|
|
Onderwerp: Josia, Hizkia en Deuteronomium 16
Samenvatting:
In dit achtste deel van de serie over het Pascha beweert John Ritenbaugh dat het altijd al een patroon van Satan is geweest om de ware feesten die God ons gegeven heeft, na te bootsen. Zowel Achaz als Manasse stortten zich hals over kop in de Baäldienst, waarbij ze hun eigen zoon aan Baäl offerden, hun vlees aan de priesters van Baäl gaven (oorsprong van het woord "kannibaal"). Het Pascha in 2 Kronieken 30, dat op last van Hizkia bij de tempel werd gevierd, was een heel ongewone omstandigheid waarin de koning in een nationale noodsituatie de eredienst centraliseerde (de noodtoestand afkondigend), waardoor hij in staat was in de gaten te houden wat het volk deed en het heidendom dat de religieuze leiders hadden laten binnendringen, waarmee de betekenis van het ware Pascha was onteerd, uit te roeien. Zij die proberen deze periode te gebruiken als een precedent voor een Pascha op de vijftiende hebben geen oog voor de ware betekenis van Hizkia's noodmaatregelen.
|