Gebed (Deel 5)

Door John W. Ritenbaugh
3 juli 1993

Samenvatting: (toon)

In deze laatste preek over gebed vergelijkt John Ritenbaugh gebed met een werktuig dat we beter en effectiever moeten leren gebruiken. Gods voornaamste werk hier op aarde is het voortbrengen van heiligheid in Zijn nageslacht, waarbij Hij onze vleselijke, perverse natuur naar Zijn eigen beeld verandert. Omdat wij de neiging hebben de karakteristieken aan te nemen van hen met wie we omgaan (ten goede of ten kwade), moeten we voortdurend door gebed met God blijven omgaan, waardoor Zijn karakter langzaam op ons wordt overgebracht en Zijn denken in ons wordt ontwikkeld terwijl we leren onze verzoeken in overeenstemming met Zijn oordeel en wil vorm te geven.


Om te beginnen wil ik een korte samenvatting geven van het onderwerp van de laatste vier preken. Elk van hen ging over gebed. De eerste ging over geloof in gebed. De tweede ging over gebed en vurigheid. De derde ging over het zoeken van God en gebed. De vierde ging over volharding en gebed. Misschien lijkt het een beetje laat, maar de preek van vandaag zal gaan over WAT IS GEBED?

Gebed is een gereedschap. In het leven kunnen veel dingen bijna onmogelijk zonder gereedschap worden gedaan, omdat de klus uitgevoerd moet worden met gereedschap, dat speciaal gemaakt is om die klus te doen. Er zijn enkele gereedschappen die bijna iedereen met een zekere mate van bekwaamheid kan gebruiken. Eén daarvan is toevallig gebed. Iedereen kan bidden. We zouden in staat moeten zijn dat te doen. Het behoort iets te zijn dat van nature komt. Maar om effectief, vakbekwaam te kunnen bidden, op de manier dat God dat wil, is iets dat toch wel enige training vereist, enige vaardigheid, enig begrip over wat God wil.

Er zijn gereedschappen waarvoor heel wat training nodig is om ze vaardig te gebruiken. Ik geloof niet, dat gebed werkelijk één van die middelen is die heel wat training vereist om het vaardig te doen, omdat het in zekere zin heel goed mogelijk is, dat iemand zonder enige training een heel effectief gebed uitspreekt. Het is gewoon een innige reactie op een behoefte die hij heeft.

Zulke gebeden komen in zekere zin maar zeer beperkt voor. De meeste gebeden die we tot God richten, zijn niet van dat type, omdat de situatie misschien niet verlangt dat het gebed zo urgent is of zo innig.

Hoe iemand dit gereedschap gebruikt, wordt heel vaak bepaald door de mate van succes in iemands leven. Als iemand in loondienst is, zullen de werkgever en de werknemer gewoonlijk delen in de kosten van het gereedschap voor de job. [Noot van de vertaler: Dit is blijkbaar typisch Amerikaans.] Als algemene regel zou ik willen stellen dat de werkgever voorziet in de grotere en duurdere gereedschappen en de werknemer in de persoonlijke, kleinere, die minder duur zijn.

God is onze werkgever. We zijn bij een werk betrokken. Gods werk is het in ons voltooien van heiligheid van hart en leven. Hij plant Zichzelf voort. Zijn werk bestaat er niet alleen maar uit ons te behouden. Als dat alles was dat Hij wilde, dan zouden we alleen maar door het proces van berouw en bekering behoeven te gaan, Zijn Geest te ontvangen en dat zou het zijn. Hij zou ons dan naar de hemel kunnen wegvoeren en de kous zou af zijn.

Hij doet het echter niet op die manier. Hij laat ons op aarde en we hebben ook de rest van ons leven te leven. En dat is een leven van overwinnen en groei, het heeft een doel in gedachten. Het doel waartoe de rest van ons leven wordt geleefd, is heilig te worden zoals Hij heilig is.

Zijn werk is niet alleen maar het verkondigen van het evangelie. Dat is slechts een heel klein deel van het werk dat Hij doet. Om dat effectief te kunnen doen, moeten we op weg zijn naar de volkomenheid in heiligheid.

Laten we beginnen in 1 Petrus 1:15.

1 Petrus 1:15-16 maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; 16 er staat immers geschreven [Hier volgt de reden om heilig te worden.]: Weest heilig, want Ik ben heilig.

Dat is God. God is heilig. We moeten als God worden. We moeten heilig worden. Daar ligt vanaf dat moment de nadruk in ons leven. Het (ons leven) is niet een middel om alleen maar behouden te worden, maar veeleer is ons leven erop gericht om heilig te worden.

De mens is een pervers schepsel. We zitten vol met allerlei zondige verlangens en verkeerde neigingen. Als we niet zo in elkaar zaten, waarom zou God dan zeggen: "Wordt heilig"? We moeten beginnen met het besef dat we pervers zijn.

We zijn zo pervers, dat Gods eigen getuigenis tegen ons luidt, dat "ons hart arglistig is boven alles, verderfelijk." Dat betekent ongeneeslijk ziek. "Wie kan het kennen?", zegt Hij. God kent het, maar kennen wij het? Niet zo goed als we het behoren te kennen.

Op een andere plaats zegt Hij: "Zodra ze [doelend op ons] geboren zijn, gaan ze de verkeerde kant uit, spreken ze leugens." Dat komt rechtstreeks uit dat arglistige hart. De bijbel laat ons zien, dat we grotendeels op deze manier in elkaar zitten vanwege onze communicatie en omgang met Satan. Natuurlijk beseffen we niet dat dit gebeurt. Maar desalniettemin zegt de bijbel ons dat de Zoon van God om deze reden is gekomen, opdat Hij de werken van de duivel zou vernietigen.

De werken van de duivel in u en mij zijn het inplanten van zijn natuur in ons. Daarom zijn wij arglistig. Daarom gaan we direct vanaf onze geboorte de verkeerde kant uit. Daarom is de aarde vervuld van geweld. Daarom moeten we ons bekeren. Daarom is Gods doel dat we heilig worden. Er vindt verandering plaats. Deze is in ons leven gaande.

Houdt uw vinger in 1 Petrus 1, want we komen hier terug. Paulus schrijft in Hebreeën 12:14:

Hebreeën 12:14a Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, ...

We moeten naar vrede en heiliging jagen. We moeten naar vrede jagen, omdat er geen vrede is. Er is geen vrede vanwege de communicatie die we met Satan hebben gehad. We weerspiegelen zijn natuur en de aarde is vervuld van geweld. Er is dus geen vrede. Er moet naar gejaagd worden. En wij moeten naar heiliging jagen ...

Hebreeën 12:14b ..., zonder welke niemand de Here zal zien.

Dat zijn vrij sterke bewoordingen. Het werk van God op aarde is heiliging in Zijn kinderen voort te brengen. Zonder die heiliging in ons zullen we geen van allen de Here zien. Sla nog een paar bladzijden verder terug, naar 2 Corinthiërs, hoofdstuk 7, vers 1:

2 Corinthiërs 7:1 Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods.

Dat geeft ons een beetje het idee wat heiliging is. Het is het tegengestelde van de bezoedeling van het vlees en de geest. Het is een alles overtreffende reinheid. Het is een alles overtreffende zuiverheid van hart en geest. Het is wat God is. God is alles overtreffend. Hij is anders. Er is niemand zoals Hij. Toch wil Hij dat we allemaal worden zoals Hij. Het leven wordt een reis naar heiligheid.

