De twee getuigen (Deel 5)

Door Richard T. Ritenbaugh
13 juli 2004

Samenvatting: (toon)

De bijbel laat aan het eind zien dat Christus de kerk met een paslood meet. Hij test de kerk op oprechtheid en stelt de standaards van recht en gerechtigheid vast. De zeven ogen schijnen erop te duiden dat de engelen der zeven gemeenten een wereldomvattende invloed zullen hebben. De olijfbomen in Zacharia 4:11 verwijzen naar de twee getuigen die olie (geestelijk onderwijs) gieten in de gouden oliehouder (een vergaarbak voor dit onderwijs), aldus voorzien ze de kerken gedurende de tijd dat ze getuigenis aan de wereld geven, van "voedsel". Ze zullen de macht hebben hen te doden die hen kwaad willen doen; daarmee volgen ze het patroon van Elia (2 Koningen 1:10), een soort blanco volmacht om te vernietigen teneinde hun werk te doen (Openbaring 11:5).


Het wordt duidelijk, tenminste in mijn eigen denken, dat de twee getuigen waarschijnlijk de belangrijkste dienaren van God in de eindtijd zijn. Ik kan maar weinig dingen zien die deze conclusie in twijfel trekken. En zoals we vandaag zullen zien, zijn ze van levensbelang voor de kerk in de eindtijd en misschien van evenveel levensbelang voor de wereld — maar in het bijzonder voor de kerk in de eindtijd.

De vorige keer hebben we Zacharia 4 nogal diepgaand bestudeerd. We zagen hoe de kandelaar (met de gouden oliehouder aan zijn top, met de olijfbomen ernaast) een belangrijke rol speelt in de verzekering dat God Zijn werk — het bouwen van de tempel — zal voltooien. We zagen dat Zerubbabel een teken is, dat ongeacht welk probleem zich voordoet, op welke moment dan ook, dat dat Gods werk NIET zal tegenhouden. In feite is niet hij het — Zerubbabel of de dienaar van God — die het werk doet. Het is God en Zijn Geest. Zoals we zagen is Zerubbabel gewoon een type. De ware Zerubbabel, het antitype, is Christus Zelf die Zijn kerk bouwt.

Het algemene idee dat we hieruit moeten opmaken, is dat Gods werk zal worden uitgevoerd. Gods kerk zal worden voorbereid. De Bruid zal klaar zijn als de tijd aanbreekt de Bruidegom te trouwen. En zelfs al lijkt er niets te gebeuren, dan gebeurt er TOCH iets. Het is gewoon een "dag der kleine dingen". God is in veel gevallen achter de schermen aan het werk — Hij is bezig met individuele personen of laat dingen in het klein gebeuren die we niet zien, omdat ze enigszins achter de schermen plaatsvinden. Het gebeurt niet vlak voor onze ogen.

We keken ook naar de problematische zeven ogen des HEREN en zagen vanuit de Schrift, dat het erop lijkt alsof Gods ogen de zeven boodschappers aan de zeven gemeenten zijn. We behandelden alles van de kandelaars, de ogen, de engelen, de sterren, de zeven geesten. En het leek wel of ze één grote cirkel vormden. Ze beschrijven allemaal hetzelfde. Dit staat echter niet vast; ik wil hier niet dogmatisch over zijn — dat de zeven ogen des HEREN de zeven boodschappers aan de zeven gemeenten zijn. Maar voor mij is het de enige conclusie die zin heeft.

En bedenk dat we ook bekeken, dat het Hebreeuwse beeld van ogen verschilt van hoe wij naar "ogen" kijken. Zij keken naar ogen als uitdrukkend (of communicatief, of openbarend) — erop duidend dat ze naar buitengaand waren in hun benadering. Ze waren geen verzamelaars van informatie. Ze verschaften informatie. We zagen dit in diverse voorbeelden, zoals wanneer één van onze kinderen tegen ons liegt, dan kunnen we dat gewoonlijk in zijn ogen zien. De leugen is bijna in zijn ogen geschreven. De ogen openbaren zoveel over ons. Onze gevoelens, onze gedachten, onze bedoelingen komen duidelijk in onze ogen tot uitdrukking. De Hebreeërs hadden dat dus in sterke mate bij het juiste eind. De ogen zijn vol uitdrukking als we van de buitenkant naar de binnenkant kijken. Natuurlijk zijn ze aan de binnenkant ontvankelijk, maar zij keken in deze naar buiten gerichte benadering meer naar de wereld. Tenminste ze deden dat in dit geval.

Een tweede beeld waar we snel doorheen gingen was dat van een fontein. Het woord 'ayin in het Hebreeuws is ook het woord voor bron of fontein. En we weten van bronnen en fonteinen dat ze niets in zich opnemen. Zij laten water naar buiten stromen. Bij sommige borrelt het omhoog, bij anderen spuit het. Een bron of fontein is dus "tot uiting brengend". Het stroomt naar buiten, of het gaat naar buiten. Het oog werkt in sterke mate op dezelfde manier, als we ook maar iets van dit woord 'ayin tot uiting willen laten komen.

Ik wil de draad hier in Zacharia 4:10 weer oppakken, omdat we niet helemaal met dit vers klaar kwamen. We namen de "kleine dingen" door. We namen de zeven "ogen" door. Maar ongeveer daar stopten we. We gingen niet in op het paslood in de handen van Zerubbabel. In feite sloegen we dat over. Ik zei dat het meet of iets loodrecht staat, maar ik ging er in feite niet verder op in. Ik wil nu stil gaan staan bij wat een paslood is.

Zacharia 4:10 Want wie veracht de dag der kleine dingen? Zij zullen zich verblijden, als zij het paslood zien in de hand van Zerubbabel.

De zeven ogen — we zullen maar aannemen dat het de zeven boodschappers van de zeven gemeenten zijn — zijn blij als ze zien dat het opmeten van de kerk begint. Ze zien iets binnen de kerk plaatsvinden dat hen weer terug zal brengen tot een standaard. Het 'paslood' in Zacharia 4 is het tegenbeeld van het 'riet een staf gelijk' in Openbaring 11:1. Dit geeft ons dus een idee van de tijd waarin dit gebeurt. Openbaring 10 en 11 schijnen een doorlopende chronologie weer te geven. Het begint met het weerklinken van de donderslagen — één tegelijk, zeven opeenvolgende donderslagen. En als de zeven donderslagen hebben geklonken, dan wordt Johannes (hier als type) een riet gelijk een staf gegeven; en hem wordt gezegd de tempel te meten en het altaar en hen die daarin aanbidden.

