Pascha (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
28 maart 1992

Samenvatting: (toon)

In deze fundamentele boodschap over het Pascha benadrukt John Ritenbaugh dat de jaarlijkse bevestiging van het verbond – door het Pascha – centraal staat binnen een voortgaande relatie met Jezus Christus en God de Vader, een keuze op leven dood waarmee het proces naar de volmaaktheid begint. Het Pascha, dat specifiek bevolen wordt op de veertiende tijdens de avondschemering te worden gehouden, is een herinnering aan Gods voorbijgaan aan de eerstgeborenen die door het bloed werden beschermd. Het Pascha staat duidelijk apart van het herdenken van "de uittocht uit Egypte" (Ongezuurde Broden).


Door alle eeuwen van de geschiedenis van Gods kerk heen, zowel in oudtestamentische als in nieuwtestamentische tijden, zijn er twee voorschriften geweest die veel meer dan alle andere zijn aangevallen. Eén daarvan is de wekelijkse sabbat. Indien Satan erin slaagt de mensen zover te krijgen dat ze die niet meer onderhouden, dan slaagt hij er ook in dat ze de heilige dagen niet langer onderhouden (omdat de wekelijkse sabbat en de heilige dagen met elkaar samenhangen). Door dat te doen vernietigt hij met succes het teken dat Gods volk identificeert en slaagt hij er ook in hen van God af te snijden — door de zonde van het niet heiligen van Zijn sabbat. Het andere voorschrift is het voorschrift betreffende het Pascha.

Het Pascha wordt opnieuw aangevallen — net zoals dat gebeurde in de zeventiger jaren en in de vijftiger jaren, en ongetwijfeld ook in de veertiger en dertiger jaren. Het lijkt erop dat er nauwelijks enkele jaren voorbij kunnen gaan (of minstens een tiental jaren) zonder dat het Pascha op een of andere manier wordt aangevallen.

Ik geloof dat velen van ons afweten van wat de geschiedkundigen "de Quartodecimane Controverse" hebben genoemd. Quartodecimani is Latijn en betekent veertien. Deze controverse vond plaats in de tweede en derde eeuw na Christus, waarin met grote kracht werd geprobeerd het Pascha geheel van het toneel te doen verdwijnen. De westelijke kerk, onder de bisschop van Rome, slaagde erin dit te doen; zij vervingen het houden van het Pascha door het houden van Pasen, dat volgde op wat zij 'Goede Vrijdag' noemden.

Zij betitelden het Pascha als "Judaïsme" en zorgden ervoor dat iemand die het hield in opspraak geraakte. Ik geloof (vanuit wat ik heb gelezen), dat ze zelfs "de macht van de staat" in actie brachten tegen hen die besloten het te houden.

Het houden van het Pascha bleef echter in zwang binnen de oostelijke kerken — in de gebieden die uiteindelijk opgingen in de Oosters Orthodoxe Kerk. Die mensen bleven het Pascha op de veertiende dag houden. Die kerken bevonden zich voornamelijk in wat we vandaag kennen als Klein-Azië.

Ik vraag me af of u wist dat lang voor Jezus Christus, de Joden reeds hadden gerommeld met het houden van het Pascha en dat ze erin slaagden het van de veertiende naar de vijftiende te verschuiven. (Ik geloof dat sommigen van u dat inderdaad weten.) Ze slaagden er niet alleen in het van de veertiende naar de vijftiende te verschuiven, maar ze slaagden er ook in om het Pascha in de dagen der ongezuurde broden te laten opgaan en daarmee een feestperiode van acht dagen terug te brengen tot zeven dagen. In feite zal ik u veel later laten zien (niet in deze preek, maar later) dat er ergens ook een plaats is waar het zelfs maar zes dagen kan zijn. Dat wil zeggen het Joodse onderhouden van deze dagen.

Waar we over moeten nadenken is: "Waarom spant Satan zich toch zo in met betrekking tot het houden van één feest?" Zou dat kunnen zijn omdat dat feest van uitzonderlijk belang is voor Gods doel?

Ik denk dat de meesten van ons duidelijk begrijpen, dat Israël in ballingschap ging wegens afgodendienst en het overtreden van het sabbatsgebod. (Dat zien we heel duidelijk in Ezechiël 20.) Satan slaagde erin de Israëlieten zowel de ware God als Zijn ware doel uit het oog te doen verliezen, zelfs al bleven ze een religieus volk. U herinnert zich nog wel wat Paulus in Romeinen 10:2 over hen schreef. Hij zei dat de Joden uit zijn tijd een volk vormden "met een ijver voor God, maar zonder verstand". Ze zaten op het verkeerde spoor, maar ze waren ijverig. Ze waren 'religieus'. (We zullen later, in een andere preek, meer over de Joden horen.)

Hoe belangrijk is het Pascha voor Gods doel? Wel, het is zo belangrijk dat het het fundament is van de relatie binnen het kader van het Nieuwe Verbond tussen God en Zijn volk! In het Oude Verbond (het Oude Testament) begon God Zijn verbondsrelatie met Israël op het Pascha. In het Nieuwe Testament begon Jezus Christus de relatie met christenen in het kader van het Nieuwe Verbond in de laatste Paschanacht voor Zijn kruisiging — door het introduceren van de nieuwe symbolen voor het herdenken van Zijn offer als het ware Paschalam.

We gaan nu, pal aan het begin van deze preek, hier wat tijd aan besteden. Laten we daartoe Johannes 1:29 opslaan. Ik zal vandaag heel wat meer schriftgedeelten aanhalen dan ik gewoon ben. Veel ervan zullen weinig uitleg nodig hebben. Maar ieder schriftgedeelte zal naar mijn mening binnen de context van deze preek heel duidelijk zijn.

