Gebed (Deel 3)

Door John W. Ritenbaugh
19 juni 1993

Samenvatting: (toon)

In dit derde deel van de serie over gebed adviseert John Ritenbaugh ons geen apathische relatie te hebben met God (Openbaring 3:15), maar in plaats daarvan God vurig, ijverig en oprecht te zoeken om Zijn gedrag in ons leven na te bootsen. De vurigheid van een gepassioneerde verkering en huwelijksrelatie wordt gebruikt als voorbeeld van het soort relatie dat God met ons wil hebben. Jezus, David en Jakob zijn duidelijke voorbeelden van de gepassioneerde vurigheid en hitte (om enerzijds het goede te reinigen en anderzijds het kwade te vernietigen) die God van ons verlangt. Als we God met heel ons hart zoeken, uitkijken naar iets dat voor ons van vitaal belang is (Deuteronomium 4:29; Jeremia 29:12-13; Hebreeën 11:6) dan zal God ons belonen, ons geven wat we zoeken – een warme, vurige relatie – en ons doen veranderen in overeenstemming met wat Hij is.


In de preek van vorige week heb ik Hebreeën 11, vers 6, verder uitgediept. Ik wil dat vers opnieuw lezen.

Hebreeën 11:6 Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Ik heb in het bijzonder het laatste deel van de zin ("Hem ernstig zoeken") uitgediept. Ik geloof, dat we allemaal door God beloond willen worden. Daar is geen enkele twijfel aan. We willen heel graag door God worden beloond, maar mijn vraag aan ons allemaal is: "Zijn we bereid de inspanning daarvoor te leveren, dus de prijs daarvoor te betalen?" Dat ligt in de uitspraak die daar wordt gedaan, besloten. Dat laatste deel van de zin duidt op een grondig, ernstig, ijverig zoeken. Het betekent zoeken met het oprechte verlangen gunst te verkrijgen. Het woord ernstig, dat hier wordt gebruikt, is een heel krachtig woord en in een andere context heeft het zelfs de betekenis van eisen. Het woord duidt op een sterke mate van vasthoudendheid.

In die preek zagen we ook nog, dat er een direct verband is tussen geloof, onze behoefte zien, verlangen, vurigheid in gebed en het zoeken van God. Al deze dingen hangen samen: geloof, onze behoefte zien, daarna verlangen, vurigheid in gebed en tenslotte het zoeken van God. Ze zijn als in een ketting allemaal aan elkaar verbonden. Als de ene er is, dan is er een mogelijkheid, misschien zelfs een heel sterke waarschijnlijkheid, dat de volgende er ook zal zijn, en dan de daarop volgende, enz.

Laten we het boek Openbaring opslaan, omdat ik hier aan het begin opnieuw wil benadrukken, waarom dit van zo'n groot belang voor ons is. We gaan naar Openbaring 3 en beginnen in vers 15, de brief aan de kerk te Laodicea.

Openbaring 3:15-16 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! 16 Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen.

Dat klinkt niet erg als een beloning, nietwaar? Het moet nogal duidelijk zijn, dat wie deze Laodiceeërs ook maar mogen zijn, dat ze God geenszins behagen. Komt dat omdat ze Hem niet zoeken? Ik geloof, dat we zullen gaan zien dat er een direct verband is tussen het uitspuwen en het feit dat deze mensen God niet zoeken, tenminste Hem niet ernstig zoeken.

Openbaring 3:16-17 Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. 17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, ...

Ziet u, zij voelen geen behoefte. Deze mensen voelen geen enkele behoefte. Ik zou moeten zeggen: er is een grote behoefte, maar ze voelen die niet!

Openbaring 3:18-19 ..., raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. 19 Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.

Denkt u dat ijver iets van doen heeft met het ernstig zoeken van God?

Openbaring 3:20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.

We zijn in sterke mate slachtoffer van een tijd die zeker niet apathisch is in het zoeken van het eigen genot, maar wel apathisch is met betrekking tot het hebben van een echte relatie met God. Ik stelde in de preek van vorige week deze vraag: "Kent u iemand die u in alle eerlijkheid zou zeggen, dat het hem een zorg zou zijn om met Jezus Christus te kunnen eten of omgang te hebben?" Kijk naar vers 20. Hij staat aan de deur en klopt. Hij zegt, dat als ze de deur willen openen, Hij binnen zal komen en maaltijd met hen houden.

Ik geloof, dat velen heel graag met Christus zouden eten en omgang met Hem hebben, alleen maar om te kunnen zeggen dat ze een onbekende ervaring hadden gehad. Maar het ironische is hier, dat God Zijn mensen zoekt en de implicatie daarvan is, dat het hun allemaal zo'n zorg is, dat ze niet eens de moeite nemen de deur te openen. Het probleem, zoals geïmpliceerd door de andere verzen in de brief aan deze kerk, is dat ze zover van Hem afstaan, dat ze zich niet bewust zijn van enige behoefte. Zich niet bewust zijn, geen verlangen. Geen verlangen, geen gebed. Geen gebed, geen relatie. Geen relatie, zich niet bewust zijn van behoefte. Dat is de vicieuze cirkel, net als een ketting waar elke schakel met een andere is verbonden.

God hoopt, dat Hij hen voldoende in beweging kan brengen om berouw te hebben en uit die cirkel te breken door weer wakker te worden. Hij zegt: "Bekeert u. Weest ijverig." IJver duidt op vurigheid, passie en gevoel. Hij hoopt dus, dat we uit die cirkel breken door ons weer bewust te worden van behoefte.

We zullen ons dan bewust zijn van de behoefte die in ons is, omdat we dicht genoeg bij Hem zijn om in staat te worden gesteld duidelijk te zien hoe heilig, genadig, vriendelijk, barmhartig en goed Hij is, zodat we dan willen worden zoals Hij. Met andere woorden, om het nog eens te zeggen, we zouden Hem dan zozeer bewonderen en Zijn persoonlijkheid en karaktereigenschappen zo erg respecteren, dat we dichtbij zouden willen zijn — pal tegenover Hem aan tafel. Niet slechts bij Hem in de buurt zijn voor een onbekende ervaring, maar dichtbij Hem zijn zodat we Hem kunnen verheerlijken en zoeken Hem te eren door te worden als Hij. Is nabootsing niet de meest oprechte vorm van bewondering? Dat is zeer zeker het geval.

Dit gebeurt er als twee mensen op elkaar verliefd zijn. Twee verliefde mensen zoeken elkaar bijna als wanhopig. In Jeremia 2:2 vinden we een interessant vers. Het is een opmerking van God over Zijn relatie met Israël. Hij zegt:

Jeremia 2:2 Ga, predik ten aanhoren van Jeruzalem: Zo zegt de HERE: Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart in de woestijn, in onbezaaid land.

