Satan (Deel 2)

Door John W. Ritenbaugh
19 september 1992

Samenvatting: (toon)

In deze tweede preek over Satan herhaalt John Ritenbaugh dat Satan en zijn demonen ons beschouwen als indringers in hun eerste woonplaats en dat zij ons dus betrokken hebben in een felle, geestelijke strijd om onze relatie met God en Zijn doel met ons, in Zijn gezin geboren te worden, te vernietigen. We vechten die strijd in ons denken, in subtiele gedachtenprocessen (2 Corinthi?rs 10:5). We moeten ons bewust zijn van Satans modus operandi, inclusief zijn strategie van misinformatie (subtiele, aannemelijke leugens) die verspreid worden door valse dienaren (wolven in schaapskleding; Mattheüs 7:15), die de gemakkelijke, brede weg naar het verderf onderwijzen, geestelijk overspel en uiteindelijke verslaving aan de zonde aanmoedigen. De apostel Johannes moedigt ons aan de geesten te beproeven (1 Johannes 4:1-3) en ons ervan te vergewissen dat hun geloof en hun doen en laten in principe met elkaar overeenkomen.


In de preek van vorige week zagen we dat we machtige, sluwe en (ik kan ook wel zeggen) onverzoenlijke vijanden hebben, die groot in aantal zijn. Ze zijn onzichtbaar. Ze zijn bovennatuurlijk. Ze bekleden posities van autoriteit op deze aarde waartoe hun bewegingsvrijheid is beperkt. Onze geestelijke strijd vindt grotendeels met hen plaats en het is onze verantwoordelijkheid hen te overwinnen, evenals Jezus Satan overwon.

We zagen ook dat de machtsverhoudingen in de strijd in ons voordeel zijn; dit is gebaseerd op de volgende vier punten:

Er zijn veel meer goede engelen dan slechte. De verhouding is minstens twee tegen één.

De demonen zijn erg bang voor God. Ze sidderen voor Hem.

Ze vormen een verdeeld huis. Ze kunnen hun zaakjes niet voor elkaar krijgen. Dit komt zeker tot uiting in de maatschappij, als we begrijpen dat de regeringen van de mens in heel sterke mate worden beïnvloed door deze onzichtbare, geestelijke machten die in feite over de naties regeren. De naties vliegen elkaar naar de keel en ze kunnen het niet met elkaar vinden. Zij weerspiegelen gewoon de drijvende, geestelijke krachten achter hen.

Het belangrijkste punt is, dat God grenzen heeft gesteld aan wat ze kunnen doen; dit komt duidelijk tot uiting in het boek Job. Bedenk dat Satan klaagde, dat God een omheining rondom Job had geplaatst en dat Job daarom werd beschermd. God heeft dit in grote mate op dezelfde manier voor ons gedaan.

Vandaag zullen we de tactieken bekijken die Satan in zijn oorlogsvoering toepast. Ik gebruik de term oorlogsvoering, omdat ik wil benadrukken dat we (of we het beseffen of niet) door onze roeping door God in een wanhopige strijd zijn geworpen.

Denk hierover na: we zijn de erfgenamen van behoud; onze erfenis is de aarde. Maar deze aarde is toevallig ook de eerste woonplaats van de oorspronkelijke bewoners — engelen die demonen zijn geworden. Zij beschouwen ons als indringers en ze zullen hun gebied dan ook verdedigen. Alhoewel God reeds geoordeeld heeft dat ze vanwege hun gedrag zijn gediskwalificeerd.

Wij zijn indringers in hun gebied. Het is echter niet werkelijk hun gebied, het is het onze. Maar zij handelen nog steeds alsof het van hen is. God heeft het nog niet nodig gevonden hen eruit te verwijderen. We weten vanuit de profetieën dat dat zal gebeuren, maar ze zijn er nog en wij zijn er ook en er is slechts een beperkte ruimte om ons in te bewegen. Zij willen ons hier niet hebben, maar wij willen hier zijn. Dat leidt duidelijk tot botsingen.

2 Corinthiërs 10:3-5 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus,

We voeren geen "wereldlijke" oorlog, maar de strijd is voor ons niet minder reëel. We moeten begrijpen, dat we niet strijden voor materieel succes, aardse macht of prestige; we zijn er zelfs niet op uit onze vijanden in een kwaad daglicht te plaatsen. Het werkelijke punt in ons leven is de overwinning of de nederlaag van Gods doel met ons.

We moeten begrijpen, dat we genadeloze, onverzoenlijke en machtige, geestelijke vijanden hebben, zodat zaken als menselijke slimheid, handigheid, vermogen tot organiseren, welsprekende argumenten, vertrouwen op persoonlijke charme of krachtige persoonlijkheid gewoon niet het antwoord zijn. Die dingen kunnen indruk maken op mensen, maar geloof me: demonen zijn daarvan in het geheel niet onder de indruk. Dat zijn wapenen van de menselijke natuur.

Het goede nieuws is, dat de Leidsman van ons behoud hun Goliat reeds heeft verslagen. Hun leider is verslagen. Hij is verslagen en de Leidsman van ons behoud leeft in ons.

We zien in deze verzen, dat de vijand ons denken, ons voorstellingsvermogen binnendringt; hij doet dat met meningen, overtuigingen en gevoelens die zichzelf verhogen tegen de kennis van God. De woorden die in vers 5 in de New King James worden gebruikt zijn "argumenten weerleggen". Sommige bijbels zeggen "redeneringen". Andere zeggen "overtuigingen" of "meningen". We zouden hier zelfs "gevoelens" kunnen invoegen. Wat het preciese woord ook maar mag zijn, ze verheffen zich tegen de kennis van God.

Deze dingen, waarmee zij ons denken binnendringen, zijn ontworpen om ons gedrag te beïnvloeden of te veranderen. Dat deed Satan in de hof van Eden. De redeneringen zijn de sleutel tot begrip. God schiep u en mij met het vermogen tot redeneren. Maar welke lijn van redeneren volgen we? De sleutel tot het volgen van de juiste lijn van redeneren ligt in deze woorden "tegen de kennis van God", omdat de gedachten die ons denken binnendringen, van deze kwade, slechte, subtiele, bedrieglijke, geestelijke leider komen, en deze gedachten leiden ertoe dat we ons redeneren gaan verheffen tegen de kennis van God.

Deze kennis is niet voornamelijk over God, maar veeleer de kennis van de persoon van God. De kennis over God behoort daar zeker bij, maar deze bedrieglijke, geestelijke leider is erop uit onze gedachten te verheffen tegen de kennis van de persoon van God.

