Satan (Deel 4)

Door John W. Ritenbaugh
3 oktober 1992

Samenvatting: (toon)

In dit vierde deel uit de serie over Satan waarschuwt John Ritenbaugh dat Satans manier van werken altijd heeft bestaan uit het gebruik van leugens om het bevredigen van de eigen verlangens te bevorderen boven gehoorzaamheid aan God. Evenals de Messias moeten we leren dat de weg naar het koninkrijk loopt via zelfverloochening en niet via bevrediging van de eigen verlangens. We zijn in het bijzonder kwetsbaar voor de misinformatie van Satan als we gaan denken dat we niet krijgen waar we recht op hebben, of dat we oneerlijk worden behandeld. In een wereld die we als oneerlijk beschouwen, moeten we Christus voorbeeld volgen die zonder te klagen (1 Petrus 2:20-21) oneerlijke behandelingen doorstond en tot aan Zijn dood leed omwille van de gerechtigheid. De belangrijkste oorzaak voor de verwarring en verdeeldheid van de kerk te Corinthe (en ook nu binnen het grotere geheel van de Kerk van God) was de door Satan geïnspireerde zelfverheffing in het bedenken van uitvluchten om om andere redenen dan zonde niet met elkaar om te gaan. Het tegengestelde van liefde is niet zozeer haat, maar zelfgerichtheid.


1 Corinthiërs 2 liet ons zien dat God de mens een geest gaf, dat we de Geest van God kunnen ontvangen die ons in staat stelt de geestelijke dingen van God te bevatten, en dat er een geest van deze wereld is. We zagen ook dat er met de geest van de mens gecommuniceerd kan worden, zelfs zonder dat de mens zich bewust is dat dat plaatsvindt.

We zagen ook in de preek van vorige week, dat er zich een grote mate van geestelijke activiteit afspeelt. Soms heeft die geestelijke activiteit betrekking op de bestemming van grote naties. We zagen in het bijzonder dat God gebruik maakt van engelen, en soms ook van demonen, om Zijn bevelen uit te voeren.

We zagen, dat het belangrijkste middel van Satan om ons te manipuleren bestond uit desinformatie en het beïnvloeden van onze houding. Het doel daarvan is om onze manier van redeneren te richten op de bevrediging van het eigen ik. Dit is in het bijzonder verdorven omdat de bevrediging van het eigen ik in zichzelf in het geheel niet verkeerd is, maar wél het plaatsen van het eigen ik voor God en anderen. Dat is Satans doel: proberen onze manier van denken te richten op de bevrediging van het eigen ik; dat is zijn doel omdat dat de essentie van zonde is.

Satan wordt in Efeziërs 2 de overste van de macht der lucht genoemd. Blijkbaar vindt de manipulatie in de meeste gevallen plaats op een indirecte manier. De lucht is overladen met zijn geest en we zijn van nature op zijn golflengte afgestemd. De enige manier om manipulatie te vermijden is het in staat zijn om op iets anders af te stemmen.

Waarnemen dat we worden beïnvloed, is niet altijd gemakkelijk, omdat we sinds onze geboorte ons al naar zijn invloed hebben gevoegd. We hebben dat al heel ons leven gedaan. Daarom vinden we het heel natuurlijk om in die richting te gaan. Maar wat natuurlijk is voor de mens, is volgens Romeinen 8:7 vijandschap tegen God. Zelfs al zijn we niet in staat het waar te nemen op het moment dat het gebeurt, het zal toch vrucht voortbrengen, en we zouden het dán moeten kunnen waarnemen door in staat te zijn de tekenen te zien van de vrucht die wordt voortgebracht.

Satan is er natuurlijk altijd op uit om ons te laten zondigen, maar zelfs al zondigen we, dan is het nog mogelijk dat we het niet waarnemen. Dat komt doordat zonde zo verweven is met ons leven, dat we het niet als zonde herkennen. Maar op een bepaald moment zal er toch vrucht worden voortgebracht. Zelfs al nemen we Satans invloed als we zondigen niet waar, toch zullen er hierdoor op enig moment in de toekomst andere vruchten worden voortgebracht, die ons het bewijs geven dat we zijn gemanipuleerd.

U zult zich nog wel herinneren dat ik in die preek zei, dat de bewijzen dat hij in ons leven aan het werk is, in het leven van andere mensen, in instituten waar we deel van uitmaken en in de cultuur waarin we leven, bestaan uit verwarring, verdeeldheid en oorlogsvoering. Ik merkte ook op dat het niet persé in die volgorde behoeft te zijn. Het is echter wel de meest voorkomende volgorde.

Deze hele knoeiboel op aarde begon toen er in Satan (of Lucifer) ijdelheid over zijn schoonheid ontstond. Naar mijn mening verwijst dit woord schoonheid niet alleen naar zijn uiterlijk, maar ook naar al zijn bekwaamheden, inclusief zijn geweldige intelligentie, wijsheid en al die andere dingen (vaardigheden) waarmee God hem had toegerust.

Echter op een bepaald moment (ik weet niet of dit één jaar, honderd jaar of tienduizend jaar nadat God hem geschapen had, gebeurde) maakte Satan zichzelf een leugen wijs. Die leugen was, dat hij vond dat hij niet kreeg waar hij recht op had. Hij was zo intelligent, hij was zo prachtig en had zoveel talenten dat hij een lagere functie had dan waar hij eigenlijk recht op had.

Dat is onmogelijk omdat God inherent liefde is. Liefde is een deel van Zijn karakter. Het is onmogelijk dat Hij iemand verkeerd zou behandelen, net als het onmogelijk is dat God op een of andere manier zou zondigen. Hij kijkt altijd uit naar het beste voor allen die erbij betrokken zijn — de persoon, de groep of de institutie. Satan maakte zichzelf, wegens de aansporingen van zijn ijdelheid, een leugen wijs.

