daar over de vier dieren gepraat. Dat is het woord zooon. Dat betekent eenvoudig levend wezen, een dier, een schepsel dat ademt en leven heeft. Maar theerion betekent wild beest. Het legt de nadruk op de wildheid, de beestachtigheid, het niet getemd zijn. Dit beest is GEEN tam beest. Het is iets dat op het toneel is en het is volledig vreemd aan de weg van God. God wordt nooit op een wilde, willekeurige manier beschreven. Dit is aan het uiterste einde, het andere einde, van het spectrum beginnende bij God — volledig wild en onvoorspelbaar. Er is hier dus een duidelijk verschil met de dieren die ergens anders worden genoemd. Dit is duidelijk NIET iemand die getemd is. [Kijk eens hoe hij in Daniël 11 wordt beschreven.]

Daniël 11:36-39 En de koning [duidend op de koning van het noorden, die — zoals wij geloven — een type is van het beest in de eindtijd; hier wordt zijn handelen beschreven] zal doen wat hem goeddunkt; [Daar staat het. Dit is een wild mens, die alleen maar wil doen, wat hij wil.] hij zal zich verhovaardigen en zich verheffen tegen elke God [Dat is een tamelijk wilde actie.], zelfs tegen de God der goden zal hij ongehoorde woorden spreken, en hij zal voorspoedig zijn, totdat de maat van de gramschap vol is; want wat vastbesloten is, geschiedt. 37 Ook op de goden zijner vaderen zal hij geen acht slaan; op de lieveling der vrouwen noch op enige andere god zal hij acht slaan, want tegen alle zal hij zich verheffen. 38 Maar in hun plaats zal hij de god der vestingen vereren [Hij is het type persoon dat erg militaristisch is.]: de god die zijn vaderen niet gekend hebben, zal hij vereren met goud en zilver en edelgesteenten en kostbaarheden. 39 En hij zal optreden tegen de versterkte vestingen met de hulp van de vreemde god; ieder die deze erkent, zal tot grote eer komen; hij zal hen tot heersers maken over velen en grond aan hen toedelen als beloning.

Dit is een ambitieus, gewelddadig en wild mens — zoals hij hier in Daniël 11 wordt beschreven en zoals ook Openbaring 11 laat zien. U kunt Openbaring 13:1-8 opschrijven, ook daar wordt over zijn handelen gesproken — evenals in Openbaring 17:8-14, waar gesproken wordt over de tien koningen die voor een bepaalde tijd met hem macht hebben ontvangen, en hoe hij ten strijde trekt tegen Gods volk en tegen God Zelf (Jezus Christus).

Dit is dus de vijand, de persoon waartegen deze twee getuigen het om zo te zeggen in de ring moeten opnemen. Zij zijn de tegenstanders. God laat Zijn menselijke kampioenen aantreden en zij gaan stoot na stoot af op het beest. Gods kampioenen zijn even sterk, even gereed voor de uitdaging, als Satans kampioen.

Het volgende woord waar we hier in Openbaring 11:7 naar moeten kijken, is opkomt (Strong nummer 305). Ik breng dit onder de aandacht omdat het in vergelijking heel interessant is. We zullen zien dat er een vergelijking is met het beest en de twee getuigen door het gehele gedeelte heen waar we naar kijken. In vers 12 zullen we zien dat de twee getuigen naar de hemel opklimmen (ook Strong nummer 305). Zij gaan van dit middengebied hier op aarde (Ik zal u binnen een minuut zeggen waarom ik deze term gebruik.) omhoog naar de hemel. Maar er staat dat het beest opkomt uit de afgrond, omhoog naar het middengebied; en hoger kan hij niet komen. Hij komt op uit de afgrond om zoveel schade aan te brengen als maar mogelijk is — specifiek ten opzichte van Gods volk en Gods plan.

We hebben hier dus een vergelijking — een tegenstelling — tussen de twee getuigen en het beest. De twee getuigen hebben zulke kwalificaties dat ze van de aarde naar de hemel gaan. Het beest komt vanuit de afgrond (het toppunt van alle diepten) slechts tot op de aarde om verwoesting aan te richten. Ik zal deze tegenstellingen straks nog duidelijker maken. Maar ik vond het interessant.

Uit de afgrond identificeert de bron van het beest — zijn oorsprong en zijn inspiratie. In Openbaring 9:11 zien we dat dit al eerder is gezegd. Dat maakt deel uit van de vijfde trompet, het eerste wee en gaat over dat leger dat was gekomen. Er staat:

Openbaring 9:11 Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon.

Dit duidde duidelijk op Satan, de duivel, als koning — de engel van de afgrond. We zien hier dus wat de bron van het beest is. Het is een nakomeling — een kind — van Satan, de duivel. Het kan zijn geslachtsregister terugvoeren tot op Satan. Niet letterlijk! Ik wil niet dat u die indruk krijgt. Maar het zou Satan zeer zeker op een geestelijke manier zijn 'vader' noemen.

Nu het woord afgrond. Letterlijk betekent dit woord "het bodemloze" of "het diepe". [In het Engels wordt dit vaak letterlijk vertaald, waarbij de vertalers dan het woord put toevoegen, zodat er staat "de bodemloze put" in plaats van de afgrond.]

Hier hebben we alweer een tegenstelling. God is de God van de oneindige hemel. En Satan is de koning over het bodemloze — over het diepe. We hebben dus een tegenstelling tussen omhoog en omlaag, hoogte en diepte, licht en duisternis. Wat we hier zien, zijn dingen die diametraal tegenover elkaar staan. De twee getuigen en het beest; God en Satan. Ze zijn twee verschillende polen. Twee uitersten van het spectrum zouden we kunnen zeggen.

Het volgende is dat het beest oorlog tegen hen zal voeren. Dit is het normale woord voor oorlog, maar het heeft een heel spectrum aan betekenis. Het kan duiden op werkelijk strijd voeren, oorlog voeren (zoals legers oorlog zouden voeren) en ook op een ruzie tussen twee mensen; en alles daar tussenin. Ik denk dat we hier een specifiek gebruik zien van het algemene woord, om te laten zien dat deze oorlog op veel fronten zal worden gevoerd en op veel verschillende manieren. We zullen echte oorlog hebben met gevechten tegen hen, veldslagen. We zullen conflicten hebben over het een of ander. We zullen geschillen hebben, oorlog met woorden, ruzies — die er alle op de een of andere manier op uit zijn om de twee getuigen in hun getuigenis te verslaan.