De spreker hier in Johannes 1 is Johannes de Doper en hij geeft commentaar op zijn neef — Jezus Christus. Dit commentaar was iets waarover God hem door inspiratie van Zijn Geest begrip moet hebben gegeven. We weten dat dit plaatsvond nadat Johannes Jezus had gedoopt.

Johannes 1:29 De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

Dat zou ons tenminste het begin van een inzicht (misschien zelfs een groot inzicht) en onderscheiding moeten geven met betrekking tot het belang van de dood van Jezus Christus. Eén dood van één mens — het offer van een leven dat zonder zonde was — weegt in de ogen van God op tegen alle zonden van de gehele mensheid die de mens door alle tijden heen heeft begaan; het maakt al deze zonden "van geen betekenis"!

Het is interessant om te zien hoe er in het Nieuwe Testament naar "zonde" wordt gekeken. Die zienswijze is dat zonde een besmettelijke ziekte is — iets dat iemand heeft opgelopen en waarmee hij een ander kan 'besmetten'. Met andere woorden zo iemand kan de 'infectie' op anderen overdragen en die anderen zullen dan ook drager van deze ziekte [zonde] zijn. Het is iets dat van binnen zit, maar ook iets dat zich vandaar uit kan verspreiden.

We kunnen er aan denken als aan AIDS (want dat is iets waar we allemaal aan denken). We zijn bang voor AIDS, nietwaar? We willen ver weg blijven van AIDS, nietwaar? We zien dus dat in de achtergrond van deze zienswijze van zonde het idee van quarantaine verscholen ligt. Zolang iemand besmet was met een ziekte, werd hij middels quarantaine verwijderd gehouden van andere mensen; hij had dus geen relatie met hen die "rein" waren (in de betekenis van het Oude Testament). De reden daarvoor was, dat degenen die rein waren, niet besmet wilden worden door hen die met de ziekte verontreinigd waren.

Jezus wordt dan gezien als de kuur, waardoor deze geïnfecteerde persoon uit de quarantaine kan komen om zodoende weer een relatie met anderen te kunnen hebben. In dit geval worden ze geïntroduceerd tot een relatie met God! (Dit is een schitterend, heel interessant en kleurrijk beeld.)

Als we het kunnen begrijpen, dan is dat het effect dat dit offer zal hebben op alle zonden van de gehele mensheid — van ieder individu dat ooit heeft geleefd! Jezus Christus' offer is de "kuur" die het deze mensen, die "in quarantaine zijn afgezonderd", mogelijk maakt een relatie met God aan te gaan.

1 Corinthiërs 5:5-6 leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren. 6 Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt?

Hier laat Paulus die "infectie" zien: Zuurdeeg als type van "zonde". Als er zonde aanwezig is, dan is er een grote kans dat anderen ermee besmet zullen worden. Een klein beetje zonde zal het gehele deeg besmetten (duidend op de gehele groep, de gehele gemeente).

1 Corinthiërs 5:7a Doet het oude zuurdeeg weg, ...

Dat is het effect van Christus' offer. Het verwijdert de infectie van de persoon die in geloof dat offer aanvaardt en berouw heeft en zich bekeert.

1 Corinthiërs 5:7 Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam [Paschalam] is geslacht: Christus.

Als we deze drie verzen aan elkaar koppelen dan hebben we een heel duidelijke beschrijving van de positie die Jezus Christus inneemt in "het type" dat (helemaal terug in Exodus 12) zo'n veertien- of vijftienhonderd jaar voor de werkelijke gebeurtenis werd uitgebeeld. Jezus Christus is het ware Paschalam, dat voor de gehele wereld werd geslacht met het doel dat God aan de zonden van de gehele mensheid zou voorbijzien.

Hoe lang was dit al in Gods gedachten? Dat wil zeggen Zijn doel om een offer te hebben — dat Hem in staat zou stellen voor de zonden van de mens te betalen? We weten dat zonde doodt. En als iemand voor zijn eigen zonde moet betalen, dan sterft hij — omdat "het loon der zonde de dood is". [Romeinen 6:23] God stelde vast (er staat "voor de grondlegging der wereld") dat als de zonde eenmaal begon, dat dan de enige manier waarop ervoor betaald kon worden de dood zou zijn van of (1) de persoon die zondigde of (2) een plaatsvervanger die de plaats kon innemen van degene die zondigde. Maar die plaatsvervanger moest dan zonder zonde zijn! En we zien dat dit de dood moest zijn van Iemand die groter was dan de gehele schepping.

Openbaring 13:8 En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens [een verdere beschrijving van hen die het beest zullen aanbidden] van het Lam [We hebben Hem zojuist geïdentificeerd in Johannes 1:29.], dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.

Daar is de betaling. En God had dit "van voor de grondlegging der wereld" in gedachten. Zonder het offer van Jezus Christus als ons Pascha (of dat van de mensheid) is er geen kwijtschelding van zonden — geen vergeving van zonden — door God de Vader. En we zien dus dat deze gebeurtenis het begin van eeuwig leven voor ons is. Zonder deze gebeurtenis is er geen eeuwig leven, omdat iedereen dan in zijn zonden zal sterven, daar iedereen dan zelf voor zijn eigen zonden moet betalen.

Hebreeën 7:26 Immers, zulk een hogepriester [Jezus Christus] hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven;

Absoluut zuiver, absoluut onschuldig, absoluut onbesmet. Er is geen vlekje op zijn blazoen te ontdekken. Hij werd nooit door iets besmeurd waardoor hij besmet zou worden; daarom is Hij een volmaakt offer.

