Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 29         Psalmen 31 >>

Psalmen 30

30:1  Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis. (:) Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

30:2  (:) HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.

30:3  (:) HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.

30:4  (:) Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.

30:5  (:) Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.

30:6  (:) Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.

30:7  (:) Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

30:8  (:) Tot U, HEERE! riep ik, en ik smeekte tot den HEERE:

30:9  (:) Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

30:10  (:) Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper.

30:11  (:) Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;

30:12  (:) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.

<< Psalmen 29         Psalmen 31 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)