Waarom is hij daar opuit? Omdat we een relatie hebben met een persoon, die een wezen is met persoonlijkheid, karakter en een fantastisch gezonde manier van leven die alles wat maar goed is, voortbrengt. Satan probeert die relatie te vernietigen door ons zover te krijgen dat we gaan twijfelen, of aan de Persoon en Zijn goedheid, of aan de rechtvaardigheid en de goedheid van Zijn beloften en manier van leven.

2 Corinthiërs 2:10b-11 ..., opdat de satan op ons geen voordeel mocht behalen. 11 Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.

De King James vertaald dat woord "gedachten" met "listen". We nemen wat synoniemen door, zodat we de betekenis wat beter gaan begrijpen. We zouden dat woord ook kunnen vertalen met "vindingrijkheid, techniek, krijgslisten, plannen, manieren, samenzweringen, intriges." [De Professor Brouwer vertaling en de Petrus Canisius vertaling gebruiken het woord "bedoelingen".] Hij heeft gedachten, hij heeft manieren, hij heeft bedoelingen, die zijn ontworpen om een bepaald doel te bereiken.

Een plan, list, techniek of een vindingrijke benadering kan gezien worden als een werktuig dat gemaakt is om een bepaalde handeling goed te kunnen uitvoeren. Maar deze context (bedenk wat we zojuist in 2 Corinthiërs 10 lazen) duidt erop dat deze dingen voornamelijk mentaal zijn.

Dat is inderdaad het geval. Hij is slim. Hij is listig. Hij heeft de beschikking over een vindingrijke subtiliteit, maar hij heeft ook een manier van werken die ons aanwijzingen geeft over zijn invloed, die duidelijk maken dat hij erachter zit, waardoor veel van die sluwheid niet werkt en hij gemakkelijker is te verslaan.

Het idee is dan om hem een halt toe te roepen als hij net begint met het uitvoeren van zijn plannen om ons mentaal aan te zetten tot de manier van redeneren die hij ons wil laten volgen. Als we die aan het begin een halt kunnen toeroepen, dan zullen we er niet in verstrikt raken. We weten dat Adam en Eva het geen halt toeriepen en als gevolg daarvan op het verkeerde spoor werden gezet.

Eén van de voornaamste verdedigingsmiddelen van een christen tegen Satan is natuurlijk zich van te voren bewust te zijn van zijn manier van werken — in het bijzonder (zoals ik in deze context kan zeggen) zijn boos verlangen om het goede in het kwade te veranderen. Misschien is er wel geen enkele list zo duivels als die. Maar binnen deze context zinspeelt Paulus erop dat Satan iemand te pakken kan nemen door een geestelijke eigenschap die goed is.

2 Corinthiërs 2:6-8 Voor zo iemand is het reeds genoeg, dat het merendeel (van u) hem berispt heeft [De straf was dat hij buiten de gemeente werd gezet, geëxcommuniceerd. Hij had echter berouw gekregen en zich bekeerd.], 7 zodat gij nu integendeel hem vergiffenis moet schenken en hem vertroosten, opdat hij niet door overmatige droefheid overstelpt worde. 8 Daarom spoor ik u aan te besluiten hem liefde te betonen.

Als we dat in verband brengen met vers 11, zien we dat Paulus zegt, dat goddelijk berouw tot bekering Satan in feite de gelegenheid kan geven om de gevoelens van iemand over zijn zonde te veranderen in abnormaal zelfmedelijden. Dit zal de relatie van zo'n wanhopig iemand met de kerk en met God vernietigen door die persoon in een bittere cynicus te veranderen. Zo slim is Satan.

Daar blijft het niet bij. Bovendien kan hij de gerechtvaardigde verontwaardiging van hen die oorspronkelijk door de zonde van die man geërgerd werden, veranderen in een bittere eigengerechtigheid als ze niet vergeven en vergeten en verdergaan. Zo kan hij dus mensen manipuleren, tenzij ze zich er bewust van zijn dat hij in staat is iets dat goed is, te veranderen in een middel waardoor hij de relatie van iemand met God en de kerk vernietigt.

Dit zijn niet de enige wapens waarover Satan de beschikking heeft. Bedenk dat we bij een oorlog betrokken zijn en bij oorlogsvoering; een generaal zal iedere list, ieder middel, ieder werktuig of vindingrijkheid te baat nemen om de vijand op de vlucht te jagen. Een generaal zal lokmiddelen, infiltratie, subversieve praktijken, propaganda, geruchten, misleidend lekken van informatie gebruiken, en soms ook een frontale aanval met schijnaanvallen op de flanken.

Satan zit niet anders in elkaar, maar we worden in het bijzonder gewaarschuwd voor zijn subtiliteit. Hij creëert allerlei afleidingsmanoeuvres om ons van ons doel af te houden. Hij heeft het vermogen om dingen die binnen Gods doel onbelangrijk zijn (zoals materiële dingen en ijdelheid) belangrijk te doen schijnen, terwijl hij eeuwige, geestelijke dingen onbelangrijk, onnodig en onrealistisch doet schijnen.

Deze kennis van hoe hij in elkaar zit, zou onnodig zijn als hij ons na onze doop niet langer kon beïnvloeden. Ondanks zijn eerdere nederlaag tegen God en (ik kan er nog aan toevoegen) zijn nederlaag tegen onze David, Jezus Christus, is hij er nog steeds op uit God te vernietigen. Zelfs al slaagt hij daar niet in, hij wil nog steeds Gods doel om ons in Zijn gezin geboren te laten worden, vernietigen. Hoe denkt hij dat te kunnen doen?

Laten we 1 Johannes 4 opslaan. De belangrijkste publieke inspanningen van Satan vinden plaats middels (wat we in deze tijd) desinformatie noemen. Hij gebruikt ook houdingen, maar voor het doel van deze preek, zullen we ons voornamelijk concentreren op desinformatie. Desinformatie is een leugen die aan de oppervlakte aannemelijk genoeg is, zelfs zo aannemelijk dat het de waarheid zou kunnen zijn.

Eén van de onderwijsmethoden van Johannes is het presenteren van tegenstellingen, waardoor we in staat zijn de waarheid te zien en de juiste beslissingen te nemen. Hij gebruikt termen en tegenstellingen, zoals de boze tegenover God, of de geest van dwaling tegenover waarheid, of de valse profeet (de antichrist) tegenover de echte.