Deze leugen brandde zo in hem, dat hij die niet voor zichzelf kon houden, en hij maakte zichzelf toen een andere leugen wijs, wat de oplossing zou moeten zijn. Hij begon andere engelen deelgenoot te maken van zijn gevoelens, dat ook zij niet correct werden behandeld en dat de oplossing erin lag God aan te vallen, Hem van Zijn troon te stoten en daardoor zouden ze de positie kunnen bekleden die hun toekwam en zouden zij de regels kunnen vaststellen.

Met de uitbreiding van deze opstand ontstond er een verwijdering van God en uiteindelijk werd er oorlog gevoerd.

Openbaring 20:1-2 En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2 en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren,

Ons begrip van dit vers is, dat dit natuurlijk plaatsvindt aan het begin van die duizendjarige periode.

Openbaring 20:7-8 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 8 en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee.

Ik sloeg deze tekst op, omdat ik goed tot ons wilde laten doordringen, hoe effectief hij is in zijn schandelijk geïntrigeer — dat zelfs na duizend jaar lang zijn invloed niet te hebben kunnen uitoefenen, duizend jaar waarin de mens onder het bestuur van God leefde, zodat ze volledig in staat zijn om op de juiste manier te vergelijken, hij nog in staat is de mensen te bedriegen en hen aan te zetten tot oorlogsvoering tegen God. Ik moet u zeggen, dat hij de beste verkoper aller tijden is.

Zoals ik aan het begin van deze serie zei, lag de aanleiding voor deze serie in het artikel "Wat u misschien niet weet" dat de heer Herbert Armstrong in 1978 schreef. Het punt, het doel van de heer Armstrong met dat artikel was: proberen ons te vermanen, of ons begrip te geven, zodat we onze kwetsbaarheid zouden kunnen inzien. Het artikel werd geschreven omdat de heer Armstrong vond, dat er velen waren onder de dienaren (het was voornamelijk gericht op de dienaren, niet op de gewone leden) die niet inzagen dat ook zij bedrogen waren of bedrogen konden worden. Blijkbaar hadden sommige dienaren tegen hem gezegd dat Satan hen niet bedroog. Het artikel werd geschreven, opdat wij zouden oppassen en niet zouden denken dat we niet konden vallen. (Hij die staat zie toe dat hij niet valle.)

Het belangrijke punt hiervan voor u en mij is, dat we niet zo trots moeten worden, dat we gaan denken dat we Satan gemakkelijk aankunnen. Hij heeft de beschikking over een groot aantal werktuigen waarmee hij ons kan aanpakken; maar aan de andere kant is het toch niet nodig dat we ons overmatig zorgen over hem maken, waarbij we achter elke boom of struik een demon zien als de oorzaak van elk probleem dat we hebben. We kunnen zelf genoeg schade aanrichten. Maar we moeten begrijpen, dat hij in de buurt is, dat hij nog steeds actief is en dat als we ons daar niet bewust van zijn, we mogelijk kwetsbaar zijn.

Handelingen 5:1-3 En een zeker man, met name Ananias, met zijn vrouw Saffira, verkocht een eigendom, 2 hield iets van de opbrengst achter, met medeweten van zijn vrouw, en bracht een zeker deel en legde het aan de voeten der apostelen. 3 Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land?

In vers 4 zegt hij hun dat ze tegen God hadden gelogen, en in vers 5 valt Ananias dood neer.

Hier zijn twee leden van de kerk die blijkbaar Satan niet in beschouwing namen. Ze luisterden naar een leugen en werden afgescheiden, ten eerste van Gods kerk en daarna van het leven. Wat deed Satan? Hij zette hen aan tot bevrediging van het eigen ik in die mate (hier komt de feitelijke zonde) dat ze logen om waardering te krijgen voor een grotere opoffering dan ze feitelijk brachten.

Het droevige aspect hiervan is, dat niemand hen had gevraagd de volledige opbrengst van de verkoop van het land af te dragen. Zij verplichtten zichzelf daartoe en begonnen daarna ongetwijfeld te denken dat er teveel van hen werd gevraagd. "Zeg Saffira, dat is teveel geld." Of: "Zeg Ananias, ik ben het met je eens." Misschien begonnen ze wel te denken: "We hadden niet gedacht zoveel geld voor dat land te krijgen en dat is teveel om af te staan voor het algemene doel." Ze begonnen daarna ongetwijfeld te denken aan wat ze allemaal met dat geld zouden kunnen doen. "We zouden kleren kunnen kopen. We zouden een deel van ons huis kunnen opknappen. We zouden een ander stuk land als investering kunnen kopen en daar nog meer winst op kunnen maken."

Ze hadden ongetwijfeld degenen die belast waren met de ontvangst van bijdragen, reeds verteld dat ze de volle opbrengst van de verkoop zouden afdragen. Toen dan de tijd kwam dat ze de bijdrage moesten geven, gaven ze slechts een deel, maar lieten het erop lijken dat het de volledige opbrengst was. Het verschil hielden ze voor zichzelf.

Ik vraag me af wie hen ertoe leidde te durven liegen. Ziet u het proces? Satan heeft werkwijzen en hij is er altijd op uit om ons de richting van bevrediging van het eigen ik te laten uitgaan, dit ten koste van gehoorzaamheid aan God, of ten koste van het dienen van God, of ten koste van het dienen van anderen, zodat we onszelf boven de anderen verheffen.

