Satan (Deel 5)

Door John W. Ritenbaugh
24 oktober 1992

Samenvatting: (toon)

In deze preek over het overwinnen van Satan herhaalt John Ritenbaugh dat verwarring of gebrek aan vrede de duidelijke vrucht is van de betrokkenheid van Satan. Het is bijna onmogelijk dat er gerechtigheid wordt voortgebracht in een onstabiele omgeving waar geen harmonie heerst, ontstaan door zelfgerichte ambitie, wedijver en bittere naijver (Jacobus 3:16). Bij het hoofd bieden aan onze sluwe tegenstander (de bron van al deze verwarring) moeten we voortdurend waakzaam zijn (Jacobus 4:7; 1 Petrus 3:5-8), onrechtmatige verlangens weerstaan, Satan niet toestaan een bruggenhoofd in onze gevoelens op te bouwen. Satan werkt consequent in op onze angst dat we ons een of ander vorm van genoegen moeten ontzeggen. Als we loyaal blijven aan God, Satan weerstaan zoals Job, zal Satans macht over ons gebroken worden (1 Johannes 3:8, 5:18). Weerstand moet in onze geest en in ons denken beginnen (2 Corinthiërs 10:3-5); daar proberen demonische invloeden ons over te halen om ideeën te koesteren waarin we onszelf boven de waarheid of de kennis van God verheffen.


We komen Satan in bijna alle boeken van het Nieuwe Testament tegen. In het geval van de brief van Jacobus schreef hij deze aan een gemeente die in diverse stadia van verwarring en onderlinge strijd verkeerde.

In Jacobus 3 instrueert hij hen hoe ze "duivelse wijsheid" kunnen herkennen. Ik noem die zo, omdat Jacobus die zo noemt. Hij zegt in vers 15 dat die wijsheid "aards, ongeestelijk, duivels is." Dat behoort ons te zeggen, dat die wijsheid zijn oorsprong in Satan vindt en dat die door hem en zijn demonen wordt verspreid, waarbij ze mensen gebruiken om verwarring en wanorde onder de mensen te veroorzaken, zodat ze in termen van de kennis die God gegeven heeft, niet meer weten waar gebruik van te maken.

Jacobus zegt, dat het ontbreken van vrede een heel goed bewijs is dat Satan erbij betrokken is, omdat Gods weg niet voortbrengt wat Satans weg voortbrengt. Nogmaals, ons wordt gezegd — en dat wordt heel duidelijk gemaakt — dat als we over de bron van iets in verwarring zijn, we naar het bewijs moeten kijken, naar de vrucht die eruit voortkomt. Die zou ons een aanwijzing moeten geven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen.

Het gaat Jacobus niet om wat degenen die door Satan worden gebruikt, zeggen, maar hoe ze leven en wat ze voortbrengen in hun eigen leven en het leven van anderen. Misschien kennen we mensen die hun mening aan anderen proberen op te dringen. We hebben het allemaal in bepaalde mate gedaan. We zijn allemaal meer geïnteresseerd geweest in de eigen overwinning dan in de overwinning van de waarheid. We kennen allemaal mensen die heel sluw zijn — we zouden ze handige jongens kunnen noemen, mensen die weten hoe ze anderen en de omstandigheden ter bevrediging van hun verlangens moeten manipuleren. We zijn allemaal meer geïnteresseerd geweest in de eigen overwinning.

Sommige van deze mensen zullen liegen, bedriegen en omkopen, waarna ze heel handig hun aandeel weten te verbergen om ontdekking te voorkomen. Voor hen heiligt het doel de middelen, zelfs al moeten ze liegen, zelfs al moeten ze uit hun humeur geraken, zelfs al moeten ze ervoor pruilen om hun zin te krijgen. Dit is de houding die mensen met een andere opvatting beschouwt als vijanden die verslagen moeten worden, in plaats van als vrienden die overtuigd moeten worden.

We moeten dit allemaal zien binnen de context van wat Jacobus aan een christelijke gemeente schrijft. Dit is geen brief "aan de wereld". Hij zei dit niet op een evangelisatiecampagne, maar hij schreef dit aan een groep mensen die reeds bekeerd was.

God zegt via Jacobus, dat wat we zojuist beschreven hebben ongeestelijk is, het is duivels, het is verkeerd ten opzichte van de waarheid van God, en het is niets meer dan zelfzuchtige ambitie. (We kunnen dat uit vers 14 opmaken.) "Indien gij bittere naijver en zelfzucht hebt" — we zouden dat in de huidige tijd waarschijnlijk vertalen met zelfzuchtige ambitie, wat een vorm is van trots en arrogantie.

Als we in hoofdstuk 4 komen, gaan we zien wat het probleem is waar Jacobus de vinger op legt. Dat probleem was dat deze mensen — die deel uitmaakten van deze christelijk gemeente — oordeelden op basis van wereldse standaards en ze maakten hun eigen persoonlijke voordeel het hoogste doel binnen de gemeente.

God zegt dat dit niet van boven komt. Het is duivels. Hij geeft hier aan dat naijver, ijdelheid en zelfzucht uiteindelijk altijd verwarring, wanorde, disharmonie, onstabiliteit en andere slechte dingen zullen voortbrengen. Dit kunnen we allemaal halen uit die vijf verzen in Jacobus 3:13-18 — het dient nergens toe in termen van het voortbrengen van de vrucht der gerechtigheid. Het vernietigt veeleer geestelijk leven.

Nogmaals een herinnering dat Satan hierachter zit en dit vanuit zijn denken uitbraakt. In vers 17 staat een checklist om te kunnen ontdekken of onze acties van boven komen.

Jacobus 3:17 Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.

"Rein" duidt erop dat er geen achterliggende motieven zijn, de wijsheid is niet zelfgericht. Dit is de basiskarakteristiek en deze ondersteunt de andere punten van de checklist. Ze is rein, heeft geen achterliggend motief en ze zoekt naar waarheid.