Hebreeën 7:27 die niet, gelijk de hogepriesters [duidend op de hogepriesters uit het ceremoniële systeem dat God Zelf had ingesteld], van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden [want Hij had er geen; maar die priesters moesten allereerst offers voor zichzelf brengen, omdat zij zondigden] behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer bracht.

Dat ene offer is voldoende voor alle tijden, voor alle zonden van de mens. Eens voor altijd gaf Hij Zichzelf ten offer! Dat zegt ons nog iets meer. Het was vrijwillig (zelfs al lag het in Gods plan besloten). Niemand "nam" het van Hem. Hij gaf het.

Hebreeën 10:10 Krachtens die wil [Die "wil" is de wil van God; dat is wat Hij Zich ten doel stelde.] zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

"Geheiligd" betekent, dat we worden geacht in een toestand te verkeren die verschilt van die van anderen, we zijn apart gezet. Door Gods doel zijn we geheiligd.

Dit scheidt christenen van de rest van de mensheid — het feit dat God hun Zijn doel heeft geopenbaard. Zij hebben het doel van Jezus Christus binnen dat doel gezien. Ze hebben in Hem geloofd, Zijn offer aanvaard, berouw gehad en zich bekeerd van hun zonden; en als gevolg daarvan plaatst God die mensen in een andere categorie dan de rest van de mensheid (aan wie dat niet is geopenbaard).

Geheiligd betekent in zijn eenvoudigste vorm gewoon apart gezet — maar het heeft de bijbetekenis van door God apart gezet voor een heilig gebruik.

Door middel van één volmaakt offer is dat dus van toepassing op alle mensen, voor alle tijden, die het in geloof aanvaarden, en God legt op die manier het fundament voor ons om voor alle eeuwigheid deel te hebben aan de erfenis en de heerlijkheid van God.

Laten we er nog wat dieper op ingaan. Deze keer gaan we Mattheüs 26:26 bekijken, terwijl we verdergaan met het leggen van het fundament voor deze serie over HET PASCHA. Hier bij deze gelegenheid zien we Mattheüs' weergave van de gebeurtenissen die in die laatste avond en nacht van Jezus Christus' leven plaatsvonden — toen Hij Zijn laatste Paschamaaltijd met Zijn discipelen gebruikte. Bij die maaltijd stelde Hij de nieuwe symbolen in die Zijn lichaam en bloed vertegenwoordigden. (Ik bedoel de "nieuwe symbolen" voor het op de juiste manier houden van het Pascha.)

Mattheüs 26:26-28 En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. 27 En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. 28 Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

Jezus Christus beval Zijn volgelingen (allen die berouw hadden en zich bekeerden van hun zonden en die in geloof het offer van Zijn bloed aanvaardden voor de vergeving van hun zonden) toen om deel te hebben aan de nieuwtestamentische symbolen als een plechtige herdenking van Zijn dood. Elk van deze gebeurtenissen, waarbij Zijn dood wordt herdacht, dient een vernieuwing te zijn van de relatie binnen het Nieuwe Verbond van de gelovige met God, door het offer van Jezus Christus.

Let erop dat Hij zei: "Doet dit tot Mijn gedachtenis." (Ja, dat staat niet hier. Dat staat in Lucas 22, voor het geval u dat later wilt opslaan.) "Doet dit tot Mijn gedachtenis." Wat zijn "herdenkingen"? Een herdenking is een gelegenheid gewijd aan het herdenken van gebeurtenissen van groot belang en dit vindt plaats op de datum van die gebeurtenis. Herdenkingen zijn gelegenheden gewijd aan het herdenken van gebeurtenissen van groot belang; en die herdenkingen vinden plaats op de datum van die gebeurtenis.

In de Verenigde Staten vieren we dus de Onafhankelijksdag op 4 juli; niet op 5 juli of op 3 juli — maar op de dag die onze onafhankelijkheid in herinnering brengt. Ieder jaar wordt het dus herdacht op de datum waarop onze onafhankelijkheid werd afgekondigd.

Laten we naar het Oude Testament gaan, naar Deuteronomium 30:15-19. Ik wil daar beginnen, omdat dit een serie verzen is van groot plechtig belang. Ik wil dit naar voren brengen met betrekking tot het PASCHA, omdat ik wil dat we er allemaal goed van doordrongen worden dat het op de juiste manier houden van het Pascha niet iets is van weinig belang. (Houdt dat in gedachten even vast!)

Deuteronomium 30:15 Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade:

Denk hier aan in termen van het Pascha. U bent duidelijk bekend met deze verzen en u begrijpt dat God ons vraagt te kiezen. Daarna beveelt Hij ons te kiezen. En Hij beveelt ons te kiezen wat juist en goed is. Als we dat doen, zullen we leven. Als we voor het andere kiezen, zullen we sterven. Hoe belangrijk is het PASCHA dan? Denk daaraan in deze bewoordingen.

Deuteronomium 30:16a doordat ik u heden gebied de HERE, uw God, lief te hebben ...

Wat is de bijbelse definitie van liefde? Dat is het houden van de geboden van God. We brengen liefde tot God en tot onze naaste tot uiting door het houden van de geboden van God.

Deuteronomium 30:16b ... door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt ...

De gevolgtrekking is reeds dat als we ervoor kiezen God niet lief te hebben (door het houden van Zijn geboden), dat we er dan voor kiezen te sterven.

Deuteronomium 30:16c ... en de HERE, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemen.