De context aan het begin van hoofdstuk 4 is valse profeten. Er is heel wat informatie over valse profeten, zoals we kunnen verwachten, omdat Satan zijn leugens meestal via hen doorgeeft.

1 Johannes 4:1-3 Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. 2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3 en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.

De definitie van profeet is gewoon "iemand die uit naam van een ander spreekt". U herinnert zich nog wel dat God in het boek Exodus Mozes tot Zijn profeet aanstelde. Met andere woorden Mozes zou uit naam van God gaan spreken. Wat later (geloof het of niet) werd Mozes als God voor Farao aangesteld en Aäron was Mozes' profeet.

Dit duidt erop dat de profeet woorden van een ander zou ontvangen, die hij dan zou uitspreken voor degenen tot wie hij gezonden was. In het geval dat Mozes tot God voor Farao was aangesteld, zou Mozes de woorden tot Aäron spreken en Aäron op zijn beurt zou die woorden tot Farao spreken. We zien dus dat Mozes Aäron de woorden in de mond legt en dat Aäron deze woorden tot Farao spreekt.

Laten we met deze uitleg opnieuw naar 1 Johannes 4 kijken. De onuitgesproken gedachte in hoofdstuk 4:1-3 is, dat de profeet wordt geïnspireerd of gemotiveerd door degene voor wie hij spreekt. Aan het begin van vers 1 zegt Johannes in het Grieks letterlijk: "Vertrouwt geen enkele geest meer." Maar wacht eens even. Ik heb nog nooit meegemaakt dat er een geest tot me sprak. U wel?

We moeten begrijpen op welke manier Johannes het woord geest gebruikte. Ik weet niet of u zich ervan bewust bent, maar het woord geest wordt in de bijbel op acht verschillende manieren gebruikt. Volgens Thayer's Lexicon refereert het in deze context naar: "Iemand in wie een geest zich manifesteert of in wie een geest woont, dus iemand die door een geest — of die nu goddelijk of demonisch is — tot actie wordt aangezet."

In deze context zijn deze geesten dus menselijke wezens, die door demonen of de Heilige Geest van God tot actie worden aangezet. Elk van beide is mogelijk. Deze geesten, waar Johannes het over heeft, zouden de leraren of de pastors zijn, of de evangelisten die langs de lokale gemeenten van God trokken. Ik wil u erop attent maken dat deze antichristen, deze valse profeten tot de gemeenten van de ware kerk spraken. Dat is duidelijk vanuit deze context.

De aansporing voor u en mij en voor de mensen in die dagen is, dat ze die geesten moesten testen. Op een positieve manier testen net zoals de Bereeërs dat deden in het boek Handelingen. Zij onderzochten of die dingen zo waren.

Hij zegt tot deze mensen: "Behandelt de leraar, de prediker, de pastor, de evangelist niet als een ketter, totdat hijzelf zich als zodanig openbaart." Maar zij worden verondersteld die mensen op de proef te stellen. We moeten dit advies ter harte nemen, omdat Johannes' krachtige waarschuwing hier is, dat al is de geïnspireerde leraar of spreker het middel waardoor de openbaring, het woord of de prediking komt, wij moeten weten dat de bovennatuurlijke kracht daarachter niet goddelijk behoeft te zijn.

De geest wordt geopenbaard door de boodschap of de doctrine van de profeet. Houdt de definitie van Thayer's in gedachten. Ik zal die nogmaals aanhalen. "Geest verwijst naar iemand in wie [dat is in een menselijk wezen] een geest zich manifesteert of in wie een geest woont, dus iemand die door een geest — of die nu goddelijk of demonisch is — tot actie wordt aangezet." Het is aan u en mij om te onderzoeken of deze persoon de waarheid spreekt.

We gaan nu naar Deuteronomium, omdat ik wil laten zien dat dit volkomen parallel loopt met dat waar God Mozes in hoofdstuk 13 voor waarschuwde. God verwacht, dat Zijn volk zo goed geïnformeerd is als hun op basis van Zijn woord maar mogelijk is en Zijn woord gebruikt om wat hun onderwezen wordt, te evalueren.

Deuteronomium 13:1-3a Wanneer onder u een profeet optreedt of iemand, die dromen heeft, en hij u een teken of een wonder aankondigt, 2 en het teken of het wonder komt, waarover hij u gesproken heeft met de woorden: laten wij andere goden achterna lopen, die gij niet gekend hebt, en laten wij hen dienen; 3 dan zult gij naar de woorden van die profeet of van die dromer niet luisteren; ...

Ziet u wat er uit de mond van de profeet voortkomt? Iets dat verkeerd is. Voor wie spreekt die profeet, voor welke geest, welke bovennatuurlijke geest? Dat is niet de geest van God, maar veeleer een demon die een menselijk wezen inspireert en motiveert, en via hem spreekt. God laat dat toe en Hij verwacht van Zijn volk, dat ze die persoon op de proef stellen.

Deuteronomium 13:3b-5 ...; want de HERE, uw God, stelt u op de proef om te weten, of gij de HERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 4 De HERE, uw God, zult gij volgen, Hem vrezen, zijn geboden houden en naar zijn stem luisteren: Hem zult gij dienen en aanhangen. 5 Die profeet of dromer zal ter dood gebracht worden, omdat hij afval gepredikt heeft van de HERE, uw God, die u uit het land Egypte geleid en uit het diensthuis verlost heeft; om u af te trekken [Ligt dat niet volledig in lijn met de listen van Satan?] van de weg, die de HERE, uw God, u geboden heeft te gaan. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen.

Dit is een serieuze zaak, gemeente, een heel serieuze zaak, zoals de context hier heel duidelijk laat zien. Het belangrijke punt is in te zien dat God van ons verwacht, dat we in staat zijn te onderscheiden welke geest er achter de spreker zit. De proef bestaat eruit te zien of we trouw blijven aan God — trouw in termen van het houden van Zijn geboden.

Dat betekent dat de luisteraar er voor moet zorgen een goede praktische kennis van God te hebben. Deze woorden "kennis van God" voeren ons terug naar 2 Corinthiërs 10:5, waar Paulus waarschuwt dat de redeneringen zich zullen verheffen tegen de kennis van God. De listen die Satan zal gebruiken om ons van de juiste weg af te voeren, gaan nu heel duidelijk worden. Het wordt ook heel duidelijk, wat we nodig hebben om niet het slachtoffer van die listen te worden. We moeten een goede, praktische kennis hebben van God — niet zo zeer dingen over God (die behoren er zeker bij), maar de kennis van de persoon van God, het Wezen waarmee we een relatie hebben.

