Openbaring 2-3 en werken

Door John W. Ritenbaugh
10 juli 1993

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh benadrukt dat we moeten voorkomen dat we worden afgeleid en ons leven gericht moeten houden op God en Zijn heilig woord. De profetische boodschappen in Openbaring 2 en 3 zijn ontworpen voor de eindtijd, kort voor de verdrukking en de dag des Heren. Alle zeven gemeenten – met hun unieke houdingen – zullen in de eindtijd gelijktijdig naast elkaar bestaan. Als een boodschap ("wie overwint", "Ik weet uw werken") in twee hoofdstukken zeven maal wordt herhaald, moet God beslist willen dat we Zijn zorgen hierover begrijpen. Niets is belangrijker dan bekering en overwinnen, waardoor volwassen, toegewijde, loyale discipelen onstaan die een voorbeeldig gedrag en goede werken laten zien en de afleidingen van Satan (Efeziërs 6:12) en de verlokkingen van deze wereld (1 Johannes 2:15) vermijden.


We zullen het grootste deel van deze preek besteden aan enkele dingen die in Openbaring 2 en 3 aan de orde komen.

Openbaring 3:22 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

In het licht van de tijden waarin we leven, gaan we het belang van Christus' woorden opnieuw in overweging nemen. Met Christus' woorden bedoel ik de woorden die in Openbaring 2 en 3 staan, en ik haalde dit specifieke vers in verband hiermee aan, omdat deze woorden voorkomen in elke boodschap die Hij aan deze kerken geeft. "Wie een oor heeft, die hore, wat Ik, of de Geest, tot de gemeenten zeg."

Doordat ik Openbaring 3:22 koos, zou u kunnen denken dat ik me op het Laodiceanisme ga concentreren. Dat zal in het vervolg ongetwijfeld aan de orde komen. Maar het onderwerp waar ik mij op richt, is veel ruimer dan Laodiceanisme, veel belangrijker dan Laodiceanisme. In feite vloeit Laodiceanisme voort uit het gebrek waar we het over zullen gaan hebben.

Als we Christus aanhalen met: "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt", dan is dat letterlijk wat er in het Grieks staat. "Wie een oor heeft, die hore, ..."

Deze woorden komen maar op enkele andere plaatsen in de bijbel voor. Ik geloof drie keer in het evangelie naar Marcus en één keer in het evangelie naar Lucas. Deze woorden komen echter alleen al in deze twee hoofdstukken van het boek Openbaring bijna tweemaal zoveel voor. Ik neem aan dat u het principe begrijpt, dat als God iets één keer zegt, we er aandacht aan moeten schenken. Als Hij het zelfs één of twee keer herhaalt, dan vestigt Hij de aandacht op wat Hij zegt en is het erg belangrijk! Maar als Hij het in de loop van twee hoofdstukken ZEVEN KEER zegt, dan geloof ik dat Hij wat Hij zegt in geweldige mate benadrukt.

"Wie een oor heeft, die hore", is de letterlijke vertaling van het Grieks. Als we het gaan parafraseren, dan komen de volgende bewoordingen er het dichtst bij: "Denk maar eens goed na over wat Ik heb gezegd."

U zult zich nog wel herinneren dat ik in een gedeelte van "de doelstelling van de Church of the Great God" zei, dat het boek Openbaring, met name de hoofdstukken 2 en 3, als we het combineren met Christus' rede op de Olijfberg (die in Mattheüs 24, Marcus 13 en Lucas 21 staat), duidelijk Christus' bezorgdheid laat zien over waarop Zijn volk zijn aandacht in de tijd voorafgaande aan het einde zou moeten richten.

Ik ben er zeker van dat Zijn visie op de tijden waarin we nu leven, duidelijk genoeg was om te kunnen zien, dat we in een tijd zouden leven waarin er meer afleidingen zouden zijn om onze aandacht te trekken dan er ooit in de menselijke geschiedenis zijn geweest. Hij kon zien dat het gemak en de snelheid van communicatie dusdanig zou zijn dat onze zintuigen (ogen, oren, neus, mond — alle zintuigen) daardoor aangetrokken zouden worden en dat het voor u en mij moeilijk zou worden om onze aandacht gericht te houden op wat onze voornaamste zorg zou behoren te zijn.

Dat wil niet zeggen dat het voor ons moeilijk zou zijn onze aandacht gericht te houden op de vervulling van profetie. De meesten van ons begrijpen dat het boek Openbaring een boek is dat aan profetie is gewijd. En het is een boek waar we ons allemaal mee schijnen bezig te houden. Ik geloof dat de reden daartoe nogal natuurlijk is. Iedereen wil enig inzicht hebben in wat er staat te gebeuren. We willen het van te voren weten, omdat het iets is dat onze belangstelling prikkelt. En misschien gaat er ook wel enige ijdelheid mee samen, omdat het er bijna op lijkt dat wij het willen weten voor iemand anders het weet, opdat wij het voorrecht mogen hebben om te kunnen vertellen wat wij van profetie begrijpen. Profetie is dus iets dat ons intrigeert en het lijkt onze aandacht van nature te trekken.

Maar ik geloof niet dat dat Christus' voornaamste reden was om het boek Openbaring te schrijven. Het was niet alleen maar om ons inzicht te geven in wat er zou gaan gebeuren. Er is iets dat veel belangrijker is. Het grootste deel daarvan staat in Openbaring 2 en 3. We kunnen opmerken dat wat er in Openbaring 2 en 3 staat, heel dicht aan het begin van het boek staat, zodat we niet ver behoeven te lezen voordat we aankomen bij wat in feite het belangrijkste punt uit het boek is. Dat zijn die boodschappen die in Openbaring 2 en 3 staan.

In deze verwarde wereld is het moeilijk ons persoonlijk leven in de juiste richting te blijven sturen. Het in de juiste richting blijven sturen is een verantwoordelijkheid die we allemaal hebben voor God. Niemand kan dat voor ons doen. We moeten individueel de keuzes maken van wat we met onze tijd en onze energie willen doen. Daar gaan Openbaring 2 en 3 over. Laten we teruggaan naar het Oude Testament, omdat ik daar — tijdens het leggen van het fundament voor deze preek — een principe vandaan wil halen.