Denk daar eens aan in menselijke termen. Vinden we het niet fijn om hen die ons liefhebben te "zegenen"? Dat doen we zeer zeker. God zegt: "Dat is de weg tot leven. U hebt Mij lief en Ik zal u zegenen." Hij doet dit omdat Hij het fijn vindt hen te zegenen die Hem liefhebben.

Deuteronomium 30:17-20 Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient, 18 dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen. 19 Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, 20 door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren [Let erop hoe deze twee met elkaar verbonden zijn.] en Hem aan te hangen, want dat is uw leven [Statenvertaling: want Hij is uw leven] en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de HERE uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.

Nogmaals, lees dit met het PASCHA in gedachten. Waar is ons leven? Enige minuten geleden zei ik dat eeuwig leven (dat is waar de bijbel het meestal over heeft) begint met het offer van Jezus Christus. Hij was ons Pascha, het Lam van God. Daarmee begint eeuwig leven.

Kiezen we ervoor door te gaan om die gebeurtenis te herdenken? We gaan nu verder. Er is geen enkele manier waarop ik het belang van het PASCHA voor ons kan verminderen, als we er van dit standpunt uit naar gaan kijken. Het is een zaak van leven en dood. Denk er op deze manier aan.

Wat zou er zijn gebeurd als Israël (voorafgaande aan de uittocht, voorafgaande aan het voorbijgaan van de doodsengel) ... Wat als Israël had besloten ervoor te kiezen Gods geboden betreffende het Pascha niet op te volgen? Wat zou dan het gevolg zijn geweest? Ze zouden zijn gestorven! (Zo eenvoudig is dat.) Het op de juiste manier houden van het PASCHA is een zaak van leven en dood.

Het is duidelijk dat sommige dingen met betrekking tot het houden van het Pascha belangrijker zijn dan andere. Maar bedenk dat over het geheel genomen het Pascha op de juiste manier moet worden gehouden — als we willen leven!

Laten we naar de brief aan de Romeinen gaan, in het Nieuwe Testament; we zullen dan een nieuwtestamentische accent toevoegen aan wat ik zojuist heb gezegd. Dit is een vers dat ik al iets eerder in deze preek heb aangehaald.

Romeinen 6:23 Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

Jezus Christus is ons Pascha, voor ons geslacht ter vergeving van zonden. Zonder Zijn offer zullen we in onze zonden sterven. Laten we met dat in gedachten naar het evangelie van Johannes gaan en we zullen daar zien hoe belangrijk het houden van het Pascha is.

Johannes 6:53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf.

Weet u nog wat de symbolen waren? Het brood vertegenwoordigt Zijn verbroken lichaam. De wijn vertegenwoordigt Zijn vergoten bloed. Dat eten we letterlijk — de symbolen van Zijn lichaam en de symbolen van Zijn bloed. INDIEN wij het vlees van de Zoon des mensen niet "eten" en Zijn bloed niet "drinken", DAN hebben we geen "leven" in ons. Het op de juiste manier houden van het Pascha is een zaak van leven en dood, nu net zo sterk als dat het geval was in het Oude Testament, toen God de huizen van de Israëlieten voorbijging!

In Johannes 6:53 staat een duidelijke, dogmatische uitspraak. Er is geen tussenweg. Er is geen compromis. De jaarlijkse bevestiging van het verbond — door middel van het Pascha — is de kern en het middelpunt van een voortdurende relatie met Jezus Christus en God de Vader. Ik geloof niet dat ik het teveel kan benadrukken, omdat dat het begin is van eeuwig leven. Het is het begin van het plan van God. En als we de eenvoud van het PASCHA niet kunnen aanvaarden, hoe kunnen we dan ooit verder gaan op weg naar perfectie?

Johannes 6:55 Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank.

De implicatie is "spijs die leven geeft" en "drank die leven geeft".

Johannes 6:56 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.

"Blijft" betekent leven in of wonen in. Het heeft de kracht of de aandrang van voort te gaan in. Met andere woorden Hij zegt ons hier, dat INDIEN we doorgaan met in Hem te leven (vanaf het moment dat we door geloof Zijn bloed aanvaarden en berouw hebben en ons bekeren), dat we DAN voortdurend moeten blijven vernieuwen. Dus voortdurend Zijn brood blijven eten en Zijn bloed blijven drinken — omdat dat leven geeft. Ziet u de symboliek die hier aanwezig is? Het is heel duidelijk.

Johannes 6:57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.

Ik geloof dat we allemaal begrijpen dat berouw en aanvaarding van het bloed van Jezus Christus het begin is van het proces dat tot behoud leidt. In de verzen 55 tot 57 bevestigt Hij ons dus dat behoud (dat is de voltooiing van het proces) het gevolg is van het voortzetten van de relatie door middel van de herbevestiging van het verbond — dus door het PASCHA.

Laten we dit nog wat verder doortrekken. Hier pal aan het begin wil ik het echt zo duidelijk uiteenzetten, dat we allemaal begrijpen hoe belangrijk het Pascha is binnen het doel van God. Gemeente, Israël zou nooit uit Egypte zijn getrokken als God niet aan hun zonden was voorbijgegaan. Ze zouden nooit op weg naar hun erfenis hebben kunnen gaan. Je kunt een erfenis nooit bereiken, tenzij je op weg gaat. En we hebben zojuist gezien dat God zei (dat we zonder het Pascha niet alleen niet kunnen "beginnen"), maar dat we het jaar na jaar moeten blijven herbevestigen. En die herbevestiging maakt deel uit van het proces dat ons verder doet gaan op weg naar behoud.

Laten we naar Johannes 13 gaan. Dit is Johannes' verslag van dat laatste Pascha.

Johannes 13:8, 14-15 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem [Luister hier naar.]: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij. [Dat is nogal duidelijk.] ... 14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; 15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.