De tijd dat het paslood, of het meetriet, in de hand van Gods dienaar wordt gegeven, is de tijd waar we het hier over hebben. De zeven ogen — de zeven boodschappers — zijn blij om te zien dat God in actie komt door dit meetriet (of het paslood) in handen van Zijn dienaar te geven teneinde de kerk op te meten. Misschien moeten we zelfs niet eens zover gaan. Laten we het gewoon in handen van Christus laten. Dat God de autoriteit in Christus' handen heeft gegeven — of het signaal 'het is nu de tijd', ga je gang (misschien is dat zelfs nog beter) — om verder te gaan en de kerk op te meten, omdat nu de tijd is aangebroken waarin de dingen duidelijk in beweging gaan komen.

Dan hebben we daar direct achteraan het begin van de grote verdrukking — nadat het opmeten is uitgevoerd. Dit schijnt het tijdstip te zijn waarop dit specifieke vers slaat. Als het paslood in handen van Zerubbabel wordt gegeven, is dat in type hetzelfde als het meetriet dat Johannes wordt gegeven. Ik hoop dat we kunnen zeggen dat die tijd reeds is aangebroken. Dat is in ieder geval mijn hoop dat het reeds zover is. Er staat hier dat Gods dienaren gelukkig en blij moeten zijn om te zien dat dat gaat gebeuren — niet alleen maar omdat het einde nabij is, maar ook omdat het iets is dat de kerk nodig heeft, zodat de tempel (de kerk) voltooid kan worden. Zodat de Bruid gereed kan worden gemaakt.

Er is dus vreugde bij betrokken. Er is blijdschap. Er is heel veel hoop. En er is hopelijk ook een beweegreden om aan dit werk om de tempel te meten deel te nemen. Als deze zeven ogen de zeven boodschappers zijn, aan de zeven gemeenten die in de eindtijd bestaan, dan zullen ze alle de hand aan de ploeg slaan om hun kudde gereed te maken.

Laten we eens naar deze standaard kijken. Ik ga in het bijzonder kijken naar het paslood.

Amos 7:7 Aldus deed Hij mij aanschouwen: Zie, de Here stond bij een loodrechte muur, met een paslood in zijn hand.

Dit lijkt sterk op wat er in Zacharia 4 gebeurde, als we eraan denken wat ik zojuist heb gezegd. De eigenlijke Persoon die gezegd wordt om aan het opmeten van de kerk te beginnen is Jezus Christus. Hij is het Hoofd van de kerk. Hier hebben we dus Christus, de Heer, met een paslood in de hand — staande op een loodrechte muur. [In het Hebreeuws staat er letterlijk "op een muur gemaakt met een paslood."] Die muur is verticaal, dus loodrecht [oprecht].

Amos 7:8-9 Toen zeide de HERE tot mij: Wat ziet gij, Amos? En ik zeide: Een paslood. Daarop zeide de Here [Hier komt de interpretatie — datgene wat we verondersteld worden hieruit op te maken.]: Zie, Ik ga het paslood aanleggen in het midden van Israël, mijn volk; Ik zal het voortaan niet meer sparen. 9 Isaaks hoogten zullen verwoest en Israëls heiligdommen vernield worden, en tegen Jerobeams huis zal Ik optreden met het zwaard.

We moeten bedenken dat dit oorspronkelijk tot het oude Israël werd gezegd. De bewoordingen hier zijn allereerst van toepassing op Israël — het fysieke volk Israël. Maar er is een geestelijk antitype in verborgen, dat we eruit kunnen halen. Christus zal hier in beide gevallen het oordeel uitvoeren. In de vervulling in de eindtijd gebeurt dit pal vooraf aan de catastrofe van de grote verdrukking. Het is de tijd van benauwdheid voor Jakob. Dan zullen de zaken echt erg worden. Als de Heer op de muur staat en zegt: "Kijk, zo moeten jullie zijn. Jullie moeten hier naast dit paslood kunnen staan en uzelf daaraan meten hoe verticaal u bent, om te zien hoe verticaal of oprecht u werkelijk bent."

En Hij zegt: "Ik zal ... voortaan niet meer sparen." Begrijpt u wat dat betekent? Dat betekent dat er een oordeel zal zijn en hoe dat oordeel uitvalt, zo zal het zijn! Als we naar de eerste zes verzen van ditzelfde hoofdstuk kijken, zullen we zien dat er nog twee andere visioenen waren. En in die twee andere visioenen had de profeet gezegd: "Alstublieft God, Israël is maar zo'n klein volk. Wilt u het alstublieft deze keer sparen?" Dat betekent: "Wilt U alstublieft barmhartig zijn en ons niet straffen?" En beide keren zei God: "Dat is goed, Amos. Omdat u dit hebt gedaan, omdat u Mij hierom hebt gevraagd, zal Ik sparen." Maar nu zegt Hij, in dit visioen van het paslood: "Deze keer zal Ik Mijn oordeel uitvoeren. Ik zal het vonnis voltrekken."

En waarover voltrekt Hij het vonnis? "Isaaks hoogten", de afgodendienst. "Israëls heiligdommen" duidt op hetzelfde. En Hij zegt dat Hij "met het zwaard tegen Jerobeams huis zal optreden." Dit betekent dat een groot deel van Zijn wraak zich zal richten tegen de leiders, omdat zij het volk op de weg die ze zijn gegaan, hebben geleid. Dit is dus heel serieus. In de eindtijd, als God verschijnt met het paslood, dan zal het oordeel worden voltrokken. Hij zal dan in actie komen. Hij zal gaan reageren. Hij zal het vonnis uitvoeren dat volgens Hem rechtvaardig en nodig is.

Jesaja 28:16-17 Daarom, zo zegt de Here HERE [Hij heeft het hier over Christus.]: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste grondslag; hij die gelooft, haast niet. 17 En ik zal het recht tot meetsnoer maken en de gerechtigheid tot paslood; en de hagel zal de leugenschuilplaats wegvagen en het water zal de toevlucht wegspoelen.