Laat me één van die zinsdelen voorlezen uit de Revised Standard Version; het gaat om het middelste deel van dit vers. Hij zegt: "Ik herinner Me uw vroegere toewijding, de liefde in de verlovingstijd." Daarom gebruikt God de analogie van de bruidegom en de bruid. De reden is, dat deze analogie de vurige relatie uitbeeldt die Hij van ons verlangt. Vurigheid is een warmte van de geest. Het is een houding.

Verlangt u echt naar een relatie met iemand die geen interesse in u toont? Er is een mogelijkheid dat zoiets gebeurt, omdat u op een of andere manier tot zo iemand bent aangetrokken, maar dat hij toch totaal geen aandacht aan u schenkt. Het is dus heel waarschijnlijk dat, tenzij u in actie komt om een relatie op te bouwen, deze persoon u nooit zal opmerken. U begint hem dus te benaderen.

Plaats God in dit plaatje. Hij heeft ons op geen enkele manier nodig. Wij zijn niet heilig op de manier zoals Hij dat is. We hebben niet Zijn manier van denken. We hebben niet Zijn karakter. We weten zelfs niets over Hem op het moment dat Hij eraan begint te werken een relatie met ons op te bouwen. Hij wil graag een relatie met ons hebben, omdat Hij ziet waar het op uit kan lopen.

Maar wat voor reactie krijgt Hij van ons? Hij wil de reactie van twee verliefde mensen. Kijk hier naar vanuit Gods oogpunt in termen van het doel van de relatie. Als u God zou zijn, zou u dan een relatie willen hebben met iemand die geen enkele interesse in u toont? Ik denk niet, dat u met iemand zou willen trouwen die niet net zoveel interesse in u heeft als u voor hem — omdat een huwelijk zou moeten plaatsvinden op basis van gelijkwaardige, vurige interesse in elkaar. Het zou moeten plaatsvinden op basis van een verlangen bij elkaar te zijn ... een verlangen dingen samen te doen ... een verlangen samen dingen voor elkaar te krijgen ... een verlangen samen een gezin te stichten ... zelfs een verlangen, zoals we zouden kunnen zeggen, om samen volwassener te worden en oud te worden.

Dat is nu precies de relatie die God wil hebben. Hij zegt op diverse plaatsen specifiek: "Ik herinner me hoe het in onze verlovingstijd was," want toen was er vurigheid. En elk was er echt en oprecht op uit de ander beter te leren kennen.

Laten we opnieuw naar het Nieuwe Testament gaan en het evangelie van Johannes opslaan, hoofdstuk 2. We gaan daar de vurigheid zien die onze oudste Broer, onze God, in Zich heeft.

Jezus zag hier hoe de tempel werd ontheiligd en Hij wond Zich daarover op. Dit is de gebeurtenis, waarbij Hij de tempel binnenging en de tafels van de geldwisselaars omkeerde en de offerdieren naar buiten joeg. Dan staat er in vers 17:

Johannes 2:17 En zijn discipelen herinnerden zich, dat er geschreven is: De ijver voor uw huis zal Mij verteren.

Hier is alweer één van die bijbelse patronen. God wil dat wij dat voorbeeld volgen. Het voorbeeld van onze oudste Broer, Jezus Christus, en de ijver, de vurigheid, de passie die Hij voor God en Zijn weg voelde. Zijn relatie met God was niet platonisch. Deze was niet koud. Hij voelde Zich beledigd als God werd beledigd, ontheiligd of gelasterd, of als één van de heilige dingen van God op een of andere manier werd ontheiligd. Christus voelde het alsof het Hem werd aangedaan, omdat Hun relatie zo intiem was. Er bestond een echte vurigheid en warmte van de Geest.

Het is heel gemakkelijk voor ons om te kijken naar de afbeelding van het zogenaamde christendom van een Jezus met een ziekelijke gelaatskleur en koeienogen, en te luisteren naar veel van de liederen die ze over Hem hebben geschreven, en dan Hem te karakteriseren als een toegeeflijk en zwak Iemand waarmee je alle kanten uitkunt. Het is waar dat Hij een bijna ongelooflijk geduld heeft met en gebrek aan ergernis voor onmogelijke mensen: bijvoorbeeld de Schriftgeleerden, de Farizeeën en de Sadduceeën. Maar het zou een ernstige vergissing zijn Hem daarom te karakteriseren als Iemand die geen vuur in Zijn temperament heeft.

Er zijn heel wat voorbeelden dat Christus vurig werd over dingen. In Marcus 3:5 staat dat Hij Zich omdraaide en de mensen met toorn aankeek. Er moet iets in Zijn ogen te zien zijn geweest en Zijn gezicht moet iets hebben uitgedrukt, waardoor Marcus of Petrus — wie dat evangelie dan ook maar heeft geschreven — zo onder de indruk geraakte, dat hij het zich later herinnerde. Hij was boos op wat er gaande was. Er was niets vriendelijks toen Christus over Herodus zei: "Zeg die vos ..." Wat te denken van de berisping van Petrus in Mattheüs 16: "Ga achter Mij, Satan!" Hoe zou u dat vinden als Hij dat tegen u zei? Dat zou moeilijk te verteren zijn.

Dit kwam pal nadat Christus hem vroeg: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?" En Hij vroeg hem toen: "Wie zeggen jullie dat Ik ben?" En Petrus zei: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God." En niet lang daarna zei Christus: "Ga achter Mij." Dat moet beslist een pijnlijke ervaring voor Petrus zijn geweest.

Ik denk niet dat de Farizeeën Hem vriendelijk, zachtmoedig en mild vonden, toen Hij hun die reeks bijtende terechtwijzingen toediende. In Mattheüs 23 noemde Hij hen dwazen, huichelaars, blinde leidslieden, wetteloos, witte graven, slangen en adderengebroed. Hij was hiervan zo overtuigd, dat Hij er de voorkeur aan gaf ter dood te worden gebracht, boven het sluiten van vrede met hen. Jezus Christus had heel sterke en vurige overtuigingen. En die overtuigingen waren in Zijn geval juist.

U bent waarschijnlijk allemaal vertrouwd met plaatsen in de schriften waar wordt gesproken over de wraak van het Lam. Normaal denken we er niet aan dat een lammetje wraak zou koesteren. Maar dit Lam heeft het vermogen tot een heel grote wraak. Gemeente, er is grote VURIGHEID in onze God met betrekking tot dingen die rechtvaardig zijn. Hier in Johannes 2 is Hij oprecht verontwaardigd over de onverschilligheid en het gebrek aan respect en vrees voor God, zoals dat tot uiting kwam in hun verkeerde gebruik van heilige dingen. In dit geval was het heilige ding de tempel van God.

Bedenk dat de tempel een symbool is van de kerk. Het is de plaats van omgang met God en de plaats die centraal staat in de omgang van Gods volk. In die tempel, dus in dat Lichaam, verwacht God dat er een plaats zal zijn van hartelijke familiewarmte en zorg voor elkaar.

We gaan nog een stap verder. We gaan kijken in het Oude Testament, naar de plaats waaraan deze woorden "De ijver voor uw huis zal Mij verteren." zijn ontleend. Die aanhaling komt uit Psalm 69. Laten we die psalm opslaan en naar de verzen 7 tot 13 kijken.