Spreuken 3:19-23 De HERE heeft door wijsheid de aarde gegrond, door verstand de hemelen vastgesteld, 20 door zijn kennis zijn de waterdiepten gekliefd en druppelen de wolken dauw. 21 Mijn zoon, laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar overleg en bedachtzaamheid, 22 dan zullen zij het leven voor uw ziel zijn, een sieraad voor uw hals. 23 Dan zult gij uw weg veilig gaan, zonder dat uw voet zich stoot.

Houdt dit principe in gedachten, omdat het in de verdere uitwerking van die serie spreuken in de eerste paar verzen iets vastlegt dat belangrijk is voor ons leven. Dat is geloof in het feit — daarvoor bewijs hebben — dat de Heer de aarde door wijsheid grondvestte. Dat is iets wat door God wordt bedoeld om iets van af te leiden dat zelfs nog belangrijker is, en dat is dat als God de aarde door wijsheid grondvestte en het bewijs overal aanwezig is dat er een wonderlijk ontwerp verborgen zit in alles wat Hij deed, dat dan Zijn woord met dezelfde wijsheid is samengesteld. Hetzelfde verstand dat de aarde grondvestte, grondvestte ook Zijn woord.

Laten we hierop verder gaan bouwen, omdat het belangrijk is om Openbaring 2 en 3 te begrijpen. Ik geloof dat waar we ook kijken, we onder de indruk komen van de bewijzen dat er ontwerp aan de schepping ten grondslag ligt. Of we nu wel of niet een bepaald feit belangrijk voor ons leven vinden, het schijnt dat niets — tot zelfs in het kleinste detail — in Gods schepping aan het toeval is overgelaten.

De algemene benadering vanuit de evolutie is, dat de scheppende gebeurtenissen het resultaat waren van blind toeval. Zij, dat zijn de evolutionisten, worden in die positie gedwongen vanwege hun sterke tegenzin om het feit van een Schepper die alles ontwierp en naar een doel toewerkt, te aanvaarden.

Overweeg het volgende, iets waarvan we kunnen denken dat het helemaal geen invloed op ons leven heeft. Misschien beïnvloedt het ons niet iedere dag, maar er staat hier dat de Heer de aarde door wijsheid grondvestte. Hij grondvestte niet alleen de aarde door wijsheid, maar alles. Ik bedoel alles in Zijn schepping werd met wijsheid gedaan.

Alle hemellichamen draaien rondom grotere hemellichamen. Bijna allemaal draaien ze met de klok mee. De maan draait om de aarde. De aarde draait om de zon. Maar de zon draait op zijn beurt om nog grotere hemellichamen en we weten dat zelfs de gehele melkweg om iets anders draait.

Hier volgt een bijzonder feit. Saturnus heeft negen manen. Wij hebben we er maar één, maar Saturnus is met negen manen "gezegend". Acht daarvan draaien in de "juiste" richting. Maar één van hen draait tegen de klok in. Waarom? Niet alleen weet niemand "waarom", niemand is ook maar in staat geweest uit te zoeken wie dat deed! Simpel, God deed dat! Er is wijsheid in wat Hij deed. Er is een goede reden in Zijn denken waarom Hij ervoor zorgde dat deze ene maan in tegengestelde richting draaide van al die andere.

Er is daar een ontwerp dat we niet begrijpen. Maar ik wil dit verbinden aan iets dat zelfs nog verbazingwekkender is.

Toen ik pastor was van de gemeente in North Hollywood, ging een groep van ons naar het Griffith Park observatorium om een planetariumvoorstelling bij te wonen. Tijdens het commentaar werd een voor mij verrassende uitspraak gedaan. Nadat dit was gezegd, kon ik nauwelijks aan iets anders denken en bleven mijn gedachten almaar bezig met wat er was gezegd. Dat was, als astronomen hun berekeningen maken (en deze berekeningen worden bijna eindeloos in iets aangepaste vorm herhaald), komen ze steeds meer tot de conclusie dat de massa van de gehele schepping in perfecte balans verkeert. Denk daar eens over na!

We weten wat er gebeurt als één van onze autowielen uit balans is. Dat schokt waanzinnig, nietwaar? En toch heeft een autowiel slechts een diameter van zeventig tot vijfentachtig centimeter en weegt het slechts enkele kilo's.

De Heer grondvestte de aarde door wijsheid en astronomen raken ervan ondersteboven als ze hun berekeningen maken en tot de conclusie komen dat het gehele universum volmaakt in balans schijnt te zijn. Zelfs al draait één van de manen van Saturnus in tegengestelde richting. Zelfs al draaien er vier van de manen van Jupiter in tegengestelde richting. Lijkt het niet logisch dat indien er een "big bang" was en alles vanuit een centraal punt explodeerde, waarna alles gevangen werd in de zwaartekracht van een groter lichaam, dat alles dan niet de neiging zou hebben om in een vaste baan te komen terwijl het in dezelfde richting draaide? Dat komt logisch op mij over.

De gehele schepping en de mens zijn voor elkaar ontworpen. Daar is heel dicht bij huis bewijs voor.

In het verleden had men het idee dat als de aarde zo'n 2.500 kilometer groter of kleiner in doorsnee zou zijn, dat er dan op aarde geen leven mogelijk zou zijn. Nu begrijpt men dat de speling veel kleiner is; die is nu teruggebracht tot zo'n 10% groter of kleiner, met andere woorden 1.250 kilometer groter of kleiner. Als de aarde zo'n 1.250 kilometer groter zou zijn, dan zou het gewicht van de gassen rondom de aarde een dusdanige druk uitoefenen, dat er geen leven mogelijk zou zijn. En als de aarde zo'n 1.250 kilometer kleiner zou zijn, dan zouden sommige gassen die de aarde nodig heeft om leven mogelijk te maken en in stand te houden, aan de zwaartekracht van de aarde ontsnappen en zou er geen leven mogelijk zijn. Alles is in harmonie.