Terug naar 1 Petrus, waar ook over het reproductieproces wordt gesproken.

1 Petrus 1:16-17a er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig. 17 En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, ...

Deze reis naar heiligheid zal een zware tocht worden. Er zal heel wat werk moeten worden verzet.

1 Petrus 1:17b ..., wandelt [duidend op ons gedrag] dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap,

Het reproductieproces is niet alleen Gods werk in ons, maar wij spelen ook een hoofdrol in wat er gaande is. Het werk van God in deze wereld is het inplanten van Zijn Geest in ons, waarmee we de basiselementen verkrijgen van de goddelijke natuur, waardoor de groei en de vervolmaking in heiliging van Zijn volk kan plaatsvinden. We zijn een werk in uitvoering, van bekering, naar heiligheid.

Precies hier past gebed in het plaatje, omdat vers 17 zegt: "En indien gij Hem als Vader aanroept." Dat is gebed. Gebed is een integraal onderdeel van het verkrijgen van, het verwerven van, het inplanten van, de verandering — van de heerlijkheid van de mens in de heerlijkheid van God. Gebed past perfect in het schema van de dingen.

Het doel van God vereist heel wat omgang met Hem. Vandaag hadden we hier in Atlanta als korte preek één van de radio-uitzendingen van de heer Armstrong. In die uitzending, die ging over de brief aan de Hebreeën, zei de heer Armstrong (ik parafraseer): "U moet elk uur van de dag in contact zijn met God!"

Gods woord zegt ons te bidden zonder ophouden. Op een andere plaats staat er 'voortdurend'. Het doel van God, zoals het wordt uitgevoerd, vereist heel wat omgang met Hem.

Dit is begrijpelijk als we in ogenschouw nemen, dat we vóór onze bekering grotendeels het product waren van de omgang die we tot die tijd hadden gehad. Ik noemde reeds de omgang die we met Satan hadden. We weten niet wat er gaande is, maar desondanks communiceert hij met ons en ontvangen we zijn geest.

Laten we dit nog een stap verder nemen. Dat is, we zijn net als onze medemensen en onze medemensen zijn net als wij. Onze medemens zit net zo in elkaar als wij. Wij zitten net zo in elkaar als onze medemens. Daarom zijn ze onze medemensen.

Laat me dat anders onder woorden brengen, in de vorm van een bekend gezegde: "Soort zoekt soort." Mensen met dezelfde gedachtengang hebben de neiging elkaar op te zoeken. Terwijl ze bij elkaar zijn, hebben ze ook de neiging elkaars denken verder te vormen. Elk individu wordt gevormd door de mensen met wie hij omgaat. De mensen met wie u omgaat, worden op hun beurt ook door u gevormd en ook door de anderen waarmee ze omgaan. Dat is een bijbels principe.

Laten we hierover een bekend schriftgedeelte opslaan in 1 Corinthiërs 15:33-34. Paulus schrijft daar:

1 Corinthiërs 15:33 Misleidt uzelf niet; slechte omgang [degenen met wie we optrekken] bederft goede zeden.

De Statenvertaling zegt "kwade samensprekingen", doelend op de mensen met wie we een relatie hebben, met wie we omgaan. Paulus zegt dat we de neiging hebben het karakter over te nemen van de groep met wie we omgaan. Hij zegt specifiek, dat als we omgaan met mensen met een slecht karakter, dat zij erin zullen slagen ons naar hun niveau omlaag te trekken.

Het is niet waarschijnlijk dat wij erin zullen slagen hen op te trekken. Het is veel gemakkelijker omlaag te gaan dan omhoog, in het bijzonder als zij, met wie u omgaat, geen reden hebben omhoog te gaan. Zij voelen zich thuis op het niveau waar ze zich op dat moment bevinden. Laten we verdergaan met vers 34.

1 Corinthiërs 15:34a Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer [de implicatie is dat ze vanwege hun omgang, hun relatie, met slechte mensen bij zonde betrokken werden], want sommigen hebben geen besef van God. ...

Hij schijnt te impliceren dat de mensen met wie de Corinthiërs omgingen niet de kennis van God hadden, en dat de Corinthiërs tot hun niveau omlaag werden getrokken. Paulus zegt in feite: "Breek met die mensen. Ga bij hen weg. Ze trekken u omlaag. Bekeert u." Hij zegt:

1 Corinthiërs 15:34b ... Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.

Ik vat dit op als, dat de mensen aan wie hij schrijft, hun vriendschappen voornamelijk in de wereld hadden. Hij adviseert deze mensen dus om bewust beter gezelschap te kiezen.

Kunt u, minstens in één opzicht, zien waar ik naar toe ga? Zouden we mogelijk beter gezelschap kunnen hebben dan God? Zou het mogelijk zijn dat er een betere omgang is dan met God? Natuurlijk niet.

Laten we een andere tekst opslaan. Deze keer uit het boek Spreuken.

Spreuken 27:17 Zoals men ijzer met ijzer scherpt, zo scherpt de ene mens de ander.

Dit is een andere aanduiding vanuit de schrift dat als we in het gezelschap zijn van anderen en met anderen omgaan, we de neiging hebben elkaar te vormen. Een andere manier van zeggen is, dat we een indruk op elkaar achter laten.

Ik geloof, dat onze kinderen hiervan een heel duidelijke illustratie zijn. Als een kind wordt geboren, wordt het niet geboren met het dialect van het gebied waar het geboren wordt. Niemand behoeft iemand te onderwijzen om te praten zoals men in Brooklyn praat, waar men door de neus praat. Niemand hoeft een kind te leren spreken zoals men in het zuiden van de Verenigde Staten doet. Het lijzige druipt ervan af. Het kind neemt dit gewoon over. Het is iets dat onbewust bij hem inslijt.

Hetzelfde principe werkt in termen van karakter, in termen van persoonlijkheid. We laten een indruk op elkaar achter. Beïnvloeden we elkaar ten goede? Of doen we dat ten kwade? Bouwen we elkaar op? Of trekken we elkaar omlaag?

We behoeven dat echt niet bewust te doen. Het zal gewoonweg gebeuren. De wereld zal het in het algemeen een zorg zijn hoe men elkaar beïnvloedt — behalve dan dat de menselijke natuur wil dat anderen goed over hem denken, zelfs terwijl hij kwaad doet.

Maar in onze omgang, gemeente, hebben we de verantwoordelijkheid voor God om eraan te werken elkaar ten goede te beïnvloeden. Zoals ik al eerder zei, we behoeven dat niet bewust te doen. Zolang als we ons op de juiste manier gedragen, zullen we elkaar op de juiste manier beïnvloeden.

Met andere woorden we behoeven alleen maar aan onszelf te werken. Als we aan onszelf werken, dan zal de projectie van onszelf, de geest die van ons uitgaat, juist zijn. En dan zullen we de juiste invloed uitoefenen.

