Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 14         Job 16 >>

Job 15

15:1  Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

15:2  Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind?

15:3  Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

15:4  Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

15:5  Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

15:6  Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

15:7  Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

15:8  Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

15:9  Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

15:10  Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.

15:11  Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

15:12  Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

15:13  Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

15:14  Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

15:15  Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.

15:16  Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?

15:17  Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;

15:18  Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;

15:19  Denwelken alleen het land gegeven was, en door welker midden niemand vreemds doorging.

15:20  Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.

15:21  Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

15:22  Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.

15:23  Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.

15:24  Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

15:25  Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

15:26  Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden;

15:27  Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;

15:28  En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

15:29  Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

15:30  Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.

15:31  Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.

15:32  Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.

15:33  Men zal zijn onrijpe druiven afrukken, als van een wijnstok, en zijn bloeisel afwerpen, als van een olijfboom.

15:34  Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.

15:35  Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.

<< Job 14         Job 16 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)