Laten we hier dus niet alleen maar naar kijken als het afschieten van granaten, of het vechten met zwaarden of machinegeweren, of wat dan ook. Dit zal een aanval zijn over de gehele linie — met alle middelen waarover het beest de beschikking heeft — om te proberen deze twee te verslaan.

Het volgende woord is overwinnen. Dit is nikao. Dit is het woord dat is ontleend aan de god Nike, de god van de overwinning; dat betekent het woord dan ook — overwinnaar zijn, of veroveren. Geloof het of geloof het niet, maar dit is hetzelfde woord als het woord dat in Openbaring 2 en 3 wordt gebruikt in de woorden "hij die overwint". Het is hier dus correct vertaald als "het beest zal hen overwinnen." Dat betekent "overwinnaar over hen zijn." Er komt een moment, aan het einde van de 3½ jaar, dat het beest schijnt te winnen — de overwinning schijnt te behalen.

Het volgende werkwoord hier is doden. Dit is het algemene woord voor doden, apokteino; het betekent letterlijk "doden, uitdoven of afschaffen". Dit is een letterlijke dood. Het kan op geen enkele andere manier worden opgevat. Dit zijn echte mensen en ze sterven werkelijk. Wat we hier dan zien door het gebruik van deze drie werkwoorden is een proces — of een plan — in het denken van het beest. Hij wil deze twee getuigen het zwijgen opleggen en hij werkt daar op een systematische manier naar toe.

Hij zal tegenwerken. Hij zal overwinnen. En hij zal doden. Ze zullen hem in zijn heerschappij hinderen. Ze zullen hem afleiden van wat hij probeert te doen. Ze zullen hem tot het uiterste frustreren. En hij zal er systematisch naar toe werken om hen uit te schakelen. God zal dat niet toestaan totdat de 1260 dagen voorbij zijn, omdat Hij een taak voor hen heeft die moet worden uitgevoerd. Hij zegt hier in Zijn woord — dat een vaststaand woord is — dat ze hun werk zullen voleindigen. Wat God betreft kan het beest gedurende deze 1260 dagen net zo goed duimen gaan zitten draaien.

Openbaring 11:8 En hun lijk (zal liggen) op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd.

Dit zou het meest betwistbare vers uit de gehele preek van vandaag kunnen zijn. En dat is vreemd, want voor mij valt er niets te betwisten. Waarschijnlijk wilt ook u niets betwisten. Maar de commentatoren willen allemaal zeggen dat deze stad, waar we het hier over hebben, Rome is. Zij kijken hier voornamelijk naar vanuit een protestants perspectief, waarbinnen Rome altijd de slechterik is. De pausen zijn altijd de anti-christ. Zij kunnen niet inzien hoe dit Jeruzalem zou kunnen zijn. Ze komen met allerlei kronkelredeneringen aanzetten om aan te tonen dat dit Jeruzalem niet is. Maar het is Jeruzalem!

Ik kom daar straks op, maar eerst wil ik de woorden "hun lijk" nader bekijken. Dit is echt iets vreemds. Het is letterlijk gevallen. En het is enkelvoud. Dat is echt vreemd. Dit woord — letterlijk "gevallen" — ging (in het Grieks) een lijk of een dood lichaam betekenen. Het is hier dus juist vertaald als "lijk". Het is enkelvoud.

Waarom God Johannes zou inspireren om over een lijk in het enkelvoud te schrijven (in plaats van meervoud — twee) is niet bekend. Daarom zei ik dat het vreemd was. Het is vreemd. Maar ik kon twee redenen bedenken waarom het hier in het enkelvoud staat. De eerste is dat ze tegelijkertijd vallen, omdat op welke manier het beest hen ook doodt, het hun allebei op hetzelfde moment overkomt. Hun lichamen vallen dus tegelijkertijd, precies op hetzelfde moment, op straat — of ze nu beide op hetzelfde moment door kogels worden gedood, of beide op hetzelfde moment worden onthoofd, of op hetzelfde moment worden gekruisigd — er staat niets over de manier waarop ze de dood vinden. Dat is één manier om er naar te kijken — ze vallen precies op hetzelfde moment.

De andere manier is een meer geestelijke manier om ernaar te kijken. Die houdt in dat God hen als één beschouwt — als een team. Ze vormen in alles wat ze doen zo'n eenheid, dat God hen bijna als één persoon ziet — of, we zouden kunnen zeggen, als een eenheid. Maar het is toch een beetje vreemd. En wat het nog vreemder maakt is dat het nog een keer in het enkelvoud wordt gebruikt, en daarna wordt het in het meervoud gebruikt.

Het woord straat is hier letterlijk een ruime plaats. De lijken liggen op de straat. In feite staat dat woord liggen niet in de tekst. Er staat dus "hun lijk op de straat." In feite bevat die zin geen werkwoord. De vertalers moesten er een werkwoord aan toevoegen. Het zou dus kunnen zijn dat het Griekse woord voor "gevallen" op een of andere manier werd verondersteld in het werkwoord te voorzien — dat hun gevallen lichamen op de straat zijn (of "gevallen lichamen op de straat"). Ik weet het niet. Er is geen werkwoord aanwezig. Maar de straat is hier een ruime plaats.

Ik weet niet hoe precies dit is. Het is slechts gissen. Maar sommigen hebben gegist dat het een hof is — zoals de hof (het binnenplein) van de tempel, of een hof van een of andere heilige plaats. Het zal een plaats zijn waar camera's in overvloed zullen zijn, zodat dit allemaal kan worden vastgelegd. En wie weet, is hun dood zelfs voor dat type media gearrangeerd. Maar ze zullen in het openbaar worden geëxecuteerd; ze hebben daar dus een ruime plaats voor nodig zoals een binnenplein.

Het volgende woord hier is grote stad. Hier ontstaat de twist — waar dit dan ook is, het wordt "de grote stad" genoemd. Geloof het of geloof het niet, maar de bijbel noemt Jeruzalem niet heel vaak een grote stad. Maar het wordt in Nehemia 7:4 een grote stad genoemd, duidend op groot in aanzien. Het wordt specifiek een grote stad genoemd in Jeremia 22:8 en in Klaagliederen 1:1 (waar gesproken wordt over de klagende weduwen van de grote stad). En geloof het of niet, hier in Openbaring wordt het één keer de grote stad genoemd, maar het is één van die plaatsen in de bijbel die worden betwist, omdat er bepaalde geschriften zijn die de woorden "de grote stad" niet bevatten. Die hebben het over "de heilige stad". Deze commentatoren vragen zich dus af of dat wel als bewijs zou moeten worden gebruikt, dat we het hier over Jeruzalem hebben.