Ik breng deze twee interessante voorbeelden van ontwerp alleen maar naar voren om de waarheid die met de Schrift samenhangt, te introduceren.

Johannes 10:35 Als Hij hén goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden,

Gods woord is perfect in harmonie, van het begin tot het einde. Het werd volledig in wijsheid samengesteld. Dezelfde soort wijsheid als waarmee God de aarde grondvestte en het gehele universum grondvestte. Zijn woord is op dezelfde principes gebaseerd!

Jezus was hier betrokken in een discussie waarin Hij wordt beschuldigd God te lasteren. Hij haalde Psalm 82 aan om Zijn autoriteit, dat Hij de Zoon van God was, te ondersteunen. En Hij zegt dat de Schrift niet als van geen belang kan worden beschouwd, dat er het gewicht en de autoriteit van God achter staat, omdat Hij het inspireerde. Gods woord is waarheid. En wat God zegt is waar.

2 Petrus 1:21, 19a Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken. ... 19 En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, ...

Let op de woorden "profetisch" en "profetie". Openbaring 2 en 3 maken deel uit van een profetisch boek. Vers 19 laat u en mij zien dat het profetische woord ook voor ons des te vaster zou moeten zijn.

Hebt u een bijbel met kanttekeningen? Bij mij staat er als kanttekening: "Hetgeen zekerder is dan wij hebben gehoord." Petrus verwijst terug naar wat hij op de berg der verheerlijking zag en wat de anderen hoorden, toen hij de stem van God hoorde zeggen: "Deze is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik een welbehagen heb."

Petrus zegt dat profetie zekerder is dan een ooggetuige- of een "oor"getuigeverslag. De Heer grondvestte niet alleen de aarde door wijsheid; de Heer grondvestte ook Zijn woord door wijsheid.

2 Timotheüs 3:16 Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid,

De beginwoorden kunnen ook vertaald worden als "de gehele Schrift is door God ingefluisterd", waarbij God dan als een mens wordt uitgebeeld en tot uiting komt dat het rechtstreeks van Hem kwam.

Spreuken 30:5 Alle woord Gods is gelouterd; hun die bij Hem schuilen, is Hij ten schild.

Het woord dat met "gelouterd" is vertaald, kan ook worden vertaald met "gezuiverd". Dit woord duidt erop dat het "tot een zuivere staat is teruggebracht". Het betekent dat elk woord van God tot een zuivere staat is teruggebracht.

Openbaring 1:9 Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding [onthoudt dit woord volharding] in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus.

Hij was daar niet omdat het eiland door veel mensen werd bewoond. Hij was daar omdat hij werd vervolgd; hij was daar, op dat eiland, om zo te zeggen als gevangene in ballingschap. Vanwege Gods woord, omdat hij het woord van God verkondigde, wisten de autoriteiten van hem af te komen door hem op het eiland Patmos gevangen te zetten.

Openbaring 1:10-11 Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, 11 zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamum, en naar Tyatira, en naar Sardes, en naar Filadelfia en naar Laodicea.

Vers 10 leert ons dat het boek Openbaring is ontworpen voor de dag des Heren. De Heer ontwierp de aarde door wijsheid. Het boek Openbaring werd door God ontworpen om voornamelijk op de dag des Heren van toepassing te zijn. De dag des Heren — de tijd die binnenkort voor u en mij zal aanbreken. Ongetwijfeld verkeren we in de beginfase ervan, de voorbereidingen erop. We zijn nog niet in de verdrukking die, zoals we begrijpen, aan de dag des Heren voorafgaat. En van wat erin het boek Openbaring is geschreven, moet ik inderdaad begrijpen dat de verdrukking voorafgaat aan de dag des Heren. Dus zowel de verdrukking als de dag des Heren maken deel uit van het onderwerp van het boek Openbaring. Nogmaals, bedenk dat het boek Openbaring is ontworpen voor de tijdsperiode waarin we nu leven.

Als er ooit een groep mensen heeft bestaan op wie het boek Openbaring rechtstreekser van toepassing was dan op ons die nu leven, dan weet ik niet wie dat zijn.

Het was volgens vers 11 ook ontworpen voor de zeven kerken die in Klein-Azië, in deze tijd het westelijk deel van Turkije, bestonden.

Openbaring 1:1a Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft ...

Hier zien we dat de Vader het ontwierp. Hij gaf het aan de Zoon, die het op Zijn beurt via de apostel Johannes doorgaf aan Zijn dienstknechten.

Openbaring 1:1b ... om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, ...

In mijn bijbel staat een kanttekening over het woord "weldra"; het betekent "snel" of "spoedig". Dit woord "weldra" of "spoedig" moet bekeken worden in de context waarvoor het werd ontworpen. Vers 10 zegt ons dat het werd ontworpen voor de dag des Heren. Daarom moet het woord "weldra" in het licht van vers 10 worden bekeken.

Ik zou graag zien dat u allemaal deze vraag beantwoordt: Wanneer was de apostel Johannes op het eiland Patmos? Alles wijst erop dat hij dit visioen ergens in de negentiger jaren na Christus kreeg — ergens tussen 90 en 100 na Christus. De tempel was reeds vernietigd.

Ik breng u dit in gedachten, omdat ik wil dat u over dit woord "weldra" denkt in samenhang met de tijd waarin de profetie werd gegeven. Bedoelde Jezus Christus weldra nadat Hij die profetie gaf? Dat is de vraag die u moet beantwoorden.

Wat gebeurde er historisch spoedig of weldra nadat Christus deze profetie aan de apostel Johannes gaf? Het antwoord is "niets". Er gebeurde niets. En we zijn nu al bijna twintig eeuwen verder en er is nog heel weinig gebeurd.