Dit is heel interessant. Het paslood wordt hier gedefinieerd als recht en gerechtigheid. We hebben dat al gezien. Dat komt terug in ons woord "rechtop" [oprecht], dat een synoniem is van verticaal. Wat oprecht is, is rechtvaardig. Hij zal in overeenstemming daarmee rechtspreken. Wat Hij hier dus bedoelt, is dat Hij ons overeind zal zetten, zodat wij kunnen zien — en ook Hij kan zien — hoe dicht we bij het goddelijk oordeel en rechtvaardig handelen blijven. Dat betekent, zien in hoeverre we volgens de standaard leven.

Er wordt hier gezegd dat dit oordeelsproces (1) het bedrog dat we ons hebben toegestaan te geloven, en (2) de verborgen, geheime zonden die we door hebben laten gaan in ons leven, zal wegvagen. Ik geloof dat dat bedoeld wordt met "de hagel zal de leugenschuilplaats wegvagen en het water zal de toevlucht wegspoelen." We zullen ons niet langer kunnen verbergen voor de leugens en de zonden die we in ons leven hebben laten voortgaan. Dit paslood is dus niet iets om te versmaden. Het is God ernst. Als Hij het paslood te voorschijn haalt en het naast Zijn volk houdt, dan is dat bloedserieus. Dat is zo ernstig omdat het van doen heeft met eeuwig leven of eeuwige dood — in het bijzonder voor hen die bekeerd zijn. We kunnen er dus maar beter voor zorgen dat we in overeenstemming daarmee leven.

Nu naar Klaagliederen 2, waar we nog een voorbeeld vinden dat God een paslood onder Zijn volk gebruikt. Eén van de dingen die hier echt interessant zijn, in het gehele hoofdstuk, is dat Jeremia (de waarschijnlijke auteur) het heel duidelijk maakt dat God dit doet. Elke sectie begint met: "De HERE heeft dit gedaan." Zo ook deze sectie.

Klaagliederen 2:8-10 De HERE had besloten te verwoesten de muur van Sions dochter. [Bedenk dat de HERE op de muur stond die met behulp van een paslood was gemaakt.] Hij spande het meetsnoer en weerhield zijn hand niet van vernietiging. Voormuur en wal dompelde Hij in rouw, tezamen zakten zij ineen. 9 Haar poorten zijn in de aarde verzonken, haar grendels heeft Hij vernield en verbroken; haar koning en haar vorsten bevinden zich onder de volken, wetsonderricht is er niet meer; ook vinden haar profeten geen gezicht bij de HERE. 10 Zwijgend zitten ter aarde de oudsten der dochter van Sion; stof hebben zij op hun hoofd gestrooid, met rouwgewaad zich omgord. Het hoofd buigen naar de aarde de jonkvrouwen van Jeruzalem.

Er werd hier niet over een paslood gesproken, maar in vers 8 wel over een meetsnoer. "Hij spande het meetsnoer" staat er, en dat is hetzelfde beeld. Als we bijvoorbeeld een muur metselen, of palen plaatsen voor een schutting, dan spannen we een lijn om er zeker van te zijn dat alles overeenkomstig de afmetingen zal zijn die voor dat project in het bijzonder gelden. God heeft dat ook gedaan. Hij heeft een meetsnoer gespannen. De implicatie daarvan in dit geval is, dat (om zo te zeggen) de dochter Sions deze lijn is gepasseerd. En Hij zei: "Nu is het genoeg geweest!" En Hij heeft al deze dingen gedaan. Hij heeft de muur vernietigd, en al deze dingen hebben plaatsgevonden.

Wat Hij in dit geval heeft gedaan, in het vernietigen van de muur — omdat er geen bescherming meer is — is dat Hij zal gaan vaststellen wie op Hem vertrouwt en wie niet. Wie aan Hem en Zijn manier van leven zal blijven vasthouden en wie niet. Als de muur vernietigd is, worden we blootgesteld. Ons karakter zal ook worden blootgesteld. Hij zal dan zien waar we precies staan — aan welke kant van de lijn we staan: aan Zijn kant of aan de andere kant.

Vers 9 heeft het hier over verstrooiing. "Haar koning en haar vorsten bevinden zich onder de volken." Er wordt ook gesproken over een verachten van Zijn wet. Er staat: "wetsonderricht is er niet meer." En er staat ook: "haar profeten vinden geen gezicht bij de HERE", erop duidend dat er een soort scheiding is tussen Gods volk en God Zelf. Ze krijgen niet het onderwijs dat ze nodig hebben. Klinkt dat bekend in de oren?

Weer terug naar Zacharia 4. Het is interessant dat de zeven ogen er zich in verheugen dit te zien gebeuren. Hun vreugde wordt duidelijk getemperd door hun verdriet over de vernietiging. Als een meetsnoer (of een paslood, of een meetriet) wordt aangewend om op te meten, dan zullen er natuurlijk mensen zijn die voldoen. Maar het lijkt erop, in de manier waarop het wordt beschreven, dat er heel wat meer mensen zullen zijn die niet voldoen. Daar zit heel wat droefheid in besloten — dat zij niet voldeden. Toch is de context daar in Zacharia 4:10 heel positief. Het is de vreugde over het voltooien van de tempel die daar naar voren komt. Het verdriet wordt dus door dat alles getemperd. Het grote punt waar het om draait is, dat de wederkomst van Christus nabij is, en we kunnen daar heel vreugdevol over zijn.

Ik wil ook ingaan op het woord doorlopen [in Zacharia 4:10]. "De ogen des HEREN, die de ganse aarde doorlopen." Ik heb verschillende vertalingen van de bijbel op dit woord "doorlopen" opgeslagen. Doorlopen heeft de neiging samen te gaan met het westerse idee dat de ogen ontvangers zijn. Ze kijken. Deze ogen kijken naar alles wat er op aarde is. Ze verzamelen informatie. Het Hebreeuwse woord is nogal grappig. Het is het woord shuwt. Het betekent letterlijk "voortduwen", wat eenvoudigweg gewoon betekent "gaan" of "lopen". De Statenvertaling gebruikt het woord doortrekken, dat is een letterlijk doortrekken. Er zijn andere [Engelstalige] bijbelvertalingen die het hebben over "de gehele aarde bestrijken" of "de gehele aarde doorzoeken".

Keil & Delitzsch gebruiken het woord snellen. Ze snellen over de gehele aarde. Het lijkt erop dat ze een synoniem gebruiken voor doorlopen. Maar in hun uitleg zeiden ze dat dit woord "snellen" de implicatie heeft van invloed — dat hun invloed over de gehele aarde snelt (dat is interessant). Als dat het geval is, dat de boodschappers van de zeven gemeenten de zeven ogen zijn, dan wordt er gezegd dat deze zeven ogen — of deze zeven boodschappers — een invloed hebben die tot alle einden van de aarde reikt.