Feitelijk komt het er letterlijk op neer dat het onze plicht is te doen zoals Hij deed.

Verlangen we eeuwig leven? Als het antwoord "Ja" is, dan moeten we doen wat Hij ons gebood. Dat sluit de voetwassing in, alsmede het deelhebben aan het brood en het deelhebben aan de wijn. Die hangen alle drie met elkaar samen — en maken deel uit van de nieuwtestamentische manier om het PASCHA te houden.

Johannes 14:6 Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Deze handeling van Christus is zo essentieel — het is van zulk vitaal belang om het ware nieuwtestamentische Pascha te houden — dat we zonder het Pascha geen eeuwig leven kunnen hebben! Jezus Christus is de enige weg tot behoud.

De apostelen begrepen dit. In het boek Handelingen, hoofdstuk 4, zien we een gelegenheid waarbij Petrus en Johannes werden gebruikt om een man te genezen die al meer dan veertig jaar verlamd was geweest. Dat wond natuurlijk een menigte toeschouwers op, omdat deze man welbekend was. Petrus maakte toen van de gelegenheid, dat er zich een menigte verzamelde, gebruik om over Jezus Christus te prediken. Wat hij toen zei is belangrijk met betrekking tot het begrip van het belang van Jezus Christus en Zijn offer voor u en mij.

Handelingen 4:10-12 dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat. 11 Dit is de steen, door u, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. 12 En de behoudenis is in niemand anders [Er is geen behoud door iemand anders.], want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.

De woorden "waardoor wij moeten" duiden erop dat het absoluut verplicht is.

Denk nu eens aan het vers uit de bijbel dat waarschijnlijk het meest beroemd is:

Johannes 3:16a Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, ...

Ik behoef niet verder te gaan. We hebben een vrij gedetailleerde beschrijving gezien van waarvoor Hij Hem gaf. Hij gaf Hem, zodat Hij kon sterven om daarmee de prijs voor onze zonden te betalen, opdat aan de vereisten van Gods wet kon worden voldaan — opdat wij buiten onze normale levensduur van zo'n zeventig jaar verder zouden kunnen leven door in het Koninkrijk van God te worden opgewekt.

Als we eenmaal zover zijn dat we dit begrijpen — en we geloven dit en we willen ons eraan toewijden — legt het ons verantwoordelijkheden en verplichtingen op. De eerste verplichting is berouw te hebben en zich te bekeren. En ik moet zeggen dat daarmee moet samengaan, even belangrijk, te geloven in het offer van Jezus Christus. En dan ons geheel te wijden, door een volledige onderdompeling (die een begrafenis in een watergraf voorstelt gevolgd door een opstanding uit dat graf), aan een nieuw leven dat geheel gericht is op gehoorzaamheid aan Jezus Christus. Hierdoor hebben we dan het begin van eeuwig leven en worden we mede-erfgenamen gemaakt met Jezus Christus voor wat betreft de beloften die gedaan werden aan Abraham, Isaak en Jakob. Maar de verantwoordelijkheid eindigt daarmee niet! Ook onze gehoorzaamheid aan Zijn geboden is daarbij inbegrepen. Dat is de andere kant van het verbond, de andere kant van de overeenkomst.

Het is alsof God zegt: "Kijk eens, als u uw leven aan Mij wilt geven, dan zal Ik dit ervoor in de plaats geven. Ik zal u vergeving van zonden geven. Ik zal u Mijn Heilige Geest geven. Ik zal u toegang tot Mij geven. Maar u moet Mij uw leven in gehoorzaamheid geven, zodat Ik met u kan werken en Mijzelf in u kan scheppen, zodat u Mijn denken, Mijn hart en Mijn karakter zult hebben! Mijn natuur! Mijn houding!"

Dat vereist medewerking van onze kant — omdat God ons een vrije wil heeft gegeven.Wij moeten dus kiezen (zie Deuteronomium 30). Het leven wordt een zaak van keuzes, opdat wij ons in geloof aan de regels — aan het BESTUUR — van God zullen onderwerpen. Onze reactie moet dus "gehoorzaamheid in liefde" zijn. We moeten in staat zijn dit te doen. In feite zei de apostel Johannes:

1 Johannes 4:19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Hij [God] stak Zijn nek uit. Het lijkt er bijna op dat er geen garantie is dat het 'iets zal opleveren'. Maar Hij is bereid Zichzelf op te offeren in de hoop dat onze reactie op de demonstratie van Zijn liefde, door Zijn Zoon, ons met zo'n gevoel van verplichting en bewondering zou vervullen, dat wij, op onze beurt, ons leven in gehoorzaamheid aan Hem zouden wijden.

Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

Dat is zo duidelijk. Op die manier demonstreren we onze liefde voor God — door ons aan Hem te onderwerpen middels Zijn geboden. Het bewaren van Gods geboden is een voortdurend doorgaand proces. Het is niet iets dat we alleen maar zo af en toe doen. Het is een manier van leven voor ons.

Johannes 14:21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

Het is een proces. Het heeft een begin. Het heeft een einde. En het gaat actief voorwaarts naar dat "einde".

Johannes 14:23a Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren ...

Hij zet Zijn woorden hier alleen maar in een andere volgorde. Hij bedoelt echt al Zijn woorden. (Niet slechts een paar. Niet slechts enkele.)

Johannes 14:23b-24 ... en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen. 24 Wie Mij niet liefheeft bewaart mijn woorden niet; en het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft.

Wat we zojuist hebben gelezen is de gehele betekenis van het leven voor een christen. Indien wij Christus liefhebben, dan zullen we Zijn geboden onderhouden; dat zijn de geboden van de Vader.