Deuteronomium bevestigt ook, dat deze valse profeten (sommige van hen, niet allemaal) in staat zullen zijn wonderen te doen. Dat bevestigt Paulus in 2 Thessalonicenzen 2 en Johannes bevestigt dat in Openbaring 11. We zien dus, dat wat er in het Nieuwe Testament staat, gebaseerd is op wat God reeds in het Oude Testament had laten zien — dat de manier van werken iets zal zijn die niet verandert met het verbond.

We moeten begrijpen dat zulke tekenen — het vermogen om wonderen te doen — op zichzelf geen aanwijzing zijn voor autoriteit van God. Wat zij doen moet samengaan met onderwijs dat in overeenstemming is met Gods reeds geopenbaarde wil.

We lezen nog een aantal teksten die ons laten zien hoe serieus dit is in de ogen van God. Let erop hoe nauw de relatie in deze verzen is.

Deuteronomium 13:6-9a Wanneer uw broeder, de zoon van uw moeder, of uw zoon, uw dochter, uw eigen vrouw of uw boezemvriend u in het geheim wil verleiden en zegt: laten wij andere goden gaan dienen, goden die noch gij noch uw vaderen gekend hebben, 7 behorende tot de goden der volken rondom u, dichtbij of veraf, van het ene einde der aarde tot het andere; 8 dan zult gij hem niet ter wille zijn noch naar hem luisteren; gij zult hem niet ontzien, noch hem sparen en zijn schuld bedekken, 9 maar hem zeker doden; ...

Het gaat om serieuze zaken.

Laten we nu Jeremia 14 opslaan. Ik zal een groot gedeelte van de eerste zestien verzen uit dit hoofdstuk lezen, omdat ik u wil laten zien waarom dit zo belangrijk is voor God. We willen zien wat het resultaat kan zijn van het zich afkeren van God, door de boodschap van een valse dienaar aan te nemen. Er zijn andere hoofdstukken die ik had kunnen gebruiken, maar ik geloof dat dit hoofdstuk heel erg duidelijk is.

Jeremia 14:1 Hetgeen als woord des HEREN tot Jeremia kwam met betrekking tot de grote droogte.

Kijk wat er gebeurt. Het land lijdt onder een grote droogte. Denkt u dat het volk de droogte koppelde aan gehoorzaamheid aan de boodschap van een valse dienaar? Ik geloof het niet.

Jeremia 14:2-6 Juda treurt en zijn poorten zijn ineengezonken, zij liggen in rouw ter aarde; het gejammer van Jeruzalem stijgt omhoog. 3 Hun aanzienlijken zenden hun geringen om water: zij komen bij de bakken, zij vinden geen water, zij keren terug met ledige kruiken; zij worden beschaamd en te schande en bedekken hun hoofd. 4 Ter wille van de akker zijn zij terneergeslagen, omdat er geen regen op de aarde is geweest; beschaamd zijn de akkerlieden, zij bedekken hun hoofd. 5 Want zelfs de hinde in het veld verlaat het jong dat zij wierp, omdat er geen groen is; [Het wildleven wordt aangetast.] 6 en de wilde ezels staan op de kale heuvels te happen naar lucht gelijk de jakhalzen, hun ogen smachten, omdat er geen kruid groeit.

Jeremia 14:7-9a Al getuigen onze ongerechtigheden tegen ons, HERE, doe het om uws naams wil. Want vele zijn onze afdwalingen, tegen U hebben wij gezondigd. 8 Hope Israëls, zijn Helper in tijd van nood, waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land [God is ver weg.], als een reiziger die slechts zijn intrek neemt om te overnachten? 9 Waarom zoudt Gij zijn als een verbijsterd man, ...

Jeremia 14:10-14a Zo zegt de HERE van dit volk: Zij hebben zo gaarne willen omzwerven, zij hebben hun voeten niet gespaard. Daarom heeft de HERE geen behagen in hen, nu zal Hij hun ongerechtigheid gedenken en hun zonden bezoeken. 11 En de HERE zeide tot mij: Bid niet voor dit volk ten goede; 12 al vasten zij, Ik hoor niet naar hun geroep, ... 13 Toen zeide ik: Ach, Here HERE: zie, de profeten zeggen tot hen: Gij zult geen zwaard zien en geen honger zal u treffen, maar een ongestoorde vrede zal Ik u geven te dezer plaatse. 14 Maar de HERE zeide tot mij: Leugenachtig profeteren de profeten in mijn naam, Ik heb hen niet gezonden, hun geen opdracht gegeven, en niet tot hen gesproken; ...

De geest die tot hen sprak was niet goddelijk. Toch was die bovennatuurlijk. Het volk onderwierp zich eraan, omdat het de profeet niet op de proef stelde, om te zien of zijn onderwijs in overeenstemming was met wat hun reeds was geopenbaard door Gods boodschapper Mozes.

Jeremia 14:14b-16 ... een leugengezicht, ijdele waarzeggerij en bedriegerij van hun eigen hart profeteren zij u. 15 Daarom, zo zegt de HERE van de profeten die in mijn naam profeteren, zonder dat Ik hen gezonden heb, en die zeggen: Zwaard noch honger zal in dit land zijn, door het zwaard en de honger zullen die profeten aan hun eind komen. 16 En het volk, waarvoor zij profeteren, zal op de straten van Jeruzalem ten gevolge van de honger en het zwaard terneergeworpen liggen [Het zou nog erger worden. De vijand zou hun land binnentrekken.], zonder dat hen iemand begraaft [dat was wel de grootste schande], zij, hun vrouwen, hun zonen en hun dochters. Zo zal Ik hun boosheid over hen uitgieten.

God legt de schuld van de toestand van de natie bij de valse profeten naar wie werd geluisterd. Wat deden zij? Zij praatten de mensen een zelfvoldaanheid aan, die hen ertoe bracht te geloven dat alles in orde was, terwijl dat niet zo was. Ze predikten hun aangename dingen omdat hun oren verwend waren. Ze luisterden graag naar de dingen die hun werden onderwezen, maar die waren niet het woord van God. God zegt dat er in Zijn naam leugens werden verkondigd. Als iemand daar naar luistert, dan komt dat erop neer, dat de ene blinde de andere leidt en ze belanden allebei in de sloot.

Laten we nu Mattheüs 7:15 opslaan. We zitten daar midden in de bergrede. Jezus waarschuwt:

Mattheüs 7:15-20 Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. 16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. 19 Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 20 Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen.