Deed Satan dat ook niet? In zijn eigen denken verhief zijn ijdelheid hem boven de positie die God hem gegeven had; dit begon daarna zijn invloed op zijn denken uit te oefenen, zodat hij er iets aan moest doen. Dit proces blijft zich almaar herhalen.

Laten we naar Mattheüs gaan, een heel interessante omstandigheid. We moeten zien wat hier binnen de context plaatsvond.

Mattheüs 16:13-17, 21 Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zeide: Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is? 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één der profeten. 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? 16 Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus [de Messias], de Zoon van de levende God! 17 Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. ... 21 Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden.

En toen nam Petrus Hem terzijde, de man die zojuist nog tegen Jezus had gezegd: "U bent de Messias." De bewoordingen duiden erop dat het met een zekere urgentie werd gedaan, dat er een diep gevoel bij betrokken was en misschien zelfs een beetje duwen. (Ik bedoel in het geheel niet dat dit op een gemene manier werd gedaan.)

Mattheüs 16:22-23 En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! 23 Doch Hij keerde Zich om [Het lijkt er bijna op alsof Petrus Hem bij de schouder pakte om Zijn aandacht te trekken, Hem gedeeltelijk liet draaien; daarna in reactie op wat Petrus zei, keerde Jezus Zich volledig om en keek hem aan — van aangezicht tot aangezicht; een vorm van recht in het gezicht.] en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen.

Petrus geloofde heel duidelijk dat Jezus de Messias was. Maar wat was er hier mis? Petrus was het niet eens met de manier waarop Gods doel door Christus zou worden uitgewerkt. Petrus was het er niet mee eens dat zijn goede Vriend een geseling moest ondergaan, een pijnlijke en beschamende kruisiging, een verschrikkelijke manier om te sterven, in het bijzonder voor iemand die zo goed was. (Petrus wist dat.) Petrus was het er niet mee eens dat Jezus de schande zou moeten ondergaan door op ruwe wijze te worden uitgescholden door degenen die posities van autoriteit bekleedden. Petrus zag in dat de mensen die die posities van autoriteit vervulden zelfs niet in de schaduw van Jezus konden staan. En toch zouden deze gemene mensen op een plaats zitten waardoor ze Hem feitelijk aan de dood konden overleveren.

Petrus wat het niet eens met wat de Messias zei Gods doel te zijn en hoe dat moest worden bereikt. Ik denk dat we wel kunnen meevoelen met hetgeen Petrus zei. Het was werkelijk een ontroerend gevoel, omdat hij niet wilde dat Christus leed en stierf; maar gemeente, dat gevoel was verkeerd en Christus identificeerde de bron van wat Petrus zei als Satan.

Hoe deed Hij dat? Hoe kon Hij dat isoleren en zeggen dat het van Satan was? Eén manier was, omdat het hetzelfde patroon volgde als Satans verzoekingen in Mattheüs 4 — alwaar hij Christus het messiasschap aanbood zonder te lijden. Ja, dat bood hij Hem aan. "Kniel alleen maar voor mij en ik zal u alle koninkrijken van de wereld geven. U behoeft niet te lijden, Jezus." (Die laatste zin van mij lag in feite in die woorden besloten.)

Satan kende de schriften. Hij wist wie Jezus was en hij kende de schriften ook beter dan Petrus. Satan legde de verzoeking aan Christus voor om het messiasschap, de heerschappij over de wereld, te bereiken zonder de schande van een geseling en een dood door kruisiging te ondergaan.

Ik ben er zeker van dat dat een hele verzoeking was. De meesten van ons zouden er waarschijnlijk zijn ingetrapt. Maar Jezus herkende het direct.

We weten dat dat niet Gods wil was. Gods wil was, dat de Messias eerst moest lijden en sterven voor de zonde van de mens. Waar staat dat in Gods woord? Jesaja 52 en 53 zijn heel duidelijk. Dat was Gods wil met betrekking tot de Messias.

Toen Petrus sprak, sprak hij niet Gods woorden of gedachten aangaande de Messias. In plaats daarvan sprak Petrus, nam hij woorden in de mond, zoals hij het graag zag gebeuren. Maar Gods gedachten zijn niet de gedachten van de mens. Petrus sprak de algemene Joodse opvatting uit van een krijgsheer Messias, die de vijanden van Juda zou neerslaan, Juda boven zijn overwinnaars zou verheffen en Juda zou de machtigste natie op aarde worden. Zodoende zou de lijdende Messias, die voor de zonden van de mensen sterft, worden overgeslagen. Maar God heeft gewild dat de belangrijkste dingen eerst gebeuren.

Waar ter wereld kreeg Petrus dat idee vandaan? (Hier komt Satan weer in beeld.) Petrus was een slachtoffer van desinformatie aangaande Gods woord en hij werd een struikelblok voor anderen. De desinformatie kwam van Satan door zijn valse profeten.

Dit heeft een directe toepassing op u en mij, naast het feit dat we het punt zien waar het hier om gaat. Laten we verder gaan in vers 24 om te zien wat het onderwijs is:

Mattheüs 16:24-25 Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. 25 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.

Het onderwijs dat onmiddellijk volgt op de directe ethische toepassing van wat er hier gebeurde, beschreven in de verzen 13 tot 23 — de toepassing voor u en mij — is dat we onszelf, net als de Messias, moeten verloochenen.

Breng Satan weer terug in beeld. Wat zal hij met u en mij doen? Middels desinformatie en het beïnvloeden van onze houding zal hij ons leiden tot de bevrediging van het eigen ik, geen zelfverloochening, omdat bevrediging van het eigen ik de essentie is van zonde en als we zondigen roepen we de doodstraf over ons af.

