|
|
Onderwerp: Voorbestemming
Samenvatting:
In dit zevende deel van de serie over de soevereiniteit van God toont John Ritenbaugh de relatie aan tussen Gods wil, predestinatie en keuze (of vrije wil). Hij gebruikt de analogie van een kind dat door een ouder wordt opgedragen zijn kamer op te ruimen om aan te tonen dat de talmende, klagende en andere handelingen van ongehoorzaamheid niet voorbeschikt zijn en ook geen deel uitmaken van Gods wil. Handelingen 13:48 en Romeinen 8:29-30 duiden erop dat predestinatie (een vastgestelde goddelijke afspraak) deel uitmaakt van het bekeringsproces. Gelet op onze roeping (1 Corinthiërs 1:26-27) als zwakke, laagstaande en dwaze mensen, moeten we de juiste, nederige erkenning ontwikkelen van wie en wat we in relatie tot de Soeverein zijn en moeten we leren keuzes te maken op basis van de waarde die we hechten aan Gods liefde en Zijn openbaring aan ons.
|