"Vreedzaam" duidt erop dat er geen geest van wedijver bij betrokken is. Het is een manier die juiste relaties voortbrengt. Een andere manier om dat onder woorden te brengen is dat vrede liefheeft zonder wedijver.

"Vriendelijk" duidt op iemand die attent is voor anderen, zelfs al zou er alle reden zijn om straffend op te treden. Het is een woord dat in de bijbel wordt gebruikt om Gods houding jegens Israël te beschrijven. Als er iemand was die het recht had om tot straffen over te gaan, dan was het God wel, en toch waren Zijn acties ten opzichte van hen attent, zelfs terwijl Hij degene was die blootstond aan al hun boosheid en bitterheid. De zonde was tegen Hem gericht.

"Gezeggelijk" betekent onderworpen, bereid tot toegeven, gemakkelijk meegaand, verzoenend, maar het betekent in geen enkel opzicht zwak. Het betekent gewoon dat iemand niet koppig is. Het antoniem van koppig is iemand die gemakkelijk meegaand en verzoenend is.

"Vol van ontferming en goede vruchten" betekent gereedstaan om te helpen, zelfs terwijl de ander verkeerd doet; dat is heel moeilijk te doen.

"Onpartijdig" betekent standvastig in de waarheid, zonder dubbelzinnigheid, recht door zee, onpartijdig.

"Ongeveinsd" betekent dat er zelfs geen schaduw van bedrog is, oprecht, nooit voorwendend, altijd eerlijk.

Al deze karakteristieken brengen vrede voort, omdat God, niet Satan, in hen werkt. Dit zijn karakteristieken van Zijn persoonlijkheid. Zij die naar vrede streven, zijn zij die een oogst van gerechtigheid zullen voortbrengen.

We begrijpen dat er in de fysieke wereld een bepaalde omgeving nodig is om een goed gewas voort te brengen. We stoppen iets in de grond en als de omgeving niet juist is, dan zal het gewas niet precies voortbrengen wat er werd verwacht of niet zoveel als verwacht. God zegt ons dat waar Hij op uit is in ons — het gewas van gerechtigheid, de vrucht van Zijn Geest — ook een juiste omgeving nodig heeft; die omgeving is vrede. Hij zegt niet dat er in andere omgevingen helemaal geen gerechtigheid kan worden voortgebracht. Hij zegt dat het meeste en beste tot uiting zal komen in een omgeving waarin vrede heerst.

Het wordt heel duidelijk waarom Satan ernaar streeft verwarring, disharmonie en instabiliteit tot stand te brengen, omdat gerechtigheid niet goed kan worden voortgebracht in zulke omstandigheden. Hij weet wat hij doet.

Ik herinner me de film Time Bandits. Satan speelde een rol in die film; hij zat bij iets wat wel wat leek op een heel grote soepkom. Hij keek erin en kon dingen zien in de soep en zo af en toe pakte hij zijn roerijzer om in de soep te roeren, zodat alles goed door elkaar werd gemengd.

Dat is precies wat hij doet, omdat hij niet wil dat Gods doelen werken! Hij weet dat als hij de zaak in beroering brengt, er slechte relaties zullen ontstaan. Hij doet dat natuurlijk door zijn voordeel te doen met de menselijke natuur.

Toen Jacobus dit schreef, was er geen verdeling in hoofdstukken; hij ging rechtstreeks verder met de volgende gedachte, die we kunnen vinden aan het begin van hoofdstuk 4. We zien hier bevestigd dat die mensen vechtpartijen en ruzies binnen de gemeente hadden. Waar kwamen die vandaan? Zij komen voort uit onze verlangens. En precies daar roert Satan in de pot.

Wat gebeurt er als iemands verlangens rechtstreeks ingaan tegen die van een ander? Er zal een of andere botsing komen, omdat er slechts een beperkte ruimte of hoeveelheid is — of dat nu materiële rijkdom is, of een stuk land, macht, positie — naar welk aspect van het leven we ook kijken, er zijn altijd mensen die daarop bepaalde dingen verlangen — sociale status, macht of wat dan ook.

We gaan inzien waarom Satan zijn voordeel doet met onze verlangens. Mensen rechtstreeks tegen elkaar in laten gaan wordt bereikt door ze zover te krijgen dat ze gaan handelen op basis van hun verlangens. Het hebben van verlangens is niet verkeerd, maar een onwettig verlangen is dat wel.

We moeten begrijpen dat er voor de christen (binnen deze context) twee mogelijke voorwerpen van affectie zijn. De ene is de wereld en de andere is God, en ze staan tegenover elkaar.

Jacobus 4:4 Overspeligen [deze mensen behoorden tot de kerk], weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend der wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God.

Het hebben van een warme, vertrouwelijke relatie met deze wereld is het op goede voet staan met de vijand van God. Wat betekent het in de praktijk om een vriend van de wereld te zijn? Dat is het overnemen van de waarden en de verlangens van de wereld, willen wat de wereld wil in plaats van het kiezen in overeenstemming met de goddelijke standaards of de goddelijke waarheden.

Met andere woorden (als ik het nog duidelijker kan zeggen) als iemand dat doet, heeft hij zichzelf in feite ondergeschikt gemaakt aan Satan, omdat Satan de god dezer wereld is! Dat is een keus die we dus heel graag willen vermijden. Iemand van de wereld zal bijna onveranderlijk ervoor kiezen zichzelf te behagen; hij zal actie nemen op basis van zijn verlangen; hij zal ervoor kiezen zichzelf te behagen en hij zal uiteindelijk verwarring, verdeeldheid en oorlog voortbrengen. Het kan niet anders, omdat de geest van de wereld de geest van Satan is, en er zijn wetten aan het werk, en wetten brengen datgene voort waartoe ze zijn ontworpen.