De beschrijving hier is heel scherp — wolven in schaapskleding, dat betekent dat ze aan de buitenkant op iets lijken dat ze niet zijn. Ik ben ervan overtuigd, dat toen Jezus die woorden uitsprak, Hij aan de kerk dacht en de valse dienaren die de kerk in de toekomst (gezien vanuit de tijd van Jezus) zouden binnendringen door zich in de schaapskooi als schapen voor te doen.

Jezus gebruikte die terminologie met betrekking tot Zijn relatie met de kerk. Hij was de Herder, wij zijn Zijn schapen. Hier hebben we wolven (valse dienaren) die op schapen lijken, maar huichelaars zijn. Ze zien er alleen maar aan de buitenkant zo uit.

Hij zegt ons, dat we hen aan hun vruchten zullen kennen. De vruchten die worden voortgebracht, worden niet noodzakelijkerwijs snel openbaar. Maar Christus garandeert dat de kerk na verloop van tijd haar echte geestelijke vitaliteit, in termen van het karakter dat in de kudde zal worden voortgebracht, kwijt zal zijn.

Wat zegt Hij? De implicatie (binnen deze context) is, dat Jezus geloof koppelt aan praktijk. We geloven bepaalde doctrines en gaan daarom, wegens het bijbehorende onderwijs, iets in de praktijk toepassen. Een andere manier van zeggen is, dat een bepaalde geloofsovertuiging, een bepaald dogma, dat een groep aanhangt, een bepaald gedrag bij de leden van die groep zal voortbrengen. Geloof en praktijk, geloofsovertuiging en gedrag, zijn volgens Jezus' woorden hier onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Met andere woorden: de leraar kan, wat hij zal gaan voortbrengen, niet verborgen houden. Uiteindelijk zal het zichtbaar worden.

Hun valse filosofieën zullen, hoe aantrekkelijk ze er op het eerste gezicht ook mogen uitzien, op de lange termijn laten zien wat ze werkelijk zijn. Daarom las ik die verzen in het Nieuwe Testament. Het enige wat ik deed was, dat ik van de waarschuwing in Deuteronomium 13 naar een serie verzen sprong, die duidelijk de gevolgen laten zien van het volgen van de leer van een valse profeet.

Het land onderging een droogte. Hoeveel mensen zouden vanuit hun menselijk denken een droogte verbinden aan het gehoor geven aan een valse dienaar? Niet heel veel mensen zouden dat doen, omdat die mensen gewoon op een menselijke manier zouden denken en dus zouden zeggen: "Dat gebeurt zo af en toe nu eenmaal. Dat gebeurt eens in de zoveel jaar." Ze denken er niet aan, dat er een geestelijke oorzaak aan ten grondslag zou kunnen liggen, dat God Zich zorgen maakt over het welzijn van Zijn volk, dat Hij die droogte had veroorzaakt om hen te laten nadenken over waarom dat gebeurde; de reden voor die bezorgdheid is geestelijk van aard.

Denkt u dat er één van de presidentskandidaten, hier in de Verenigde Staten, ook maar een beroep op de burgers van de Verenigde Staten zal doen en zeggen, dat de oorzaak van onze problemen in de Verenigde Staten geestelijk van aard is? Het dichtst dat ze daarbij in de buurt komen, is die ophef over familiewaarden.

Als president Bush of kandidaat Clinton voor een groep mensen zou zeggen, dat de reden dat we in de Verenigde Staten problemen hebben is, dat we berouw moeten hebben en ons tot God keren, dan zouden ze zich volkomen belachelijk maken. De reden dat we zo'n immoraliteit in de Verenigde Staten zien, is het gevolg van het luisteren naar valse dienaren!

Wij, die God geloven, kunnen het verband duidelijk zien. Mijn punt hier is niet dat ik de beschuldigende vinger wil uitsteken naar Amerikanen of Canadezen of iemand anders, omdat we hun ongehoorzaamheid begrijpen en weten dat Satan hen blind maakt. Het is mijn zorg, dat Satan ons niet te pakken krijgt door in de val te lopen.

Ik geloof, dat we even wat aandacht moeten besteden aan waar Jezus het hier over heeft in termen van wat de valse dienaar niet zal prediken. Hij zegt niet expliciet wat zij zullen onderwijzen. Maar gemeente, kijk eens naar waar het door Mattheüs is geplaatst, en ik moet geloven, dat God Mattheüs inspireerde zich te herinneren wat Jezus' woorden waren, pal nadat Hij in vers 12 had gesproken over "de gouden regel". Vers 13 vermaant ons:

Mattheüs 7:13-14 Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; 14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

Direct na deze verzen gaat het onderwijs verder over valse profeten. Als ik dit binnen de context interpreteer, dan moet ik zeggen, dat wat Jezus hier over valse dienaren zegt, vereist dat de valse dienaren noch de enge poort erkennen noch de smalle weg onderwijzen die ten leven leidt; de smalle weg die naar vervolging zal leiden. In plaats daarvan zullen ze precies doen wat God laat zien, dat de valse profeten in het Oude Testament deden, en ze zullen vrede, vrede — de aangename, gemakkelijke en brede weg — onderwijzen.

Met andere woorden: "U behoeft zich in uw gehoorzaamheid aan God geen enkele opoffering te getroosten." Ik vind dit heel interessant, omdat juist in de laatste vijf of zes jaren in de kerk zo heel veel dingen vrijer, gemakkelijker zijn gemaakt. Denkt u dat we weggevoerd worden van de rechte en smalle weg, de moeilijke weg met opofferingen?

Laten we, met dat in gedachten, teruggaan naar 2 Corinthiërs, deze keer hoofdstuk 11. We gaan daar verder met de context waarmee we de preek begonnen. Na Satan in hoofdstuk 10 te hebben genoemd, begint Paulus hoofdstuk 11 met:

2 Corinthiërs 11:1-2 Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. 2 Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen.

We zien hier, dat het Paulus' zorg was dat deze mensen — door het bedrog van Satan — van de juiste weg zouden worden afgevoerd, weg van hun geestelijke zuiverheid. Ze zouden hun maagdelijkheid verliezen. Ze zouden ontucht gaan plegen, geestelijk ontucht met de wereld.

2 Corinthiërs 11:3 Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten [denk aan argumenten, redeneringen] van de eenvoudige en loutere [de rechte, de enge] toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden.