Om de les scherp en duidelijk te krijgen: Jezus onderwees onmiddellijk (om hetgeen Satan op subtiele wijze door Petrus onderwees, te neutraliseren) dat de weg naar het Koninkrijk van God verloopt via zelfverloochening en niet via de bevrediging van het eigen ik. Satan zal ons proberen te overtuigen om onszelf niet te verloochenen, maar onze eigen verlangens te vervullen ten koste van anderen.

Er is nog iets dat hieruit kan worden geleerd, en dat is dat we in sterke mate verzocht kunnen worden door goedbedoelende vrienden. Petrus bedoelde het goed. Ik ben er zeker van dat hij zich een ongeluk schrok toen Jezus Zich omdraaide en hem recht in zijn gezicht zei: "Ga weg, achter Mij, satan!" Ik geloof niet dat Hij boos was. Ik geloof dat Hij alleen maar fel was zodat Petrus het zou begrijpen.

God wil toch niet dat we zo'n beproeving zullen moeten doorstaan? Ja, het kan zeer zeker gebeuren dat de verzoeking komt via goedbedoelende mensen. De reden dat ik hier doorheen ga, is dat we in het bijzonder kwetsbaar zijn als men ons zover kan krijgen dat we denken niet behandeld te worden op de manier die we verdienen.

Dat was een belangrijke truc die Satan bij Adam en Eva benutte. "Heeft God dat en dat gezegd? Hij onthoudt jullie iets waar je recht op hebt." Dat was de implicatie. "Wel, als je de dingen doet, zoals je wilt, dan kun je veel meer bereiken. Je kunt god zijn." We willen altijd meer. Dat maakt deel uit van de menselijke natuur.

Ongelukkig genoeg blijft de mens de zaken erger maken door almaar dezelfde algemene fouten te blijven herhalen, iedere generatie opnieuw. Dat zal niet ophouden totdat ieder individu besluit dat niet te doen, ongeacht wat het hem kan kosten — zelfverloochening. We moeten begrijpen dat er sommige zaken in het leven zijn waar we geen invloed op kunnen uitoefenen, die moeten we God laten oplossen.

Laten we naar 1 Petrus gaan. Ik wil dat we nadenken over wat er in 1 Petrus staat, omdat het een erg belangrijke brief is voor iedereen.

1 Petrus 2:11-12 Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten [het toegeven aan verkeerde verlangens], die strijd voeren tegen uw ziel; 12 en dat gij een goede wandel leidt onder de heidenen, opdat zij, nader toeziende op datgene, waarin zij u als boosdoeners belasteren [dus onrechtvaardig behandelen], op grond van uw goede werken God mogen verheerlijken [later — ze begrijpen het nu niet] ten dage der bezoeking.

De verzen die we nu gaan lezen, moeten we bezien binnen de context van de gehele brief. Petrus is erop uit deze mensen tot hoop te inspireren, ondanks de zeer moeilijke omstandigheden waarin ze verkeerden. De beproeving waar zij doorheen gingen, was er niet één die snel kwam en verdween. Het was er één die hen uitputte, zodat er langzamerhand een gevoel van hopeloosheid in hen was ontstaan.

Menselijkerwijs zijn we altijd geneigd uit te zien naar snelle oplossingen om onder de last die ons is opgelegd, vandaan te komen. Ik zeg u niet dat dat verkeerd is, want dat is het niet. Het probleem is echter dat onze oplossing ons vaak geestelijk onder vuur brengt, terwijl die tegelijkertijd het probleem fysiek schijnt op te lossen.

Tegen de tijd dat Petrus bij de conclusie van deze brief aankomt, is Satan heel sterk in zijn gedachten aanwezig. Een christen kan het zich nooit veroorloven er niet aan te denken dat Satan mogelijk deel uitmaakt (misschien zelfs wel een belangrijk deel) van het plaatje waar hij doorheen gaat.

Ik wil dat we in 1 Petrus 5, in de conclusie van de brief, zien dat ons wordt gezegd wat te doen in moeilijke situaties, als alles hopeloos schijnt en we door grote moeilijkheden heengaan.

1 Petrus 5:6-8 Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. 7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. 8 Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

De gedachte is als volgt: Satan kan wel of niet de oorzaak van de situatie zijn, maar zelfs als hij het niet is, sluipt hij rond om er zijn voordeel mee te doen, dat hij ons te pakken kan nemen. De brullende leeuw — wie wordt hoogstwaarschijnlijk door de leeuw aangevallen? De afgedwaalden; degenen die zich aan de rand, de buitenzijde ophouden; degenen die niet dichtbij de groep blijven.

Als we dat geestelijk bekijken, zijn dat mensen die er gewoon niet bij zijn. Ze worden door de stortvloed van problemen almaar vermoeider, waardoor ze zichzelf beginnen af te scheiden. Dan komt Satan, de brullende leeuw, en neemt de afgedwaalden te pakken.

Hij is in het bijzonder bedreven om zijn voordeel te doen met de gevoelens van de mens. We worden te vaak overheerst door onze emoties en niet door feiten of — zoals we zouden kunnen zeggen — de waarheid van God. Onder zulke omstandigheden is het heel gemakkelijk om gekwetste gevoelens te krijgen, de feiten niet in beschouwing te nemen en tegen onszelf te liegen net zoals Satan aan het begin van het proces deed.

Laten we 1 Petrus 2 opslaan. We gaan dan de terreinen die door hem worden bestreken, bekijken. Dit zijn de situaties die precies passend zijn gemaakt om onszelf te doen denken dat we te pakken worden genomen, dat we worden gebruikt, of dat we slechter worden afgeschilderd dan we zijn.