Dat was het probleem in de gemeente waaraan Jacobus schreef. De apostel Paulus bracht een soortgelijk probleem in 1 Corinthiërs 3 als volgt onder woorden: "Gij zijt nog vleselijk." Dit waren bekeerde mensen, maar ze waren vleselijk en ze lieten dit zien door de keuzes die ze maakten. Dat is de sleutel. Het was niet, dat ze de geest van God niet hadden. Het was dat ze geestelijk nog zo zwak waren, dat ze ervoor kozen terug te vallen op wat ze aan karakter, begrip, kennis en visie vanuit de wereld hadden. Ze lieten zien dat Satan hun leven nog steeds overheerste.

Dat is begrijpelijk, omdat Satan een zeer sluwe en krachtige tegenstander is, maar hij kan worden overwonnen. Hij kan worden verslagen. Christus deed dat en wij kunnen dat ook, omdat Christus in ons is.

Toen ik een jongen was, waren de Tarzan films met Johnny Weissmuller in de hoofdrol erg populair. Elke film had altijd verschillende gedeelten die heel spannend waren (voor een kleine jongen, wel te verstaan) en gewoonlijk waren er minstens één of twee oerwoudscènes, waarin het of donker of schemerig was (vlak voor het invallen van de duisternis of het aanbreken van de dag); het geluid dat daarbij te horen was, was het geluid van krijsende vogels en schreeuwende apen; er was ook de standaardopname van de python die door de bomen gleed; en een opname die één van de grote katachtigen zoals een leeuw, tijger, panter of luipaard vertoonde, terwijl hij stilletjes door het oerwoud zwierf.

Er was natuurlijk ook een opname van een Amerikaan of Europeaan die daar helemaal niet op zijn plaats leek, en die er ook erg angstig en weerloos uitzag, in een omgeving waarin hij zich zeer kwetsbaar voelde. Het leek er altijd wel op dat Tarzan op het kritische moment kwam opdagen en hij zou of de dieren bevelen weg te gaan of hij zou ze in een wanhopig gevecht bestrijden en doden, zodat de bedreigde persoon werd gered.

Wat er speciaal in mijn geheugen bleef hangen was, hoe kwetsbaar die persoon er buiten zijn normale omgeving uitzag — zo zwak, zo onwetend, en zo slecht toegerust om in die netelige situatie te verkeren. En ik — in mijn plaatsvervangend delen van die ervaring met hem — was erg bang en klemde me uit angst voor hem aan de armleuningen van mijn stoel vast.

De positie van een christen met betrekking tot Satan en zijn demonen is soortgelijk, maar in één opzicht misschien zelfs erger, omdat wij veel kwetsbaarder zijn dan de Europeaan of Amerikaan in het Afrikaanse oerwoud die de bescherming van Tarzan nodig heeft. Satan, die wordt beschreven als een brullende leeuw, zoekende wie hij mag verslinden, besluipt ons. We worden omgeven door de wereld die in veel opzichten op het oerwoud (de jungle) lijkt en sommige mensen zeggen zelfs: "Het is daarbuiten een jungle."

Maar de wereld is — erger dan met wilde dieren — gevuld met mensen die zonder het zelf te weten door Satan de Duivel worden gebruikt. Met de mensheid lijkt het erop (tenminste aan de oppervlakte), dat we zijn geblinddoekt, dat we oorproppen in hebben en dat onze handen op de rug zijn gebonden, omdat Satan onzichtbaar en onhoorbaar is. Ons denken is vrij om te functioneren, maar we kunnen hem niet zien en niet horen, en hij is ongelooflijk intelligenter, slimmer en machtiger dan wij zijn.

Het is al moeilijk genoeg ons bewust van hem te zijn, laat staan dat we hem in de strijd overwinnen. Het is als met David tegen Goliat. Het is als de Israëlieten tegen de bewoners van het land — en u herinnert zich nog wel hoe beangst ze waren voor de bewoners van het land. Hoe kunnen we het ooit voor elkaar krijgen? Zullen we net als de Israëlieten terugtrekken? Hoe kunnen we het ooit voor elkaar krijgen? Er is een manier.

Laten we naar 1 Petrus 5 gaan en deze instructie ter harte nemen. Bedenk dat ik al eerder zei, dat al is Satan niet het hoofdonderwerp in deze brieven, hij toch in beeld komt, waarmee wordt aangetoond dat de apostelen zich bewust waren dat er iemand binnen de gemeente in de pot zat te roeren.

1 Petrus 5:8-9 Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. 9 Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten.

Ik zou zeggen dat dit vers zeker een aanduiding geeft, dat er weinig ruimte is voor zorgeloosheid. Er wordt een beroep op ons gedaan om grondige zelfbeheersing te hebben en waakzaam te zijn. U kunt zich voorstellen dat als u in het oerwoud zou zijn net als die Amerikanen en Europeanen in de Tarzan films, dat uw adrenalineklieren de adrenaline in uw bloed zouden pompen en iedere zenuw in uw lichaam zich bewust zou zijn van het gevaar. Uw gezichtsvermogen zou scherper worden, uw gehoor, uw bereidheid te vechten, te rennen, te vluchten — te doen wat ook maar nodig is om het leven te behouden. U zou werkelijk op scherp staan.

Wees dus op uw hoede, wees waakzaam! Waarom? Omdat Satan het erop gemunt heeft uw vertrouwen te ondermijnen, om verdeeldheid te zaaien en ons zover te krijgen dat we niet langer geloven en terugvallen op onze vroegere, wereldse manier van leven. Dat is de richting waarin hij ons probeert te duwen.

Let erop dat er staat: "Zoekende wie hij zal verslinden." (Statenvertaling: "Zoekende wien hij zou mogen verslinden.") Dat "mogen" duidt op toestemming. Het is iets dat moet worden gegeven. Hij heeft het vermogen het te doen, dat wil zeggen ons geestelijk te verslinden, maar het behoeft niet te gebeuren. Als we dit advies uit vers 8 omzetten in gebruikelijker taal van de twintigste eeuw, dan zouden we in plaats van nuchter — alhoewel daar op zichzelf niets mis mee is — zeggen "blijf rustig", "blijf met beide benen op de grond staan", "verlies je tegenwoordigheid van geest niet", "wees niet bang" of "raak niet in paniek".