Daar staat echter tegenover, dat "de grote stad" in het boek Openbaring bijna voortdurend wordt gebruikt voor Babylon. Laten we eens enkele verzen daarover opslaan.

Openbaring 14:8 Gevallen, gevallen is het grote Babylon, ...

Openbaring 16:19 En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden der volken stortten in.

Openbaring 17:18 En de vrouw, die gij zaagt, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde.

Openbaring 18:10, 16, 18-19, 21 ... Wee, wee, gij grote stad, Babylon, gij sterke stad. ... 16 ... Wee, wee, die grote stad, die gehuld was in fijn linnen, ... 18 en riepen, toen zij de rook van haar verbranding zagen, zeggende: Welke stad was aan deze grote stad gelijk! 19 ... Wee, wee die grote stad, waarin allen, die schepen op zee hadden, door haar kostbaarheden rijk geworden zijn, ... 21 En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in de zee, zeggende: Zó zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, ...

Dit is de reden dat veel commentatoren denken dat dit visioen over een grote stad duidt op Babylon — omdat het zo vaak een grote stad wordt genoemd in het boek Openbaring. Alle extra beschrijvingen die er daarna komen verwijzen echter allemaal naar Jeruzalem. Het kan geen andere plaats zijn.

Maar voor we zover komen, zien we ook nog het woord geestelijk. Sommigen hebben dit met allegorisch vertaald; anderen met profetisch. Maar het betekent "geestelijk". Het is pneumatikos en dat betekent "geestelijk". Het is hetzelfde woord dat elders in de vorm pneuma voorkomt, zoals in Hagios Pneuma, hetgeen de Heilige Geest is. Het woord pneumatikos betekent dus "geestelijk". We moeten hier dus vanuit een geestelijk perspectief naar kijken. Het zou kunnen verwijzen naar de geestelijke staat van de stad. Dat wordt er kennelijk bedoeld. We moeten hier vanuit een geestelijk perspectief naar kijken.

Het wordt met twee namen aangeduid: Sodom en Egypte. Het eerste dat bij Sodom in ons denken opkomt is perversie. Sodom is, sinds het werd verwoest, door heel de geschiedenis heen bekend geweest als het centrum van immoraliteit en ongerechtigheid — specifiek homosexualiteit en andere sexuele zonden. Egypte is een symbool van verzet tegen God, of we zouden kunnen zeggen onderdrukking van Gods volk, of afgodendienst, of van wereldlijkheid. Dat wil zeggen de wereld in verzet tegen God. Hier zien we dus een stad die geestelijk de kenmerken heeft van perversie van alles dat goed is en van verzet tegen God.

Daarna volgt er nog "alwaar ook hun Here gekruisigd werd." Jezus Christus werd maar op één plaats gekruisigd en dat was Jeruzalem. U zou de kronkels moeten zien waarin de commentatoren zich draaien, de mentale gymnastiek die ze uitvoeren, om te proberen dit op Rome van toepassing te doen zijn. Ze willen de bijbel niet op zijn woord aannemen. Dat het betekent "alwaar ook hun Here gekruisigd werd" — Jeruzalem! Maar ze zeggen: "er zijn veel meer christenen in Rome gedood, dus iedere keer dat er één van Zijn mensen de marteldood sterft, is het alsof Jezus Christus opnieuw wordt gedood." Dat is één van de normale verklaringen die ze geven.

Waarom lezen ze niet gewoon de bijbel? Alwaar hun Here werd gekruisigd betekent Jeruzalem. We zien hier dus dat in de tijd dat de legers Jeruzalem omsingelen, de stad niet langer "de heilige stad" wordt genoemd. Ze heeft niets met God van doen; ze is een stad van de wereld. Ze is een stad van godslastering, van perversie, van diametraal staan tegenover de weg van God. Er is dus geen enkele reden om dit als een andere plaats te beschouwen dan de stad Jeruzalem. Als u met een goed argument kan aankomen, mooi. Maar het moet echt een goed argument zijn om me ervan te overtuigen dat het niet Jeruzalem is.

Openbaring 11:9 En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk [Dat is de tweede keer dat het in het enkelvoud wordt gebruikt.] zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken [meervoud] in een graf worden bijgezet.

Het is gewoon een vreemde manier van schrijven [voor het Engels; in het Nederlands spreekt dat niet zo erg]. Het zou mijn aandacht als eindredacteur niet zijn ontsnapt. Ik zou het hebben gecorrigeerd en het allemaal in het meervoud hebben gezet. Maar God had iets in gedachten toen Hij dit deed. Hij wilde mogelijk dat we dit punt van eenheid in de gaten kregen. Ik weet het niet echt, maar misschien wilde Hij ons doen inzien dat het ging om "twee in één", om zo te zeggen. Het is interessant. Ik zeg nu spontaan wat er bij me komt opborrelen, misschien is het wel een verwijzing naar God en Jezus Christus. Zij zijn één in geest. Zij zijn één in Hun werk. Maar Ze zijn twee aparte Personen. Neem het maar voor wat het waard is. Zoals ik al zei, dit komt zomaar bij me opborrelen.

Bedenk ook dat ik door heel deze serie heen heb gezegd, dat de twee getuigen een sterke relatie met Jezus Christus Zelf hebben; en ook met God. Er zou hier sprake kunnen zijn van een of andere typologie, maar waarschijnlijk ga ik nu te ver. Ik wil er dus niet teveel nadruk op leggen. Ik noem het gewoon als mogelijkheid.

"En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk [in het Grieks en ook in het Engels is dit meervoud] zien." Dit bracht de commentatoren echt in verwarring tot zo ongeveer 1940 of 1950, omdat ze niet begrepen hoe de hele wereld in staat zou zijn lijken in Jeruzalem te zien. Ze krabden zich dus achter de oren en dachten eraan als iets dat gewoon een mysterie was. We weten nu beter. Televisie maakt het ons mogelijk om te zien wat er waar dan ook op aarde gebeurt. Met de moderne technologische vooruitgang van iets meer dan de laatste halve eeuw hebben we dus in zekere zin bijbelse profetie vervuld.