Psalm 69:7a Laten om mij niet beschaamd worden wie U verwachten, Here HERE der heerscharen; ...

Luister naar wat de psalmdichter hier zegt. Het kan zijn dat David die psalmdichter was. Het kan iemand anders zijn geweest. Het is een gebed dat aan David wordt toegeschreven en misschien is het wel absoluut zeker dat het David was. Hij zei:

Psalm 69:7b-8 ...; laten om mij niet schaamrood worden wie U zoeken, o God van Israël. 8 Want om Uwentwil draag ik smaad, bedekt schaamte mijn gelaat.

Luister waarom hij door deze vervolging moest: schaamte bedekte zijn gelaat en hij heeft smaad gedragen vanwege zijn houding jegens God.

Psalm 69:9-13 Ik ben een vreemde geworden voor mijn broeders, een onbekende voor de zonen van mijn moeder; 10 want de ijver voor uw huis heeft mij verteerd, en de smaadwoorden van wie U smaden, kwamen op mij neder. 11 Ik weende onder het vasten van mijn ziel, maar het werd mij tot diepe smaad; 12 ik maakte een rouwgewaad tot mijn kleed, maar ik werd hun tot een spreekwoord. 13 Wie in de poort zitten, praten over mij, en een spotlied [we zouden kunnen zeggen dat hij het onderwerp was van spotliederen] van drinkers.

David werd het mikpunt van sarcastische bespotting, zelfs van bitterheid, omdat hij ijverig was voor God. David deed het volgende van ganser harte: gehoorzamen aan God, spreken over God, proberen mensen zich tot God te laten keren, een juist voorbeeld stellen voor God. David kon dus geen mensen voor God winnen, in plaats daarvan vertelden ze sarcastische en smerige verhalen over David. Vanwege zijn ijver voor God, werd hij te schande gezet.

Ik breng dit naar voren omdat dit, geloof het of niet, ook in de kerk zal gebeuren, binnen de gemeenschap van Gods volk. Ik kan bijna garanderen, dat als u een meer dan gebruikelijk enthousiasme voor God tentoonstelt, veel studeert, veel over God en Zijn woord praat, dat zelfs leden u zullen mijden en waarschijnlijk ergert u sommigen van hen.

Heeft ooit iemand tegen u gezegd: "Kom op, doe wat minder serieus, zondig eens een keertje." Er waren kerkleden die dat tegen mijn vrouw en mij hebben gezegd. "Kom op, zondig ook eens een keertje, Ritenbaugh." Zij waren geërgerd.

Dat zal binnen de kerk gebeuren en het overkwam David. Israël was in die tijd Gods kerk. Het was Zijn gemeente. En de mensen bespotten hem vanwege zijn ijver voor God.

We gaan nog wat verder terug, naar Deuteronomium 4, vers 21. Hier staat ook een interessante uitspraak over onze God. We willen kijken naar wat Hij is, omdat Hij is, waarop wij willen gaan gelijken. Hij is degene die wij willen nadoen.

Ik probeer u allen te helpen om te zien dat God van ons verwacht, dat we vurig over Hem zijn. Dat maakt deel uit van Hem ernstig zoeken. Hij wil het soort vurigheid dat Hij beschrijft, als dat van een bruid, die haarzelf voorbereidt op het huwelijk.

Deuteronomium 4:21-24 Maar de HERE werd toornig op mij om uwentwil [Is God vurig? Hij werd toornig op Mozes omwille van Gods volk.] en Hij zwoer, dat ik de Jordaan niet zou overtrekken en in het goede land niet zou komen, dat de HERE, uw God, u tot een erfdeel geven zal. 22 Want ik zal in dit land sterven, ik zal de Jordaan niet overtrekken; maar gij zult die overtrekken en dat goede land in bezit nemen. 23 Neemt u ervoor in acht, dat gij het verbond van de HERE, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt in de gedaante van iets, dat de HERE, uw God, u verboden heeft. 24 Want de HERE, uw God, is een verterend vuur, een naijverig God.

Er is vurigheid in Gods relatie met Zijn mensen. In de tien geboden, in het tweede gebod, zegt Hij: "Want de HERE, uw God, is een naijverig [jaloers] God." Weet uw wat jaloezie is? Zoek het op in een woordenboek. Het is een gepassioneerde onverdraagzaamheid, zelfs een vijandigheid, tegen een rivaal. Het wordt ook gedefinieerd als waakzaam zijn in het bewaken van een bezit.

Hier vertoont God een gepassioneerde reactie op een rivaal. Die rivaal is afgodendienst. God zal geen afgodendienst toestaan zonder te reageren, omdat afgodendienst een verdeelde loyaliteit bevordert. We zijn van Hem en Hij kiest er niet voor ons te delen met iemand of iets anders.

Nu naar Exodus 34, de verzen 12 tot 16.

Exodus 34:12-16 Neem u in acht, dat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land, waarheen gij gaat, opdat zij niet tot een valstrik in uw midden worden. 13 Integendeel, hun altaren zult gij omverhalen, hun gewijde stenen verbrijzelen en hun gewijde palen omhouwen. 14 Want gij zult u niet nederbuigen voor een andere god, immers de HERE, wiens naam Naijverige is, is een naijverig God. [Ik zeg dat dit vrij ver gaat. God noemt Zichzelf wat Hij is en Hij is jaloers.] 15 Sluit toch geen verbond met de inwoners van het land; wanneer zij hun goden overspelig nalopen en aan hun goden offeren, dan zouden zij u uitnodigen en gij zoudt van hun slachtoffer eten. [Het Nieuwe Testament spreekt ook over het eten van dingen die aan afgoden waren geofferd.] 16 Wanneer gij van hun dochters voor uw zonen neemt en zij haar goden overspelig nalopen, dan zouden zij tevens uw zonen tot overspelig nalopen van haar goden verleiden.

Ziet u wat er gebeurt? Ziet u op welke manier God afgodendienst beschrijft? Hij beschrijft het als overspel, omgang hebben met de vrouw van iemand anders. Dat is een zaak van verdeelde loyaliteit. God wordt witheet. Hij wordt boos. Hij is jaloers.

Zoals we in feite in Deuteronomium 4 zagen, wordt Hij zo witheet, dat Hij Zichzelf als een verterend vuur beschrijft. Vuur symboliseert Gods stralende heerlijkheid als een aspect van Zijn heiligheid.

Begrijp dit. Jalouzie en ijver zijn tegenovergestelde kanten van dezelfde medaille. Beide worden door passie aangedreven. Eén van hen is positief, de ander is negatief. Eén is voor, één is tegen. IJver is gepassioneerd voor iets of iemand. Jalouzie is gepassioneerd tegen iets of iemand. Op dezelfde manier is vuur heet en is zowel positief als negatief. Het symboliseert zowel zuiveren en reinigen aan de ene kant, als dood en verwoesting aan de andere kant.