Wat zegt ons dat over het ontwerp van het boek Openbaring? Het zegt ons dat de voornaamste doelstelling ervan — dat is voor wat het was ontworpen — voor de tijd is waarin we nu leven! En toen Christus zei dat deze dingen weldra moeten geschieden, bedoelde Hij, dat als de dingen van het boek Openbaring eenmaal beginnen plaats te vinden, dat ze dan ook heel spoedig allemaal zullen plaatsvinden! Dat betekent spoedig in termen van geschiedenis. Ze zullen zich gaan ontvouwen. Als ze zich beginnen te ontvouwen, zullen ze zo snel plaatsvinden dat we er stil van worden! Zo snel zal het dan gaan plaatsvinden!

We moeten hieraan ook denken in termen van aan wie het boek werd geschreven. Aan wie werd het geschreven? In vers 11 staat dat het werd geschreven aan de kerken van Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.

Als het boek werd geschreven aan de mensen in de eindtijd, en dat is de voornaamste bedoeling van het boek, daarvoor werd het ontworpen, dan moeten we tot de conclusie komen dat de boodschap zoals die aan de kerken in het boek Openbaring werd overgebracht slechts bijkomend was. Dat was niet de voornaamste bedoeling ervan. Het was in die zin bijkomend, dat de houdingen, het gedrag, de dingen die in die zeven gemeenten plaatsvonden, slechts een beeld was van wat er later zou komen. Zij hadden de problemen of de karakteristieken die daar staan vermeld.

Ik moet echter zeggen dat Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea heden ten dage ergens op aarde bestaan. Niet alleen in de vorm van een houding, maar misschien (en ik gebruik het woord "misschien" om mezelf in te dekken) in de vorm van echte kerkorganisaties. Ik moet dus tot de conclusie komen dat al die zeven kerken in de eindtijd moeten bestaan.

Alleen dat komt logisch op mij over, omdat het voornamelijk op de eindtijd gericht was en niet op die mensen die toen in de eerste en tweede eeuw na Christus leefden.

Komt het ons niet redelijk en logisch voor, dat als Christus een boodschap naar elk van de kerken wilde overbrengen, en Hij had slechts een paar minuten tijd voor elk van hen (ik zeg een paar minuten, omdat er meer niet nodig is om elk van die boodschappen te lezen), dat Hij dan niet uiterst selectief zou zijn in wat Hij had te zeggen? Denkt u niet dat Hij wat Hij had te zeggen zeer zorgvuldig zou ontwerpen, zodat het de kern zou bevatten van wat Hij onder de aandacht wilde brengen? Het zou snel en beknopt zijn en de spijker precies op de kop slaan. Denkt u niet dat wat Hij had te zeggen uiterst belangrijk zou zijn voor hen met betrekking tot hun verantwoordelijkheden in de eindtijd? Want daar is het voor geschreven — de eindtijd.

Denkt u niet dat als Zijn kerk in de eindtijd nog bestaat — en dat is zeer zeker het geval, omdat Hij zegt dat de poorten der hel haar niet zouden overweldigen — dat Hij Zijn kerk niet zou geven wat zij het meest nodig heeft om die tijd te overleven en te doorstaan?

We denken toch niet dat Hij tijd zou besteden om over het weer, mode, binnenhuisarchitectuur of voetbaluitslagen te praten?

Hij zou het over dingen hebben die essentieel zijn voor Zijn volk om hen door de problemen te krijgen en ze met zoveel groei als mogelijk is in het Koninkrijk te krijgen! Dat is de essentie van die zeven boodschappen. Dat is de reden dat ze werden geschreven.

Er zijn een aantal overeenkomsten in elk van die brieven die laten zien dat de auteur van elk van die brieven de auteur van allemaal was. Er zit ontwerp in.

Eén van de duidelijke herhalingen verschijnt aan het einde van elke brief. En daar begonnen we deze preek mee door Openbaring 3:22 te lezen, dat wie een oor heeft, hore wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Het is een ernstige waarschuwing, die behelst dat wat in de ene brief wordt aangeroerd ook van toepassing kan zijn voor de anderen in andere gemeenten, die niet gedomineerd worden door de houding die de gemeente domineert waar zij deel van uitmaken. Met andere woorden iemand kan het probleem van de Efeze-gemeente hebben, terwijl hij deel uitmaakt van de Sardes-gemeente.

Elke brief is geschreven aan elk lid van het lichaam van Christus. En als de beschrijving van toepassing is, dan moeten we de veranderingen aanbrengen die Christus opdraagt.

Nu we dit hebben doorgenomen, wat zegt Hij dan wel? Wat zegt Christus in die brieven? Ik geloof dat we ook moeten kijken naar wat Hij niet zegt, omdat dat van belang is voor de tijdsperiode waarin wij leven. Er wordt op geen enkele manier, noch positief, noch negatief, melding gemaakt van het verkondigen van het evangelie. Ik breng dit naar voren, omdat ik wil dat we het relatieve belang daarvan inzien in vergelijking met wat Christus zegt.

Nogmaals deze schriftgedeelten staan niet op zichzelf. Het verkondigen van het evangelie maakt deel uit van de verantwoordelijkheid van de kerk. Ik wil dat niet bagatelliseren, alsof dat niets voorstelt. Maar het wordt zelfs niet rechtstreeks geïmpliceerd vanuit deze twee hoofdstukken.

In plaats daarvan zijn Openbaring 2 en 3 een luide oproep over dingen die veel belangrijker zijn met betrekking tot behoud, beloning en het in staat zijn om een effectief getuige voor Hem te zijn en zo discipelen te maken.

Openbaring 2:7a Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 2:11a Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 2:17a Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 2:29 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 3:6 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 3:13 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Openbaring 3:22 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Laten we nu naar iets anders kijken, een andere overeenkomst.

Openbaring 2:7b ... Wie overwint, hem...

Openbaring 2:11b ... Wie overwint, [die] ...

Openbaring 2:17b ... Wie overwint, hem ...

Openbaring 2:26a En wie overwint ... hem ...

Openbaring 3:5a Wie overwint, ...

Openbaring 3:12a Wie overwint, hem ...

Openbaring 3:21a Wie overwint, hem ...