Ik heb gezegd dat het lijk en de lijken in deze verzen in het enkelvoud en het meervoud voorkwamen. Ik moet nog steeds mijn hoofd daarover schudden. De volgende woorden die we gaan bekijken, zijn: niet toelaten. Deze mensen laten niet toe dat hun lijken in het graf worden bijgezet. Dit is het toppunt van gebrek aan respect en ontwijding. Laten we Amos 2 opslaan; ik wil daar slechts één vers uit voorlezen om te laten zien hoe sterk God op zoiets tegen is. Daarom wordt het hier in Openbaring 11 genoemd. In Amos 2 kondigt Hij het oordeel aan over de naties die Israël en Juda omringen.

Amos 2:1 Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Moab, ja om vier, zal Ik het niet herroepen [dus de straf zal worden voltrokken]. Omdat hij [de koning van Moab] het gebeente van Edoms koning tot kalk verbrand heeft,

Blijkbaar groef hij het graf op, of groef hij het lijk op. Daarna verbrandde hij voor het oog van de verslagen Edomieten de beenderen van één van hun koningen. Dit is zo'n afschuwelijke misdaad — de doden te verontreinigen — dat God zegt: "alleen al daarom kom Ik om u volledig te verdelgen." (Of om Moab datgene aan te doen wat Hij moest doen.) Dit was een verschrikkelijk iets voor een volk om dat de koning van een ander volk aan te doen — zelfs al was hij al vele jaren dood. God is dus sterk tegen zo'n vorm van ontwijding.

Deze mensen lieten dus niet toe dat hun lijken werden begraven — specifieker betekent dit in het graf bijzetten. Dat doet me sterk denken aan wat de Italianen in de tweede wereldoorlog deden. Zij knoopten het lijk van Mussolini op, zodat iedereen het kon zien. Wie weet is het een stel Italianen die dit weer doet. Ik weet niet of er iets bijzonders is aan hun kijk op het leven en hun manier van denken hierover. Ik weet het niet.

In het verleden dacht men dat deze Italianen — de heidenen — afkomstig waren van Babylon. Dat het Babylonïërs zijn, die vanuit het gebied van Babylon naar Italië zijn gemigreerd. Zij vormden daar de priesterlijke kaste. Het zou me echt niet verbazen als God op die manier werkte. Ik breng me hier waarschijnlijk mee in de nesten en de Italianen zullen me gaan haten. Maar dat is niet mijn bedoeling. Het schijnt alleen maar dat deze dingen met geregelde tussenpozen gebeuren, en dezelfde mensen hebben de neiging dezelfde fouten te herhalen.

Ik vraag me dus gewoon af of deze mensen Babyloniërs zullen zijn, die door alle eeuwen heen hun verzet tegen God hebben volgehouden en deze afschuwelijke daad jegens twee van Gods dienaren begaan. Laten we het woord "Babylonïërs" gebruiken. Dat is heel wat beter. In ieder geval is het vandaag de dag moeilijk om te weten wie wie is. Het is een wonder — gewoon een vraag die in me opkomt — dat misschien deze zelfde mensen dit soort daad opnieuw zullen begaan.

Openbaring 11:10 En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.

Hier in hetzelfde vers staat zij, die op de aarde wonen. Dat is een specifieke uitdrukking voor het boek Openbaring. Het betekent eenvoudig zij, die niets met God van doen willen hebben, of wel de wereldse mensen. Misschien is het gemakkelijkst wel om hen te definiëren als de vleselijk gerichte mensen. Als we even teruggaan naar Colossenzen 3, dan zien we daar het tegenovergestelde.

Colossenzen 3:1-2 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Er is dus een duidelijk onderscheid tussen hen die goddelijk zijn (zij die de dingen van boven zoeken) en hen die op de aarde wonen. Zij die op de aarde wonen, zijn zij die geen hoger verlangen hebben. Dat wil zeggen geen hoger geestelijk verlangen. Ze zijn volkomen gelukkig met hun leven hier op aarde. En iedereen die hen over de waarheid wil vertellen, wordt gewoonweg afgewimpeld. Ze hebben hun denken gezet op de aardse dingen.

In dit vers [Openbaring 11:10] zien we ook een groep van drie werkwoorden — blij zijn, verheugd zijn en geschenken zenden. We zouden kunnen zeggen dat ze erg blij zijn, dat ze het gaan vieren, en dat ze er een feestdag van zullen gaan maken door elkaar geschenken te sturen. Al deze handelingen die ze doen naar aanleiding van de dood van de twee getuigen, komen voort uit een gevoel van opluchting; hun problemen zijn opgelost. Met andere woorden "De goede dagen van weleer zijn weer aangebroken."

Ze zullen zo blij zijn dat deze twee mannen, die een doorn in hun vlees zijn geweest, zijn verslagen — zijn gedood — dat ze gewoon spontaan een uitbundig feest gaan vieren, misschien wel voor de volledige 3½ dag. Ze zullen zo blij zijn dat deze twee mannen die hen pijnigden (zoals zij het zien), dood zijn en hen tenslotte het leven niet langer zuur kunnen maken. En hun veronderstelde 'hemel op aarde' kan nu weer verdergaan. Maar het is de verkeerde 'hemel op aarde'. Het is feitelijk de afgrond op aarde! Maar zij weten dat niet, omdat ze misleid zijn.

Het woord gepijnigd hier is hetzelfde woord dat we ook in Openbaring 20:10 tegenkomen.

Openbaring 20:10 en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

Dat is hetzelfde woord — gepijnigd. Satan en zijn demonen zullen inderdaad gepijnigd worden. Wat de twee getuigen de mensen die in die tijd op aarde woonden, aandeden, was GEEN pijniging, maar zo kwam dat op hen over. Dit betekent marteling. Dat is de sterkste betekenis die eraan verbonden is. Het kan duiden op ergernis of irritatie. Het kan duiden op het iemand moeilijk maken, of benauwen, of vragen (zoals in iemand ondervragen, hem onder druk verhoren). Waarschijnlijk is de meest interessante definitie van dit woord test. Ze werden door deze twee profeten "getest" en ze slaagden niet. Zij vonden de tests een marteling en ze veranderden in het geheel niet. We zien dat hier in hun handelen. Ze verheugden zich in hun dood.