1 Petrus 2:13-15, 17 Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen, om des Heren wil: hetzij aan de keizer, als opperheer, 14 hetzij aan stadhouders, als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van wie goed doen. 15 Want zó is het de wil van God, dat gij door goed te doen de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen, ... 17 Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de keizer.

Het is heel gemakkelijk om ons door de regering gepakt te voelen — het plaatselijke bestuur, het provinciebestuur, het landelijke bestuur — de regering in zijn algemeenheid. Ze gebruiken ons. Ze zetten ons door belastingen onder druk. Ze laten ons niet toe dingen te doen waarvan we vinden dat we die wel moesten kunnen doen. Ze geven ons verkeersboetes — allerlei dingen. De regering kan iets zijn waardoor we ons gebruikt gaan voelen.

In vers 18 heeft Petrus het over een situatie betreffende iemands baan.

1 Petrus 2:18 Gij, huisslaven, weest in alle vreze uw meesters onderdanig, niet alleen de goede en vriendelijke, maar ook de verkeerde.

Onze baas gebruikt ons. Hij betaalt ons niet wat we verdienen. Hij laat ons langer werken dan eigenlijk past. Hij zet ons onder druk aangaande de sabbat, of de heilige dagen, of het houden van het Loofhuttenfeest. Hij geeft ons werk beneden onze waardigheid. Hij geeft ons werk waar we ver boven staan en we worden daardoor dan ook niet uitgedaagd. Er zijn allerlei manieren waarop we druk van onze werkgevers kunnen voelen.

Petrus zegt niet dat we in deze situaties in het geheel geen compromis moeten sluiten. Hij zegt dat we om des Heren wil, uit respect voor Hem, onszelf moeten beheersen, zodat we niet in opstand komen. Onze gevoelens de vrije teugel laten, tot op het punt van rebellie, is hetzelfde als God ter verantwoording roepen — dat wil zeggen, dat we Hem (tenminste op indirecte manier) zeggen dat Hij niet weet hoe Hij Zijn schepping moet laten draaien.

1 Petrus 2:19-21 Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt [om des Heren wil], leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. 20 Want mag dát roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dát is genade bij God. 21 Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden;

Laat me dit duidelijk maken: Petrus zegt niet dat het lijden genade is, maar de genade is dat u zich aan Gods wil onderwerpt en daarbij lijdt, niet omdat u iets verkeerds deed, maar juist omdat u iets juists deed. Dat is genade. Bovendien slaat u niet terug. Dat zou u doen als u op uw gevoelens afging.

Beginnend in vers 21 zien we dat Jezus het voorbeeld is dat we moeten volgen. En dan zegt vers 23:

1 Petrus 2:23 die, als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt;

Dat is een duidelijke erkenning vanuit het leven van Jezus, dat er sommige dingen zijn die we aan God moeten overlaten. Hij haalde niet uit naar deze mensen. Hij keerde hun de andere wang toe, hield Zijn mond en sloeg niet terug.

Wat zegt God in dit alles? God erkent dat het leven niet fair is. Wij moeten begrijpen dat het leven niet fair is, grotendeels vanwege de manier waarop de mens kiest met problemen om te gaan. Het is de verantwoordelijkheid van de christen om met problemen om te gaan op de manier die God aangeeft. Bedenk dat Satan nog steeds in beeld is en hij probeert u op zijn manier met de problemen te laten omgaan. Dat is niet goed. Dat zorgt ervoor dat de problemen almaar door blijven gaan.

Na het einde van hoofdstuk 2 gaat Petrus verder met het huwelijk — een andere situatie waarin we kunnen denken onder druk te staan. Het huwelijk is een omgeving waarin onze emoties heel sterk worden beïnvloed, omdat er dingen gebeuren door, of we worden beïnvloed door, degene waarvan we vinden dat die nooit zou doen wat die ons heeft aangedaan — en misschien is dit emotioneel wel de meest aangrijpende van alle situaties.

Het huwelijk is ook de situatie waarin we bijna allemaal zullen komen te verkeren. En het is ook de situatie waarin we onze gevoelens hoogstwaarschijnlijk af en toe de vrije loop laten. Petrus zegt in het bijzonder de man hoe zijn vrouw te behandelen, opdat zijn gebeden niet worden belemmerd.

Denk opnieuw terug aan 1 Petrus 5 — Satan zit nog steeds, ongenoemd, in de context van dit schrijven, maar hij is in Petrus' gedachten. Dat is zeer zeker een situatie waarmee Satan zijn voordeel zal proberen te doen, om mensen van God af te snijden — een typisch voorbeeld van zijn inspanningen.

1 Petrus 3:8 Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig,

Let op het advies. Vereisen deze dingen niet een grote mate van beheersing, een verwerping van de gevoelens die Satan op de achtergrond misschien probeert op te wekken?

1 Petrus 3:9 en vergeldt geen kwaad met kwaad [dat probeert Satan u te laten doen] of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven.

Hij heeft het hier echt over het toekeren van de andere wang, nietwaar? Ook hier, op dit moment, wil ik in deze preek u eraan herinneren, dat Satan er altijd in elke omstandigheid op uit is ons in beweging te brengen, ons te motiveren, ons te sturen, ons te leiden in de richting van het bevredigen van het eigen ik. Als u in een positie, een omstandigheid verkeert, waarin u iemand probeert te verslaan, dan zou ik bijna zeggen dat hij u in de greep heeft. Satan is een en al wedijver.

1 Petrus 3:13-15a En wie zal u kwaad doen, als gij u beijvert voor het goede? 14 Al moest gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Doch vreest niet voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken. 15 Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, ...