Hij zegt ook waakzaam te zijn en dat betekent (in zo'n oerwoudsituatie) "alle kanten goed in de gaten te houden". Dezelfde bewoordingen worden ook gebruikt in samenhang met gebed. Het is een deel van onze verantwoordelijkheid om te bidden dat we niet in verzoeking worden geleid. Dat maakt deel uit van waakzaam zijn.

Al deze dingen — de brullende leeuw, het weerstaan, de beproevingen, het lijden, de vervolging, de volmaaktheid en de kracht — hangen allemaal met elkaar samen als onderdeel van alles wat er moet gebeuren om Gods doel te vervullen. We moeten ermee beginnen te begrijpen dat Satan — ondanks zijn ongelooflijke intelligentie, zijn slimheid en zijn macht — toch maar een onwetende pion is in Gods hand om Gods doel tot stand te brengen.

God is veel machtiger dan Satan. Ik ben er zeker van dat als we een vergelijking wilden maken, we zouden zien dat hoe groot Satans macht over ons ook is, Gods macht veel groter is dan Satans macht over ons. Ook dit speelt een rol in wat er in ons leven gebeurt.

Laten we Jacobus 4 opslaan. We zijn daar bijna aan het einde van de brief en Satan verschijnt in die brief op het toneel.

Jacobus 4:7 Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.

Biedt weerstand en hij zal vlieden. Waaraan weerstand bieden? Kijk naar de context die daaraan vooraf gaat. Biedt weerstand aan het toegeven aan een onwettig verlangen. Dat zou in de context passen, omdat Satan er altijd op uit is ons zover te krijgen dat we het onszelf naar de zin maken.

Laten we dit onderwerp verder bekijken in Efeziërs om beter te zien wat onze verantwoordelijkheden zijn. U hebt het thema in de laatste verzen wel opgemerkt, ze hadden het over onze verantwoordelijkheden — weest nuchter en waakzaam.

Efeziërs 4:26-27 Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan; 27 en geeft de duivel geen voet.

Heeft Paulus niet gezegd hem geen gelegenheid te geven om een bruggenhoofd op te richten, een aangrijpingspunt, om ons tot zonde te verleiden? Zonde brengt de dood voort en dat is Satans doel — de dood voort te brengen.

In deze context is het hem geen bruggenhoofd geven, het de duivel geen plaats geven, rechtstreeks gekoppeld aan een emotie — boosheid (toorn). Op zichzelf is boosheid geen zonde. Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet. Er is een boosheid die goddelijk is. Oprechte verontwaardiging is een goddelijke boosheid. Maar het koesteren van een boosheid om de verkeerde reden (hier komt het vervullen van een verlangen) geeft Satan het aangrijpingspunt dat hij nodig heeft. Hij zal dat heel gemakkelijk veranderen in bitterheid of zondig gedrag.

Laten we heel goed begrijpen dat het hebben van een verlangen niet ongoddelijk is. Dat is geen zonde. God gaf ons deze gevoelens, zelfs die die we misschien een beetje negatief vinden. Maar zelfs iets als boosheid is in en op zichzelf geen zonde. Het leven zou verschrikkelijk zijn zonder gevoelens. Het zou maar saai zijn. We moeten begrijpen dat dit gebieden zijn — de gevoelens die een zegen zijn van God — die Satan, als we niet oplettend, niet waakzaam en op onze hoede zijn, kan aangrijpen en omzetten in een aangrijpingspunt of een bruggenhoofd tot zonde. Daar moeten we voor oppassen. Als de emoties beginnen te werken (zelfs positieve) dan kunnen ze ons de verkeerde richting uit trekken.

Laten we Lucas 4 opslaan. De preek gaat nu een iets andere kant uit, nu we hebben vastgesteld dat dit een gebied is waar Satan kan werken, dat hij een zegen van God kan veranderen in een vloek, als we dat toelaten, als we hem de toestemming daarvoor geven. God laat ons zien dat het iets is waarover wij zeggenschap hebben.

De context in Lucas 4 is de verzoeking van Christus. We gaan niet in op de verzoekingen (ik wil hier slechts op één ding de aandacht vestigen), omdat er sommigen zijn die vinden dat Christus misschien alleen maar deze ene keer werd verzocht. Maar dat is niet waar.

Lucas 4:13 En toen de duivel alle verzoeking [tests, beproevingen, druk] ten einde had gebracht, week hij van Hem tot een bestemde tijd.

Satan moet een geweldig ego hebben. Iedereen die denkt dat hij God kan verslaan en ook echt oorlog tegen Hem voert, moet een geweldig arrogante houding hebben. We zien hier dat toen God mens werd en belemmerd werd door het vlees, dat Satan toen weer aanviel, maar hij viel niet slechts één keer aan. Hij deed dat keer op keer op keer, voortdurend uitkijkend naar een nieuwe invalshoek, een nieuw bruggenhoofd, een nieuw aangrijpingspunt.

Ik breng dat onder de aandacht, omdat ik wil dat we goed begrijpen dat zijn tests, dat zijn verzoekingen, dat zijn pogingen ons tot zonde te brengen niet zullen ophouden, voordat we in het Koninkrijk van God zijn. Hij zal blijven proberen en uit voortdurende iets andere hoeken op ons afkomen. Verwacht niet dat hij ons alleen op gebieden waarin we zwak zijn, zal aanvallen. Christus had geen enkele zwakheid. Satans arrogantie is zo enorm groot dat hij God aanviel (als we het zo kunnen zeggen) in Gods meest onneembare vesting — een aanval rechtstreeks op Gods woonplaats in de hemel; dat betekent dat hij ons ook op onze sterke punten zal aanvallen.

We kunnen er zeker van zijn, dat hij vanuit verschillende richtingen op ons zal afkomen. Als hij een keer niet slaagt, zal hij een andere keer weer op ons afkomen. Als het succes slechts gedeeltelijk is, dan zal hij vanuit een iets andere hoek opnieuw op ons afkomen. In het geval van Christus waren de aanvallen op Hem heel persoonlijk en ik twijfel er niet aan dat hij ons van tijd tot tijd ook heel persoonlijk zal aanvallen.