Hier beginnen we aan een sectie die het toppunt moet zijn van iemand die niet is, wat hij aan de buitenkant schijnt te zijn. Mijn referentie is naar wolven in schaapskleding, naar valse profeten of valse dienaren, maar hier wordt de titel apostel gebruikt in plaats van profeet, maar de bedoeling is hetzelfde.

Paulus heeft het niet over een profeet die de toekomst verkondigt, maar gewoon een dienaar (hij noemt hem een apostel) die onder inspiratie spreekt. Net als de apostel Johannes waarschuwt hij de Corinthiërs, dat de inspiratie misschien niet van God komt.

Het lijkt nogal duidelijk, dat het onderwijs van deze valse profeten, valse dienaren en valse apostelen gewoon binnen de kerk plaatsvindt. Dat gooit ons denken nogal overhoop, maar deze mensen luisteren naar hen. Het is Paulus' angst dat ze afgetrokken zullen worden van de loutere toewijding. Zijn angst is gegrond, omdat Satan er altijd is en daarom is er de mogelijkheid van een aanval — een aanval op onze loutere toewijding aan Christus.

Denk nog eens aan de gelijkenis die Jezus gaf over de zaaier en het zaad. De zaaier ging uit om te zaaien, hij wierp het zaad uit en een deel ervan viel op redelijk goede grond. Een ander deel viel op steenachtige grond. Maar minstens in de laatste gevallen ontkiemde het zaad, schoot wortel, waarna er bepaalde ontwikkelingen plaatsvonden. In het ene geval was het de zorg van de wereld, in het andere geval de bedrieglijkheid van rijkdom en in weer een ander geval de lust voor dingen, waarmee men zich bezighield en die verstikten het woord.

Die dingen zijn op zichzelf niet zondig, maar ze kunnen veranderd worden in middelen, vindingrijke middelen, werktuigen, listen die Satan kan gebruiken om ons weg te voeren van de loutere toewijding die in Christus is — de rechte en smalle weg.

Wat Gods woord ons duidelijk maakt is, dat de duidelijkste karakteristiek van Satan zijn subtiliteit is. Volgt daar dan niet uit, dat subtiliteit ook de hoofdkarakteristiek zal zijn van degenen die hij gebruikt — wolven in schaapskleding? We zien de parallel in verschillende contexten naar voren komen.

Satan begon met dit patroon in de hof van Eden, maar hij zal talloze omstandigheden gebruiken — zoals de gelijkenis van de zaaier laat zien — hij behoeft niet elke keer hetzelfde ding te gebruiken. Maar als hij de illusies, de afleidingen, de listen, of hoe we die dingen ook willen noemen, kan scheppen om ons redeneren, ons denken te richten op iets dat voor God van minder belang is dan het doel waartoe God ons heeft geroepen, dan heeft hij ons te pakken. Hij heeft ons dan minstens in de verkeerde richting gestuurd. Dat betekent niet, dat we ons daarvan niet kunnen bekeren, maar hij heeft minstens onze aandacht gevangen, waardoor hij dan de mogelijkheid heeft ons te vernietigen. Dat zal niet in één keer gebeuren. In één betekenis van het woord is hij daarin erg geduldig. Maar hij zal desondanks eraan werken om ons stapje voor stapje verder in die richting te doen gaan.

Als we verder denken over de voorbeelden die Jezus gaf in de gelijkenis van de zaaier, dan zou hij mensen bezighouden met zaken, zoals huizen, meubilair, kleding, auto's, status, prestige, in aanzien staan bij bepaalde mensen, een indrukwekkende baan hebben, in de juiste buurt wonen, de juiste mensen op visite uitnodigen, de smaakpapillen strelen met rijk verzadigd, ongezond voedsel, de oren strelen met wilde muziek, de ogen met pornografie, het verstand met drugs — die dingen worden dan stapje voor stapje belangrijker dan het zichzelf toewijden aan God.

Het is niet iets waar we zomaar inspringen. Het is iets waar hij ons geleidelijk aan naar toe leidt, omdat er iets verslavends in zonde zit. We moeten ons daarvan bewust zijn, omdat de verslaving uiteindelijk ertoe leidt, dat we er volledig en geheel aan verslaafd zijn.

We zouden naar dingen kunnen kijken die nog ernstiger zijn. U kunt deze dingen aan het werk zien in de maatschappij en in de geschiedenis. De ware kerk begon in de eerste eeuw met zuiverheid van doctrine. Jezus Christus begon er op die manier mee. Maar hoe lang duurde het, voordat er valse dienaren de kerk begonnen binnen te dringen? We kunnen uit de geschriften van de apostelen opmaken, dat het bijna onmiddellijk begon.

Bekijk dit eens vanuit de geschiedenis. Het duurde niet erg lang voordat de mensen begonnen te redeneren, dat het strikt onderhouden van de sabbat niet zo belangrijk was. De volgende stap was dat hij helemaal niet meer onderhouden werd. Zondag was even goed, want was dat ook niet iedere zevende dag? De redeneringen nemen ons stapje voor stapje verder mee.

Hetzelfde gebeurde met de heilige dagen. Voordat we het weten wordt de kerk, die met een zuivere leer begon, geleid naar het aanvaarden van de saturnaliën. De oplossing hiervoor is in de eerste plaats om onszelf nooit toe te staan een stapje terug te doen, om nooit te vallen voor zijn listen om ons weg te voeren van de dingen die echt belangrijk zijn.

We kunnen naar de kerken om ons heen kijken. Sommige van hen zijn gevuld met afgodsbeelden. Zij redeneren: "Wij bidden niet tot het beeld. We bidden niet tot de afgod. Het is alleen maar een middel dat ons helpt eraan te denken dat we moeten bidden, zodat we bijvoorbeeld vuriger tot Maria kunnen bidden."

Mensen kunnen gaan redeneren dat er niets mis is met abortus, omdat de foetus nog niet echt mens is. Dit zijn dingen die u en ik duidelijk kunnen zien, maar de mensen werden daar stapje voor stapje naar toe gevoerd, iedere keer ging men een stapje verder; op ongeveer dezelfde manier krijgen drugs hun invloed op iemands denken. Zo iemand redeneert: "Wat is er verkeerd aan om echt in de geest van het feestje op te gaan?" En hij begint dus met zoiets onschuldigs als marihuana. Maar zo iemand wordt stapje voor stapje verder geleid en voordat hij het weet gebruikt hij iets sterkers. En het begon slechts met de redenering: "Ik wil op dit feestje lol hebben. Ik wil een beetje aangeschoten zijn. Ik wil erbij horen."