Ik geloof dat we begrijpen dat er in de wereld een pseudo-christendom bestaat; zij gebruiken de naam van Jezus Christus, maar weigeren Zijn wil te doen.

Mattheüs 7:21-22 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is [met andere woorden: wie gehoorzaam is]. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan?

We kunnen nu gaan inzien waar echt christen-zijn in tot uiting komt. Niet in "geweldige daden" voor het oog van de mensheid — maar in heel gewone, alledaagse gehoorzaamheid aan God. Of een ander het nu ziet of niet, God weet het.

Mattheüs 7:23 En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

Dat is onrechtvaardigheid. Het Griekse woord is "anomia". Dat betekent "tegen de wet". Dus wie niet gehoorzaam is, of wie niet de juiste keuzes maakt. Zij kiezen de dood. De meeste mensen hier op aarde bevinden zich op die brede weg die naar vernietiging leidt.

1 Johannes 4:8 Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

Liefde is het onderhouden van de geboden. Liefde is het zich onderwerpen aan God. God heeft andere kwaliteiten, maar Hij wordt voornamelijk door deze kwaliteit gekend. Hij wil dat Zijn kinderen ook door deze kwaliteit worden gekend. In het onderhouden van Zijn geboden laten we dus liefde tot God en liefde tot de naaste zien.

1 Johannes 4:9-11, 16 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. 10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden. 11 Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben. ... 16 En wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft [daarin doorgaat, daarin leeft], blijft in God en God blijft in hem.

Ik denk dat dat heel duidelijk is. Ons onderhouden van de geboden (dat is liefde) is onze reactie op Gods liefde — ten eerste naar Hem en daarna ook naar onze naaste.

Wat is de manier om God te begrijpen en Zijn weg te begrijpen? Dat is Hem te gehoorzamen. Zoals de psalmist zegt:

Psalm 111:10a De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. [In het Engels is dit vertaald als: ... allen die Zijn geboden uitvoeren.]

Dat vers staat niet op zichzelf; we weten dat het nodig is dat er andere kwaliteiten aan toe worden gevoegd. Hij laat ook zien dat we intelligent moeten zijn. Ook moeten we Hem en Zijn woord benaderen als een kind. God verwacht van ons dat we onze intelligentie gebruiken. Hij verwacht van ons dat we de Schriften doorzoeken en de ene tekst met de andere vergelijken — indien we Zijn weg willen begrijpen. God heeft de bijbel met opzet laten schrijven op de manier waarop Hij dat deed, zodat de mensen naar Zijn waarheid zouden moeten zoeken.

De "waarheden" met betrekking tot het PASCHA staan niet allemaal bij elkaar. Ze staan verspreid en ze zijn gebaseerd op het principe dat in Jesaja 28 staat.

Jesaja 28:9-11 'Wie wil hij kennis leren en wie wil hij een openbaring doen verstaan? Hun die van de melk gespeend, aan de borst ontwend zijn? [Nee.] 10 Want [Hier komt het.] het is wet op wet, wet op wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat.' [Het lijkt wel op een stotteraar — de dingen zijn enigszins onsamenhangend en toch zit er een verband in.] 11 Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft:

Dit is het principe waarop alles is gebaseerd. Dit betekent dat als we doctrine willen begrijpen, we het eis op eis moeten bestuderen.

De apostel Paulus zei in principe hetzelfde. We gaan daarvoor naar 2 Timotheüs.

2 Timotheüs 2:14 Blijf dit in herinnering brengen [Paulus schrijft aan Timotheüs] en betuig in de tegenwoordigheid van God, dat men geen woordenstrijd moet voeren, die tot niets nut is, (ja) verderf brengt aan wie ernaar horen.

Dat zou ons iets moeten zeggen. Er zijn mensen die ervan houden om over woorden te argumenteren. Maar we zullen gaan begrijpen en we zullen gaan zien dat de bijbel zijn eigen woordgebruik definieert.

2 Timotheüs 2:15 Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider [daar moeten we aan werken], die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid.

Dat betekent te snijden volgens een rechte lijn, de kortste afstand tussen twee punten. Zo is het dus met Gods woord. Gods woord wordt het woord der waarheid genoemd.

In Johannes 14 kunnen we een ander principe vinden. We zien daar dat degenen van ons die de Geest van God hebben ontvangen "de Geest der waarheid" — zoals Jezus het noemt — hebben ontvangen.

Johannes 14:17a de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, ...

En wij begrijpen dat de wereld zich niet onderwerpt en daarom niet kan ontvangen. Nu naar vers 26.

Johannes 14:26 maar de Trooster, de Heilige Geest [dat is de Geest der waarheid], die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.

Het woord der waarheid stemt in met de Geest der waarheid en wij zullen door die Geest der waarheid tot de "waarheid" worden geleid.

Het zou duidelijk behoren te zijn dat het vleselijke denken (zoals Romeinen 8:7 zegt) vijandschap is tegen God. Het mist "een kwaliteit" om de waarheid van God te begrijpen. Alles dat tegen God in oorlog is, staat niet open om de Geest der waarheid te aanvaarden, noch het woord der waarheid. Maar zo'n geest kan inderdaad allerlei slimme argumenten bedenken die niets meer doen dan de situatie te 'vertroebelen'.

Zelfs al kan deze persoon heel intelligent zijn (met allerlei titels voor zijn naam), dat betekent allemaal niets als we met geestelijke dingen te maken hebben. En het is onvermijdelijk dat die persoon met een deel van de waarheid aankomt, maar dat hij er niet genoeg van zal weten te verkrijgen, omdat hij zich er niet aan onderwerpt. De volledige waarheid zal voor hem verborgen blijven. Hij heeft gewoon niet de juiste middelen die daarvoor nodig zijn.