Tijdens dit voorval maakte Christus gebruik van de manier van werken die Hij in het werk van God zou gebruiken. Daarom waren de verzoekingen wat ze waren, omdat Christus veertig dagen had doorgebracht met hierover na te denken, erover te mediteren, proberen concrete ideeën en concepten te krijgen over hoe Hij de waarheid van God aan de wereld zou brengen; hoe Hij God de Vader zou brengen. Christus werkte Zijn plannen uit; dat waren dan ook de gebieden waarin Satan verkoos Hem aan te vallen.

1. Christus verplichtte Zichzelf ertoe om niemand met materiële middelen om te kopen. Met andere woorden, Hij zou zich niet concentreren op het voorzien in de menselijke materiële behoeften. Dat zou een verdraaiing zijn, omdat het de aandacht van de mensen op het verkeerde aspect zou richten en het christen-zijn zou veranderen in een welvaartsreligie. De aandacht, zegt Hij, moet zijn gericht op het woord van God en op het dienen van God.

2. Hij verplichtte Zich ertoe Gods standaards niet te verlagen. Ik ben er zeker van dat Jezus op de volgende manier redeneerde: God is God. Hij verandert niet. Waarheid is waarheid. Die verandert ook niet. Zwart is zwart en wit is wit en daarom wilde Hij geen volgelingen krijgen door het verlagen van Gods standaards en ze aantrekkelijk te maken door ze te verruimen. De mensen moesten hun aandacht richten op Gods waarheid en we zullen straks zien waarom, omdat die beslissend is voor het verslaan van Satan.

3. Toen Satan Christus zei Zich van de rand van het dak van de tempel te werpen, werd duidelijk dat Jezus niets van sensatie wilde laten afhangen. Hij genas alleen de mensen die tot Hem kwamen; er zat natuurlijk een zekere hoeveelheid reclame in wat Hij deed, maar er waren andere dingen die Hij had kunnen doen, die een ontzagwekkend vertoon van Zijn macht zouden hebben gegeven en Hij weigerde die dingen te doen. Alweer, dat zou de aandacht van de mensen in de verkeerde richting hebben gevoerd en ze zouden Hem zijn gaan volgen omdat er zich sensationele dingen rondom Hem afspeelden.

Laten we onze aandacht richten op wat onze manieren van verdediging moeten zijn. Ik wil dat u opmerkt dat ik zei verdediging. We kunnen hem niet zien; we kunnen hem niet horen. Er is niet heel veel dat we in offensief opzicht tegen Satan zouden kunnen doen en onze beste aanval zal de verdediging zijn.

Vielen u de instructies van de apostelen op? Biedt weerstand, sta en wees waakzaam. Ik weet geen enkel geval te noemen, dat er ook maar enigszins op duidt dat ze een offensieve actie uitvoerden. Zelfs het zwaard van Gods woord (waar we het, als we tijd hebben, over zullen hebben) is iets dat offensief gebruikt zou kunnen worden en toch is het in de context van Efeziërs 6 geheel defensief. Hij zegt sta en verdedig u tegen de vurige pijlen van Satan.

Zelfs met defensieve maatregelen kan Satan verslagen worden. U kunt er zeker van zijn dat hij in de aanval zal gaan en als hij in de aanval gaat, kunnen wij in de verdediging gaan en hem toch verslaan.

1 Johannes 2:13-14 Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen. Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader. 14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en het woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen.

Ik zei u eerder, dat als we in de brieven van Johannes komen, we zullen zien dat Satan heel veel van doen heeft met waar Johannes over schrijft. Hij wordt misschien niet rechtstreeks genoemd als zijnde Satan, maar de referentie ligt er. Hij is de boze.

Viel het u op dat het in de verleden tijd werd geschreven? Gij hebt de boze overwonnen! Hier hebben we een opmerking die heel bemoedigend op ons denken kan uitwerken; deze werd door God bedoeld om ons de wil te geven om weerstand te bieden, en ik zal u zeggen waarom. Laat me het als volgt zeggen: om ons de wil te geven standvastig in het geloof te blijven.

Satans meest aanhoudend gebruikte wapen is onze angst (hij doet zijn voordeel met onze angst) om onszelf enig genoegen te ontzeggen — iets dat ons tevreden stelt, iets waardoor we onszelf goed gaan voelen. Nogmaals, begrijp goed, dat onszelf tevreden stellen, onszelf goed doen voelen in zichzelf niet verkeerd is. Maar hij kan zijn voordeel doen met die dingen en ze verdraaien en manipuleren in iets dat verkeerd is. We krijgen op een of andere manier het gevoel dat als we dat niet tevreden stellen, dat we dan het plezier zullen missen waar we recht op hebben.

Denk nog eens aan de gebeurtenissen in de hof van Eden, omdat dat de manier beschrijft die Satan zal gebruiken om u en mij te manipuleren. Ze boden geen weerstand tegen de verboden vrucht. Ze kregen het gevoel dat ze die moesten hebben om de lust van het vlees, de lust van het oog of de trots van het leven tevreden te stellen. Wat deed Satan hier? Hij verwijderde op subtiele manier de angst in hun denken voor wat God had gezegd. Hij verdreef de vrees voor God, die in dit geval ook de vrees voor de dood was.

Hij zei: "U zult niet sterven." Dat was gedeeltelijk juist, omdat ze niet onmiddellijk stierven, maar ze stierven wel. Ze namen waarschijnlijk een hap van die vrucht, aten die op en voelden zich gerechtvaardigd in wat ze deden, omdat ze niet onmiddellijk stierven. Daarom moest Lucifer, de slang, het beslist bij het rechte eind hebben gehad.