Dit slaat NIET op een plaatselijk gebeuren, bijvoorbeeld in Judea waar de oorspronkelijk profetie werd gegeven en waarvoor hij was bestemd. In de tijd van Zerubbabel waren er slechts enkele duizenden Joden en Levieten die in deze profetie geïnteresseerd waren. Maar zij zeggen dat de profetie in zijn vervulling op de gehele aarde van toepassing is. Deze is niet slechts op Jeruzalem gericht of op een klein gebied in Judea; maar de invloed van deze zeven ogen reikt tot alle einden van de aarde.

Dat is interessant en schijnt te passen bij wat er in deze tijd gebeurt. Er staat niet dat hun invloed tot alle einden van de aarde sterk is, maar dat hij tot alle einden der aarde reikt. Er staan dus diverse dingen in dit hoofdstuk die het idee geven, dat er een werk wordt gedaan dat de gehele wereld bestrijkt. Of dat het op de gehele wereld van toepassing is. De laatste woorden van dit hoofdstuk hebben het over "de Here der ganse aarde." We kunnen van Zacharia 4 dus heel gemakkelijk concluderen dat dit GEEN plaatselijk gebeuren is. Dit is iets dat zich uitstrekt over de gehele wereld.

Laten we Zacharia 4:11-14 gaan doornemen om uit te vinden wat die oliehouder is.

Zacharia 4:11-14 Ik nam het woord en vroeg hem: Wat betekenen deze twee olijfbomen rechts en links van de kandelaar? 12 Andermaal nam ik het woord en vroeg hem: Wat betekenen de twee olijftakken, die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien? 13 En hij zeide tot mij: Weet gij niet, wat zij betekenen? Ik antwoordde: Neen mijn heer. 14 Toen zeide hij: Zij zijn de twee gezalfden die vóór de Here der ganse aarde staan.

Afhankelijk van de vertaling die u gebruikt, kan dit aardig verwarrend zijn. Vers 12 is het meest verwarrend. Er staat letterlijk: "Wat zijn de twee olijftrossen die door de twee gouden buizen de gouden olie uit zich doen vloeien?" Ik denk dat dit het een beetje duidelijker maakt. Het woord takken is een interpretatie. Het woord is in feite "aren" (zoals korenaren) of "tros" (zoals een druiventros, we zouden dus kunnen zeggen olijventros). Het betekent een bundel van iets. In een korenaar zijn heel wat graankorrels aanwezig. Hetzelfde geldt hier voor deze olijftakken. Het is een tros olijven of een verzameling olijven. Dat is eigenlijk nogal vreemd, daarom kunnen we begrijpen dat ze het woord "takken" gebruikten. Je gebruikt niet zo gemakkelijk het woord "tros" of "aar" bij olijven.

Laten we proberen te begrijpen wat hier nu echt gebeurt. Bedenk dat we de centrale zuil van de kandelaar hebben en de gouden oliehouder daar bovenop. Vanuit de centrale zuil komen zeven armen voort. Aan het eind van ieder van die zeven armen zit een kleine lamp met olie erin, en vermoedelijk een pit of kous om hem aan te steken. Vanuit de oliehouder bovenop de centrale zuil komen zeven pijpjes voor elk van de zeven lampen. In totaal hebben we dus negenenveertig pijpjes die vanuit de gouden oliehouder komen en omlaag lopen naar de lampen.

Bedenk wat ik zei over het werk dat zich uitstrekt over de gehele wereld. Als we die centrale zuil met die oliehouder en de negenenveertig slangetjes (of pijpjes) kunnen uitbeelden als omlaaggaand naar die zeven lampen, die er in een boog van 360 graden omheen staan (rondom de centrale paal, helemaal rondom), waar zou dat ons dan aan doen denken? Ik dacht daarbij het eerst aan een globe met de lengtecirkels. Ik wilde dit even tussendoor aan de orde stellen, vanuit het standpunt dat dit een wereldomvattend werk is — een kerk die overal ter wereld zijn invloed doet gelden — omdat we het hier hebben over de zeven lampen die de gehele Kerk van God vertegenwoordigen. Het beeld van deze vreemde menora (niet zoals die in de tabernakel, maar één die daarvan afwijkt) geeft de indruk — van een afstand — van een globe, met deze slangetjes van de top omlaaggaand en lijkend op de lengtecirkels op een globe. Het is interessant om er op deze manier naar te kijken.

Naast deze centrale zuil, aan beide zijden één, staan twee olijfbomen. Deze olijfbomen hebben een tak, of een tros, die rechtstreeks naar de gouden oliehouder voert. De gouden oliehouder zelf heeft aan zijn bovenkant twee grote buizen. Deze trossen olijven druppelen of gieten gouden olie in die buizen. Deze vloeit door de buizen in de gouden oliehouder. En dan stroomt de gouden olie vanuit de oliehouder door de negenenveertig pijpjes naar de zeven lampen.

Wacht eens even. Wat betekenen deze twee olijfbomen? Ons wordt in Openbaring 11:4 gezegd dat de twee getuigen olijfbomen zijn. We hebben vastgesteld dat dat twee mensen zijn. Wat hebben twee mensen van doen met het gieten van olie in deze gouden oliehouder? Zouden we normaliter niet denken dat God de gouden olie in die oliehouder giet, omdat Christus de uitdeler is van de Heilige Geest? Toch staat het er, als u het nog eens wilt nakijken.

Johannes 16:5-7 En nu ga Ik [Christus] heen tot Hem, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? 6 Maar omdat Ik dit tot u gesproken heb, heeft droefheid uw hart vervuld. 7 Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.

Wie is dus de verstrekker van de Heilige Geest? Jezus Christus! Maar Jezus Christus is NIET één van de twee getuigen. Dat zijn mensen. Dat zijn profeten. Hoe kunnen deze twee mensen — al zijn ze profeet — de gehele kerk van olie voorzien? Dat is een flink probleem, omdat het niet schijnt overeen te komen met wat we begrepen hebben.

Herinnert u zich nog de aanhaling die ik u de vorige keer uit het commentaar van Keil & Delitzsch gaf? Deze ging over wat de gouden olie in deze symboliek of in dit visioen voorstelde. Hier volgt die aanhaling nog eens:

"Olie ... wordt in de Schriften gebruikt als een symbool van de Geest van God [Nu komt het belangrijke deel.], niet in zijn transcendente essentie, maar voor zover deze werkt in de wereld en binnen de kerk aanwezig is."