Let er eens op, dat de twee getuigen hier "twee profeten" worden genoemd. Ze worden geen apostelen genoemd. Ze worden geen dienaren genoemd. Ze worden profeten genoemd en dat schijnt ook hun manier van werken te zijn. Zij doen een werk dat profetisch van aard is, geen werk dat apostolisch van aard is. Zij doen beide vormen van werk, maar God schijnt het profetische te benadrukken.

Openbaring 11:11a En na [die] drie en een halve dag ...

Ik wil hier zeggen dat de 3½ dag van hun dood — liggend op de straat — heel goed overeenkomt met de tijd dat Jezus in het graf lag. (Het scheelt maar een halve dag.) Hij was drie dagen dood — precies 72 uur. Zij zullen 84 uur dood zijn. Bedenk dat ik zei dat er raakvlakken zijn tussen de twee getuigen en Jezus Christus, en een tegenstelling tussen de twee getuigen en het beest. Houdt dit in gedachten terwijl we verdergaan.

Openbaring 11:11 En na [die] drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op (allen), die hen aanschouwden.

Wat hier interessant is, is dat de tijd van het werkwoord in vers 11 verandert. Tot op dit punt was de tijd van het werkwoord altijd toekomend — ze zullen dit doen, dit zal gebeuren, dat zal gebeuren. Nu zien we hier dat het werkwoord "voer in" is en het ziet er uit als verleden tijd. De tijd in het Grieks is de aorist, die door sommigen commentatoren in dit specifieke geval "de profetische tijd" wordt genoemd. De aorist wordt normaal eenvoudig als de verleden tijd vertaald. Maar het slaat in dit geval op iets dat in de toekomst plaatsvindt, maar het wordt gezegd alsof het REEDS heeft plaatsgevonden.

Het is dus verleden tijd, maar het heeft nog niet plaatsgevonden. Het is echter zo zeker dat het zal gebeuren dat God het in het Boek laat opschrijven alsof het reeds heeft plaatsgevonden. Hier in deze specifieke profetie wordt dus de aorist gebruikt. Het is eigenlijk moeilijk uit te leggen, maar ik geloof dat als het eenmaal doordringt, dat u het dan zult begrijpen. Ja, het is in de verleden tijd geschreven. Maar het heeft nog niet plaatsgevonden. Maar het zal gebeuren. Dat staat zo vast als een huis.

Deze levensgeest hier — een levensgeest uit God voer in hen — is dezelfde uitdrukking in het Grieks als die wordt gebruikt in Genesis 2:7 (God blies Adam de levensadem in) en in Ezechiël 37:1-7 (God zei geest in die dorre beenderen te brengen). Dat slaat duidelijk op een opstanding. De betekenis is dat ze tot leven worden gebracht. Ze worden levend gemaakt! Ze waren beslist dood. Er was een letterlijke dood. En God geeft hun nu het vermogen om weer leven te hebben; dat is het duidelijkst te zien in het feit dat we ademen. Zij zullen dus weer ademen.

Dit kan best een fysieke opstanding zijn. Hij wekt hen eerst weer op tot fysiek leven. Dan, onmiddellijk daarna, roept Hij hen om ten hemel te stijgen; ze worden verheerlijkt, ze krijgen een nieuw lichaam en ze worden veranderd. Maar het lijkt erop — als we wat hier staat letterlijk nemen — dat ze zullen ademen; en geestelijke wezens behoeven niet te ademen. Dit lijkt dus op een fysieke opstanding; en dan snel daarna de eerste opstanding tot heerlijkheid.

Het is interessant dat er hier staat dat ze "op hun voeten gingen staan". Dat hoeft beslist niet gezegd te worden. Maar er wordt gezegd dat God hun adem gaf en dat ze overeind gingen staan. Dit beeldt twee dingen uit — één figuurlijk en één fysiek, of in werkelijkheid. Ik bekijk eerst de werkelijkheid. Het liet zien dat ze levend waren. Het liet zien dat ze weer, gezond en wel, overeind konden gaan staan. Ze ademden. Iedereen kon zien dat ze niet langer op de straat lagen (op dat ruime plein). Ze hadden feitelijk de energie om overeind te komen — op hun benen te gaan staan.

Het tweede punt — het aspect dat meer figuurlijk is — was dat ze gereed waren wat werk te doen. Vaak betekent het, als de bijbel zegt dat mensen hier of daar staan, dat ze actief zijn met iets. Ze doen iets. Er wordt van Jezus Christus gezegd dat Hij aan de rechterhand Gods STAAT. Hij vervult Zijn positie. Hij doet Zijn werk. En deze twee dienaren (profeten) hebben dit 3½ jaar lang gedaan. Ze hebben God gediend, gepredikt, wonderen gedaan, gebieden en regio's vervloekt en wat al niet meer — continu, 3½ jaar lang als Gods belangrijkste getuigen voor de wereld. Daarna zijn ze 3½ dag lang dood. Maar plotseling komt er weer leven in hen; ze staan op en zitten de wereld weer op de huid. De mensen die hen zien krijgen de indruk dat ze een houding hebben van "God, wat wilt U dat we nu gaan doen?"

Dan staat er aan het eind van dat vers: "En grote vrees viel op (allen), die hen aanschouwden." Waarom? Dat was niet nodig omdat ze weer levend waren geworden. Het was meer van: "O, daar gaan we weer. Wegwezen! Verberg je! Bergen, valt op ons!" Deze twee hadden hen 3½ jaar lang gepijnigd en ze dachten dat dat nu voorbij was. Maar plotseling zijn die grote, slechte monsters weer terug. Ze wisten niet wat er zou gaan gebeuren.

Het beest had hen gedood. En nu het beest zover gegaan was hen te doden, wat zou dan daarvoor de vergelding zijn? Als zij water in bloed konden veranderen, droogten veroorzaken, hagel doen neerkomen op de gewassen, aardbevingen veroorzaken, vloedgolven op het land doen afkomen — als ze dat allemaal konden, en nog veel meer — wat zouden ze daar nu nog aan gaan toevoegen? "Grote vrees viel op allen." De bijbel is schitterend in zijn understatements. Hun knieën knikten, ze waren doodsbang, ze stonden als versteend.

Openbaring 11:12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen.