Dit proces kunnen we ook heel duidelijk zien in het boek Job. Satan reageerde cynisch op God toen God zei: "Hebt u mijn knecht Job gezien?" Satan zei: "Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven." Maar Job bood, in tegenstelling tot Adam en Eva, weerstand. Hij trapte er niet in, zelfs niet toen Satan de meest folterende druk uitoefende door zijn gezin weg te nemen, zijn rijkdom weg te nemen en zijn gezondheid weg te nemen. Job bleef nog steeds standvastig, zelfs al waren er heel wat vragen over wat er gaande was en waarom dat gebeurde, omdat Job niet wist dat zowel God als Lucifer hier beide bij betrokken waren.

Wij weten dat wèl, omdat het in het boek is geschreven en we kunnen er dus ons voordeel mee doen. God gaf ons inzicht in het cynisme van Satan en de manier waarop hij u en mij benadert. Hij kent de menselijke natuur. Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. Hij weet hoe hij de mens moet manipuleren om zijn voordeel te doen met hun verlangens.

Waarom is dit [1 Johannes 2] in de verleden tijd geschreven? Omdat de overwinning reeds is behaald, omdat de dood is overwonnen door het offer van Christus! Geloof in dat offer werkt eraan om ons te bevrijden van onze slavernij aan Satan en de dood. Dat betekent niet dat we worden gevrijwaard voor de hitte van de strijd of de gevaren van het slagveld. Maar het verzekert ons ervan, dat als we trouw zijn, als we loyaal zijn aan God, dat dan de overwinning aan ons is, omdat onze David hun Goliat reeds heeft verslagen!

Als u zich dat verhaal te binnen brengt, weet u dat zelfs nadat Goliat was verslagen, het leger der Israëlieten erop uit moest om de Filistijnen te verslaan. Ze joegen hen van het ene eind van Filistea naar het andere einde achterna, maar de strijd ging voort. De oorlog is gewonnen, de belangrijkste veldslag is achter de rug, maar er vinden nog diverse gevechten plaats, inlusief de onze, omdat de schepping van Gods karakter in ons nog steeds voortgaat.

1 Johannes 3:7-8 Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is; 8 wie de zonde doet is uit de duivel [hij heeft het niet over iemand die één zonde uit zwakheid begaat, maar iemand die op die manier leeft], want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe [koppel dit aan 1 Johannes 2 en onze toestand] is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

Dit gedeelte laat zien, dat de duivel de duivelse bron van zonde is, dat Gods vijandschap tegen Satan absoluut is, en dat die vijandschap van God de reden is dat Hij er Zich toe heeft gezet de mens van Satan te redden. Hij is daar meer bezig! Hij zal het doen! De belangrijkste veldslag is achter de rug. Christus versloeg Satan. Wij maken deel uit van de zuiveringsoperaties, dus zolang gaat de oorlog nog door.

God zal verbreken. Dit woord "verbreken" betekent niet afbreken of vernietigen, maar het betekent "het breken van de macht". We weten dat Satan onsterfelijk is. Hij zal niet worden vernietigd zoals wij mensen bij vernietiging denken, maar zijn macht over de mens wordt volledig gebroken, vanwege wat Christus heeft gedaan! Hij leeft nog steeds; Hij werkt nog steeds, omdat Gods plan wordt uitgewerkt en wij maken er nu deel van uit.

"Verbreken" zoals het hier wordt gebruikt betekent niet wegvagen. Het betekent de macht breken van. Aan de andere kant als we verbreken opvatten in de zin van vernietigen, dan zal God wel vernietigen wat Satan heeft voortgebracht. Hij zal het systeem van deze wereld, dat tegen God is, vernietigen. We weten dat God ook de mensen die de ongerechtigheid blijven doen, in de poel des vuurs zal vernietigen.

Als we trouw zijn, zullen we evenals Christus overwinnen.

Er is iets dat Johannes door heel zijn brief heen heel duidelijk maakt. Er zijn heel veel verzen die daarop duiden. Ik ga ze niet allemaal lezen, maar let er eens op als u de volgende keer 1 Johannes leest. Dat punt is dat de test of iemand uit de waarheid is, altijd in zijn gedrag ligt.

1 Johannes 3:10 Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar [hiermee openbaren ze zich]: een ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet liefheeft.

Gedrag is altijd de test. Zondig gedrag past in het geheel niet bij het leven dat uit God voortkomt. De kinderen van God vinden behoud. Dat woord behoud betekent "bevrijding van zonde door gelijkvormig te worden aan de natuur van Christus door de openbaring die God ons geeft, evenals de kennis die we van Hem krijgen."

1 Johannes 5:18 Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.

Het is belangrijk om dit vers te begrijpen; daardoor kunnen we deze gehele samenhang begrijpen, zodat we kunnen overwinnen. Denk aan Job.

Ik ga dit vers uit twee andere bijbelvertalingen lezen, omdat er een alternatieve manier is om het te vertalen en het is mijn mening dat de tweede manier (de manier die ik nu ga voorlezen) de juiste is. Dat wil niet zeggen dat degene die we zojuist hebben gelezen geheel verkeerd is, maar hij is wel tweede keus.

1 Johannes 5:18 (Vertaald naar de Phillips translation) Wij weten dat het ware kind van God niet zondigt. Het [het kind van God] staat onder de hoede van Gods eigen Zoon [duidend op Christus] en de boze wordt daardoor op een afstand gehouden.

Dat is heel duidelijk. Herinnert u zich nog Satans klacht tegen God over Job? "Waarom zou hij U niet dienen? U hebt hem aan alle kanten beschut!" Dat gebeurt nu ook met ons vanwege ons geloof in het offer van Christus. Daarom is dat vers in 1 Johannes 2 in de verleden tijd geschreven.

Laat me het ook nog eens voorlezen vanuit de Revised English Bible.

1 Johannes 5:18 (Vertaald naar de Revised English Bible) Wij weten dat geen enkel kind van God zonde begaat. Hij wordt veilig bewaard door de Zoon van God en de boze kan niet bij hem komen.