Wat zij hier zeggen is dat olie niet persé de Geest in pure vorm is. Herinnert u zich nog dat we dat behandelden? Het is olie die in een individueel iemand door een proces is gegaan en uit hem te voorschijn komt als een soort werk, of (zoals we het noemden) woorden — grotendeels woorden. De Heilige Geest komt in een transcendente vorm van Jezus Christus in de mens. Daarna gebruikt de mens, als hij zich door die Geest laat leiden, die Geest om werken voort te brengen; en het werk dat hij doet bestaat vaker wel dan niet uit woorden. In het bijzonder als hij een dienaar van God is, gebruikt hij de Geest om te proberen mensen van Gods manier van leven te overtuigen — dat die manier waar is en dat God de ware God is. Een dienaar geeft u dus NIET de Heilige Geest in pure vorm. Hij zal u een manifestatie van de Geest geven in het werk dat hij doet.

De gouden olie hier in Zacharia 4 is, zoals we hebben gezien, een soort werk; en het wordt in de oliehouder opgeslagen — die oliehouder is een opslagplaats, een vergaarbak, een reservoir voor deze werken. En deze bestaan grotendeels uit woorden die de rest van de kerk voeden. Alle zeven gemeenten kunnen er in overvloed van nemen, door zeven pijpjes. Zeven is het getal van geestelijke volmaaktheid. Iedere kerk heeft de mogelijkheid om overvloedig te worden gevoed vanuit het reservoir van woorden, waarheid, die deze twee mensen voortbrengen.

De oliehouder is dus echt niet meer dan wat het zegt te zijn. Het is een oliehouder! Het is een reservoir. Je stopt iets in een houder om iets te bewaren. Het fungeert ook als een soort geleiding voor deze werken — deze woorden. En alle zeven gemeenten kunnen hieruit worden gevoed. Dus hoe we het ook willen noemen — een vergaarbak, een reservoir, een centraal doorgangshuis, of wat dan ook — alle zeven gemeenten voeden zich met wat de olijfbomen voortbrengen. Daarom zijn zij zo belangrijk voor de kerk. Zij vormen de vitale verbindingslijnen tussen God en de gemeenten.

Denk er op deze manier aan. Denk eraan op de natuurlijke manier. Waar krijgen olijfbomen hun voedsel vandaan? Zij zijn in de grond geworteld; op die manier krijgen zij hun voedsel vanuit de mineralen in de bodem. Zij staan bloot aan de lucht. Zij staan bloot aan de zon. En wie zendt de regen? God! Het beeld voldoet dus. God voedt deze twee en het wordt middels een heel natuurlijk proces uitgebeeld. Ze werden door God geplant. Ze werden door de bodem gevoed. Ze werden van water voorzien vanuit de wolken, door de dauw die God geeft; en Hij is de Zon der gerechtigheid.

Al die dingen geven hun dus de groei; daarna voegen zij alles wat God hun gegeven heeft tezamen en zetten het om in vrucht. Die vrucht wordt uitgeperst. Het sap wordt in het reservoir opgeslagen. Daar ligt het te wachten om de gemeenten te voeden. En het is deze voorraad informatie — woorden —waarop de kerk (waarschijnlijk grotendeels in de plaats van veiligheid) in staat zal zijn 3½ jaar te overleven. Dat is mijn interpretatie. Nu kent u die.

Het is interessant dat hij ze de twee gezalfden noemt. Het is jammer dat ze ervoor hebben gekozen dit als "de twee gezalfden" te vertalen. Het zou veel duidelijker zijn geweest als ze de woorden letterlijk hadden vertaald, als deze twee zonen der olie. Wat zegt dat ons over de twee getuigen? Zij groeiden ook door hetzelfde proces als alle anderen. Iemand voedde hen op dezelfde manier als waarop zij de rest van de kerk zullen voeden. Iemand anders ontving de Heilige Geest van God, voegde alle informatie samen, verwerkte deze, droeg vrucht, maakte dit kenbaar in een of andere manier van onderwijs en daardoor groeiden zij.

We kunnen er ook zo naar kijken: Als God iemand "de zoon van" iets noemt, dan bedoelt Hij dat zo iemand ook echt daarvan afkomstig is. Dus we zouden kunnen zeggen, dat deze twee zonen der olie Jezus Christus op een zuivere manier reflecteren — net als een zoon zijn vader reflecteert. Bedenk dat ik enkele preken geleden zei, dat deze twee getuigen Jezus Christus in zo'n sterke mate zullen vertegenwoordigen als niemand anders dat ooit heeft gedaan (ze zullen misschien heel sterk op Hem gelijken). Hen de twee zonen der olie te noemen — terwijl Jezus Christus de gever van de Heilige Geest is — duidt er dus op dat ze heel erg op Jezus Christus lijken. Dat is dus heel interessant — al die symboliek die daarin zit, en alles wat we eruit kunnen halen. De Heilige Geest geeft iemand het denken van Christus, en deze twee zullen in hun werk gaan laten zien dat zij werkelijk het denken van Christus hebben.

Er zijn ook vertalingen die zeggen dat ze "naast de Here der ganse aarde staan." Dit is een manier om te zeggen dat ze God dienen — of dat nu als priester is, of profeet, of dienaar, of apostel, of wat dan ook. Ik wil u hiervan enkele voorbeelden laten zien. Ten eerste Deuteronomium 10:8. Hier staat over de stam van Levi het volgende:

Deuteronomium 10:8 Toen zonderde de HERE de stam der Levieten af om de ark van het verbond des HEREN te dragen, vóór de HERE te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.

Dit voegt één ding toe. Ze dienen niet alleen God, maar ze zijn ook geroepen om Zijn naam te zegenen — of in Zijn naam te zegenen, wat een klein beetje anders is. Het betekent dat zij tussenpersoon zijn. Zij doen in zekere zin Zijn werk. Zij doen dingen in Zijn naam.

Deuteronomium 18:6-7 Wanneer nu een Leviet komt uit een van uw steden in geheel Israël, waar hij als vreemdeling vertoeft, en naar de wens van zijn hart gaat naar de plaats die de HERE verkiezen zal, 7 en dienst doet in de naam van de HERE, zijn God, zoals al zijn broeders, de Levieten, die daar vóór het aangezicht des HEREN staan,

Dus alle Levieten staan voor het aangezicht des HEREN in het doen van Zijn werk.