Als God deze boodschappen inderdaad zo ontwierp, denkt u dan niet dat Hij het heeft over wat het belangrijkste is voor Zijn volk in de eindtijd? De Schrift kan niet gebroken worden. God verspilt geen woorden. Zeven keer in twee korte hoofdstukken worden "aan wie overwint" beloften gegeven!

Laten we naar nog een overeenkomst kijken. [Deze komt het duidelijkst tot uiting in de Statenvertaling]

Openbaring 2:2a Ik weet uw werken ...

Openbaring 2:9a Ik weet uw werken ...

Openbaring 2:13a Ik weet uw werken ...

Openbaring 2:19a Ik weet uw werken ...

Openbaring 3:1b ... Ik weet uw werken ...

Openbaring 3:8a Ik weet uw werken ...

Openbaring 3:15a Ik weet uw werken ...

Er zijn nog andere overeenkomsten. Als u daar een studie van wilt maken, geloof ik dat u dat heel interessant zult vinden. Denk er daarbij aan dat dit Christus' boodschap is aan Zijn kerk vlak voor het einde, en dat dit het belangrijkste is voor Zijn volk bij het naderen van het einde. doctrine wordt zeven keer genoemd. Is dat niet interessant voor de tijd waarin wij leven? We zien dat de grootste groep van de kerk voor wat betreft doctrine helemaal van slag raakt!

Staat er iets in de brief aan Tyatira over dingen die in die groep heel snel zullen plaatsvinden?

Er zijn minstens elf waarschuwingen aan deze zeven gemeenten, maar er zijn minstens twaalf beloften.

Geloof. Volharding. Werken. Gedrag. Doctrine. Maar de twee grootste aandachtspunten voor Zijn kerk in de eindtijd zijn werken en overwinnen.

Momenteel zijn er heel wat mensen die geïnteresseerd zijn in kerkbestuur. Dat wordt door Christus niet eens genoemd!

Er zijn mensen die geïnteresseerd zijn in rituelen, sacramenten en ceremonies, zoals de doop of het Pascha. Maar ook daar staat niets over in die boodschappen.

Er staat niets over het verkondigen van het evangelie over de gehele aarde. En nogmaals, ik zeg niet dat die dingen hun plaats niet hebben. Die hebben ze inderdaad. Maar we zien hier Christus' bezorgdheid over doctrine, gedrag, waarschuwingen tot bekering en beloften van beloning.

Die andere dingen, die niet zijn genoemd, zijn minder belangrijk dan geloof, minder belangrijk dan bekering, minder belangrijk dan heiligheid, die allemaal rechtstreeks van invloed zijn op doctrine, gedrag en de beloften. En deze punten staan allemaal ingeklemd tussen enerzijds werken en anderzijds overwinnen.

Het is interessant om een soortgelijke situatie te vergelijken waar Paulus mee te maken had toen hij zich voor de laatste keer richtte tot de oudsten van Efeze. Ik weet zeker dat u zich dit nog wel herinnert uit Handelingen 20. Het kan interessant zijn om te kijken naar wat de apostel Paulus in de loop van die boodschap tot hen zei, omdat deze plaatsvond in een heel gelijksoortige omstandigheid als waar Christus hier in het boek Openbaring mee te maken had.

Wat was het basisonderwerp waarover de apostel Paulus in Handelingen 20 sprak? Hij sprak over bekering tot God en geloof in Jezus Christus; hij had het over het evangelie van genade (zoals hij het noemde) en hij eindigde met het onderwerp dienen, hetgeen hij afsloot met de woorden: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen."

Als Christus zegt: "Wie overwint, hem ...", wat bedoelt Hij dan? Wat overwinnen? Wat zijn de werken die samengaan met overwinnen?

Ik geloof dat we om dat te kunnen begrijpen, moeten kijken naar de opdracht die door Christus aan de kerk werd gegeven.

Mattheüs 28:18-19 En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde. 19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

In vers 18 ligt de nadruk op het woord "alle", hetgeen betekent dat Zijn macht niet langer dezelfde was als toen Hij een mens was die in Galilea en Judea predikte, maar dat die weer universeel was. Zoals die voor die tijd was, "zoals toen Hij bij de Vader was". Nu is Hij gestorven en opgestaan uit de doden en Hem is opnieuw alle macht gegeven.

Daarom moeten ze begrijpen, dat waar ze ook heengaan, alles aan Zijn macht is onderworpen. Dat is goed om te onthouden. Alles is aan Christus' macht onderworpen. Terwijl zij eropuit gaan, moeten ze discipelen maken. Daar ligt in deze zin de nadruk op — het maken van discipelen. Onderwijs en doop maken iemand niet tot een discipel, al spelen ze wel een rol daarbij.

Ik geloof dat iedere dienaar dit kan begrijpen. Dat iemand gedoopt is, wil nog niet zeggen dat hij bekeerd is. Dat iemand gedoopt is, wil nog niet zeggen dat hij een lid is van de kerk van God, of in het gezin van God is geplaatst. Dat iemand de weg van God is onderwezen, wil nog niet zeggen dat hij volledig aanvaardt wat hem is onderwezen en dat hij zich daar volledig aan zal gaan toewijden.

Daarom moet de nadruk liggen op het "maken van discipelen". Doop en gehoorzaamheid aan onderwijs zijn de reactie die iemand zal maken als hij een discipel wordt.

Het verkondigen van het evangelie brengt iemand tot geloof, berouw en bekering, doop en het zoeken van verder onderricht. Dit zijn uiterlijke reacties.

De doop is op dit punt iets dat heel belangrijk is, omdat de doop het uiterlijke teken is van iets van uitzonderlijk groter belang dan het feit dat iemand alleen maar "onder water is gedompeld". De doop is het uiterlijke teken van toewijding — van het zich onder de autoriteit van de Vader en de Zoon stellen. Zo iemand wordt dan gedoopt — u en ik zijn gedoopt — in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Alleen maar als iemand zich stelt onder de autoriteit van — toegewijd is aan de autoriteit van — het gezin van God, dan is men werkelijk een discipel.