Over Tarzan gesproken! We hebben iemand die veel beter is dan Tarzan, om Satan van ons weg te houden! Dat wordt heel duidelijk als we dit vers met andere schriftgedeelten in verband gaan brengen. Ik geef nu alleen maar Johannes 17:12 en 15, waar Jezus als volgt tot de Vader bad: "Vader, bewaar hen voor de boze."

Denkt u dat God het gebed van Zijn eigen Zoon niet zal verhoren? Dat doet Hij zeker wel. Hij zegt: "Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze." God reageert nu in deze tijd op dat gebed en houdt Satan van ons weg.

God kent de grenzen van Zijn kinderen. Hij kent de macht van Satan. Om ons te beschermen zal Hij Satan met ons niet de vrije hand laten, zoals hij die met de wereld heeft, maar Hij beschermt ons met grote nauwlettendheid tegen het ergste van Satans verzoekingen.

Weet u nog dat Petrus in Lucas 22:31-33 vol zelfvertrouwen tot Christus zei: "Ik ben bereid met U te sterven." Jezus zei: "Weet u, Petrus, Satan heeft verlangd u te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat als dat zou gebeuren, uw geloof niet zou bezwijken." Denkt u dat God dat gebed niet zou verhoren? Dat deed Hij zeer zeker.

Jezus zei: "Als je tot bekering komt, als je nadat dit is gebeurd weer tot jezelf komt ..." Hij wist wat er met Petrus, met hen allen, zou gebeuren. Hun geloof zou bezwijken en ze zouden Hem niet trouw zijn. Ze gingen er allemaal vandoor en God verhoorde dat gebed.

Dat woord bezwijken betekent tussen twee haakjes niet "helemaal, volledig opgeven". Petrus' geloof verdween niet helemaal, zelfs al bleef hij niet trouw aan Christus. Hij kwam weer overeind omdat God daarin met hem was.

Jezus Christus adviseert ons, vermaant ons in het Onze Vader, te bidden voor verlossing van de boze. God zal dat horen en erop reageren, omdat onze relatie met God absoluut essentieel is voor de overwinning op Satan. Om nog iets toe te voegen aan dit punt dat we verzocht zullen worden: de strijd gaat voort en we moeten er vertrouwen in hebben dat God over ons waakt, dat Hij met ons is en dat Hij Satan in bedwang houdt.

In 2 Corinthiërs 10 zien we nog een ander principe.

2 Corinthiërs 10:3-6 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus, 6 en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ongehoorzaamheid te straffen.

Al zijn we fysiek en is de zonde nog steeds bij ons, we behoeven niet aan de genade van onze verdorven menselijke natuur overgeleverd te zijn, we behoeven Satan niet de gelegenheid te geven; en hier is het dat we moeten beginnen met het bieden van weerstand. We hebben de kennis, de verzekering van God dat Hij met ons is, dat Hij ons beschut, zodat we in staat zouden moeten zijn met vertrouwen voorwaarts te gaan door dit oerwoud, door de wereld, wetende dat God niet zal toestaan dat we boven vermogen worden verzocht of onder te grote druk komen te staan.

Onze oorlogsvoering is geestelijk, dus moeten onze wapenen ook de wapenen zijn die Gods Heilige Geest ons ter beschikking stelt. Vleselijke wapenen zoals slimheid, vernuft, vermogen tot organiseren, vertrouwen op charme, psychologisch manipuleren, krachtige persoonlijkheid — die betekenen allemaal niets voor Satan. Hij schuift ze zo terzijde. Ze maken totaal geen indruk op hem.

Deze dingen kunnen oppervlakkige overwinningen veroorzaken, maar ze drijven het kwaad niet uit! Dat is het probleem. Als we proberen zulke dingen te gebruiken, dan zullen we altijd een verloren strijd vechten. We proberen dan het geestelijke kwaad te bestrijden met menselijke kracht, vleselijke kracht. We staan dan tegenover een partij die vele malen sterker is dan wij, we zijn echt geen partij voor hem, onze vuurkracht stelt niets voor in vergelijking met de zijne.

Denk eens aan Zacharia 4:6: "Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen." De oorlogsvoering is tegen onzichtbare en niet voelbare geestelijke krachten die ons denken binnendringen! Zie vers 5 [van 2 Corinthiërs 10]. Redeneringen slechten. Die dingen vinden in ons denken plaats. Redeneringen — die vinden plaats in ons denken en worden beïnvloed door deze geestelijke krachten die ons denken binnendringen met duivelse gedachten.

Hoe komen deze gedachten in ons denken tot uiting? Dit vers zegt ons dat. Het zijn gedachten die zich verheffen tegen de kennis van de waarheid van God.

Laten we eens over Adam en Eva nadenken. Waar gingen zij de fout in? Zij lieten toe dat wat Satan tegen Gods waarheid inbracht, hun denken binnendrong en ze begonnen erover na te denken. "Dat klinkt logisch, dat klinkt redelijk." Toen ze dat eenmaal deden, zaten ze eraan vast.

We hebben hier van doen met dingen, die we meningen zouden kunnen noemen, gevolgtrekkingen, redeneringen, argumenten, gissingen, aannames, overtuigingen — maar in deze context is er aan allemaal één overheersend aspect verbonden en dat is dat ze zich verheffen tegen de kennis van God.

Laten we over iets nadenken. Herinnert u zich de tijd dat Jezus Zijn discipelen (in Mattheüs 16) zei, wat er met Hem zou gaan gebeuren, en dat Petrus zei (vanuit een goed hart, daar ben ik zeker van; hij zei het met goede bedoelingen): "Niet zo Here, dat zal U nooit overkomen!" Jezus reageerde onmiddellijk met: "Ga weg, achter Mij, satan!", omdat wat Petrus zei (zelfs al begreep Petrus dat niet) een gedachte was die zich verhief tegen wat Gods woord in het Oude Testament zei, over waar de Messias doorheen zou moeten gaan.

Jezus nagelde Satan onmiddellijk aan de muur, omdat Hij herkende dat die gedachte — zelfs al was die door Petrus goed bedoeld — tegen de waarheid inging, tegen de kennis van God, daarom kon die niet van Gods Heilige Geest afkomstig zijn. Die gedachte kwam van Satan.