1 Koningen 17:1 (Statenvertaling) En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.

Elia wordt in zijn functie als profeet dus uitgebeeld als staande voor God. Dit is heel interessant in samenhang met de volgende verzen in Openbaring 11, maar we gaan eerst naar 1 Koningen 18.

1 Koningen 18:15 (Statenvertaling) En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!

In zekere zin zwoer hij bij zijn eigen functie, dat hij zou doen wat hij zei. Zo geweldig kostbaar vond hij zijn functie — dat hij erbij kon zweren.

2 Koningen 3:14 (Statenvertaling) En Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, zo ik niet het aangezicht van Jósafat, den koning van Juda, opnam, ik zou u niet aanschouwen, noch u aanzien!

Hier doet Elisa hetzelfde als zijn meester Elia deed — door bij zijn functie te zweren.

2 Koningen 5:16a (Statenvertaling) Maar hij zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien ik het neme!

Dit vond plaats toen hij de gift van Naäman voor zijn genezing weigerde. Hier wordt het alweer bijna gebruikt als middel om bij iets te zweren.

Jeremia 15:19 Daarom, zo zegt de HERE: Indien gij terugkeert, zal Ik u doen terugkeren; dan zult gij vóór Mij staan; en indien gij uitspreekt wat waarde heeft, zonder vermetele taal, zult gij als mijn mond zijn. Laten zij zich tot u keren, maar gij zult u tot hen niet keren.

Hij spreekt hier tot Jeremia. Als hij niet langer zo terneergeslagen zou zijn en verder zou gaan met zijn werk, dan kon hij zijn functie als profeet weer hervatten. Hij zegt hier dus dat het voor God staan een manier van zeggen is van: (1) u bent een dienaar in wie God vertrouwen heeft en (2) u doet Zijn werk.

In Openbaring 11:4 staat er dat deze twee gezalfden de twee olijfbomen en de twee kandelaren zijn, die "voor het aangezicht van de Here der aarde staan." Ik vond die beschrijving van hen als twee kandelaren erg moeilijk. Het paste niet, maar ik denk dat ik er uiteindelijk ben uitgekomen. We moeten de tijd waarin dit alles zich afspeelt in gedachten houden. Bedenk dat ik zei dat Openbaring 10 en 11 chronologisch zijn. Op dat tijdstip hebben de zeven donderslagen geklonken. De twee getuigen zijn op het toneel gearriveerd. Zij zijn in principe het enige 'werk' dat God dan in uitvoering heeft voor wat betreft het getuigenis geven, het verkondigen en Zijn weg op aarde bekend te maken.

Wat doet een lamp eigenlijk? Hij geeft licht.

Mattheüs 5:14-16 Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. 16 Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.

Wat zullen de twee getuigen gaan doen in die tijd? Zij zijn de twee kandelaren die voor de God der gehele aarde staan. Wat doen ze? Zij verlichten het huis, zoals daar staat. Wat is het huis? Wie is het huis van God? De kerk! Bedenk wat ik zei. Deze twee plaatsen hun olie in het reservoir en dit voedt de gehele kerk. Om wat te doen? Licht te geven. De gemeenten zijn in deze tijd echter verborgen in een plaats van veiligheid. Klopt dat? Zelfs Satan kan daar niet komen, voorzover wij weten. We weten in ieder geval zeker dat geen mens buiten Gods kerk daar kan komen.

In zekere zin is het licht van de kerk dan onder een korenmaat. Wie is er dan over om het licht der wereld te zijn? De twee getuigen! Zij zijn op dat moment DE twee kandelaren. Alle ogen der aarde zullen tot deze twee profeten worden getrokken. En (zoals er daar in vers 16 staat) zij zijn degenen die in die tijd de goede werken zullen doen; en zij zullen degenen zijn die God in de hemel zullen verheerlijken.

Daarom worden ze de twee kandelaren genoemd. Zij zijn in die tijd de enigen die over zijn om licht te geven — in de tijd der benauwdheid van Jakob en de Dag des Heren. Zij zullen in feite dan de hele wereld in rep en roer brengen. Als we verder gaan, zullen we zien dat de gehele wereld hen haat; ze verheugen zich als die twee dood zijn — omdat ze niet kunnen hebben dat deze twee zo helder schijnen voor God. Dus nu weet ik waarom ze de twee kandelaren worden genoemd.

De gemeenten zijn op dit moment buiten beeld. De kandelaren beelden dus niet de gemeenten uit. Zij beelden slechts deze twee heldere lichten voor God uit. Ze zullen niet alleen de kerk van olie voorzien, maar ze zullen ook helder gaan schijnen als resultaat van de goede werken die ze doen.

Openbaring 11:5 En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden.

Dat is een interessant vers. De informatie wordt herhaald. Waarom? Waarom is het zo nodig dat we dit twee keer te lezen krijgen? Er zijn twee getuigen, maar dat is niet de reden, denk ik. Ik geloof dat Jezus probeert te benadrukken welke macht Hij in deze twee heeft vrijgemaakt. Bedenk dat er staat: "Ik zal macht geven aan Mijn twee getuigen." Of: "Ik zal autoriteit geven." Of: "Ik zal Mijn twee getuigen begiftigen." Het wordt benadrukt om het iedereen goed duidelijk te maken hoe belangrijk het werk van de twee getuigen is. In deze laatste 3½ jaar is het zo belangrijk dat God hun de macht geeft te doden — het vermogen tot doden. God zal — totdat hun werk is gedaan — niet toestaan dat iemand, of een groep, de twee getuigen zal dwarsbomen, of hun schade zal berokkenen. Dan zal er ogenblikkelijk [de spreker knipt met de vingers] een einde aan hun leven komen.

Het woord schade is hier een erg algemeen woord. Het duidt op elke vorm van vervolging. Het duidt er niet op dat iemand hen probeert te doden, of dat iemand probeert hun arm te breken, of zoiets dergelijks. Het duidt op elke manier! Als iemand probeert hen tegen te houden of te hinderen in hun werk, boem! Die mensen zullen dan worden gedood, net zo snel als een licht wordt gedoofd. Alles wat mensen ook maar tegen deze twee proberen te doen — om hen te doen struikelen — wordt met de doodstraf gestraft. Dat is schrikaanjagend! Het is alsof er twee James Bonds zijn met een vergunning te doden [license to kill]. We zouden zelfs kunnen zeggen dat zij Gods twee "niet zo geheime agenten" zijn, en hun is deze verschrikkelijke macht gegeven.