Het is Gods doel dat gebed een handeling is van iemand met een vrije wil, die er bewust voor kiest omgang met God te hebben voor de ontwikkeling van zijn relatie en de vervolmaking van zijn persoon.

Het lijkt er misschien op, dat ik in een kringetje heb rondgedraaid om op dit punt te komen. Maar denkt u er ooit bewust aan, dat als u bidt, dat u dan in de tegenwoordigheid van God bent en dat Hij dan de gelegenheid heeft een indruk op u achter te laten?

Dat lijkt zo eenvoudig dat het bijna ongelooflijk is, maar toch is het zo. Als we bidden, zijn we in Zijn tegenwoordigheid en heeft Hij de gelegenheid een indruk op ons achter te laten. Iets van Zijn Geest in Hem reikt naar ons uit en begint ons ten goede te beïnvloeden. Gebed is een hoofdwerktuig in deze ontwikkeling. Het speelt een hoofdrol in de manier waarop God een indruk op ons achterlaat. En terwijl dit almaar doorgaat, wordt ons denken door Hem gevormd, omdat we in Zijn tegenwoordigheid zijn.

Een paar hoofdstukken eerder, in Spreuken 23, vers 7, lezen we:

Spreuken 23:7 want als iemand die zijn eigen plannen maakt, zo is hij; 'eet en drink!' zegt hij tot u, maar zijn hart is niet met u;

In zekere zin kan wat we zijn niet verborgen blijven. Deze spreuk werd geschreven om iemand voorzichtig te doen zijn, zodat hij zou begrijpen dat mensen twee gezichten kunnen hebben, de rol van een acteur kunnen spelen, een huichelaar kunnen zijn. De woorden die uit de mond komen, kunnen totaal verschillend zijn van wat er werkelijk in het hart omgaat. Maar het hart kan niet echt verborgen blijven. Dat is een goed punt, dat we kunnen begrijpen en waardoor we ons kunnen beschermen.

Mattheüs 12:34b Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.

Laten we dit op God toepassen. Hoe zijn uw gebeden tot God? Wat uit ons naar boven komt is ons hart? Zo is het, of Gods woord klopt niet. Wat we zijn, wordt aan God geopenbaard door wat we in gebed tot Hem zeggen. We kunnen het niet verbergen. We kunnen voor Hem geen twee gezichten hebben. Wat er in ons gebed tot Hem uit onze mond komt, openbaart Hem wat er in ons hart omgaat. Want Hij is degene die deze woorden heeft geïnspireerd: "Want uit de overvloed des harten spreekt de mond."

Gebed is spreken tot God. Dat komt vanuit het hart. En net zoals deze spreuk die Jezus gaf, op mensen van toepassing is, zo is deze ook waar in relatie met God. Wat we zijn, dat komt naar buiten.

God wil dat Zijn wil in ieder aspect van ons leven wordt uitgevoerd. Hij wil dat ons gebed in overeenstemming is met Zijn wil. Als we dingen vragen naar Zijn wil, is de kans het grootst dat ze positief beantwoord worden.

Waarom? Omdat ze in feite Zijn gedachten zijn die weer bij Hem terugkomen. Het maakt nu deel uit van ons hart en we plaatsen nu een deel van Hem, dat een plaats in ons hart heeft gevonden, weer bij Hem terug.

Ik bedoel niet, dat dit de vorm is van de een of andere magische formule, zoals het drukken op een knop en wat verlangd wordt komt er al aan. Ik heb het hier over gebed — Gods woorden uitspreken tegenover God. De reden dat die gebeden de grootste kans hebben te worden verhoord, is omdat het God behaagt te zien dat Zijn kinderen zich naar Zijn beeld ontwikkelen. Hij reageert dan uit liefde, net zoals wij zouden doen voor een kind dat ons behaagt.

Gebed kan het meest eenvoudig worden gedefinieerd als praten met God. We zouden ook kunnen zeggen dat het één kant van een gesprek is. Gesprekken die we met mensen hebben, kunnen in allerlei vormen voorkomen en daarin wordt een breed scala van emoties tot uiting gebracht.

Laten we weer naar het Nieuwe Testament gaan, naar 1 Timotheüs, hoofdstuk 2, vers 1.

1 Timotheüs 2:1 Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,

Nu direct door naar 1 Timotheüs 4, vers 5.

1 Timotheüs 4:5 want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.

Het woord dat in hoofdstuk 2, vers 1, vertaald is met 'voorbeden', is precies hetzelfde als dat in hoofdstuk 4, vers 5, met gebed is vertaald. Dit woord heeft een interessante etymologie en ik geloof dat die etymologie ons heel wat kan leren over een heel belangrijk aspect van gebed.

Het woord waar we hier naar kijken, is voor het Grieks een vrij lang woord. Het is "entug'chano". Dit woord staat hier in zijn werkwoordsvorm. (Straks komen we nog op de vorm als zelfstandig naamwoord.)

Dit woord kwam al eeuwen vóór Christus in Griekse geschriften voor; het betekende gewoon "iemand ontmoeten", alsof u iemand onderweg zou ontmoeten. Alsof u wandelde en u ging in dezelfde richting en u ontmoette hem. U haalde hem dus in en liep voor een bepaalde tijd met hem op of misschien wel de rest van de wandeling naar waar u beiden heenging. Het betekende gewoon "ontmoeten".

Door de eeuwen heen hebben woorden echter de neiging, net zoals in het Engels (in feite in iedere taal), een ietwat verschillende betekenis te krijgen. Dit gebeurde ook met dit woord, omdat het uiteindelijk niet slechts "ontmoeten" betekende, maar "ontmoeten en een gesprek voeren". Dit is natuurlijk, omdat we gewoonlijk, als we onderweg iemand tegenkomen, niet doen alsof we hem niet zien, maar we beginnen ook te praten.

Zo ging dat dus met dit woord. In het begin betekende het niet meer dan "ontmoeten". Daarna begon men het te gebruiken als "een gesprek voeren met de persoon". Daarna met het verder verstrijken van de tijd, kreeg het een nog andere betekenis. Het begon te betekenen "een intieme omgang hebben met de persoon". In de geschiedenis van dit woord veranderde de betekenis geleidelijk aan van slechts "ontmoeten en spreken" tot "een intieme omgang hebben".

Het woord beschrijft tot zover hoe we God op de juiste manier kunnen benaderen. Het heeft in feite als praktische betekenis, dat we niet van een afstand met God spreken. We zijn zo intiem met Hem verbonden dat we Zijn kinderen zijn. Dit woord beschrijft een intieme gezinsrelatie. God zit niet ver weg ergens op de een of andere bergtop. Al in het boek Deuteronomium zegt Hij: "Het woord is niet ver van u, het is bij u!"

Als we de juiste omgang en relatie met God hebben in gebed, dan moeten we begrijpen dat we echt in Zijn tegenwoordigheid zijn. Als we hier vanuit menselijk en fysiek standpunt naar kijken, dan zien we dat Hij op die manier een indruk op ons kan achterlaten. We hebben directe omgang met Hem, zijn in Zijn rechtstreekse tegenwoordigheid. Hij verblijft niet ergens in de verre verte.