Hier is het advies. Heiligen betekent "zet Hem apart". In dit geval betekent het "zet God in het centrum van uw denken; bekijk het leven vanuit Gods standpunt; plaats God in het midden van de omstandigheid waarin u zich bevindt."

Was dat niet hetgeen Petrus in Mattheüs 16 vergat? De desinformatie was de basis van Petrus' reactie op Jezus — niet Gods gedachten. Als Gods gedachten, Gods woord, werkelijk op dat moment in Petrus' hart was geheiligd, dan zou hij nooit hebben gezegd wat hij zei. Dan zou hij iets hebben gezegd als: "Ja Jezus, ik begrijp het. Dat staat in de schrift." Maar in plaats daarvan was hij het niet met God eens. Als iemand God in zijn hart heiligt, dan komt het woord van God centraal te staan en niet het woord van de geest van deze wereld.

1 Petrus 3:15b, 18 ..., altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid [vriendelijkheid] en vreze, ... 18 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen; Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest.

Als ik vandaag zover kom met de preek, dan zullen we hier ook door de apostel Johannes naar verwezen zien worden, omdat Petrus ons hier laat zien hoever ons model, Jezus, ging in het onrechtvaardig lijden. Het is een hoge standaard, maar Hij ging zelfs tot in de dood zonder toe te geven aan Zijn emoties en Zijn gevoelens, en zonder Satan toe te laten een houvast op Hem te krijgen, en zonder te gaan denken dat God onrechtvaardig was in waar Hij Jezus doorheen liet gaan.

1 Petrus 4:1-2, 12-13 Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte, dat, wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, 2 om niet meer naar de begeerten [gevoelens, verlangens] van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven. ... 12 Geliefden, laat de vuurgloed, die tot [een pijnlijke] beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. 13 Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid.

Als we in het licht van hoofdstuk 5:6-8 naar deze verzen kijken en begrijpen dat Petrus dit schrijft met Satan op de achtergrond van zijn gedachten en de mogelijkheid van zijn aandeel, dan zijn onze gevoelens bijzonder kwetsbaar, omdat het natuurlijk voor ons is om te denken dat we worden gebruikt, of niet worden behandeld zoals behoort, en dat dan onze gevoelens in opstand komen. Dat is een pasklare situatie voor Satan om gebruik van te maken. Daar viel hij ten prooi aan. Of hij zal ons proberen ook in die richting te laten gaan of het gebeurt al zonder dat hij eraan te pas komt, dan zal hij zijn voordeel doen met die situatie en er zeker van zijn onze gevoelens te beïnvloeden.

Laten we naar Judas gaan. Ik geloof niet, dat we daar veel tijd aan moeten besteden, maar in de context daar wordt door demonen een patroon vastgesteld. Judas valt valse profeten aan en zodoende gaat het in de context zowel over mensen als demonen. Er zijn drie zonden waarvan hij de valse profeten beschuldigt en dat is hoofdzakelijk hetgeen ik hier vandaan wil halen.

Judas 6-8 en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden; 7 zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur. 8 Desgelijks bezoedelen ook deze dromenzieners hun vlees, verwerpen wat heerschappij heet en lasteren de heerlijkheden.

De drie zonden waarvan hij hen beschuldigt, zijn:

1. Lusten — ze bezoedelen hun vlees, met andere woorden ze laten toe dat hun gevoelens hen tot zonde verleiden.

2. Rebellie — ze verwerpen autoriteit in het algemeen, maar in het bijzonder die van Christus. Het is iets dat in het Grieks verborgen ligt, maar het woord heerschappij is in werkelijkheid "het Heer-zijn". Het is een woord dat normaal wordt gebruikt om naar Christus te verwijzen in de zin dat Hij Heer over ons is.

3. Het geen respect hebben voor geestelijke wezens. (Dat wordt duidelijker in vers 9, dat we niet hebben gelezen.)

Deze derde zonde is in zekere zin interessant, omdat deze laat zien dat het er in feite niet om gaat dat deze valse profeten niet over Satan zullen spreken, maar dat het veeleer gaat over een onzorgvuldig, verachtend of denigrerend spreken over de macht van engelen; daarmee geven ze in hun prediken aan dat het niet iets is waar we rekening mee behoeven te houden. Het draait dus min of meer om het negeren van het onderwerp.

Weet u waarom ze dat deden? Omdat een valse geest hen leidt, zodat ze dit in hun prediking als onbelangrijk voorstellen, alsof het iets is waar we geen rekening mee behoeven te houden. Dit kunnen we heel duidelijk zien in het grootste deel van de protestantse wereld, in het bijzonder in de grootste kerkgroeperingen die het er bijna allemaal over eens zijn, dat er in feite geen Satan de duivel bestaat, en ook geen demonen. Zoveel succes hebben de demonen in hun beïnvloeding gehad.

Aan de andere kant zijn er evangelische groepen binnen het Protestantisme die op een heel andere manier over Satan praten. "Vanavond gaan we de duivel op zijn plaats zetten!" Je komt deze dingen tegen tijdens hun evangelisatiecampagnes. Maar ziet u wat ze doen? Zij plaatsen Satan in een positie, waarin zij hem schijnbaar in hun macht hebben. Zo misleid zijn ze.

De waarheid met betrekking tot Satan ligt ergens in het midden. Hopelijk beschikken de ware kerk en Gods mensen over die waarheid en begrijpen ze dat Satan heel machtig is, maar dat ze dankzij God macht over hem hebben in de zin dat ze hem kunnen weerstaan. We zijn geen poppen aan een touwtje en hij kan niet aan de touwtjes trekken, tenzij we hem de gelegenheid geven. Als we in staat zijn dat in te zien, dan behoeven we ons niet aan hem te onderwerpen.