Er staat dat er vuur uit hun mond komt. We moeten ons dan afvragen: "Is dit letterlijk, komt er echt vuur uit hun mond dat hun vijanden verslindt? Of betekent het dat er na een woord uit hun mond vuur (of een ander dodelijk oordeel) van de hemel daalt en hun vijanden verteert?" Dat is moeilijk te zeggen. Deze woorden kunnen op beide manieren worden opgevat. Het kan letterlijk zijn, of het is zo beknopt weergegeven dat als het woord uit hun mond komt, hun vijanden ogenblikkelijk worden gedood.

De bijbel laat niemand zien als een menselijke vlammenwerper, maar we hebben enkele oudtestamentisch voorbeelden van iets dat daar op lijkt. Laten we eerst naar Numeri 16 gaan. Dit is het voorbeeld van Korach, Datan en Abiram — en hun rebellie tegen Mozes. De meesten van ons herinneren zich dat de aarde zich opende en hen verzwolg, maar laten we eens naar het verhaal kijken.

Numeri 16:28a Daarop zeide Mozes: Hieraan zult gij weten, dat de HERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, ...

Luister naar hem! Hij zegt dat wat er straks gaat gebeuren een teken is dat God door Zijn dienaar Mozes werkt.

Numeri 16:28 ... Hieraan zult gij weten, dat de HERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, en dat het niet mijn bedenksel is:

Bedenk dat dit Mozes is en herinnert u zich de relatie tussen Mozes en de twee getuigen.

Numeri 16:29-31a indien dezen zullen sterven, zoals ieder mens sterft, en over hen bezoeking zal worden gedaan, zoals ieder mens bezocht wordt, dan heeft de HERE mij niet gezonden. 30 Maar, indien de HERE iets nieuws zal scheppen, zodat de grond zijn mond zal opensperren en hen verzwelgen met alles wat hun toebehoort, zodat zij levend in het dodenrijk zullen dalen, dan zult gij weten, dat deze mannen de HERE gesmaad hebben. 31 Nauwelijks had hij al deze woorden uitgesproken, ...

Het lijkt er wel op dat direct als de laatste klank uit zijn mond komt, dan ...

Numeri 16:31b-35 ..., of de grond spleet onder hen, 32 en de aarde opende haar mond en verzwolg hen met hun huisgezinnen en met alle mensen die bij Korach behoorden en met alle have. 33 Zo daalden zij, met al de hunnen, levend in het dodenrijk; en de aarde overdekte hen, zodat zij uit het midden der gemeente [vergadering] omkwamen. 34 En alle Israëlieten die om hen heen stonden, vluchtten weg op hun geroep, want zij dachten: De aarde moest ook ons eens verzwelgen! 35 Toen ging er een vuur uit van de HERE [waarschijnlijk vanuit de tabernakel] en verteerde de tweehonderd vijftig mannen, die het reukwerk geofferd hadden.

Dit is dus een gebeurtenis waarbij Mozes sprak en God deed onmiddellijk het werk. Als de bijbel hier dus onze gids is, lijkt het erop dat deze twee zullen spreken en God zal het werk doen. Zo deed Jezus het. Jezus zei: "Ik doe deze werken niet uit Mijzelf. God doet de werken door Mij. God krijgt alle eer."

We keken zojuist naar Mozes. Nu gaan we naar Elia kijken. Houdt deze mannen in gedachten — Mozes en Elia — omdat zij iedere keer weer opduiken als er over de twee getuigen gesproken wordt.

2 Koningen 1:2 Achazja viel door het traliewerk van zijn bovenvertrek te Samaria, en hij werd ziek. Toen zond hij boden uit en beval hun: Gaat Baäl-zebub, de god van Ekron, raadplegen, of ik van deze ziekte zal herstellen.

Baäl-zebub was een afgod, een heidense god.

2 Koningen 1:3-4 Maar de Engel des HEREN sprak tot de Tisbiet Elia: Sta op, ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en zeg tot hen: Is er dan geen God in Israël dat gij Baäl-zebub, de god van Ekron, gaat raadplegen? 4 Daarom, zo zegt de HERE: Van het bed waarop gij zijt komen te liggen, zult gij niet afkomen, maar gij zult voorzeker sterven. En Elia ging heen.

Het lijkt erop dat hij niet eens "Hallo" zei. Hij zei gewoon: "Uw koning zal sterven. Tot ziens." En de koning vroeg zich af waarom die mannen zo snel terugkwamen.

2 Koningen 1:9a Daarop zond hij tot hem een overste over vijftig met zijn vijftigtal.

Hij stuurt een overste met vijftig mannen naar Elia, omdat hij een verklaring wil.

2 Koningen 1:9b-10 En deze klom tot hem op — want zie, hij zat op een bergtop — en sprak tot hem: Man Gods, de koning beveelt: daal af! [Heel eisend.] 10 Toen antwoordde Elia en sprak tot de overste over vijftig: Indien ik dan een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren. Toen daalde vuur van de hemel en verteerde hem en zijn vijftigtal.

Het lijkt veel op wat Mozes deed. Hij sprak. God handelde.

2 Koningen 1:11 Wederom zond hij [Achazja] tot hem een andere overste over vijftig met zijn vijftigtal. En deze nam het woord en zeide tot hem: Man Gods, zo beveelt de koning: haast u, daal af!

Er wordt nog nadrukkelijker bevolen — niet alleen "Daal af", maar "Daal af en schiet een beetje op, makker!"

2 Koningen 1:12 Toen antwoordde Elia en sprak tot hen: Indien ik een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren. Toen daalde Gods vuur van de hemel en verteerde hem en zijn vijftigtal.

Elia antwoordt niet in dezelfde trant als de overste; hij zegt gewoon: "Als ik ben wie ik zeg te zijn, dan ben je dood." En ze waren dood.

2 Koningen 1:13-15 Wederom zond hij een derde overste over vijftig met zijn vijftigtal. En deze derde overste over vijftig klom tot hem op, kwam nader en knielde voor Elia; hij smeekte hem en zeide tot hem: Man Gods, laat toch mijn leven en het leven van deze uw vijftig knechten kostbaar zijn in uw ogen. [Een heel andere houding.] 14 Zie, vuur is van de hemel neergedaald en heeft de eerste twee oversten over vijftig met hun vijftigtallen verteerd [honderdentwee mensen]. Nu dan, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen. 15 Toen sprak de Engel des HEREN tot Elia: Daal met hem af, vrees niet voor hem. En hij stond op en daalde met hem af naar de koning.