Het patroon is te vinden in de manier waarop God Zijn gevoelens jegens ons uitbeeldt. Hij is een verterend vuur. Met Zijn passie zal Hij of reinigen of vernietigen. Hij is of vurig vóór iets of vurig tegen iets.

U kent het verschil. Hij is vóór degenen die met Hem zijn; Hij is hun loyaal tot het alleruiterste. Maar Hij is tegen zonde. Hij is tegen niet-loyaal zijn. En Hij is ertegen met net zo'n vurigheid als Hij vóór degenen is die Hem liefhebben en Hem ernstig zoeken. Zijn houding is op geen enkele manier, in geen enkele vorm koel, maar juist heet. En Hij wil dat we op dezelfde manier reageren.

Op welke manier, in welke houding, zoekt u God? Is het ijverig? Is het ernstig? Is het oprecht? Is het met warmte en hartstocht en toegenegenheid? Is uw zoeken het hartstochtelijk najagen van iemand die u liefhebt — iemand die in de nabijheid van die persoon wil zijn en Hem werkelijk wil leren kennen — omdat we per slot van rekening met Hem in het huwelijk zullen treden en de eeuwigheid met Hem zullen doorbrengen? Of lijkt het meer op een afstandelijke, academische houding, een houding van 'neem me maar zoals ik ben of anders niet', omdat we niet voor dwaas versleten willen worden of anderen met onze ijver ergeren? Denk daar eens over na.

Terwijl u daar over nadenkt, slaan we Jeremia op. Deze keer Jeremia 29. Het onderwerp is hier de profetie over de zeventig weken. God is bezig met het uitvoeren van een plan, naar een doel toe, en Hij zegt Jeremia en het volk dat ze zeventig jaar in ballingschap zullen verkeren. Laten we de draad oppakken in vers 10.

Jeremia 29:10-14 Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen [terug naar het vaderland]. 11 Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester [God heeft liefhebbende gedachten jegens hen en Hij is bezorgd over hen.], luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven. 12 Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen; 13 dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart. 14 Dan zal Ik Mij door u laten vinden, luidt het woord des HEREN, en in uw lot een keer brengen; dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb, luidt het woord des HEREN, en u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren.

"Wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart!" Er is een voorwaarde aan verbonden! Klopt dat met Hebreeën 11, vers 6, waar staat dat God een beloner is van wie Hem ernstig zoeken? ... dat God kinderen om Hem heen verlangt die echt bij Hem willen zijn, die niet gevangen zitten in de afstandelijkheid van deze tijd waarin we leven, maar een warmte hebben, een echt verlangen en een hartstocht om met God samen te zijn?

God duidt er hier op, dat we moeten zoeken alsof we naar iets uitkijken dat van vitaal belang voor ons is. Als we een waardevol juweel zouden verliezen, dan zouden we het huis op zijn kop zetten om het weer terug te vinden. We zouden dat met ons gehele hart doen. We zouden er ijverig in zijn! Het principe waar we het hier over hebben, is niet alleen van toepassing op religie. Het is ook op veel andere gebieden van het leven van toepassing.

Denk eens aan uw ervaringen bij het beginnen aan een nieuwe hobby, een nieuw spel of een nieuwe baan. U zult zich herinneren dat u zich erg inspande om van iedere nuance gedetailleerd op de hoogte te zijn. Wat het ook was, u ging er ijverig tegenaan.

Openbaring 2 geeft ons onderwijs met betrekking tot de kerk te Efeze, die met een grote mate van vurige liefde begon aan de relatie met Christus. Hun hartstocht degenereerde heel erg, tot een dusdanig lauwe relatie, dat Hij hun moest zeggen zich te bekeren en opnieuw de eerste werken te doen.

Wat gebeurt er met een vuur dat u niet verzorgt? Van nature gaat het uit. Het begint af te koelen. Onze relatie met God is niet anders. We moeten iets doen om de relatie vurig te houden. Deze blijft niet uit zichzelf vurig, zelfs al verlangt God Zelf een heel warme en hartstochtelijke relatie met ons. Wat Hij hieraan kan doen is beperkt. Er moet een reactie van onze kant komen. Hij wil dat wij reageren, omdat wij iets in Hem zien dat het waard is om op te reageren.

Daarom staat er in 2 Timotheüs 1 dat we de geest die in ons is, moeten aanwakkeren. Zelfs al is de vurigheid aanwezig, al is die binnen in ons, hij moet in stand gehouden worden door onze reactie. De kerk te Efeze is een getuige voor alle tijden, dat dit moet worden gedaan — dat een hele groep mensen hun vurigheid kan verliezen.

De kerk te Laodicea is een getuige voor alle tijden van mensen die apathisch werden, omdat zij zich toestonden door de wereld om hen heen te worden afgeleid. Hun gehele vurigheid ging op in een hartstochtelijk streven naar rijkdom, vermaak en een zelfbevrediging in materiële zaken. Die vurigheid ging niet op in het bouwen van een relatie met God. Zij degenereerde zover dat Christus buiten aan de deur staat en vraagt of Hij mag binnenkomen.

Raad eens waar deze uitspraak die in Jeremia 29, vers 13, staat, nog meer voorkomt. Dit was niet de eerste keer dat deze in de bijbel voorkwam. Hij komt ook voor in dat hoofdstuk waar we eerder waren, in Deuteronomium 4. Laten we Deuteronomium 4 nog eens opslaan. Bedenk dat God hier iets eerder zei, dat Hij een verterend vuur is. Laten we de draad oppakken in vers 27. Hij waarschuwt het volk alweer, dat indien zij vergeten ...

Deuteronomium 4:27-31 De HERE zal u onder de natiën verstrooien en gij zult met een klein getal overblijven onder de volken, bij wie de HERE u brengen zal; 28 dan zult gij daar goden dienen: werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen noch eten noch ruiken. 29 En dan zult gij daar de HERE, uw God, zoeken en Hem vinden, wanneer gij naar Hem vraagt met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 30 Wanneer het u bang zal zijn en in de toekomst al deze dingen u zullen overkomen, dan zult gij u bekeren tot de HERE, uw God, en naar Hem luisteren. 31 Want de HERE, uw God, is een barmhartig God, Hij zal u niet verlaten noch u verderven en Hij zal niet vergeten het verbond met uw vaderen, dat Hij hun onder ede bevestigd heeft.

Dat is heel interessant, nietwaar? Denkt u, dat God zal reageren op een relatie die alles weg heeft van een koude vis? Ik geef daar geen antwoord op. Ik laat die vraag gewoon hangen. Het zou kunnen dat Hij vanuit barmhartigheid reageert, maar vanuit Zijn woord wordt het heel duidelijk wat Hij werkelijk wil. Weet u wat dat is? Hij wil dezelfde relatie met u en mij, die u wilt van uw partner, die u wilt van uw kinderen en die u wilt van uw ouders. Eén met warmte, vriendelijkheid, genegenheid, goedhartigheid, één die van harte open is.