We kunnen nu andere dingen hierin gaan passen en zien hoe waar de betekenis van dit woord is; dat toen Christus deed wat Hij deed het voorhangsel in de tempel in tweeën scheurde. Het betekende dat de toegang tot God nu volledig openlag. We hebben deze toegang tot Hem. Hij verblijft niet ergens in de verre verte. We zijn in Zijn directe tegenwoordigheid als we met Hem spreken.

Het woord bleef echter veranderen en kreeg een iets andere kleuring. Dit kunnen we zien in de vorm van dit woord als zelfstandig naamwoord. Die is "enteuxis". Dit woord betekent: "verzoek aan een koning". Dit kan op twee manieren worden gebruikt. Ten eerste, de koning kon het gebruiken als hij u in zijn tegenwoordigheid ontbood. Ten tweede, u kon het gebruiken als u iets aan de koning overbracht.

Als we deze twee vormen van gebruik samenvoegen, zien we dat het betekent dat we "intieme toegang tot de koning hebben om een verzoek te doen". Het is niet alleen maar dat we een intieme omgang met of interesse in zo maar iemand hebben, maar we hebben een intieme toegang tot de Koning.

Als we deze twee vormen van gebruik samenvoegen, betekent het dat we in gebed zowel een voorrecht als een macht hebben. U kent waarschijnlijk de woorden, het gezegde, "de macht van het gebed" wel. We kijken nu waar dit concept vandaan komt.

Daar we het voorrecht hebben om in intieme omgang voor de Koning te verschijnen, hebben we toegang tot de macht. Niet het gebed zelf is de macht, maar de toegang die we hebben tot degene die de macht heeft.

Voordat we hier nog dieper op ingaan, ga ik even op een zijspoor, zoals sommigen dit zouden kunnen noemen. De meesten van ons hebben wel gehoord van Mark Twain. Mark Twain was een agnosticus. Ik denk dat hij dat werd, omdat hij iemand was met een uitzonderlijk onderscheidingsvermogen — onderscheiding in de zin van in staat te zijn tot het beoordelen van de menselijke natuur.

Hij kon zien dat er een ontstellend aantal tegenstrijdigheden bestond in de menselijke natuur, maar hij beschikte niet over het antwoord waarom deze tegenstrijdigheden bestonden. Hij werd dus een agnosticus. Het was zoiets als: "Ik ben er niet echt zeker van of er nu wel of niet een God bestaat." Zijn onderscheidingsvermogen in de menselijke natuur werd duidelijk in zijn schrijven. Waarschijnlijk is het meest beroemde boek van hem wel Huckleberry Finn, waarin enkele heel scherpe analyses van de menselijke natuur voorkomen.

Hij zag veel mensen vol met tegenstrijdigheden zitten. Hij was in het bijzonder kritisch jegens religie. Hij zag dat er een groot verschil was tussen wat iemand zegt en wat hij doet. Hij keek hier natuurlijk naar binnen de context van religie. Hij zag dat er zelfs nog een groter verschil was tussen wat de bijbel zegt en wat de mensen verkondigen dat de bijbel zegt.

Eens in zijn carrière schreef hij een kort verhaal — het grootste deel daarvan had van doen met een gebed dat hij opstelde. Hij noemde het het "Oorlogsgebed". Dat was de titel van dat verhaal. Nadat hij gereed was met het verhaal, liet hij het aan enkele van zijn vrienden lezen. Zijn vrienden waren ontzet door wat hij daarin impliceerde. Ze waren bang dat hij gestenigd, opgehangen, of wat dan ook, zou worden door de religieuze mensen die beledigd zouden zijn door wat hij zei, of beter door wat hij impliciet zei. Hij zei het niet ronduit. Hij zei het op een indirecte manier.

Twain zei in principe in dit "Oorlogsgebed", dat de meeste gebeden in feite uit twee gebeden bestaan. Er is een gebed dat wordt uitgesproken en er is een gebed dat niet wordt uitgesproken. (Tussen twee haakjes Mark Twain sloot een compromis. Hij besloot dat het "Oorlogsgebed" pas na zijn dood gepubliceerd mocht worden. Dan zou niemand hem meer kunnen deren. Hij zei dat in deze wereld alleen dode mensen de waarheid kunnen zeggen.)

Zijn gebed luidde in principe als volgt: De natie trok ten oorlog (Ik vraag me af of hij op de burgeroorlog doelde.) en de mensen stroomden in hun allerbeste kledij naar de kerk. Tijdens de dienst stond de prediker op en sprak een diepe indruk makende en kleurige smeekbede tot God uit. Hij vroeg God de overwinning aan hun kant te geven, om hun knappe en dappere jonge mannen te beschermen en om al hun bezittingen en wat al niet meer te bewaren. Hij herhaalde deze smeekbede aan God op velerlei manieren — dat God aan hun kant zou staan en hun de overwinning zou geven.

Toen de prediker het eind van het indrukwekkende gebed naderde, kwam er een oudere man met grijs haar ergens vanuit de gemeente naar voren. Hij ging de preekstoel op en schoof de prediker onhoffelijk aan de kant en richtte zich tot de gemeente met de vraag: "Wilt u echt dat dit gebed wordt verhoord?"

Daarna maakte hij de mensen duidelijk wat dit gebed precies betekende, net als Samuël destijds het volk duidelijk maakte wat hun vraag om een koning in werkelijkheid zou gaan betekenen. "Wilt u echt dat iemands lichaam in stukken uiteenspat? Wilt u dat kinderen wezen worden? Wilt u dat vrouwen weduwen worden? Wilt u dat er huizen worden vernietigd en verbrand? Wilt u dat hun boerderijen worden verbrand? Wilt u dat hun alle hoop wordt ontnomen? Wilt u dat hun land met wanhoop wordt vervuld?"

"Wilt u al deze dingen?" Hij zei in principe dus: "Wat is er met de Gouden Regel gebeurd?" Behandel anderen op dezelfde manier als u door anderen behandeld wilt worden.

U ziet dat in dit gebed tot God eigenlijk tot uiting kwam wat er echt in hun hart leefde. Het was in orde als zij erom vroegen dat anderen verminkt werden en pijn leden en vervuld met angst zouden worden — zolang als zij zich maar behaaglijk voelden in hun verzoek om de overwinning. Ziet u het dubbele karakter? Ziet u de huichelachtigheid?

We moeten ontstellend voorzichtig zijn in wat we God vragen. Het zou kunnen, zoals ik anderen heb horen zeggen, dat als Hij ons zou geven waarom we vroegen, we daar heel veel spijt van zouden hebben. Straks zal ik u de geweldige krachten laten zien die ontketend zouden kunnen worden als we God om iets vragen. Er ligt een verantwoordelijkheid bij Gods volk om Hem dingen te vragen die in overeenstemming zijn met Zijn wil.