We kunnen ons afvragen wie dit hoort. Misschien is de eenvoudigste uitleg wel dat iedereen het hoort. "Klimt hierheen op!" Dat zou zo uitgelegd kunnen worden. Het schijnt terug te slaan op degenen die hen zagen. Het laatste voornaamwoord of zelfstandig naamwoord dat (in vers 11) wordt genoemd, is dat zij die hen aanschouwden zeer bevreesd werden. Maar het kan net zo gemakkelijk betekenen dat de twee getuigen dit hoorden. Zij zullen het zeer zeker horen, omdat zij erop reageren. Maar — afgaande op de zinsbouw — schijnt het antecedent de mensen met knikkende knieën te zijn, die het ook horen. Het volgende voornaamwoord verwijst beslist naar de twee getuigen — "zij klommen op" slaat echt op de twee getuigen.

Het kan elk van beide uitleggingen zijn, maar ik vond het interessant te vermelden dat er hier wederom een grammaticale vraag kon ontstaan. Wie zijn zij? Het kan iedereen zijn. Het zijn zeer zeker de twee getuigen. Maar het kan ook zijn, dat degenen die rondom hen aanwezig zijn, hun oren open hebben en de stem van God horen. Of het kan net zo zijn als bij de apostel Paulus op weg naar Damascus. Hij hoorde wat Jezus zei, maar al de overigen hoorden alleen maar lawaai — een of ander geluid. Het is dus moeilijk te zeggen. Het staat vast dat er op dat tijdstip heel wat dingen gaan gebeuren — heel veel geluid, heel veel beroering; en iemand zal horen. We weten in het bijzonder dat de twee getuigen zullen horen, omdat er staat: "En zij klommen naar de hemel op in een wolk, en hun vijanden aanschouwden hen."

De woorden "Klimt hierheen op!" zijn min of meer interessant. Het betekent: "Kom wat naar boven." Het is duidelijk een bevel, maar het wordt niet op een dwingende manier gezegd. Van wat ik uit het Grieks kan opmaken, is het een bevel. Ze gehoorzamen het. Maar het is milder dan een meester ten opzichte van zijn slaaf zou gebruiken. "Klimt hierheen op!" Het lijkt meer op een welkom "Kom maar hier" — in de zin van dat ze nu hun beloning zullen ontvangen.

Daarna "klommen ze op" — zoals ik al eerder zei, is dit hetzelfde woord als in "uit de afgrond opkomt". Zij klimmen op naar iets dat veel groter is dan dat; we zien hier ook het woord hemel. "Zij klommen naar de hemel op." Natuurlijk zeggen alle protestantse commentatoren dat dit Gods troon is — de plaats waar God is. Maar dat is NIET het geval. We hebben het hier over de lucht. Het gaat hier om de eerste hemel (niet de derde hemel). We kunnen dat heel gemakkelijk inzien.

1 Thessalonicenzen 4:16-17 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel [dat is de derde hemel], en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht [de eerste hemel], en zó zullen wij altijd met de Here wezen.

Deze twee getuigen overkomt hetzelfde als wat de overige heiligen overkomt. In Hebreeën 11 is de auteur heel specifiek over wie wanneer wordt opgewekt.

Hebreeën 11:39-40 Ook deze allen [de geloofshelden], hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen [erop duidend dat ze niet opstonden en werden verheerlijkt toen ze stierven, of nadat ze gestorven waren], 40 daar God iets beters met ons [zij die later kwamen] voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.

De eerste opstanding, de verheerlijking, de verandering van de mens in geest, zal voor allen tegelijkertijd plaatsvinden. Het enige onderscheid dat de bijbel aanbrengt, is dat de doden in Christus eerst zullen opstaan. En onmiddellijk daarna zullen degenen die nog in leven zijn, met hen in de lucht opgenomen worden. Dit gebeurt voor allen op hetzelfde moment. Daarmee beantwoorden we onze vraag. Dit is de eerste hemel — de lucht, waar alle wolken zijn. En het vindt op hetzelfde moment plaats als de verheerlijking van de overige heiligen. Het gebeurt allemaal op hetzelfde moment. Deze twee [getuigen] worden NIET afzonderlijk van de overige heiligen beloond. De doden in Christus en de levende heiligen worden allemaal tezamen verheerlijkt.

Let er nu op dat zij in een wolk opklimmen — net als Jezus ten hemel steeg.

Handelingen 1:9-11 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.

Hier hebben we dus nog een vergelijking met Jezus Christus. De twee getuigen zullen op dezelfde manier ten hemel opstijgen als Jezus Christus, wat ons een aanwijzing geeft dat hun verheerlijking zal gelijken op de verheerlijking van hun oudste Broer. Ze zullen dezelfde weg volgen. Hij was slechts de voorloper. Zij zullen dan op dezelfde manier als hun oudste Broer, Jezus Christus, deel gaan uitmaken van het gezin van God. Wat goed was voor Christus — de weg die Christus ging en de manier waarop Christus de dingen deed — zal ook de manier zijn waarop Zijn jongere broers en zusters de dingen zullen doen.

Een interessant punt is, dat er staat dat hun vijanden hen aanschouwden. De enige mensen die op aarde over zijn om zoiets te zien zijn hun vijanden. De gehele rest, hun vrienden, zullen precies hetzelfde doen, op precies dezelfde tijd. Het is heel interessant dat dit een tegenstelling is met wat er met Christus gebeurde. Toen Christus ten hemel opsteeg, stonden Zijn vrienden — Zijn discipelen — toe te kijken en zagen Hem gaan. Maar nu — als de twee getuigen opstijgen, opgewekt en veranderd worden — zijn het alleen maar hun vijanden die hen kunnen zien.

Dit geeft ons een aanwijzing over de geheel andere tijd. Het begin van het tijdperk van de kerk, toen Christus was opgestaan, is de tijd van genade, van barmhartigheid, van hoop — een tijd van vooruitgang, van opbouw. Maar deze tijd — als de twee getuigen opstaan — is een tijd van oorlog, van oordeel, van dood en verwoesting. En de enigen die er aanwezig zijn, zijn de vijanden van God en de twee getuigen. Het zijn dus twee totaal verschillende tijden.

Openbaring 11:13 En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen [mensen] werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.

In dit vers hebben we nog een aanwijzing van hoe precies God in alles is. Als Christus komt en de twee getuigen ten hemel stijgen, zal er op hetzelfde tijdstip een grote aardbeving plaatsvinden. Hij laat deze dingen precies op het moment gebeuren dat Hij wil. Hier hebben we een grote aardbeving. Als u geïnteresseerd bent, dan is het onderwerp aardbevingen in de eindtijd een heel interessante studie. Er zijn er heel wat. En proberen ze in de juiste tijdsvolgorde te zetten zorgt voor een heel interessant overzicht, als u dat wilt doen.