Dat kan u misschien niet als belangrijk overkomen, maar het is van uitzonderlijk belang, omdat het het verschil uitmaakt tussen iemand die werkelijk een discipel is en iemand die alleen maar onder water is gedompeld. En het maakt alle verschil uit in de wereld voor wat betreft Openbaring 2 en 3, zoals we zullen gaan zien.

Als iemand eenmaal gedoopt is — ik bedoel echt gedoopt — en zichzelf echt gesteld heeft onder de autoriteit van het gezin van God — van de Vader en de Zoon — dan wordt het punt voor de discipel het voortdurend verder studeren en het loyaal zijn als lid van het gezin — als een nieuwe schepping voor Degene aan Wie hij zich heeft toegewijd.

Denk hierover na, omdat dit punt, het punt waar we het over hebben, vanaf het begin het punt is geweest waar het om draait.

Lucifer bleef niet loyaal aan het Koninkrijk van God. Hij overtrad de wetten ervan. Hij kwam in opstand.

Adam en Eva, onder invloed van Satan, waren door hun zonde ook niet loyaal aan God. Ze weigerden zich in geloof te onderwerpen aan het bestuur van het gezin van God en ze begonnen — met de onzichtbare hulp van Satan — een wereldsysteem te scheppen dat vreemd was aan en vijandig tegen God.

Begrijp alstublieft waar het boek Openbaring over gaat. Het loopt uit op de laatste grote botsing tussen het Koninkrijk van God en Satan, met de systemen van deze wereld. Openbaring 2 en 3 en hun boodschappen hebben heel veel van doen met deze laatste grote botsing die komende is tussen het Koninkrijk van God en de systemen van deze wereld.

Laten we het evangelie naar Lucas opslaan. Hier is het punt niet alleen de doop, maar ook het discipel zijn. Het duidt op de gehele periode dat iemand een discipel is, zijn gehele verdere leven.

Lucas 14:26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.

Discipel worden heeft invloed op het gehele leven van iemand, voortdurend en onder alle omstandigheden. Dat is het punt waar het in de bijbel om draait! Of we door onze manier van leven zullen laten zien dat we loyaal zijn aan het Koninkrijk van God, dat is het onderwerp van Openbaring 2 en 3.

Lucas 14:27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.

Doen wij dat nog steeds? Werken we er nog steeds aan om ons kruis te dragen? Overwinnen we de druk ervan? Beginnen we het plaatje te zien waar Openbaring 2 en 3 werkelijk over gaan? Het punt is loyaliteit!

Lucas 14:28-31 Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? 29 Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, 30 zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien. 31 Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, [Onthoudt deze les hier! Onthoudt deze illustratie.] zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt?

Zijn wij in staat om te vechten tegen iemand die geweldig veel sterker is dan wij? Bereken de kosten!

Lucas 14:32-35 En zo niet, dan zendt hij, als de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. 33 Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn. 34 Het zout is wel goed, maar wanneer zelfs het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het smakelijk gemaakt worden? 35 Noch voor het land, noch voor de mesthoop is het geschikt: men werpt het weg. [Luister naar deze woorden!] Wie oren heeft om te horen, die hore!

Hij zegt: "Denk hier eens goed over na!"

Openbaring 2 en 3 gaan over de meest fundamentele aspecten van bekering en groei.

Efeziërs 2:8-10a Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen.

We zien hier dat werken niet buiten beeld verdwijnen, omdat we door genade behouden worden. Dat wordt ook heel duidelijk gemaakt in het boek Openbaring, omdat Christus in Zijn laatste boodschap aan Zijn volk, op misschien wel het meest belangrijke moment in de geschiedenis van de mensheid, zegt: "Ik ken uw werken." Zijn zorg in die twee hoofdstukken betreft gedrag en overwinnen en werken.

Aan wie of wat zullen we na onze bekering in ons gedrag loyaal blijken te zijn? Daarom heeft Christus het in Openbaring 2 en 3 — heel consequent — over werken, gedrag, doctrine, geloof, berouw en bekering, waarschuwing, beloften en overwinnen — wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Johannes 8:44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard [hij spreekt wat vanzelfsprekend voor hem is], want hij is een leugenaar en de vader der leugen.

Let erop dat Christus deze mensen nadrukkelijk zei: "u wilt doen". Zij willen doen wat hun geestelijke vader doet. En die spreekt wat vanzelfsprekend voor hem is. Er is een erg sterke aandrang in ons allen om de weg van de minste weerstand te kiezen, of we zouden ook kunnen zeggen "doen wat vanzelfsprekend is".

Efeziërs 2:2a waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld [luister hiernaar: wij wandelden eertijds overeenkomstig de loop dezer wereld], overeenkomstig de overste van de macht der lucht, ...

Hij laat zien dat er een directe verbinding bestaat tussen de overste van de macht der lucht — Satan — en deze wereld. En dat moet wel zo zijn omdat deze wereld Satans schepping is door middel van onbekeerde mannen en vrouwen — de zonen van Adam zoals de bijbel zegt. En wij zijn allemaal zonen van Adam geweest.

Efeziërs 2:2b-3 ..., van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, 3 (trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature [sprekend vanuit onze eigen mogelijkheden], evenzeer als de overigen, kinderen des toorns),

We zijn allemaal kinderen geweest van die van God vervreemde maatschappij, die geheel tegengesteld is aan God. De maatschappij die Satan door middel van Adam en Eva schiep.

We zouden nu kunnen denken: "Ja, maar we hebben het hier over onbekeerde mensen!" Dat is waar! Maar kijk eens wat de apostel Paulus ons in de volgende verzen laat zien.

1 Corinthiërs 3:1-3a En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. 2 Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu nog niet, 3 want gij zijt nog vleselijk. ...

Let eens op! Hij heeft het hier over mensen in de kerk, die nog steeds doen wat hun vanzelfsprekend lijkt, uitgaande van hun eigen denken, uitgaande van de opvoeding in houding en manieren van gedrag die ze van Satan en zijn maatschappij hebben geleerd.