We moeten gebed als gereedschap gebruiken om een grote verscheidenheid aan dingen binnen Gods doel te bereiken. Het moet worden gebruikt met betrekking tot de dingen in dit leven. God wil dat we over dit leven bidden. Hij wil dat we tot Hem bidden om in de dagelijkse behoeften te voorzien. Maar Hij zal het voornamelijk niet voor dit leven gebruiken, maar voor Zijn doel. Zijn doel is het reproduceren van Zichzelf. Zijn doel is het in ons tot stand brengen van heiligheid. Zijn doel is het ons voorbereiden op de wereld van morgen.

Wees dus gewaarschuwd, dat Zijn doel belangrijker zal zijn dan ons doel als we die gebeden zullen uitspreken.

Laten we verscheidene schriftgedeelten met elkaar samenvoegen. Laten we als eerste Romeinen opslaan, hoofdstuk 3, de verzen 10 en 11.

Romeinen 3:10-11 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt;

Dat is een krachtige uitspraak. Er is NIEMAND die God zoekt. Wacht eens even! Overal ter wereld zijn er mensen die een god zoeken om te dienen. Toch zegt God hier dat er niemand is die Hem zoekt. Dat is omdat, zoals we in de laatste preek zagen, zij God niet zoeken op de manier zoals de bijbel dat zegt te doen.

Deze wereld is zo misleid door Satan, dat ze niet eens weten waar naar uit te kijken. God moet worden geopenbaard. Dan kunnen we zoeken! Laten we nog een stap verder gaan, naar 1 Corinthiërs 2, de verzen 7 en 10.

1 Corinthiërs 2:7, 10 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. ... 10 Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.

In het Grieks staat voor het woord geheimenis 'musterion', wat letterlijk kan worden vertaald met mysterie, wat voor ons betekent "een puzzel die moeilijk is op te lossen". Maar in de bijbel duidt het op "een geheim dat onmogelijk kan worden doorgrond". Vandaar dat het geopenbaard moet worden!

Laten we deze twee schriftgedeelten samen nemen — het ene uit Romeinen en het andere hier uit 1 Corinthiërs 2. God moet niet alleen geopenbaard worden, maar ook Gods doel moet worden geopenbaard. Deze openbaring is een gave van God en maakt deel uit van Zijn genade.

Als Hij eenmaal is geopenbaard en ook Zijn doel is geopenbaard, dan kunnen we Hem en Zijn doel werkelijk gaan zoeken. We kunnen ons er werkelijk in gaan verdiepen. Laten we Handelingen 15 opslaan. Dat hoofdstuk gaat over de conferentie in Jeruzalem. Jacobus is in vers 16 aan het woord en hij haalt Amos aan. Hij zei:

Handelingen 15:16 Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten,

Hij heeft het over de wederkomst van Christus. Hij heeft het over het oprichten van het Koninkrijk van God op aarde — dat er een tijd zal komen waarin het hier is. En met welk doel?

Handelingen 15:17 opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet,

Viel u de zinsnede "alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen" op? Om bij de naam van God te worden genoemd, moet men een zoon van God zijn, moet men door Zijn Geest zijn verwekt, moet men deel uitmaken van Zijn gezin.

Toen we vanmorgen de heer Elder doopten, zei ik dat hij wordt gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hij wordt in de naam ondergedompeld. Hij wordt bij de doop en het ontvangen van Gods Geest een deel van het gezin van God.

De heidenen zoeken God niet, totdat Hij Zich aan hen openbaart en ze zich bekeren. Daar staat het in het boek, we hebben het juist gelezen. U zoekt God niet, totdat Hij u tot bekering brengt.

Bedenk dat dit allemaal wordt gezegd binnen de context van gebed. Gebed heeft veel van doen met het zoeken van God. Bedenk dat we — in termen van heiliging — in 1 Petrus 1 lazen dat: "Indien gij Hem als Vader aanroept ..." Laten we daar weer naar teruggaan. We gaan nu naar een andere plaats in 1 Petrus 1, de verzen 10 tot 12.

1 Petrus 1:10-12 Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, 11 terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. 12 Hun [de profeten] werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.

Laten we eens kijken naar wat er in de verzen 10 tot 12 nu precies wordt gezegd, vanuit het standpunt van de profeten die zich in deze dingen verdiepten. De vraag die ik heb is: Hoe verdiepten ze zich in deze dingen? Hoe zochten zij God? Hoe speurden ze op grondige wijze naar Hem?

Ik ga een actueel voorbeeld geven. Laten we het boek Daniël opslaan, het negende hoofdstuk.

Daniël 9:1-3 In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht der Meden, die koning geworden was over het koninkrijk der Chaldeeën; 2 in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniël, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was [Waar keek Daniël in? Hij keek in de bijbel. Hij keek in de geschriften van de profeet Jeremia.], dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen. 3 En ik richtte mijn aangezicht tot de Here God om te bidden en te smeken, in vasten en in zak en as.

Hoe zocht hij God? Gebed, vasten en studie. Dat zijn dezelfde dingen die we u ook voortdurend zeggen te doen. Dit is een hoofdbestanddeel in het zoeken van God — het bestuderen van Zijn woord. Dat is echter niet het einde, omdat — zoals ik u vanuit het boek Amos uitlegde — "zoeken" in bijbelse zin niet slechts betekent "het verwerven van een intellectuele kennis van" maar het feitelijke "veranderen om als God te worden".

De kennis is absoluut niet van belang, tenzij we worden als God. Daarom zegt hij: "Zoekt God en leeft!" Wat is het nut van kennis als we geen berouw krijgen en we ons niet bekeren om als God te worden? Dan leven we niet. Gebed speelt een hoofdrol in dit proces.

Hij zocht naar Gods manier van denken met het doel om dit na te doen, te gehoorzamen, Hem te behagen, te zijn als Hij, Zijn wil te doen. Als we dit verhaal verder zouden lezen, zouden we in hoofdstuk 10 zien, dat er zich nog een gelegenheid aandiende, waarbij hij drie weken lang vastte. Je moet nogal serieus zijn en vurig ... Er staat daar ook dat Daniëls woorden vanaf de eerste dag werden gehoord. Hij bracht drie weken door met vasten en gebed om de wil van God te begrijpen.

Op die manier leert iemand God kennen in de zin van de dingen op dezelfde manier waar te nemen als God. Als we dat doen, dan hebben we alle gelegenheid naar Zijn wil te bidden. Omdat we dan Zijn woord bij Hem terugbrengen — niet de preciese woorden, maar in algemene zin toch wel.

Laten we weer naar het Nieuwe Testament gaan, deze keer naar Efeziërs 6, de verzen 18 en 19. Als u bekend bent met Efeziërs, het zesde hoofdstuk, weet u dat dit het hoofdstuk is waar ons wordt gezegd de gehele wapenrusting Gods op te nemen.

Efeziërs 6:18-19 En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; 19 ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken,

Hier zien we gebed in een andere context dan waarin we er tot nu toe naar hebben gekeken. We hebben de neiging die context over het hoofd te zien als we dit gedeelte bestuderen. Als we in dit gedeelte zijn, is de neiging heel sterk ons te concentreren op de wapenrusting Gods. We kijken naar geloof. We kijken naar de helm des heils, het zwaard des Geestes, dat het woord van God is, en het schoeien van onze voeten met het evangelie.