Ik wilde u dit laten zien, omdat Judas ons inlicht over aanwijzingen waarnaar we in preken of in valse dienaren kunnen uitkijken — dat er een denigreren is van Satan en zijn demonen; er zullen aanwijzingen (niet even sterk bij iedereen) zijn van lust, dat wil zeggen het toestaan dat gevoelens iemand zover krijgen dat hij gaat zondigen; en ze zullen geen aandacht geven aan de autoriteit van Jezus Christus.

2 Petrus 2:1a Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u [Petrus brengt het duidelijk heel dichtbij, midden in de kerk] valse leraars zullen komen, die [let op wat hij hier zegt] verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, ...

Dit is heel interessant. Het woord dat is vertaald met "binnensluipen", is in de Statenvertaling vertaald met "bedektelijk invoeren". Dat is ook de letterlijke betekenis van dat woord. Zij presenteren ketterij dus op zo'n manier dat het goed lijkt overeen te komen met de waarheid. "Het is alleen maar een kleine aanpassing. We veranderen niet echt iets. Dat begrijpt u toch wel? We veranderen het niet echt. Het is alleen maar een aanpassing, een verduidelijking."

2 Petrus 2:1b ..., zelfs de Heerser [Statenvertaling: den Heere], die hen gekocht heeft, verloochenende ...

Men verloochent de Here door zich niet aan Hem te onderwerpen in gehoorzaamheid. Als de doctrines stapje voor stapje worden veranderd, dan zal de onderwerping aan Christus ook op andere manieren tot uiting gaan komen.

2 Petrus 2:1c-2 ... en een schielijk verderf over zichzelf brengend. 2 En velen zullen hun losbandigheden navolgen, ...

Dat woord "losbandigheden" is in de Statenvertaling vertaald met "verderfenissen"; als verderf volkomen heeft doorgewerkt is het resultaat de dood. Wat hier zo interessant aan is, is dat die woorden zo onschuldig lijken, maar ondertussen wordt wel het leven vernietigd. Het is iets dat de indruk wekt niet echt gevaarlijk te zijn, maar ondertussen wordt iemands gezondheid ondermijnd. Petrus heeft het natuurlijk over geestelijke gezondheid.

2 Petrus 2:2b-3a ..., zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; 3 en zij zullen uit hebzucht [koppel dat aan Judas:6-9] met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; ...

Hij zegt dus dat ze de kerk veranderen in een commercieel gebeuren. De reden is omdat — zoals Petrus zegt — die mensen verkeerde ambities hebben. Ze zijn hebzuchtig. Hun voornaamste doel is succes in argumenteren en niet waarheid. De veranderingen worden gemaakt om te exploiteren — we zijn dus weer terug bij de commercie. Vandaar dat ze geveinsde woorden spreken en misleidende en onechte argumenten gebruiken.

We zullen niet de gehele context hier doornemen, maar ik geloof dat ik u in de preek van vorige week zei, dat wij, speciaal in de Verenigde Staten, hebben geleerd tolerant te zijn. Maar als we geheel 2 Petrus 2 zouden doorlezen en de gehele brief van Judas, dan zouden we heel duidelijk tot de conclusie komen dat God niet tolerant is ten opzichte van deze dingen.

Wij zijn tolerant, omdat we het gevoel hebben verloren, of nooit hebben gehad, voor het duivelse gevaar van Satans valse onderwijs. Dit onderwijs voert de mens naar de dood! Als natie zijn we zo afgestompt geraakt voor het onderscheid tussen waarheid en leugen, niet alleen in termen van goed of verkeerd gedrag, maar ook in termen van ideeën en concepten.

Als we door zouden gaan naar vers 9, zouden we zien dat Petrus zegt: "De Here weet de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen." Hij begrijpt heel duidelijk dat Satan ergens in beeld is en hij wil ons bemoedigen, met hoop vervullen, omdat deze mensen, al schijnt het dat ze de overhand verkrijgen, nog steeds onder de controle van God staan en Hij weet hoe Zijn mensen uit hun listige plannen te verlossen — net zoals Hij Noach en Lot en anderen verloste uit de listige plannen die hun omgeving maakte.

Laten we naar 1 Corinthiërs gaan, omdat we dit onderwerp wat willen gaan inperken en er naar gaan kijken vanuit het standpunt van een kerk of een gemeente. Om dit het duidelijkst te kunnen doen, moeten we het principe in gedachten houden, dat Johannes ons gaf in 1 Johannes 4:1, betreffende de anti-christ en over het testen van de geest of de geesten; hoe een geest of de geesten iemand [een mens] beïnvloeden, die op zijn beurt weer andere mensen beïnvloedt.

1 Corinthiërs 1:10-13 Doch ik vermaan u, broeders, bij de naam van onze Here Jezus Christus: weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn; weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen. 11 Mij is namelijk omtrent u, mijn broeders, medegedeeld door de (huisgenoten) van Chloë, dat er twisten onder u zijn. 12 Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft: Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! En ik van Kefas! En ik van Christus! 13 Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt?

Deze zelfde brief zegt in hoofdstuk 14:33 dat God geen God is van wanorde. Toch is het heel duidelijk dat er hier een kerk is die in wanorde verkeert, die verdeeld is, en die elkaar onderling bevecht. Er zijn kliekjes ontstaan en ze streden om de macht binnen de gemeente. God deed dat niet. Wie dan wel?

Satan komt in 1 Corinthiërs niet aan de orde, toch zegt Paulus in hoofdstuk 2, vers 12, dat er een geest is van deze wereld. Maar Satan komt wel in beeld in een vrij groot deel van 2 Corinthiërs.

