|
|
Onderwerp: Over De Mensheid
Samenvatting:
In dit zesde deel in de serie over de soevereiniteit richt John Ritenbaugh zich op Gods bestuur over de mens. God heeft Zijn schepping consequent in de richting van haar uiteindelijk doel gestuurd, waarbij Hij de grenzen van de volkeren bepaalde en het denken van hun heersers leidde (Spreuken 21:1) om een bepaalde loop van gebeurtenissen te bewerkstelligen, soms tegen hun wil in. Het is Gods wil dat we ons onderwerpen aan bestuurlijke autoriteit (wettig of onwettig), maar daarbij natuurlijk God meer gehoorzamen dan mensen (Handelingen 5:29), in de zin dat we door goed te doen een goed voorbeeld geven en de dwaze beschuldigingen van de mens hun kracht ontnemen. God heeft een zeer klein aantal zwakke individuen gekozen, hen uit de macht van Satans opstandig denken verlost (Efeziërs 2:1-3) om hen te vormen tot gehoorzame en onderworpen werktuigen tot heerlijkheid.
|