Past gebed hier op enige manier bij? Ik geloof dat het een interessante positie inneemt. Als Paulus zegt dat we altijd moeten bidden, heeft hij het over elke gelegenheid. Hij bedoelt niet dat we letterlijk zonder ophouden moeten bidden. Maar we moeten bij elke gelegenheid bidden.

Er zijn openbare gebeden, privé gebeden, gezinsgebeden, vervolggebeden, gefluisterde gebeden. Er vindt meditatie plaats tijdens gebed. Al deze verschillende vormen komen op diverse plaatsen in de bijbel aan de orde.

Het woord "Geest" heeft hier de betekenis van "esprit". In het Frans spreekt men over "esprit de corps", in de zin van "levendig of vurig of energiek en met gevoel". Deze "esprit de corps" is hier van belang. De Fransen gebruiken het in de zin van een gemeenschappelijke geest hebben, omdat ze deel uitmaken van een groep waar ze waarde aan hechten, die ze belangrijk vinden.

Daar heeft Paulus het hier ook over, omdat hij zegt: "met alle volharding en smeking voor alle heiligen." Het is een "esprit de corps" met betrekking tot onze omgang met de heiligen, een speciaal gevoel van achting, van zorg, van bezorgdheid — ze hebben een speciale betekenis voor ons, verschillend van de betekenis die andere mensen voor ons hebben. Paulus laat blijken dat deze geest voortkomt uit onze onderlinge omgang.

Hij heeft het hier ook over waakzaam zijn. Hierdoor begint het weer te passen in de context die hieraan voorafging. Het betekent oplettend zijn. Moet een soldaat dat niet zijn, iemand die zich heeft toegerust met de wapenrusting Gods? Een soldaat is altijd op zijn hoede. Hij is altijd waakzaam. Hij heeft altijd aandacht voor wat er gebeurt. Hij is het tegengestelde van alles dat lusteloos is. Of zal ik zeggen Laodiceïsch, apathisch? Dit staat allemaal in de context van bidden en in de context van het opnemen van de wapenrusting Gods.

Zegt de apostel Paulus dat gebed een wapen is? Nee, dat zegt hij niet. Hij scheidt gebed duidelijk van de delen die tot de wapenrusting behoren. Hij scheidt het van datgene waarmee we de strijd strijden. Toch staat het in dezelfde context en is er een verband. Ik geloof, dat dat een heel belangrijk verband is — een verband dat wat verder moet worden onderzocht.

Over welke oorlog heeft hij het eigenlijk? Het is een oorlog tegen de boze geesten in de geestelijke gewesten: demonen, Satan. Denk aan een groep, laten we zeggen een heel leger, of als we het wat kleiner willen houden: een divisie of een bataljon, een eskader, dat in oorlog is. Zij zijn goed uitgerust om de strijd te strijden. Om echter voor langere tijd oorlog te voeren, moet die groep voortdurend worden voorzien van alle benodigdheden die nodig zijn om de strijd voort te zetten. Als deze groep niet constant wordt voorzien in wat ze nodig hebben, zal het voedsel al snel op zijn en alle munitie snel zijn verschoten.

Ik geloof, dat Paulus hier gebed gebruikt zoals een modern leger zijn communicatiesysteem met het hoofdkwartier zou gebruiken. Door gebed worden we voortdurend opnieuw voorzien van wat we voor de oorlog nodig hebben. Het is als de telefoon in de moderne oorlog. Het is als de radio in de moderne oorlog. Vroeger plachten ze signalen door te geven met vlaggen en morseschrift, met de telegraaf en zulk soort dingen.

God zegt ons, dat we — om met succes de strijd tegen Satan en zijn demonen voort te zetten — voortdurend in contact met het hoofdkwartier moeten blijven teneinde opnieuw te worden voorzien van de geestelijke kracht om de strijd te strijden.

Zonder gebed zouden we zijn als een groep mensen in een gevechtssituatie, die de middelen hebben om het gevecht te voeren, maar die de communicatie-apparatuur niet gebruiken om steun van het hoofdkwartier te verkrijgen. Op die manier verzwakken we onszelf aanzienlijk. Uiteindelijk zullen we onszelf afsnijden van de bron van alle voorzieningen.

In het bijbelse verslag over gebed ligt een grote urgentie, omdat het zo geweldig belangrijk is voor het succes van Gods doel. Bedenk dat Jezus zei: "Zonder Mij kunt u niets doen." Hij zei dit in directe samenhang met het voortbrengen van vrucht in omgang met elkaar. Als u zich dat gedeelte in Johannes 15 voor de geest kunt halen, dan weet u dat het ermee begint dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken. Het eindigt ermee dat Hij zegt dat wij Zijn vrienden zijn. Het begint met een verbondenheid aan Hem en eindigt met uitspraken over omgang en vriendschap. Hij zegt ons wat Hij doet, omdat we Zijn vrienden zijn. Hij zegt ons alles.

Is het Gods bedoeling dat de communicatie maar één kant uitgaat? Hij zegt ons alles en wij zeggen Hem niets? Nee. Communicatie met een vriend is twee-richtingsverkeer, nietwaar? Het gaat beide richtingen uit. Wat ik hier wil zeggen is het volgende. Als we de vrucht van Gods Geest willen voortbrengen, dan kunnen we maar beter met Hem praten.

We hebben gebed onder verschillende omstandigheden gezien. In iedere omstandigheid was het een vorm van communicatie. De bijbel brengt het in een heel breed scala van omstandigheden naar voren, omstandigheden die iedereen kan hebben met andere mensen.

Laten we nu Psalm 55, vers 18, opslaan. We gaan kort kijken naar twee of drie manieren, waarop het woord dat God kiest om in het Nederlands met "gebed" te worden vertaald, het soort situatie tot uitdrukking brengt, dat in de context van gebed aan de orde komt. Daaruit kunnen we dan begrijpen dat God verwacht dat onze gebeden verschillend zullen zijn. Daarmee bedoel ik dat ze niet allemaal met dezelfde stembuiging worden uitgesproken.

Soms verkeert u misschien in een wanhopige situatie. Dan roept u letterlijk tot God om hulp. Andere keren zult u kalm en bedaard zijn. Weer andere keren bent u misschien doodsbang. Weer andere keren zult u misschien niet bang zijn, maar opgewonden. Weer andere keren zit u misschien in een diepe depressie. In iedere omstandigheid zal de toonzetting en de stembuiging van het gebed verschillend zijn. God laat dit zien in de psalmen. Het is jammer dat het Nederlands zich niet op dezelfde manier als het Hebreeuws en het Grieks uitdrukt.

Psalm 55:18-22 Des avonds, des morgens en des middags klaag [In het Engels staat "pray" (bid). Dit is het Hebreeuwse woord "siyach" waar we straks naar gaan kijken.] en kreun ik; Hij hoort mijn stem. 19 Hij verlost mijn ziel in vrede van de strijd [Bedenk dat het woord strijd rechtstreeks gekoppeld is aan het woord gebed en waarom God dat Hebreeuwse woord koos, dat hier vertaald is met "klaag".] tegen mij [David was in gevecht en hij koos een heel veelzeggend Hebreeuws woord.], want met velen zijn zij tegen mij. 20 God hoort en Hij zal hen vernederen — Hij, die van oudsher troont — sela; hen, die onbekeerlijk zijn en God niet vrezen. 21 Hij strekt zijn handen uit tegen hen met wie hij vrede had, hij schendt zijn verbond; 22 zijn mond is gladder dan boter, maar strijd is in zijn hart [Herinnert u zich die spreuk: "Zoals een man in zijn hart denkt, zo is hij.]; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar het zijn ontblote klingen.

