Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 36         Job 38 >>

Job 37

37:1  Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.

37:2  Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

37:3  Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

37:4  Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

37:5  God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

37:6  Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregen des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

37:7  Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.

37:8  En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.

37:9  Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.

37:10  Door zijn geblaas geeft God de vorst, zodat de brede wateren verstijfd worden.

37:11  Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

37:12  Die keert zich dan naar Zijn wijzen raad door ommegangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde.

37:13  Hetzij dat Hij die tot een roede, of tot Zijn land, of tot weldadigheid beschikt.

37:14  Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

37:15  Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

37:16  Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

37:17  Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden?

37:18  Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?

37:19  Onderricht ons, wat wij Hem zeggen zullen; want wij zullen niets ordentelijk voorstellen kunnen vanwege de duisternis.

37:20  Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

37:21  En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;

37:22  Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

37:23  Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

37:24  Daarom vrezen Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.

<< Job 36         Job 38 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)