Dit is een prachtig, duidelijk, bijbels voorbeeld van waar Paulus het hier [in 2 Corinthiërs 10:3-6] over heeft. Toen Adam en Eva zondigden, zondigden ze omdat ze toelieten, dat een gedachte die tegen de kennis van God inging, tegen de waarheid van God, in hun denken bleef hangen totdat deze voor hen aannemelijk werd en ze ernaar gingen handelen.

Gedachten en redeneringen duiden op ideeën die in het denken ontspruiten, verlangens doen opwellen, die dan tot handelingen leiden. Verkeerde ideeën over God, de mens of zelfs het leven zijn de oorsprong van zonde.

Beginnen we te zien wat ons hoofdwapen is in het verslaan van Satan? Dat is waarheid, geloof in waarheid. Dat is wat Adam en Eva niet hadden. Zij geloofden niet wat God had gezegd en ze zondigden.

Johannes 8:44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard [hij doet wat natuurlijk voor hem is], want hij is een leugenaar en de vader der leugen.

Wat God zegt is de waarheid. Wat Satan zegt is de leugen. Satan liegt even natuurlijk en spontaan als God de waarheid spreekt. Ze zijn het tegenovergestelde van elkaar; ze staan tegenover elkaar; ze zijn vijanden van elkaar. Maar de Ene spreekt de waarheid en de andere spreekt leugens. De enige manier waarop de wereld of wij ooit zullen gaan veranderen, is als we God geloven en ernaar handelen. Dat behoeft niet op een ingewikkelde manier te worden uiteengezet. God geeft ons daartoe nu de gelegenheid — te handelen naar Zijn waarheid, gevrijwaard van het lastig vallen door Satan, de leugenaar. Zei Jezus niet: "U zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken?" Leugens brengen ons in slavernij.

We kunnen dit door de hele bijbel heen zien. Er zijn zoveel verwijzingen naar dit punt.

Romeinen 1:24-25 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

Er is een leugen die boven alle andere leugens uitgaat. Dat is het geloof dat iets of iemand vereerd moet worden, en daarom ook gehoorzaamd, in plaats van de Persoon en de waarheid van God. Dat is de essentie van afgodendienst. Meestal is degene aan wie en voor wie we dat doen, het eigen ik.

In 2 Thessalonicenzen 2:10-11 schrijft Paulus dat zij die vernietigd worden (als ik het zo mag zeggen), degenen zijn die weigeren de liefde tot de waarheid (bepaald lidwoord) te ontvangen.

Als we deze dingen begrijpen, zien we dat de kinderen van God worden gekarakteriseerd door hun liefde voor de waarheid, en de kinderen van Satan door hun weigering de waarheid te erkennen en te aanvaarden. Het wordt heel duidelijk.

Laten we Mattheüs 4:4 opslaan waar het over de Baas Zelf en Zijn ervaringen gaat:

Mattheüs 4:3-4 En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden. 4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord [de waarheid], dat uit de mond Gods uitgaat.

Zelfs als Satan waarheid spreekt, zelfs als hij de schrift citeert, verdraait hij het op een doortrapte manier. Hoe bestreed de Baas Satan? Met waarheid! Daar hebben we het! Zo verslaan we Satan — er vertrouwen in hebben dat de overwinning reeds is behaald; er vertrouwen in hebben dat God ons beschut, opdat we niet in een situatie terechtkomen waarin we op een manier met Satan te maken krijgen die we niet aankunnen; en een absoluut vertrouwen hebben in de waarheid van God! Zelfs al kunnen we niet zien hoe een en ander zal uitwerken; zelfs al denken we dat het volgen van de waarheid van God een geweldige zelfopoffering met zich mee zal brengen; toch hebben we het voorbeeld van Jezus Zelf waarin Hij ons laat zien, dat Hij Satan bestreed door te vertrouwen op de waarheid van God. Hij vertrouwde op wat God had gezegd.

We zouden ons kunnen afvragen waarom Satan "indien" gebruikte. Hij gebruikte het "indien" niet om Jezus te laten twijfelen aan Zijn Zoonschap. Jezus wist wie Hij was. Veeleer probeerde hij Hem te laten nadenken over de betekenis van de "indiens". "Indien U de Zoon van God bent, dan hebt U zeker het recht te verwachten dat U kunt voorzien in de behoeften van dit moment."

Jezus trapte er niet in. Zo hongerig als Hij was, Hij wist dat het een val was. Hij wist dat Hij zich geen zorgen behoefde te maken over het voorzien in Zijn materiële noden, omdat God daarin voor Hem zou voorzien. Zei Hij later niet: "Als God de vogelen des velds op deze manier voedt ..."? Dat is wat Hij bedoelde.

Dit was een verzoeking voor Christus om Zijn Zoonschap op een andere manier te gebruiken dan het doel wat God ervoor had vastgesteld. Wat is het doel van God met onze roeping? Om eerst het Koninkrijk van God te zoeken en Zijn gerechtigheid en al die dingen zullen u bovendien geschonken worden. Dat is de waarheid van God. God zal erin voorzien. Jezus' antwoord was dus: "Dank u, maar Ik wacht gewoon tot God in Mijn noden zal voorzien."

Laten we over deze drie dingen nadenken:

1. We kunnen vertrouwen hebben, omdat de overwinning reeds is behaald. De oorlogsvoering gaat voort, maar de belangrijkste slag is achter de rug. Satan is verslagen en het is Gods bedoeling de werken van de duivel te vernietigen.

2. We kunnen vertrouwen hebben dat God ons beschut, net zoals Hij dat met Job deed, en omdat we onder de hoede van Zijn Zoon staan, moet Satan afstand houden.

3. We moeten weerstand bieden aan Satan door het herkennen van de waarheid van God en het weerstaan van Satans verlangen ons tot zonde te leiden. Hij zal dat doen door gedachten die zich verheffen tegen de kennis van God.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)