Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 45         Psalmen 47 >>

Psalmen 46

46:1  Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (:) God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.

46:2  (:) Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen;

46:3  (:) Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.

46:4  (:) De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.

46:5  (:) God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.

46:6  (:) De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.

46:7  (:) De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

46:8  (:) Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.

46:9  (:) Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.

46:10  (:) Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.

46:11  (:) De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

<< Psalmen 45         Psalmen 47 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)