Deze mannen waren daar min of meer heen gestuurd om Elia gevangen te nemen. Ze waren er niet om hem kwaad te doen, zoals wij zouden kunnen denken. Maar zoals er [op soortgelijke manier] in Openbaring 11:5 wordt gezegd, Elia sprak en er kwam vuur uit de hemel om deze honderdentwee mensen te doden, omdat hun bedoelingen verkeerd waren; ze wilden de profeet belemmeren in zijn werk. Het is dus niet alleen maar een zaak van hun persoon kwaad doen, maar hun werk schaden. God zal niet toelaten dat iets dat werk zal tegenhouden.

Nog een tekst uit Jeremia 5:14, waar ik wil doen begrijpen dat de woorden zelf een soort van vuur zijn.

Jeremia 5:14 Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren.

Als deze twee getuigen spreken, zal de straf soms niet onmiddellijk worden voltrokken (als we er op deze manier naar kijken). Het woord gaat uit hun mond en het zal een oordeel geven. Of het zal minstens een getuigenis geven. En als de mensen niet veranderen vanwege het woord dat tot hen is gesproken, dan zal het hen uiteindelijk tegen komen en verbranden — erop duidend dat het oordeel uiteindelijk zal worden voltrokken. Het lijkt veel op wat God tot Adam en Eva zei: "Als jullie van deze boom eten, op de dag dat jullie dit doen, dan zullen jullie zeker sterven." Dat duurde nog bijna duizend jaar, maar ze stierven. Gods woord was vuur voor hen. Het verteerde hen zeer zeker, net zoals een letterlijk vuur zou hebben gedaan.

Er zijn dus twee manieren om hier naar te kijken. Uiteindelijk zal iedereen die tegen hen is worden gedood of gemarteld door vuur. Zelfs Satan wordt in de poel des vuurs geworpen. Het is dus heel interessant dat niemand ongestraft kan proberen deze twee te verhinderen hun werk te doen.

Waarom is hun zoveel macht gegeven? In vers 10 noemt God hen specifiek profeten. Zij zijn NIET persé apostelen. In technische zin zijn ze apostelen, omdat ze door God zijn gezonden en zij een boodschap verkondigen. Maar ze lijken in hun gedrag veel meer op profeten. Dat geeft ons een sterke aanwijzing dat — als de verdrukking eenmaal begint en deze twee hun opdracht hebben gekregen — er heel andere regels zullen gelden. Het zal NIET meer zo zijn als het was in "het tijdperk van de kerk", waarin alle dienaren worden verondersteld zich te onderwerpen, gewoon te verkondigen en onderworpen te zijn aan alle hogere machten. In dit geval wordt deze twee profeten de vrije hand gegeven om te vernietigen. (We zien dat ook in de volgende verzen.)

The Apocalypse van Seiss — een commentaar op het boek Openbaring — zegt het volgende over deze twee:

"Zij zijn oordeelsprofeten, gezonden om de geweldige godslasteringen van de laatste anti-christ te weerstaan, om de verdwaasde wereld zijn laatste ontzagwekkende waarschuwing te geven, hun de komende lawine van vernietiging duidelijk te maken en hen in de conditie te brengen waardoor een volk behouden zal worden om voort te leven in die nieuwe en betere orde der dingen die daarop zal volgen. Hiermee komt ook de macht die ze uitoefenen, overeen. Alles is doortrokken van de geest van het oordeel. Zij verkondigen het komende oordeel van God."

En wat staat er in Openbaring 14? De engel zegt tot Christus: "Zend uw sikkel uit ... de oogst der aarde is rijp." Deze twee verkondigen dus het oordeel van God. En het zou me niet verbazen als ze — net als Mozes en Aäron — iedere keer als een plaag op het punt staat te beginnen, voor het beest verschijnen om te zeggen: "Luister eens, als u niet verandert, zal er dit gebeuren." Zij zullen de zeven laatste plagen aankondigen, evenals Mozes en Aäron de tien plagen over Egypte aankondigden. Het is interessant om op die manier te denken. Dat wordt de volgende keer (misschien nog meer) interessant, als we de types van deze twee getuigen in de bijbel gaan behandelen. Ik geloof dat dat heel interessant zal zijn om door te nemen.

Openbaring 11:5 En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden.

Het woord verslinden hier is vanuit een bloederig standpunt interessant. Dit woord betekent letterlijk van boven naar beneden opeten. Het vuur komt en verteert hen van boven naar beneden. Het deed me sterk denken aan wat er in Zacharia 14:12 wordt gezegd, wat de mensen zal overkomen als Christus wederkeert.

Zacharia 14:12 Dan zal dit de plaag zijn, waarmee de HERE alle volken zal treffen, die tegen Jeruzalem zijn uitgerukt: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren, en ieders ogen zullen wegteren in hun kassen, en ieders tong zal wegteren in zijn mond.

Dat is nogal ijzingwekkend. Het lijkt erop dat het vuur van deze twee profeten iets soortgelijks doet. Het verteert hen gewoon. Als de taal enige aanduiding is hoe het zal gebeuren, dan lijkt het erop dat ze — van top tot teen — gewoon wegsmelten. Ze worden 'van boven naar beneden opgegeten'.

Nog een laatste punt. Er staat in die laatste zin van Openbaring 11:5: "indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden." Let op "moet hij de dood vinden". Het is niet dat ze gedood zouden kunnen worden. Het is heel, heel nadrukkelijk. Het staat in de gebiedende wijs. "Hij moet de dood vinden." Het is inderdaad nadrukkelijk. Dat impliceert onvermijdelijkheid. Het zal gaan gebeuren. Het zal gebeuren!

Deze twee wordt dus een grote macht gegeven, met veel vrijheid om die te gebruiken. Maar gelukkig hebben ze dat bittere gevoel in de buik (zoals we in de eerste preek zeiden) — die beheerste vurigheid die hun niet zal toestaan buiten hun boekje te gaan. Hun is een geweldige hoeveelheid autoriteit gegeven en door deze autoriteit zullen ze hun werk kunnen uitvoeren.

Dat is het voor vandaag. Dank u voor uw tijd en aandacht. Ik geloof, dat als alles goed gaat, ik dit onderwerp in de volgende preek zal afronden.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)