Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 25         Job 27 >>

Job 26

26:1  Maar Job antwoordde en zeide:

26:2  Hoe hebt gij geholpen dien, die zonder kracht is, en behouden den arm, die zonder sterkte is?

26:3  Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

26:4  Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

26:5  De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners.

26:6  De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.

26:7  Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.

26:8  Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

26:9  Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

26:10  Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis.

26:11  De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden.

26:12  Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

26:13  Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

26:14  Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

<< Job 25         Job 27 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)