|
|
Onderwerp:
Samenvatting:
In dit laatste deel van de serie over de kalender herhaalt John Ritenbaugh dat als God de kalender (gebruikt door Noach, Abraham, Mozes en David) voor meer dan 1600 jaar accepteerde, het aanmatigend is voor iemand die aan het eind der tijden leeft, om te beweren dat er fouten aan kleven. Dit kalenderonderwerp kwam eerder aan de oppervlakte tijdens de periode dat Herbert W. Armstrong apostel was, en dit onderwerp werd grondig bestudeerd en systematisch opgelost. God gaf Juda de taak om zorg te dragen voor de kalender (die deel uitmaakt van de woorden – Romeinen 3:2). Het werkelijke punt in deze controverse is geloof in Gods soevereiniteit en Zijn trouw. De kerk bestaat niet in een vacuüm, maar heeft deel aan het burgerrecht van Israël (en Juda) met wie de Verbonden werden gesloten, en is daarom onderworpen aan de regels die daarmee gepaard gaan. De behoefte aan precisie, consequentheid en voorspelbaarheid keurt alle misplaatste pogingen af die eropuit zijn eigen kalenders in elkaar te draaien.
|