Waar denkt u dat wij deze gevoelens vandaan hebben? We kregen die van onze God. En nu wil Hij ze terug via een toegenegen en liefhebbende relatie. Hij zegt ons, dat als wij op die manier op Hem reageren, dat Hij dan veel meer geneigd is onze gebeden te beantwoorden.

Doen ouders dat ook niet? Bent u geneigd gunstig te reageren op een kind dat koel is en afstandelijk en u ongehoorzaam? Bent u niet veel meer geneigd te reageren op een kind, dat u liefheeft en zich aan u onderwerpt en u eert? Zeer zeker. Waar kregen we dat vandaan? Zo zit God in elkaar.

Laten we naar drie dingen kijken die hier tussen de verzen 27 en 30 aan de orde komen. Ten eerste, God kan, waar je ook maar bent, worden gezocht — zelfs in gevangenschap. Dit is erg belangrijk, omdat het — zoals we later zullen gaan zien — betekent, dat het God niet uitmaakt waar je bent, je kunt Hem gehoorzamen.

Jozef gehoorzaamde Hem in de gevangenis. Jeremia gehoorzaamde Hem in een diepe put, half verzonken in de modder. Daniël gehoorzaamde God aan het hof van Nebukadnessar! Met allerlei politieke intriges rondom hem heen en de beïnvloeding van zijn collega's daar aan het hof om zich te voegen naar de afgodendienst van Nebukadnessar en zijn machtskliek. Daniël hield vast aan God, omdat hij God zocht.

Tussen Daniël en God bestond een gepassioneerd gevoel, omdat hij God werkelijk liefhad. Daniël was bij diverse gelegenheden bereid zijn leven te verliezen, omdat hij zoveel waarde hechtte aan die liefde voor God.

Ten tweede, dit moet worden gedaan met ons gehele hart, onze gehele ziel. Dat betekent met ons gehele wezen, alles wat er in ons is. Ten derde, dit is bestemd voor de laatste dagen. We moeten ons bekeren en naar Zijn stem luisteren.

Ik wil nu onze aandacht richten op het punt van bekering en gehoorzaamheid met betrekking tot het ernstig zoeken van God. Laten we Amos 5 opslaan. Een schitterend hoofdstuk uit Amos, dat betrekking heeft op het zoeken van God.

Amos 5:4 Want zo zegt de HERE tot het huis Israëls [Dit is tot ons, in de laatste dagen, geschreven.]: Zoekt Mij en leeft.

Denk er eens over na, wat er zal gaan gebeuren met de Verenigde Staten en het Britse Gemenebest. Ik weet niet hoever de verwoesting die komt, nog verwijderd is. Profetie laat ons weten, dat er een geweldig aantal mensen zal sterven in die periode die nu vlak voor ons ligt — of dat nu door natuurrampen gebeurt of door oorlogsvoering. Er zal een geweldig aantal mensen sterven. God zegt: "Zoekt Mij en leeft!"

Amos 5:5-6 Maar zoekt Betel toch niet, en komt niet naar Gilgal, en trekt niet naar Berseba. Want Gilgal wordt onherroepelijk weggevoerd en Betel gaat teniet. 6 Zoekt de HERE en leeft [Hij heeft het over letterlijk leven door de verwoesting en gevangenschap heen, die komen gaat.], opdat Hij niet vare als een vuur in het huis van Jozef en het vertere, terwijl er geen blusser zal zijn voor Betel.

Laten we verdergaan in vers 14.

Amos 5:14-15 Zoekt het goede en niet het kwade, opdat gij leeft en aldus de HERE, de God der heerscharen, met u zij, gelijk gij zegt. 15 Haat het kwade en hebt het goede lief, en houdt het recht hoog in de poort; misschien zal de HERE, de God der heerscharen, Jozefs rest genadig zijn.

Ik wil de achtergrond van vers 5 duidelijk maken, zodat we dit vers begrijpen. Om dat te doen gaan we naar het boek Genesis, maar houdt uw vinger hier. We gaan naar Genesis 28:12. Jakob is hier de hoofdpersoon en hij had een ervaring met God.

Genesis 28:12-17 Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neder. 13 En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. 14 En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. 15 En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd. 16 Toen Jakob uit zijn slaap ontwaakte, zeide hij: Waarlijk, de HERE is aan deze plaats, en ik heb het niet geweten. 17 En hij vreesde en zeide: Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels.

Jakob had deze ontmoeting met God nadat hij door bedrieglijk gemanipuleer zijn broer Esau het eerstgeboorterecht had ontnomen en daarna ook nog de zegen. Esau was uiterst verontwaardigd — hij was zo geweldig boos — dat hij liet bekendmaken dat er een prijs op Jakobs hoofd stond. Hij zou hem doden.

Jakob deed dus wat iedereen in zo'n situatie zou doen. Hij vluchtte. Hij besloot dat hij naar de familie van zijn moeder zou gaan, naar Laban in Syrië. Onderweg stopte hij op deze plaats. En hier had hij die ontmoeting met God.

Hij zag in een droom een ladder die tot in de hemel reikte, met engelen die hem beklommen en erlangs afdaalden, geen mensen, engelen. Vers 13 is heel belangrijk: "En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: ..." Verder behoeven we niet te gaan.

"De HERE stond bovenaan." Ik geloof dat dat niet juist is vertaald. De Revised Standard Version, de Revised English Bible, en de New International Version vertalen allemaal dat God naast hem stond. Met andere woorden Hij stond aan de voet van de ladder, niet bovenaan. Hij stond aan de voet van de ladder naast hem. Niet alleen die bijbels vertalen het op die manier, of hebben een aantekening in de marge die het zo vertaalt of er zo naar verwijst, ook andere bijbels vertalen het zo: "En zie, de HERE stond naast hem en zeide: ..."

Met andere woorden God daalde de ladder af. Hij openbaarde Zichzelf in die plaats. Daarom zei Jakob: "God is in deze plaats." Daarom noemde hij die plaats Betel, wat betekent: "dit is Gods huis." Niet "God is in de hemel", maar Jakobs Gods was daar op die plaats — dat was Zijn huis.

Betel werd in latere jaren om die reden en om wat Jakob daar ervoer een heiligdom. Jakob had daar niet alleen maar een ontmoeting met Hem, maar er gebeurde iets met Jakob.

Wat gebeurde daar? Jakob kwam daar aan als iemand met een prijs op zijn hoofd en met een verleden, een man die schuldig was aan allerlei bedrieglijke listen. Hij was schuldig aan diefstal. En in één betekenis van het woord was hij inderdaad schuldig aan een zonde of een misdaad, waarop de doodstraf stond. God zag dat op geen enkele manier door de vingers. God had Jakob al van te voren verkozen — toen Esau en Jakob beiden nog in de baarmoeder waren.