Er was een grote aardbeving toen Jezus stierf en werd opgewekt. We kunnen dat vinden in Mattheüs 27:51-52, respectievelijk in Mattheüs 28:2. Er was een grote aardbeving, er was duisternis en er werden feitelijk mensen uit de doden opgewekt die enkele dagen later in Jeruzalem verschenen en heel wat mensen de stuipen op het lijf joegen. Maar deze aardbeving, die in de tijd van Christus plaatsvond, was er niet persé één die veel verwoesting veroorzaakte. De bijbel zegt niets over enige verwoesting, behalve dan dat (in de tempel) het voorhangsel dat het heilige der heiligen van het heilige scheidde, in het midden van boven naar beneden in tweeën scheurde — erop duidend dat Christus de weg naar God de Vader opende.

Maar deze aardbeving in de tijd van de twee getuigen is een heel verwoestende aardbeving. Het lijkt erop dat we deze aardbeving moeten koppelen aan Zacharia 14.

Zacharia 14:3-5 Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; 4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; 5 en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.

Het lijkt erop dat dit de aardbeving is waar we het in Openbaring 11:13 over hebben. Nu we toch in het Oude Testament zijn, laten we Joël 3 opslaan.

Joël 3:10-16 Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held. 11 Maakt u op en komt, alle volken van rondom, en verzamelt u. Doe, o HERE, uw helden daarheen afdalen. 12 Laat de volken opstaan en oprukken naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om alle volken van rondom te richten. 13 Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp. [Dat verwijst naar Openbaring 14.] Komt, treedt, want de perskuip is vol; de wijnbakken stromen over. Want hun boosheid is groot. 14 Menigten, menigten in het dal der beslissing, want nabij is de dag des HEREN in het dal der beslissing. 15 De zon en de maan worden zwart en de sterren trekken haar glans in. 16 En de HERE brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar de HERE is een schuilplaats voor zijn volk en een veste voor de kinderen Israëls.

Misschien wilt u ook nog Lucas 21:25-28 opschrijven; dat maakt deel uit van de profetie op de Olijfberg. Het staat ook in Mattheüs 24 en Marcus 13, waar gezegd wordt dat de hemelen zullen wankelen (dat is met inbegrip van de aarde), en Openbaring 16:17, waar staat:

Openbaring 16:17-18 En de zevende goot zijn schaal [dit is de zevende schaal] uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. 18 En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zó hevig was deze aardbeving, zó groot.

Deze aardbeving schudt het grote Babylon en het valt in drie stukken uiteen. Deze aardbeving heeft zijn epicentrum misschien wel in Babylon, of Rome, of welke stad er ook door wordt voorgesteld. De gevolgen ervan zullen in Jeruzalem zijn te voelen, zoals blijkt uit wat er in Openbaring 11:13 staat. Wat ook het geval mag zijn, dit is een geweldige beving die grote verwoesting veroorzaakt als Christus naar de aarde nederdaalt om oorlog te gaan voeren met het beest en het oordeel uit te voeren.

Er staat dat een tiende van de stad instortte. Dit is letterlijk "een tiende". Hij zal deze stad vertienen. Het kan het idee geven van decimering. Als we het over decimeren hebben, betekent het letterlijk dat een tiende zal worden gedood. Een tiende zal worden verwoest. Dat is zeer zeker een grote fysieke verwoesting. In dit specifieke geval wordt er niet over mensen gesproken. Er wordt over gebouwen gesproken. Een tiende van de stad zal instorten.

Er staat dat zevenduizend personen worden gedood. Dit is waarschijnlijk een letterlijk getal. Ik geloof dat het dat is. Maar het zou ook figuurlijk kunnen zijn. Het is moeilijk te zeggen. Als u het zich nog herinnert, zevenduizend is het getal van hen die in de dagen van Elia nog over waren. Hij had er zevenduizend voor Zichzelf overgehouden, die hun knieën niet voor Baäl hadden gebogen. Dat kunnen we vinden in 1 Koningen 19:18.

Paulus noemt dit ook in Romeinen 11:4 — dat er een overblijfsel is uit Israël van zevenduizend mensen. Als we het figuurlijk willen opvatten, kan het betekenen, dat God een overblijfsel van de mensen van het beest doodt. Misschien neemt Hij wel een tiende van hen. Ik weet het niet. Misschien doet Hij dit als een symbolische vergelding voor het gebrek aan respect voor de twee getuigen. Dat is best mogelijk. Ik ben hier alleen maar aan het gissen. Ik weet het niet precies.

Het is interessant dat er hier staat "personen" — maar het gaat NIET in zijn algemeenheid om personen, alhoewel het woord "personen" er staat. Het Griekse woord is anthrophon. Maar de vertalers hebben een woord weggelaten en dat is het woord "naam". De woorden zijn in feite "personen van naam" (zie ook de Statenvertaling). Dat wordt ook in Handelingen 1 gebruikt, als daar over de discipelen wordt gesproken. Er waren honderdtwintig namen of personen; dat waren de discipelen die door het werk van Christus tot bekering waren gekomen. Daar staat in feite namen van personen.

Hier in Openbaring 11 zou het kunnen betekenen "mannen van aanzien" — mannen die een bepaalde naam hebben verworven, mannen die welbekend zijn, beroemde mannen. Of misschien moeten we zeggen 'specifieke mensen'. God veroorzaakt de dood van zevenduizend specifieke mensen — mensen van wie Hij de namen kent. Ook dit is giswerk van mijn kant, maar het zou kunnen betekenen dat God de meest aanzienlijken in Jeruzalem in het gevolg van het beest doodt. God weet welke zevenduizend Hij gaat doden middels deze aardbeving.

Er staat dat ze "bevreesd werden en eer gaven". Dit is waarschijnlijk geen echt berouw, maar slechts het erkennen van Gods macht. Door het hele boek Openbaring zien we dat de mens niet berouwvol is. Op dit punt aangekomen, weet ik zeker dat ze net zo min berouwvol zijn. Als we naar Lucas 4:15, 28-29 gaan, dan staat daar dat de mensen in Galilea zich verwonderden en God eer gaven voor de wonderen en genezingen, die Jezus deed. Daarna proberen deze zelfde mensen, bijna zonder enige overgang, Hem van een steilte te gooien. Ze konden God dus eer geven, ze konden Gods macht in dit alles erkennen en toch betekent dat niet dat ze berouwvol waren.