We moeten 1 en 2 Corinthiërs als een eenheid bezien. Paulus schreef de ene als antwoord aan de huisgenoten van Chloë. Misschien hadden zij hem een brief geschreven. Nadat hij 1 Corinthiërs had geschreven ging er enige tijd voorbij en daarna schreven zij een brief terug aan Paulus, die enige uitleg bevatte aangaande de dingen die er waren gebeurd. Toen schreef Paulus 2 Corinthiërs als antwoord op die brief.

Voor zover wij weten was er geen 3 Corinthiërs. Dus het probleem was of opgelost, of God besloot een en ander niet verder te laten vastleggen. Die brieven geven ons een heel duidelijk plaatje — Satan was erbij betrokken. Hij veroorzaakte de verdeeldheid. Hij veroorzaakte de wanorde [verwarring]. Hij veroorzaakte de onderlinge strijd die er gaande was.

2 Corinthiërs 2:10b-11 ..., opdat de satan op ons geen voordeel mocht behalen. 11 Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.

2 Corinthiërs 4:3-4 Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, 4 ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.

Hij heeft het hier heel duidelijk over Satan.

2 Corinthiërs 10:3-4 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken,

Gemeente, we voeren een geestelijke oorlog.

2 Corinthiërs 11:13-15 Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14 Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. 15 Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.

Hier zij nog aan toegevoegd, dat zowel Jakobus als Petrus (in 1 Petrus) hun brieven besluiten met een waarschuwing betreffende Satan; Johannes spreekt over de anti-christ; 2 Petrus en Judas hebben het over gevallen engelen. Ik noemde deze dingen, omdat ik wil dat u inziet dat de apostelen zich niet onbewust waren van Satans invloed op de kerk. Zo moeten wij ons daar ook van bewust zijn.

Satan was erin geslaagd de kerk te Corinthe in verwarring te brengen — verwarring over doctrine, verwarring over morele zaken, verwarring over kerkelijk beleid. Ongeacht de punten waar het om draaide, kunnen we de resultaten van zijn betrokkenheid opmaken uit de gehele inhoud van beide brieven. In plaats van de vriendelijke zachtmoedigheid en liefde en vrede van Gods Geest, was er een grote mate van zelfrechtvaardiging en eigengerechtige trots die leidde tot bitterheid en tot het aanvallen van elkaar.

1 Corinthiërs 8:1-3 Wat het offervlees aangaat, wij weten, dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht. 2 Indien iemand zich inbeeldt enige kennis verworven te hebben, dan heeft hij nog niet leren kennen, zoals het behoort; 3 maar heeft iemand God lief, dan is deze door Hem gekend.

Misschien zijn deze ogenschijnlijk onschuldig klinkende woorden wel werkelijk het centrale thema van deze beide brieven, omdat dit de zonde was die Satan ertoe leidde zich niet langer aan Gods bestuur te onderwerpen. Hij raakte opgeblazen over zichzelf. Deze mensen raakten opgeblazen over hoeveel ze wel niet wisten.

Satan ging zo hoog van zichzelf denken, dat zijn denken totaal verdraaid geraakte en hij tot de aanval overging. Wij vallen God niet rechtstreeks aan. Deze brief laat zien dat we elkaar aanvallen! Daar zit het probleem in. We vallen elkaar aan door roddel, door geruchten en beschuldigingen en dingen van dien aard.

We gaan in ons denken hele lijsten opstellen met de fouten van anderen die ons ergeren en het gevolg is, dat we ons van deze mensen terugtrekken en we niet met hen willen omgaan. De verdeeldheid begint tot stand te komen omdat deze mensen ons ergeren. We zeggen tegen onszelf: "Ze waren onaardig tegen me, of ze zijn niet intelligent genoeg, of ze hebben een paar bijzondere eigenschappen. Ze dragen opzichtige kleding of ze hebben duidelijke opvattingen over onbelangrijke dingen."

Ik zeg niet dat dit goed of verkeerd is. Ik zeg niet dat iemand altijd en overal zijn eigen gang moet kunnen gaan en dat we daar tolerant tegenover moeten staan. Ik zeg alleen dat Satan, als hij de gelegenheid krijgt, ons denken kan leiden, zodat we redenen gaan vinden om niet met anderen om te gaan — redenen die niets van doen hebben met zonde. Satan is aan het werk.

Als die gevoelens onverminderd doorgang kunnen vinden, zullen we uiteindelijk zover komen dat we ons geheel uit de gemeente terugtrekken. Dat zal noodzakelijkerwijs niet zo snel gebeuren en het zal beslist stapje voor stapje gaan. Misschien wonen we de bijbelstudies niet langer bij, of we hebben zo onze redenen om niet langer de diensten op sabbat bij te wonen, of we komen op het allerlaatste moment aan en vertrekken weer zo snel mogelijk. Satan voert ons langzaam maar zeker zover, dat we het onszelf naar de zin willen maken en de liefde voor de ander uit ons leven verdwijnt.

Met deze gedachte gaan we de preek beëindigen. Beseft u wel dat (in bijbelse zin) haat niet het tegenovergestelde is van liefde? Zelfgerichtheid is dat. Haat is alleen maar een uitdrukking van zelfgerichtheid.

Als ik mijn volgende preek over Satan geef, zullen we, tenminste in algemene zin, met deze gedachte verdergaan. We moeten begrijpen in welke richting Satan ons wil leiden en dat is naar zelfgerichtheid, het onszelf naar de zin maken, waarbij we onszelf niet zullen verloochenen, waarbij we ons leven zullen leiden ten koste van God of anderen. We moeten in staat zijn te gaan inzien, dat dit de richting is waarin ons denken wordt gevoerd.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)