Zo werkt Satan! Centimeter voor centimeter. Satan gebruikt ons voorstellingsvermogen dat uit ons verlangen voortkomt. Verlangen is van zichzelf neutraal en we kunnen ons dingen voorstellen en we kunnen redeneren. Maar Satan doet zijn voordeel met de combinatie van die processen. Daarom zei ik: "Welke lijn van redeneren gaan we volgen?"

Hij gebruikt ons voorstellingsvermogen, voortkomend uit ons verlangen, om iets dat verkeerd is mooi te verpakken, om het aanvaardbaar te doen overkomen. Hij creëert de illusie dat het verkeerde goed is. Ontucht wordt dan alleen maar de bevrediging van een natuurlijk verlangen, of het is de uitdrukking van een prachtige, romantische liefde, of een middel om meer ervaring te krijgen voordat men in het huwelijk treedt. Dat is wat er gebeurt.

Wij in Amerika zijn geconditioneerd om heel erg tolerant te zijn voor de meningen en handelingen van anderen. Maar de bijbel is in het geheel niet tolerant voor deze dingen! De bijbel is in het geheel niet tolerant voor valse dienaren en valse leer, omdat tolerantie van hun onderwijs een duidelijk onderscheid tussen wat goed en kwaad is bijna onmogelijk maakt.

Wij in de Verenigde Staten weten niet wat goed en kwaad is. De reden hiervan is, dat we tolerant zijn geweest voor valse leer. Dit vervaagt het onderscheid. Overal in de bijbel maakt God heel duidelijk wat valse dienaren zijn. Zij zijn een bedreiging voor ons welzijn en ook hun onderwijs is dat. Zij zijn een verdorven versie van het christen-zijn en wat zij onderwijzen wordt nooit naar voren gebracht als slechts een gedeeltelijk begrijpen van wat christen-zijn is. Het komt erop neer dat zij zeggen: "Ach, een beetje vergif kan geen kwaad."

De bijbel stelt zowel de leraar als zijn onderwijs aan de kaak als vernietigend voor waarheid en onrein, als iets dat we moeten vermijden, als iets waarmee we zelfs niet in aanraking moeten komen! Leid jezelf niet in verzoeking, zegt God. Het is iets waar we ver vanuit de buurt moeten blijven. Bedenk dat Jesaja in Jesaja 5:20 zegt: "Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad."

We spreken geen uiteindelijk oordeel uit over deze mensen. Dat is Gods verantwoordelijkheid. Maar wij hebben zeer zeker de verantwoordelijkheid in ons leven niet tolerant te zijn en ons bewust te zijn van wat ze zeggen en dit te onderzoeken.

Laten we nogmaals door Johannes gewaarschuwd worden, hoe dodelijk de vijand is die we tegenover ons hebben staan.

Johannes 8:42-43 Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. 43 Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen.

Zij hadden er geen oren naar. Waarom? Omdat hun ongehoorzaamheid hen had verblind en doof gemaakt voor de waarheid. Goed en kwaad waren in hun denken zo onscherp geworden, dat ze nauwelijk in staat waren het verschil te zien.

Johannes 8:44a Gij hebt de duivel tot vader [Dat is het gevolg van het in de val van Satan trappen.] en wilt de begeerten van uw vader doen.

Net zo zeker als iemand die aan de drugs is, uiteindelijk weer drugs wil nemen, omdat hij eraan verslaafd is. Zonde heeft een verslavende eigenschap en Satan weet heel goed, dat als hij ons éénmaal kan laten zondigen, dat er dan een heel grote kans is dat hij ons weer kan laten zondigen en weer en weer, totdat we er uiteindelijk aan verslaafd zijn en we er niet meer van los kunnen komen.

Johannes 8:44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.

Satans leugens brengen de dood voort door zonden en zij zijn opzettelijke pogingen om ons uit te roeien. Satan is een koelbloedige vernietiger van leven en ik bedoel hier leven op twee manieren: leven in de zin van eindigen in de dood en leven in de zin van de kwaliteit van leven. Het is bedroevend, dat het hem zo gemakkelijk gelukt om het de mensen te laten slikken, dat het op de een of andere manier beter is om God niet te gehoorzamen dan om Hem wel te gehoorzamen.

Laten we Genesis 3 opslaan, omdat we dit zo duidelijk als maar mogelijk is, moeten begrijpen.

Genesis 3:1-5 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, 5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.

In het kader van deze preek zou ik het woord "listig" willen veranderen, omdat ik denk dat het gebruikte Hebreeuwse woord dichter ligt bij het woord "doortrapt". Het betekent scherp, goed bij, op een zelfgerichte manier. Ik wil niet zeggen, dat listig verkeerd is, maar op de een of ander manier heeft doortrapt binnen deze context voor mij een duidelijker betekenis.

Als we het over een menselijk wezen zouden hebben, zouden we zeggen dat hij listig of doortrapt was. Maar in het geval van Satan, de slang, moeten we eraan denken met wie we te maken hebben. Listig en doortrapt te zijn als Satan duidt op een kwaadaardige briljantheid — met de nadruk op kwaadaardig. Hij is erop uit te doden. Zijn listigheid is die van een kat — ik bedoel geen huiskat. Ik heb het over een tijger of een leeuw, die in stilte door het oerwoud sluipt met kwaadaardig glinsterende ogen, die uitkijken naar iets om te eten, te doden, te verorberen.

Let er eens op hoe knap zijn tactiek, zijn list, zijn vindingrijkheid in dit geval was. Ten eerste doet hij heel subtiel een suggestie in plaats van een rechtstreekse uitspraak om Gods autoriteit in diskrediet te brengen, door twijfel te zaaien over Gods geloofwaardigheid. "Heeft God inderdaad gezegd: 'U mag van geen enkele boom in de hof eten?'"

Het moet wel op zo'n manier zijn gezegd, dat de toon, de stembuiging, alle aanleiding gaf om te denken dat er toch wel enige twijfel was of God wel de waarheid had gezegd. Ik geloof dat we dit wel met zekerheid kunnen zeggen wegens de manier waarop Eva antwoordde, omdat ze hem corrigeerde. Ze wist door de stemintonatie dat hij in feite een vraag stelde (een vraag die twijfel opwierp) en toen ze antwoordde, ging ze in haar correctie eigenlijk te ver.