1 Corinthiërs 3:4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet (onveranderde) mensen?

De verdeeldheid en de verwarring die er in Corinthe plaats vond was voor Paulus het bewijs dat ze nog steeds hun oude natuur volgden en zich daaraan onderwierpen. Ze deden wat vanzelfsprekend was. En ze waren daardoor niet loyaal aan de gezinswaarden en aan het Hoofd van de kerk van God.

1 Johannes 2:15-16 Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.

Dat is nogal duidelijk. Waarom zou Johannes zoiets zeggen als het ons niet mogelijk zou zijn niet loyaal te zijn aan het gezin van God, aan God Zelf en aan de weg van God? Ziet u, er zit nog steeds iets in ons waardoor we tot de wereld en tot Satan worden aangetrokken.

Romeinen 12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

De wereld is er nog steeds en die oefent een aantrekkingskracht op ons uit. Ook Satan is er nog steeds. En die twee samen hebben nog steeds een grote invloed op ons en eisen onze loyaliteit op; we moeten dat uit alle macht weerstaan en overwinnen. Dat is hard werken.

Dit is een werk waarbij zo'n grote mate van intensiteit bij betrokken is, dat de apostel Paulus erover schreef in zijn brief aan de Efeziërs.

Efeziërs 6:10-12 Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. 11 Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; 12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

We zijn in oorlog! En de inzet is eeuwig leven of eeuwige dood!

Gaan we Christus' bezorgdheid begrijpen over wat voor Hem in de eindtijd het belangrijkste is? Als we de tijdsperiode naderen waarin de druk intenser zal worden dan ooit in de geschiedenis van de mens? Als Satan al zijn strijdkrachten, al zijn legers en al zijn wapens tegen ons in stelling brengt? En hij een vervolging tegen het volk van God teweegbrengt die zover gaat dat hij de gehele aarde in beroering brengt? Eén zoals deze wereld nog nooit heeft meegemaakt?

Christus, net als iedere goede leider die ziet wat er aankomt, zal stappen nemen om Zijn volk voor te bereiden. Hij zal hun aandacht richten op wat in die tijd het belangrijkste is om te overleven en te groeien. En daarom heeft Hij het over die dingen die Hij tot de kerken zegt in die boodschappen in Openbaring 2 en 3.

We zijn in een oorlog tegen Satan en zijn demonen betrokken. In een oorlog tegen een wereld die hij (Satan) door middel van de mens heeft geschapen, en in zekere mate tegen onszelf, wij die de zelfgerichte natuur, de gewoonten en de houding van hem en zijn systeem met ons meedragen.

En Christus' bezorgdheid als wij de eindtijd naderen, betreft dus of wij wel volhouden in de oorlog, of we het goeddoen niet moe worden, of we wel tot het einde volharden, omdat Satan elke mogelijke druk op ons teweeg zal brengen teneinde ons te doen opgeven.

Loyaliteit is geen kwaliteit waarmee wij Amerikanen en Canadezen [en ook: wij Nederlanders] rijkelijk voorzien zijn. Onze cultuur heeft de neiging individualiteit te benadrukken — je eigen gang gaan. In deze tijd zijn er krachten aan het werk om onze loyaliteit aan Amerika en Canada te vernietigen om ons met andere naties onder één wereldregering samen te laten gaan.

Het gebrek aan loyaliteit in Amerika en Canada komt misschien duidelijker in scheiding en ontrouw tot uiting dan in iets anders. Het synoniem van loyaliteit is "trouw". Het betekent trouw zijn aan de wettige soeverein. Het betekent trouw zijn aan een privé-persoon aan wie trouw verschuldigd is. Of het betekent trouw zijn aan een beginsel. Het betekent standvastig zijn in genegenheid. Het betekent trouw blijven in de uitvoering van plichten. Het betekent gewetensvol zijn. Het betekent krachtig weerstand geven aan elke verzoeking tot in de steek laten of verraden. Beginnen we in te zien wat de werken zijn waar Christus Zich zorgen over maakt?

Daarom staat er in iedere boodschap: "Ik ken uw werken!" Hij zegt niet: "Ik weet wat uw beroep is." Hij zegt niet: "Ik ken uw verlangens." Hij zegt niet: "Ik ken uw oprechtheid." Hij zegt: "Ik ken uw werken!" Weet u waarom? Omdat werken bewijzen wat iemand met zijn kennis, met zijn tijd en met zijn energie doet.

Titus 1:16a Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, ...

Let erop dat ze "belijden" God te kennen. Christus zei: "Ziet u, Ik ken uw werken." Beginnen we in te zien waarom werken zo belangrijk zijn? Ze bewijzen waar ons hart is! Ze bewijzen onze loyaliteit! Ze bewijzen of we gewetensvol zijn. Ze bewijzen of we trouw zijn. Ze bewijzen of er trouw is aan Jezus Christus. Ze bewijzen of we standvastig zijn in onze genegenheid voor Degene die we zullen trouwen.

Titus 1:16 Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk.

Laat niemand u ooit onderwijzen dat u en ik ons niet behoeven te kwalificeren voor het Koninkrijk van God! Werken kunnen ons niet rechtvaardigen. Werken kunnen onze zonden niet uitwissen. Maar omdat ze ons niet kunnen behouden, betekent dat nog niet dat ze niet van belang zijn. U herinnert zich nog wel dat Jacobus Abraham, de vader der gelovigen, de vader van de trouwen, de vader van de gewetensvollen, de vader van hen die vervuld zijn van trouw, als voorbeeld gebruikt dat geloof zonder werken dood is! Snapt u waar het om gaat? Levend geloof werkt! "Ik ken uw werken!"

Openbaring 2 en 3 zijn een onderzoek naar onze werken, omdat Christus wil zien of we Hem geloven! Levend geloof werkt! Het is een test van ons geloof! Als we werken, zullen we Satan, de wereld en onze zelfgerichtheid overwinnen. Dat is het resultaat van de werken.

Spreuken 15:3 De ogen des HEREN zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.

