Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 26         Job 28 >>

Job 27

27:1  En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

27:2  Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan!

27:3  Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;

27:4  Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

27:5  Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.

27:6  Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.

27:7  Mijn vijand zij als de goddeloze, en die zich tegen mij opmaakt, als de verkeerde.

27:8  Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken?

27:9  Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?

27:10  Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?

27:11  Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.

27:12  Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?

27:13  Dit is het deel des goddelozen mensen bij God, en de erve der tirannen, die zij van den Almachtige ontvangen zullen.

27:14  Indien zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.

27:15  Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.

27:16  Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;

27:17  Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.

27:18  Hij bouwt zijn huis als een motte, en als een hoeder de hutte maakt.

27:19  Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.

27:20  Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.

27:21  De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.

27:22  En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.

27:23  Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.

<< Job 26         Job 28 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)