Nog een puntje over het gebruik van de woorden "gaven de God des hemels eer". In Openbaring 16:9 wordt een soortgelijke situatie beschreven, maar daar staat dat ze de naam van God lasterden. Het zou dus kunnen zijn dat in "hun eer geven" geen berouw aanwezig is, maar wel een bepaalde mate van lastering.

Nu het laatste vers. Ik lees dit alleen maar omdat ik iets onder de aandacht wil brengen. Dit vers staat aan het slot van het verslag over de twee getuigen. Het zou daar NIET moeten staan. Het zou eigenlijk geheel op zichzelf moeten staan. Dit is een vers dat een overgang inluidt.

Openbaring 11:14 Het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig.

Het zegt ons: "We gaan nu terug naar de chronologische volgorde. Weet u nog waar we waren? Het tweede wee is juist voorbijgegaan en het derde wee zal in het verdere van het verslag aan de orde komen." Dat is de functie van dit vers. We zijn door een heel ingelast gedeelte, de hoofdstukken 10 en 11, gekomen en dit zet ons weer terug op het spoor, waar we waren in Openbaring 9:21. In uitgeversterminologie zijn deze twee hoofdstukken een "terzijde". Deze staan buiten de chronologische volgorde van het boek Openbaring. En als we naar Openbaring 8:13 kijken, waar de weeën worden aangekondigd, dan zien we:

Openbaring 8:13b Wee, wee, wee hun, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen van de bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen!

Dat is heel duidelijk. Het wee, wee, wee duidt op de drie overblijvende stoten op de trompet. Dat betekent dat de vijfde trompet (die daarna in Openbaring 9:1-12 komt) het eerste wee is.

Openbaring 9:12 Het eerste wee is voorbijgegaan: zie, nog twee weeën komen hierna.

Daarna gaat het verder met de zesde trompet, die in de verzen 13 tot 21 beschreven wordt. Dat is het hele tweede wee — de zesde trompet. Daarna volgen twee ingelaste hoofdstukken — Openbaring 10 en 11 — die aaneengekoppeld zijn, omdat ze over hetzelfde onderwerp gaan. En dan, met Openbaring 11:13, komt het ingelaste deel tot een eind. De verteller, Johannes, zegt: "We pakken nu de draad van het verhaal weer op." Het tweede wee is voorbijgegaan. Bedenk dat dat in hoofdstuk 9 werd beschreven. Zie, het derde wee komt spoedig. We zijn dus weer terug in het verhaal.

Laten we nu snel samenvatten wat we in deze serie hebben geleerd. Laat alles waar we in deze zeven preken zijn doorheen gegaan, nog eens in uw hoofd opkomen.

Onze studie van profetie moet niet gaan over het zeker zijn van (het dogmatisch zijn over) wat er zal gaan gebeuren, maar moet gericht zijn op het begrijpen wat Gods woord over een bepaald onderwerp zegt (een specifieke profetie) — zodat we voorbereid zijn om dingen te herkennen als ze gebeuren of op het punt staan te gebeuren.

De hoofdstukken 10 en 11 [van Openbaring] vormen één geheel. Het zijn ingelaste hoofdstukken, die verslag doen van de boodschap van de kerk door alle eeuwen heen, vanaf Handelingen 2; ze geven ook een beknopte beschrijving van deze boodschap.

Het boekje dat de engel in zijn hand heeft is Gods woord — in het bijzonder het evangelie dat de kerk verkondigt en onderwijst.

Het evangelie is wonderlijk voor ons denken, maar bitter in zijn toepassing en gevolgen — dit duidt erop dat het ons vreugde geeft en hoop; maar het brengt soms ook conflicten voort, moeilijkheden en pijn, omdat de boodschap zo diametraal tegenovergesteld is aan de menselijke natuur.

Zij die geroepen worden het evangelie te verkondigen, moeten een vorm van vurige ijver hebben — een bittere, vurige boosheid in hun binnenste, die door Gods Geest kan worden gestuurd om de nodige werken voort te brengen die een effectief getuigenis geven. Er moet een soort frustratie zijn, een soort ijver, om zeker te maken dat het getuigenis effectief zal zijn. Anders wordt het niet meer dan "bla ... bla ... bla ... bla ... bla" en zit er geen kracht achter.

Het eerste werk van de twee getuigen zal zijn het opmeten van de kerk, het altaar (de eredienst) en de mensen (de aanbidders).

Aan het begin moeten ze geen aandacht schenken aan het prediken tot de wereld en zich concentreren op het uitwerpen van de wereld uit de kerk.

God zal de twee getuigen met autoriteit toerusten om een verbazingwekkend getuigenis aan de wereld te geven tijdens de gehele periode van de verdrukking en de dag des Heren.

De twee getuigen zullen zich nederig opstellen en een diep gevoel hebben van geestelijke armoede. (Dat heeft van doen met het met een zak bekleed zijn.)

De twee getuigen vervullen de symboliek van Zacharia 4. Zij voorzien de kerk met een overvloed van onderwijs om hen gedurende de 3½ jaar te onderhouden.

De twee getuigen zullen de vrije hand krijgen van God — de volledige bevoegdheid — om zichzelf te beschermen en de mensheid en bepaalde gebieden te vervloeken wegens zonde en rebellie tegen God.

De twee meest prominente typen die door de twee getuigen worden vervuld, zijn de typen van Mozes en Elia.

De twee getuigen zullen hun taak voleindigen.

De twee getuigen zullen in Jeruzalem worden gedood, door het beest; maar ze zullen uit de doden opstaan en ten hemel stijgen om Christus, bij Zijn wederkomst, in de lucht te ontmoeten.

Zoals het verslag laat zien, dient hun belangrijkste getuigenis om te waarschuwen voor het komende oordeel en de mensheid tot berouw op te roepen, net zoals de profeten uit het Oude Testament deden. En net als bij de profeten uit het Oude Testament zullen er maar weinigen zijn die daar echt op ingaan. De werkelijke resultaten zullen in de tweede opstanding tot uiting komen.

Ik hoop dat deze serie uw inzicht heeft verdiept, u heeft geholpen en dat u hierdoor een gedetailleerd idee hebt gekregen waar in de komende jaren naar uit te kijken.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)