Dit woord "siyach" duidt op een gevoel, een emotie. Het kan gebruikt worden in een situatie waar het niet meer zegt dan "klagen". Als iemand klaagt, dan wordt het Hebreeuwse woord "rib" gebruikt. David klaagde in dit gebed. Maar het betekent ook: "iets aanpakken, rommelen, een tegenstander bevechten, zich inspannen, of een rechtsgeding voeren".

Dat vertelt u wat meer over de context van dit gebed. David stond emotioneel onder zeer grote spanning. Hij was boos in zijn gebed. Hij was wanhopig — omdat iemand die hij als een zeer goede vriend beschouwde, hem in de rug had gestoken; hem had verraden, zijn vertrouwen had geschonden. Hij was diep gekwetst en boos. Bent u ooit diep gekwetst en boos naar God toegegaan en was er toen niet een intensiteit in uw woorden die er bij andere gelegenheden niet was?

Begrijpt u wat ik wil zeggen? Dat is, dat gebed onder alle omstandigheden wordt gebruikt. Het is niet iets, waarbij u op uw knieën gaat en u werktuiglijk iets tot zegt God, iets formeels zoals: "Ik ga slapen, ik ben moe ..." of "Onze Vader die in de hemelen zijt ..." Het is Gods bedoeling dat ons spreken tot Hem midden uit de situatie voortkomt waarin we verkeren, en dat de emotionele inhoud van dat gebed van tijd tot tijd zal verschillen. Er zullen tijden zijn dat we bepaald boos en van streek zijn. We behoeven ons geen zorgen te maken als we boos en van streek voor Hem verschijnen.

Laten we een andere tekst opslaan, Zacharia 7:2 en daarna gaan we verder met Zacharia 8:21-22.

Zacharia 7:2 Betel had Sareser en Regem-Melek met zijn mannen gezonden om de gunst des HEREN te zoeken [In het Engels staat er (vertaald): om de HERE te bidden.].

Zacharia 8:21-22 en de inwoners van de ene zullen zich begeven naar die van de andere, en zeggen: Laten wij toch heengaan om de gunst des HEREN af te smeken en om de HERE der heerscharen te zoeken [Ziet u, u zoekt God in gebed.]; ook ik wil gaan. 22 Ja, vele natiën en machtige volken zullen komen om de HERE der heerscharen te Jeruzalem te zoeken en de gunst des HEREN af te smeken. [Noot van de vertaler: In beide gevallen dat de NBG zegt "de gunst des HEREN af te smeken", zegt de door de heer Ritenbaugh aangehaalde Engelse vertaling (vertaald): "om de HERE te bidden".]

In alle drie gevallen wordt hetzelfde woord gebruikt. Fonetisch is dit woord "chalah". In dit geval betekent het "iemands geloof weer op het juiste spoor zetten". Het betekent "ernaar streven mondeling te behagen". Het kan zelfs betekenen "in uiterlijk voorkomen", omdat het woord af en toe wordt vertaald met "nederig verzoeken", dat in het algemeen betekent "zich neerbuigen".

De houding hier is geheel anders dan die in Psalm 55. In dit geval proberen de mensen zich bemind te maken, de gedachten van degene die ze liefhebben te veranderen, zodat die gedachten weer op hen zijn gericht. Daarom komen de mensen naar Jeruzalem. Ze doen een beroep op degene die ze liefhebben. Het wordt dus van tijd tot tijd vertaald met "nederig verzoeken", "smeken", "dringend verzoeken" of "zich aanpassen aan".

Het woord wordt in een grote verscheidenheid aan contexten gebruikt; in een bepaalde context wordt het zelfs vertaald met "gebrek" of "ziek". De persoon is in een toestand van zwakte. Alleen in het ene geval is de zwakte een zwakte van het vlees. In het andere geval is het een zwakte van de geest. Ze voelen dat ze geen contact meer hebben met God. Ze smeken om vergeving en doen een beroep op Zijn barmhartigheid.

Er is een tekst waar ik dieper op in wil gaan. Daarmee sluiten we de preek en deze serie dan ook af. Laten we 1 Samuël opslaan. Neem in overweging dat gebed in principe een gesprek is met God. De bijbel laat duidelijk zien dat God van ons verwacht dat we in allerlei omstandigheden en in allerlei houdingen met Hem zullen spreken. Maar er zit meer in gebed. Er is een heel ernstig en toch heel wonderlijk aspect aan verbonden.

1 Samuël 1:28-2:1a Daarom sta ik hem aan de HERE af; zolang hij leeft, zij hij aan de HERE afgestaan. En hij boog zich daar voor de HERE neer. 2:1 Toen bad Hanna en zeide: ...

Het gaat om dat woord "bad", dat hier staat. Ik geloof dat dit woord het meest interessante is van alle woorden die met het Nederlandse "gebed" of "bidden" zijn vertaald. Het is het Hebreeuwse woord (fonetisch gespeld) "palal". Het betekent "oordelen", "mentaal of officieel oordelen". Het kan ook vertaald worden met "tussenbeide komen", "dringend verzoeken", "nederig verzoeken", "ertussen plaatsen", "als scheidsrechter optreden" of "bemiddelen".

Laten we verdergaan in hoofdstuk 2, vers 25.

1 Samuël 2:25 Indien de ene mens tegen de andere mens zondigt, dan zal God hem richten [Daar is dat woord. God zal hem "palal".]; maar indien een mens tegen de HERE zondigt, wie zal dan voor hem tussenbeide treden? Maar zij luisterden niet naar hun vader, want de HERE wilde hen doden.

Ik had dit moeten opzoeken, maar ik denk dat het woord "tussenbeide komen" ook "palal" is. Het heeft veel van doen met een heel belangrijk aspect van gebed. Gebed moet lofprijzingen en dankbetuigingen bevatten. Maar in bijna elk gebed is er ook een verzoek. Er is een dringend verzoek, een smeking om iets. En dat iets is een oordeel, of het verlangt een oordeel van God. Het is of een oordeel of er is een oordeel voor nodig.

In die smeking, of uw verzoek, zit ook uw eigen oordeel — waarom uw verzoek zou moeten worden ingewilligd. Als we erg jong zijn, nog kinderen, gaan we naar onze ouders en zeggen: "Geef me dit," of "Geef me dat." Als we wat ouder worden, zouden we kunnen zeggen: "Zou u me alstublieft dit of dat willen geven?"

Maar als we nog ouder worden, zal de reactie van onze ouders waarschijnlijk ook veranderen van "Ja," "Nee," "Houd je mond" of "Houd op met zaniken" in "Waarom? Waarom zou ik je dit geven?". Wat doet u dan, als u degene bent die vraagt? U zegt: "Omdat ...." Wat voor antwoord is dat? Wat voor reden is dat?