Wat hier gebeurde is, dat God bevestigde dat Hij Jakob had verkozen en dat Hij ondanks alles met Jakob doorging. Jakob arriveerde daar als een man met een prijs op zijn hoofd, een man zonder toekomst. Hij werd zodanig veranderd, dat hij nu wel een toekomst had, en een hoop had waaruit hij kon leven. Hij werd hierdoor zo bemoedigd, dat hij toen beloofde dat hij Hem alle dagen van zijn leven de tiende zou geven.

Dat is niet het enige dat daar gebeurde. Verschillende hoofdstukken later, we slaan dat niet op, in hoofdstuk 35, was Jakob op de terugreis naar zijn vaderland, naar het gebied waar zijn familie leefde. Hij stond op het punt Esau te ontmoeten en hij kwam opnieuw langs Betel.

Wat er de tweede keer gebeurde was zelfs nog belangrijker met betrekking tot die verandering dan wat er de eerste keer gebeurde. Want de tweede keer dat hij daar langs ging, worstelde Jakob met Christus. Ze worstelden de gehele nacht. 's Morgens hield Jakob nog steeds vol, ondanks dat zijn heup was ontwricht. Hij had ongetwijfeld heel wat pijn te verduren. Hij liet Christus zien, dat hij iemand was die vasthoudend was en door Hem gezegend wilde worden, zelfs al moest hij daar heel wat pijn voor verduren. Hij zocht God ernstig door te volharden om zijns levens wil.

Dus Christus zegende hem. Hij veranderde zijn naam van Jakob in Israël. Vanuit bijbels oogpunt lijkt dit erop te duiden dat Jakob daar als een onbekeerd iemand aankwam. Hij ging daar als bekeerde weg. Zijn leven was door een krachtmeting met God veranderd.

Nu zijn er honderden jaren voorbij gegaan, zelfs meer dan duizend. En het volk Israël herinnert zich wat één van de voorvaderen van de natie is overkomen. In de tussentijd is Betel een religieus heiligdom geworden. De mensen gaan daarheen om het Feest te houden, hun heilige dagen te vieren. En ze gaan daarheen met het begrip van de geschiedenis die aan die plaats is verbonden. Ze gaan daarheen met het idee van verandering.

Wat Amos hier in hoofdstuk 5 doet, is het maken van een vergelijking. Hij maakt een vergelijking en geeft tegelijkertijd advies.

Deze mensen trokken op naar Betel, maar ze werden er niet door veranderd. Ze zochten Betel door erheen te reizen, maar er vond geen verandering in hun leven plaats.

Hij illustreert dit door het bewijs aan te halen dat hij in de straten ziet, dat hij in het zakendoen ziet, dat hij ziet in het onrecht van de gerechtshoven. Dat zijn de dingen die in de verzen 7 tot 13 worden opgesomd. Zijn advies luidt dan ook, dat ze God moeten zoeken en niet Betel.

Ik wil u attent maken op iet heel interessants over het bijbelse gebruik van het woord "zoeken". Het volk zocht Betel, nietwaar? Wat betekent het woord "zoeken" voor ons? Betekent het niet dat we zoeken in de hoop iets te vinden?

Wacht eens even! Probeerde dit volk Betel te vinden? Amos zei dat ze Betel zochten. Ze wisten waar Betel lag! Als ze niet wisten waar het lag, zouden ze niet hebben geweten hoe er te komen. Ze wisten waar Betel lag.

Zoeken betekent in de bijbel iets heel anders dan iets proberen te vinden. We moeten hieraan denken in relatie met God — omdat God met u en mij hetzelfde heeft gedaan als met Jakob. Hij kwam via de ladder naar beneden en Hij openbaarde Zich aan ons. Wij vonden Hem niet. We zouden niet eens weten waar we voor de God van de bijbel naar moesten uitkijken.

Hij kwam via de ladder naar beneden en Hij stond naast ons en Hij openbaarde Zich aan ons. We behoeven Hem niet meer te vinden. God zoeken betekent geheel iets anders dan zoeken met het doel Hem te vinden.

Wat werden ze verondersteld te zoeken in Betel? Verandering. Maar het feit is, dat ze er weer vandaan gingen en onveranderd thuiskwamen. Er was in het geheel niets mis met Betel, het was zomaar een plaats, dat is alles. Net als San Antonio een plaats is waar we het Loofhuttenfeest houden. Het is niet meer dan een plaats.

Er was in het geheel niets mis met Betel. Er was in het geheel niets mis met de God van Betel. De God van Betel is dezelfde God die wij dienen. En Hij is dezelfde, gisteren, vandaag en voor altijd. Hij is overal tegelijkertijd aanwezig. Maar er was iets mis met het volk, en dat iets was het bewust verharden van het hart.

Weet u wat ze deden? Ze gingen naar Betel en ze namen deel aan de diensten. Ze zongen de liederen. Ze gingen met elkaar om terwijl ze daar waren. Ze aten maaltijden met elkaar. Maar ze werden niet veranderd. Ze zochten God niet met hun gehele hart, ze voerden hun religieuze plichten uit. Hun tocht naar Betel was niets meer dan een vakantie.

Wat is het bewijs, dat God Zich echt aan iemand heeft geopenbaard, dat iemand echt een ontmoeting heeft gehad — zoals we zouden kunnen zeggen — met de God die verandering teweegbrengt? Want dat gebeurde er met Jakob. Toen hij God ontmoette, begon hij te veranderen.

De eerste keer werd zijn denken veranderd van een denken in angst naar een denken in hoop. Hij werd veranderd van iemand die voor zijn leven op de vlucht was, in iemand die uitkeek naar wat de toekomst hem te bieden had. De tweede keer onderging zijn hart een verandering en werd hij bekeerd. Deze keer was hij zo dichtbij God dat hij met Hem worstelde.

Dat behoort ons iets te leren over het soort mensen dat indruk op God maakt — dat zijn de mensen die met Hem worstelen. Er is vurigheid betrokken bij worstelen. Al deze beelden van de relatie die God met Zijn volk wil hebben, vinden we door de gehele bijbel heen terug. Ze moeten bereid zijn met Hem te worstelen, desnoods de gehele nacht, om die zegen te verkrijgen, volhardend zijn en niet opgeven.

Als we in contact komen met God, gaat er iets gebeuren. Tenminste als we werkelijk in contact komen en we Hem werkelijk zoeken. Amos zegt het volgende. Vanwege de dingen die hij in de straten zag, vanwege de dingen die hij in het zakendoen zag, vanwege het onrecht dat hij zag in de gerechtshoven, moest hij de conclusie trekken dat de mensen Betel zochten, maar niet de God van Betel.

Als dat wel het geval zou zijn geweest en ze hadden het met hun hele hart gedaan, dan zouden ze die God hebben gevonden en hun leven zou zijn veranderd. Er zou in de straten een en ander zijn veranderd. Er zouden veranderingen hebben plaatsgehad binnen de gezinnen. Er zouden veranderingen zijn geweest in de manier van zakendoen. Er zouden in allerlei opzichten veranderingen in hun leven hebben plaatsgevonden.