Daarom komt het voor, dat mensen met om zo te zeggen een lager intelligentieniveau, het zullen "zien" en het zullen "verkrijgen". Omdat zij de juiste kinderlijke houding hebben en de Geest van God; zij hebben berouw gehad en zich bekeerd; zij gehoorzamen God naar hun beste weten.

We kunnen hier nog aan toevoegen wat Jeremia zei.

Jeremia 17:9 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?

God "kent" het. En iemand die de Geest van God heeft, kan het ook "kennen". Zij kunnen het in zichzelf zien. Maar we moeten voorzichtig zijn, omdat die geest (dat denken, dat hart) nog steeds in elk van ons verborgen zit. Het kan de zaak ook vertroebelen, want het wil blijven vasthouden aan wat vleselijk is.

1 Corinthiërs 2:9 Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.

Daar hebben we het alweer: "degenen die Hem liefhebben". Dat is gekoppeld aan het begrijpen van de bijbel. "Een goed inzicht hebben allen die Zijn geboden uitvoeren." In vers 9 zegt hij in principe dat de dingen van de geest niet worden onderscheiden door menselijke intelligentie op zich. God zegt niet dat "intelligentie" niet nodig is, maar Hij zegt dat er een kwaliteit (een iets) moet zijn dat aan de menselijke intelligentie wordt toegevoegd — omdat het [iets geestelijks, iets "van de Geest"] gewoonweg niet vleselijk is, of fysiek, of waarneembaar.

1 Corinthiërs 2:10, 14 Want [let op het contrast] óns heeft God het geopenbaard door de Geest [de Geest der waarheid, die ons in alle waarheid zal leiden]. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. ... 14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid [Hij heeft een vleselijk denken; hij heeft een arglistig hart en zelfs al kan hij heel intelligent zijn, het is toch dwaasheid voor hem.] en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Daar hebben we dus in een notedop waarom er zoveel verwarring over het PASCHA bestaat. De bijbel is niet verwarrend over het Pascha! Zeer zeker, de delen die ons het plaatje duidelijk maken staan niet allemaal bij elkaar. "Eis op eis, wet op wet." Maar de Geest der waarheid zal ons leiden, zodat we in staat zullen zijn te zien waar de waarheid ligt.

Deze studie, die we gaan ondernemen, is dus opgezet om waarheid te vinden! We zijn er niet op uit een religieus standpunt te vinden om het eens te worden met een of ander doctrinair comité, of een of ander doctrinair bestuur, of een vorig standpunt te onderbouwen, omdat, gemeente, die dingen totaal niet van belang zijn. Paulus zei in Galaten 6:7: "God laat niet met Zich spotten." We kunnen Hem niet bedriegen. Indien we eerlijk zijn, willen we Hem dan niet geloven? We kunnen geen loopje met Hem nemen. We doen er dus beter aan op een eerlijke manier naar waarheid te zoeken!

We zullen dit systematisch gaan doen, praktisch, stap voor stap, vers voor vers. We gaan beginnen met de schriftgedeelten die het gemakkelijkst zijn te begrijpen en daarna gaan we verder met degene die moeilijker te begrijpen zijn. Dat is de logische manier om het te doen. Eerst de duidelijke schriftgedeelten opzoeken en begrijpen en daarna eraan werken om degene die moeilijk zijn overeen te doen stemmen met degene die duidelijk zijn. Dus we gaan er niet aan werken om de duidelijke met de moeilijke te doen overeenstemmen door te proberen ze ergens in te persen waarvoor God ze nooit heeft bedoeld.

We zullen hierbij de bijbel zijn eigen woordgebruik laten definiëren en interpreteren. We zullen de "context" waarin iets staat bekijken — de verzen ervoor en de verzen erna; het hoofdstuk ervoor en het hoofdstuk erna — wat daar ter plaatse ook maar van toepassing is. In sommige gevallen zullen we zelfs praktisch de gehele bijbel als de "context" beschouwen.

Ik heb ongeveer het volgende gedaan. Ik heb twee gebeurtenissen genomen en die geplaatst binnen het gehele doel van God. Dat zijn (1) het Pascha waarmee de dingen toen bij de exodus begonnen en (2) het Pascha waarmee voor ons de dingen begonnen voor wat betreft het eeuwig leven. We gaan deze bekijken binnen de context van Gods gehele doel. De eerste is fysiek van belang — een zaak van leven en dood voor de Israëlieten in Egypte. De tweede is geestelijk van belang — een zaak van leven en dood voor diegenen onder ons die op weg zijn naar het "beloofde land" van God in het Koninkrijk van God.

Soms moeten we kijken naar wat de Schrift niet zegt. We zullen gaan kijken naar wie die dingen schreef. (Soms is dat belangrijk.) Bij tijden zullen we kijken naar voor wie het geschreven is. (Soms is ook dat belangrijk.) Maar meningen, ongeacht hoe sterk we daarvan overtuigd zijn, zijn slechts "meningen" — tenzij de bijbel duidelijk laat zien dat ze waar zijn en daarmee geldige meningen zijn.

Waar beginnen we? Waar staat het woord Pascha voor? Daar moeten we beginnen. Waar staat het woord PASCHA voor? Waar komt die naam vandaan? Dat lijkt misschien wel een heel kinderlijke vraag, maar dat is voor de "geleerden" een punt om over te argumenteren.