Zegt u uw ouders dat ze uw verzoek moeten inwilligen alleen maar omdat u het bent? Dat is nogal aanmatigend. Is dat niet precies wat we zo vaak doen bij God? We gaan naar Hem toe met een verzoek en we zeggen Hem: "Geef me dit," of "Geef me dat." En als God, stilzwijgend natuurlijk, zegt: "Waarom?", dan zeggen wij, ook stilzwijgend: "Omdat ik ben wie ik ben." Dat is vrij aanmatigend.

Zal God op zo iets antwoorden? Van tijd tot tijd kan Hij dat vanuit Zijn barmhartigheid doen, alleen maar omdat we niet beter weten. Maar verwacht u, als ouder, niet dat uw kinderen (als ze ouder worden en meer volwassen) in staat zullen zijn u goede redenen te geven waarom u hun verzoek zou moeten inwilligen? Natuurlijk doet u dat. U verwacht dat.

Het is allemaal in de bijbel terug te vinden. We weten allemaal vanuit ons verleden — door preken over gebed — dat we in onze gebeden heel gedetailleerd moeten zijn (fijngemalen). Om deze REDEN wil God dat onze gebeden heel gedetailleerd zijn. U weet dat dit voorbeeld is ontleend aan het fijnmalen van het reukwerk dat in de oude tabernakel en de tempel op het reukofferaltaar werd uitgestrooid. Het was zo fijngemalen dat het leek op talkpoeder en het werd tweemaal per dag op het reukofferaltaar uitgestrooid. De geur steeg op en drong door het gordijn tussen de twee delen van de tempel. Deze geur verscheen symbolisch voor de troon. En we zien in Openbaring 5:8 dat dit de gebeden van de heiligen voorstelt.

God wil dus heel fijngemalen (gedetailleerde) gebeden. Hij wil uw oordeel waarom Hij uw verzoek zou moeten inwilligen. U wordt verondersteld in staat te zijn de ene reden na de andere te geven voor het waarom. Hij wil zien of u langs dezelfde lijnen denkt als Hij — in overeenstemming met Zijn wil. Hij wil zien of uw waarneming van de omstandigheid in overeenstemming is met Zijn waarneming van de omstandigheid.

Bedenk dat ik u al eerder zei, dat als we bidden, onze geest wordt gevormd. Een gebed is een oordeel. Het is uw oordeel over waarom uw verzoek zou moeten worden ingewilligd. U brengt deze petitie voor de grote Koning. Hij heeft ons intiem toegang tot Hem gegeven, zodat we maar beter met een goed verhaal kunnen komen. Dat woord betekende zelfs "een zaak presenteren voor". Net alsof u een advocaat bent die een beroep op Hem doet.

Met dit in gedachten zou u de Psalmen moeten gaan bestuderen, om te zien hoe David de éne na de andere reden naar voren bracht. God, U zou me dit moeten geven omdat, omdat, omdat, omdat, omdat, en daarom, vanwege dit zou dit gedaan moeten worden.

Het is niet verwonderlijk dat David koning zal zijn onder Christus. Die man kon denken als God! Het is niet verwonderlijk dat zijn gedachten het grootste boek in de bijbel vullen. Het is niet verwonderlijk dat God zei dat Hij een man was naar "Mijn eigen hart". David kwam met Gods gedachten bij God aan en deed dit in de vorm van de resultaten van het oordeel dat hij zich over de dingen had gevormd.

Op deze manier vormt God ons denken! Wij bestuderen Zijn woord en wij brengen het weer terug bij Hem. We kijken dus naar de situatie van iemand. We zien dat hij ziek is. We kunnen dan naar God gaan met een verzoek als: "God u behoort deze persoon te genezen, omdat... Bovenal God, omdat U hebt gezegd dit te zullen doen, het is Uw belofte om het te doen. En God, zover ik weet, doet deze persoon zijn best Uw geboden te onderhouden en dat maakt deel uit van de voorwaarden. En, grote God, deze persoon is echt betrokken bij deze gemeente en hij dient aan alle kanten en doet fantastisch veel goede dingen."

Weet u wat Hizkia tegen God zei? Hij zei: "God, verleng mijn leven." Waarom? Hij zei: "Mijn gehele leven heb ik U met mijn gehele hart gediend." Hij gaf God een goede reden waarom zijn leven gespaard moest worden. God voegde er dus vijftien jaar aan toe.

Een gebed is een oordeel. Het is uw oordeel over waarom u dit verzoek doet. In sommige gevallen is de reden om zo te oordelen nogal voor de hand liggend. U verkeert in een situatie waarin u aan één voet ondersteboven hangt in een put. "God redt me. Ik hang ondersteboven in deze put." Dat is een aardig juist oordeel. Het is nogal voor de hand liggend dat dit een verzoek is dat moet worden ingewilligd. Soms is het duidelijk.

Nadat u hebt gebeden, wacht u af wat er gebeurt. U ziet hoe de gebeurtenissen zich ontvouwen. En u leert. Als God het beantwoordt op de manier waarom u vroeg, dan versterkt dat uw vertrouwen dat uw oordeel juist is, in sterke mate. Als het niet helemaal komt op de manier waarom u vroeg, maar het wordt wel ingewilligd, dan weet u dat uw oordeel van de situatie — alhoewel gedeeltelijk juist — niet geheel juist was.

Gebed wordt een gereedschap om ons te leren hoe te oordelen. Omdat God iedere keer het juiste antwoord zal geven. Maar wij leren.

U leest in de bijbel en u ziet dat mensen daarin bepaalde dingen aan God toeschreven. Hoe wisten ze dat? Ze baden over die situaties en ze wisten dat God betrokken was bij deze historische situaties waarover we nu lezen.

We zouden door heel wat van deze teksten kunnen gaan, waar dit woord "palal" past. Het is erg interessant als we dit in beschouwing nemen in het licht van 1 Corinthiërs 6, waar Paulus zegt dat we engelen zullen oordelen. Hoe kunt u oordelen, als u niet weet hoe te oordelen? Zegt Openbaring 5:10 niet dat we koningen zullen zijn? Staat daar niet dat we al in training zijn voor priester? Wat doet een koning? Hij oordeelt.

Gebed is een gereedschap. Het is een gereedschap waarvan één der hoofddoelen is ons te leren hoe te oordelen. Het is uw evaluatie van de omstandigheden, voor God tot uitdrukking gebracht in de vorm van redeneringen die gewoonlijk een specifiek verzoek bevatten gebaseerd op uw evaluatie.

Dat is, wat gebed is. Het is niet alleen maar spreken met God. Het is uw oordeel, uw evaluatie, van de omstandigheid, voor God tot uitdrukking gebracht in de vorm van redeneringen die gewoonlijk een specifiek verzoek bevatten, dat u voor uzelf of voor anderen ingewilligd wil zien. Als we onze gebeden dus gedetailleerd maken, neemt onze betrokkenheid toe en als we dan zien hoe God erop reageert, leren we te oordelen.

Hiermee is deze serie tot een einde gekomen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)