We weten dat God op deze manier in elkaar zit, omdat 2 Corinthiërs 3:18 ons zegt, dat we uiteindelijk veranderd zullen worden in wat Hij is. Dat is het einde van het proces van verandering.

Begrijp het volgende: God zoeken op de manier zoals de bijbel bedoelt, betekent: Zoek Mijn manier van leven. Zoek verandering. Zoeken betekent in bijbelse zin keert u tot Mij, bekeert u — het betekent niet "grondig nasporen". Tegen de tijd dat iemand echt de ware God begint te zoeken, weet hij al wie Hij is en waar te gaan, omdat God Zich aan hem heeft geopenbaard.

We gaan naar enkele van die bewijzen van verandering kijken, veranderingen die plaatsvinden omdat iemand echt God met zijn gehele hart heeft gezocht. De voorbeelden die ik geef, zijn niet uitputtend voor wat betreft de veranderingen die kunnen plaatsvinden — ik geef de voorbeelden die hier in dit korte hoofdstuk staan. We behoren dus te kunnen inzien, dat als we God zoeken er veranderingen zullen gaan plaatsvinden.

De manier waarop Amos dit doet, is door te laten zien wat ze nog steeds deden nadat ze van Betel terugkwamen. Laten we beginnen in vers 10. Bedenk dat deze mensen terugkomen van Betel. Dit zijn de bewijzen die hij in hun leven ziet.

Amos 5:10 Zij haten in de poort wie opkomt voor het recht [Denk eens aan David in Psalm 69. Wat overkwam hem omdat hij ijverig was voor God?], en verafschuwen wie spreekt in oprechtheid.

U doet wat juist is en de mensen beginnen u te vervolgen. Zoals ik eerder zei, het kan — droevig genoeg — zelfs binnen de kerk gebeuren.

Amos zegt, dat het eerste dat gebeurt als we werkelijk zijn veranderd, een ontmoeting met God hebben gehad, is dat men zal zien dat we ons tot Gods waarheid wenden. Onze houding zal veranderen in de richting van Gods waarheid.

Weet u nog wat de dichter zei in Psalm 119:97? "Hoe lief heb ik Uw wet!" Hij had die wet lief. Hij schepte behagen in het bestuderen van Gods woord. Als iemand iets liefheeft, wat wil hij er dan mee doen? Hij wil erover praten! Het delen met anderen.

Is dat niet wat er gebeurt? Zeer zeker, gebeurt dat. Je kunt bijna de mate van iemands bekering afleiden van hoe graag hij het woord van God bestudeert. "Uit de overvloed van het hart spreekt de mond." Dat zijn de dingen die Amos hier op beknopte wijze onder woorden brengt. Het enige wat je moet doen, is het tegenovergestelde nemen van wat hij zegt.

Als we God werkelijk zoeken, gaan we Zijn woord liefhebben. We zullen vasthouden aan alles dat van Zijn mond uitgaat — omdat we zien wat het waard is. Het meest waardevolle dat iemand kan bezitten, is het woord van God.

Deze mensen (in Amos) toonden in alle opzichten in hun leven, dat ze weigerden door de waarheid te worden geregeerd.

Het tweede gebied vinden we in vers 11.

Amos 5:11 Daarom, omdat gij de geringe vertrapt en hem geschenken in koren afperst; ook al hebt gij huizen van gehouwen steen gebouwd, gij zult er niet in wonen; ook al hebt gij kostelijke wijngaarden geplant, gij zult er de wijn niet van drinken.

Het gaat me hier voornamelijk om de eerste helft van dit vers, omdat Amos zegt dat de volgende verandering zal plaatsvinden op het gebied van relaties met de medemens. In de kerk noemen we dit broederlijke omgang. Amos zegt in principe, dat de onveranderde houding jegens mensen er één is van mensen te gebruiken om het eigenbelang te bevorderen. Mensen zijn objecten, die door de niet-bekeerden worden gebruikt.

Houdt uw vinger hier bij het boek Amos. Laten we nu eerst Lucas 22, de verzen 24 tot 27, opslaan. Dit zijn heel bekende verzen.

Lukas 22:24-27 Er ontstond ook onenigheid onder hen [Hier hebben we vurigheid, gevoelens.] over de vraag, wie van hen als de eerste moest gelden. 25 Hij zeide tot hen: De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. 26 Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. 27 Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden [Hier komt het voorbeeld. Hier volgt het patroon.] als dienaar.

We hebben een sterke neiging deze verzen toe te passen op mensen die met autoriteit zijn bekleed. Maar ze zijn op iedereen, ongeacht positie, van toepassing. De wereldsgezinde mens doet zijn voordeel met iedere gelegenheid die zijn eigenbelang ten goede komt. De wereldse mens zal liegen, intrigeren, stelen, de waarheid verdraaien, bedriegen, anderen lasteren, zijn ouders niet eren, zelfs doden, om te bereiken wat hij wil, als eerste te eindigen, te winnen, goed over te komen, bijval te krijgen of rijkdom te verwerven.

Men zegt wel: "Winnen is het enige waar het om draait." "Als je het hebt, laat dan ook merken dat je het hebt." Dit zijn extremen, maar dat is toch wel de richting en de houding van het wereldse denken. De niet-bekeerden gebruiken medemensen en situaties voor hun eigen voordeel.

Een bekeerd iemand, iemand die door God is veranderd, zal dat niet doen. Hij zal zichzelf, nederig en bereidwillig, zoals Christus, in de positie van de dienaar plaatsen. Hij zal anderen niet gebruiken. Hij zal toelaten dat hij wordt gebruikt; dat is een bewijs dat hij is veranderd.

Deze houding, die in de wereld heerst, is uitzonderlijk belangrijk voor ons die zijn opgegroeid onder de alles doortrekkende invloed van het Amerikaanse kapitalisme. Deze houding van intense wedijver is de drijvende kracht, de motivatie achter bijna alles wat er in dit land gebeurt. Waar we dus in het algemeen getuige van zijn, onder het publiek, is een overvloed van praktisch alles, behalve van ware liefde.

Het is één van de hoofdredenen, dat echtscheiding heden ten dage zo wijdverbreid is. IJdelheid en trots drijven man en vrouw ertoe te wedijveren in plaats van samen te werken. Echt in contact komen met God is een nederig makende ervaring. Omdat we dan onszelf kunnen gaan zien zoals we onszelf moeten zien. Daarna vindt er een verandering plaats en onstaat er een echte omgang als we Hem zoeken.

Jezus bracht dit om minstens drie redenen naar voren. De eerste is te laten zien wat Gods houding is jegens Zijn schepping. De tweede is te laten zien wat we moeten proberen na te doen. De derde is ons te helpen om bewijs te zien, dat we op de weg van bekering zijn.

Weer terug naar Amos 5. Het derde bewijs dat Amos biedt, dat iemand God echt zoekt, is een verandering in houding ten opzichte van de wet. Dit staat in vers 12.