Ik haal nu iets aan uit het boek The Passover in the Bible and the Church Today, geschreven door Drs. Robert Kuhn en Lester Grabbe, gepubliceerd in 1977. Deze aanhaling staat op pagina 14:

Nog een punt tot slot, een klein punt, dit betreft de naam Pascha zelf [Engels: Passover]. Men heeft weleens gedacht [Let wel: Men heeft weleens gedacht ...] dat deze naam werd ontleend aan het voorbijgaan [Engels: passing over] van de doodsengel en dat daarom het gehele feest op de veertiende moest plaatsvinden.

Ziet u hoe belangrijk dit is? Als het Pascha [PASSOVER] inderdaad genoemd is naar het voorbijgaan [passing over], dan moet alles op de veertiende plaatsvinden. Zo belangrijk is dat "kleine" punt! Deze mannen zijn natuurlijk tegen een Pascha op de veertiende. [Verder met hun boek:]

Over de precieze oorsprong van de naam zijn de geleerden het echter niet eens. Zulke etymologische argumenten kunnen in een discussie nooit van groot belang zijn.

Dat lijkt heel sterk op de manier waarop evolutionisten praten. Het is bijna ongelofelijk.

Als we in deze tijd een Jood vragen wat er met het Pascha wordt herdacht, dan zal hij (naar alle waarschijnlijkheid) zeggen dat het een herdenking is van de exodus uit Egypte. Is dat echter het onderwijs van de bijbel? Helemaal niet. De Schriften definiëren de betekenis — omdat het genoemd werd naar een gebeurtenis die door God werd voltrokken.

Exodus 12:24-27 Gij zult dit voorschrift houden [Hij heeft het hier over het Pascha.] als een altoosdurende inzetting voor u en uw zonen. 25 En wanneer gij komt in het land dat de HERE u geven zal, gelijk Hij gezegd heeft, zult gij deze dienst onderhouden. 26 En [hier komt het] wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u, 27 dan zult gij zeggen: Het is een Paasoffer [Pascha-offer] voor de HERE, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde. Toen knielde het volk en boog zich neer.

De dag en het offer worden genoemd naar de gebeurtenis die God voltrok toen Hij de kinderen Israëls voorbijging [Engels: passed over]. Het is geen herdenking van het uittrekken uit Egypte. Het herdenkt dat God de Israëlieten voorbijging (spaarde).

Leviticus 23:4a, 5-6 Dit zijn de feesttijden des HEREN, ... 5 In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE. 6 En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten.

Het PASCHA is ingesteld om Gods voorbijgaan te gedenken. Het kan niet duidelijker worden gezegd — voor iemand die de instelling heeft God te willen geloven! We hebben te maken met twee verschillende gebeurtenissen, twee verschillende dagen en twee verschillende feesten — één op de veertiende en één op de vijftiende.

Ik ga nu iets lezen van Flavius Josephus, uit zijn boek Antiquities of the Jews, boek II, hoofdstuk 14, sectie 6. Josephus was een Joods historicus die waarschijnlijk ergens in de negentiger jaren na Christus schreef.

Vanwaar brengen we tot op de dag van vandaag dit offer [Hij heeft het over het Pascha.] nog steeds op dezelfde manier en noemen dit feest Pascha, wat duidt op het feest van het voorbijgaan? Omdat op die dag God ons voorbijging en de plaag over de Eygptenaren bracht, want de eerstgeborenen van de Egyptenaren stierven in die nacht.

Hij begreep het. Het Pascha is genoemd naar Gods voorbijgaan. Het offer van het lam wordt genoemd naar Gods voorbijgaan. De dag wordt niet naar het offer genoemd. Het offer wordt genoemd naar de gebeurtenis die op die dag plaatsvond — en het voor God (vanwege Zijn wet) natuurlijk mogelijk maakte hen voorbij te gaan.

Nog iets van Josephus, uit hetzelfde boek (boek II), deze keer uit hoofdstuk 15, sectie 1:

De Hebreeën trokken dus uit Egypte, terwijl de Egyptenaren weenden en het betreurden dat zij hen zo hard hadden behandeld ... Het komt daaruit voort dat we, ter gedachtenis van de nood [de slavernij] waarin we daar verkeerden, acht dagen lang een feest houden, dat de naam draagt van het feest der ongezuurde broden.

Een heel andere gebeurtenis! Ze "trokken uit" op de vijftiende. Het Pascha vond plaats op de veertiende. Het Pascha herdenkt het "voorbijgaan". Het feest der ongezuurde broden gedenkt het "uittrekken".

Heel snel nog ... Ik vraag me af of ik wel 'heel snel' moet zijn met het volgende punt. Ik geloof niet dat ik dat zal zijn, omdat het het verdient dat er de nodige tijd aan wordt besteed. Dat zal ik dan volgende week doen. Maar laten we samenvatten wat we tot op dit punt hebben bereikt:

  1. We hebben het belang van het Pascha gezien in zowel het Oude als het Nieuwe Verbond. Het is een zaak van leven en dood.
  2. Het Pascha is genoemd naar Gods "voorbijgaan" (niet het "uittrekken" uit Egypte).
  3. Pascha en ongezuurde broden zijn twee aparte herdenkingen.

Zo God het wil, zullen we volgende week zien wat het houden van het Pascha inhoudt. We zullen dan ook zien wat "tussen de twee avonden" (of "schemering" — afhankelijk van de vertaling) betekent.

Volgende week zullen we dus zien (1) wat er met het houden van het Pascha samenhangt en (2) wat "tussen de twee avonden" betekent. We zullen het aan de bijbel overlaten die dingen te definiëren en we zullen de waarheid ontdekken zonder naar bronnen buiten de bijbel te gaan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)