Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 34         Job 36 >>

Job 35

35:1  Elihu antwoordde verder, en zeide:

35:2  Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

35:3  Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

35:4  Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u.

35:5  Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.

35:6  Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

35:7  Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

35:8  Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.

35:9  Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.

35:10  Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geeft in den nacht?

35:11  Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?

35:12  Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.

35:13  Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.

35:14  Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

35:15  Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;

35:16  Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.

<< Job 34         Job 36 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)