Amos 5:12 Want Ik weet, dat uw overtredingen vele zijn, en uw zonden talrijk; gij die de rechtvaardige benauwt, die losgeld aanneemt, en die de armen in de poort terzijde dringt.

Amos zegt dat deze mensen naar Betel gingen met een overvloed aan opstandigheid in hun denken, maar bij hun terugkeer was die er nog steeds. Uiterlijk zondigden zij, omdat hun hart vervuld was van opstandigheid. Die opstandigheid kon hen niet echt schelen.

Als ze God werkelijk hadden gezocht, zouden ze iets aan die zonde, die opstandigheid zijn gaan doen. Iemand die God echt zoekt, is zo geïnteresseerd in het hebben van Gods goedkeuring op zijn handelen, dat hij bereid is elke prijs te betalen, zich elke opoffering te getroosten, om op te houden met zondigen en zodoende Zijn goedkeuring te verwerven. Het interesseerde deze mensen niet. Ze gingen gewoon door met zondigen.

Hij laat zien dat deze mensen van Betel terugkeren, niet met een houding van interesse in wat de mensen waren (of ze wel oprecht waren of niet), maar met een interesse in wat de mensen hadden en hoeveel ze bereid waren als steekpenning te betalen. Dat betekent het als er staat: "Gij die de rechtvaardige benauwt, die losgeld aanneemt." De arme die de waarheid zei, had geen schijn van kans voor de rechtbank, tenzij hij ook bereid was steekpenningen aan de rechters te betalen.

Het is gewoon een manier om te laten zien, dat deze mensen niet in moraal, in ethiek geïnteresseerd waren, maar in hoeveel geld, invloed en status zij en anderen hadden, zodat ze elkaar konden gebruiken om hogerop te komen. Dit gaat rimpelloos over in het vierde punt; dat in vers 13 staat.

Amos 5:13 Daarom zwijgt de verstandige in die tijd, want het is een boze tijd.

Het bewijs dat Amos in vers 13 geeft, is dat deze mensen bang waren om openlijk te protesteren tegen het onrecht in hun maatschappij. Waarom? Waarom zouden mensen bang zijn om iemand die verkeerd doet, aan de kaak te stellen? Omdat ze wisten, dat als ze dat deden, dat dat het einde betekende van hun vooruitzichten in de maatschappij en hun werk. Ze wilden dus iemand anders niet onderuithalen, omdat ze dan de reputatie van een onruststoker zouden verwerven ... en daarmee zou hun toekomst bedorven zijn.

Het woord 'verstandige' hier duidt op iedereen die hogerop wil komen. Ooit gehoord van hogerop willen komen? Natuurlijk — iedereen die succes wil hebben. "Je wilt toch niet je vooruitzichten bij dit bedrijf bederven? Kijk gewoon de andere kant uit. Houd je ogen gesloten. Natuurlijk, we stelen een beetje. Zeker, het is niet helemaal zoals het hoort. De regering weet niets van deze of die aflevering van goederen. Zeker, we voeren deze dingen illegaal het land in. Maar wat maakt dat uit? Als je gewoon je ogen dicht houdt, betaalt het bedrijf je en je komt hogerop." En aldus hielden degenen die een succes wilden zijn, gewoon hun mond dicht. Het kwade ging door.

Dit betekent, dat iemand die echt met God in contact is gekomen, zo bezorgd is over gerechtigheid, dat hij alles dat in zijn macht ligt, zal doen om een rechtvaardige maatschappij tot stand te brengen. Of die rechtvaardige maatschappij nu zijn gezin is, of de gemeenschap waarin hij leeft, of de kerk waar hij deel van uitmaakt.

In vers 14 zegt Amos: "Zoekt het goede." Dat betekent niet alleen maar naar het goede uit te kijken in de hoop het te vinden. Het betekent doe goed. Net als zoek God, zoek God met geheel uw hart. Het betekent niet dat we Hem moeten vinden. Hij is al geopenbaard. Het betekent wordt net als Hij. Het betekent doe goed. Maar deze mensen deden wat kwaad was. Maar als we God werkelijk zoeken, net zo handelen als God, dan hebben we de belofte dat God met ons zal zijn.

Wat heeft Amos ons hier in het algemeen te zeggen? Gemeente, dat is dat het zoeken van de ware God een ijver voor Hem en Zijn weg doet ontstaan. Laten we teruggaan naar vers 4, daar staat:

Amos 5:4 Want zo zegt de HERE tot het huis Israëls: Zoekt Mij en leeft.

Met die woorden "Zoekt Mij en leeft" in gedachten wil ik Ezechiël 33, de verzen 10 en 11, opslaan.

Ezechiël 33:10 Gij nu, mensenkind, zeg tot het huis Israëls: Aldus zegt gij: onze overtredingen en onze zonden rusten op ons en daardoor kwijnen wij weg. Hoe zouden wij dan leven?

Dat is de vraag.

"Zoekt Mij en leeft." Laten we die twee samen nemen. Ezechiël zegt: "Hoe zouden wij dan leven?" God geeft een antwoord!

Ezechiël 33:11a Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, ...

De woorden "zo waar Ik leef" zouden eigenlijk als volgt vertaald moeten worden: "Zoals Ik leef!"

Hij gaat daarna als volgt verder:

Ezechiël 33:11b ... Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, ...

"Zoekt Mij en leeft!", zegt Hij.

Ezechiël 33:11b ... Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls?

Maakt Amos 5:4 dat niet duidelijk? "Zoekt Mij" betekent "bekeert u!" ... en leef zoals Ik leef. Het betekent niet "vind Mij", maar "leef zoals Ik leef".

Laten we dit nu toepassen op het onderwerp gebed, waar we het over hebben. We gaan daarvoor helemaal terug naar de brief van Jacobus en bedenken dat het zoeken van de ware God een ijver voor Hem en Zijn weg doet ontstaan. In de brief van Jacobus, in hoofdstuk 5, de verzen 16 tot 18, staat:

Jacobus 5:16-18 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt. 17 Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; 18 en hij bad opnieuw [De implicatie is met dezelfde kracht.], en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

Ik heb het niet over een zenuwachtige opwinding of een sentimentele gevoeligheid, waar we binnen het christendom van deze wereld zo vertrouwd mee zijn. Ik heb het ook niet over een professionele uitvoering door een acteur, niet het geschreeuw en geroep van Pinkstermensen. Ik heb het over een eerlijke hartstocht, die uit een juiste omgang voortkomt, uit een relatie die een intiem gevoel van liefde — die vanuit het hart komt — heeft voortgebracht voor degene tot wie we bidden. God houdt daarvan. Hij reageert daarop door ons te geven wat we verlangen.

God zoeken betekent niet naar Hem uitkijken, maar er ijverig, vurig en oprecht naar te streven te leven zoals Hij leeft. Dit brengt ons zover dat we Hem werkelijk gaan kennen. Jezus zei, dat het kennen van Hem eeuwig leven is. Dit creëert een vurigheid die God ertoe aanzet op onze gebeden te reageren.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)