Denk hier aan in het licht van "Ik ken uw werken!"

Ik zei al eerder dat de boodschappen aan de gemeenten waarschuwingen zijn. En één van die waarschuwingen is: "Ik ken uw werken." In ons gebrek aan begrip van de grootheid van God, zien we gemakkelijk over het hoofd dat Hij alom aanwezig is — dat er niets voor Zijn onderzoek verborgen is. Deze kennis behoeft niet negatief te zijn. Maar het is essentieel dat we weten dat we nooit iets kunnen doen, hoe privé we dat ook denken te doen — iets fluisteren in het diepst van de nacht — zonder dat God daar getuige van is, omdat "duisternis" voor Hem geen duisternis is! Alles is zichtbaar en duidelijk voor Hem!

1 Samuël 2:3b ... door Hem worden de daden getoetst.

Geëvalueerd, gemeten, vergeleken! Hij kent de motieven en Hij onderscheidt hoeveel van wat we doen omwille van Hem wordt gedaan.

Openbaring 14:12a Hier blijkt de volharding der heiligen, ...

"Hier blijkt de standvastigheid van de heiligen." "Hier blijkt de gewetensvolheid van de heiligen." "Hier blijkt de trouw, de vasthoudendheid, de volharding van de heiligen."

Openbaring 14:12b ..., die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren.

Denk hieraan in termen van werken, omdat vers 13 zegt:

Openbaring 14:13 En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na.

Wat bedoelt Hij met "hun werken volgen hen na"? Deze mensen, wier werken hen navolgen, zijn zalig! Deze mensen werken. Het is vanuit de context heel duidelijk dat ze de geboden van God houden.

Openbaring 2:23a En haar kinderen zal Ik de dood doen sterven [dit is één van de boodschappen aan de gemeenten] en alle gemeenten zullen inzien, dat Ik het ben, die nieren en harten doorzoek; ...

Spreuken 15:3 zegt: "De ogen des HEREN zijn aan alle plaatsen, ..." 1 Samuël 2:3 zegt: "... door Hem worden de daden getoetst."

Openbaring 2:23b ...; en Ik zal u vergelden, een ieder naar uw werken.

Openbaring 20:12-13 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.

Nu kunnen we zien dat werken heel belangrijk zijn voor het boek Openbaring — zeven keer in de hoofdstukken 2 en 3, en vier of vijf keer in de rest van het boek Openbaring. Het is Christus' zorg dat Zijn volk werkt.

Gemeente, ik geloof dat het hoofddoel om het boek Openbaring te schrijven niet alleen maar is om ons inzicht te geven in wat komen gaat. Het dient er ook toe om de christen ervan te overtuigen dat zijn loyaliteit, zijn toewijding, zijn standvastigheid, zijn lijden en misschien zelfs zijn martelaarschap niet tevergeefs is; dat hij zeker kan zijn van een schitterende toekomst. En dat de reden van de nadruk op werken is, dat karakter niet ontstaat door het alleen maar weten van iets, maar door kennis die samengaat met het in praktijk brengen ervan, totdat het een gewoonte wordt en de gewoonte karakter wordt. Dat karakter gaat dan met iemand mee door het graf heen. En daar verschijnt het weer!

Als we niet werken, in ons leven niet de loyaliteit aan de persoon van God en aan Zijn weg benadrukken, niet alles doen wat we kunnen om Satan, de wereld en de zelfgerichtheid die in ons is te overwinnen, niet met alle kracht de verzoekingen om te doen wat ons van nature gewoon lijkt te weerstaan, niet met alle kracht weerstaan wat werelds en vleselijk is om niet in die richting te gaan — als we onze energie daartoe niet aanwenden en er niet aan werken ons behoud met vrezen en beven te bewerken — dan is het heel waarschijnlijk dat we niet het karakter zullen hebben dat nodig is om door het graf mee te nemen. Dan zullen de verkeerde werken ons volgen en zullen we niet voorbereid zijn op het Koninkrijk van God.

Wat iemand heeft gedaan, waaraan hij in zijn leven heeft gewerkt, dat volgt hem door het graf heen en brengt hem ofwel in de poel des vuurs of in het Koninkrijk van God.

Het boek Openbaring is dus ontworpen om onze aandacht te vestigen op wat Christus' grootste zorg is voor Zijn volk. Dat ze niet opgeven, dat ze niet moe worden vanwege de grote druk der tijden, dat ze in plaats daarvan volharden, doorzetten, loyaal zijn en standvastig zijn tot het einde.

Christus' grootste zorg in deze tijd is niet de verkondiging van het evangelie als een getuigenis, maar het behoud en de voortdurende groei van hen die reeds de Zijnen zijn. De kwaliteit van het getuigenis is rechtstreeks gekoppeld aan de kwaliteit van hen die het getuigenis geven. Houdt dat in gedachten.

Wat voor zin heeft het om deze prachtige, ontzagwekkende boodschap — het evangelie van het Koninkrijk van God — te laten uitdragen door mensen die slechte voorbeelden zijn van de inhoud ervan? Het is Christus' eerste prioriteit om de geestelijke kwaliteit van hen die het getuigenis geven zeker te stellen, daardoor staat ook de kwaliteit van het getuigenis vast. We kunnen het paard niet achter de wagen spannen. Het één volgt vanzelf op het andere. Wat het belangrijkst is, moet het eerst worden gedaan.

Johannes 15:8 Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn.

Is dat niet duidelijk? Een discipel is iemand, die in zijn gehele leven loyaal is aan God en die zich altijd opstelt als leerling, als een gezinslid, voorbereid op het Koninkrijk van God.

Johannes 15:16a Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, ...

Is dat niet interessant als we dat verbinden met Openbaring 14:12-13? Hun werken volgen hen na, maar hun vrucht moet blijven!

Johannes 15:16b ..., opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

Gods woord laat zien dat Hij hen die Hij gaat gebruiken grondig voorbereidt, voordat Hij hen eropuit stuurt om Zijn werk te doen. Pas daarna kunnen ze het doen!


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)