Wat was het resultaat daarvan? Net zoals een goede verkoper kreeg de slang zijn slachtoffer zover dat het met hem instemde. Als je het slachtoffer zover krijgt dat het ja, ja, ja zegt, dan duurt het niet lang meer of het zegt: "Ja, ik koop het." Ze was reeds met hem aan het meegaan, toen ze haar antwoord gaf, want haar antwoord ging als correctie te ver.

Wat was dus zijn resultaat tot zover? Hij was er in geslaagd (door het antwoord dat ze gaf) Gods striktheid in haar denken te vergroten. Ziet u, de weg is smal. We kunnen zien, dat als ze met hem begint in te stemmen, hoe ze dan over God begint te denken. Ze stemt in; ze zegt: ja, ja, ja tegen zijn verkooptechnieken.

Hij verlaagt onmiddellijk de straf. "U zult niet sterven." Dit was een volstrekte leugen. Om dan de koop te bevestigen, biedt hij haar een beloning aan — "U zult als God zijn." "Als u dit koopt, zult u er dit uiteindelijk bij krijgen." Ze betaalde een geweldige prijs. Maar ik zeg u, dat de beloning die hij hun aanbood, op Adam en Eva moet zijn overgekomen als iets zo groots, dat ze het zich niet konden veroorloven het te verwerpen, omdat wat hij zei voldoende was om hun leven vanuit een totaal andere gezichtshoek te gaan bekijken.

Ze begrepen het belang ervan — niet het volledige belang, maar ze beseften dat hij hun iets geweldigs aanbood. Weet u wat dat was? Het eigen ik werd het bepalende middelpunt van het leven — "U zult als God zijn." Hij zette hun hele leven op zijn kop door hun aandacht af te leiden van gehoorzaamheid aan God naar gehoorzaamheid aan het eigen ik. Omdat ze per slot van rekening god zouden worden, hadden ze het recht om te kiezen, om zelf te bepalen wat goed en kwaad is. Ze slikten het voor zoete koek. Dat was koppig spul. Dat was iets groots.

Het resultaat was dat vanaf dat moment God door de mens werd beschouwd als een rivaal, een mededinger, in plaats van een vriend — iemand waarmee gewedijverd moest worden omdat ze nu ook goden waren! Het was echt een geslepen methode. God werd iemand die men te slim af moest zijn, niet iemand met wie men moest samenwerken.

Laten we er nog eens naar kijken, deze keer vanuit een iets andere hoek. Het is goed hier op zoveel mogelijk manieren naar te kijken, omdat God het helemaal aan het begin van het Boek liet opschrijven, zodat we pal na de schepping geconfronteerd zouden worden met het fundament van de manier waarop de mens denkt en waarom hij op die manier denkt.

Ten eerste deed Satan een schijnbaar onschuldige suggestie tegenover Gods woord en Gods werk, door deze een klein beetje in een negatief daglicht te plaatsen. Bedenk dat God met Adam en Eva had gesproken. Hij had hun dus Zijn woord gegeven en zij konden (met eigen ogen) heel wat zien van Gods persoon, van Zijn persoonlijkheid, van Zijn denken, door de dingen die Hij had gemaakt.

Ze bevonden zich in een prachtige hof. Die hof weerspiegelde het denken van God. Ze konden de schoonheid van dat denken zien. Ze konden zien dat dat denken in hun behoeften voorzag en dat waar Hij in voorzag heerlijk smaakte. Ze wisten heel wat van Gods denken, gewoon op basis van wat ze konden waarnemen. Ze wisten ook van het denken van God en de persoonlijkheid van God wegens wat Hij had gezegd.

Door de uitdaging dus te brengen zoals Satan dat deed, bracht hij ten eerste een milde scepsis tot stand met betrekking tot Gods liefde. Heeft God u echt lief?

Ten tweede wekte hij de indruk dat gehoorzaamheid, onderwerping aan God, in werkelijkheid slavernij was. "Bedoelt u dat God u dat onthoudt?" Hij zorgde ervoor, dat ze begonnen te denken dat Gods weg beperkend was; dat God hun goede dingen onthield. De natuurlijke gedachte die daaruit voortkomt is, dat er veel meer uit het leven kan worden gehaald, als we gewoon de natuurlijke neiging van ons lichaam en onze geest volgen.

Ten derde speelde hij zijn troefkaart — ze zouden niet alleen niet sterven, maar ze zouden de vrijheid hebben zelf te bepalen wat goed en kwaad is. Ze zouden simpel gezegd gelijk zijn aan God. Ze zouden god zijn! Is het niet interessant dat dit heel nauw overeenkomt met wat volgens Jesaja het verlangen was van Lucifer?

Lucifer, Satan, slaagde erin om bij hen een geest van wedijver met God op te roepen. Vandaar dat Romeinen 8:7 zegt, dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God. Hij loog indirect over God en hij loog rechtstreeks over de straf, terwijl hij opzettelijk verkeerde informatie gaf over de beloning.

Ja, hij zei hun de waarheid, dat hun de ogen zouden worden geopend, en dat ze niet zouden sterven, tenminste niet onmiddellijk. Hun ogen waren nu inderdaad geopend. Ze bekeken de dingen nu vanuit een verwrongen perspectief, dat bijna in alles kwaad zag. Ze schaamden zich nu over hun naaktheid. Voordien, in hun onschuld, was er totaal geen schaamte. Het resultaat van het navolgen van de valse dienaar begon onmiddellijk merkbaar te worden.

Gemeente, dit is belangrijk, omdat juiste gedachten aan juiste handelingen voorafgaan; juiste gedachten bepalen het vrijgeven van gevoelens en onze gedachten komen zelfs in onze meest alledaagse relaties in onze dagelijkse bezigheden tot uiting; en wat belangrijker is, ook in onze intieme relaties binnen huis en gezin. Maar bovenal komen ze tot uiting in onze relatie met God. Verkeerde opvattingen over God en Zijn doel met de mens zijn veel verwoestender dan alcohol en drugs. Ze zijn veel gevaarlijker. Ze verwarren, ze brengen verdeeldheid tot stand en ze veroorzaken oorlogsvoering.

Satans leugens, zijn namaak, zijn listen zijn gewoonlijk zo subtiel, dat alleen iemand die getraind is, ze kan opmerken als hij ermee in aanraking komt. Gemeente, dat is wat God u en mij onderwijst; Hij stelt ons in staat dat te zien. Hij traint ons om de listen op te merken, de vindingrijkheid te doorzien, de tactieken van onze vijand te herkennen, zodat we in staat zullen zijn te overwinnen en hem te verslaan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)